|
* PATRIMONIUM
De gebouwenrijkdom van Wijlegem beperkt zich naast
de kapel uiteraard tot een paar oude hoeven. Gewone huizen waren er
vrijwel niet; die kwamen er pas op latere datum.
* Het vroeger GEMEENTEHUIS
* De SCHANDPAAL
|
De Gentse
St.Pietersabdij bezat de heerlijkheid Wijlegem en uit de
bronnen weten we dat abt Gudualus als heer van Wijlegem in
1775 een schandpaal liet vervaardigen door steenhouwer
Stephanus Baeijens uit Balegem. De fragmenten die nu nog
bestaan gaan dus vermoedelijk terug tot deze tijd.
Dichtbij de Margaretha-kapel liggen de restanten van de
basis van deze vroegere schandpaal: het zijn 2 rechthoekige
arduinen treden met een vierkant inplantingsgat voor de
schacht in het midden (bij beide stenen 22 op 22cm). De
bovenste trede is intact (hoogte 15cm; de breedte langs elke
zijde 32cm). De onderste trede is slechts voor iets meer dan
de helft bewaard gebleven (53cm breed langs elke zijde). De
bovenste trede ligt op het verwilderde kerkhof, terwijl het
restant van de onderste trede als stapsteen onderaan de trap
naar de kapel fungeert.
Mogelijks diende de bovenste trede op het kerkhof in de 19de-20ste
eeuw nog als roepsteen voor de veldwachter.
Bron: De Win P., Inventaris
van de feodale schandpalen op Belgisch grondgebied, II,
Provincies Oost- en West-Vlaanderen, (Iuris Scripta
Historica, X, Brussel, 1996, p. 140-141). |
|
 |
* De ST-MARGARETHAKAPEL
|
Adres Wijlegem nr. 2. Het
gebouwtje is gelegen op het hoogste punt van de heuvel ten
oosten van de grote kouter
tussen de beide Boekels. Het is omringd door een kerkhofje, dat aan
de west- en zuidzijde
ommuurd is. In de grotendeels bakstenen kerkhofmuur met ezelsrug
is een
kopie van het wapenschild van de St.-Pietersabdij van Gent
waarvan de kapel afhankelijk was, aangebracht bij de restauratie
in 1996; het origineel wapenschild, voorzien van drie sleutels,
gehouden door twee ooievaars en bekroond door mijter, kromstaf
en zwaard, hangt nu binnen in de kapel. Kerkhof toegankelijk via
vernieuwde trap naar ijzeren hekje aan bakstenen pijlers
tegenover het portaal.
In 1040 schonken Reinelmus en Ida van Bost de 'villa
Wijlegem' aan de St-Pietersabdij van Gent, als dotatie bij hun
schenking van de kerk van Roborst. Dat er toen al een kapel was,
is dus waarschijnlijk.
De kapel
van St.-Bartholomeus wordt voor het eerst vermeld in 1108 bij de bevestiging door bisschop Odo van de schenking in 1040 van de villa Wijlegem aan de
Gentse St.-Pietersabdij,
die verder het patronaat bleef uitoefenen.
In
1197 wordt de h. Margaretha de patroonheilige.
De kapel wordt ontheiligd in 1566. Na de godsdienttroebelen is de kapel een tijdlang in gebruik als
schuur - misschien lagen de hoevegebouwen uit de omtrek
grotendeels in puin, of was het gewoon een 'tiendenschuur'? In
het begin der 17de eeuw, o.m. in 1611, werden
herstellingswerken uitgevoerd maar nog geen nieuwe vloeren
gelegd.
Volgens het visitatieverslag
van 1717 was de kapel toen toegewijd aan O.-L.-Vrouw, later aan H. Margaretha.
Het was
oorspronkelijk een zelfstandige parochiekerk tot 1790 bediend
door de pastoor van Roborst die resideerde in Rozebeke en erna
door de pastoor van Sint-Blasius-Boekel.
Omstreeks 1788 (datum boven het westportaal) wordt de
kapel nogmaals hersteld. Tot het einde van de 18de eeuw bleef de kapel bediend
door de pastoor van Roborst, die zélf in Rozebeke resideerde.
Toen verzocht de parochie Wijlegem om zich voor de diensten te
mogen richten tot de pastoor van een dichterbij gelegen
parochie, St.Blasius-Boekel, wat rond 1790 werd toegestaan. Tot
heden bleef Wijlegem in kerkelijk opzicht afhankelijk van
St-Blasius-Boekel.
In
haar huidig uitzicht is de kapel het resultaat van een
bouwcampagne in de 18de eeuw, waarbij de overblijfselen van
een kleinere, wellicht gotische kapel worden geïncorporeerd in
het nieuwe gebouwtje. Men neemt aan, gelet op de sporen van
ouder metselwerk in Doornikse kalksteen en de aard van het
dakgebinte, dat het westelijk deel het oudste en oorspronkelijke
is, en dat, gelet op de verhoudingen, de oorspronkelijke
oostmuur zich bevond waar nu de communiebank is geplaatst. Het
huidige koor met de aangebouwde sacristie annex bergplaats zou
dan de 18de-eeuwse uitbreiding hebben uitgemaakt. De westgevel
en het westelijk deel van het dakgebinte zijn herstellingen uit
de 17de eeuw.
Gerestaureerd in 1996 o.l.v.
architect R. Berteloot.
De oudste gedeelten, ten westen in de zijgevels, zin opgetrokken uit Doornikse kalksteen; verder van baksteen en zandsteen voor
plint, hoekstenen en deuromlijsting. Dit kerkje werd hersteld in
1611, kort voor 1717 en in 1788 verbouwd (zie het jaartal in omlijsting van
westportaal.
Georiënteerd rechthoekig zaalkerkje
van vijf traveeën onder zadeldak met houten zeskantig dakruitertje
bekleed met leitjes, achter het koor berging en sacristie.
De westgevel dateert vermoedelijk uit het eerste kwart der 18de
eeuw. Het is een witgekalkte en verankerde
puntgevel met vlechtingen en zandstenen schouderstukken.
Er is het bekronend stenen kruis (vernieuwd). De getoogde opgeklampte deur
is gevat in
een zandstenen omlijsting met jaartalstenen naast de sluitsteen.
Eiken deur met oorspronkelijk ijzeren beslag. Erboven getoogd
venster met smeedijzeren roedeverdeling. Aan weerszij van de deur
bevinden zich ingemetselde arduinen grafstenen uit 1912 en uit
de 19de eeuw.
In de zijgevels bemerkt men sporen van verdwenen steunberen, ten
zuiden ziet men één
bewaarde bakstenen steunbeer. De steekboogvensters met ijzeren
roedeverdeling zijn voorzien van zandstenen hoekblokken, vermoedelijk
eveneens van 1788. Ten oosten van de zuidelijke zijgevel bevindt
zich een ingemetselde 18de-eeuwse grafsteen. De overstekende dakschilden rusten op modillons.
De dakruiter is voorzien van rechthoekige galmgaten en de spits
is bekroond met
ijzeren kruis en vergulde haan.
Aan de oostgevel staat een calvariekruis van geverfd hout onder houten afdak
(het
oorspronkelijk 18de-eeuws kruisbeeld berust thans in de parochiekerk van Sint-Blasius-Boekel en
werd in 1996 vervangen door een houten replica).
Het interieur is gepleisterd en witgeschilderd met grijsgeschilderde
lambrisering. Er liggen Gobertange-vloertegels in portaal en koor,
plavuizen van Basècles in schip en rode baksteentegels in
berging en sacristie. Er zijn drie ijzeren trekstangen in het tongewelf
dat voorzien is van panelen en lijstwerk; in koor bemerkt men
een geschilderde
voorstelling van twee brandende harten in wolkenkrans. De centrale
klokopening is afgedekt met houten paneel beschilderd met putti in
wolken en H. Geest-duif. Het bruingeschilderd houten doksaal en
het tochtportaal dateren uit eind 18de - begin 19de eeuw. Er
zijn twee rechthoekige deuren
naast het altaar naar de berging en de sacristie met erboven beeldnissen
in trompe-l'oeil.
Het meubilair omvat beeldhouwwerk: twee engelen in borstbeeld op de
kroonlijst van het altaar. Er zijn ook plaasteren beelden (uit
de 20ste eeuw) van O.-L.-Vrouw
en St.-Jozef voor de geschilderde beeldnissen boven de deuren
van berging en sacristie.
Het portiekaltaar heeft een gemarmerde tombe, een trommeltabernakel en
classicistische zuilen en gemarmerd hoofdgestel. De volledige
koorwand is verfraaid met een trompe-l'oeil, uit het eind van de
18de of begin
19de eeuw. De 18de-eeuwse kerkmeestersbank is in classicistische stijl van
bruingeschilderd hout ten zuiden onder het doksaal. De bruin- en
witgeschilderde houten communiebank in rococostijl dateert uit
het laatste kwart der 18de eeuw.
Er zijn houten zitbanken langs de zijmuren en vier grafmonumenten uit
de 17de
en 18de eeuw in de kapelvloer en uit 18de, 19de en 20ste tegen de
gevels.
Bronnen: De Noyette G. - Hoebeke M.,
Dorpsbeelden uit het verleden, Nazareth, 1994, p. 64.
De Potter F.- Broeckaert J., Geschiedenis van de gemeenten der
provincie Oost-Vlaanderen, zesde reeks, I, Gent,
|
|
|
|

De kapel |

Interieur |

Wapensteen in de kerkhofmuur van
de kapel |
|
Uitrusting en meubilair:
* Wapensteen van de St-Pietersabdij: uit de 18de eeuw, in
grijze Ecaussines-steen, 80 cm x 55 cm, in de kerkhofmuur, links
van de ingangstrap. Het is een ovalen wapenschild met afgebeeld
de drie sleutels, gehouden door twee ooievaars - de één met
sleutel in de bek, de andere met zwaard; het wapenschild wordt
bekroond met de mijter en de kromstaf. Onderaan staan twee
bladvoluten.
* Altaren: in de 16de eeuw waren er twee altaren; in 1717
staan er nog altijd 2 genoteerd, zonder dat de patroon waaraan
ze zijn toegewijd, staat vermeld. Wellicht zijn ze verdwenen op
het einde der 18de eeuw. Het huidige altaar dateert wellicht uit
diezelfde periode of uit het begin der 19de eeuw. Er is een
wandversiering met een merkwaardige gesimuleerde architectuur
over de gehele koorwand, geschilderd of gemarmerd; twee
gegroefde pilasters, horizontale kroonlijst, guirlandes,
bladvoluten en rozetten. De centrale nis bevatte wellicht
vroeger een devotiebeeld; rechts en links, boven de zijdeuren
bevindt zich een geschilderde beeltenis waarvóór, op een
sokkeltje, zich de (moderne) plaasteren beelden van O-L-Vrouw en
St-Jozef bevinden.
* De communiebank: uit midden de 18de eeuw, rococo, in
bruin- en witgeschilderd hout; op een boogvormige plattegrond.
De communiebank bestaat uit 5 panelen, de buitenste twee blind;
de er naast staande met opengewerkte rococovoluten; het
middelste, tevens het deurtje, met rococovoluten en een
centraal medaillon waarin afgebeeld het Lam Gods op een kruis.
Op de 4 tussenpilasters telkens een rococoschelp. De
rococomotieven zijn witgeschilderd.
* Doksaal en tochtportaal: stammen uit de 18de of 19de
eeuw; met paneel- en lijstwerk; een trap met ingemaakte kast;
borstwering met eenvoudige maar sierlijke, witgeschilderde
pijlers.
|
|
Vanaf de 2de helft der 20ste eeuw had het
gebouwtje fel te lijden onder vochtproblemen. Ingrijpende
restauratiewerken waren nodig. Op 16 mei 1996 werd de kapel,
na een twee jaar lange restauratiecampagne (kostprijs 6.657.876
fr excl.BTW), terug opengesteld |
* De HOEVEN
 |
|
 |
|
DE WIJLEGEMHOEVE
(D'Euerhoeve)
Wijlegem nr 1 |
|
HET
HOF TE WEYLEGEM
(Den Hinxt),
Wijlegem nr 4 |
|
Aan Wijlegem nr. 1. Z.g. "Wijlegemhoeve",
voorheen geheten "d' euverhoeve", gelegen tegenover de kapel
van Wijlegem. Voormalige abdijhoeve van de St.-Pietersabdij van
Gent, vermoedelijk daterend uit begin van de 15deeeuw; werd in
de 17deeeuw in kaart
gebracht als hoeve met drie losstaande bestanddelen maar vanaf
de 18deeeuw als
gesloten hoeve. De huidige hoevegebouwen stammen vermoedelijk uit
de 18deeeuw en
werden in de jaren 1990 sterk aangepast in traditionele stijl.
Voorheen gesloten hoeve maar na de sloop
van de westelijke vleugel (die dateerde uit het eerste kwart der
18deeeuw) in U-vormige opstelling met
bakstenen gebouwen onder zadeldaken rondom heraangelegd, deels
gekasseid en deels beplant binnenerf.
Ten oosten, aan de straatzijde,
staat een bakstenen bedrijfsgebouw van tien traveeën met stallen en
de geaccentueerde erftoegang onder overstekend zadeldak (pannen),
gestut door drie gemetste steunberen. Gereconstrueerde
rondboogpoort in gepleisterde omlijsting met gebogen waterlijst
en geflankeerd door mijterboogvormige bepleisterde beeldnisjes,
daterend van de renovatiewerken. Witgeschilderde erfgevel met
groengeschilderde deuren. Houten ankers.
Ten noorden staat het gerestaureerd woonhuis van acht traveeën
onder zadeldak (riet en pannen) met drie dakkapellen, in de kern
18deeeuws maar het huidig voorkomen dateert
van de historiserende restauratie. Nu met roodgeschilderde bakstenen erfgevel
zuidwaarts gericht. Nieuwe houten kruiskozijnen met
roedeverdeling en diefijzers en luiken in witgepleisterde vlakke
omlijsting; groen en wit geschilderd houtwerk. Deur met vierkant
bovenlicht gevat in omlijsting van gesinterde en rode baksteen
met neuten, oren en kroonlijstje. Keldergaten onder de oosttravee,
de westelijke zijgevel
is roodgeschilderd met groengeschilderd houtwerk van deur en
vensters. Wit geschilderde achtergevel op gepikte plint met
gemarkeerde deuromlijsting en twee keldervensters onder
opkamervenstertjes in de westtravee. In de oosthoek tussen boerenhuis en
stallen staat een heropgebouwd wit geschilderd aanbouwsel van
anderhalve bouwlaag onder pannendak, geïncorporeerd bij het
gerestaureerde boerenhuis.
Interieur. Er zijn twee afzonderlijke
overwelfde kelders onder beide uithoeken van het oorspronkelijke
huis, ten zuidoosten met troggewelven met houten balken. Er zijn poren van
vroegere vakwerkbouw in stijl en regelwerk. De samengestelde balklaag met versierde moerbalken, vermoedelijk
uit de 18de eeuw werd bewaard. Er zijn twee rug-aan-rug geplaatste schouwen, in de keuken
en
de vroegere slaapkamer, nu bekleed met wandtegels. De rechter kamer, nu
salon, werd heringericht in rococostijl met nieuwe rococoschouw en
bepleisterd plafond, versierd met behouden wapenschild van de St.-Pietersabdij
voorzien van mijter, staf en drie sleutels.
Ten zuiden., zijdelings op de straat
en tegenover het huis, staan de verbouwde stallen, op baksteen in
straatpuntgevel gedateerd 1879.
Ten noordwesten staat het alleenstaand bakhuis
met lemen oven, toegevoegd bij de renovatie van de hoeve.
|
|
Aan Wijlegem nr. 4. Het is een voormalige
abdijhoeve, gelegen ten noorden naast de kapel. Voormalige abdijhoeve
van de St.-Pietersabdij van Gent en tevens zetel van de
heerlijkheid. In de 18deeeuw in kaart gebracht als open hoeve met losse
bestanddelen, minstens van dan af een gesloten hoeve. Bakstenen
gebouwen onder pannen zadeldaken rondom gekasseid binnenerf met
mestvaalt en betonnen duiventil onder leien zadeldakje.
Ten westen bevindt zich de erftoegang opgenomen in
de stalvleugel aan de straat; de inrijpoort is gevat in een
steekboogvormige zandstenen omlijsting gedateerd Anno 1761 op de
imposten. Roodgeschilderde rechthoekige vleugelpoort met
oorspronkelijk ijzeren beslag en uitgewerkte middenstijl
eveneens gedateerd Anno 1761 en voorzien van ingegrift
Mariamonogram SMR. Links erboven een zinken plaatje van "Verzekering
Union".
Ten noorden staat een deels onderkelderd
boerenhuis van zes traveeën onder overstekend zadeldak (in pannen),
naar verluidt voorheen met twee dakkapellen. Gekaleide bakstenen
erfgevel naar het zuiden gericht met bordes ervoor. Drie keldervensters
onder de eerste travee. De getoogde deur op een arduinen trapje
is gevat in
licht uitspringende omlijsting van rode en gesinterde baksteen
met neuten, oren en rechte waterlijst. Vernieuwde houten
kruiskozijnen naar oud model, rechts van de voordeur, aan de "beste
kamer" met houten diefijzers, oorspronkelijk met luiken.
Gevelankers voorzien van krulmotief aan het oog. De dakoverstek
rust op gesculpteerde consoles. Rechts tegen de
erfgevel bevindt zich een steekpomp. De zijgevel heeft vlechtingen
die wijzen op verbouwing van de
achtergevel. De achtergevel met sporen van gevelschildering
heeft
eveneens vernieuwde houten kozijnen, één met diefijzers en
gelijkaardige grijsgeschilderde omlijsting van getoogde deur.
Drie keldervensters onder opkamer in de westtravee.
Interieur. Opgeklampte voor- en
achterdeur met oorspronkelijk ijzeren beslag. Rechts in de gang: steekboogdeurtje in omlijsting van rode en gesinterde bakstenen
met neuten, oren en recht waterlijstje leidend naar "beste
kamer", opgeklampte deur met bewaard ijzeren beslag; ernaast
behouden deuren naar zolder en achterste kamer. "Beste kamer"
met rode plavuizen, bewaarde balklaag afgewerkt met stucplafond,
grote schouw met onderboezem van rode en gesinterde bakstenen,
geprofileerde schouwbalk en gestucte boezem gedateerd 1771.
De woonkamer bevindt zich links van de voordeur en heeft een bewaarde samengestelde balklaag
voorzien van een zware, op beide uiteinden versierde moerbalk en
een grote schouw met rode en gesinterde baksteentjes en zware
haardbalk, rechts naast de schouw vindt men een deurtje met bewaard beslag naar de
achterliggende kamer.
Ten zuiden staat een dwarsschuur onder
zadeldak (vroeger met stro, nu met pannen en golfplaten). Twee
grote getoogde poorten naar de veldzijde. Vermoedelijk
hergebruikte lateibalk van één der poorten voorzien van
inscripties met namen en jaartallen, o.a. 1775 en 1897. De
puntgevel aan de straatkant vertoont sporen van muurvlechtingen
van de vroegere, vermoedelijk kleinere gevel en heeft een
beglaasd gevelnisje met St.-Antoniusbeeldje in een omlijsting
van gesinterde baksteen met kroonlijst. De westelijke traveeën zijn onderkelderd met twee overwelfde kelders, toegankelijk via deur
in de doorrit. Ten oosten op het binnenerf is er een afdak op vier
standvinken met gemetste pijlers, aansluitend bij vaalt.
Ten westen heeft men een bakstenen vleugel met
stallen en doorritpoort, in de westelijke traveeën waren vroeger paardenstallen
ondergebracht.
Deels zandstenen en deels imitatiezandstenen hoekblokken op de
hoekpenanten. Blinde verankerde straatgevel. De witgekalkte erfgevel
heeft getoogde staldeuren en dito vensters met zandstenen
hoekblokken en rood-grijze bakstenen ontlastingsboogjes. De
noordelijke zijpuntgevel
draagt een sieranker in de geveltop.
Ten oosten staan de stallen met gewitte erfgevel voorzien van roodgeschilderde staldeuren. Aan de
veldzijde ingesloten door recenter aangebouwde stallen in
betonstenen.
Ten noorden van het huis staat een tweedelig
bakhuis onder zadeldakjes in vervallen toestand, en ernaast
een vervallen werkhuisje.
|
|
Uit
1761-'71, naast de kapel, ten noorden. Hoeve van het gesloten
type, in baksteen.
De hoeve was de andere Wijlegemse abdijhoeve van de Gentse
St.Pietersabdij, wier schild trouwens kan teruggevonden worden
in het plafond van het woonhuis.
Met een grote toegangspoort - bekroond met
een gedrukte boog met zandstenen omlijsting, gemerkt: links
ANNO, rechts 1761. Een houten poortstijl, eveneens 1761 gemerkt.
De schouw in de woonkamer is 1771 gedateerd.
De laatste eigenaar was Eric Verschuere.
De gegraven greppel rond D'Heuverhoeve (no.1) is totaal " vals"
en hoort niet in het landschap. Deze greppel werd gegraven door
de vorige bewoner om een soort " natuurlijke" scheidingslijn te
hebben na de fatale ruilverkaveling.. Hij wilde af van het
glooiende perceel dat naast zijn gepachte goed lag. deze greppel
is de bron van erge erosie.
De sterke glooiing van het perceel van d'Heuverhove is te wijten
aan afgraving om klei te hebben voor een veldoven om wellicht
beide hoeven in steen te " herbouwen".
|
|
De westelijke vleugel
is evenwel vervangen door een open hangar. De poortomlijsting is
recent vervangen door een ijzeren poutrel. De houten poortstijl
was 1710 of 1719 gemerkt.
De oudst bekende vermelding van dit hof dateert van 1307. Ze
behoorde toen al tot de bezittingen van de Gentse St.Pietersabdij en werd verpacht aan Gillis vanden Hole. Hij
moest 19 ponden tornoys per jaar betalen maar ook 12 halsters
witte erwten, 6 vette varkens, een duaal en een tafellaken aan
de abt leveren (SAG 301/2 III, fo 45).
Negen jaar later werd die overeenkomst tussen beide partijen
vernieuwd, de pachtsom is opgelopen tot 26 ponden groot (SAG
301/5 II fo 23).
In 1387 werd Gillis de Ruddere pachter van het goed. De
voorwaarden zijn enigszins gewijzigd in die zin dat hij het
eerste jaar, vermoedelijk ingevolge oorlogsomstandigheden
slechts 10 ponden groot moet betalen terwijl voor de resterende
8 jaren van het contract het bedrag 28 ponden groot bedraagt.
Daarnaast moet hij in natura 6 vette varkens, een mud erwten, 10
ellen amelaken en 10 el dualen leveren. Op het hof moest
tenslotte altijd een kamer worden vrijgehouden voor de abt en
zijn gevolg, die het recht hadden er tijdelijk hun intrek te
nemen. Hun spijs en drank waren ten laste van de pachter.
Later kwam de hoeve in handen van de adellijke familie Piers de
Raveschoot de Kerckhove d'Ousselghem.
De laatste verbouwing dateert uit
het begin der 18de eeuw.
Het was de hoeve van André Delbeke(+),
die gehuwd was met Laura Pede. De hoeve kwam nadien in handen
van Dr. Colaert, die ze samen met zijn toenmalige partner
deskundig liet restaureren. |
Ooit telde Wijlegem meer dan 90 zielen. De vakwerkhuisjes waarin
een deel van hen huisden zijn ondertussen allemaal verdwenen. Ze
lagen meer beschut aan de andere kant aan de andere kant van de
Kouter.
* de boerderij van
Meerschaut
* de unieke linden van Wijlegem
zijn
meer dan 200 jaar oud. Eén exemplaar is kampioenhouder in omtrek. Er
zijn 2 luchtwortels die met elkaar verbonden zijn -> wellicht
het symbool van een huwelijk. Ook beneden de straat staat een
grote linde. Al deze bomen maakten ooit deel uit van een
processiegang en vormen bakens in het landschap.
|
* de St.Margrietebron
Naast het kerkje ligt het zgn. Sint Margriete goed. Dit 5 hoekig
perceeltje werd onder Hollands Bewind geschonken aan de gemeente
om met de opbrengsten van de verpachting het kerkje te
onderhouden. Dit gebeurde echter nooit en dit goed werd 'illegaal' verkocht.
Naast 'het Hof van Wylegem' bevindt zich een bron, waarvan het
water vroeger werd gewijd, door het onderdompelen van de
18de-eeuwse relieken van de titelheilige. De bron
ontspringt aan 'den Hinxt' en voedt de Wijlegembeek. Bij deze
bron stond oorspronkelijk een klein huisje. De beek zelf heeft
tamelijk goed haar oorspronkelijke bedding behouden, maar werd
helaas in Munkzwalm gekalibreerd en overwelfd en veroorzaakt daardoor
regelmatig
wateroverlast. Veel woningen werden overigens nieuwgebouwd in het
natuurlijke overstromingsgebied van deze beek.
|
*
ANDERE BEBOUWING
|
de oud-pastorie -
deels 17de,deels 18de-eeuws. Van het oorspronkelijke
(bescheiden) pastorietje uit de eerste helft der 18de eeuw
is een deel bewaard gebleven: een gebouwtje zonder
verdieping, met in het zadeldak een enkel staand venster
boven de deur; deze heeft een rondbogig bovenlicht en
waterlijst. Binnenin is een merkwaardig plafond met
lijstwerk met een gepleisterde schouwmantel bewaard.
De nieuwe pastorie, vijf traveeën breed, heeft wél een
verdieping en schilddak. De deur heeft een hardstenen
omlijsting met driehoekig fronton.
de kapel van O.L.Vrouw-van-Lourdes -
uit de 19de eeuw, gebouwd ten zuiden van het dorp, op
het
noordelijke einde van de weg, die de beide Boekels verbindt.
Het gebouwtje bevindt zich tussen 2 lindebomen. De kapel
heeft een dubbele ijzeren deur, het bovengedeelte ervan met
ijzeren staven.
Woonhuis 1837 - ten oosten van de
kapel, in baksteen, zes traveeën breed; zolderverdieping met
halfronde venstertjes, onder een zadeldak. Met inschrift in
de bovendrempel 'JFVDB 1837 MJVC'. Het voortuintje is
afgesloten door een hek. |
|
| |
|
* GEKLASSEERDE MONUMENTEN en LANDSCHAPPEN
- de St.Margarethakapel als monument door het
KB 22/10/1975.
- de percelen rond de kapel als landschap door
hetzelfde KB
|