Wie ooit de watermolen heeft uitgevonden zullen we
wellicht nooit te weten komen. Waarschijnlijk kwamen de oude Grieken
voor het eerst met een dergelijk idee, vandaar dat het oorspronkelijke
type watermolen Grieks (ook wel Noords) genoemd wordt Deze primitieve
watermolen had een horizontaal waterwiel met schoepen. Dit soort
watermolen kon men al aantreffen verscheidene eeuwen vóór Christus in
oost-Europa. Tijdens de Romeinse Tijd kwam dit type ook al in onze
contreien voor.
De Romeinse architect Vitruvius was de eerste die de
werking van een watermolen beschreef. De molens werden dan op
grote domeinen en kloosters gebouwd. In het huidige Vlaanderen schijnt
de oudste vermelding van een watermolen te dateren van slechts 982.
Historisch vinden we eerst de onderslagmolen, gevolgd door de
bovenslagmolen (naargelang het water onder of boven het slagwiel
terechtkomt).
In de loop der tijden kregen de molens diverse
functies. Zij maalden niet enkel graan en leverden zo meel, maar ook
zaden voor de olie (voor o.a. lederbewerking). Ook voor het pellen van
maïs en rijst, het vermalen van cichorei, tabak (tot snuif), mosterd en
later voor de papierbereiding wordt de watermolen ingeschakeld.
In de loop der geschiedenis ging men geleidelijk aan
over naar de vertikaal bewegende schoepen.
'Onze' Zwalmmolens danken hun bestaan zowel aan de
abdijen van Gent en Ename, als aan de wereldlijke heren. Voor hen
betekende de molen immers een niet onbelangrijke bron van inkomsten. Het
waren ook onze éérste machinale bedrijven en middeleeuwse nijverheden,
die dan ook een wettelijke bescherming kregen in het oude gewoonterecht,
zoals we dat o.a. vinden in de 'Plakkaten' van Keizer Karel V (1547).
De watermolens die ons nog resten gelijken sterk op
mekaar. De diameter van het waterwiel schommelt tussen de 2 en 6 meter.
Rond de asput of de hel werd vaak een ringmuur gemetst, waarin zich
bevinden: de verticale maal-as, het horizontale maalwiel, de kleinere
sterrewielen, die de lopers van de steenkoppels aan het draaien brengen.
Het luiwerk en het sleeptype dient om de zakken te vermalen gerief naar
boven te brengen via een openklappend luik. De bediening van de
watersluis gebeurt nog steeds van binnenin, op traditionele wijze door
middel van een hefboom.
Langs de Zwalmrivier en zijn bijbeken telde men vroeger
op het grondgebied van wat nu Zwalm is 13 watermolens, waarvan er nu nog
5 terug te vinden zijn; deze zijn dan ook allemaal terecht wettelijk
beschermd.