|

|
 |

|
 |
 |
|
|

|
HET ZWALMBEKKEN

Bron:
'Geogids Vlaamse Ardennen'
GEORETO 1990,
p.25.
|
In tegenstelling tot andere (bijvb. de Maarkebeek) heeft de bovenloop van de Zwalmbeek
slechts één waaiervormig bronbekken. De
bronnen van de Zwalmbeek ontspringen hoog (+120m
à +110m) op de Bartoniaankleilaag van de beboste
noordhelling van de hoge heuvelkam
Kluisberg-Levierenbos, meer bepaald in het
Brakelbos (Mont de Rode) en het Bois de la
Louvière. De ZW-NO gerichte bovenloop is
samengesteld uit acht min of meer parallelle
beken, nl. 1) de Verrebeek 2) de Dorenbosbeek
3) de
Molenbeek, 4) de Sassegembeek 5)
de Vanluikbeek 6) de Roosmeerbeek 7) de Slijpkotbeek en
8) de Kouterbeek. Ter
hoogte van Nederbrakel convergeren al deze beken
in één vallei, de vallei van de Zwalmbeek. Een
zeer merkwaardig landschappelijk gegeven in het
bronbekken van de Zwalmbeek is toch wel het
sterk verlaagde interfluvium (+66m) met het
Denderbekken ter hoogte van de
Hoogbosstraat. Temeer daar de hoogte van deze
waterscheidingkam noordwaarts terug oploopt tot
meer dan 100 m te Sint-Maria-Oudenhove.
Tussen Nederbrakel en
Michelbeke buigt de Zwalmbeek in NNW-richting af
en snijdt zich vervolgens diep in de heuvelkam
‘Edelareberg-St-Maria-Oudenhove’ in: de dalbodem
vernauwt, de hellingen worden steiler. De meest
bekende Zwalmhelling is wellicht de Berendries
te Michelbeke. Ter hoogte van Roborst zwenkt de
Zwalmbeek in een brede bocht naar het westen en
mondt stroomafwaarts Nederzwalm, na een
kronkelende loop van ruim 20 km, in de Schelde
uit.
Nederzwalm ligt op de
samenvloeiing van de Zwalmbeek en de
Peerdestokbeek, de belangrijkste zijtak van de
Zwalmbeek. Het bekken van de Peerdestokbeek en
de Zwalmsectie ‘Nederbrakel-Roborst’ illustreren
de asymmetrische opbouw van de meeste
beekstelsels in deze regio; de hoofdbeek heeft
doorgaans een Z-N-oriëntatie en ontvangt
beduidend meer zijbeken van haar zachte
westhelling dan van haar steilere oosthelling.
Dit is uiteraard een gevolg van de zwakke
afhelling van de geologische lagen naar het
noordoosten.
In ‘de Atlas van de
Traditionele Landschappen in Vlaanderen’ zijn de
Vlaamse Ardennen en de Zwalmstreek anno 2000
twee aparte regio’s. Vermits de Zwalm de hele
Vlaamse Ardennen doorkruist, is de Zwalmstreek
echter een inherent onderdeel van de Vlaamse
Ardennen.
|
|
|
DE ZWALMBEEK
De ‘Zwalm’ moge dan het uitzicht en de
morfologie van een beek(je) hebben, eigenlijk is het een
heuse rivier - immers, hij mondt uit in de Schelde, toch een
stroom. De Zwalmrivier is een waterloop van eerste categorie
met een stroomgebied van 11.535 ha en ontspringt in de
bosrijke omgeving van ‘ D’Hoppe’, een Vlaams gehucht van het
Henegouwse Vloesberg (Flobecq).
In deze bossen bevindt zich ook het hoogste punt van
Vlaanderen (157m). Vanuit deze bossen ontspringen op 100m
hoogte drie beekjes: de Molenbeek, de Sassegembeek en de
Dorenbosbeek. Door
Schorisse hun weg zoekend lopen ze tenslotte te
Nederbrakel ineen en vormen zo één beek: de Zwalm.
De Zwalm (op
onderstaande kaarten aangeduid met (S 266), slagader van de Vlaamse
Ardennen, is samen met de Rhosnes en de Hene de voornaamste rechter
bijrivier van de Middenloop van de Schelde. Ze is onbevaarbaar. De
totale lengte vanaf de bron bedraagt 21.750 m en vanaf haar ontstaan in
Brakel ongeveer 14 km. Haar bekken beslaat een oppervlakte van 144 km²
en omvat grote gedeelten van de fusiegemeenten
Brakel,
Zottegem en
Zwalm.
Het
hydrografisch bekken van de Zwalm behoort tot het stroomgebied van de
Schelde en omvat een afwateringsgebied van ca. 11.400 ha en omvat een
groot gedeelte van de fusiegemeenten Brakel, Zottegem, Zwalm en
Horebeke.
Op de Zwalmrivier zijn door de Landelijke
Waterdienst 4 automatische klepstuwen geplaatst die operationeel zijn
sinds 1981, namelijk aan de Terbiestmolen,
de Ijzerkotmolen,
de Zwalmmolen en
de Bostmolen. Deze stuwen hebben
tot doel de vroeger regelmatig voorkomende overstromingen tegen te gaan. |
 |
|

Bovenstaande figuur stelt de diverse geregistreerde beken van het
Zwalmbekken voor.
|

Het bekken van de Zwalm en het bekken van de Stampkotbeek
|
|
|
|
In het Zwalmbekken
kunnen een aantal subbekkens worden onderscheiden:
- bekken van de Verrebeek (S 294), 367 ha. - bekken van de Molenbeek (S 289), 1570 ha. - bekken van de Marebeek (S 287), 228 ha. - bekken van de Dorenbeek (S 286), 341 ha. - bekken van de Boembeek (S 284), 276 ha. - bekken van de Traveinsbeek (S 282), 1105 ha. - bekken van de Moleneek (S 277), 1396 ha. - bekken van de Passemarebeek en de Zwedebeek (S 275), 698 ha. - bekken van de Wijlegembeek (S 274), 340 ha. - bekken van de Waalbeek (S 272), 120 ha. - bekken van de Peerdestokbeek (S 267), 2263 ha.
Debietgegevens: jaarlijks gemiddeld debiet te Nederzwalm: ca. 0,80 m3
/ sec (gemeten over de periode 1967-1978) |
Het
(veel kleiner) hydrografisch bekken van de Stampkotbeek-Munkbosbeek
(S 265) bevindt zich onmiddellijk ten noorden van het Zwalmbekken en
omvat een afwateringsgebied van 1362 ha.
|
|
N° van de beek |
Lengte in m |
Naam van de beek |
Oppervlakte
|
S 266
S 267
S 269
S 270S 272
S 273
S 274
S 275
S 276
S 277
S 278
S 280
S 281
S 282
S 283
S 284
S 285
S 286
S 287
S 289
S 290
S 291
S 292
S 293
S 297
S 298
S 294
S 296
S 299
S 265
|
20.950
8.230
2.900
1.8002.250
800
3.180
4.500
2.070
5.900
2.600
1.400
450
6.080
1.250
1.900
1.570
1.900
2.000
5.100
700
1.800
1.200
2.200
500
1.100
2.600
1.400
1.100
7.380
|
Zwalm +
Dorenbosbeek
Peerdestokbeek of Moldergembeek + Boekelbeek of Perlinkbeek
Krombeek
Fonteinbeek of Roelbeek
Waalbeek +
Meierbolbeek
-
Wijlegemsebeek
Passemarebeek
Zwedebeek
Molenbeek
Betelhovebeek
-
-
Traveinsbeek + Erwetegemsebeek
-
Boembeek
-
Dorrebeek
Marebeek
Molenbeek (Nederbrakel)
Kouterbeek
Slijpkotbeek
Roosmeerbeek
Vanbuikbeek
-
Sassegembeek
Verrebeek
Keirmelkbeek
-
Stampkotbeek -
Munkbosbeek
|
11.411 ha
2.263 ha
120 ha
143 ha
370 ha
698 ha
1.396 ha
+ 5.296 : 1.105
276 ha
128 ha
341 ha
228 ha
1.570 ha
367 ha
bij S 262 en S 283
105 ha
1.362 ha
|
|
 |
De Zwalm wordt gevormd in
Brakel, aan de voet van de Toep (86 m), door de samenvloeiing van de
Molenbeek en de Dorenbosbeek. Deze beide beken worden zelf gevormd door
de samenvloeiing van verschillende beekjes, die elk hun eigen bron
hebben, ergens op de noordelijke hellingen van de heuvels van
de Vlaamse
Ardennen, op hoogten die variëren van 80 tot 120 m. Voor de Molenbeek
liggen deze bronnen vooral in het Brakelbos en in het Bezotsebos, voor
de Dorenbosbeek in het Livierenbos. Daardoor kan men de bron van de
Zwalm niet situeren : de Zwalm heeft verscheidene bronnen. Waar de Zwalm
begint, bedraagt de hoogte 32 m. De Zwalm vloeit dan noordwaarts voort
door Michelbeke, Rozebeke tot Roborst. Daar buigt hij af naar het
westen, komt door Munkzwalm en mondt uit in de Schelde op 10 m hoogte te
Nederzwalm, 10 km ten noorden van Oudenaarde. Het verval bedraagt dus
ongeveer 1,5 m per km. Van dit verval heeft men nuttig gebruik gemaakt
voor het bouwen van watermolens op de rivier.
Op zijn loop naar de Schelde,
doorheen een golvend landschap, doet de Zwalmbeek achtereenvolgens
Michelbeke,
Rozebeke,
Roborst,
Munkzwalm
en St.Maria-Latem
aan vooraleer ter hoogte van het zgn. ‘Zwalmgat’ te
Nederzwalm
in de Schelde uit te monden. |
|
|
Vele beekjes, alle gevoed door
bronnen, stromen in de Zwalm. Bij de samenvloeiing met de Schelde (op
10m hoogte), op de grens van Welden (deelgemeente van Oudenaarde) met
Nederzwalm, is het typische karakter van de Zwalmvallei niet meer
aanwezig: hier is men nl. al aanbeland in de alluviale vallei van de
Schelde.
Zoals de meeste rivieren en
beken in Vlaanderen stroomt de Zwalm in een asymmetrische vallei, de
oostelijke of noordelijke valleihelling is twee tot driemaal steiler dan
de zachte westelijke of zuidelijke helling.
Het gebied wordt door talrijke
kleine valleien grillig doorsneden door de bijrivieren van de Zwalm. In
het noorden vloeit de Zwedebeek, de Passemarebeek en de Molenbeek. In
het oosten de Traveins- of Deinsbeek, en in het gebied van St.
Maria-Oudenhove de Marebeek en de Zegelaarbeek. Op de linkeroever van de
Zwalm zijn dat in het noorden de Peerdestokbeek (verlengde van de Boekel-
of Moldergembeek), de Waalbeek (of Meierbolbeek) en de Wijlegembeek. In
het westen, in het gebied van Michelbeke, de Boembeek en de Dorenbeek,
en in het gebied van Nederbrakel de Kouterbeek en de Slijpkotbeek. In
het zuiden tenslotte, de Molenbeek en Dorenbosbeek.
De diepe insnijding van de
Zwalm en zijn bijbeken zorgt voor het typische landschap van de
Zwalmstreek, waarbij bomenrijen in valleien tussen heuvels het
kronkelend verloop van de beken weergeven.
De vallei van de Munkbosbeek wordt dikwijls tot de
Zwalmstreek gerekend. Het is dan ook een bijna identieke vallei als die
van de Zwalm – wél tienmaal kleiner maar daarom niet minder mooi. De
Munkbosbeek,
die ontspringt nabij de Munkboshoeven van Velzeke (deelgemeente van
Zottegem), ligt trouwens bijna volledig op het grondgebied van de
gemeente
ZWALM.
|
|
Op de Zwalm en zijn zijbeekjes vinden we nu nog 13
watermolens, waarvan de meeste echter sterk aangevreten zijn door de
tand des tijds. In Zwalm zelf zijn er nu nog vijf watermolens
terug te vinden: de Boembekemolen
te Rozebeke, de Bostmolen
te Roborst, de
ZWALMMOLEN
te Munkzwalm, de Ijzerkotmolen
te St-Maria-Latem en de Ter Biestmolen
in Nederzwalm. Met de tijd hebben ze een andere bestemming gekregen,
meestal als cafetaria en/of tentoonstellingsruimte.
De andere molens, gelegen langs
de rustige zijbeekjes, zijn te Nederbrakel op de Slijpkotbeek de
Slijpkotmolen, te Velzeke op de Meulebeke de Driesmolen, te Strijpen op
de Traveinsbeek de Van Den Borremolen, te Elene de Elenemolen, te
Hundelgem op de Passemaregracht Pede's molentje
en tenslotte op de Peerdestok- of
Boekelbeek te Elst de
Perlinckmolen, te St-Denijs-Boekel de
Moldergemmolen en te
Nederzwalm de Vander-lindensmolen.
|

|
Om de waterstand van de
Zwalmrivier beter onder controle te krijgen en zo overstromingen te
kunnen voorkomen werden in 1981 door het ministerie van Landbouw een
viertal automatische sluizen gebouwd in de directe omgeving van vier
watermolens op de Zwalmrivier.
|
De zuivering van de
rivier... In
1989 startte men met een even ambitieus als dringend
waterzuiveringprogramma, mede onder toenemende druk van milieubewegingen
en... de toeristen. Een eerste hindernis die moest genomen worden was
het uitvoeren van de rioleringsplannen der betrokken gemeenten (Zottegem,
Brakel, Horebeke en Zwalm). Zo was toen in Zwalm slechts maar 30% der
woningen aangesloten op het rioleringsnet (meer gedetailleerd:...). Een
tweede zaak die moest aangepakt worden, waren de gekende sterke
industriële verontreinigers en de verontreiniging door de landbouw
(....). Tot slot moest ook werk gemaakt worden van de zuivering van het
huishoudelijk afvalwater, dat in de Zwalm terecht kwam. Er werd
geopteerd voor de aanleg van collectoren en een waterzuiveringstation.
De totale potentiële verontreiniging
binnen het Zwalmbekken werd in 1988 geraamd op 55.000 i.e. (=
inwonersequivalent
*). Daarvan werden ongeveer een kleine 30.000 i.e. geloosd via de riolering, verspreid over ongeveer 80 lozingspunten
met als belangrijkste lozingspunt het eindpunt van de toen al bestaande
collector langs de Betelhovebeek (ca.11.000 i.e.). Rekening houdend
hiermee, met de graad van uitvoering van rioleringsaanleg stroomafwaarts
dit lozingspunt en rekening houdend met de waterkwaliteit werden
aanvankelijk 2 oplossingen naar voor geschoven voor de aanvangssanering
van het Zwalmbekken:
1) de bouw van een
zuiveringsstation aan het eindpunt van de bestaande collector
2) de verdere
doortrekking van de collector stroomafwaarts langsheen de Molenbeek en
verder langs de Zwalm tot aan de voorgestelde inplantingplaats van het
zuiveringsstation met aansluitend de bouw ervan.
Uiteindelijk werd gekozen voor de laatste
oplossing om volgende redenen:
a) de bijkomende aansluiting van het goed gerioleerde
centrum van Velzeke met inbegrip van het psychiatrisch ziekenhuis
aldaar.
b) het engagement van de stad Zottegem om in samenhang
met de aanleg van de collector Molenbeek een aantal ontworpen
rioleringswerken uit te voeren ten einde het rendement van de
aan te
leggen collector te verhogen.
c) de besprekingen met de verantwoordelijken van het in
Velzeke gevestigde slachthuis waarvan het afvalwater geloosd werd in de
Passemarebeek en na fysicochemische voorzuivering
aangesloten werd op de
collector.
d) de betrachting om aldus zowel het bekken van de
Molenbeek als van de Passemarebeek integraal te saneren en een gunstige
invloed te bekomen op de kwaliteit van de Zwalmrivier zelf.
e) de mogelijkheid om het slachthuisafvalwater (hoog
N-gehalte) samen met zoveel mogelijk huishoudelijk afvalwater te
behandelen ten einde de goede werking van de zuivering niet in het
gedrang te brengen.
f) de mogelijkheid te behouden om op termijn en
afhankelijk van de aanlag van bijkomende riolering in een later stadium
de afvalwaters van het deelbekken van de Traveinsbeek (ca. 5000 i.e.)
én
van Brakel aan te sluiten via een gebeurlijke uitbreiding van de toen
nog te bouwen zuiveringsinstallatie.
In uitvoering van deze beslissing dienden op korte
termijn volgende investeringen te gebeuren:
Voor de collector Molenbeek:
Voor het RWZI-Bruggenhoek:
De aanbesteding van het zuiveringsstation
had plaats op 27 juni 1989. Het station werd gebouwd voor een capaciteit
van 25.000 i.e. Het afvalwater wordt aan het begin van de installatie
tot een zekere hoogte opgevijzeld (opgepompt)aanvullen p.21
zal nog worden
vervolledigd...
* 1
inwonersequivalent is de vervuiling, gemiddeld per inwoner/per dag
geloosd. |
 |
 |
 |
 |
|
Het 'Omer Wattez'-pad tussen
de Bruggenhoek en de Zwalmmolen. |
|
|
Laatste update
zaterdag 31 oktober 2009
|