INLEIDING ONDERWIJS GESCHIEDENIS DE GEBOUWEN BEKENDE MENSEN DE EEUWELINGEN DE AMBACHTEN DE CULTUUR BIBLIOGRAFIE

 DE ZWALMMOLEN


     Gelegen aan de Rekegemstraat nr. 29. Ook 'molen Ten Berge' genoemd. Eén van de vijf nog bewaarde watermolens langs de Zwalmrivier in onze gemeente Munkzwalm. In 1991 samen met het tegenover gelegen molenaarshuis aangekocht door het Oost-Vlaams Provinciebestuur. De restauratie was jarenlang in voorbereiding en geraakte verwikkeld in een typisch Belgisch administratief en wettelijk kluwen. Ze kon uiteindelijk aangevat worden in 2008 en voltooid in september 2010.


De spuikom met op de achtergrond de villa Adriaens (li), de Zwalmmolen (mi) en het molenhuis (re) (oude postkaart).
 

Geschiedenis

     De watermolen ‘Ten Bergen’ behoorde (samen met ook Nederzwalm en zelfs een stuk van het huidige dorp Boekel) tot de monniakale stichting van de H. Amandus, die al in de 7de eeuw bestaan zou hebben. Dat blijkt uit één der eerste akten, die bewaard zijn gebleven, uit 1040: "…et molendinum unum super fluviolum sualma…" (‘Ab sancti – Petri Blandiensis’ – R.D.F.Vandeputte).

     Verder is er nog een akte uit 1063, van Boudewijn V, graaf van Vlaanderen, waarin vermeld staat : "…ad Sualman I curticulium vestitium et VIII bonarias terre cum dimidia aqua et domidio molendino…"

     Op de figuratieve kaart, gemaakt in opdracht van Mgr. Triest (1621-1657) krijgt deze molen voor het eerst de aanduiding ‘Sualme Meulen’.

     De monniken haalden er hun profijt uit maar ook de ganse omgeving had baat bij de vele werkzaamheden waarvoor deze molen ooit bekend was: als graangemaal, als pletmolen voor lijnzaad om lijnolie voor  verven te bekomen of koolzaad om brandstof te leveren voor de verlichting met olielampen Deze olieslagerij werd afgebouwd rond 1891. Ooit  werden zelfs tabak vermalen tot snuif of gebrande cichoreiwortelen als vervangmiddel voor koffie.

    
Bij de Franse Revolutie kwamen de bezittingen van de Benedictijerabdij der Gentse Blandijnberg onder de hamer en was o.a. de familie Haesbeyt van Gent één der belangrijkste opkopers. Vóór 1817 kennen we als eigenaar de rentenier Pierre Arthur Haesbeyt van Bottelare en van 1845 tot 1875 staat de molen op naam van Coleta Haesbeyt uit Gent. Bij haar overlijden worden alle bezittingen verkocht op woensdag 16 juni 1875 in de Minard-schouwburg te Gent, door niet minder dan 4 notarissen: Tyman van Gent, Lagasse van Brussel, De Saegher van Bottelare en Van Damme van Nederzwalm. In de te verkopen loten vinden we onze Zwalmmolen terug: "Een schoonen koorn,oliewatermolen, met hofstede, tuinen, land en boomgaard genoemd den molen ten bergen groot 27 aren 10 centiaren, verder 7 andere kopen allen in gebruik bij Françies Vandermensbrugge tot 1 maart 1880 aan 1450 Fr ’s jaars. Boomprijs: 100 fr".


De Zwalmmolen volgens de kaart van POPP (detail)(1842-1879)
Op de kaart is duidelijk te merken dat de molen een dubbelmolen (297 en 298) was.
Het vierkant gebouw onderaan (543) is het molenhuis annex stallingen en schuur.

     Het is deze huurder die gans het bezit verwerft in 1880. Bij zijn overlijden in 1883 komt het op naam van zijn weduwe Ida Tack. Vanaf 1891 zal men zich verder alleen bezig houden met het malen van graan en zet men ‘het olieslaan’ stop.

    Het kadaster vermeldt de aanbouw van een nieuwe vleugel in 1930 waarin een cilindermolen onderdak vindt. Door erfenis komt de molen in 1934 in bezit van de gemeentesecretaris Karel Vanden Haute die getrouwd was met een dochter Vandermensbrugge.
     Daarna wordt molenaar Odilon Vanden Haute door gift  de eigenaar - in 1946 verliest bij een tragisch ongeval molenaar Robert Van Den Haute, burgemeester van Munkzwalm er beide handen - Bij zijn overlijden in 1955 wordt zijn weduwe Alice Dumont de volgende eigenaar. Jerôme en Omer Dumont zetten de  maalactiviteiten verder.

     Vervolgens krijgen we bakker Arthur Van Ronse uit Zottegem als nieuwe eigenaar. In 1965 verloor terug de molenaar beide handen in de maalmachine en in 1970 verdronk er het 7-jarig dochtertje van de zuster van de molenaar. Nog in 1970 viel de molen (voorgoed?) stil…

     Tot aan zijn dood werd gewezen advocaat  Marcel De Boe  (1925-1989) uit Ophasselt, de nieuwe eigenaar van de molen annex molenhuis. Hij kocht de ganse site  in de zeventiger jaren en vormde de molen om tot een horecazaak, die tegemoet kwam aan het toenemend dagtoerisme in de Zwalmstreek. De zolder van het molengebouw werd ingericht als tentoonstellingsruimte. Hij werd een grote promotor van het eendags-Zwalmtoerisme waarvoor hij na zijn dood een gedenkplaat kreeg die tegen de gevel van de molen aangebracht werd tot de verkoop van de molen in 1990.

     Na zijn dood in 1989 runde zijn weduwe Irene Rombouts de horecazaak nog korte tijd verder. De molen draaide daarna nog sporadisch als entertainment voor  de verbruikers en de toeristen. Stilaan raakte hij wel in verval. Het waterwiel, een bovenslagrad met 1,9 m. brede schoepen en met een  doorsnede van 3 m. werd langzaam door roest toegetakeld en slibde toe. Ook de lossluis, voornamelijk in ijzer met een tandradkam en een van binnenuit bediende aandrijving kent hetzelfde lot.

     Rond 1990 verkocht Irene Rombouts, de partner van wijlen Marcel De Boe, de Zwalmmolen aan de provincie Oost-Vlaanderen. Sindsdien stond de molen afgesloten en zielig te verkommeren; sinds 2000 is er werkelijk sprake van verval... Er rezen wettelijke problemen i.v.m. de hoognodige restauratie - de molen is namelijk gelegen in natuurgebied en men beschikte niet over de nodige vergunningen om daarin werken uit te voeren. Of hoe wetgeving goedgekeurd door de ene instantie, de plannen van een andere instantie in de weg kan staan...

     In de wintermaanden 2005-'6 werden rond de molen werken aangevat - het Molenpad werd verlegd, verstevigd, en verbreed; bomen aan de rand van het parkje werden gerooid. Wat precies de verdere geplande werken waren, die de provincie in de daaropvolgende maanden wilde uitvoeren is onduidelijk gebleven. Tot 2007 stond de molen er nog altijd gesloten en ietwat verloederd bij. Een triestig uitzicht voor het eens trotse centrum van een bloeiend toerisme..

     Het licht om een restauratiedossier in te dienen door de eigenaar, het provinciebestuur, werd op groen gezet. Veel hindernissen moesten echter nog genomen worden en de molen van de administratie draaide amper vlugger dan het stilstaande waterrad. De kogel scheen door de kerk wanneer  een groot paneel  en geplaatste  hekkens de restauratie inluidden in december 2007. De drie koppels maalstenen,de haverbreker,de galg om stenen open te trekken, het sleepluiwerk om de zakken op te hijsen, de gietijzeren aandrijfwielen en een bijzondere walsenmaalstoel van het bekend merk Midjet zullen worden aangepakt evenals de stabiliteit van het gebouw. In een eerste fase is een bedrag voorzien van 540 000 € inclusief BTW. Twee architectenbureaus bogen zich over de restauratie : Jacobs uit Gavere en De Bruyn uit Aalst. Onroerend Erfgoed Vlaanderen zegde zijn steun toe. Na de onvermijdelijke vertraging(en) kwam er een einde aan de restauratie in september 2010 en zal de gerestaureerde molen in zijn volle glorie te bezichtigen en bezoeken zijn voor het publiek op 'Open Monumenten'-dag 2010, op 12 september e.k.
 


De Zwalmmolen  in 1905



Kadastrale ligging der site
 


In de jaren na 1990 - gesloten en verlaten...


Tien jaar daarvoor nog attractief en druk bezocht.
 

Architectonisch

     Landschappelijk gezien was de molen zeer fraai gelegen in een omgeving die echter vanaf de jaren 1980 meer en meer werd aangetast in haar oorspronkelijkheid door toenemende bebouwing in de onmiddellijke omgeving en... het dag- en weekendtoerisme.

     Architectonisch betreft het een prachtige molenbouw. Watermolen met ijzeren bovenslagrad. Molengebouw onder twee evenwijdige met pannen beklede zadeldaken (en een aanbouwsel onder lessenaarsdak, vermoedelijk uit de 19de eeuw. Geschilderde en verankerde bakstenen voorgevel met getoogde (= boogvormig overspannen) vensters voorzien van ijzeren roedeverdeling. Rechthoekige deur met daarboven laaddeur. Gelijkaardige deuren in het rechter aanbouwsel met binnenin een trap naar de bovenverdieping. Dakoverstek op vernieuwde consoles. Op de daknok bevindt zich een  windwijzer met paard en jaartal 1875 (tevens het jaar van verkoop van de molen aan Francies Vandermensbrugge).

    Het 19de-eeuws molenmechanisme was intact gebleven. Op de maalvloer vond men de  vierkante asput, omringd door een witgeschilderd bakstenen muurtje afgeboord met houten balken, voorzien van groot gietijzeren spoorwiel en drie sterrewielen en lichtsysteem met handwieltjes; drie meelbakjes; het steenbed ondersteund door houten balken; het bedieningsmechanisme met tand- en heugelsysteem van de lossluis. In de daarachter gelegen kamer bevonden zich drie meelgoten en bakjes voor de walsenmaalstoel erboven. Op de steenzolder stonden de galg en drie koppels maalstenen in houten steenkisten met houten ringen, de walsenmaalstoel of cilindermolen, een zogeheten 'Midget Maxima Roller Mill N 194' van 1930, gevoed door een plansichter met excentrische aandrijving, verder horizontale assen met gietijzeren riemwielen en gaffelwiel, op zolder haverbreker. 

     Er zijn nog drie koppels maalstenen aanwezig. Verder zijn er een haverbreker, een walsenmaalstoel (midget 184), een galg, sleepluiwerk. Alles is nog in vrij behoorlijke toestand en eigenlijk is het mechanisme nog maalvaardig. Gietijzeren wielen. Ook de cilindermolen van 1930 (zie inschrift in de meelgang) is nog in vrij goede staat. De aandrijving van de stenen gebeurt van boven en wordt bepaald door de plaats van ‘de staak’ of ‘het klauwijzer’. De grote ruimte onder de grond, een soort kelder, werd door onze lokale 'maalders' 'de hel' genoemd. De tweede plaats was de cilindermolen, die werkte met een systeem van tegen elkaar wrijvende rollen. Die maalruimte was onder Marcel De Boe echter als café ingericht, met op de bovenverdieping een tentoonstellingsruimte.

     De Zwalmmolen omvatte ook nog het stijlvolle molenhuis.

     Deze molen was destijds wellicht één van de mooist gelegene en meest schilderachtige.

     Als café ingericht maakte de molen voor heuse 'molenliefhebbers' echter een even zielige indruk als bijvb. de Machelgemmolen (de Bostmolen) in Roborst, die eveneens op de Zwalm ligt. Voor beide gold ongeveer hetzelfde: oude en prachtig gelegen watermolens, nog in betrekkelijk goede toestand maar ten prooi gevallen aan de horeca.

     Door de afwending van de oorspronkelijke bestemming had ook de Zwalmmolen vrij grondige wijzigingen ondergaan. Tot begin dit millennium was het niet duidelijk hoe deze toestand ten goede kon worden gekeerd.


De spuikom met achteraan rechts een hoek van de voormalige woning van Palmyre, die het 'geheim'
 van de geuteling vanuit Elst naar Munkzwalm meebracht

 
Het rad, vroeger (li) en recenter (re), voor het verwijderd werd...
Wanneer wordt het teruggeplaatst?


Een beeld dat voorgoed verbannen is naar het verleden: het Molenpad waarlangs
het weelderige groen nu grotendeels gerooid  en/of gesnoeid is,  de weg verbreed

 werd en de akker een stuk ingenomen door nieuwe bebouwing.


Het allang afgebroken vervallen huisje
van zonderling Richard De Groote

Definitieve restauratie in 2008


2007 - In de steigers...

juni 2008 - de restauratiewerken zijn eindelijk begonnen...
 

2010: Terug in volle glorie, net als vroeger...

 

 

het molenhuis


Het statige molenhuis, nu een restaurant-snackbar.

    
     Adres: Rekegemstraat 28. Voormalige semigesloten hoeve met molenaarshuis van de ertegenover gelegen watermolen, in 1995 gerenoveerd en heringericht voor horecazaak -
de uitbating van de cafetaria-snackbar werd in concessie gegeven, eerst aan Wouter Petrus, vanaf 2005 aan Jan De Smet, de vroegere eigenaar van de Bostmolen en de Zwalmkoets - en kantoor van Federatie voor Toerisme, eigendom van de Provincie Oost-Vlaanderen. Sinds 2008 uitgebaat door Peter De Deken, die ook de Molen ter Biest te Nederzwalm en de Moldergemmolen (de Mechelse Koekoek) te Sint Denijs-Boekel uitbaat.

     Hoevegebouwen rondom een verharde binnenplaats, met aan de straat gelegen woonhuis en voorts aan twee zijden dienstgebouwen en aan de Z.-zijde afgesloten door een bakstenen tuinmuur geritmeerd door lisenen en afgedekt met ezelsrug.

     Aan de straat gelegen huis van zeven traveeën en één bouwlaag onder afgewolfd zadeldak (mechanische pannen, nok evenwijdig met de straat), minstens uit het begin der 19de eeuw. Witgepleisterde gevel op gepikte plint met rechthoekige vensters met T-ramen, arduinen dorpels en persiennes en deur in uitspringende zwartgeschilderde omlijsting met kroonlijstje. Entablement versierd met spiegelpanelen. Eenvoudige witgeschilderde achtergevel.

Er bevindt zich aan de achterzijde van het terrein een bakstenen dwarsschuur van vijf traveeën onder zadeldak (pannen, n // woonhuis), in zandstenen gevelsteen boven poort gedateerd 1890. In de voor- en achtergevel zijn twee steekboogpoorten, afgelijnd door getrapt baksteenfries. In de geveltop van de blinde rechter zijgevel ziet men een sierlijk anker.

22 juli 1984 - Een hoogdag voor de Zwalmmolen: tgv het vijfjarig bestaan van 'het Zwalmmuseum' werd het waterrad van de molen na tientallen jaren stilstand terug aan het draaien gebracht... Volkszanger Johan Heyse uit Zingem zong onder grote publieke belangstelling zijn 'Ode aan de Zwalmmolen'.


Marcel De Boe op de binnenkoer van het molenhuis met achteraan 'zijn' Molenmuseum.


de Zwalmmolen anno 1984


     Omdat de waterhuishouding van de Zwalm niet langer door molenaars geregeld werd - wat regelmatig leidde tot problemen met het peil van de rivier - greep het openbaar bestuur in  en werden er aan elke watermolen omstreeks 1981 automatische klepstuwen gebouwd. Om de Zwalmmolen toch blijvend van watertoevoer te voorzien werd een  grote ondergrondse verbinding  gemaakt die volgens het principe van de communicerende vaten het waterpeil op dezelfde hoogte houdt, voor en achter de automatische stuwklep. Er werd immers een dwarsmuur gebouwd op de bypass van de Zwalmrivier, waar de watermolen aan lag.

     Op oude prentkaarten is aan de andere kant van de beek nog een molensite zichtbaar zodat we kunnen spreken van een dubbelmolen die beide met hetzelfde waterrad werden aangedreven.

     Deze laatste is op enkele grondvesten na volledig afgebroken. In de molen was het maaltechnische gedeelte nog betrekkelijk intact maar restauratie drong zich op. Door insijpelend regenwater waren een paar draagbalken reeds verrot en stonden daarom ondersteund.

     Met het oog op de toekomst van deze molen was het  beschermingsbesluit als monument dd. 7 maart 1994 een lichtpunt. Toen werden trouwens alle resterende watermolens uit de Vlaamse Ardennen tot beschermd monument verklaard, de meeste zelfs samen met het omliggend landschap als dorpsgezicht.
    

DE OMGEVING

     IJzeren sluiswerk met zwengel en tandheugel met kamrad, in 1981 werd een automatische klepstuw geplaatst.

     Vooral in de jaren na 1990 zou ook de omgeving van deze molen grondige wijzigingen ondergaan: in de onmiddellijke omgeving kwam er immers een zogeheten ‘weekend-verblijfpark’ en mocht de nabijgelegen camping ‘Canteclaer’ nog verder uitbreiden naar de Zwalmmolen toe – dit alles met de instemming van zowel het toenmalig Zwalms bestuur als van hogere overheden. Aldus werd één der mooiste plekjes van Munkzwalm – een lust voor wandelaar en natuurliefhebber…- voorgoed en vrijwel onherstelbaar beschadigd.

foto Foto


's Zomers...


...en in de winter.     

 


DE ‘OMER WATTEZ’-GEDENKSTEEN

     Op zaterdag 13 september 1970 werd aan het wandelpad dat al zijn naam droeg, een gedenksteen ter herinnering aan  Omer Wattez , de ontdekker van de Vlaamse Ardennen. De Vrienden van de Zwalm hadden die steen, een grote brok Balegemse zandsteen, besteld bij beeldhouwer Marc De Bruyn*. Bovenaan in de steen staat het symbool van de watermolen gebeiteld met eronder een tekst van Wattez. Daaronder staat de naam van deze pionier van de Zwalmstreek, samen met zijn geboorte- en sterfdatum.

* De beeldhouwer Marc De Bruyn was leraar aan de Aalstse Academie.  In Aalst en Dendermonde was De Bruyn voldoende gekend. Het monumentale standbeeld van Pieter Daens, aan de Dender te Aalst, is van zijn hand, het Ros Beiaard aan het Dendermondse station ook. Marc De Bruyn - zijn leerlingen spreken hem aan met 'professor' - maakte beelden waarvan het gewicht varieerde van 60 tot 350 kg. Hij gebruikte daarvoor diverse soorten Balegemse steen: zachte, met fossielen, en hardere, de zgn. witte. Ook zijn techniek van beeldhouwen was niet altijd gelijk. De bedoeling van professor De Bruyn was vooral aan te tonen welke de kenmerken en de mogelijkheden zijn van de Balegemse steen. In een expositie, die hij kon houden in de Zwalmmolen eind 1970 deed hij trouwens een warme maar dringende oproep tot verantwoordelijke instanties om te stoppen met het verminken van onze 'Balegemse' monumenten, door ze te restaureren met exotische materialen.

Bronnen:
 
Bauters P. - Buysse R., De Oostvlaamse watermolens, Inventaris 1980, (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, Bijdragen Nieuwe Reeks nr. 11, Gent, 1980, p. 115-117.
Vandeputte J.L.Th. - De molens van het arrondissement Oudenaarde, Uit hun geschiedenis, Oudenaarde, 1974, p. 66-68.

Laatste update dinsdag 15 februari 2011

Terug naar       
Mijn Homepage  Homepage Zwalm  Homepage Munkzwalm