|
|
|||||
|
|
|
||||
Na de Belgische onafhankelijkheid (1830) werd in opdracht van de regering een aanvang gemaakt met de studie om een treinverbinding aan te leggen tussen de havenstad Antwerpen en het Rijngebied; de studie werd toevertrouwd aan de ingenieurs Simons en de Ridder - grondleggers van onze Belgische spoorwegen. Op 1 mei 1834 ondertekende koning Leopold I een wet die het exploitatieprincipe van het spoorwegnet bepaalde. De aanleg van de eerste Belgische spoorlijn Brussel-Mechelen was 1 jaar later al een feit. Meteen werd de start gegeven voor de verdere uitbouw van wat nu het dichtste spoorwegnet ter wereld is geworden... De opening in juni 1834 van de spoorlijn Brussel-Mechelen werkte aanstekelijk op de rest van het land; het industriebekken van het Henegouwse kon best een 'snelle' verbinding met Brussel gebruiken en ook met West-Vlaanderen en noord-Frankrijk. In Vlaanderen werd de spoorlijn tussen Ath en Aalst aangelegd door de Compagnie 'Dendre & Waes'. Vanaf 1860 werden 'de Staatsspoorwegen' verder uitgebouwd:de 'ijzerenweg' van 's Gravenbrakel naar Gent werd ingereden in 1867.
Op 15 april 1866 startten de werkzaamheden aan de spoorverbinding tussen Oudenaarde en Kortrijk en de lijn Denderleeuw-Oudenaarde-Kortrijk werd opengesteld op 14 december 1868 als lijn n° 89: de eerste stoomtrein reed tussen Kortrijk en Denderleeuw - de lijn werd uitgebaat door de nieuwe 'Société Général d'Exploitation de Chemin de Fer', die in de plaats kwam van een hele rist andere maatschappijtjes. Een verbinding Aalst-Ronse kwam tot stand in 1875. Op deze beide spoorlijnen vormde Zottegem zowat het middelpunt. De spoorweg bracht meer welvaart in de streek. Waar aanvankelijk het hoofddoel was geweest het goederenvervoer tussen de industriegebieden en het hoofdstedelijk gebied te bevorderen, bleek alras dat het reizigersvervoer misschien nog meer succes kende. Langs de mijnwerkersroute (zoals de spoorlijn Aalst-Ronse algauw werd genoemd) trokken duizenden kompels naar de koolputten van de Borinage. Wie in eigen gemeente geen werk vond kon voortaan ook gaan werken in Brussel, Gent, Geraardsbergen, Aalst. Talrijke kleine en middelgrote bedrijfjes (bvb. kachel- en schoenmakerijen, breigoed-ateliers) kwamen tot bloei. De eerste wereldoorlog zette een domper op deze ontwikkeling. Het spoorwegknooppunt Zottegem werd het mikpunt van vliegtuigaanvallen, wat naast schade aan de infrastructuur heel wat slachtoffers met zich bracht. In 1986 werd de lijn Zottegem-Kortrijk geëlektrificeerd. |
|||||
|
Bronnen: Het Nieuwsblad-De Gentenaar 4 juni 1987 |
|||||
|
|
|||||
|
|||||