BEERLEGEM DIKKELE HERMELGEM HUNDELGEM MEILEGEM MUNKZWALM NEDERZWALM PAULATEM ROBORST ROZEBEKE St-BLASIUS-BOEKEL ST-DENIJS-BOEKEL St-MARIA-LATEM WIJLEGEM DE ZWALMSTREEK HOMEPAGE ZWALM VLAAMSE ARDENNEN

BEERLEGEM
 

     Beerlegem is een kleine woongemeente van 224 ha 94 are met overwegend vruchtbare grond en goed gedraineerde zandleem- en leembodem. De bevolkingstoename, vooral in de 19de eeuw, kan op rekening geschreven worden van de aanleg van 'de grote Baan'naar Gent, met zijn repercussies op de tewerkstelling. In de 20ste eeuw daalde het aantal tewerkgestelden in de landbouw en werd pendel belangrijker: in 1961 pendelde 41.3% van de actieve bevolking.


  
 


 
WAPENSCHILD
 – heraldische verklaring

K.B. van 23 september 1931 : Gevierendeeld : 1 en 4 van keel (rood) met een adelaar van goud, gebekt, gepoot en gekroond van lazuur (blauw), wat is de la Vega; 2 en 3 van zilver met drie leliebloemen met afgesneden voet van lazuur (blauw), wat is Anaonyo; in het midden een gevierendeeld schild : 1 en 4 van lazuur (blauw) met een leeuw van goud, getongd van keel (rood), houdend in de rechterpoot drie bladeren van goud; met smalle schuinbalk van keel (rood) over alles heen en in het schildhoofd beladen met een komeet van goud en in de schildvoet met een rots met drie toppen van hetzelfde; 2 en 3 van lazuur met drie sterren van goud, wat is de Rodriguez; in het hart, in goud een leeuw van sabel (zwart) met uitgeschulpte boord van hetzelfde, wat is de Rodes”.
Schildhouders : twee leeuwen van goud, genageld en getongd van keel (rood).
Het schild gedekt met een kroon met vijf fleurons
*.
                                                                                               *
 fleuron = bloempje


DETAIL (1853) UIT DE ATLAS DER BUURTWEGEN

Bron WWW.GISOOST.BE


HUIDIG STRATENPLAN
INLEIDING

   Etymologie

De naam van dit dorp komt voor het eerst voor in 1196, hoewel de lokaliteit veel ouder moet zijn. De ontdekking van een Merovingische begraafplaats in 1955 bewijst dat Beerlegem een Frankische nederzetting was. “Berlenghem” was de benaming volgens de lijsten van het bisdom Kamerijk. Abt J. Claerhout denkt dat de naam voorkomt van ‘Berilo’ (diminutief van Bero). Beerlegem was dus de woonplaats van het geslacht der Berlingen, omgevormd tot “Berlingenhem” en in 1252 werd het Beirlegem. Andere bronnen vermelden de naam “Bardelingheym”, wat zou betekenen ‘woning der Bardarlingen’ of afstammelingen van ‘Badharila’.

   Aantal inwoners

1800 1830 1900 1947 1961 1970
291 412 427 313 314 345

   Oude plaatsnamen:

   HET DORPSPLEINTJE

 



De Steenweg naar Gent - zicht van aan 'de Klokke' (li) ; rechts op de foto de brouwerij De Geyter.


GESCHIEDENIS

De bewoonde geschiedenis van Beerlegem gaat vermoedelijk terug tot in de prehistorie. Zeker is dat in de gallo-romeinse tijd er menselijke aanwezigheid was in deze gemeente. De ontdekking van de resten van een merovingisch grafveld wijst op een dichtere graad van bewoning in de 8ste-9de eeuw. 

Vroeger behoorde de heerlijkheid Beerlegem tot het land van Rode, één van de vijf baanderijen (baronieën) van het Graafschap van Aalst. Ze gaf de naam aan de adellijke familie, waarvan het oudste lid, Theodoricus van Berleghem, in 1196 wordt vermeld in een charter van Raas van Gavere. Nadien ging het heerschap van Beerlegem over aan Geerard van Grimbergen... lees meer: De heren van Beerlegem


 
De tegenwoordige graaf Hubert d'Ursel de Boussies
met zijn echtgenote gravin Philippine de Liedekerke
de Pailh
e

De kloostergemeenschap werd in de nacht van 21 op 22 december 1836 bestolen.  Brood, vlees, boter en tinnen schotels werden er ontvreemd.  Deze diefstal werd toegeschreven aan de bende van Elst.
In 1970 werd Beerlegem opgenomen in de fusiegemeente groot-Munkzwalm en in 1977 een deelgemeente van Zwalm.

ONDERWIJS
 


Kanunnik Triest


Theresia-Ghislena de Draeck


Uit de middeleeuwen is er mij enkel bekend dat in 1622 Judocus de Waele koster-onderwijzer was, waarna Gisbertus van Heste die taak waarnam in 1630-'31. In 1633 was Egidius (de) Pareys er koster-onderwijzer, en was dit nog in 1656. Er was geen onderwijs in 1654 maar in 1658, 1662 was A. Ruysskensvelt koster-onderwijzer.
De Beerlegemse kinderen liepen wel meestal school te Meilegem of Munkzwalm. De Beerlegemse dorpsschool kende steeds maar een kort bestaan (1596, 1601, 1608, 1612, 1615 en 1622) om tussendoor telkens opnieuw te verdwijnen.
In 1823 werd te Beerlegem een kostschool opgericht onder impuls van de markiezin de Rode, Theresia-Gislena de Draeck (weduwe van markies Karel Jozef Anton Rodriguez de Evora y Vega). Het dagelijks beheer werd toevertrouwd aan de zusters van Liefde. Het kostgeld was aanvankelijk bepaald op 204 frank per jaar. Het enige jaarlijks verlof liep van 10 tot 20 september.
 
Klooster en pensionaat waren voordelig voor de economie van de streek. Het gemeentebestuur van Beerlegem was zich daar in 1827 al terdege van bewust, toen het aan het Hollandse Bestuur vroeg om het aantal zusters van 10 naar 16 te mogen brengen. Het verantwoordde deze verhoging als volgt:
"Want deze stichting, dewelke onze gemeente doet floreren vermits het maximum aantal pensionairen op vijftig is bepaald, altijd vervuld is, doet hier uytnemende veel goed, aen kerke, armen, aen alle ambachten, en byzonderlijk voor de consommatie en levensmiddelen".

Lees meer over DE KOSTSCHOOL en het pensionaatsleven

 

PATRIMONIUM

het MPI "Mariaheem", tehuis voor mentaal gehandicapte vrouwen.

Ligging: aan de Kasteeldreef 2; voorheen klooster van de Zusters van Liefde en pensionaat.
Geschiedenis:Klooster en school gebouwd door mevrouw Thérèse, barones de Draeck en markiezin de Rode, op grond tussen de kerk en haar kasteel door haar gekocht in 1821 en geschonken aan kanunnik Triest en de congregatie van de Zusters van Liefde in 1823. Oprichting van een dorpsschool en kostschool voor meisjes ("Sinte Theresia Huys" genaamd) in 1824. Van 1826 tot 1846 ook spin- en handwerkschool. In 1831 oprichting van een zondagschool die bleef bestaan tot 1924. Bouw van een nieuwe lagere school in 1884-86, gesloten in 1975 en van de oostelijke vleugel met kapel in 1886. Tijdens WO II in gebruik als veldhospitaal. Oprichting middelbare school in 1957, gesloten in 1964. Sedert 1967 ingericht als het zogeheten 'Mariaheem', een medisch-pedagogisch instituut voor mentaal gehandicapte vrouwen, met de bouw van een nieuw dagverblijf. In 1993 door de zusters van Liefde verkocht.
Het gebouwencomplex is ingeplant ten westen achter de kerk. Van het oudste gebouw is niets bewaard gebleven. De nog bestaande schoolgebouwen dateren uit de jaren 1880 en 1890 en werden gebouwd door architect E. Van Hoecke-Peeters (Gent) en aannemer E. De Guchteneere (Merelbeke).
In 1886-'87 bouw van de huidige oostelijke vleugel van negen traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (van leien) met achtkantige houten dakruiter met koperen koepeldak aangebracht in de jaren 1980 ter vervanging van de oude bekroning. Bevat op de begane grond de hoofdingang met geaccentueerde toegangsdeur en spreekkamers; op de bovenverdieping de kapel. Rechthoekige arduinen deuromlijsting van vleugeldeur met bovenlicht. Getoogde benedenvensters en rondboogvormige bovenvensters. De oostelijke-zijgevel is d.m.v. een sieranker in de geveltop gedateerd 1886.

Kapel van zes traveeën met goed bewaard interieur in neo-barokke stijl werd ingericht in 1886-1887 o.l.v. architect E. Van Hoecke-Peeters en in 1894 door R. Goethals gepolychromeerd. Houten lambriseringen rondom de kapel van 1889. Bepleisterde kruisribgewelven gescheiden door zeven druk versierde gordelbogen rustend op beeldnissen. Rondboogvensters met eenvoudige glasramen van Ch. Van Crombrugghe-De Keukelaere of blinde vensters, oorspronkelijk voorzien van Latijnse teksten, zijn gevat in een barokke omlijsting met sluitsteen en worden afgewisseld met barokke beeldnissen met gebroken fronton waarin plaasteren heiligenbeelden. Onder de beeldnissen, kruiswegtaferelen in terracotta van J.B. Van Biesbroeck in omlijsting van stuc. Tegen vlakke koorwand, neobarok houten portiekaltaar met schilderij voorstellend Christus met het H. Hart met de knielende St.-Vincentius a Paulo en St.-Bernardus, een gebruikelijk tafereel in de kapellen van de zusters van Liefde. Doksaal met houten balustrade.
Klooster en school van drie bouwlagen hoog werden volledig heropgebouwd in 1896-98. Oorspronkelijk ongeschilderde bakstenen voorgevel, thans witgeschilderd. Twee bouwvolumes respectievelijk voorzien van getoogde benedenvensters en rondboogvormige bovenvensters en getoogde vensters op drie bouwlagen. Tegen de gecementeerde achtergevel glazen afdak op gietijzeren steunen uit het eerste kwart der vorige eeuw, achtergevel versierd met gesculpteerd wapenschild van de stichter mevr. Thérèse, barones de Draeck, markiezin de Rode. Het interieur is volledig aangepast en vernieuwd.

Ten noordwesten bevindt zich de voormalige lagere school opgericht in 1884-86 door de zusters van Liefde en aangenomen door de gemeente als meisjesschool met aparte toegangsweg aan de noordzijde van de school. Het is een alleenstaand bakstenen gebouw van elf traveeën en twee bouwlagen onder een schilddak. Gecementeerde plint. Geritmeerd door getoogde traveenissen met getoogde boven- en benedenvensters.
Ten noorden staat een grot met O.-L.-Vrouw van Lourdes, gebouwd in 1878 met stenen geschonken door gravin de Spangen uit haar steengroeve in Ecaussinnes.
Ten zuiden, in de voortuin, staat een beboomde ijskelder vermoedelijk van 1896, nu met erbovenop een Mariabeeld.

 
Bronnen:

Archief Zusters van Liefde G.A., 9.2.2. Beerlegem, 1., 4.2.                                                                                               
              De Noyette G. - Hoebeke M., Dorpsbeelden uit het verleden, Zwalm, Nazareth, 1994, p. 109-111.
              De Waele F., Van deugdsaeme Dogters en vroome Meyskens, Pensionaatsopvoeding bij de zusters van liefde te
              Beerlegem 1823-1965,Oudenaarde,  1985
 



  
 
 

 
het oud-gemeentehuis: café 'DE KLOKKE'
 

Gelegen aan de Beerlegemsebaan 55, op een heuvelflank op het kruispunt van de oude baan Gent-Aalst en de aftakking naar Gavere, waar de dorpskom van Beerlegem is ontstaan.. Was vroeger gemeentehuis en café  "In De Klok(ke)" en sedert 1991 tot voor enkele jaren restaurant "De Zannekinhoeve".
In de herberglijst van 1779 wordt de vierschaar nabij de kerk gesitueerd. Mogelijks was die in deze herberg. 
Het gebouw is naast de kerk gelegen, haaks op de straat ingeplant, telt vijf traveeën en één bouwlaag onder zadeldak (pannen) met drie recenter aangebrachte dakkapellen, vermoedelijk uit de 18de eeuw. Het gebouw is een rechthoekig blok met links haaks een aanpalende schuur. Bij het rechttrekken van de Gaverstraat rond 1954 verkleind door sloop van de rechter travee. Thans geelgeschilderde bakstenen gevels op gepikte plint. Licht getoogde vensters met rood-witgeschilderde luiken, de kleuren van het kasteel. Deur in zwartgepikte omlijsting. Gevelbeëindiging d.m.v. getrapte baksteenlijst en entablement met sporen van opschrift "a la maison commu(nale) on loge à pied et à cheval", dat bij de verbouwing van 2006-2008 jammer genoeg verwijderd(!) werd. Recente rechter zijgevel, afgewerkt met vlechtingen.
Interieur (vóór de recente verbouwing): rechts van voordeur, kamer met samengestelde balklaag, grote schouw met bakstenen schouwwangen, houten geprofileerde schouwbalk en schouwboezem in de vorige eeuw beschilderd met landschapstaferelen; rug-aan-rug geplaatste schouw met gesloopte kamer rechts ervan. In de kamer links van de voordeur, stucplafond, vloer van rode plavuizen, marmeren schouwmantel en bewaarde archiefkast van het vroegere gemeentehuis.
Links van het huis bevindt zich aansluitend het dienstgebouw onder pannendaken met segmentboogvormige poorten met rechter zijpuntgevel met vlechtingen en uilengaten.
Achteraan op erf, twee dienstgebouwen uit het tweede kwart der 19de eeuw.

Bron: Devos P., De gemeentehuizen van Oost-Vlaanderen, Inventaris van het kunstpatrimonium van Oost-Vlaanderen, XVII, Gent, 1982, p. 958-9

De witgeschilderde bakstenen lijstbouw van één bouwlaag telt vijf steekboog-traveeën die niet helemaal gelijkmatig over het gevelvlak zijn verdeeld maar toch een symmetrische dispositie hebben. De oude raaminstellingen bleven bewaard. De teerbeschildering rond het deurportaal, die een bakstenen omlijsting wilde suggereren, is sedert de omvorming tot restaurant Zannekin verdwenen. In het geblinde bovenlicht van de inkomdeur bevond zich het inmiddels ook verdwenen opschrift 'In de klok', waarboven zich een afbeelding bevond van het voorwerp in kwestie. De bovenbouw heeft een overkragende baksteenlijst. De dakkapellen, de aanbouw achteraan en de rechthoekige doorbrekingen op de begane grond zijn recent.
Gebouwd als landelijke afspanning en ook als dusdanig voorkomend. Door haar ligging, haar oriëntering t.o.v. de kerk die er zuidwaarts dichtbij ligt, door haar silhouet en door nog diverse afzonderlijke elementen, draagt deze constructie in sterke mate bij tot de karakterisering van de Beerlegemse dorpskom en speelt ze een belangrijke afsluitende rol.


 


Toegang achteraan het café
 

De gebouwen werden in 2006-2007 grondig gerestaureerd/verbouwd. Daarbij verdween jammer genoeg het voormelde opschrift op het entablement.
 
 
de ST-ANDREASPAROCHIEKERK

 
 

De eerst gekende pastoor was Arnulphus, 'presbyter de Berleghem', vermeld in 1229 (Cartularium Abdij van Ename).
Over het oorspronkelijk gebedshuis in Beerlegem is weinig bekend, enkel dat het een éénbeukig kruiskerkje was met een dakruiter op de viering en dat met stro was bedekt (1596).
De schade, die het gebouw leed door de Beeldenstorm werd nog verergerd door latere krijgsverrichtingen (1593), toen de kerkhofmuur diende als verdedigingslinie van de plaats. Het kerkgebouw werd enigszins hersteld in 1596-'97. Na de storm van 1601 werd het dak hersteld. In 1624 werden er omvangrijke werken uitgevoerd aan de toren, bedaking en bevloering en werd de kerk na de verbouwingen opnieuw gewijd. Niettemin werd de toren volledig vervangen in 1641; blijkbaar was het de bedoeling gans de kerk te vernieuwen, maar bleef het bij de toren. Pas later, in 1790-'92 werd de oude kerk, behalve de 'nieuwe' toren, afgebroken en vervangen.
Deze vervanging verliep niet zonder een vermeldenswaardig incident, waarvan de sporen nu nog te zien zijn. De plannen van de nieuwe kerk waren zo getekend, dat bij de uitvoering ervan het dak van kerk de oostelijke galmgaten van de bestaande toren zou bedekken. Er werd dan ook voorgesteld om het grondpeil van de nieuw te bouwen kerk te verlagen. Dit stuitte echter op verzet van de pastoor die de stelling verdedigde dat het gewijde grond was en het dan ook uit den boze was om gewijde grond zomaar ergens op openbaar domein uit te strooien. De Markies de Rode stelde voor, om dit te vermijden, op zijn domein een grote put te graven en de gewijde grond daar te storten. Welke oplossing er uiteindelijk is gevonden weet men niet; feit is dat nu nog de oostelijke galmgaten van de toren gedeeltelijk verborgen zijn door het dak van de kerk.

De kerk is gedesoriënteerd naar het westen: zij bestaat uit een enkele beuk van drie traveeën, een transept met twee korte transeptarmen, en een koor van een travee dat aansluit bij de oude vierkante toren. De vieringpeilers werden gebouwd met blokken Balegemse steen. De toren is hoofdzakelijk in baksteen, maar ook hier werd voor de actieve delen zandsteen gebruikt.
De kerk zelf is grotendeels uit baksteen, afgewisseld met zandsteen en pleisterwerk in nabootsing van zandsteen. De zandsteen van de plint is zelfs mogelijk afkomstig uit de gesloopte oude kerk.

Het interieur

Gezien de kerk werd herbouwd einde 18de eeuw, dateert ook het interieur meestal uit de 18
de en begin 19de eeuw (classicistisch). De (laat-barokke) preekstoel dateert van 1662, uit de periode waarin een 'herstellingscampagne' werd gevoerd na de veldtocht van Lodewijk XIV in 1656. Zo ook schonk Karel Filip de Rodoan een nieuwe klok in 1661. De eenvoudig koperen doopvont dateert uit de 17de eeuw, net als een drietal schilderijen (O.L.Vrouw met kind Jezus van Th. Boeyermans, O.L.Vrouw met kind Jezus en St-Janneke van B. Murillo en Christus aan het kruis) en een houten wapenbord uit 1680 met het wapenschild van L.M. Rodriguez de Evora y Vega.

 
 
Kasteeldomein 'TEN BIEZE'

Het domein is 60 ha groot. Het omvat het (18de eeuws) kasteel, omgeven door een park, deels in Engelse, deels in Franse stijl. Er zijn rond het kasteel 3 vijvers (de Paardenvijver, de Lindevijver en de Grote Vijver met de hofgrachten), die zich op verschillend niveau bevinden.

Het vroegere middeleeuwse kasteel
De vroegste vermelding, dat de heren van Beerlegem een 'verblijfplaats' ("la dite terre") hadden vindt men bij Ph. de l'Espinoy  maar hij noemt dit niet met zoveel woorden een woning.
A. Sanderus meldt als eerste tijdens het leven van Karel Filips de Rodoan dat er een kasteel 'ten Bieze' bestaat, geheel met water omgeven, dat
van vóór 1690 dateert.
Op de kaart van Jacques Horenbout uit de 16de eeuw ziet men dat het kasteel zich bevindt op de zuidwestelijke hoek van een rechthoekig eiland, omringd door rechthoekig aangelegde grachten. Het gebouw bestond volgens Horenbout uit een woonvleugel met tegen de noordelijke langsgevel een aangebouwde toren. Op de noordelijke gracht bevond zich een belangrijk torenachtig poortgebouw. Volgens de figuratieve kaart van J.Van Caeneghem (1689) zijn er twee parallelle rechthoekige vleugels. Ten noorden staat een afgeknotte toren. Op de zuidwestelijke hoek van het eiland bevindt zich een tweede toren van 3 verdiepingen, mét spits. Op korte afstand van de noordelijke gevel moet een derde torenachtig gebouw hebben gestaan. Een muur deelde het eiland in 2 delen. Boven de ingangspoort waren er kantelen (Inge Duchau).
 


Kaart 4b (detail figuratieve kaart 1689 J. Van Caeneghem)
(Bron: Inge Duchau)

Bouwgeschiedenis
Het kasteel werd opgetrokken rond 1730 ter vervanging van het vervallen middeleeuwse kasteel. Het grote smeedijzeren hek dateert uit 1861. Op de hoeken van het kasteeleiland bevinden zich nog de schandpalen van de heerlijkheden Melle-Schelderode, Gontrode en Oosterzele.

Het kasteelpark
Er is een ijskelder. De blikvanger is een reusachtige Libanonceder, die volgens de legende zou meegebracht zijn uit Palestina door Jan zonder Vrees 'himself' - onderzoek heeft alvast bevestigd dat hij dateert van rond 1400. In het park is er een bron, 'het Wijnhuizeke'. In het bos bevindt zich 'de Kluize' (een lemen gebouwtje, waar bedelaars of kluizenaars, die bij het kasteel daarom verzochten, slaapgelegenheid en spijs en drank kregen.
 

 

 Toegangsdreef vanaf de Beerlegemsebaan

 Hoeve links

 Weide

 Eén der hoeven in het kasteelpark

Toegang kasteel - de boswachters

 Bijgebouw rechts

 Moestuin

 Vijver 1 rechts

Achterzijde kasteel

Weide achteraan

In het bos
 

 

 

 


Foto's genomen tijdens Open Monumentendag 2007

De 4 schandpalen op domein 'ten Bieze'
    
bevinden zich samen met de Libanon-ceder in het voorhof binnen de tweede omwalling.


Schandpaal heerlijkheid Beerlegem- rechts de 'onthoofde' schandpaal
de kop werd in de nacht van 15 op 16 november 1970 gestolen en is nog steeds niet terecht

Schandpaal heerlijkheid Gontrode













 

Schandpaal van de heerlijkheid Melle














 

Schandpaal van de heerlijkheid Oosterzele














 
 
De brouwerij 'DE GEYTER'
 

De brouwerij wordt voor 't eerst vermeld in het handelsregister in 1892 als "Brasserie Célestin De Geyter, 53 Dorp". De stichtster van het bedrijf zou echter Maria-Theresia De Geyter geweest zijn. Het woonhuis dat bij de brouwerij hoort, dateert uit 1885.
Célestin De Geyter was tweemaal gehuwd. Benevens brouwer is hij ook provincieraadslid en burgemeester van Beerlegem geweest.
In 1925 staat de brouwerij vermeld als "Brasserie De Geyter-Droesbeke".
De zonen van Célestin, Joseph en Richard, volgen hun vader op. De brouwerij heet in 1940 dan ook "Brasserie De Geyter - frères. Men brouwde volgende bieren: Bock, Export, Bruine Bruno, Pils Malta tafelbier, Samson. Gedurende een periode brouwde men ook 'Hengstenbier', dat op champagneflessen was getrokken.
In 1952 zetten de broers het brouwen stop. Bier van andere brouwerijen werd wel nog 'uitgezet' door Jaques De Geyter tot in 1957.


Zicht op de brouwerij-ingang met links het woonhuis

De kinderen De Geyter vóór de biercamion (?)  

 

                                                                                                                                           In 1991 werd een groot deel van de brouwerij afgebroken.
 
De oud-PASTORIE
 








 



DE VROEGERE PASTORIE

     In de eerste helft der 17de eeuw is er in Beerlegem nog geen pastorie. In de 2de helft van die eeuw bewoont de pastoor zijn eigen huis, want in 1653 bouwde pastoor P. Ooms zich ‘op het geleeg van de kure’ een huis, dat hij in 1667 al moest herstellen en aanpassen; deze pastorie, die overigens goed onderhouden was, was belast met 4 pond grote per jaar (1699).
     Ook voor de 18de eeuw staat er in Beerlegem een pastorie vermeld. De pastoor diende jaarlijks aan de aartsbisschop 1 pond vlaams betalen tot delging van het geleende kapitaal, wat de toenmalige pastoor niét deed in 1731 en 1740. In 1737 bouwde hij zich wel een bakoven. In 1772 moest deze pastorie, ten dele vernieuwd en vergroot op kosten van de pastoor, volledig hersteld te worden, net als de schuur en de stallingen.

DE HUIDIGE PASTORIE
aan de Beerlegemsebaan 61

     Pastorie met omringende tuin, met ijzeren afsluiting op bakstenen muur, hek verdwenen. R. aansluitende ommuurde moes- en bloementuin. Herenhuis met witgeschilderde bepleisterde lijstgevel van vijf traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (leien, n // straat) voorheen met klokkenstoel, gebouwd op de plaats van een bestaande woning in 1861 n.o.v. E. de Perre-Montigny ter vervanging van de oude pastorie (nu nr. 65). Dubbelhuisopstand met licht uitspringend middenrisaliet. Keldergaten in arduinen plint. Begane grond met schijnvoegen, uitwaaierend boven de vensters, afgelijnd door puilijst. Gevel beëindigd door geblokte hoekpilasters en verkropt hoofdgestel met kroonlijst op klossen. De centrale travee heeft imitatiebanden en een rechthoekige deur op trap met sierlijk getraceerd bovenlicht in arduinen omlijsting met bekronend gebogen fronton. Er zijn rechthoekige vensters op arduinen lekdrempels, op de begane grond met persiennes, op de bovenverdieping gevat in geriemde omlijsting. Beraapte zij- en achtergevels. Het aanbouwsel onder lessenaarsdak, nu een serre, staat tegen de linker zijgevel. Achteraan bevinden zich  begin de 20ste eeuw toegevoegde stalletjes.
     Binnenin. Centrale gang waarop alle kamers uitkomen met zwart-witte vloer van Basècles en stucversiering, één kamer met behouden marmeren schouw met stucversiering op boezem en sober stucplafond.

Bronnen: RAG, Provinciaal Archief, 1851-1870, nr. 1753/ B1.                                                                            
De Noyette G. - Hoebeke M., Dorpsbeelden uit het verleden, Zwalm, Nazareth, 1994, p. 104.

 
De MOLENS
 
den Uyl

     Er was al in de 15de eeuw een watermolen met de naam 'den Uyl'. Waar die molen stond blijft een raadsel (misschien in het kasteelpark?).
     In 'Acten en Contracten, registers van de stad Gent voor het jaar 1437' (pp. 52-59) staat een melding over deze inrichting. Hij was met de daartoe behorende vijvers in het bezit van de heer van Heule en de pachtprijs bedroeg 8 pond grote en jaarlijks 3 1/2 mud koren.

Een watermolen

     In de Penningkohieren van 1571 is er sprake van een "Coorenwatermeulen met 3 dachwant lants voor 216 p.p." (P 1571, 8 ro en 1577, 3 vo).
 

De Tarndusmolen

        Hoewel eigenlijk gelegen op het grondgebied Dikkelvenne, beschrijven we deze molen toch in het patrimonium van Beerlegem, mede door zijn ligging op de hoogte, palend aan ‘het Galgenveld’ van Beerlegem.
       
De ‘Tarandus’molen kreeg ook de naam ‘ ’t Hoogerv(e)(u)uren’. Etymologie: hoogervueren betekent ‘een hoger gelegen plaats’.De herkomst van de benaming ‘Tarandus’ is onzeker – is het de naam van een vroegere wijk of een familienaam?
Boven de molenpoort vormen de gevelankers het jaartal 1771.

       
Oorspronkelijk was hij gebouwd door ene De Waele van Paulatem. In het begin van de 19de eeuw was hij eigendom van Frans de Waele van dezelfde gemeente. Op primitieve kadastrale plans staat hij aangegeven, eerst op de wijk ‘Kauter’ en vervolgens op ‘Vaerenkauter’. Voor 1845 komt de molen door verdeling aan landbouwer J.B. De Clercq van Dikkelvenne, die vóór dat jaar echter al is overleden. In 1848 komt de molen door verdeling aan landbouwer Séraphien De Clercq van Scheldewindeke, die later in Dikkelvenne ging wonen.
       
In 1849 plaatste men een loods aan de windmolen. In 1871 gebeurde de verdeling ten gunste van Valère Jos De Saegher-De Clercq en in 1913 door erfenis aan notaris Oscar De Saegher-De Jaegher van Bottelare en De Saegher Valère van Dikkelvenne.
       
Vanaf 1919 is dit nochtans waardevol gebouw tot puin vervallen. In 1930 komt de molen door erfenis volledig aan notaris O. De Saegher. In 1933 gebeurde de officiële heropbouw. In 1935 staat hij op naam van notaris Hubert Pede-De Saegher van Bevere-Oudenaarde en De Saegher Oscar, notaris te Bottelare. Door erfenis is notaris H. Pede-De Saegher alleen eigenaar. Vanaf 1944 staat de molen omschreven als ‘lusthuis’.
       
Ondertussen is ook notaris H. Pede overleden en is de molen eigendom geworden van diens dochter Anne.

       
Het gebouw is nog steeds in sterk vervallen staat – een schande in deze tijd, waar men toch de mond vol heeft van ‘respekt voor het culturele en industrieel-archeologisch erfgoed’…
 

 

De molen ter Varent
 
     Al in 1503 wordt een windmolen vermeld te Beerlegem, in het Landboek van Beerlegem, met de naam 'Molen ter Varent' en eigendom van de dorpsheer.
     In de Penningkohieren van 1556 staat te lezen: "Joos Boenbecque es haudende een windmeulen van den heere van Beerlegem, die hij jaerlicx huert 14 p.Gr. Die heeft de zelve heere tzynen laste de muelensac, den steenbulc en de asse". Voor 1571 is vermeld: "Joos Boenbeke in pachte van jonkheer Loijs de Rodouan, heere van Beerleghem een cooren wintmeulen voor 156 p.p."
     Op de primitieve kadastrale plans staat deze houten korenwindmolen aangegeven op de wijk Molenkouter, op het land waar het merovingisch grafveld werd ontdekt. In het begin der 19de eeuw eigendom van de Markies de Rhodes uit Gent. Door verdeling komt de bezitting in 1872 aan Rodrigues d'Evora y Vega van Beerlegem en in 1888 aan graaf de Spangen van Beerlegem.
     In 1918 volgt de volledige afbraak van de molen.
 

 
De HOEVEN
 
-
'Grootheer'*
    
1465: "Item van zekeren parcheele van gronde gheleghen te Berleghem te weten voor de kerke, een hofstede gheheeten den grootheere een dachwant groot" (SAG 330/30 fo 137).
            * 'grootheer'is middelnl voor grootvader                          

- Goed te Kapellen
     wordt in 1569 vermeld als eigendom van de familie van der Zichelen (SAG 330/87 fo 165 vo)

- Goed ter Leiden
     Et.: verkeerde schrijfwijze voor 'ter Heiden'.
     Werd ook 'goed ter Tale'genoemd en had eveneens gronden te Paulatem en St.Maria-Latem. Vandaar dat dit goed in sommige documenten ook te Paulatem gesitueerd staat. In de 15de eeuw behoorde de hoeve toe aan de familie 'van der Heyden'. Ze werd in leen gehouden van het hof van Gavere en had in 1483 een oppervlakte van 18.5 bunder
(SAG 301/57 fo 223).

-  het 'Goed van Mere'
     Of het dit goed is dat uitgebouwd werd tot het huidige kasteeldomein, valt niet met zekerheid uit te maken, wegens het ontbreken van verdere gegevens.
     De naamgeving wijst er alleszins op, dat dit goed nabij een waterplas kan gelegen hebben maar, en dit is waarschijnlijker, kan ook verband houden met de familienaam 'van Meere'.
     Volgens de penningkohieren van 1571 (15 vo
) behoorde het goed in die tijd toe aan de heer van Mere, had het een oppervlakte van 55 dagwanden en werd het verpacht voor een bedrag van 168 ponden parisis en twee steen vlas (De Brouwer).
     
-  het Pachthof
     Wordt vermeld in dezelfde penningkohieren (P 1571, 1 vo). De eigenaar was Lowijs de Rodoan, heer van Beerlegem. Dit alleen al maakt het meer waarschijnlijk dat het deze hoeve is, die uitgebouwd werd tot het huidige kasteeldomein.
     In 1571 werd het goed gepacht door ene Gillis Boenbeke. Het had een oppervlakte van 25 bunder en werd verhuurd tegen 232 pond parisis per jaar.
  
- Semi-gesloten hoeve

    Gelegen aan de Zavelputstraat 14.
    Deze hoeve behoorde voorheen bij de verdwenen houten korenwindmolen "Ter Varent", de molen van de dorpsheer, al vermeld in 1503 en die in 1918 volledig werd afgebroken.
    Het is een hoeve van het semi-gesloten type met oude kern maar vermoedelijk heropgebouwd in 1857 (volgens het verankerd jaartal in de linker zijgeveltop van dit boerenhuis. Het binnenerf is omsloten door eenvoudige bakstenen hoevegebouwen onder pannendaken en afgesloten met een ijzeren inrijhek aan bakstenen pijlers. De omhaagde moestuin bevindt zich ten noorden achter het woonhuis.
   Ten noorden vindt men het boerenhuis, een voormalig molenaarshuis, van zes traveeën onder zadeldak (van zwarte en rode pannen). De bakstenen gevel staat op een gecementeerde plint. Er zijn rechthoekige vensters met T-ramen en deur. De achtergevel is analoog, met door diefijzers versterkte rechthoekige vensters afgelijnd door geprofileerde bakstenen kroonlijst.
    Binnenin is het interieur uit het midden der 19de eeuw vrij goed bewaard met de woonkamer (met grote schouw met schouwwangen en onderboezem van gesinterde baksteen en houten schouwbalk met bordenlijst), de kamer ernaast (met gepleisterd plafond en moerbalk voorzien van stucrozet en neoclassicistische marmeren schouwmantel en stucdecoratie op boezem) en vloer van rode plavuizen.
    Links naast het woonhuis staat een dienstgebouw onder afgewolfd pannen zadeldak met korfboogvormige toegangspoort, met zijaanbouwsels. Ten westen van het erf vindt men het aangepast bakhuis met bewaarde oven. Ten zuidwesten, gescheiden van erf door klimmende kasseiweg, staat een alleenstaande bakstenen schuur onder zadeldak (pannen) met in het dak de verhoogde rechthoekige inrijpoort, uit het einde van de 19de eeuw.

Bron: Vandeputte J.L.Th., De molens van het arrondissement Oudenaarde, Uit hun geschiedenis, Oudenaarde, 1974, p. 103-104.

- 'de Raesveldhoeve'
  
Genoemd naar het toponiem van het gehucht waar ze ligt.
     Gelegen aan de Beerlegemsebaan 26 en tot in de jaren 80 van de vorige eeuw eigendom van René van Vlaenderen. Deze hoeve, gebouwd rond 1830, was vroeger gekend als kweekhoeve voor paarden. Tot begin der negentiger jaren der vorige eeuw bleef de hoeve volop in bedrijf.
     Imposante hoeve van het gesloten type opvallend ingeplant in de straatbocht, vermoedelijk uit de 18de eeuw en volgens het kadasterarchief heropgebouwd in opdracht van E. Vander Beken, burgemeester van Sint-Maria-Latem in de 19de eeuw. Het is een grote bakstenen hoeve met pannendaken rondom een verharde en beplante binnenplaats. Ten zuiden is er de witgeschilderde straatvleugel op gepikte plint onder pannendak, met schuur voorzien van drie rechthoekige inrijpoorten, o.m. een doorrit naar erf met behouden dakgebint. Ten noorden staat het onderkelderd boerenhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (mechanische pannen), uit 19de eeuw. Eenvoudige bakstenen voor- en achtergevel met dubbelhuisopstand. Lijstgevel met rechth. vensters voorheen met luiken en deur met getraceerd bovenlicht in gesinterde bakstenen omlijsting. Ten westen is er een lager zijaanbouwsel van twee traveeën en met kleinere bouwlagen, eveneens met voordeur in gesinterde bakstenen omlijsting. Ten oosten staan de 19de-eeuwse stallen onder overstekend zadeldak rustend op daklijstbalkjes. Staldeuren en poorten zijn vervaardigd uit rood geschilderd houtwerk.

- Hoeve uit 1846
     Links van de kerk, aan de ingang van de Kasteeldreef, bevindt zich een langgestrekte hoeve; ze werd in de jaren 1994-'95 gerestaureerd en verbouwd tot een kweekcentrum van paarden.

- Voormalig hoevetje
   Aan de Beerlegemsebaan 8, op de hoek met de Koornbloemstraat. Dit vroeger hoevetje omvat een zijdelings op de straat ingeplant boerenhuis van vier traveeën met aansluitende stal onder doorlopend zadeldak (in eternietpannen). Het woonhuis dateert vermoedelijk uit de 18de of begin 19de eeuw. Het heeft gecementeerde voor- en achtergevel met houten ankers. Er zijn rechthoekige vensters met luiken en een licht getoogde deur.

- Hoeve
   aan de Beerlegemsebaan 36
   Deze hoeve met losse bestanddelen, waarvan de oudste gedeelten dateren uit de 18de eeuw, werd aangepast en uitgebreid in het tweede kwart der 19de en in de 20ste eeuw. In de 19de eeuw was de hoeve bekend als smidse. Het grotendeels aangepast boerenhuis is nu voorzien van gecementeerde gevels met vernieuwde vensters. Ten zuiden staat de voormalige smidse onder pannendak met een windwijzer met jaartal 1788 (nieuw hermaakt naar de oude windwijzer). Ten oosten vindt men aansluitende stallen op baksteen gedateerd 1851.

- Vroegere hoeve 'Ter Hoede'

    Gelegen Beerlegemsebaan 42.
    Het is een vroegere hoeve met een woonhuis, drie traveeën breed en twee bouwlagen hoog, met rechts aansluitend een poortgebouw onder zadeldak (van pannen, en evenwijdig met de straat) met een dakruitertje uit het tweede kwart van de 19de eeuw. De bakstenen gevel met dubbelhuisopstand is voorzien van getoogde muuropeningen met bewaard houtwerk. Getoogde deur in uitspringende geelgeschilderde bakstenen omlijsting met neuten, oren en kroon- en tandlijst. Rechts bevindt zich de poorttravee met rechthoekige poort onder ijzeren latei en erboven het getoogde laadluik, in de uiterst rechtse travee vindt men de rondboogvormige kapelnis met H. Jozefbeeldje. Gelijkaardige achtergevel. Goed bewaard interieur met twee kleine kamers aan weerszij van centrale gang, merendeels met behoud van oude vloertegels, marmeren schouwen, o.m. met wandtegels, en stucplafonds, vermoedelijk uit eind 19de eeuw. Links ervan aan de straat gelegen dienstgebouw met vroegere schuur van vier traveeën met rechthoekige poorten onder zadeldak (pannen, n // straat). Ten oosten, achterin het erf, staat een bakstenen dienstgebouw met inrijpoort, stallen en bakhuis onder zadeldak (pannen). Ten zuiden, in het verlengde van de inrijpoort, staan eveneens bedrijfsgebouwen van de voormalige hoeve.
De woning werd in de jaren '80 gehuurd door de lokale kunstenaar Johan Lievens. Lang na zijn vertrek werd in 2006 daar een cannabisplantage ontdekt en opgerold, waarna het complex verkocht werd. In 2008 werd deze voormalige hoeve gerestaureerd, waarbij het originele opschrift boven de inkomdeur bloot kwam te liggen. 

- Vroegere hoeve
   Aan de Beerlegemsebaan 47 - Voormalige hoeve met bestanddelen in U-vormige opstelling. Ten noordwesten staat het zijdelings op de straat ingeplant woonhuis onder zadeldak (pannen), opklimmend tot eind 18de of begin 19de eeuw. Naar het zuidoosten gerichte gewitte voorgevel van zes traveeën op gecementeerde plint. Rechthoekige vensters, voorheen met luiken. Getrapte bakstenen kroonlijst. Laag deurtje in zwartgeschilderde omlijsting. Gewitte achtergevel met houten muurankers met later uitgebreide keuken. Haakse aanbouw aan de straatkant gesloopt en bouw van nieuwe rechter zijgevel aan woonhuis. Vermoedelijk later bijgebouwde schuur en stallen in L-vorm met gewitte erfgevels op gepikte plinten en afgedekt door zadeldaken (pannen).

- Hoeve Niemegeers - Baele
   aan de Beerlegemsebaan 64. Het is een gesloten hoeve uit de 18de en 19de eeuw. Voortuin aan de straat afgesloten door bakstenen muur, ijzeren tralie op muurtje en ijzeren hek. Gesloten hoeve met verharde en gekasseide binnenplaats met mestvaalt en afzonderlijke bedrijfsgebouwen ten zuiden en ten oosten ervan. Ten westen staat het oude woonhuis, vier traveeën en één bouwlaag groot onder zadeldak (van pannen) met ernaast een 19de-eeuwse uitbreiding van vier traveeën en twee bouwlagen onder afzonderlijk zadeldak (pannen); resp. met gewitte en beraapte gevel. In oudste woongedeelte, behouden voor- en achterdeur in omlijsting van rode en gesinterde baksteen resp. rechthoekig en getoogd met gebogen waterlijstje. In achtergevel, keldervenstertjes afgesloten door houten luiken. Aanpalende beraapte lijstgevel met rechthoekige vensters in geriemde omlijsting, nu voorzien van T-ramen.
Ten noordwesten staat een bakstenen bedrijfsgebouw van zeven traveeën onder zadeldak (pannen) met koeienstallen voorzien van halfronde venstertjes in erf- en straatgevel en centrale doorrit met rood geschilderde poort naar het binnenerf. In de hoektravee, aansluitend bij het woonhuis, staat een voormalige paardenstal met bewaarde ruiven.
Er tegenover, ten zuidoosten, vindt men de stierenstal en de rechthoekige doorrit naar het erf, met een gewitte erfgevel en roodgeschilderde staldeuren.
Ten oosten, op de binnenplaats, staat een dwarsschuur onder afgewolfd zadeldak (voorheen met stro, sedert 1948 met golfplaten en pannen). De centrale inrijpoort ervan is rechthoekig. De noordelijke zijgevel (aan de Oudenweg) en deels achtergevel is voorzien van een houten beplanking op bakstenen stoel. Binnenin nog voorzien van een dubbel ankerbalkgebinte.
Ten zuiden, zijdelings op de straat ingeplant, staat een afzonderlijk dienstgebouw met wagenhuis van vier traveeën onder zadeldak (pannen), met in de geveltop het jaartalanker van 1841.
Een aantal losstaande bijgebouwen dateren volgens het kadasterarchief vermoedelijk uit het begin der 20ste eeuw: het oostelijk naast het wagenhuis gelegen bakhuis met bewaarde oven; het oostelijk achter de schuur gelegen losstaand wagenhuis en houtmijt, en tenslotte in de voortuin een toiletgebouwtje, aansluitend op de ommuring, .
 

 
De HERBERGEN
 

'HET JAGERSHOF'


Het estaminet 'In de Brugge' of 'Au Pont' toen het uitgebaat werd door René Derbaix - het opschrift op de zijgevel vermeldde dat hij verzekeringsagent was bij de maatschappij 'Patrons Réunis'.


Het Jagershof zoals het populair was bij truckers, die het wekelijkse transport van
varkens naar het Velzeekse slachthuis verzorgden - op de heenweg 's morgens vroeg
genoten ze er hun ontbijt en later op de terugweg stopten ze om er de gebruikelijke
 'mazout'-jes naar binnen te kappen...









 

      Aan de Beerlegemsebaan nr 49.
    
Voorheen café "In de brugge"  of "Au Pont", gelegen aan de brug over de Munkbosbeek, reeds aldus bekend midden de 19de eeuw, laatst bekend als " 't Jagershof". Was een geel geschilderd gebouwencomplex met rood-witte luiken, de kasteelkleuren van graaf d'Ursel. In 1907 bijgebouwd huis van vier traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (van pannen), voorheen tussen zijtrapgevels. Sierankers en aan straatgevel jaartalankers met 1907. Er zijn getoogde vensters, op de begane grond beluikt. Haaks op het hoofdgebouw staat een ouder huis van één bouwlaag onder zadeldak (van pannen) met bepleisterde gevel met rechthoekige muur-openingen.
Aan de straat is een dienstgebouw gelegen van vier traveeën met stallen, blind aan de straatzijde, uit eind 19de eeuw.

     Van 1964 tot 1994 werd de herberg opengehouden door Roger Lejeune (+ ) en zijn echtgenote Juliette Helleputte (+ ).





 


Dezelfde herberg in de jaren 1930

'In de Eendracht' - was gelegen in een bocht van de Beerlegemsebaan, ongeveer recht tegenover de boerderij van Alma van Wettere. Het café werd opengehouden door Henri De Visscher.

 

ANDER WAARDEVOL PATRIMONIUM

Lage boerenarbeidershuisjes
 
aan de Oudenweg 10-12. In afhellend erf gelegen samengekoppelde lage boerenarbeidershuisjes met gewitte bakstenen gevels afgedekt met een doorlopend zadeldak (pannen), uit eind 18de of begin 19de eeuw. Huis met nr. 10 met keldergat rechts naast de deur en houten muurankers. Tegen blinde traveeën tussen beide huisjes in, steekpomp. Rechthoekige beluikte vensters.

Herenhuis, vml. brouwershuis van brouwerij De Geyter
   aan de Beerlegemsebaan 66. Voormalig brouwershuis van brouwerij De Geyter. Brouwerij opgestart op het einde der 19de eeuw en stopgezet in 1952; de brouwerijgebouwen werden gesloopt in 1991. Dit huis werd gebouwd op de plaats van een oudere hoeve.
Het is een ruim herenhuis van vijf traveeën en tweeënhalve bouwlaag onder zadeldak (leien), volgens het kadasterarchief van 1884, aangepast in de jaren 1950 en in 1999 volledig gerestaureerd en vernieuwd met behoud van de voorgevel. Voorheen gepleisterde en geschilderde gevel met dubbelhuisopstand, nu met bakstenen parement op arduinen plint. Licht uitspringende middentravee met deur in geaccentueerde omlijsting aangebracht met het nieuwe gevelparement. Getoogde vensters met T-ramen in zandstenen omlijsting. Witgeschilderde houten kroonlijst.
   Links van het huis bevinden zich oude bedrijfsgebouwen met gecementeerde straatgevels met centrale korfboogvormige inrijpoort.

Bronnen: De Noyette G. - Hoebeke M., Dorpsbeelden uit het verleden, Zwalm, Nazareth, 1994, p. 106.
 Van Nuffel F. - Van Nuffel A., Groot-Zwalm in oude foto's, Eeklo, 1992, p. 144-145.                  

Kapel van O.-L.Vrouw
   Aan de Zavelputstraat zonder nr. Gelegen voorbij de dorpskom richting Dikkelvenne. Grote bakstenen wegkapel, gebouwd in 1866 ter vervanging van een oudere kapel aan de overzijde van de straat. Tuitgevel van rode en zwarte baksteen afgelijnd door boogfries en bekroond door stenen kruis. Spitsboogdeur met houten deur met tralie en bovenlicht en voorzien van geprofileerde dagkanten. In geveltopstuk, arduinen wapensteen van de bouwheer L.M. Rodriguez d'Evora y Vega, heer van Beerlegem en markies van Rode. Op de vier lisenen van de zijgevels jaartalankers 1866. Op altaar plaasteren beeld van O.L.Vrouw-met-Kind.

Bronnen: RAR, HGA Beerlegem, nr. 761.

Voormalige pastorie
aan de Beerlegemsebaan 65. Het is de vroegere pastorie, vermoedelijk opklimmend tot midden de 17de eeuw met herstellingen uit de 18de, tot de bouw van de nieuwe pastorie (nr. 61) ernaast in 1861, erna opgesplitst in verschillende woningen. Huis van zeven trav. en één bouwl. onder zadeldak (pannen en golfplaten, n // straat). Verankerde witgeschilderde lijstgevel op grijsgeschilderde plint. Licht getoogde muuropeningen. Twee deuren in grijsgeschilderde omlijsting; de rechtse is van jongere datum. Linker travee met rondboogvenster en deurtje van dienstgebouw. Zijpuntgevels afgewerkt met vlechtingen. Achteraan later aangebouwde keuken.
Binnenin totaal verbouwd. Haaks op woonhuis en straat, dienstgebouw van drie traveeën geleed door lisenen onder zadeldak (pannen, n straat).
Ten noorden staat een later gebouwd bakhuis ter vervanging van het bakhuis gebouwd in 1737.

Bron: De Brouwer J., Bijdrage tot de geschiedenis van de kerkelijke instellingen en het godsdienstig leven in het Land van Aalst tussen 1621 en 1796, V, Dendermonde, 1975, p. 328.

Dorpswoning
gelegen Beerlegemsebaan 34. Het is een bakstenen dorpswoning van drie traveeën en twee bouwlagen groot onder zadeldak (onder pannen, met de nok // straat) met aansluitend een gewit bijgebouwtje van drie traveeën en één bouwlaag., waarvan op de linker zijgevel ervan zich een gedeeltelijk bewaard jaartalanker van 184? bevindt.

Herenhuis
Gelegen aan de Beerlegemsebaan 62. Het is de voormalige woning van en gebouwd door Celestien De Geyter, van de brouwersfamilie (zie de brouwerij met huisnr 66); het huis heeft een voortuintje voorzien van ijzeren afsluiting, vermoedelijk daterend van 1882. Alleenstaand herenhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen en zadeldak (leien, met de nok // straat). Oorspronkelijk bepleisterde en geschilderde voorgevel nu met vernieuwd bakstenen parement en met behouden beraapte zij- en achtergevels. Rechts van het woonhuis staat in het voortuintje een beraapt dienstgebouwtje van drie traveeën onder schilddak (leien, met de nok loodrecht op de straat).

Woning
aan de Kasteeldreef 1. Het is het vroegere boswachtershuis bij het kasteel, dat in 1933 in gebruik genomen is door de ertegenover gelegen kostschool als huishoudschool, genaamd "Sint Martha", en nu gerestaureerde particuliere woning. Huis van zes trav. onder zadeldak (mechanische pannen), minstens uit het begin der 19de eeuw. Het huis heeft een gewitte voorgevel op gepikte plint. De deur is nagenoeg rechthoekig en de vensters hebben rood-witte luiken.
 

 
BEKENDE BEERLEGEMNAREN
 
° Robrecht van MASSEMEN (1385/1390 - september 1430)

   Heer van Massemen, Westrem, Hemelveerdegem, Beerlegem, St.Martens-Lierde, St.Maria-Lierde, Parike, Leeuwergem en Elene.
   Zijn vader Walrave van Massemen was raadsheer van Jan zonder Vrees. Zijn moeder Margareta de Maarschalck was de dochter van Robrecht Tincke (alias de Maarschalck) en Beatrix van Vlaanderen, de bastaarddochter van graaf Lodewijk van Male.
    Robrecht van Massemen bouwde een militaire carrière op in dienst van de Bourgondische hertogen Jan zonder Vrees (1401-1419) en Filips de Goede (1419-1467). Hij was gehuwd met Elizabeth van Leeuwergem.
   In 1417 was hij één der Vlaamse legeraanvoerders tijdens de militaire operaties van Jan zonder Vrees rond Parijs. Hij werd door Filips de Goede tot ridder geslagen. In 1423 door diezelfde Filips de Goede aangesteld als lid van de raad die Vlaanderen bestuurde tijdens diens afwezigheid.
    In september 1430 overleed hij, waarschijnlijk ingevolge een besmettelijke ziekte.
   Zijn weduwe, Elizabeth van Leeuwergem, ontving van Filips de Goede een lijfrente van 220 lb.par.* op de ontvangsten van het vorstelijk domein te Ninove-Haaltert en was tenminste tot 1454 chatellaine van het kasteel te Ninove.

     * pond parisis
 

° Karel-Philip de RODOAN (ca. 1550-1616)






























 

     Karel-Philip de Rodoan werd op het kasteel van Beerlegem geboren omstreeks het midden der 16de eeuw. Zijn vader was Lodewijk de Rodoan, heer van Doncourt en econoom van de hertogin Anna van Lorreinen, die hij naar België volgde toen die huwde met Renatus van Chalons, prins van Oranje. De moeder van Karel Philip was Isabelle Bette, staatsjuffer van de voormelde hertogin.
Karel-Philip studeerde aan de hogeschool van Leuven en behaalde er de graad van licentiaat in de Godsgeleerdheid. Hij werd priester en achtereenvolgens kanunnik te Verdun, in 1581 proost der collegiale kerk van de H.Waltrudis-parochie te Bergen, in 1590 cantor en deken van St.Baafs te Gent, om in 1593 abt van Ename te worden (onder groot protest van de kloosterlingen aldaar, want hij behoorde niet tot hun Benediktijner-orde).
     In 1600 werd hij, op voordragen van de aartshertogen Albrecht en Isabella, benoemd tot bisschop van Middelburg (Zeeland). Hij werd op 8 oktober 1600 in de St.Maartenskerk te Aalst door de aartsbisschop van Mechelen tot bisschop gewijd.
De tijdsomstandigheden beletten hem evenwel 'bezit te nemen' van zijn bisdom, want Zeeland was toen volledig bezet door 'de Geuzen'. Daarom bekwam hij in juni 1602 het bestuur over het bisdom Brugge, in opvolging van Matthias Lambrecht, die op 1 juni was overleden. De officiële plechtigheid ging echter pas op 24 maart 1604 door.
     Intussen had Karel-Philip zijn hoedanigheid als prelaat van Ename behouden, mét pauselijke vergunning; hij zette zich in om de aloude abdij haar vroegere luister terug te geven. Onder zijn bestuur werd de abdij terug opgebouwd. Het was overigens te Ename dat hij op 7 juli 1616 zou overlijden. Hij werd begraven in de hoofdkerk van Brugge. Zijn marmeren graftombe is versierd met zijn beeltenis en draagt als opschrift:

D. O. M.
CAROLUS PHILIPPUS DE RODOAN, H.S.E.
GENERE ILLUSTRIS, VIRTULIBUS ILLUSTRIOS,
AD SUMMA ASCENDIT.

F
UIT CANONICUS, CANTOR, DECANUS CA~
THEDRALIS ECCLESIA
GAND. DEIN PREPOSITUS
S. W
ALDETRUDIS MONT. STATUM ECCLESIASCA
IN ORDINES FLANDRIOE INTRODUXIT. FUIT
ABBAS + EENHAMMENSIS, MAX MIDDELBUR~
GENSIS POST HUJUS ECCLESIOE EPISCOPUS.
A
MISSUM LUGETI POSTERI VERE VIRUM, OBIIT
J
ULII VII, ANNO M.D.C.XVI.

In zijn testament, gedateerd 1614, had bisschop de Rodoan o.a. twee studiebeurzen gesticht in het seminarie te Brugge en in de kerk van Beerlegem een jaargetijde, met een jaarlijks inkomen van 15 gulden, een jaargetijde ook in de St.Donaaskerk te Brugge en één in de kathedraal van Verdun. Het testament is te lezen in 'Het Cartularium van de abdij van Ename (Edmond Beaucarne - 'Notice historique sur la commune d'Eename, 2ième partie: Histoire de l'abbaye d'Eename', pp. 217-277)
Karel-Philip de Rodoan werd als bisschop van Brugge opgevolgd door Antoon Triest, die in 1622 werd overgeplaatst naar Gent.

(Bron: De Potter & Broeckaert)
 

° Rosa Isabella BOUCQUIÉ (1788-1870)

Deze van oorsprong Westvlaamse (o Ingelmunster) werd als jonge weduwe rond 1822 onderwijzeres in de door de Zusters van Liefde pas opgerichte Beerlegemse lagere dorpsschool. Ze verwierf een goede naam en faam tot ver buiten deze gemeente en toen de Zottegemse armenschool maar niet leek van de grond te komen en in 1829 de functie van 'armenschoolbestuurster' weer eens open stond trok Boucquié er naar toe. Een jaar later werd Rosa Boucquié religieuze bij de door pastoor-deken J.B. Magherman nieuw opgerichte kloosterorde van de Zusters van de H. Barbara. Tot 1843 zou Rosa het enige lid van de congregatie blijven. Dan kwam Natalie De Temmerman haar vervoegen. Met hun tweeën kwijten zij zich van een drievoudige taak: de opvang en opvoeding van arme wezen, de zorg voor het gasthuis met zieken en bejaarden, én het openhouden van een 'bewaar'- en lagere school.
In 1845 splitsen het 'gasthuys' en het wezenhuis en wordt ook een kantschool opgericht, waarvan zuster Nathalie de bestuurster wordt. In 1851 - de kloostercongregatie telt inmiddels 4 zusters - nemen de zusters de privé-kostschool van Eugénie Van der Eycken over, hiermee de basis leggend voor de latere 'Franse school' en voor een pensionaat.
In 1853 wordt een nieuwe bewaarschool gebouwd. In 1859 wordt de bouw van de kloosterkapel aangevangen - ze wordt in 1864 ingewijd door Mgr. Delbecque. In 1868 is daar de oprichting van de 'Franse school'.
Moeder Rosa Boucquié overlijdt op 8 juni 1870, 81 jaar oud. Ze wordt binnen de kloostercongregatie van St.Barbara opgevolgd door zuster Nathalie.

Andere Zwalmnaars binnen de kloostergemeenschap van de H.Barbara:

Marie Van Wassenhove
Julienne Van Landuyt
St.Maria-Latem
Hundelgem
o 23.4.1865
o 23.12.1901
intrede 28.10.1881
            29.8.1923
+ 8.1.1954
+ 4.9.1966

° de markies Charles de RODE (1790-1868)


 

Charles, Joseph, Marie, Ghislain Rodriguez de Evora y Vega, markies van Rode, baron van Beirleghem, werd te Gent geboren op 12 juni 1790 als zoon van Charles Joseph Antoine Rodriguez de Evora y Vega en Thérèse Ghislena Fréderique de Draeck (de oprichtster van het plaatselijke klooster).
In 1815 werd hij benoemd tot kamerheer van koning Willem I maar toen hij weigerde zijn goedkeuring te hechten aan de grondwet werd deze titel hem ontnomen. Toen hij nadien als lid van de Provinciale Staten toch trouw zwoer aan de grondwet, werd hij in deze functie hersteld
Op 11 oktober 1830, tijdens een bijeenkomst van de leden van de Provinciale Staten, betuigde hij zijn instemming met de Tijdelijke Regering. Hij werd hierbij ook verkozen tot lid van het ‘Provinciaal Behoudingscomité’ dat de Provinciale Staten verving en de administratie van de provincie Oost-Vlaanderen op zich ging nemen
Op 30 november 1830 werd hij in het arrondissement Gent tot lid van de Volksraad verkozen. Hij keurde mee alle ‘vrijheden’, vervat in de nieuwbakken Belgische grondwet, goed. In 1831 werd hij door datzelfde arrondissement naar de senaat gezonden maar in 1835 moest hij zijn toevlucht nemen op de kieslijst van het arrondissement Oudenaarde.
De daaropvolgende 35 jaar zou hij daar, meestal zonder tegenkanting te ondervinden en praktisch altijd bij eenparigheid van stemmen, worden verkozen.Hij werd secretaris van de senaat van 1831 tot 1848 en quaestor van 1851 tot 1863. Hij nam steeds actief deel aan de wetgevende werkzaamheden. Bij de discussies over de gemeentewet van 1836 en de herziening ervan in 1842 sprak hij zich uit voor het pregoratief van de koning inzake burgemeestersbenoeming, zélfs buiten de gemeenteraad (8).
Charles, Joseph, Marie, Ghislain Rodriguez de Evora y Vega, markies van Rode stierf op 26 september 1868 op zijn kasteel te Beerlegem aan de gevolgen van een pijnlijke ziekte.

° Karel DE VOS (1901-1979)

Karel De Vos werd te Beerlegem geboren op 4 juli 1901. Hij behaalde het onderwijzersdiploma aan de Bisschoppelijke Normaalschool van St.Niklaas in 1922 en in 1923 voor een jury de titel van landmeter. Vanaf 1922 onderwees hij aan de 'aangenomen Jongensschool van het Gesticht O.L.Vrouw van Deinsbeke' te Zottegem. Na de arrestatie door de Duitse bezetter van de illustere Jules Lootens in 1944 fungeerde hij als waarnemend schoolhoofd. Nadat Lootens'overlijden bevestigd was, werd Karel De Vos benoemd als schoolhoofd-zonder-klas op 19.9.1946. Met de grote vakantie 1960 ging Karel De Vos met pensioen.
Hij overleed te Strijpen op 10 mei 1979.

° Denis DE KEUKELEIRE

 


Geboren te Beerlegem en wonend te Melle, werd hij als professor in de Farmacologie directeur van het Laboratorium voor Farmacognosie en Fytochemie aan de UGent. Hij verwierf wereldfaam door zijn knowhow over de bitterstoffen van de hop en de toepassingen van de hop in het brouwersambacht. In zijn labo werd vooral de oestrogene werking van de hop onderzocht en zo kwam men tot de vervaardiging van natuurlijke producten, die post-menopauzale klachten bij de vrouw en prostaat-aandoeningen bij de man moeten verhelpen. Wat allang door velen werd beweerd, bevestigde prof. De Keukeleire door zijn wetenschappelijk werk: bier (met mate gedronken...) is dé gezonde drank voor de man en... de vrouw.


 

° Silvie de CLERCQ (1841-1927)

Silvie werd geboren te Huise op 7 juli 1841. Gehuwd met Charles Louis Gevaert baatte ze samen met hem jarenlang het toen alomgekende café 'In de Tarandus' uit. Daarnaast hielp ze haar man ook bij de werkzaamheden op hun boerderij.
Samen kregen ze 8 kinderen en 35 kleinkinderen. Eén van haar kinderen nam het café over en nog later hield één van haar kleinkinderen de herberg een tijdlang verder open.
Eén van haar zoons was Cyril Gevaert; hij werd zadelmaker te Dikkelvenne. Hij was gehuwd met Cederi De Cock. Zij werden de ouders van Albert Gevaert (o 1916), die aan de Munkzwalmse Zuidlaan woonde en  gehuwd was met Jeanne de Vleeschauwer (o 1915). Zíj kregen 2 kinderen. Albert was zijn leven lang schoenmaker en heeft aldus in Brussel en op veel andere plaatsen gewerkt, waaronder de laatste 27 jaar vóór zijn pensioen te Zottegem. Jeanne fabriceerde als thuiswerkster o.a. handschoenen.
Silvie de Clercq overleed in Beerlegem op 5 juli 1927, net geen 86. 

 
OPENBARE NUTSINSTELLINGEN

- de 'pompiers' van Beerlegem

Het arsenaal en de watervoorziening bevonden zich in de brouwerij De Geyter. Het water werd met een steekkar naar de brandhaard gebracht. De waterslang werd bediend door Richard De Keukeleire. De overige brandweermannen gaven jutezakjes, gevuld met water, aan mekaar door, om ze in de vuurhaard te gooien.
De financiële vergoeding varieerde van één tot twee frank naargelang de prestatie. Bij het uitbreken van de tweede wereldoorlog werden de geweren van de pompiers in beslag genomen door de Duitsers.


 






 

 

 

 

 

ECONOMISCHE BEDRIJVIGHEID

° de zandgroeve

De Beerlegemse zandgroeve, vroeger 'zavelgroeve' genoemd, bevindt aan de Molenkouter langs de Zavelputstraat.
Het was Petrus Hellebaut die in 1905 begon met de uitbating ervan, in opdracht van graaf d'Ansembourg. Tot in 1918 bevond zich op die kouter nog een windmolen, de molen Ter Varent (zie hoger), die dan afgebroken is.
Vanaf 1936 nam August de verdere exploitatie waar. Met paard en kar kwam men het zand aan de groeve halen. Vlak vóór de 2de wereldoorlog doken de eerste vrachtwagens op. Na de oorlog startte Hubert De Pessemier een klein landbouwbedrijf en sneed tevens het naastliggend terrein aan om een nieuwe zandgroeve op te starten - de oude groeve, die een oppervlakte had van 9 ha, werd gedempt en beplant met bomen. Het is hier dat in 1956 de resten van de oude Merovingische nederzetting werden blootgelegd (zie bij geschiedenis). In een volledig eiken omwalling (3m op 4m) werd toen middenin een lichter geplaatst.
Het opgegraven zand werd en wordt aangewend voor rioleringen, collectoren, funderingen, wegenwerken en algemene bouwwerken. Er wordt ook zand geleverd aan o.a. Koramic en Literol (= West-Vlaamse bedrijven, die o.a. tegelpannen vervaardigen0. De afgegraven teellaag van zo'n 40cm wordt gebruikt om in de afgegraven zone nadien terug landbouwactiviteiten te ontwikkelen. Onder deze teellaag bevindt zich een kleilaag van 70 à 80 cm dik, eronder een mengeling van klei en zand (ca. 2,5m dik) en tenslotte zo'n 9 m zand. Hoe dan ook, met het opdelven blijft men noodgedwongen boven de waterlijn.
Tussen de oude en de nieuwe groeve loopt de oude heirbaan Gent-Bavai, waarvan nog heel wat sporen te zien zijn.
Vanaf 1999 is het de dochter van Hubert, Véronique, die instaat voor de verdere exploitatie van de nieuwe groeve.

° De dorpsbrouwerij(en)

          De Geyter-Droesbeke Ch. - gestopt in 1950
                    bieren: Bruno Trappisten bier, 'Malta'.         
          De Geyter Frères
-
actief 1915-1932

VOLKSLEVEN & CULTUUR

° Jan de Lichte en Beerlegem

     Jeanne Krucke, die deel uitmaakte van de bende van Jan de Lichte, was geboortig van Beerlegem. Haar woon- of verblijfplaats is echter onbekend. Een ander bendelid, Jan Vagenende, was geboren te Bavegem maar woonde te Beerlegem.

Bron: LvA, 1981, nrs 4-5, pp. 196-198

 

° De cultuur

Kaartersclub 'Onder Ons'

foto DB 13.11.1993

BESCHERMDE MONUMENTEN & LANDSCHAPPEN

In Beerlegem zijn wettelijk beschermd:
- De toren (1641) van de St-Andreas-parochiekerk, door het KB dd. 4.11.1943

BIBLIOGRAFIE

    De Potter en Broeckaert - Geschiedenis van de gemeenten der Provincie Oost-Vlaanderen, 6de reeks - Arrondissement Oudenaarde, Gent 1903.
     Duchau Inge - 'Kasteel van Beerlegem',Licentiaatsverhandeling, Academiejaar 1994-'95, RUG
     Het Land van Aalst
     Noël Kerckhaert - Oude Oostvlaamse Huisnamen, dlen 1-6, 1977-'90
                             - Oude Oostvlaamse Hoeven, dlen 1-3, 1972-'76
     Tijdschrift 'Toerisme in Oost-Vlaanderen', 25ste jg, 1976
     L. Van Durme - Toponomie van Velzeke-Ruddershove en Bochoute.
     B. Depoorter en N.Petit - 'Van Sualma tot Zwalm'.
     'De Hoeveroute, fiets- en autoroute door de Zwalmstreek'.
     Dr.J.Vandeputte - De Molens van het arrondissement Oudenaarde, uit hun geschiedenis'.
     Roosens H. - Beerlegem: Merovingisch grafveld, ARC, 1968, pp.22-23
                     - Houten VIIde-eeuwse Grafkamer met Vrouwensierraden te Beerlegem (Bulletin van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium II, 1959, pp.138-151, fig.1-10)
     Roosens H. & Van Doorselaer - Enkele merkwaardige graven uit de Merovingische Begraafplaats - Helenium VI, 1966, 26-45 - Archeologica Belgica 91, 1966, pp.42-46.
 

laatst bijgewerkt dinsdag 15 december 2009

Terug naar       
Mijn Homepage  Homepage Zwalm  Homepage Munkzwalm