St-Blasius-Boekel  Homepage


 HET ROEMRIJKE GESLACHT

 VAN  DE

HEREN VAN SCHORISSE


 


De heerlijkheid Schorisse (Fr. ‘Escornaix’) was één der belangrijkste Vlaamse baronieën, samen met Gavere, Boelare en Rode. Die baronnen, ‘Bers van Vlaanderen’ – ze noemdem zichzelf ook ‘Beer’ – waren machtige heren, die evolueerden in de hoogste kringen en rijk genoeg waren om er een eigen ruiterij op na te houden. Op de slagvelden vochten zij onder hun eigen bannier (vandaar de naam ‘baanderheer’ of ‘baron’).

Schorisse omvatte de parochies Schorisse, Mater, Zegelsem, Horebeke, Rozebeke, St.Blasius-Boekel, Elst en Welden. Het feodaal slot stond te Schorisse, was omringd door grachten en vijvers en werd gebouwd door Arnould I in het begin van de 13de eeuw.

Arnould I

De stamvader van het geslacht, Arnould I, was een telg van het machtige geslacht van Gavere: zijn vader en voorvaders deden mee aan de kruistochten en maakten deel uit van het entourage van de graven van Vlaanderen. Met zijn vader en broers streed Arnould in de slag van Bouvines (1214) tegen de Franse koning, werd gevangen genomen en na betaling van een losgeld weer vrijgelaten. Later werd hij raadsheer van gravin Jeanne van Vlaanderen en ambassadeur aan het hof der Franse koning. Zijn naam komt veelvuldig voor in ‘het Cartularium van de abdij van Ename’, wanneer hij gronden schenkt aan de abdij.

Arnould I kreeg de heerlijkheid Schorisse in zijn bezit door zijn huwelijk met Margareta. Hij eindigt zijn dagen als monnik in het Gentse klooster (dat gelegen was op de plaats waar het voormalige Gentse Justitiepaleis kwam, tegen de Kouter).

Arnould II

Over hem is niet zoveel bekend. Vermoedelijk sneuvelde zijn oudste zoon, Arnould, in de slag van Walcheren. Baudouin d’Avesnes (geschiedschrijver) noteert: "Messire Erars de Chancenay il fut mors, et messires Rasses de Gavres, messires Ernous d’Escornay, cousins germains à Monseigneur Rasson, et plusour autre chevalier…".

Jean I (Jan)

Is getrouwd met Wilhelmine van Waver. In 1288 bevindt hij zich op het slagveld van Woeringen waar hij zich, in het gezelschap van zijn oom Raes en zijn neven Raes, Filip en Sohier van Gavere, een dappere strijder toont. Lodewijk van Velthem vermeldt ze allen in zijn "Spieghel Historiael". Ook in de schermutselingen tussen graaf Gui de Dampierre en de Franse koning Filips de Schone is hij altijd van de partij.

Hij werd door Dampierre naar de paus in Rome gestuurd om er te pleiten voor diens dochter Philippine, wiens verloving met de zoon van de Engelse koning verbroken werd, omdat hij wilde trouwen met de dochter van de Franse koning Filips de Schone. De paus moest de Engelse koning verplichten de huwelijksbelofte van zijn zoon na te komen. De paus kwam echter niet tussenbeide…

Jan overleed in 1301 en werd begraven in het Oudenaardse Recolettenklooster, dat nog door zijn vader was opgericht.

Jean II

In deze woelige jaren is Vlaanderen geannexeerd geraakt door Frankrijk, de graaf van Vlaanderen gezet in Compiègne. Jean II neemt waarschijnlijk deel aan de Guldensporenslag in 1302 – in ieder geval neemt hij erna deel aan de onderhandelingen tussen de graaf van Vlaanderen en de Franse koning. Zijn naam prijkt op niet minder dan 46 charters, die opgesteld worden tussen 1303 en het jaar van zijn dood 1313.

Arnould III

Volgt Jean II op in 1312 maar hij sterft reeds in 1316.

Arnould IV

Zijn zoon volgt hem op. In 1339 komt zijn naam voor in het verdrag tussen de Franse koning (of is het de Vlaamse graaf?) Lodewijk van Nevers en Jan II, hertog van Brabant. Zijn zegel hangt ook aan het belangrijke charter (93 op 71 cm groot!) van de Federatie van de Vlaamse, Brabantse en Henegouws-Hollandse gemeenten, die hun band met Frankrijk verbreken. Hij is bovendien raadsheer bij de nieuwe graaf van Vlaanderen, Lodewijk van Male.

Arnould V

Is de zoon van Arnould IV, ook raadsheer bij graaf Lodewijk van Male, en gehuwd met Jeanne de Roye, die een enorme bruidschat meebrengt; Arnould V wordt aldus één der rijkste mannen van Vlaanderen! Hij onderscheidt zich tijdens het beleg van Oudenaarde (1384) door de Gentenaars o.l.v. Jan Yoens en Filips van Artevelde. Zijn kasteel wordt door die Gentenaars geplunderd. Hij overlijdt in 1386. Van hem en zijn vrouw is het testament bewaard gebleven.

Arnould VI

Arnould VI erft de heerlijkheid, die nu ook is uitgebreid met heerlijkheden te Michelbeke, Nederbrakel, Elst, Maria-Lierde, St.Maria-Horebeke en St.Denijs-Boekel. Er zijn nu 82(!) lenen afhankelijk van de heerlijkheid.

De overige vier zonen en vijf dochters van Arnould V erven de rest, zijnde 3 kastelen, 6 dorpen, molens, alle domeinen in het land van Oudenaarde (met uitzondering van Berchem en Schorisse) en talloze renten in natura.

Eén dier dochters, Ysabeau, trouwt met Oudart Blondel van Joigny. Van hen vindt men nog het mausoleum in de kerk van Pamele.

Arnould VII

Erft de bezittingen van zijn vader in 1418. In zijn jeugd al vecht hij mee met de troepen van Filips de Goede. Raakt hij daarbij zwaargewond of is hij (later) slachtoffer van een ongeval of ziekte? Het is alleszins zijn vrouw Marie d’Aumont die verder zijn functies overneemt "…als vooght gemaect zijnde…". Op een schenking aan het klooster van Elsegem kan men lezen "…le dit seigneur de Scornay, encores vivant, combien qu’il soit de petit sens et entendement, comme chacun scet…" m.a.w. hij was "niet goed wijs". Arnould VII en Marie sterven beiden in 1463.

Arnould VIII

De tiende én meteen ook laatste heer van Schorisse, die gehuwd was met Sibille de Ligne.

Zijn naam komt al vóór de dood van zijn vader voor in tal van geschreven dokumenten maar hij doet vooral van zich spreken tijdens een beleg van Oudenaarde (opnieuw door Gentenaars) in 1452. Toen rukten 30.000 Gentenaars op naar Oudenaarde, vestigden hun legerkamp op de Edelareberg. Op een vlot sleepten ze via de Schelde hun ultieme wapen aan, het fameuze kanon ‘Dulle Griet’(15 voet lang). Het verzet van Oudenaarde werd georganiseerd door Arnould en zijn schoonbroer Simon de Lalaing; ook hun edele gades voelden zich niet te beroerd om manden met stenen aan te voeren op de stadsmuren. Ondanks een list van de Gentenaars, die twee (weliswaar wildvreemde) kinderen onder de stadsmuren bracht met de kreet "wij hebben uw kinderen ontvoerd uit uw kasteel, geef de stad over of wij doden ze!!" gaf Simon de Lalaing niet toe. "Ik was ridder voordat ik vader werd", zei hij toen. Toen de belegerde Oudenaardisten op een nacht vernamen dat de graaf van Etampes hen met zijn leger te hulp kwam en zich al in Petegem bevond, stormden de Oudenaardse burgers in nachtgewaad(!) op de totaal verraste Gentenaars af; deze werden overrompeld, en 3000 van hen werden gedood. Bij hun snelle terugtocht moesten ze zelfs hun fameus kanon achterlaten.

Hij krijgt (‘slechts’) één dochter, "Jacqueline de Gavre, douarière de Sottegem, dame d'Escornaix, et. Veuve", die trouwt met Jean van Luxemburg. Hun huwelijk blijft kinderloos en Jacqueline sterft in 1505, nadat Jean al eerder overlijdt in ?.

De voornaamste erfgenaam van de baronie van Schorisse is Charles de Lalaing, een kleinzoon van de oom van Jacqueline, Simon.

 

BESLUIT

Van het kasteel is niets meer over: al op de 17de eeuwse gravure in Sanderus’ "Flandria Illustrata" gelijkt het afgebeelde kasteel niet meer op het eens zo machtige feodale slot met zijn vier reusachtige torens.

Van het herengeslacht van Schorisse resten enkel nog hun grafstenen in de kerk en, piepklein verborgen in het wapenschild van Schorisse (tussen de banale en historisch niet-verantwoorde emblemen van de deelgemeenten) het eens zo trotse wapen van "goud met dubbele streep-binnenzoom van sinopel, gelelied binnen en buiten, met keper van keel over het geheel".

Gedistilleerd uit een studie (in het Frans), opgesteld door Graaf Guy de Liedekerke,
 en in 1956 verschenen in een nummer van de Geschied- en Oudheidkundige
Kring van Oudenaarde 1956.
(Bron: ‘Businarias’ – 5de Jg, nr 13, jan 2001 – pp. 10-13 – Dirk de Meerleer)

 

Laatst bijgewerkt 18.12.2009

Terug naar       
Mijn Homepage  Homepage Zwalm  Homepage Munkzwalm