|
|
||||||
|
DE LANDBOUW ZOALS DIE WAS...
|
||||||
| DE AKKER | ||||||
|
|
||||||
|
DE BIETENTEELT |
||||||
|
|
|
|
||||
| DE AARDAPPELTEELT | ||||||
|
De landbouw in de Vlaamse Ardennen De streek In het hele vraagstuk rond de ontsluiting van de Vlaamse Ardennen is er één aspect dat soms over het hoofd wordt gezien, en dat is de landbouw. Het Ministerie van Landbouw maakte onlangs de resultaten bekend van een studie daarover in onze streek. Hieronder zijn die beknopt weergegeven. De kern van de toeristische Vlaamse Ardennen in zuid-Oost-Vlaanderen vormt de as Oudenaarde-Ronse, waarnaast ook bepaalde centra te onderkennen zijn, zoals Kluisbergen, Brakel, Geraardsbergen, Munkzwalm en Zottegem. Het gebied is gekenmerkt door zijn heuvelachtig karakter, doorsneden met beken en rivieren. Er zijn de valleien, zoals deze der Schelde, van de Zwalm en van de Maarkebeek, en dat zorgt voor een natuurlijke schoonheid, die toeristisch te valoriseren is, maar het is tevens een gebied met uitgesproken landelijk karakter. Het aandeel van de landbouwgronden in de kadastrale oppervlakte bereikt in sommige kantons 80% van deze oppervlakte (bvb. de kantons Horebeke, Oudenaarde en Brakel). Voor België ligt dat gemiddelde op 49%! De landbouwbevolking bedraagt in het arrondissement Oudenaarde 7.24% van de totale actieve bevolking! Voor het Rijk bedraagt dit ca. 3,5%. Bodem - landbouwwaarde Het meest voorkomende bodemtype is de leemgrond. Weliswaar komt ook zandgrond voor rond Kruishoutem. Tussenin treft men zandleemgronden aan. De landbouwkundige waarde van de bodem is in het algemeen zeer goed. Op de leem- en zandleemgronden kunnen vrijwel alle landbouwteelten verbouwd worden, zelfs veeleisende zoals tarwe, luzerne en suikerbieten. Uiteraard zijn de soms zware kleigronden nat en moeilijk te bewerken. Ook op de sterk hellende terreinen is landbouw moeilijk - erosie is een niet denkbeeldig gevaar. De opbrengstmogelijkheden van de grond zijn zo goed dat de noodzaak om te zoeken naar andere inkomstenbronnen tot nu toe ontbrak. Bodemgebruik Ongeveer 40% van de landbouwnuttige gronden wordt ingenomen door weiden en grasland. De resterende 60% worden als volgt benut: - 32% graanteelt - 8% nijverheidsgewassen (suikerbieten, vlas, koffiecichorei, tabak, geneeskrachtige en aromatische planten en kruiden) - 7% aardappelen - 5% voedergewassen (voederbieten) - 6% voedergewassen (luzerne, melk- of deegrijpe maïs) - 2% andere Ten overstaan van het rijksgemiddelde betekent dit minder weide en grasland en meer akkerbouw, waarin de aardappel een voorname plaats inneemt. Die aardappelteelt blijkt vooral geconcentreerd in de streek rond Oudenaarde (in bepaalde gemeenten 18% van het totale landbouwareaal). Eerste opmerkelijke vaststelling is dat de oppervlakteverhouding tussen vlas- en suikerbietenteelt de voorbije 15 jaar totaal omgekeerd werd. Nu zijn er 329 ha bebouwd met suikerbieten tov 25 ha vlas. Een andere teelt in uitbreiding is de deegrijpe maïs, die is gaan overwegen op de voederbieten. Bedrijfsstructuur De bedrijfsstructuur van de landbouwondernemingen is zo uiteenlopend en gevarieerd dat het niet gemakkelijk is een grootste gemene deler te Toch is er al een zekere mate van sanering der bedrijfsstructuren gebeurd. Voor de jongere generatie, die zijn toekomst in de landbouw wil opbouwen, zijn er in een zo uitgesproken landelijk gebied levenskansen en mogelijkheden genoeg. De tussenkomst van openbare besturen om een gezond infrastructureel patroon op te bouwen waar het goed boeren en leven is, is hierbij wel onontbeerlijk. |
||||||
| MUNKZWALM Landbouwtelling 1846 (Bron: Annalen Oudenaarde - statistische gegevens, RAR 2977)
|
||||||
|
||||||