BEERLEGEM DIKKELE HERMELGEM HUNDELGEM MEILEGEM MUNKZWALM NEDERZWALM PAULATEM ROBORST ROZEBEKE St-BLASIUS-BOEKEL ST-DENIJS-BOEKEL St-MARIA-LATEM WIJLEGEM DE ZWALMSTREEK HOMEPAGE ZWALM VLAAMSE ARDENNEN

 

de ZWALMSTREEK

GEOGRAFISCHE LIGGING

De Zwalmstreek is een gebied in het zuiden van de provincie Oost-Vlaanderen, dat als onderdeel van de Vlaamse Ardennen de elf gemeenten Brakel, Gavere, Kruishoutem, Oosterzele, Geraardsbergen, St-Lievens-Houtem, Herzele, Lierde, Zingem, Zottegem en Zwalm omvat.  


 

GEOLOGISCHE EVOLUTIE

Vanaf ca 190 tot 5 miljoen jaar geleden was waar zich nu Vlaanderen bevindt enkel maar water. Op die zeebodem stapelden zich afwisselend lagen klei en zand op, soms vermengd met silexkeien en resten van zeefauna (schelpen, vistanden,..). Deze bodem is het fundament waarop Vlaanderen is gebouwd.

Lagen uit die tijd, van ca 50 miljoen jaar terug, kunnen worden gezien in de Balegemse zandgroeve; men vindt er fossielen, afgezet door de (warme) zee uit het zgn. Tertiair. Ook in Beerlegem vindt men zandlagen, die nog steeds ontgonnen worden. In de Munkzwalmse Hondendries treft men de zandige klei uit deze periode aan.

Rond 5 miljoen jaar geleden trekt de zee zich traag terug naar het noorden; wat Vlaanderen zou worden komt boven de zeespiegel; regenwater zoekt zich een weg naar zee, schuurt zachtere bodemlagen uit in valleien; de reliëfvorming is begonnen...

Bij het begin van het Kwartair (ca 2 miljoen jaar geleden) had de zee zich tot in het noorden van ons huidige land teruggetrokken. Het klimaat gaat van dan af grote schommelingen vertonen, waarbij koude perioden (ijstijden) afwisselen met warmere perioden (interglacialen). (Nu leven we in een 'interglaciaal').

Gedurende de Ijstijden is er een zeer sterke erosie: lichtere materialen (zand, klei) spoelen weg, zwaardere stukken (keien, zandsteenbrokken) blijven liggen. Zo ontstaan de heuvels.

De laatste Ijstijd (de 'Weichsel'- of 'Wurm'Ijstijd) (75.000-15.000 v.Ch) brengt veel stofstormen en daardoor wordt over ons landschappen toen een 'leemmantel' gelegd. In onze streek zwerven er in de 'zomers' al de eerste mensen rond; het zijn jagers, die rondtrekken als nomaden.

Rond 13.000 jaar geleden wordt het klimaat milder. Beken en rivieren schuren valleien uit in de leemmantel; deze valleien worden opgevuld met leem en alluvium (= aanslibbing). De mens begint terrein te winnen op het overal weelderig voorkomende bos en leert landbouwer te worden. Dit is het begin van het Neolithicum.
 
 




GEOMORFOLOGISCHE KENMERKEN

De bodem

De Zwalmstreek ligt in het vruchtbare leemgebied van midden België. In het noorden sluit het gebied aan bij de zandlemige overgangszone van binnen-Vlaanderen.
Zoals overal in de Vlaamse Ardennen, is de bodem in de Zwalmstreek bedekt met een vruchtbare quartaire leemlaag, aangevuld in de valleien met alluviale afzettingen. De dikte van deze laag varieert van meer dan 20 m in het hoofddal van de Zwalm tot tussen 0 en 10 m daarbuiten. Ze is het dikst op de oostelijk geëxposeerde hellingen. Op steile hellingen (van meer dan 8%) is ze dun of zelfs niet aanwezig. Deze leemlaag rust op een horizontaal gelaagde ondergrond van afwisselend zand- en kleilagen, die hier door de zee in het tertiaire tijdperk werden afgezet.
De bovenste van deze lagen bestaat in de Zwalmstreek uit Bartoonklei. Ze komt enkel voor op de toppen van de hogere heuvels, boven 90 m, in de buurt van Elst. Daaronder ligt een laag fijn lediaanzand dat soms, zoals in de streek van Balegem (Zottegem), verhard is tot steen (Balegemse steen). Het lediaan rust op een dikke laag kleiig zand, het paniseliaan-D, dat dagzoomt op 50 m en dat zelf op een laag van zware klei ligt, het paniseliaan-C.
Beneden 40 m boven de zeespiegel vindt men Ieperiaan zand, dat zelf rust op een zeer dikke laag Ieperiaan klei, die tot 70 m beneden de zeespiegel wordt aangetroffen.
Nog dieper in de ondergrond steekt dan nog het landeniaan zand, uit de oudste periode van het tertiair, het paleoceen.
In de Zwalmstreek steken geen secundaire zeeafzettingen : de diepliggende rotssokkel (-90 m) komt voort uit het primaire tijdperk.
Het afwisselend voorkomen van waterdoorlatend zand, op een laag van ondoordringbare klei, gaf het ontstaan aan talrijke bronnen. Het zijn meestal zogenaamde uitsijpelingsbronnen. Het water stapelt zich boven op de kleilaag - de watertafel - en waar de zandlaag de kleilaag snijdt, sijpelt het traag naar buiten. Bronnen liggen daardoor gewoonlijk op eenzelfde hoogtelijn, een zogenaamde bronnenlijn.

Het landschap

De structuur van de bodem en de grilligheid van het reliëf weerspiegelt zich in het landschap. Op de glooiing van de heuvels strekt zich een dambord van akkers uit, zonder afsluitingen van hagen en zonder bomenrijen. In de beekdepressies daarentegen liggen groene weilanden, omzoomd door wilgen, hagen of houtkanten en duiden populierenrijen het kronkelend verloop van de rivieren aan.
Er zijn minder bossen dan in de hoger gelegen gedeelten van de Vlaamse Ardennen. Er zijn wel talrijke, kleine populierenbosjes, hetgeen kenmerkend is voor een beeklandschap.
Overal verspreid in het landschap liggen min of meer grote hoeven en opvallend talrijk zijn de dicht bij elkaar gelegen kerktorens, waarrond de bevolking geconcentreerd woont in de even talrijke kleine dorpen. De meeste van deze dorpjes zijn ontstaan in de Merovingische en Karolingische tijd. Toen bouwden de monniken hier kerkjes op de kleine, door waterlopen of moerassen gescheiden eilandjes, ten bate van de mensen die er in dienst van de heren of de abdijen als ontginner werkzaam waren.

wordt nog bijgewerkt

DE STREEK IN DE PREHISTORIE

A. De STEENTIJDEN

     Onze kennis van de steentijd is grotendeels gebaseerd op de studie van gevonden stenen gebruiksvoorwerpen, ‘artefacten’. Meestal betreft het artefacten, vervaardigd in silex (=vuursteen); andere gemakkelijk te bewerken gesteenten, zoals wommersomkwartsiet, ftaniet en glimmerzandsteen, zijn in deze periode slechts beperkt aangewend. Moeilijker in te schatten is het gebruik toen van gebruiksvoorwerpen in organisch materiaal zoals been, gewei en hout. De resten zijn meestal vanwege de zuurtegraad in de bodems, niet of slechts gedeeltelijk bewaard. Basisgrondstof voor de prehistorische mens was dus silex. Deze werd in een eerste fase aan de oppervlakte ingezameld, later ging men ook meer en meer over naar een systematische winning in heuse mijnbouwcentra. Bij ons werden zo vuursteenmijnen ontdekt te Spiennes, Haspengouw en de Voerstreek.
Voor de bewerking van silex werden diverse technieken aangewend:
     a. bij de kerntechniek gaat men de silexknol bewerken tot uiteindelijk de gewenste vorm wordt bekomen; werd vooral toegepast bij het maken van grote en zware werktuigen (vb. bijlen).
     b. bij de afslagtechniek worden dan wel de afgeslagen stukken verder bewerkt tot werktuigen met een bepaalde vorm en functie.

Traditioneel wordt de steentijd onderverdeeld in 3 perioden:

· Het Paleolithicum (de oude steentijd) 800.000 v.Ch. - 10.000 v.Ch.
De mens verschijnt in het quartaire tijdperk van de geschiedenis der aarde. Ca 20.000 v.Ch. verschijnt een ‘nieuw type’ mens, de Homo sapiens, die veel overeenkomst vertoont met de hedendaagse mens. Gedurende deze periode wisselen ijstijden en warmere perioden zich af, zodat gans Europa een zeer veranderende fauna en flora heeft. België schijnt niet door een ijskorst bedekt te zijn geweest, Nederland bvb. wel.
De mens in die tijd paste zich aan aan de natuur: hij onderging maar bedwong niet; Hij schuilde in grotten, zoals in het Maasdal: te Spy o.a. werden beenderen gevonden van
de Neanderthaler – klein van gestalte met eigenaardige schedelkenmerken, voedt hij zich met de opbrengst van jacht en visvangst; om zich te beschutten tegen het weer kleedt hij zich in dierenhuiden en voor alle werk gebruikt hij aanvankelijk stenen voorwerpen. Aanvullen
Stilaan werd het klimaat zeer gematigd. Kleine groepen jagers en vissen vestigen zich op de zandgronden, waarop later wouden zouden groeien met diverse boomsoorten, die thans nog bestaan. Omstreeks 5000 v.Ch. verlaten deze mensen vanuit Azië hun hutten op zoek naar vruchtbare grotten. Als ze zo in onze streken aankomen, leren ze de plaatselijke bevolking graan zaaien, hoeven bouwen, e.d.

    De mens in de Zwalmstreek

    Waar en wanneer belanden de eerste mensen in onze Vlaamse Ardennen? De kans, dat we ooit het antwoord op die vraag vinden, is klein. De oudste restanten van menselijke aanwezigheid in de regio zuid-Oost-Vlaanderen worden tot de oude steentijd gerekend.In 1985 vond Prof. Vermeersch (KUL) op een heuveltop in Vollezele (Geraardsbergen) de resten van een ‘kampement’ uit het Paleolithicum met o.m. uit silex vervaardigde werktuigen. Toen die eerste mensen daar zo’n 30.000 jaar geleden op die heuvel moeten hebben verbleven, heerste hier het ijzige klimaat van de Wurm-Ijstijd. Menselijke sporen uit de oude steentijd vinden we terug op de toppen van de Zuid-Vlaamse ‘getuigenheuvels’ (Kluisberg, Pottelberg, Congoberg). Het betreft openluchtverblijfplaatsen van jagers-verzamelaars uit het midden-Paleolithicum. Als werktuigen werden teruggevonden schrabbers, spitsen en vuistbijlen. Het oudste spoor van een menselijke activiteit in het door C. Rommelaere en zijn team onderzochte gebied is aangetroffen op de westelijke helling van de heuvelrug van Meilegem. Een kern in grijze silex kan wegens zijn fysische toestand in het Paleolithicum worden geplaatst (identificatie J. Vanmoerkerke). Het oppervlak van het artefact vertoont immers een sterke 'eolische glans', die oude vorstbreuken overdekt. Deze vondst laat vermoeden dat het gebied reeds tijdens de ijstijden, mogelijks zeer occasioneel, door groepen van jagers werd bezocht. Aangezien het een kern betreft, zou men kunnen veronderstellen dat zij er ook stenen werktuigen vervaardigden. Dit gegeven moet echter liefst nog door nieuwe vondsten bevestigd worden.

· Het mesolithicum (de midden-steentijd) 10.000 v.Ch. - 5000 v.Ch.

Rond 9000 v.Ch. eindigen de IJSTIJDEN.  Met de daarmee gepaard gaande (definitieve) klimaatsverbetering, en de ermee gepaard gaande verandering van fauna en flora (d.w.z. een bosrijke omgeving met everzwijn, edelhert, oerrund, marter, das en haas)  is de mens vanaf 6000 v.Ch. geneigd tot een meer sedentaire levensstijl en hij organiseert zijn eigen territorium rondom een (tijdelijke) basisnederzetting; hij verandert nog wel regelmatig van grondgebied. De nog altijd jagende mens laat zich vergezellen door honden; de favoriete wapens zijn pijl en boog. Hij jaagt op lokaal wild. Tijdens de winters verhuist de mens nog wel naar zuidelijke gebieden.
Men vindt uit deze periode kleine silexwerktuigen, de zgn. 'microlieten' (dienend bij de pijl- en harpoenbewapening) terug. Vondsten werden gedaan te Kruishoutem en Oudenaarde-Donk.

· Het Neolithicum (de nieuwe steentijd) 5000 v.Ch. -

- de Bandkeramiekcultuur rond 5000 v.Ch.: de eerste landbouwers komen vanuit het Donaugebied naar onze streken. De mens schakelt geleidelijk aan over op akkerbouw en veeteelt om in zijn levensonderhoud te voorzien; nieuwe werktuigen (sikkels, distels, gepolijste bijlen) doen hun intrede en daarnaast wordt er ook aardewerk gemaakt.
-
 de Michelsbergbeschaving rond 3000 v.Ch.: ontginning van de silexmijnen, productie van (tulp)bekers, voorraadpotten, schotels en flessen. Een belangrijke nederzetting uit deze periode werd ontdekt te Schorisse.
- de Seine-Oise-Marne-cultuur ca 2500 v.Ch.:
monumentale grafcultuur; De bekerculturen, genoemd naar de specifieke vorm van het toen gebruikte aardewerk; de Klokbekercultuur is de meest toonaangevende; sporen van deze mensen werden teruggevonden te Oudenaarde-Donk (bewoningssporen) en Kruishoutem (graven). 

B. De METAALTIJDEN

 · de Bronstijd
                                 1. Oude Bronstijd:
steeds meer werktuigen, wapens en...sieraden worden in brons (= legering van koper en tin) gegoten. Gezien tin zeldzaam is, komen er tinhandelsmono-
                                                               polies.

                                 2. Midden-Bronstijd 1500 v.Ch.
Lijkverbranding neemt de overhand; de as wordt in een urne onder een grafheuveltje begraven.
                                 3. Einde Bronstijd: 

 · de Ijzertijd 700 v.Ch. -
 
  
1. Eerste Ijzertijd 700 v.Ch.- 450 v.Ch -
De 'Hallstatt'periode: de eerste uit ijzer vervaardigde voorwerpen: zwaarden, vaak samen gevonden met stukken harnas, wijzen op de komst naar
                                                                     onze streken van ruiters; een 'krijgers'aristocratie is ontstaan, naast een meerderheid van 'gewone' stervelingen, aan wiens bestaan niets verandert.

      2. Tweede Ijzertijd 450 v.Ch - 51 v.Ch -
België is bezet door de Kelten; de stammen worden gedomineerd door een aristocratie, wier leden door nauwe bescherming- en afhankelijkheids-
                                                                     banden met mekaar verbonden zijn. Deze 'adel' onderhoudt (handels)relaties met het mediterraan gebied (de Etrusken). De expansiedrang van deze
                                                                     Kelten gaat tot in Italië, waar ze rond 387 v.Ch. de stad Rome in brand steken. Rond 150 v.Ch. beginnen de Kelten munten te slaan.

DE GALLO-ROMEINSE PERIODE 51 v.Ch. - 406
    
     In 58 v.Ch. begint Julius Caesar zijn Gallische oorlog, die duurt tot 51 v.Ch., wanneer hij door bloedige repressie én de uitroeiing van de Nerviërs en Trevuren de laatste weerstand in de kiem kan smoren.

DE EERSTE 'ZWALM' MENS
     Waar en wanneer kwamen de eerste mensen aan in de Vlaamse Ardennen? De kans dat we ooit het exacte antwoord op die vraag vinden is klein. De oudste restanten van menselijke aanwezigheid in onze zuid-Oostvlaamse regio worden tot de Steentijd gerekend – een periode waarin de mens in hoofdzaak stenen gebruiksvoorwerpen leerde benutten... - lees meer

DE FAUNA & FLORA

DE WATERMOLENS

DE 'ZWALM'TAAL          
          1) Het zuid-Oostvlaamse dialect
nog te ontwikkelen
          2) De taal van de landbouwer

WAAROM IS DE ZWALMSTREEK LIBERAAL?nog in ontwikkeling

 

Bronnen
 
    'Levende Aarde in de Vlaamse Ardennen - Reliëf en Geologie in woord en beeld' - Marie-Christine Vanmaercke-Gottigny, 1987.
     'Liberalisme op het Zuid-Oostvlaamse platteland in de 19e eeuw' - Veronique Adriaens, Gents Liberaal Archief, 1991.
 

Laatste update zaterdag 14 november 2009

TERUG NAAR
Mijn Homepage  Homepage Zwalm  Homepage Munkzwalm