1. BOUDEWIJN I met de Ijzeren
Arm (877-879)
Hij was gouwgraaf in
West-Francië en ambtenaar van de Franse
koning. Hij huwde in 862 met
Judith, de dochter van de Franse koning Karel de Kale. Hij verenigde manu
militari enkele gouwen (o.a. Vlaanderen
en Aardenburg) tussen de Schelde en de
Noordzee en legt daarmee de territoriale
basis van het graafschap Vlaanderen. Hij
wist de eerste invallen van de
Noormannen met succes te beteugelen.
2. BOUDEWIJN II de Kale
(879-918)
Hij was de zoon van
Boudewijn I met de Ijzeren Arm, was
gehuwd met Elftrudis, een dochter van
Alfred de Grote.
Hij maakte handig
gebruik van nieuwe en heviger aanvallen
van de Noormannen, die tussen 879 en 891
onze gewesten infiltreerden met heuse
legers, om een aantal verlaten gouwen in
de Scheldevallei en de kustpolders
geweldloos te annexeren. Hierdoor
verwierf hij een aaneengesloten gebied
en was hij de feitelijke stichter van
het graafschap Vlaanderen.
3. ARNULF I (de Grote of de
Oude) (918-965)
Zoon van Boudewijn II
de Kale; de vroegtijdige dood van zijn
zoon Boudewijn III in 962 bracht de
erfelijke troonopvolging in gevaar.
Arnulf regelde dit probleem door zijn
graafschap tot aan de meerderjarigheid
van zijn kleinzoon Arnulf III aan de
Franse koning Lotharius toe te
vertrouwen. Hij leidde zijn
graafschap met sterke hand en vertoonde
een sterke expansiedrang: hij breidde
zijn graafschap naar het zuiden uit tot aan de Somme.
Hij steunde de kloosterhervormingen va
Gerardus van Brogne, die vooral
betrekking hadden op het herstel van de
tucht.
4. ARNULF II (965-976-988)
Hij was amper 5 jaar
oud toen zijn grootvader Arnulf I
overleed en moest tot aan zijn 16de
regeren onder de voogdij van de Franse
koning Lotharius. Hij huwde met de
Italiaanse Rosalia-Suzanna en stierf
jong op 28-jarige leeftijd. Arnulf II was een
zwakke overgangsfiguur. Bij zijn
aantreden in 976 kreeg hij van de Franse
koning de zuidelijke veroveringen van
zijn grootvader niet terug terwijl de
rest van zijn graafschap verdeeld was in
kleinere entiteiten waarover
familieleden het feitelijk gezag
uitoefenden. De Franse koning buitte
deze zwakte uit, door binnen te vallen,
maar de Duitse keizer dreef hem terug.
1. Een Duitse
burcht te Ename - om zich tegen
de agressie van Vlaanderen en Frankrijk te
verdedigen liet de Duitse keizer Otto II op de
rechter Schelde-oever te Valenciennes, Antwerpen
en Ename versterkte grensposten bouwen. In Ename
geschiedde dat in
974.De
grenspost bestond uit een donjon (versterkte
toren) met een residentieel paleis, een kerk en
een kapittel van kanunniken. Het markgraafschap
Ename werd toevertrouwd aan het geslacht
Ardennen of Verdun, zeer trouwe leenmannen van
de Duitse keizer. Het markgraafschap Ename
omvatte de oude Karolingische gouwen
Chièvres (Ath) en Biest (Aalst).
2. Kooplieden - in de 10de
eeuw, toen de Noormannen verdreven waren, kwam
de handel weer schuchter op gang. Er kwam een
nieuwe categorie: de kooplieden (gewezen
ambachtslui en horigen-avonturiers, die
rondtrokken) het statische hofstelsel vervangen;
ze namen hun producten mee en vestigden zich op
'strategische trefplaatsen', in de nabijheid van
een versterking/een wegenkruispunt. Ename had
beide kwaliteiten.
5. BOUDEWIJN IV (met de
Baard)(988-1035)
Ook hij was nog
minderjarig bij de dood van zijn vader.
In afwachting van zijn aantreden werd
het graafschap bestuurd door zijn moeder
Rosalia-Suzanna en haar tweede
echtgenoot Robert, zoon van de Franse
koning Hugo Capet. Boudewijn IV
herstelde het grafelijk gezag en lag
continu in de clinch met de Duitse
keizer omtrent het leenmanschap van de
gebieden op de rechteroever van de
Schelde. In 1012 kreeg hij Zeeland en de
Vier Ambachten (Assenede, Axel,
Boekhoute en Hulst) in leen van de
Duitse keizer.
Hiermee was de basis voor Rijksvlaanderen gelegd!
1. Ename,
kortstondige bloei en plotse
val! De versterkte grenspost
Ename, uitgegroeid tot een welvarende haven-,
handels- en maarktnederzetting met
prestedelijke allures, stak de ogen uit van
de graaf Boudewijn IV; zijn manschappen
veroverden Ename en vernielden het.
2. Vlaamse
burchten op de linker
Schelde-oever: de graaf van
Vlaanderen bouwde op de westelijke
Schelde-oever op het domein van de heren van
Petegem rond 1000 drie 'mot'burchten, waarvn
één te Oudenaarde; deze 'turris
Aldenardensis' bevond zich in de buurt
van de huidige Burgschelde en is historisch
dé kiem van de stad Oudenaarde.
Toen vanaf het einde
van de 10de eeuw de
Scheldevallei dus toch uitgroeide tot
een conflictzone, maakte graaf Boudewijn
IV de militaire vesting en het bloeiende
havenstadje Ename met de grond gelijk.
6. BOUDEWIJN V (van
Rijsel)(1035-1067)
Boudewijn V van
Rijsel zette de expansiepolitiek van
zijn vader verder en wist het grafelijk
gezag en imago te verstevigen.
Met de formele
aanhechting van het land van Aalst
(1047) – d.i. het gebied tussen Schelde
en Dender) –, ingevolge een ruil, en
enkele kleinere entiteiten, completeerde
Boudewijn V het politieke plan van zijn
vader. Dit betekende dat de Dender
voortaan de grens vormde met het
herttogdom Brabant en het graafschap
Henegouwen. De gebieden in het
Scheldebekken, die de graaf in leen
hield van de Duitse keizer, werden
voortaan Rijksvlaanderen genoemd. De
overige gebieden, in leen van de Franse
koning, behoorden tot Kroonvlaanderen.
Onder Boudewijn V van
Rijsel kwam de regio, nu bekend als onze
Vlaamse Ardennen, voor het eerst sinds
mensenheugenis onder één gezag.
Met het oog op de
versteviging van zijn machtspositie in
het pas geannexeerde gebied bouwde
Boudewijn VI in 1068 nabij de
strategisch gelegen parochie Hunnegem
een burcht, waarrond de stad
Geraardsbergen tot ontwikkeling kwam.
Ook de Dendersteden Aalst en Ninove
groeiden uit tot militaire steunpunten.
Op bestuurlijk vlak stond de burggraaf,
als vertrouweling van de graaf van
Vlaanderen, aan het hoofd van het Land
van Aalst.
1.Ename: van burcht tot
abdij - na de militaire val onder Boudewijn
IV kwijnde ook de eraan verbonden
handelskern in een mum van tijd weg. Op
de verlaten site stichtte Boudewijn V in
1063 een benedictijnenabdij. Deze
Sint-Salvatorabdij zou tot aan het einde
van het Ancien Regime een grote rol
spelen in de agrarische, economische en
culturele ontwikkeling van Oudenaarde en
omgeving.
2.Oudenaarde ontkiemt en
groeit - De handelsfunctie van Ename werd
overgenomen door een nieuwe
nederzetting, iets stroomopwaarts aan de
overkant van de Schelde nabij de burcht
van lokale heren: Oudenaarde - ontstaan
op een zandige verhevenheid rond de
Graenmarkt en een kerk, gebouwd op
initiatief van graaf Boudewijn V, de
Sint-Walburgakerk. Al in de 11de eeuw
ontplooide Oudenaarde industriële
activiteiten - er vestigden zich
handwerkers en stielmannen, die
gebruiksvoorwerpen en voedingswaren
verhandelden voor de lokale bevolking.
3.Het platteland - de
bevoorrechte ligging van Oudenaarde aan
de Schelde maakte de hele Vlaamse
Ardennen tot haar 'hinterland'.
7. BOUDEWIJN VI, ARNULF
III (de Ongelukkige), ROBRECHT I (de Fries)
(1067-1093)
Hij huwde in 1051 met
Richildis, de weduwe van de graaf van
Henegouwen. Hij onterfde de kinderen uit
haar eerste huwelijk, zodat hij zowel in
Vlaanderen als in Henegouwen de grafelijke
titel voerde.
Dit leidde na zijn dood
tot een familievete tussen zijn zoon Arnulf
III en zijn broer Robrecht de Fries.
Hoewel Arnulf III zowel
Vlaanderen als Henegouwen bestuurde,
berustte de feitelijke macht bij zijn moeder
Richildis. Arnulf sneuvelde tijdens de slag
bij Kassel, een treffen tussen het leger van
zijn oom en dat van zijn moeder. Die slag
werd gewonnen door Robrecht, zodat hij door
de Franse koning werd erkend als graaf van
Vlaanderen. Arnulfs jongere broer werd graaf
van Henegouwen.
Na enkele jaren van
verdeeldheid in de grafelijke familie trad
Robrecht als een sterke persoonlijkheid naar
voor en vertoonde zich ook op het
internationaal plan. Zijn macht steunde
daarbij meer op de stedelijke kooplui dan op
de adel. Op bestuurlijk vlak verving hij de
gouwen door kasselrijen (= een
plattelandsdistrict o.l.v. een kastelein of
burggraaf, wiens ambt erfelijk was en die
zowel bestuurlijke als rechterlijke
bevoegdheden kreeg).
1. Kasselrij Aalst - het
grootste gedeelte van de Vlaamse Ardennen
ressorteerde onder de Kasselrij Aalst (= het
land van Aalst): alle parochies en
heerlijkheden op de rechteroever van de
Schelde: alle huidige deelgemeenten van
Lierde, Zottegem, Brakel (behalve Everbeek),
Kluisbergen, Ronse, Maarkedal en ZWALM.
2. Kasselrij Oudenaarde -
werd pas rond 1200 afgesplitst van de
kasselrij Kortrijk en omvatte 33 parochies
op de linker Scheldeoever. Het
administratief centrum was 'De Stenen Man'
te Oudenaarde. Deze kasselrij omvatte alle
deelgemeenten van Kruishoutem en
Wortegem-Petegem.
3. Oudenaarde verdeeld!
Het grondgebied van de huidige stedelijke
agglomeratie Oudenaarde ressorteerde
derhalve bestuurlijk en administratief onder
twee kasselrijen met de Schelde als
natuurlijke grens.
Hoewel de
eigendomsverhoudingen vaak wijzigden, vormden
vele gemeenten tot het einde van de 12de
eeuw een afzonderlijke heerlijkheid. Vervolgens
zou rond de invloedrijke heren van Zottegem,
Rode, Boelare, Schorisse, Gavere en Herzele een
concentratiebeweging tot stand komen.
Omstreeks 1075 krijgen we
de eerste vermelding Sotenghem; rond 1090 werd
Horenbecca voor het eerst vermeld.
8. ROBRECHT II VAN JERUZALEM
(1093-1111)
Als zoon van Robrecht I
de Fries en diep-christelijk man, huwt
Robrecht II met Clementia, de zuster van
paus Calixtus II. Als trouwe vazal van de
Franse koning sneuvelt hij tijdens een
veldtocht.
Ook hij was een
diplomaat, die contacten onderhield op het
hoogste niveau. Door zijn familiale
relaties. Hij participeerde aan de eerste
Kruistocht (1096-’99).
1.De landbouw
liberaliseert - het domaniale hofstelsel
werd tussen de 11de en de 13de eeuw grondig geliberaliseerd
- de band tussen heer (domenicus) en zijn onderdanen werd
behoorlijk losser De boeren betaalden voortaan hun heer
(wiens gronden ze bewerkten) in functie van de reële
opbrengsten. In deze tijd werd ook het drieslagstelsel
ingevoerd - wintergraan, zomergraan, braak, die jaarlijks
wisselden van terrein.
2.Stad versus platteland - de
handelskernen groeiden in de 12de eeuw urbanistisch als
demografisch verder uit. Er was vooral artisanale
lakenproductie. Op het platteland produceerde men voedsel
voor eigen gebruik én voor de stedelijke consument.
3.Romaanse bouwkunst op
het platteland - zowel in de steden als op
het platteland werden Romaanse kerkjes in streekeigen
natuursteen gebouwd.
9. BOUDEWIJN VII (met de
Bijl) (1111-1119)
Het patriciaat deelt de
lakens uit!
10. KAREL DE GOEDE
(1119-1127)
11. WILLEM VAN NORMANDIË
(1127-1128)
12. DIEDERIK VAN DEN ELZAS
(1128-1168)
13. FILIPS VAN DEN ELZAS
(1168-1191)
Toen graaf Filips van den
Elzas in 1165(?) de bezittingen van de heren
van Aalst verwierf, verplaatste het
zwaartepunt van het politieke en militaire
zich van Geraardsbergen naar de stad Aalst.
14. BOUDEWIJN VIII DE MOEDIGE
(1191-1194)
15. BOUDEWIJN IX VAN
KONSTANTINOPEL (1194-1205)
Vanaf de 13de
eeuw stond te Aalst een baljuw aan het hoofd
van de overkoepelende rechtbank het
Leenhof Ten Stene, en de bronnen maken
in 1367 voor het eerst melding van het Landscollege als overkoepelend
bestuursorgaan van het Land van Aalst.
Hierin zetelden naast de steden Aalst en
Geraardsbergen ook de vijf belangrijkste heerlijkheden (of
roeden of baanderijen) als vertegenwoordigers van
het platteland; het waren het Land van Rode
(19 dorpen), het Land van Boelare (12
dorpen), het Land van Zottegem (12 dorpen),
het Land van Gavere (11 dorpen) en hetLand
van Schorisse (8 dorpen).
21 Dorpen waren "’s
graven propre" eigendom en de resterende
"diverse prochiën" behoorden toe aan
een binnen- of buitenlandse heer.
Oudenaarde officieel stad - omstreeks
1200 kreeg Oudenaarde het stadsrecht, waarna de
handelsnederzetting, waartoe Oudenaarde was uitgegroeid werd
versterkt met een gracht en een aarden wal. Vier
stadspoorten gaven toegang tot de stadskern. In deze periode
werd ook het O.L.Vrouwhospitaal gebouwd - toen nog een
opvangcentrum voor pelgrims en reizigers.
Wolnijverheid en
lakenhandel
Als held van de Vierde Kruistocht
(1202-1204) werd Boudewijn IX na de verovering van
Konstantinopel tot keizer Boudewijn I van het Latijnse
keizerrijk gekroond (1204). Nadien 'verdween' hij onder
nooit opgehelderde mysterieuze omstandigheden tijdens een
gevecht met de Bulgaren. Vlaanderen zag hem niet meer terug.
16. JOHANNA VAN
KONSTANTINOPEL (1205-1244)
1. Het Pamele van
Arnulf IV introduceert de Scheldegotiek
2. Oudenaarde
3. Ook Ronse wordt
stad
17. MARGARETHA VAN
KONSTANTINOPEL (1244-1278)
Jongere zus van Johanna; haar eerste
huwelijk (1212) werd (na de geboorte van 3 zonen!!)
ontbonden(!) omdat haar echtgenoot voor het huwelijk al tot
subdiaken was gewijd en subdiakens niet mochten huwen...
Haar tweede huwelijk (1223) met Willem van Dampierre. Er
waren strubbelingen tussen de familie van haar eerste
echtgenoot, de Avesnes en de Dampierres. Door het Verdrag
van Parijs (1246) regelde de Franse koning deze kwestie:
Henegouwen ging naar de Avesnes, Vlaanderen naar de
Dampierres.
Kloosters in de 13de
eeuw - Een waardemeter voor het imago en de
uitstraling van een middeleeuwse stad was de aanwezigheid
van (een) klooster(s).
18. GWYDE VAN DAMPIERRE
(1278-1305)
1.Stad en heerlijkheid
Ronse - in 1280 verkocht de abdij van Inde
haar nog resterende bezittingen en rechten - het zgn. 'tenement'
- aan Gwyde van Dampierre, die ze op zijn beurt in 1289 aan
zijn zoon Gwyde van Namen in leen gaf. In 1293 kocht de
laatstgenoemde de stad Ronse af van de heer van Wattripont.
De "Stad en de Heerlijkheid Ronse" was geboren ! Ronse
behield haar stedelijke vrijheid en autonomie en was tevens
een uitgestrekte heerlijkheid met 7 lenen.
2.Abdij van Beaulieu te
Petegem
3.Petegem-weg-van-de-Schelde
4.Oudenaarde
19. ROBBRECHT III VAN BÉTHUNE
(1305-1322)
De opeenvolging van
hongersnoden (voor het eerst in
1315-’17) en de pestepidemies (de Zwarte Dood) maakten aan de
welvaartsgroei van de gehele voorgaande
eeuw.
20. LODEWIJK I VAN NEVERS
(1322-1346)
Oorlogen zouden in deze
periode dood en vernieling zaaien en het
uitbreken in 1337 van de 100-jarige oorlog
tussen Engeland en Frankrijk brengt de
Vlaamse textielindustrie zware klappen toe.
De bevolking daalt met ruim één derde!
21. LODEWIJK II VAN MALE
(1346-1384)
22. MARGARETHA VAN MALE
(1384-1405)
|