BEERLEGEM DIKKELE HERMELGEM HUNDELGEM MEILEGEM MUNKZWALM NEDERZWALM PAULATEM ROBORST ROZEBEKE St-BLASIUS-BOEKEL ST-DENIJS-BOEKEL St-MARIA-LATEM WIJLEGEM DE ZWALMSTREEK HOMEPAGE ZWALM VLAAMSE ARDENNEN

 

WIJLEGEM
 

Volgens de Ferraris-kaart

Stafkaart
 

Dorpszicht 1

Dorpszicht 2

de Margarethakapel in vroeger tijden

 

* INLEIDING

De wijknaam van Frankische origine herinnert aan de lieden van Wêlo, die zich hier moeten zijn komen vestigen.

Deze oude Zwalmse wijk (een deel van de voormalige gemeente St. Denijs-Boekel) en gewezen kerkparochie ligt in een dal van de beide Boekelkouters, en grenst aan St.Blasius-Boekel, Roborst en Munkzwalm. Het toponiem is nog in gebruik als straat- zowel als wijknaam. Op burgerlijk gebied behoort het gehucht Wijlegem, dat nooit een zelfstandige gemeente was, vóór de eerste fusie van gemeenten van 1970 tot de gemeente St.Denijs-Boekel, op kerkelijk vlak was en is dit gehucht afhankelijk van de parochie St.Blasius-Boekel.

Ondanks dat Wijlegem hoop en al toch maar een handvol huizen en nooit meer dan zo’n 30-tal bewoners heeft gehad, wordt deze wijk hier toch apart besproken, niet in het minst omdat hij zo afgelegen is en daardoor toch wel een eigen (zij het natuurlijk beperkte) geschiedenis kende.

Bevolking

1395 (B)

1591

1666-1675

1676-1685

1686-1695

1706-1715

1797

1800

ca.95

98

ca.40

ca.35

ca.37

ca.42

73

79

 

* GESCHIEDENIS moet nog verder uitgewerkt worden

     In de 11de eeuw kwamen monniken uit de Gentse St.Pietersabdij zich hier vestigen om het beukenbos te ontginnen. Ze bouwden er meteen een kapel in Doornikse hardsteen. Na het vertrek van de paters werd de kapel een openbare dorps'kerk', bediend door een seculiere priester, die tezelfdertijd proost van Rozebeke en pastoor van Roborst was.

     In 1808 onder het Franse bewind van Napoleon werd Wijlegem een gehucht van St.Denijs-Boekel. De Republiek nam de abdijgoederen in beslag en deed ze openbaar verkopen. Eén partij, 'het St.Margrietegoed' werd aan niemand toegewezen. Tijdens de Hollandse periode werd het gegeven aan de kerkfabriek van St.Blasius-Boekel, met als opdracht het kerkje uitwendig in behoorlijke staat te onderhouden.     
.

* ONDERWIJS

     Plaatselijk onderwijs was er in Wijlegem nooit – bijna vanzelfsprekend, want daarvoor was het inwonersaantal veel te klein. De kinderen liepen school in Roborst. Al verplichtte de deken in 1627 er de koster om aan de Wijlegemse kinderen les te geven, waarvoor hij een vergoeding van 12 gulden ontving (D.V.1627).
 

* PATRIMONIUM

De gebouwenrijkdom van Wijlegem beperkt zich naast de kapel uiteraard tot een paar oude hoeven. Gewone huizen waren er vrijwel niet; die kwamen er pas op latere datum.

* Het vroeger GEMEENTEHUIS

* De SCHANDPAAL

De Gentse St.Pietersabdij bezat de heerlijkheid Wijlegem en uit de bronnen weten we dat abt Gudualus als heer van Wijlegem in 1775 een schandpaal liet vervaardigen door steenhouwer Stephanus Baeijens uit Balegem. De fragmenten die nu nog bestaan gaan dus vermoedelijk terug tot deze tijd.
Dichtbij de Margaretha-kapel liggen de restanten van de basis van deze vroegere schandpaal: het zijn 2 rechthoekige arduinen treden met een vierkant inplantingsgat voor de schacht in het midden (bij beide stenen 22 op 22cm). De bovenste trede is intact (hoogte 15cm; de breedte langs elke zijde 32cm). De onderste trede is slechts voor iets meer dan de helft bewaard gebleven (53cm breed langs elke zijde). De bovenste trede ligt op het verwilderde kerkhof, terwijl het restant van de onderste trede als stapsteen onderaan de trap naar de kapel fungeert.
Mogelijks diende de bovenste trede op het kerkhof in de 19de-20ste eeuw nog als roepsteen voor de veldwachter.

Bron: De Win P., Inventaris van de feodale schandpalen op Belgisch grondgebied, II, Provincies Oost- en West-Vlaanderen, (Iuris Scripta Historica, X, Brussel, 1996, p. 140-141).

 

* De ST-MARGARETHAKAPEL

Adres Wijlegem nr. 2. Het gebouwtje is gelegen op het hoogste punt van de heuvel ten oosten van de grote kouter tussen de beide Boekels. Het is omringd door een kerkhofje, dat aan de west- en zuidzijde ommuurd is. In de grotendeels bakstenen kerkhofmuur met ezelsrug is een kopie van het wapenschild van de St.-Pietersabdij van Gent waarvan de kapel afhankelijk was, aangebracht bij de restauratie in 1996; het origineel wapenschild, voorzien van drie sleutels, gehouden door twee ooievaars en bekroond door mijter, kromstaf en zwaard, hangt nu binnen in de kapel. Kerkhof toegankelijk via vernieuwde trap naar ijzeren hekje aan bakstenen pijlers tegenover het portaal.
     In 1040 schonken Reinelmus en Ida van Bost de 'villa Wijlegem' aan de St-Pietersabdij van Gent, als dotatie bij hun schenking van de kerk van Roborst. Dat er toen al een kapel was, is dus waarschijnlijk. De kapel van St.-Bartholomeus wordt voor het eerst vermeld in 1108 bij de bevestiging door bisschop Odo van de schenking in 1040 van de villa Wijlegem aan de Gentse St.-Pietersabdij, die verder het patronaat bleef uitoefenen.
In 1197 wordt de h. Margaretha de patroonheilige.
De kapel wordt ontheiligd in 1566. Na de godsdienttroebelen is de kapel een tijdlang in gebruik als schuur - misschien lagen de hoevegebouwen uit de omtrek grotendeels in puin, of was het gewoon een 'tiendenschuur'? In het begin der 17de eeuw, o.m. in 1611, werden herstellingswerken uitgevoerd maar nog geen nieuwe vloeren gelegd.
Volgens het visitatieverslag van 1717 was de kapel toen toegewijd aan O.-L.-Vrouw, later aan H. Margaretha. Het was oorspronkelijk een zelfstandige parochiekerk tot 1790 bediend door de pastoor van Roborst die resideerde in Rozebeke en erna door de pastoor van Sint-Blasius-Boekel. Omstreeks 1788 (datum boven het westportaal) wordt de kapel nogmaals hersteld. Tot het einde van de 18de eeuw bleef de kapel bediend door de pastoor van Roborst, die zélf in Rozebeke resideerde. Toen verzocht de parochie Wijlegem om zich voor de diensten te mogen richten tot de pastoor van een dichterbij gelegen parochie, St.Blasius-Boekel, wat rond 1790 werd toegestaan. Tot heden bleef Wijlegem in kerkelijk opzicht afhankelijk van St-Blasius-Boekel.
In haar huidig uitzicht is de kapel het resultaat van een bouwcampagne in de 18de eeuw, waarbij de overblijfselen van een kleinere, wellicht gotische kapel worden geïncorporeerd in het nieuwe gebouwtje. Men neemt aan, gelet op de sporen van ouder metselwerk in Doornikse kalksteen en de aard van het dakgebinte, dat het westelijk deel het oudste en oorspronkelijke is, en dat, gelet op de verhoudingen, de oorspronkelijke oostmuur zich bevond waar nu de communiebank is geplaatst. Het huidige koor met de aangebouwde sacristie annex bergplaats zou dan de 18de-eeuwse uitbreiding hebben uitgemaakt. De westgevel en het westelijk deel van het dakgebinte zijn herstellingen uit de 17de eeuw. Gerestaureerd in 1996 o.l.v. architect R. Berteloot.
De oudste gedeelten, ten westen in de zijgevels, zin opgetrokken uit Doornikse kalksteen; verder van baksteen en zandsteen voor plint, hoekstenen en deuromlijsting. Dit kerkje werd hersteld in 1611, kort voor 1717 en in 1788 verbouwd (zie het jaartal in omlijsting van westportaal.
Georiënteerd rechthoekig zaalkerkje van vijf traveeën onder zadeldak met houten zeskantig dakruitertje bekleed met leitjes, achter het koor berging en sacristie.
De westgevel dateert vermoedelijk uit het eerste kwart der 18de eeuw. Het is een witgekalkte en verankerde puntgevel met vlechtingen en zandstenen schouderstukken. Er is het bekronend stenen kruis (vernieuwd). De getoogde opgeklampte deur is gevat in een zandstenen omlijsting met jaartalstenen naast de sluitsteen. Eiken deur met oorspronkelijk ijzeren beslag. Erboven getoogd venster met smeedijzeren roedeverdeling. Aan weerszij van de deur bevinden zich ingemetselde arduinen grafstenen uit 1912 en uit de 19de eeuw.
In de zijgevels bemerkt men sporen van verdwenen steunberen, ten zuiden ziet men één bewaarde bakstenen steunbeer. De steekboogvensters met ijzeren roedeverdeling zijn voorzien van zandstenen hoekblokken, vermoedelijk eveneens van 1788. Ten oosten van de zuidelijke zijgevel bevindt zich een ingemetselde 18de-eeuwse grafsteen. De overstekende dakschilden rusten op modillons. De dakruiter is voorzien van rechthoekige galmgaten en de spits is bekroond met ijzeren kruis en vergulde haan.
Aan de oostgevel staat een calvariekruis van geverfd hout onder houten afdak (het oorspronkelijk 18de-eeuws kruisbeeld berust thans in de parochiekerk van Sint-Blasius-Boekel en werd in 1996 vervangen door een houten replica).
Het interieur is gepleisterd en witgeschilderd met grijsgeschilderde lambrisering. Er liggen Gobertange-vloertegels in portaal en koor, plavuizen van Basècles in schip en rode baksteentegels in berging en sacristie. Er zijn drie ijzeren trekstangen in het tongewelf dat voorzien is van panelen en lijstwerk; in koor bemerkt men een geschilderde voorstelling van twee brandende harten in wolkenkrans. De centrale klokopening is afgedekt met houten paneel beschilderd met putti in wolken en H. Geest-duif. Het bruingeschilderd houten doksaal en het tochtportaal dateren uit eind 18de - begin 19de eeuw. Er zijn twee rechthoekige deuren naast het altaar naar de berging en de sacristie met erboven beeldnissen in trompe-l'oeil.
Het meubilair omvat beeldhouwwerk: twee engelen in borstbeeld op de kroonlijst van het altaar. Er zijn ook plaasteren beelden (uit de 20ste eeuw) van O.-L.-Vrouw en St.-Jozef voor de geschilderde beeldnissen boven de deuren van berging en sacristie.
Het portiekaltaar heeft een gemarmerde tombe, een trommeltabernakel en classicistische zuilen en gemarmerd hoofdgestel. De volledige koorwand is verfraaid met een trompe-l'oeil, uit het eind van de 18de of begin 19de eeuw. De 18de-eeuwse kerkmeestersbank is in classicistische stijl van bruingeschilderd hout ten zuiden onder het doksaal. De bruin- en witgeschilderde houten communiebank in rococostijl dateert uit het laatste kwart der 18de eeuw. Er zijn houten zitbanken langs de zijmuren en vier grafmonumenten uit de 17de en 18de eeuw in de kapelvloer en uit 18de, 19de en 20ste tegen de gevels.

     Bronnen: De Noyette G. - Hoebeke M., Dorpsbeelden uit het verleden, Nazareth, 1994, p. 64.                                         
De Potter F.- Broeckaert J., Geschiedenis van de gemeenten der provincie Oost-Vlaanderen, zesde reeks, I, Gent,
 

       


De kapel


Interieur


Wapensteen in de kerkhofmuur van
de kapel

     Uitrusting  en meubilair:
* Wapensteen van de St-Pietersabdij: uit de 18de eeuw, in grijze Ecaussines-steen, 80 cm x 55 cm, in de kerkhofmuur, links van de ingangstrap. Het is een ovalen wapenschild met afgebeeld de drie sleutels, gehouden door twee ooievaars - de één met sleutel in de bek, de andere met zwaard; het wapenschild wordt bekroond met de mijter en de kromstaf. Onderaan staan twee bladvoluten.
* Altaren: in de 16de eeuw waren er twee altaren; in 1717 staan er nog altijd 2 genoteerd, zonder dat de patroon waaraan ze zijn toegewijd, staat vermeld. Wellicht zijn ze verdwenen op het einde der 18
de eeuw. Het huidige altaar dateert wellicht uit diezelfde periode of uit het begin der 19de eeuw. Er is een wandversiering met een merkwaardige gesimuleerde architectuur over de gehele koorwand, geschilderd of gemarmerd; twee gegroefde pilasters, horizontale kroonlijst, guirlandes, bladvoluten en rozetten. De centrale nis bevatte wellicht vroeger een devotiebeeld; rechts en links, boven de zijdeuren bevindt zich een geschilderde beeltenis waarvóór, op een sokkeltje, zich de (moderne) plaasteren beelden van O-L-Vrouw en St-Jozef bevinden.
* De communiebank: uit midden de 18de eeuw, rococo, in bruin- en witgeschilderd hout; op een boogvormige plattegrond. De communiebank bestaat uit 5 panelen, de buitenste twee blind; de er naast staande met opengewerkte rococovoluten; het middelste, tevens het deurtje, met rococovoluten en een centraal medaillon waarin afgebeeld het Lam Gods op een kruis. Op de 4 tussenpilasters telkens een rococoschelp. De rococomotieven zijn witgeschilderd.
* Doksaal en tochtportaal: stammen uit de 18de of 19de eeuw; met paneel- en lijstwerk; een trap met ingemaakte kast; borstwering met eenvoudige maar sierlijke, witgeschilderde pijlers.
 

     Vanaf de 2de helft der 20ste eeuw had het gebouwtje fel te lijden onder vochtproblemen. Ingrijpende restauratiewerken waren nodig. Op 16 mei 1996 werd de kapel, na een twee jaar lange restauratiecampagne (kostprijs 6.657.876 fr excl.BTW), terug opengesteld

* De HOEVEN

 
DE WIJLEGEMHOEVE (D'Euerhoeve) Wijlegem nr 1   HET HOF TE WEYLEGEM (Den Hinxt), Wijlegem nr 4

Aan Wijlegem nr. 1. Z.g. "Wijlegemhoeve", voorheen geheten "d' euverhoeve", gelegen tegenover de kapel van Wijlegem. Voormalige abdijhoeve van de St.-Pietersabdij van Gent, vermoedelijk daterend uit begin van de 15deeeuw; werd in de 17deeeuw in kaart gebracht als hoeve met drie losstaande bestanddelen maar vanaf de 18deeeuw als gesloten hoeve. De huidige hoevegebouwen stammen vermoedelijk uit de 18deeeuw en werden in de jaren 1990 sterk aangepast in traditionele stijl.
Voorheen gesloten hoeve maar na de sloop van de westelijke vleugel (die dateerde uit het eerste kwart der 18
deeeuw) in U-vormige opstelling met bakstenen gebouwen onder zadeldaken rondom heraangelegd, deels gekasseid en deels beplant binnenerf.
Ten oosten, aan de straatzijde, staat een bakstenen bedrijfsgebouw van tien traveeën met stallen en de geaccentueerde erftoegang onder overstekend zadeldak (pannen), gestut door drie gemetste steunberen. Gereconstrueerde rondboogpoort in gepleisterde omlijsting met gebogen waterlijst en geflankeerd door mijterboogvormige bepleisterde beeldnisjes, daterend van de renovatiewerken. Witgeschilderde erfgevel met groengeschilderde deuren. Houten ankers.
Ten noorden staat het gerestaureerd woonhuis van acht traveeën onder zadeldak (riet en pannen) met drie dakkapellen, in de kern 18
deeeuws maar het huidig voorkomen dateert van de historiserende restauratie. Nu met roodgeschilderde bakstenen erfgevel zuidwaarts gericht. Nieuwe houten kruiskozijnen met roedeverdeling en diefijzers en luiken in witgepleisterde vlakke omlijsting; groen en wit geschilderd houtwerk. Deur met vierkant bovenlicht gevat in omlijsting van gesinterde en rode baksteen met neuten, oren en kroonlijstje. Keldergaten onder de oosttravee, de westelijke zijgevel is roodgeschilderd met groengeschilderd houtwerk van deur en vensters. Wit geschilderde achtergevel op gepikte plint met gemarkeerde deuromlijsting en twee keldervensters onder opkamervenstertjes in de westtravee. In de oosthoek tussen boerenhuis en stallen staat een heropgebouwd wit geschilderd aanbouwsel van anderhalve bouwlaag onder pannendak, geïncorporeerd bij het gerestaureerde boerenhuis.
Interieur. Er zijn twee afzonderlijke overwelfde kelders onder beide uithoeken van het oorspronkelijke huis, ten zuidoosten met troggewelven met houten balken. Er zijn poren van vroegere vakwerkbouw in stijl en regelwerk. De samengestelde balklaag met versierde moerbalken, vermoedelijk uit de 18de eeuw werd bewaard. Er zijn twee rug-aan-rug geplaatste schouwen, in de keuken en de vroegere slaapkamer, nu bekleed met wandtegels. De rechter kamer, nu salon, werd heringericht in rococostijl met nieuwe rococoschouw en bepleisterd plafond, versierd met behouden wapenschild van de St.-Pietersabdij voorzien van mijter, staf en drie sleutels.
Ten zuiden., zijdelings op de straat en tegenover het huis, staan de verbouwde stallen, op baksteen in straatpuntgevel gedateerd 1879.
Ten noordwesten staat het alleenstaand bakhuis met lemen oven, toegevoegd bij de renovatie van de hoev
e.


 

 


Aan Wijlegem nr. 4. Het is een voormalige abdijhoeve, gelegen ten noorden naast de kapel. Voormalige abdijhoeve van de St.-Pietersabdij van Gent en tevens zetel van de heerlijkheid. In de 18
deeeuw in kaart gebracht als open hoeve met losse bestanddelen, minstens van dan af een gesloten hoeve. Bakstenen gebouwen onder pannen zadeldaken rondom gekasseid binnenerf met mestvaalt en betonnen duiventil onder leien zadeldakje.
Ten westen bevindt zich de erftoegang opgenomen in de stalvleugel aan de straat; de inrijpoort is gevat in een steekboogvormige zandstenen omlijsting gedateerd Anno 1761 op de imposten. Roodgeschilderde rechthoekige vleugelpoort met oorspronkelijk ijzeren beslag en uitgewerkte middenstijl eveneens gedateerd Anno 1761 en voorzien van ingegrift Mariamonogram SMR. Links erboven een zinken plaatje van "Verzekering Union".

Ten noorden staat een deels onderkelderd boerenhuis van zes traveeën onder overstekend zadeldak (in pannen), naar verluidt voorheen met twee dakkapellen. Gekaleide bakstenen erfgevel naar het zuiden gericht met bordes ervoor. Drie keldervensters onder de eerste travee. De getoogde deur op een arduinen trapje is gevat in licht uitspringende omlijsting van rode en gesinterde baksteen met neuten, oren en rechte waterlijst. Vernieuwde houten kruiskozijnen naar oud model, rechts van de voordeur, aan de "beste kamer" met houten diefijzers, oorspronkelijk met luiken. Gevelankers voorzien van krulmotief aan het oog. De dakoverstek rust op gesculpteerde consoles. Rechts tegen de erfgevel bevindt zich een steekpomp. De zijgevel heeft vlechtingen die wijzen op verbouwing van de achtergevel. De achtergevel met sporen van gevelschildering heeft eveneens vernieuwde houten kozijnen, één met diefijzers en gelijkaardige grijsgeschilderde omlijsting van getoogde deur. Drie keldervensters onder opkamer in de westtravee.
Interieur. Opgeklampte voor- en achterdeur met oorspronkelijk ijzeren beslag. Rechts in de gang: steekboogdeurtje in omlijsting van rode en gesinterde bakstenen met neuten, oren en recht waterlijstje leidend naar "beste kamer", opgeklampte deur met bewaard ijzeren beslag; ernaast behouden deuren naar zolder en achterste kamer. "Beste kamer" met rode plavuizen, bewaarde balklaag afgewerkt met stucplafond, grote schouw met onderboezem van rode en gesinterde bakstenen, geprofileerde schouwbalk en gestucte boezem gedateerd 1771. De woonkamer bevindt zich links van de voordeur en heeft een bewaarde samengestelde balklaag voorzien van een zware, op beide uiteinden versierde moerbalk en een grote schouw met rode en gesinterde baksteentjes en zware haardbalk, rechts naast de schouw vindt men een deurtje met bewaard beslag naar de achterliggende kamer.
Ten zuiden staat een dwarsschuur onder zadeldak (vroeger met stro, nu met pannen en golfplaten). Twee grote getoogde poorten naar de veldzijde. Vermoedelijk hergebruikte lateibalk van één der poorten voorzien van inscripties met namen en jaartallen, o.a. 1775 en 1897. De puntgevel aan de straatkant vertoont sporen van muurvlechtingen van de vroegere, vermoedelijk kleinere gevel en heeft een beglaasd gevelnisje met St.-Antoniusbeeldje in een omlijsting van gesinterde baksteen met kroonlijst. De westelijke traveeën zijn onderkelderd met twee overwelfde kelders, toegankelijk via deur in de doorrit. Ten oosten op het binnenerf is er een afdak op vier standvinken met gemetste pijlers, aansluitend bij vaalt.
Ten westen heeft men een bakstenen vleugel met stallen en doorritpoort, in de westelijke traveeën waren vroeger paardenstallen ondergebracht. Deels zandstenen en deels imitatiezandstenen hoekblokken op de hoekpenanten. Blinde verankerde straatgevel. De witgekalkte erfgevel heeft getoogde staldeuren en dito vensters met zandstenen hoekblokken en rood-grijze bakstenen ontlastingsboogjes. De noordelijke zijpuntgevel draagt een sieranker in de geveltop.
Ten oosten staan de stallen met gewitte erfgevel voorzien van roodgeschilderde staldeuren. Aan de veldzijde ingesloten door recenter aangebouwde stallen in betonstenen.
Ten noorden van het huis staat een tweedelig bakhuis onder zadeldakjes in vervallen toestand, en ernaast een vervallen werkhuisje.
 

     Uit 1761-'71, naast de kapel, ten noorden. Hoeve van het gesloten type, in baksteen.
     De hoeve was de andere Wijlegemse abdijhoeve van de Gentse St.Pietersabdij, wier schild trouwens kan teruggevonden worden in het plafond van het woonhuis.
     Met een grote toegangspoort - bekroond met een gedrukte boog met zandstenen omlijsting, gemerkt: links ANNO, rechts 1761. Een houten poortstijl, eveneens 1761 gemerkt.
     De schouw in de woonkamer is 1771 gedateerd.
     De laatste eigenaar was Eric Verschuere.
       De gegraven greppel rond D'Heuverhoeve (no.1) is totaal " vals" en hoort niet in het landschap. Deze greppel werd gegraven door de vorige bewoner om een soort " natuurlijke" scheidingslijn te hebben na de fatale ruilverkaveling.. Hij wilde af van het glooiende perceel dat naast zijn gepachte goed lag. deze greppel is de bron van erge erosie.
     De sterke glooiing van het perceel van d'Heuverhove is te wijten aan afgraving om klei te hebben voor een veldoven om wellicht beide hoeven in steen te " herbouwen".

 

 

De westelijke vleugel is evenwel vervangen door een open hangar. De poortomlijsting is recent vervangen door een ijzeren poutrel. De houten poortstijl was 1710 of 1719 gemerkt.
     De oudst bekende vermelding van dit hof dateert van 1307. Ze behoorde toen al tot de bezittingen van de Gentse St.Pietersabdij en werd verpacht aan Gillis vanden Hole. Hij moest 19 ponden tornoys per jaar betalen maar ook 12 halsters witte erwten, 6 vette varkens, een duaal en een tafellaken aan de abt leveren (SAG 301/2 III, fo 45).
     Negen jaar later werd die overeenkomst tussen beide partijen vernieuwd, de pachtsom is opgelopen tot 26 ponden groot (SAG 301/5 II fo 23).
     In 1387 werd Gillis de Ruddere pachter van het goed. De voorwaarden zijn enigszins gewijzigd in die zin dat hij het eerste jaar, vermoedelijk ingevolge oorlogsomstandigheden slechts 10 ponden groot moet betalen terwijl voor de resterende 8 jaren van het contract het bedrag 28 ponden groot bedraagt. Daarnaast moet hij in natura 6 vette varkens, een mud erwten, 10 ellen amelaken en 10 el dualen leveren. Op het hof moest tenslotte altijd een kamer worden vrijgehouden voor de abt en zijn gevolg, die het recht hadden er tijdelijk hun intrek te nemen. Hun spijs en drank waren ten laste van de pachter.
     Later kwam de hoeve in handen van de adellijke familie Piers de Raveschoot de Kerckhove d'Ousselghem. De laatste verbouwing dateert uit het begin der 18de eeuw.
     Het was de hoeve van André Delbeke(+), die gehuwd was met Laura Pede. De hoeve kwam nadien in handen van Dr. Colaert, die ze samen met zijn toenmalige partner deskundig liet restaureren.

Ooit telde Wijlegem meer dan 90 zielen. De vakwerkhuisjes waarin een deel van hen huisden zijn ondertussen allemaal verdwenen. Ze lagen meer beschut aan de andere kant aan de andere kant van de Kouter.

* de boerderij van Meerschaut

* de unieke linden van Wijlegem

     zijn meer dan 200 jaar oud. Eén exemplaar is kampioenhouder in omtrek. Er zijn 2 luchtwortels die met elkaar verbonden zijn -> wellicht het symbool van een huwelijk. Ook beneden de straat staat een grote linde. Al deze bomen maakten ooit deel uit van een processiegang en vormen bakens in het landschap.

* de St.Margrietebron

     Naast het kerkje ligt het zgn. Sint Margriete goed. Dit 5 hoekig perceeltje werd onder Hollands Bewind geschonken aan de gemeente om met de opbrengsten van de verpachting het kerkje te onderhouden. Dit gebeurde echter nooit en dit goed werd 'illegaal' verkocht.
     Naast 'het Hof van Wylegem' bevindt zich een bron, waarvan het water vroeger werd gewijd, door het onderdompelen van de 18de-eeuwse relieken van de titelheilige. De bron ontspringt aan 'den Hinxt' en voedt de Wijlegembeek. Bij deze bron stond oorspronkelijk een klein huisje. De beek zelf heeft tamelijk goed haar oorspronkelijke bedding behouden, maar werd helaas in Munkzwalm gekalibreerd en overwelfd en veroorzaakt daardoor regelmatig wateroverlast. Veel woningen werden overigens nieuwgebouwd in het natuurlijke overstromingsgebied van deze beek.
  

* ANDERE BEBOUWING

de oud-pastorie - deels 17de,deels 18de-eeuws. Van het oorspronkelijke (bescheiden) pastorietje uit de eerste helft der 18de eeuw is een deel bewaard gebleven: een gebouwtje zonder verdieping, met in het zadeldak een enkel staand venster boven de deur; deze heeft een rondbogig bovenlicht en waterlijst.  Binnenin is een merkwaardig plafond met lijstwerk met een gepleisterde schouwmantel bewaard.
     De nieuwe pastorie, vijf traveeën breed, heeft wél een verdieping en schilddak. De deur heeft een hardstenen omlijsting met driehoekig fronton.

de kapel van O.L.Vrouw-van-Lourdes - uit de 19de eeuw, gebouwd ten zuiden van het dorp, op het noordelijke einde van de weg, die de beide Boekels verbindt. Het gebouwtje bevindt zich tussen 2 lindebomen. De kapel heeft een dubbele ijzeren deur, het bovengedeelte ervan met ijzeren staven.

Woonhuis 1837 - ten oosten van de kapel, in baksteen, zes traveeën breed; zolderverdieping met halfronde venstertjes, onder een zadeldak. Met inschrift in de bovendrempel 'JFVDB 1837 MJVC'. Het voortuintje is afgesloten door een hek. 

 
   

* GEKLASSEERDE MONUMENTEN en LANDSCHAPPEN  

     - de St.Margarethakapel als monument door het KB 22/10/1975.
     - de percelen rond de kapel als landschap door hetzelfde KB 
 

* FIGUREN  moet nog uitgewerkt worden
 
* VOLKSLEVEN & CULTUUR  
          Op 20 juli vindt traditioneel de jaarlijkse bedevaart t.e.v. de H. Margaretha plaats, voor zwangere vrouwen hopend op een voorspoedige bevalling; in vroegere tijden voor kinderen tegen de kinkhoest.
 
* BIBLIOGRAFIE  moet nog uitgewerkt worden
 

Laatst bijgewerkt op woensdag 18 augustus 2010

Terug naar       
Mijn Homepage  Homepage Zwalm  Homepage Munkzwalm