
|
het MPI
"Mariaheem", tehuis voor mentaal
gehandicapte vrouwen.
|
Ligging:
aan de Kasteeldreef 2;
voorheen klooster van de Zusters van Liefde en pensionaat.
Geschiedenis:Klooster
en school gebouwd door mevrouw Thérèse, barones de Draeck en
markiezin de Rode, op grond tussen de kerk en haar kasteel door haar
gekocht in 1821 en geschonken aan kanunnik Triest en de congregatie
van de Zusters van Liefde in 1823. Oprichting van een dorpsschool en
kostschool voor meisjes ("Sinte Theresia Huys" genaamd) in 1824. Van 1826
tot 1846 ook spin- en handwerkschool. In 1831 oprichting van een
zondagschool die bleef bestaan tot 1924. Bouw van een nieuwe lagere
school in 1884-86, gesloten in 1975 en van de oostelijke vleugel met kapel
in 1886. Tijdens WO II in gebruik als veldhospitaal. Oprichting
middelbare school in 1957, gesloten in 1964. Sedert 1967 ingericht
als het zogeheten 'Mariaheem', een medisch-pedagogisch
instituut
voor mentaal gehandicapte vrouwen, met de bouw van een nieuw dagverblijf.
In 1993 door de zusters van Liefde verkocht.
Het gebouwencomplex is ingeplant ten westen achter de kerk. Van het oudste
gebouw is niets bewaard gebleven. De nog bestaande schoolgebouwen
dateren uit de jaren 1880 en 1890 en werden gebouwd door architect
E. Van Hoecke-Peeters (Gent) en aannemer E. De Guchteneere (Merelbeke).
In 1886-'87 bouw van de huidige oostelijke vleugel van negen traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (van leien) met achtkantige houten dakruiter met
koperen koepeldak aangebracht in de jaren 1980 ter vervanging van de
oude bekroning. Bevat op de begane grond de hoofdingang met
geaccentueerde toegangsdeur en spreekkamers; op de bovenverdieping
de kapel. Rechthoekige arduinen deuromlijsting van vleugeldeur met bovenlicht. Getoogde benedenvensters en rondboogvormige bovenvensters.
De oostelijke-zijgevel
is d.m.v. een sieranker in de geveltop gedateerd 1886.
Kapel van zes traveeën met goed bewaard interieur in neo-barokke stijl
werd ingericht in 1886-1887 o.l.v. architect E. Van Hoecke-Peeters
en in
1894 door R. Goethals gepolychromeerd. Houten lambriseringen rondom
de kapel van 1889. Bepleisterde kruisribgewelven gescheiden door
zeven druk versierde gordelbogen rustend op beeldnissen.
Rondboogvensters met eenvoudige glasramen van Ch. Van Crombrugghe-De
Keukelaere of blinde vensters, oorspronkelijk voorzien van Latijnse
teksten, zijn gevat in een barokke omlijsting met sluitsteen en
worden afgewisseld met barokke beeldnissen met gebroken fronton
waarin plaasteren heiligenbeelden. Onder de beeldnissen,
kruiswegtaferelen in terracotta van J.B. Van Biesbroeck in
omlijsting van stuc. Tegen vlakke koorwand, neobarok houten
portiekaltaar met schilderij voorstellend Christus met het H. Hart
met de knielende St.-Vincentius a Paulo en St.-Bernardus, een
gebruikelijk tafereel in de kapellen van de zusters van Liefde.
Doksaal met houten balustrade.
Klooster en school van drie bouwlagen hoog werden volledig heropgebouwd in 1896-98. Oorspronkelijk ongeschilderde bakstenen
voorgevel, thans witgeschilderd. Twee bouwvolumes respectievelijk voorzien van
getoogde benedenvensters en rondboogvormige bovenvensters en
getoogde vensters op drie bouwlagen. Tegen de gecementeerde achtergevel
glazen afdak op gietijzeren steunen uit het eerste kwart der vorige
eeuw, achtergevel versierd
met gesculpteerd wapenschild van de stichter mevr. Thérèse, barones
de Draeck, markiezin de Rode. Het interieur is volledig aangepast en
vernieuwd.
Ten noordwesten bevindt
zich de voormalige lagere school opgericht in 1884-86 door de
zusters van Liefde en aangenomen door de gemeente als meisjesschool
met aparte toegangsweg aan de noordzijde van de school. Het is een alleenstaand bakstenen
gebouw van elf traveeën en twee bouwlagen onder een schilddak. Gecementeerde
plint. Geritmeerd door getoogde traveenissen met getoogde boven- en
benedenvensters.
Ten noorden staat een grot met O.-L.-Vrouw van Lourdes, gebouwd in 1878 met stenen
geschonken door gravin de Spangen uit haar steengroeve in
Ecaussinnes.
Ten zuiden, in de voortuin, staat een beboomde ijskelder vermoedelijk van 1896, nu
met erbovenop een Mariabeeld.
Bronnen:
Archief Zusters van Liefde G.A., 9.2.2. Beerlegem, 1., 4.2.
De Noyette G. - Hoebeke M., Dorpsbeelden uit het verleden, Zwalm,
Nazareth, 1994, p. 109-111.
De Waele F., Van deugdsaeme Dogters en vroome Meyskens,
Pensionaatsopvoeding bij de zusters van liefde te
Beerlegem
1823-1965,Oudenaarde, 1985
|



|
|
|
het oud-gemeentehuis:
café 'DE KLOKKE'
|
Gelegen aan de Beerlegemsebaan 55,
op een heuvelflank op het kruispunt van de oude
baan Gent-Aalst en de aftakking naar Gavere, waar de dorpskom
van Beerlegem is ontstaan..
Was vroeger gemeentehuis en café "In De Klok(ke)" en sedert 1991
tot voor enkele jaren restaurant "De Zannekinhoeve".
In de herberglijst van 1779
wordt de vierschaar nabij de kerk gesitueerd. Mogelijks was die in deze
herberg.
Het gebouw is naast de kerk gelegen, haaks op de straat ingeplant, telt vijf traveeën en één bouwlaag onder zadeldak (pannen) met drie recenter
aangebrachte dakkapellen, vermoedelijk uit de 18de eeuw. Het gebouw is een rechthoekig
blok met links haaks een aanpalende schuur. Bij het rechttrekken van de Gaverstraat
rond 1954 verkleind door sloop van de rechter travee. Thans geelgeschilderde
bakstenen gevels op gepikte plint. Licht getoogde vensters met
rood-witgeschilderde luiken, de kleuren van het kasteel. Deur in zwartgepikte
omlijsting. Gevelbeëindiging d.m.v. getrapte baksteenlijst en entablement met
sporen van opschrift "a la maison commu(nale) on loge à pied et à cheval",
dat bij de verbouwing van 2006-2008 jammer genoeg verwijderd(!) werd.
Recente rechter zijgevel, afgewerkt met vlechtingen.
Interieur
(vóór de recente verbouwing):
rechts van voordeur, kamer met samengestelde balklaag, grote schouw met
bakstenen schouwwangen, houten geprofileerde schouwbalk en schouwboezem in de
vorige eeuw beschilderd met landschapstaferelen; rug-aan-rug geplaatste schouw met
gesloopte kamer rechts ervan. In de kamer links van de voordeur, stucplafond, vloer van rode
plavuizen, marmeren schouwmantel en bewaarde archiefkast van het vroegere
gemeentehuis.
Links van het huis bevindt zich aansluitend het dienstgebouw onder pannendaken met
segmentboogvormige poorten met rechter zijpuntgevel met vlechtingen en uilengaten.
Achteraan op erf, twee dienstgebouwen uit het tweede kwart der 19de eeuw.
Bron: Devos P., De gemeentehuizen van Oost-Vlaanderen, Inventaris van het
kunstpatrimonium van Oost-Vlaanderen, XVII, Gent, 1982, p. 958-9 |
|
De witgeschilderde bakstenen
lijstbouw van één bouwlaag telt vijf steekboog-traveeën die niet
helemaal gelijkmatig over het gevelvlak zijn verdeeld maar toch
een symmetrische dispositie hebben. De oude raaminstellingen
bleven bewaard. De teerbeschildering rond het deurportaal, die
een bakstenen omlijsting wilde suggereren, is sedert de
omvorming tot restaurant Zannekin verdwenen. In het geblinde
bovenlicht van de inkomdeur bevond zich het inmiddels ook
verdwenen opschrift 'In de
klok', waarboven zich een afbeelding bevond van het voorwerp in kwestie. De
bovenbouw heeft een overkragende baksteenlijst. De dakkapellen, de aanbouw achteraan en de
rechthoekige doorbrekingen op de begane grond zijn recent.
Gebouwd als landelijke
afspanning en ook als dusdanig voorkomend. Door haar ligging,
haar oriëntering t.o.v. de kerk die er zuidwaarts dichtbij ligt,
door haar silhouet en door nog diverse afzonderlijke elementen,
draagt deze constructie in sterke mate bij tot de
karakterisering van de Beerlegemse dorpskom en speelt ze een
belangrijke afsluitende rol. |

|

Toegang achteraan het café
|
|
De gebouwen werden in 2006-2007 grondig gerestaureerd/verbouwd.
Daarbij verdween jammer genoeg het voormelde opschrift op het entablement. |
|
|
de ST-ANDREASPAROCHIEKERK
 |
De eerst gekende pastoor was
Arnulphus, 'presbyter de Berleghem', vermeld in 1229
(Cartularium Abdij van Ename).
Over het oorspronkelijk gebedshuis in Beerlegem is weinig bekend, enkel dat het een éénbeukig
kruiskerkje was met een dakruiter op de viering en dat met stro was bedekt
(1596).
De schade, die het gebouw leed door de Beeldenstorm werd nog verergerd door
latere krijgsverrichtingen (1593), toen de kerkhofmuur diende als
verdedigingslinie van de plaats. Het kerkgebouw werd enigszins hersteld in
1596-'97. Na de storm van 1601 werd het dak hersteld.
In 1624 werden er
omvangrijke werken uitgevoerd aan de toren, bedaking en bevloering en werd
de kerk na de verbouwingen opnieuw gewijd. Niettemin werd de toren volledig
vervangen in 1641; blijkbaar was het de bedoeling gans de kerk te
vernieuwen, maar bleef het bij de toren. Pas later, in 1790-'92 werd de oude
kerk, behalve de 'nieuwe' toren, afgebroken en vervangen.
Deze vervanging
verliep niet zonder een vermeldenswaardig incident, waarvan de sporen nu nog
te zien zijn. De plannen van de nieuwe kerk waren zo getekend, dat bij de
uitvoering ervan het dak van kerk de oostelijke galmgaten van de bestaande
toren zou bedekken. Er werd dan ook voorgesteld om het grondpeil van de
nieuw te bouwen kerk te verlagen. Dit stuitte echter op verzet van de
pastoor die de stelling verdedigde dat het gewijde grond was en het dan ook
uit den boze was om gewijde grond zomaar ergens op openbaar domein uit te
strooien. De Markies de Rode stelde voor, om dit te vermijden, op zijn
domein een grote put te graven en de gewijde grond daar te storten. Welke
oplossing er uiteindelijk is gevonden weet men niet; feit is dat nu nog de
oostelijke galmgaten van de toren gedeeltelijk verborgen zijn door het dak
van de kerk. De kerk is
gedesoriënteerd naar het westen: zij bestaat uit een enkele beuk van drie
traveeën, een transept met twee korte transeptarmen, en een koor van een travee
dat aansluit bij de oude vierkante toren. De vieringpeilers werden gebouwd met
blokken Balegemse steen. De toren is hoofdzakelijk in baksteen, maar ook hier
werd voor de actieve delen zandsteen gebruikt. De kerk zelf is
grotendeels uit baksteen, afgewisseld met zandsteen en pleisterwerk in
nabootsing van zandsteen. De zandsteen van de plint is zelfs mogelijk afkomstig
uit de gesloopte oude kerk.
Het interieur
Gezien de kerk werd
herbouwd einde 18de eeuw, dateert ook het interieur meestal uit de 18de en begin
19de eeuw (classicistisch). De (laat-barokke) preekstoel dateert van 1662, uit
de periode waarin een 'herstellingscampagne' werd gevoerd na de veldtocht van
Lodewijk XIV in 1656. Zo ook schonk Karel Filip de Rodoan een nieuwe klok in
1661. De eenvoudig koperen doopvont dateert uit de 17de eeuw, net als een
drietal schilderijen (O.L.Vrouw met kind Jezus van Th. Boeyermans, O.L.Vrouw met
kind Jezus en St-Janneke van B. Murillo en Christus aan het kruis) en een houten
wapenbord uit 1680 met het wapenschild van L.M. Rodriguez de Evora y Vega.
|
|
|
Kasteeldomein 'TEN BIEZE'Het domein is 60 ha groot. Het omvat het (18de eeuws) kasteel, omgeven door een park, deels in Engelse, deels in
Franse stijl. Er zijn rond het kasteel 3 vijvers (de Paardenvijver,
de Lindevijver en de Grote Vijver met de hofgrachten), die zich op
verschillend niveau bevinden.
Het vroegere middeleeuwse kasteel
De vroegste vermelding, dat de heren van Beerlegem
een 'verblijfplaats'
("la dite terre")
hadden vindt men bij Ph. de l'Espinoy maar hij
noemt dit niet met zoveel woorden een woning.
A. Sanderus meldt als eerste tijdens het leven van
Karel Filips de Rodoan
dat er
een kasteel 'ten Bieze' bestaat, geheel met water
omgeven, dat
van vóór 1690
dateert.
Op de kaart van Jacques Horenbout uit de 16de
eeuw ziet men dat het kasteel zich bevindt op
de zuidwestelijke hoek van
een rechthoekig eiland, omringd door rechthoekig
aangelegde grachten. Het gebouw bestond volgens
Horenbout uit een woonvleugel met tegen de
noordelijke langsgevel een aangebouwde toren.
Op de noordelijke gracht bevond zich een belangrijk
torenachtig poortgebouw. Volgens de figuratieve
kaart van J.Van Caeneghem (1689) zijn er twee
parallelle rechthoekige vleugels. Ten noorden staat
een afgeknotte toren. Op de zuidwestelijke hoek van
het eiland bevindt zich een tweede toren van 3
verdiepingen, mét spits. Op korte afstand van de
noordelijke gevel moet een derde torenachtig gebouw
hebben gestaan. Een muur deelde het eiland in 2
delen. Boven de ingangspoort waren er kantelen (Inge
Duchau).
|

Kaart 4b (detail
figuratieve kaart 1689 J. Van Caeneghem)
(Bron: Inge
Duchau) |
Bouwgeschiedenis
Het kasteel werd opgetrokken rond 1730 ter vervanging van het
vervallen middeleeuwse kasteel. Het grote smeedijzeren hek dateert
uit 1861. Op de hoeken van het kasteeleiland bevinden zich nog de
schandpalen van de heerlijkheden Melle-Schelderode, Gontrode en
Oosterzele.Het kasteelpark
Er is een ijskelder. De blikvanger is een reusachtige Libanonceder,
die volgens de legende zou meegebracht zijn uit Palestina door Jan
zonder Vrees 'himself' - onderzoek heeft alvast bevestigd dat hij
dateert van rond 1400. In het park is er een bron, 'het Wijnhuizeke'. In het bos bevindt zich 'de Kluize' (een lemen
gebouwtje, waar bedelaars of kluizenaars, die bij
het kasteel daarom verzochten, slaapgelegenheid en
spijs en drank kregen.
|
|
|
|
|
De brouwerij 'DE
GEYTER'
|
|
De
oud-PASTORIE
|

|
DE
VROEGERE PASTORIE
In de eerste helft der 17de eeuw is er in
Beerlegem nog geen pastorie. In de 2de helft van die eeuw bewoont de
pastoor zijn eigen huis, want in 1653 bouwde pastoor P. Ooms zich ‘op het
geleeg van de kure’ een huis, dat hij in 1667 al moest herstellen en
aanpassen; deze pastorie, die overigens goed onderhouden was, was belast met 4
pond grote per jaar (1699). Ook voor
de 18de eeuw staat er in Beerlegem een pastorie vermeld. De
pastoor diende jaarlijks aan de aartsbisschop 1 pond vlaams betalen tot delging
van het geleende kapitaal, wat de toenmalige pastoor niét deed in 1731 en 1740.
In 1737 bouwde hij zich wel een bakoven. In 1772 moest deze pastorie, ten
dele vernieuwd en vergroot op kosten van de pastoor, volledig hersteld te
worden, net als de schuur en de stallingen.
DE
HUIDIGE PASTORIE
aan de
Beerlegemsebaan 61
Pastorie met omringende tuin, met ijzeren afsluiting op
bakstenen muur, hek verdwenen. R. aansluitende ommuurde moes- en
bloementuin. Herenhuis met witgeschilderde bepleisterde
lijstgevel van vijf traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (leien, n
// straat) voorheen met klokkenstoel, gebouwd op de plaats van
een bestaande woning in 1861 n.o.v. E. de Perre-Montigny ter
vervanging van de oude pastorie (nu nr. 65). Dubbelhuisopstand
met licht uitspringend middenrisaliet. Keldergaten in arduinen
plint. Begane grond met schijnvoegen, uitwaaierend boven de
vensters, afgelijnd door puilijst. Gevel beëindigd door geblokte
hoekpilasters en verkropt hoofdgestel met kroonlijst op klossen.
De centrale travee heeft imitatiebanden en een rechthoekige deur op trap met
sierlijk getraceerd bovenlicht in arduinen omlijsting met
bekronend gebogen fronton. Er zijn rechthoekige vensters op arduinen
lekdrempels, op de begane grond met persiennes, op de bovenverdieping
gevat in geriemde omlijsting. Beraapte zij- en achtergevels.
Het aanbouwsel onder lessenaarsdak, nu een serre, staat tegen de linker zijgevel.
Achteraan bevinden zich begin de 20ste eeuw toegevoegde stalletjes.
Binnenin. Centrale gang waarop alle kamers uitkomen met
zwart-witte vloer van Basècles en stucversiering, één kamer met
behouden marmeren schouw met stucversiering op boezem en sober
stucplafond.
Bronnen: RAG,
Provinciaal Archief, 1851-1870, nr. 1753/ B1.
De Noyette G. - Hoebeke M., Dorpsbeelden uit het verleden, Zwalm, Nazareth,
1994, p. 104. |
|
|
De MOLENS
|
den Uyl
Er was al in de 15de eeuw een watermolen met de naam 'den Uyl'. Waar die molen
stond blijft een raadsel (misschien in het kasteelpark?).
In 'Acten en Contracten, registers van de stad Gent
voor het jaar 1437' (pp. 52-59) staat een melding over deze inrichting. Hij was
met de daartoe behorende vijvers in het bezit van de heer van Heule en de
pachtprijs bedroeg 8 pond grote en jaarlijks 3 1/2 mud koren.
Een watermolen
In de Penningkohieren van 1571 is er sprake van een "Coorenwatermeulen
met 3 dachwant lants voor 216 p.p." (P 1571, 8 ro en 1577, 3 vo).
|
|
De Tarndusmolen
Hoewel eigenlijk gelegen op het grondgebied
Dikkelvenne, beschrijven we deze molen toch in het patrimonium van Beerlegem,
mede door zijn ligging op de hoogte, palend aan ‘het Galgenveld’ van Beerlegem. De ‘Tarandus’molen kreeg ook de naam ‘ ’t Hoogerv(e)(u)uren’.
Etymologie:
hoogervueren betekent ‘een hoger gelegen plaats’.De herkomst van de benaming ‘Tarandus’
is onzeker – is het de naam van een vroegere wijk of een familienaam? Boven
de molenpoort vormen de gevelankers het jaartal 1771.
Oorspronkelijk was hij gebouwd door ene De Waele van
Paulatem. In het begin van de 19de eeuw was hij eigendom van Frans
de Waele van dezelfde gemeente. Op primitieve kadastrale plans staat hij
aangegeven, eerst op de wijk ‘Kauter’ en vervolgens op ‘Vaerenkauter’. Voor
1845 komt de molen door verdeling aan landbouwer J.B. De Clercq van
Dikkelvenne, die vóór dat jaar echter al is overleden. In 1848 komt de molen
door verdeling aan landbouwer Séraphien De Clercq van Scheldewindeke, die later
in Dikkelvenne ging wonen. In 1849 plaatste men een loods aan de windmolen. In 1871
gebeurde de verdeling ten gunste van Valère Jos De Saegher-De Clercq en in 1913
door erfenis aan notaris Oscar De Saegher-De Jaegher van Bottelare en De
Saegher Valère van Dikkelvenne. Vanaf 1919 is dit nochtans waardevol gebouw tot puin
vervallen. In 1930 komt de molen door erfenis volledig aan notaris O. De
Saegher. In 1933 gebeurde de officiële heropbouw. In 1935 staat hij op naam van
notaris Hubert Pede-De Saegher van Bevere-Oudenaarde en De Saegher Oscar,
notaris te Bottelare. Door erfenis is notaris H. Pede-De Saegher alleen
eigenaar. Vanaf 1944 staat de molen omschreven als ‘lusthuis’.
Ondertussen is ook notaris H. Pede overleden en is de molen
eigendom geworden van diens dochter Anne.
Het gebouw
is nog steeds in sterk vervallen staat – een schande in deze tijd, waar men toch
de mond vol heeft van ‘respekt voor het culturele en industrieel-archeologisch
erfgoed’…
|
|
 |
|
De molen ter Varent
Al in 1503 wordt een windmolen vermeld
te Beerlegem, in het Landboek van Beerlegem, met de naam
'Molen ter Varent' en eigendom van de dorpsheer.
In de Penningkohieren van 1556 staat te lezen:
"Joos Boenbecque es haudende een
windmeulen van den heere van Beerlegem, die hij jaerlicx
huert 14 p.Gr. Die heeft de zelve heere tzynen laste de
muelensac, den steenbulc en de asse". Voor 1571 is
vermeld: "Joos Boenbeke in pachte van jonkheer Loijs de
Rodouan, heere van Beerleghem een cooren wintmeulen voor 156
p.p." Op de primitieve kadastrale plans staat deze houten
korenwindmolen aangegeven op de wijk Molenkouter, op het
land waar het merovingisch grafveld werd ontdekt. In het
begin der 19de eeuw eigendom van de Markies de Rhodes uit
Gent. Door verdeling komt de bezitting in 1872 aan Rodrigues
d'Evora y Vega van Beerlegem en in 1888 aan graaf de Spangen
van Beerlegem. In 1918 volgt de volledige afbraak van de molen.
|
|
|
De HOEVEN
-
'Grootheer'*
1465: "Item van zekeren parcheele van gronde gheleghen te
Berleghem te weten voor de kerke, een hofstede gheheeten den
grootheere een dachwant groot"
(SAG 330/30 fo 137).
* 'grootheer'is
middelnl voor grootvader
- Goed te Kapellen
wordt in 1569 vermeld als eigendom
van de familie van der Zichelen
(SAG 330/87 fo 165 vo)
- Goed ter Leiden
Et.: verkeerde schrijfwijze voor
'ter Heiden'.
Werd ook 'goed ter Tale'genoemd en had eveneens gronden
te Paulatem en St.Maria-Latem. Vandaar dat dit goed in
sommige documenten ook te Paulatem gesitueerd staat. In de
15de eeuw behoorde de hoeve toe aan de familie 'van der
Heyden'. Ze werd in leen gehouden van het hof van Gavere en
had in 1483 een oppervlakte van 18.5 bunder
(SAG 301/57 fo 223).
- het 'Goed van Mere'
Of het dit goed is dat uitgebouwd
werd tot het huidige kasteeldomein, valt niet met zekerheid
uit te maken, wegens het ontbreken van verdere gegevens.
De naamgeving wijst er alleszins op, dat dit goed nabij
een waterplas kan gelegen hebben maar, en dit is
waarschijnlijker, kan ook verband houden met de familienaam
'van Meere'.
Volgens de penningkohieren van 1571 (15 vo)
behoorde het goed in die tijd toe aan de heer van Mere, had
het een oppervlakte van 55 dagwanden en werd het verpacht
voor een bedrag van 168 ponden parisis en twee steen vlas
(De Brouwer).
- het Pachthof
Wordt vermeld in dezelfde
penningkohieren (P 1571, 1 vo).
De eigenaar was Lowijs de Rodoan, heer van Beerlegem. Dit
alleen al maakt het meer waarschijnlijk dat het deze hoeve
is, die uitgebouwd werd tot het huidige kasteeldomein.
In 1571 werd het goed gepacht door ene Gillis Boenbeke.
Het had een oppervlakte van 25 bunder en werd verhuurd tegen
232 pond parisis per jaar.
- Semi-gesloten hoeve
Gelegen
aan de Zavelputstraat 14.
Deze hoeve behoorde voorheen bij de verdwenen houten korenwindmolen
"Ter Varent", de molen van de dorpsheer, al
vermeld in 1503 en die in 1918 volledig werd afgebroken.
Het is een hoeve van het semi-gesloten type met oude kern
maar
vermoedelijk heropgebouwd in 1857 (volgens het verankerd jaartal
in de linker zijgeveltop van dit boerenhuis. Het binnenerf
is omsloten door
eenvoudige bakstenen hoevegebouwen onder pannendaken en
afgesloten met een ijzeren inrijhek aan bakstenen pijlers.
De omhaagde moestuin bevindt zich ten noorden achter het woonhuis.
Ten noorden vindt men het boerenhuis, een voormalig molenaarshuis, van zes traveeën
onder zadeldak (van zwarte en rode pannen). De bakstenen gevel
staat op
een gecementeerde plint. Er zijn rechthoekige vensters met T-ramen en deur.
De achtergevel is analoog, met door diefijzers versterkte rechthoekige
vensters afgelijnd door geprofileerde bakstenen kroonlijst.
Binnenin is het interieur uit het midden der 19de eeuw vrij
goed bewaard met de woonkamer (met grote schouw met schouwwangen en onderboezem
van gesinterde baksteen en houten schouwbalk met
bordenlijst), de kamer ernaast (met gepleisterd plafond en
moerbalk voorzien van stucrozet en neoclassicistische
marmeren schouwmantel en stucdecoratie op boezem) en vloer
van rode plavuizen.
Links naast het woonhuis staat een dienstgebouw onder afgewolfd pannen
zadeldak met korfboogvormige toegangspoort, met
zijaanbouwsels. Ten westen van het erf vindt men het aangepast bakhuis met
bewaarde oven. Ten zuidwesten, gescheiden van erf door klimmende
kasseiweg, staat een alleenstaande bakstenen schuur onder zadeldak
(pannen) met in het dak de verhoogde rechthoekige inrijpoort, uit
het einde van de 19de eeuw.
Bron: Vandeputte J.L.Th., De
molens van het arrondissement Oudenaarde, Uit hun
geschiedenis, Oudenaarde, 1974, p. 103-104.
- 'de Raesveldhoeve'
Genoemd naar het
toponiem van het gehucht waar ze ligt.
Gelegen aan de Beerlegemsebaan 26 en
tot in de jaren 80 van de vorige eeuw eigendom van René van
Vlaenderen. Deze hoeve, gebouwd rond 1830, was vroeger
gekend als kweekhoeve voor paarden. Tot begin der negentiger
jaren der vorige eeuw bleef de hoeve volop in bedrijf.
Imposante hoeve van het gesloten type opvallend ingeplant in
de straatbocht, vermoedelijk uit de 18de eeuw en volgens het
kadasterarchief heropgebouwd in opdracht van E. Vander Beken,
burgemeester van Sint-Maria-Latem in de 19de eeuw. Het is
een grote bakstenen
hoeve met pannendaken rondom een verharde en beplante
binnenplaats. Ten zuiden is er de witgeschilderde straatvleugel op
gepikte plint onder pannendak, met schuur voorzien van drie rechthoekige inrijpoorten, o.m. een doorrit naar erf met behouden
dakgebint. Ten noorden staat het onderkelderd boerenhuis van vijf traveeën en
twee bouwlagen onder zadeldak (mechanische pannen), uit 19de
eeuw.
Eenvoudige bakstenen voor- en achtergevel met dubbelhuisopstand. Lijstgevel met rechth.
vensters voorheen met luiken en deur met getraceerd
bovenlicht in gesinterde bakstenen omlijsting. Ten westen is
er een lager zijaanbouwsel van twee traveeën en met kleinere
bouwlagen, eveneens met voordeur in gesinterde bakstenen
omlijsting. Ten oosten staan de 19de-eeuwse stallen onder
overstekend zadeldak rustend op daklijstbalkjes. Staldeuren
en poorten zijn vervaardigd uit rood geschilderd houtwerk.
- Hoeve uit 1846
Links van de kerk, aan de ingang
van de Kasteeldreef, bevindt zich een langgestrekte hoeve;
ze werd in de jaren 1994-'95 gerestaureerd en verbouwd tot
een kweekcentrum van paarden.
- Voormalig hoevetje
Aan
de Beerlegemsebaan 8, op de hoek met de Koornbloemstraat.
Dit vroeger hoevetje omvat een zijdelings op de straat ingeplant
boerenhuis van vier traveeën met aansluitende stal onder
doorlopend zadeldak (in eternietpannen). Het woonhuis
dateert vermoedelijk
uit de 18de of begin 19de eeuw. Het heeft gecementeerde voor- en achtergevel
met houten ankers. Er zijn rechthoekige vensters met luiken en
een licht getoogde deur.
-
Hoeve
aan
de Beerlegemsebaan 36
Deze hoeve met losse bestanddelen, waarvan de oudste gedeelten
dateren uit de 18de eeuw,
werd aangepast en uitgebreid in het tweede kwart der 19de en
in de 20ste eeuw. In de 19de eeuw was de hoeve bekend als
smidse. Het grotendeels aangepast boerenhuis is nu voorzien van
gecementeerde gevels met vernieuwde vensters. Ten zuiden
staat de
voormalige smidse onder pannendak met een windwijzer met jaartal
1788 (nieuw hermaakt naar de oude windwijzer). Ten oosten
vindt men
aansluitende stallen op baksteen gedateerd 1851.
- Vroegere
hoeve 'Ter Hoede'
|
 |
 |
Gelegen Beerlegemsebaan 42.
Het is een vroegere hoeve met een woonhuis, drie traveeën
breed en twee bouwlagen hoog, met rechts aansluitend een poortgebouw onder zadeldak (van pannen,
en evenwijdig met de straat) met een dakruitertje uit het
tweede kwart van de 19de eeuw. De bakstenen gevel
met dubbelhuisopstand is voorzien van getoogde muuropeningen
met bewaard houtwerk. Getoogde deur in uitspringende
geelgeschilderde bakstenen omlijsting met neuten, oren en
kroon- en tandlijst. Rechts bevindt zich de poorttravee met rechthoekige poort onder
ijzeren latei en erboven het getoogde laadluik, in de uiterst rechtse
travee vindt men de rondboogvormige kapelnis met H. Jozefbeeldje.
Gelijkaardige achtergevel. Goed bewaard interieur met twee
kleine kamers aan weerszij van centrale gang, merendeels met
behoud van oude vloertegels, marmeren schouwen, o.m. met
wandtegels, en stucplafonds, vermoedelijk uit eind 19de eeuw. Links
ervan aan de straat gelegen dienstgebouw met vroegere schuur
van vier traveeën met rechthoekige poorten onder zadeldak (pannen, n
// straat). Ten oosten, achterin het erf, staat een bakstenen dienstgebouw met
inrijpoort, stallen en bakhuis onder zadeldak (pannen). Ten
zuiden, in het verlengde van de inrijpoort, staan eveneens
bedrijfsgebouwen van de voormalige hoeve.
De woning werd in de jaren '80 gehuurd door de
lokale kunstenaar Johan Lievens. Lang na zijn
vertrek werd in 2006 daar een cannabisplantage
ontdekt en opgerold, waarna het complex verkocht
werd. In 2008 werd deze voormalige hoeve
gerestaureerd, waarbij het originele opschrift
boven de inkomdeur bloot kwam te liggen.
|
- Vroegere
hoeve
Aan
de Beerlegemsebaan 47 - Voormalige hoeve met bestanddelen in U-vormige
opstelling. Ten noordwesten staat het zijdelings op de straat ingeplant
woonhuis onder zadeldak (pannen), opklimmend tot eind 18de
of begin 19de eeuw. Naar het zuidoosten gerichte gewitte voorgevel van zes
traveeën op gecementeerde plint. Rechthoekige vensters, voorheen met
luiken. Getrapte bakstenen kroonlijst. Laag deurtje in
zwartgeschilderde omlijsting. Gewitte achtergevel met houten
muurankers met later uitgebreide keuken. Haakse aanbouw aan
de straatkant gesloopt en bouw van nieuwe rechter zijgevel aan
woonhuis. Vermoedelijk later bijgebouwde schuur en stallen
in L-vorm met gewitte erfgevels op gepikte plinten en
afgedekt door zadeldaken (pannen).
- Hoeve
Niemegeers - Baele
aan
de Beerlegemsebaan 64. Het is een gesloten hoeve uit de 18de en
19de eeuw. Voortuin aan de straat
afgesloten door bakstenen muur, ijzeren tralie op muurtje en
ijzeren hek. Gesloten hoeve met verharde en gekasseide
binnenplaats met mestvaalt en afzonderlijke bedrijfsgebouwen
ten zuiden en ten oosten ervan. Ten westen staat het oude woonhuis, vier traveeën
en één bouwlaag groot onder zadeldak (van pannen) met ernaast
een 19de-eeuwse uitbreiding van vier traveeën en twee bouwlagen onder
afzonderlijk zadeldak (pannen); resp. met gewitte en
beraapte gevel. In oudste woongedeelte, behouden voor- en
achterdeur in omlijsting van rode en gesinterde baksteen
resp. rechthoekig en getoogd met gebogen waterlijstje. In
achtergevel, keldervenstertjes afgesloten door houten
luiken. Aanpalende beraapte lijstgevel met rechthoekige vensters
in geriemde omlijsting, nu voorzien van T-ramen.
Ten noordwesten staat een bakstenen bedrijfsgebouw van zeven traveeën onder
zadeldak (pannen) met koeienstallen voorzien van halfronde
venstertjes in erf- en straatgevel en centrale doorrit met
rood geschilderde poort naar het binnenerf. In de hoektravee,
aansluitend bij het woonhuis, staat een voormalige paardenstal met
bewaarde ruiven.
Er tegenover, ten zuidoosten, vindt men de stierenstal en de rechthoekige doorrit naar
het erf,
met een gewitte erfgevel en roodgeschilderde staldeuren.
Ten oosten, op de binnenplaats, staat een dwarsschuur onder afgewolfd zadeldak
(voorheen met stro, sedert 1948 met golfplaten en pannen).
De centrale inrijpoort ervan is rechthoekig. De noordelijke zijgevel (aan
de Oudenweg) en deels
achtergevel is voorzien van een houten beplanking op bakstenen stoel.
Binnenin nog voorzien van een dubbel ankerbalkgebinte.
Ten zuiden, zijdelings op de straat ingeplant, staat een afzonderlijk
dienstgebouw met wagenhuis van vier traveeën onder zadeldak
(pannen), met in de geveltop het jaartalanker van 1841.
Een aantal losstaande bijgebouwen dateren volgens het
kadasterarchief vermoedelijk uit het begin der 20ste eeuw:
het oostelijk naast
het wagenhuis gelegen bakhuis met bewaarde oven; het
oostelijk achter de
schuur gelegen losstaand wagenhuis en houtmijt, en tenslotte in de
voortuin een toiletgebouwtje, aansluitend op de ommuring, .
|
|
De HERBERGEN
|
'HET JAGERSHOF'

Het estaminet 'In de Brugge' of 'Au Pont'
toen het uitgebaat werd door René Derbaix - het opschrift op de zijgevel
vermeldde dat hij verzekeringsagent was bij de maatschappij 'Patrons
Réunis'.
|

Het
Jagershof zoals het populair was bij truckers, die het wekelijkse
transport van
varkens naar het Velzeekse slachthuis verzorgden - op de
heenweg 's morgens vroeg
genoten ze er hun ontbijt en later op de
terugweg stopten ze om er de gebruikelijke
'mazout'-jes naar binnen te
kappen...
|
Aan de Beerlegemsebaan nr 49.
Voorheen café "In de brugge"
of "Au Pont", gelegen aan de brug over de Munkbosbeek, reeds aldus bekend
midden de 19de eeuw, laatst bekend als
" 't Jagershof". Was een geel geschilderd gebouwencomplex met rood-witte luiken, de
kasteelkleuren van graaf d'Ursel. In 1907 bijgebouwd huis van vier traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (van pannen), voorheen tussen zijtrapgevels. Sierankers en aan
straatgevel jaartalankers met 1907. Er zijn getoogde vensters, op de begane grond
beluikt. Haaks op het hoofdgebouw staat een ouder huis van één bouwlaag onder zadeldak (van pannen)
met bepleisterde gevel met rechthoekige muur-openingen. Aan de straat is een dienstgebouw gelegen van vier traveeën met stallen, blind aan de
straatzijde, uit eind 19de eeuw. Van 1964 tot 1994 werd de herberg opengehouden door Roger Lejeune
(+ )
en zijn echtgenote Juliette Helleputte (+ ).
|
|

Dezelfde herberg in de jaren 1930 |
|
'In de Eendracht' -
was gelegen in een bocht van de Beerlegemsebaan, ongeveer recht tegenover
de boerderij van Alma van Wettere. Het café werd opengehouden door Henri
De Visscher. |
|
|
|
ANDER WAARDEVOL PATRIMONIUM
Lage boerenarbeidershuisjes
aan de Oudenweg 10-12. In afhellend erf gelegen
samengekoppelde lage boerenarbeidershuisjes met gewitte bakstenen gevels
afgedekt met een doorlopend zadeldak (pannen), uit eind 18de of begin 19de eeuw.
Huis met nr.
10 met keldergat rechts naast de deur en houten muurankers. Tegen blinde traveeën tussen
beide huisjes in, steekpomp. Rechthoekige beluikte vensters.
Herenhuis, vml. brouwershuis van brouwerij De Geyter
aan de Beerlegemsebaan 66. Voormalig brouwershuis van brouwerij De Geyter. Brouwerij
opgestart op het einde der 19de eeuw en
stopgezet in 1952; de brouwerijgebouwen werden gesloopt in 1991. Dit huis werd gebouwd op de plaats van
een oudere hoeve.
Het is een ruim herenhuis van vijf traveeën en tweeënhalve bouwlaag onder zadeldak (leien), volgens
het
kadasterarchief van 1884, aangepast in de jaren 1950 en in 1999 volledig
gerestaureerd en vernieuwd met behoud van de voorgevel. Voorheen gepleisterde en
geschilderde gevel met dubbelhuisopstand, nu met bakstenen parement op arduinen
plint. Licht uitspringende middentravee met deur in geaccentueerde omlijsting
aangebracht met het nieuwe gevelparement. Getoogde vensters met T-ramen in
zandstenen omlijsting. Witgeschilderde houten kroonlijst.
Links van het huis bevinden zich oude bedrijfsgebouwen met gecementeerde straatgevels met centrale
korfboogvormige inrijpoort.
Bronnen: De Noyette G. - Hoebeke M., Dorpsbeelden uit het verleden, Zwalm,
Nazareth, 1994, p. 106.
Van Nuffel F. - Van Nuffel A., Groot-Zwalm in oude foto's, Eeklo, 1992, p.
144-145.
Kapel van O.-L.Vrouw
Aan de Zavelputstraat zonder nr. Gelegen voorbij de dorpskom
richting Dikkelvenne. Grote bakstenen wegkapel, gebouwd in 1866 ter vervanging
van een oudere kapel aan de overzijde van de straat. Tuitgevel van rode en
zwarte baksteen afgelijnd door boogfries en bekroond door stenen kruis.
Spitsboogdeur met houten deur met tralie en bovenlicht en voorzien van
geprofileerde dagkanten. In geveltopstuk, arduinen wapensteen van de bouwheer
L.M. Rodriguez d'Evora y Vega, heer van Beerlegem en markies van Rode. Op de
vier lisenen van de zijgevels jaartalankers 1866. Op altaar plaasteren beeld van
O.L.Vrouw-met-Kind.
Bronnen: RAR, HGA Beerlegem, nr. 761.
Voormalige pastorie
aan de Beerlegemsebaan 65.
Het is de vroegere pastorie, vermoedelijk opklimmend tot midden de 17de eeuw met herstellingen
uit de 18de, tot de bouw van de nieuwe pastorie (nr. 61) ernaast in 1861, erna
opgesplitst in verschillende woningen. Huis van zeven trav. en één bouwl. onder
zadeldak (pannen en golfplaten, n // straat). Verankerde witgeschilderde
lijstgevel op grijsgeschilderde plint. Licht getoogde muuropeningen. Twee deuren
in grijsgeschilderde omlijsting; de rechtse is van jongere datum. Linker travee met
rondboogvenster en deurtje van dienstgebouw. Zijpuntgevels afgewerkt met
vlechtingen. Achteraan later aangebouwde keuken.
Binnenin totaal verbouwd. Haaks op woonhuis en straat, dienstgebouw van drie
traveeën geleed door lisenen onder zadeldak (pannen, n straat).
Ten noorden staat een later gebouwd bakhuis ter vervanging van het bakhuis gebouwd in 1737.
Bron: De
Brouwer J., Bijdrage tot de geschiedenis van de kerkelijke instellingen en het
godsdienstig leven in het Land van Aalst tussen 1621 en 1796, V, Dendermonde,
1975, p. 328.
Dorpswoning
gelegen Beerlegemsebaan 34. Het is een bakstenen dorpswoning van drie traveeën en twee bouwlagen
groot onder zadeldak (onder pannen, met de nok //
straat) met aansluitend een gewit bijgebouwtje van drie traveeën en één bouwlaag.,
waarvan op de linker
zijgevel ervan zich een gedeeltelijk bewaard jaartalanker van 184? bevindt.
Herenhuis
Gelegen aan de Beerlegemsebaan 62.
Het is de voormalige woning van en gebouwd door Celestien De Geyter, van de brouwersfamilie
(zie de brouwerij met huisnr
66); het huis heeft een voortuintje voorzien van ijzeren afsluiting, vermoedelijk daterend van
1882. Alleenstaand herenhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen en zadeldak (leien,
met de nok
// straat). Oorspronkelijk bepleisterde en geschilderde voorgevel nu met
vernieuwd bakstenen parement en met behouden beraapte zij- en achtergevels. Rechts
van het woonhuis staat in het voortuintje een beraapt dienstgebouwtje van drie traveeën onder
schilddak (leien, met de nok loodrecht op de straat).
Woning
aan de Kasteeldreef 1.
Het is het vroegere boswachtershuis bij het kasteel, dat in 1933 in gebruik
genomen is door de ertegenover
gelegen kostschool als huishoudschool, genaamd "Sint Martha", en nu gerestaureerde
particuliere woning. Huis van zes trav. onder zadeldak (mechanische pannen),
minstens uit het begin der 19de eeuw. Het huis heeft een gewitte voorgevel op gepikte plint.
De deur is nagenoeg rechthoekig en de vensters hebben rood-witte luiken.
|
|
|

° Robrecht van MASSEMEN
(1385/1390 - september
1430)

|
Heer van Massemen, Westrem, Hemelveerdegem, Beerlegem,
St.Martens-Lierde, St.Maria-Lierde, Parike, Leeuwergem en
Elene.
Zijn vader Walrave van Massemen was raadsheer van Jan zonder
Vrees. Zijn moeder Margareta de Maarschalck was de dochter
van Robrecht Tincke (alias de Maarschalck) en Beatrix van
Vlaanderen, de bastaarddochter van graaf Lodewijk van Male.
Robrecht van Massemen bouwde een militaire carrière op in
dienst van de Bourgondische hertogen Jan zonder Vrees
(1401-1419) en Filips de Goede (1419-1467). Hij was gehuwd
met Elizabeth van Leeuwergem.
In 1417 was hij één der Vlaamse legeraanvoerders tijdens de
militaire operaties van Jan zonder Vrees rond Parijs. Hij
werd door Filips de Goede tot ridder geslagen. In 1423 door
diezelfde Filips de Goede aangesteld als lid van de raad die
Vlaanderen bestuurde tijdens diens afwezigheid.
In september 1430 overleed hij, waarschijnlijk ingevolge een
besmettelijke ziekte.
Zijn weduwe, Elizabeth van Leeuwergem, ontving van Filips de
Goede een lijfrente van 220 lb.par.* op de ontvangsten van het
vorstelijk domein te Ninove-Haaltert en was tenminste tot 1454
chatellaine van het kasteel te Ninove.
* pond parisis
|
|
° Karel-Philip de RODOAN
(ca. 1550-1616)
|
Karel-Philip de Rodoan werd op het kasteel van
Beerlegem geboren omstreeks het midden der 16de eeuw. Zijn vader was
Lodewijk de Rodoan, heer van Doncourt en econoom van de hertogin
Anna van Lorreinen, die hij naar België volgde toen die huwde met
Renatus van Chalons, prins van Oranje. De moeder van Karel Philip
was Isabelle Bette, staatsjuffer van de voormelde hertogin.
Karel-Philip studeerde aan de hogeschool van Leuven en behaalde er
de graad van licentiaat in de Godsgeleerdheid. Hij werd priester en
achtereenvolgens kanunnik te Verdun, in 1581 proost der collegiale
kerk van de H.Waltrudis-parochie te Bergen, in 1590 cantor en deken
van St.Baafs te Gent, om in 1593 abt van Ename te worden (onder
groot protest van de kloosterlingen aldaar, want hij behoorde niet
tot hun Benediktijner-orde).
In 1600 werd hij, op voordragen van de aartshertogen Albrecht en
Isabella, benoemd tot bisschop van Middelburg (Zeeland). Hij werd op
8 oktober 1600 in de St.Maartenskerk te Aalst door de aartsbisschop
van Mechelen tot bisschop gewijd.
De tijdsomstandigheden beletten hem evenwel 'bezit te nemen' van
zijn bisdom, want Zeeland was toen volledig bezet door 'de Geuzen'.
Daarom bekwam hij in juni 1602 het bestuur over het bisdom Brugge,
in opvolging van Matthias Lambrecht, die op 1 juni was overleden. De
officiële plechtigheid ging echter pas op 24 maart 1604 door.
Intussen had Karel-Philip zijn hoedanigheid als prelaat van Ename
behouden, mét pauselijke vergunning; hij zette zich in om de aloude
abdij haar vroegere luister terug te geven. Onder zijn bestuur werd
de abdij terug opgebouwd. Het was overigens te Ename dat hij op 7
juli 1616 zou overlijden. Hij werd begraven in de hoofdkerk van
Brugge. Zijn marmeren graftombe is versierd met zijn beeltenis en
draagt als opschrift:
D. O. M.
CAROLUS
PHILIPPUS
DE RODOAN,
H.S.E.
GENERE
ILLUSTRIS, VIRTULIBUS ILLUSTRIOS,
AD SUMMA ASCENDIT.
FUIT CANONICUS, CANTOR, DECANUS
CA~
THEDRALIS ECCLESIA GAND.
DEIN PREPOSITUS
S. WALDETRUDIS
MONT.
STATUM
ECCLESIASCA
IN ORDINES
FLANDRIOE INTRODUXIT.
FUIT
ABBAS
+ EENHAMMENSIS,
MAX
MIDDELBUR~
GENSIS POST HUJUS ECCLESIOE
EPISCOPUS.
AMISSUM LUGETI POSTERI VERE
VIRUM, OBIIT
JULII
VII, ANNO
M.D.C.XVI.
In zijn
testament, gedateerd 1614, had bisschop de Rodoan o.a. twee
studiebeurzen gesticht in het seminarie te Brugge en in de kerk van
Beerlegem een jaargetijde, met een jaarlijks inkomen van 15 gulden,
een jaargetijde ook in de St.Donaaskerk te Brugge en één in de
kathedraal van Verdun. Het testament is te lezen in 'Het Cartularium
van de abdij van Ename (Edmond Beaucarne - 'Notice historique sur la
commune d'Eename, 2ième partie: Histoire de l'abbaye d'Eename', pp.
217-277)
Karel-Philip de Rodoan werd als bisschop van Brugge opgevolgd door
Antoon Triest, die in 1622 werd overgeplaatst naar Gent.
(Bron: De Potter &
Broeckaert)
|
° Rosa Isabella BOUCQUIÉ
(1788-1870)
Deze van oorsprong
Westvlaamse (o Ingelmunster) werd als jonge weduwe rond 1822
onderwijzeres in de door de Zusters van Liefde pas
opgerichte Beerlegemse lagere dorpsschool. Ze verwierf een goede
naam en faam tot ver buiten deze gemeente en toen de Zottegemse armenschool maar niet leek van de grond te komen
en in 1829 de functie van 'armenschoolbestuurster' weer eens
open stond trok Boucquié er naar toe. Een jaar later werd
Rosa Boucquié religieuze bij de door pastoor-deken J.B.
Magherman nieuw opgerichte kloosterorde van de Zusters van
de H. Barbara. Tot 1843 zou Rosa het enige lid van de
congregatie blijven. Dan kwam Natalie De Temmerman haar
vervoegen. Met hun tweeën kwijten zij zich van een
drievoudige taak: de opvang en opvoeding van arme wezen, de
zorg voor het gasthuis met zieken en bejaarden, én het
openhouden van een 'bewaar'- en lagere school. In 1845 splitsen het 'gasthuys' en het wezenhuis en wordt
ook een kantschool opgericht, waarvan zuster Nathalie de
bestuurster wordt. In 1851 - de kloostercongregatie telt
inmiddels 4 zusters - nemen de zusters de privé-kostschool
van Eugénie Van der Eycken over, hiermee de basis leggend
voor de latere 'Franse school' en voor een pensionaat. In 1853 wordt een nieuwe bewaarschool gebouwd. In 1859 wordt
de bouw van de kloosterkapel aangevangen - ze wordt in 1864
ingewijd door Mgr. Delbecque. In 1868 is daar de oprichting
van de 'Franse school'. Moeder Rosa Boucquié overlijdt op 8 juni 1870, 81 jaar oud.
Ze wordt binnen de kloostercongregatie van St.Barbara
opgevolgd door zuster Nathalie.
Andere Zwalmnaars binnen de
kloostergemeenschap van de H.Barbara:
Marie Van Wassenhove Julienne Van Landuyt |
St.Maria-Latem
Hundelgem |
o 23.4.1865
o 23.12.1901
|
intrede 28.10.1881 29.8.1923
|
+ 8.1.1954 + 4.9.1966 |
|
 |
|
° de markies Charles de RODE
(1790-1868)

|
Charles, Joseph, Marie,
Ghislain Rodriguez de Evora y Vega, markies van Rode, baron
van Beirleghem, werd te Gent geboren op 12 juni 1790 als
zoon van Charles Joseph Antoine Rodriguez de Evora y Vega en
Thérèse Ghislena Fréderique de Draeck (de oprichtster van
het plaatselijke klooster).
In 1815 werd hij benoemd tot kamerheer van koning Willem I
maar toen hij weigerde zijn goedkeuring te hechten aan de
grondwet werd deze titel hem ontnomen. Toen hij nadien als
lid van de Provinciale Staten toch trouw zwoer aan de
grondwet, werd hij in deze functie hersteld
Op 11 oktober 1830, tijdens een bijeenkomst van de leden van
de Provinciale Staten, betuigde hij zijn instemming met de
Tijdelijke Regering. Hij werd hierbij ook verkozen tot lid
van het ‘Provinciaal Behoudingscomité’ dat de Provinciale
Staten verving en de administratie van de provincie
Oost-Vlaanderen op zich ging nemen
Op 30 november 1830 werd hij in het arrondissement Gent tot
lid van de Volksraad verkozen. Hij keurde mee alle
‘vrijheden’, vervat in de nieuwbakken Belgische grondwet,
goed. In 1831 werd hij door datzelfde arrondissement naar de
senaat gezonden maar in 1835 moest hij zijn toevlucht nemen
op de kieslijst van het arrondissement Oudenaarde.
De daaropvolgende 35 jaar zou hij daar, meestal zonder
tegenkanting te ondervinden en praktisch altijd bij
eenparigheid van stemmen, worden verkozen.Hij werd
secretaris van de senaat van 1831 tot 1848 en quaestor van
1851 tot 1863. Hij nam steeds actief deel aan de wetgevende
werkzaamheden. Bij de discussies over de gemeentewet van
1836 en de herziening ervan in 1842 sprak hij zich uit voor
het pregoratief van de koning inzake burgemeestersbenoeming,
zélfs buiten de gemeenteraad (8).
Charles, Joseph, Marie, Ghislain Rodriguez de Evora y Vega,
markies van Rode stierf op 26 september 1868 op zijn kasteel
te Beerlegem aan de gevolgen van een pijnlijke ziekte. |
° Karel DE VOS
(1901-1979)
Karel De Vos werd te Beerlegem geboren op
4 juli 1901. Hij behaalde het onderwijzersdiploma aan de
Bisschoppelijke Normaalschool van St.Niklaas in 1922 en in
1923 voor een jury de titel van landmeter. Vanaf 1922
onderwees hij aan de 'aangenomen Jongensschool van het
Gesticht O.L.Vrouw van Deinsbeke' te Zottegem. Na de
arrestatie door de Duitse bezetter van de illustere Jules
Lootens in 1944 fungeerde hij als waarnemend schoolhoofd.
Nadat Lootens'overlijden bevestigd was, werd Karel De Vos
benoemd als schoolhoofd-zonder-klas op 19.9.1946. Met de
grote vakantie 1960 ging Karel De Vos met pensioen. Hij overleed te Strijpen op 10 mei 1979.
|
 |
|
° Denis DE KEUKELEIRE
|
Geboren te Beerlegem en wonend te Melle, werd hij als professor in
de Farmacologie directeur van het Laboratorium voor Farmacognosie en
Fytochemie aan de UGent. Hij verwierf wereldfaam door zijn knowhow
over de bitterstoffen van de hop en de toepassingen van de hop in
het brouwersambacht. In zijn labo werd vooral de oestrogene werking
van de hop onderzocht en zo kwam men tot de vervaardiging van
natuurlijke producten, die post-menopauzale klachten bij de vrouw en
prostaat-aandoeningen bij de man moeten verhelpen. Wat allang door
velen werd beweerd, bevestigde prof. De Keukeleire door zijn
wetenschappelijk werk: bier (met mate gedronken...) is dé gezonde
drank voor de man en... de vrouw.
|
|
° Silvie de CLERCQ
(1841-1927)
 |
Silvie
werd geboren te Huise op 7 juli 1841. Gehuwd met Charles Louis
Gevaert baatte ze samen met hem jarenlang het toen alomgekende café
'In de Tarandus' uit. Daarnaast hielp ze haar man ook bij de
werkzaamheden op hun boerderij.
Samen kregen ze 8 kinderen en 35 kleinkinderen. Eén van haar
kinderen nam het café over en nog later hield één van haar
kleinkinderen de herberg een tijdlang verder open.
Eén van haar zoons was Cyril Gevaert; hij werd zadelmaker te
Dikkelvenne. Hij was gehuwd met Cederi De Cock. Zij werden de ouders
van Albert Gevaert (o 1916), die aan de Munkzwalmse Zuidlaan woonde
en gehuwd was met Jeanne de Vleeschauwer (o 1915). Zíj kregen
2 kinderen. Albert was zijn leven lang schoenmaker en heeft aldus in
Brussel en op veel andere plaatsen gewerkt, waaronder de laatste 27
jaar vóór zijn pensioen te Zottegem. Jeanne fabriceerde als
thuiswerkster o.a. handschoenen.
Silvie de Clercq overleed in Beerlegem op 5 juli 1927, net geen 86. |
|