|
|
|

 |
LEES MEER OVER

 |
|
|
|
|
|
Ik werd geboren in de materniteit van het
O.-L-Vrouw-Hospitaal, Budastraat te Kortrijk - nu deel van de campus
'Groeninge' - op een woensdag, 21 mei 1952 om 6u55 's
morgens en ben dus van sterrenbeeld op 't randje gemini
(tweeling), met toch veel kenmerken van taurus (stier). Het
was een regenachtige dag...
|
 |
|
Mijn
kindertijd in Deerlijk
Van mijn
eerste levensjaren herinner ik me alleen enkele fragmenten, zoals
dat ik mee inwoonde bij mijn grootouders, de grote hond Bobbie (een
Mechelse herder) die me trouw gezelschap hield,de momenten dat ik
samen met mijn ouders, grootouders en kennissen(?) aan de overzijde
van de Pontstraat de in aanbouw zijnde woning (het latere
ouderlijk huis) ging bekijken…
|

Mijn éérste foto: in de kinderwagen. |

Bij moeder op de arm
met naast ons Bobbie |

Bobbie, mijn trouwe bewaker
|
|
|

Goedlachs... |

...met krullen,... |

...en (meestal) lief voor zusje Linda. |

In de aller-modernste
auto van toen... |

...en op de 3-wieler.
|
|
|
Kleuteronderwijs bij juffrouw Georgette en zuster Eufrasie
Ik liep
blijkbaar pas school vanaf de tweede kleuterklas, want over zuster
Regina, die de eerste ‘bewaarklas’ openhield, daarvan weet ik niets
(meer) - ik was een ‘moederskindje’, ik bleef liefst thuis 'dicht
bij moeders rok' en
voelde me angstig en verlaten elders. Het was een buurmeisje (van 'mijn einde
van de Pontstraat'), Magda Van Ooteghem, die
me ’s morgens aan de hand meenam naar school. Ik weet nog dat ik
‘soepgeld’ meekreeg om tijdens de ‘speeltijd’ ’s morgens een kom
soep te kopen bij de (strenge!) ‘soep’zuster ("potje breken is potje
betalen"). Mijn zusje, die harder
(en 'stouter') was dan ik, belandde in de eerste klas bij zuster
Godelieve, die beduidend strenger was dan zuster Regina
Juffrouw
Georgette
van de 2de kleuterklas was een goeie en graag geziene juf,
in tegenstelling tot juffrouw Yvette (haar collega uit de andere
tweede kleuterklas, die iets minder populair was, en die mijn
zus’je’ Linda trof).
Hét jaar
dat ik graag school liep was echter het jaar bij zuster
Eufrasie. Ze had het blijkbaar voor mij, want ik kreeg
bevoorrechte klusjes, zoals het wekelijkse samen met haar verschonen
van de vogelvolière, het onderhoud van de zandbak-in-de-klas, enz.
Zij leerde haar kleuters ook de eerste beginselen van rekenen, lezen
en schrijven, zodat we niet onbeslagen overgingen naar het eerste
leerjaar. Een zuster aan wie ik zeer warme herinneringen bewaar - ik
zie ze nog zo voor mij… |
|
 |
|
|
|
| |

Wat een belevenis!! Op een heuse
dromedaris...eh, pardon, kameel. |
|
|
|
|
|
Mijn verdere kinderjaren
Het
lager onderwijs
In
het eerste ‘studiejaar’ kwam ik bij meester Georges Baert
terecht, want omdat ik blijkbaar bij de ‘slim’sten was, leek dat voor
moeder dé aangewezen meester om rap te leren – in tegenstelling
tot meester ‘Gezelle’ (in casu Georges Degezelle), die als nogal
zacht en week stond aangeschreven en waarbij ‘de minder slimme’
leerlingen werden ingedeeld. Dat was trouwens een bewuste
politiek toen in de Gemeentelijke Jongensschool. De ‘slimmere’
leerlingen werden in een klas bijeengezet, de ‘tragere’ in een
andere klas. Concentratieklassen’-avant-la-lettre’ als het
ware…

Meester Georges Baert
1ste leerjaar |

Meester Noël Secember
2de leerjaar |

Meester Ignace Vandenbreede
3de leerjaar |

Meester Pol Nys
4de leerjaar |

Meester Van Hauwaert |

Meester Robert Cappon |
Handtekening
vervalst !
Het
eerste en gelukkig niet enige kattenkwaad uit mijn kinderjaren. Omdat ik van in de kleuterklas
blijk had gegeven niet van de domste te zijn, waren ieders
verwachtingen hooggespannen en de eerste punten uit het lager
bevestigden dat: meestal 9 of 10 op 10 op de wekelijkse
rapporten… Maar die ene keer was het tegengevallen: slechts een
7(!), met als gevolg een uitbrander van de directeur toen hij op
zaterdag de puntenboeken kwam uitdelen. Natuurlijk ook dat ik
met een ei in de broek huiswaarts trok. Naar wekelijkse gewoonte
moest het rapport ondertekend worden door één van de ouders,
hetgeen er bij mij op neer kwam dat moeder dat deed. Hoe dan
ook, dié keer bootste ik haar handtekening na en dat bleef,
verwonderlijk genoeg, onopgemerkt zowel voor mijn ouders als
voor meester Baert. Stomweg verklapte ikzelf, later dat
schooljaar, wat ik had uitgehaald – eigenlijk toch wel een
beetje trots op wat ik had ‘gekund’ – ik heb het mij beklaagd,
want stante pede moest ik met moeder mee terug naar school, voor
de meester én de directeur mijn snode daad nog eens opbiechten
en… wat ik toen als straf kreeg opgelegd, dubbel maken vanwege
moeder. En dit is het tarief dat ze ook zou hanteren tijdens
mijn hele verdere school’carrière’…
In
het tweede leerjaar zat ik bij meester Noël Secember, en hij
was het die mij (en vele anderen van zijn leerlingen) pousseerde
om mee te doen in zijn zangkoor, ‘het Mezennestje’. Een aantal
keren per week bleef ik na het einde van de schooluren dus met
andere leerlingen na om een paar uur te oefenen in de zangkunst
en liedjes in te studeren. Dat resulteerde in openbare optredens
tijdens kerkelijke plechtigheden (zoals met Kerstmis bvb.),
burgerlijke (begrafenissen), en eigen optredens op
schoolfeesten…
|
|
Lid van het ‘Knapenkoor’ "Het
Mezennestje" |
|
Meester Secember had binnen de gemeenteschool een
‘knapenkoor’ gesticht. Hij lijfde dan ook ieder van zijn
leerlingen, die een beetje kon zingen,
in. Wekelijks was er eenmaal ’s avonds voor de koorleden
zangoefening en repetitie. We hadden met het koor onze vaste
optredens, zoals de hoogmis op kerstdag, het optreden t.g.v.
de jaarlijkse grote proclamatie, optredens op eerste en
plechtige communiemissen, op de begrafenissen van de
gemeentelijke notabelen. Daarnaast was er één keer per jaar een optreden
met een lichter repertoire in de parochiezaal, waarbij
zowat iedereen uit de gemeente kwam luisteren. |
|
 |
|
Met uiterst links
schooldirecteur Georges Dejaegher en rechts de koorleider
meester Noël Secember
|
|
In
het derde leerjaar kwam ik onder de hoede van meester Ignaçe
(Vandenbreede), een buur trouwens want hij woonde ook in de
Pontstraat amper vier huizen van bij ons weg. Hij was 'berucht', want te pas en te onpas gooide hij met ‘zijn regel’(die
van metaal was)
en deelde hij lijfstraffen uit…Als oplettende en vlijtige
leerling had ik daar echter geen last van – maar ik was wel
bang van die man. Hij moedigde ons ook aan om postzegels te
verzamelen – zelf was hij ook een verwoede filatelist -.
Velen onder ons begonnen er dan ook mee – ik herinner me Antoon Speleers, Marc Vandenbulcke, Patrick Tjoen, en…ikzelf. We werden
verzamelaars, kwamen regelmatig bijeen om ‘dubbele’ uit te
wisselen en plakten nauwlettend onze nieuwe aanwinsten in…dikke
schriften. Ik verzamelde trouwens nog veel meer: munten, de
etiketten van luciferdoosjes, allerhande chromo’s (in die tijd
nog te krijgen bij chocolade), prentjes van wielrenners,
voetballers, enz.
In
het vierde leerjaar zat ik bij meester Pol Nys, waarvan ik
me herinner dat mijn eerste twee schooldagen tegenvielen: ze
eindigden met straf – ik had ‘gebabbeld’ wanneer het niet mocht
(en toen mocht dat eigenlijk nooit tijdens de lessen...). Mijn
gestrenge moeder verdubbelde prompt de straf (zie hoger) – ik
moest de ‘bewijzen’ meedoen en tonen aan de meester.
|
|
De uitstapjes naar zee en Tiegem en Dadizele… |
|
|
Vroege puberteit
|

Een schuchtere snorgroei
op mijn plechtige communie |
|
|
|
Kennismaking met Frank Ravelingien en verdere
vriendschap met hem… Omdat ik beschouwd werd als één der slimsten van de
klas, vroeg meester Nys me om tijdens de ‘vrije
kwartiertjes’ ’s morgens en ’s namiddags, in plaats van
te gaan spelen, in de klas te blijven en Frank
R., een leerling die wegens zijn zwakke
gezondheid – hij was een groot deel van het schooljaar
afwezig vanwege zijn astma – erg achterop was in alle
vakken, een beetje te helpen met zijn huiswerk en hem
ook als het kon ‘les te geven’. Ik deed dit met de nodige trots en stilaan ontwikkelde
zich een vriendschap tussen Frank, die 4 à 5 jaar ouder was maar dus omwille
van zijn ziekte al een aantal keer niet was overgegaan
naar een hogere klas. Uit dankbaarheid omdat iemand zich over hun ‘jongste’
ontfermde en hij zo toch, voor het eerst in zijn leven
een kameraad had, nodigden de ouders van Frank me uit om
de woensdagnamiddag bij hen thuis te komen spelen.
En…dat werd een wekelijkse gewoonte, en Frank kwam ook
regelmatig bij mij thuis, maakte zo kennis met mijn
broers en we speelden geanimeerd samen, en dit zou
blijven duren tot ik 13-14 jaar was. Later, toen ik begon uit te gaan op zaterdag en zondag,
zou Frank, die al een tijdje auto kon rijden, samen met
mij en nog een paar anderen (Guido Verplancke en Franks
neef Paul Verlinde) wekelijks per auto met ons naar bals
(toen T-Dansants genoemd) trekken… Hij dronk nooit
alcohol (behalve die ene enkele keer, en er waren
gevolgen aan…) en was dus een BOB-avant-la-lettre.
|
|
 |
Vijfde leerjaar: meester Vanhauwaert, de verteller
Een jaar waaraan ik erg goede herinneringen bewaar:
meester Vanhauwaert, één der oudere onderwijzers, maakte
er een wekelijkse gewoonte van het laatste lesuur ’s
vrijdags te besteden aan ‘vertellen’. Iedere keer
opnieuw wist hij iedereen zo te fascineren met één of
ander verhaal, dat men een muis kon horen lopen. Dat uur
was zó voorbij. Hij overleed amper een paar jaar later,
vrij jong nog, aan een hersenbloeding(?)... |
|
Zesde leerjaar: meester Cappon
Een meester naar mijn hart, die mee bepalend zou zijn
voor mijn verder leven. Een fervent en overtuigd
katholiek, met een grote liefde voor zijn (overleden)
moedertje, een overtuigd
Vlaming ook (met een grote bewondering voor de Vlaamse
dichters, zoals Guido Gezelle, Hugo Verriest, René De
Clercq, Albrecht Rodenbach).
Hij was het die er mijn ouders (in casu mijn moeder) van
overtuigde dat ik humaniora moést doen en geen technisch
onderwijs om een vak (dé wens van mijn vader, van zijn
zoon ook een timmerman maken) te leren. Meester Robert
Cappon zorgde er persoonlijk voor, dat ik ingeschreven
geraakte in het St.-Jozefinstituut, en niet, naar het
voorbeeld van de zoon van mijn moeders nicht, naar het
Damiaancollege ging, zoals moeder in gedachten had
gehad.
Later zou ik goed bevriend geraken met de zoon van
meester Cappon, Rik, een uiterst intelligente jongen,
die een 3-tal jaren hoger zat. Met hem voerde
ik, tijdens de dagelijkse
heen- en terugreis naar/van school, lange en soms erg
diepzinnige, maar alleszins vooruitstrevende gesprekken
over de meest diverse (levens)vraagstukken. Rik maakte
me ook wegwijs in de muziek van de 60-ies: Robert Gogoi,
Adamo, the Beatles, the Rolling Stones…
Vele jaren later zou meester Cappon, toen er sprake van
was dat hij Georges Dejaeghere zou mogen opvolgen als
schooldirecteur, er door een paar leerlingen – op
aanstichten van één of meerdere medeonderwijzers, die
ook die functie ambieerden – van beschuldigd worden,
ontuchtige handelingen met hen te hebben gesteld. Een
gerechtelijk onderzoek volgde, hij werd
een tijdlang in hechtenis
gehouden, en het is mij niet duidelijk of hij al dan
niet schuldig is bevonden. Hoe dan ook, weg was zijn
kans op het directeurschap… Toen hij slechts een korte
tijd terug vrij thuis was, kreeg hij een hartinfarct en
overleed…. Triest einde voor een toch
goed man...
|
|
Ter gelegenheid
van mijn overstap naar het middelbaar kreeg ik een
volwassenenfiets: het moest en zou de chique-ste en
duurste zijn die er op dat ogenblik in Deerlijk -
een gemeente-met-heuse-dorpsmentaliteit nog, met 1
(één!) fietsenhandelaar-hersteller,
'Pijperke'(Depypere) - te
krijgen was... Een geschenk van ...mijn grootouders
(niet het eerste en alleszins niet het laatste...)
|
 |
|
|
beelden
die enkel in mijn herinnering voortleven... |
|
Mijn jeugd - Schoollopen naar Kortrijk
Mijn middelbaar onderwijs bij de Broeders van de
Christelijke Scholen in het St.-Jozefinstituut,
Plein, Kortrijk
|

Mijn klas in 1968 - de 4de
Moderne A van Mr. Jonckheere
|
|
- 6de Moderne: Etienne Van Coppenolle:
Een lieve en zachte maar wilskrachtige man. Eerste
week: goed rapport (45/50). De tweede week: rapport
was erge teleurstelling (35/50): heel traag naar
huis, na uitbrander door de directeur. De lessen
Nederlands kreeg ik van 'Petatje' (leraar uit
Vichte).
- 5de Moderne: Mr Van Maercke.
Een gedreven leraar en (fanatiek)
gelovig – is na 1965 dan ook naar het
klooster vertrokken…
- 4de Moderne: Mr Joncheere,
een oudere en rustige, bezadigde man - de lessen
godsdienst werden gegeven door Broeder Pol, vermaard
om zijn 'seksuele voorlichting' - alles daaromtrent
had te maken met "den...eh...dinge". We staken er
dus niks bij op...
Op de foto hiernaast, de medeleerlingen, die
ik me nog bij naam herinner, v.l.n.r.:
1ste rij: Ronny Dewinter, Hubert Delanghe (uit
Desselgem), Deprez, ?, Reynaert, Callens
(uit Vichte), Stragier (zoon van de
boekhouder van de school), Kareltje
Naessens (dorpsgenoot), IKKE, Dufraimont (uit Marke),
2de rij: Josson, Van De Sompel (uit
Desselgem), Hubert Nuyttens (dé voetballer
van Kuurne), Patrick Debels (Kortrijkzaan), Ostyn
(Harelbeke), Patrick Van De Casteele
(primus, uit Hulste), Erwin De Bosschere
('het meisje'), Victor, Depuydt, Derycke
(Otegem), Joncheere (onze titularis)
3de rij: Luyckx, Van Lerberghe, Dejonghe,
Dumolein (uit Marke), Deman?, ?, Marc
Vandendriessche (uit Ingooigem), Daeveloose,
Vanassche, Herman Bijttebier (Vichte).
|
|
- 3de Wetenschappelijke B:
Mr Favere -
het jaar, dat ik voor het eerst met meer genoegen
dan plichtsbesef plezier school liep. Mijn
interesse voor wetenschappen was gewekt. Ik was zeer
goed in alle vakken, behalve in ... turnen.
- 2de Wetenschappelijke B: Broeder Guido
-
Een gedreven broeder – de biologieklas op
zaterdagnamiddag (met natuuruitstappen, o.a. naar
de Kluisberg (paddenstoelen
verzamelen)...Tegen het einde van dat schooljaar
konden we op 5-daagse reis naar... Londen - met de
ferry, toen nog een 6-uren-durende overtocht. Ik
rookte op de boot mijn eerste sigaret, meegesleurd
daarin door de haantjes-de voorste van onze groep
(Jan Vanhee, Johny Tytgat en...Rikke Vanwallegem);
met Rikke en Jan trokken we in Londen, op onze
'vrije' momenten, 'op jacht' (naar vrouwelijk
schoon...wel te verstaan, en dat was in Londen
overdadig aanwezig, hoor) - niet zonder succes, want
we maakten er (op erg vluchtige manier) kennis met
Diane (West - wat een stuk!) en Sue (Thompson), twee
vriendinnen uit Northolt, beiden op uitstap in Londen.
Tijdens de daaropvolgende grote vakantie trok ik,
samen met de Vandendriessches, terug naar Londen
en...Northolt -
ik zag er Sue (kort tevoren getrouwd) terug - Diane
volgde een 'mannequincursus' in Londen.
- 1ste Wetenschappelijke B: Broeder
Joannes - een erg goedlachs
man, waarmee gans de klas hevige discussies voerde
over de actualiteiten uit de jaren '60: de seksuele
revolutie,
de hippie- en Provobeweging, de revolutie - we zaten midden de crisis rond
Leuven Vlaams en de studentenrevoltes, de hippies en
provo's. Broeder Joannes ging géén enkel onderwerp,
hoe heikel ook, uit de weg, al moest hij soms
(resoluut en af en toe ook kwaad) een eind aan het
eeuwige discussiëren maken. Laatste schoolreis: naar
Parijs - algemene (persoonlijke) indruk: een vervuilde stad, minder
aangenaam dan Londen...
Op
de foto rechts, v.l.n.r.:
Voorste rij: ? (kozijn van de toen erg
populaire radio-DJ Anthony), Vankeirsbilck,
Victor, Jan Vanhee, Erik Claus, Eric Delrue,
Jean-Marie Linster, ?, ?,
Viaene, de klastitularis broeder Joannes
Tweede rij: Raepsaet (later
brigadecommandant van de rijkswacht te
Kruishoutem), Johan Verschuere (bewonderaar
van Hitler), Rikke Van Walleghem (later
sportjournalist en redacteur bij het
Nieuwsblad-De Gentenaar en mede-oprichter
van het museum der Ronde van Vlaanderen in
Oudenaarde), Delanghe, Paul Leenknegt, Johny
Tytgat, Karel Naessens, Lambrecht, Ronny Dewinter, Edwin De Bosschere,
IKKE en Vereecke (kon erg
wetenschappelijk-gewichtig doen). |
|

Klasfoto 1ste
Wetenschappelijke B 1969-1970 met
‘titularis’ Broeder Joannes; ik 2de van
rechts op bovenste rij |
Een ontdekking: nieuwe talen...
Vanaf de 5de Moderne leerden we (na al die jaren 'saaie'
Franse les, die ik al van in het 4de leerjaar volgde) Engels, boeiend en ... veel gemakkelijker.
|
Corresponderen in het Engels met... twee Japanse
en een Tsjechoslowaakse
met Harumi Hama uit Saporo |
met Reiko Sekiguchi |
|
De schoolbibliotheek:
het St.Jozefinstituut had een erg goede en
uitgebreide bibliotheek, waarvan de bibliothecaris
een Deerlijknaar (ene Nys) was... Ik werd een trouw
bezoeker.
De 'Kring':
de cafetaria, waar we over de middag terecht konden
voor enige frisdrank, een versnapering en
tafelvoetbal - opengehouden door broeder Damiaan,
'den Dam' - een koleriek
man, die ook de middagstudie surveilleerde, daarbij
telkenmale indutte... tot het alsmaar luidruchtiger
geroezemoes van de leerlingen hem evenveel keren brutaal
wekte, waarna hij met heftig gebrul weer orde op
zaken stelde - een enkele maal moest hij hiervoor
overgaan tot ontruiming van de gehele studiezaal,
waarna iedereen voor de resterende tijd samen op de
koer 'straf moest staan' onder de brandende zon.
Het taallabo:
de school had een voor die tijd erg vooruitstrevende
methode voor taalonderricht: een heus taallabo met
bandopnemers, koptelefoon e.d.
Filmforum:
van in het hoger middelbaar werd een aantal keren
per jaar een actuele film vertoond, waarna een heuse
bespreking volgde: ik herinner me de toen
avant-gardistische film 'Blow Up'
De 'biologieclub' op zaterdag:
o.l.v. een gefasineerde broeder Guido met de
uitstapjes naar o.a. de Kluisberg (paddestoelen
verzamelen).
Dansles samen met... de
meisjes!
In het laatste jaar middelbaar mochten we, na de
lestijd vanzelfsprekend, één avond per week, op
dansles! Die lessen, onder streng toezicht van
leraressen, gingen door in 'het Fort', officieel het
Lyceum O.L.Vrouw van Vlaanderen, gelegen aan de
tegenoverliggende zijde van het Plein. Het was een
primeur voor ons om 'de maagden' van dat
meisjescollege zó dicht te kunnen benaderen - in
onze gedachten begingen we toen meer dan één 'zonde'
en... eerlijk toegegeven, er is méér dan één prille
romance ontstaan tijdens die danslessen...
|
|
Schoolreis naar Parijs in 1970

In 1970 maakten alle
leerlingen van de hoogste klassen een
5-daagse schoolreis naar Parijs |
Enkele typische leraars, om nooit te vergeten:
- Bothuyne: gevreesd en berucht om zijn
evaluatiesysteem met 'witte en rode streepjes'
(rode streep betekende een zaterdagnamiddag
verplichte 'straf'studie).
- 'Pietje' Bauwens: gaf geschiedenis - in zijn
lessen werd klassiek de nodige keet geschopt; de man
balanceerde voortdurend op de rand van de wanhoop...
- Vandenberghe: recent vernomen (van meneer
D., die ik als patiënt heb gehad)
dat de arme man vrij jong is overleden...
- Jantje Dufourmont: gaf wiskunde en wetenschappen.
- Hubert Quatannens: onze tekenleraar - erg creatieve man.
- Raf Versteele.
- Silvrants (turnleraar), Martin (zwemleraar).
In 1969 én 1970 opnieuw naar Londen, ditmaal tijdens
de grote vakantie én in mijn eentje.
|
De meisjes doen hun intrede in mijn leven
- France
- Myriam Dufaux
De dansles:
in ons laatste jaar middelbare mochten we dansles
volgen, samen met de meisjes van 'het Fort',
het vlakbij gelegen
meisjescollege, een hele belevenis!!! Daar zijn heel
wat prille verliefdheden ontstaan, ondanks het
strikte toezicht van leraars en leraressen, dat er
vooral op gericht was zoiets direct in de kiem te
smoren...
mijn (eerste) autootje
Gekregen van grootmoeder, een Opel Kadet, 12
jaar oud, kostprijs 12.000fr…Hij
zou amper 4 jaar later jammerlijk aan zijn
einde komen, ‘perte totale’ gereden door
zijn onervaren bestuurder.
|
 |
'hulpbibliothecaris' vanaf mijn 14de, bij
Julien Eeckhout en J-P. Vandekerckhove
Omdat ik, vanaf mijn 8ste-9de
jaar een trouwe wekelijkse bezoeker was van de
parochiale bibliotheek (daarheen voor ’t eerst
meegenomen door Robert Bekaert, een buurjongen) en
vanaf mijn 12de een echt fervente lezer
werd – ik had op mijn 14de al alle boeken
van de kinder- en jeugdafdeling gelezen – ik las
zo’n 4 à 5 boeken per week en zou dat tot mijn 15-16
jaar ‘volhouden’… - en dat viel uiteraard op bij de
bibliothecarissen J.Eeckhout en J-P. Vandekerckhove,
vroegen ze mij op een gegeven zondag of ik geen zin
had hen te helpen bij het uitlenen en de andere
klussen in de bibliotheek. Van toen af ging ik mijn
zondagvoormiddag (10-12u) en woensdagavond (17u-19u)
besteden aan bibliotheekwerk
De ‘kaftavonden’ bij Eeckhout thuis – zo’n 2 à 3
maal per jaar werden de nieuw-aangekochte boeken
‘gekaft’ en van een etiket met nummer voorzien;
binnenin kwam, op vaste blzen, een afstempeling. Het
waren gezellige avonden, waarop ook de echtgenotes
van Julien en Jean-Pierre meededen – er was de
nodige drank en er waren borrelhapjes
Ik bleef dit werk doen tot aan mijn huwelijk – omdat
ik nadien in Gent werkte en woonde was het praktisch
gezien moeilijk om telkens voor die paar uur de
verplaatsing Gent-Deerlijk en terug te maken. Ik
probeerde het wel een paar maand maar hield het toen
toch voor bekeken…met spijt. Een tijdperkje uit mijn
leven was afgesloten.
jeugdclub ‘Doboje’
Ik had in Kortrijk een medeleerling, Patrick
Dumolein; hij was lid van een jeugdclub,
‘Doboje’, die zijn activiteiten had op een terrein
van het 'Don Bosco'-college (Pottelberg op de
grens met Marke). Hij wist me te begeesteren en vanaf
mijn 15de ging
ik iedere zaterdagavond en soms zondagnamiddag ‘uit’
(per fiets natuurlijk!) naar ‘den Doboje’ – DJ
Hans, de proost, uitstapje naar zee.
de jaren sixties + de ‘hippietijd’ (reisjes naar
Londen)
In de 2des gingen
we naar London, een fantastische stad. Verkenning in
vrije tijd met Rikke Vanwalleghem en Jan Vanhee,
‘jagen’ op vrouwelijk schoon en kennismaking met
Diane (West) en Sue (Thompson) uit Northolt.
In het groot verlof deed
ik die reis over, met de gebroeders Vandendriessche.
Het jaar daarop, in 1970, trok ik, op mijn eentje,
terug naar Londen. Ik bezocht Northolt – trof er
Diane niet, Sue wel thuis: Diane volgde een
opleiding voor fotomodel (in Londen), Sue was kort tevoren
getrouwd – ik kreeg een stukje huwelijkscake mee (een
typisch Engels gebruik, naar verluidt)… |
 |
|