|

|

|
|

dorpszicht |

stratenplan |
|

Het Dorpsplein 1893 |
|

Kaart centrum 1576 |

Het gehucht Moldergem |
|

Ferrariskaart (detail)
|
 INLEIDING
|
ETYMOLOGIE
De naam van
de gemeente Sint Denijs-Boekel is vermoedelijk afgeleid
van “Bock-lo” of “Beukelo”, wat “beukenbos” betekent, vandaar de naam
Boekel. De kerk is er toegewijd aan de H. Dionysius zodat de gemeente
“Sint-Dionysius-Boekel” of “Sint-Denijs-Boekel” werd genoemd.
WAPENSCHILD
Sint-Denijs-Boekel heeft geen eigen gemeentelijk wapenschild.

De
voormalige gemeente heeft een oppervlakte van 476 ha.
Zoals in de andere dorpen van Zwalm werd de op landbouw gebaseerde
economie aangevuld door linnennijverheid ten huize. Omstreeks 1850
schakelde men hier over op handschoenmakerij en kantwerk voor rekening
van fabrikanten; nadien ging een deel van de actieve bevolking pendelen;
in de 20ste eeuw deed ca 45% van de werkende bevolking dit.
|
1800 |
1830 |
1900 |
1947 |
1961 |
1970 |
| 712 |
1012 |
1076 |
1042 |
944 |
913 |
|
|
GESCHIEDENIS
|
St-Denijs-Boekel heeft, in
weerwil van zijn eerder geringe omvang en het feit dat dit
dorp nooit druk bevolkt is geweest, een erg boeiende en
uitgebreide geschiedenis. Dit is niet in het minst te danken
aan
de heren van Boekel, die ook in de vaderlandse
geschiedenis een niet geringe rol hebben gespeeld - De heerlijkheid
schijnt kompleet onafhankelijk te zijn geweest, althans volgens een
dénombrement (= opsomming, lijst ), dat stelde dat zij "van mannen ghedyncken noyt
verheven" is geweest - wat echter in strijd is met wat beschreven staat
in 'de staat van goed', volgens hetwelk St-Denijs-Boekel feodaal afhing
van het grafelijk hof van de Polder van Namen. De heer van Boekel bezat
wel de 3 graden van justitie en mocht laten veroordelen tot de dood
"metten stroppe of metten galghe, met roede ende zweerde".
Tijdens het Franse schrikbewind werden, uit vrees voor
de Franse roofzucht, de klokken uit de toren gehaald en in de
'Riddersput' verborgen.
De wijk
“Makkegem” wordt reeds vroeg in de geschiedenis van de gemeente vermeld.
Een oorkonde uit het midden van de 7de eeuw en behorende tot het archief
van de St.-Pietersabdij bevestigt het bestaan van “Machingahem”.
Ook van
“Maldergem” wordt reeds melding gemaakt in 1208.
'Wijlegem'
werd in 1040 geschonken aan de St.-Pietersabdij te Gent, die tevens het
eigendomsrecht bezat van het “Hof te Wijlegem”. |
   |
HET ONDERWIJS
HET GESUBSIDIEERD VRIJ
ONDERWIJS
|
Het
O.L.Vrouw-Visitatieklooster
De woelige periode
van de eerste schoolstrijd tussen 1878 en 1884 –
de liberalen behaalden in de
parlementsverkiezingen van 1878 de volstrekte
meerderheid - leidde er o.a. toe dat de eerste
organieke schoolwet (24 maart 1842) vervangen
werd door de wet van 10 juli 1879 (de zgn. wet
Van Humbeeck). Door de schoolstrijd vertrokken
de zusters Penitenten van Opbrakel, die sinds
1859 in het Burgerlijk Godhuis aan onderwijs en
armenzorg deden, op 2.11.1878 terug naar hun
moederhuis.
Bedroefd om het verlies van hun Burgerlijk
Godshuis vroegen de katholieke ingezetenen van
St.-Denijs-Boekel (o.w. de lokale adel)
uitdrukkelijk om een nieuw klooster voor
katholiek onderwijs, wat hun door een
bisschoppelijke verordening werd toegestaan.
Omdat er in de naburige gemeente St.-Blasius-Boekel
al een (Visitatie)klooster was, wilde men wel
onderhandelen met de directeur van daar maar
zonder resultaat. Dan werd maar de pastoor
ingezet. Pastoor Smetreyns slaagde er inderdaad
in om in 1881 een perceel grond van 33 are in
pacht te krijgen van dokter De Graeve-Thienpont,
voor een termijn van 50 jaar.
Het pensionaat
Na enige
strubbeling kwam de school er uiteindelijk en
kon de deken van Ronse in 1883 het gebouw,
gelegen aan Moldergem 3, inwijden. De school
werd onder het patronaat van de H.Jozef gesteld.
Er volgden in de loop van de daaropvolgende
decennia vele verbouwingen en aanpassingen
(nieuwe klaslokalen, een kapel, het inrichten
van een zondagsschool, een nieuwe lagere school,
de slaapzaal voor internen).
Tijdens de eerste wereldoorlog logeerden er in
het klooster Duitse soldaten en officieren en…
vluchtelingen. In 1916 kreeg dokter Pieter De
Vos, geneesheer uit Nederzwalm, het (kosteloos)
geneeskundig toezicht toegewezen. Na de oorlog
volgden opnieuw een aantal herstellingen en
verbouwingen, o.a. aan de speelplaats en refter
en slaapzaal der zusters.
In 1938 sloot de kostschool en werden 9
‘meesteressen’ en 5 zusters naar het
zusterklooster te St.-Blasius-Boekel gezonden.
Ook het meubilair en de archieven verhuisden
naar St.-Blasius-Boekel. De kloostergebouwen
werden aangepast aan de kleinere bevolking. De
overgebleven zusters gaven van toen af kleuter- en
lager onderwijs aan de lokale dorpskinderen.
De sluiting van
klooster en school
Door gestage
terugloop van leerlingen en… zusters, werd op 28
augustus 1975 besloten de gesubsidieerde lagere
en kleuterschool, Moldergem 9, als zelfstandige
school op te heffen en te voegen bij de
gesubsidieerde vrije lagere school aan de
Decoenestraat 3 te Munkzwalm.
Op 5 december 1975 werd het klooster gesloten en
de overblijvende zusters verlieten definitief
St.-Blasius-Boekel. Een plechtige
eucharistieviering opgedragen door pastoor
Devenijns vertolkte de dankbaarheid van de
plaatselijke bevolking naar de zusters en een
receptie vanwege de gemeentelijke overheid,
kerkraad en zangkoor rondde alles af.
De gebouwen, gevaarlijk geworden voor omwonenden
en passanten, werden, 100 jaar na hun oprichting,
gesloopt in 1982. Het vrijgekomen terrein werd
nadien verkocht aan een privaat persoon, die er
een nieuwbouw op liet plaatsen.
Onder andere volgende zusters zijn begraven op
het kerkhof van St.-Denijs-Boekel: zuster
Françoise Léonie (+ 1934), zuster Marie de Sales
(+ 1936), zuster Jeanne Augustine (+ 1938).
|
 |
|
 |
|
HET GEMEENTELIJK ONDERWIJS
|

Nieuw schooltje
Franskouter |
De Organieke wet
van 24.3.1842 verplichtte gemeentebesturen eigen
gemeentelijk onderwijs in te richten.
Dit onderwijs werd te St-Denijs-Boekel ingericht in
het huis van schoolmeester Missiaen. Dat werd gebouwd in
1830 en is nu herberg 'de Zwalmhoeve').
In 1842 staat het gemeentebestuur toe dat ook de
leerlingen van de naburige gemeente St.-Blasius-Boekel hier les mogen
volgen.
In 1870 werd een nieuwe gemeenteschool, gebouwd
op Franskouter naar een ontwerp van architect
De Perre-Montigny, geopend.
In 1914 werd de leerplicht ingevoerd. Na 1921
bloeide het gemeenteonderwijs volledig open.
De gemeenteschool sloot de deuren in 1975.
In het gebouw
vinden tegenwoordig een kaartersclub en de
Zwalmse Heemkundige kring onderdak, terwijl de
onderwijzerswoning rechts wordt verhuurd aan een
privaat persoon. |
De achtereenvolgende
onderwijzers waren:
- Frederik Missiaen
- Romanus Baele (1870 - 1912)
- André Heymans (-)
- Firmin Bogaert (1913 - )
- Léon Cornil (1916 - )
- Jan-Baptist Maes (-)
- Ernest Maes (-)
- Maurits Van Heuverswijn ( - 1950)
- Albert De Geyter (1950 - ) |
J-B Maes |

Ernest Maes |
|
A. De Geyter |
|
   |
DE ECONOMISCHE
BEDRIJVIGHEID
DE
OUDE SMIDSE
De eersten die hier het vak van hoefsmid uitoefenden,
waren telgen van de familie Merchie; de vroegste, die
ons bij naam bekend is, was Petrus Merchie (rond 1825),
geboren te Munkzwalm. Hij woonde in de eerste smidse van
St.Denijs-Boekel, naast de (toen al vervallen) huisjes
van het gezin De Boitselier aan het Vredesplein - waar
nu de villa van Michiel De Backer staat.
|
|
DE
DORPSBROUWERIJ
Lemye C. - de exploitatie werd gestopt in 1935 |
|
DE
KLOMPENMAKER
Rond 1900 waren er drie 'kloefkappers', o.w. J.B. Van der
Haeghen, afkomstig uit Mater, wonend op Moldergem en
gehuwd met Emma De Vos. Ze hadden 4 dochters en
3 zoons.
In 1908 woonde aan de toenmalige Statiestraat 217 (nu Heufkensstraat 217) kloefkapper Leonard De Bock (°Boekel), gehuwd met Marie Caus.
In 1909 was ook nog een
klompenmaker-herbergier-winkelier,
getrouwd met Marie Ceuterick. |
DE
HANDSCHOENNIJVERHEID |
|
Zo'n 100 jaar lang was St.Denijs-Boekel hét centrum van het
handschoen'stikken' in België. Daar waren verschillende ateliers
bedrijvig: De Vos-Tack, De Vos-Bauters, Volckaert. De grondsto, het
leder, werd geleverd aan thuiswerkende vrouwen, die de handschoenen
thuis op hun naaimachine 'stikten'. In het atelier werden ze daarna
nagekeken. De afgewerkte produkten werden uitgevoerd over heel Europa.
Op het hoogtepunt van deze lokale nijverheid (midden de jaren zestig der
vorige eeuw) werden zo'n 100 mensen tewerkgesteld. Het bedrijf Roosen
(Heufkensstraat) was het laatste atelier dat er begin de jaren '80 mee
ophield. Het atelier Volckaert was er al mee gestopt in de vijtiger
jaren. De druk van lageloonlanden zoals Taiwan werd te groot...
Gelegen aan de Heufkenssstraat nrs. 132-134. Herenhuis (nr. 132)
en bedrijfsgedeelte (nr. 134) van het vroegere
handschoenenbedrijfje J. Volckaert, daterend uit jaren 1920.
Het bedrijf was ondergebracht in een al ouder huis dat, volgens
een ingemetselde baksteen op de rechter zijgevel, thans in
zolder, van 1892 zou dateren; in de jaren 1920 uitgebreid met
zijtravee en voorzien van nieuwe voorgevel. Gecementeerde gevel
van vijf traveeën en twee bouwlagen onder rood pannendak. Deur
van glas en ijzer.
|

DE
HANDSCHOENFABRIEK
'VOLCKAERT' |
  |
PATRIMONIUM
DE
ST-DENIJSKERK
|
OUD-GEMEENTEHUIS |
|
 |
Vredesplein
nr. 6. Oorspronkelijk hoeve van het gesloten type. Reeds vermeld
in de 16de eeuw. In 1715 in kaart gebracht als gesloten hoeve van "Jan
Buysse bailliu deser prochie". Thans vooral. aangepaste of
gesloopte bedrijfsgebouwen.
Oorspronkelijke erftoegang in aan de straat gelegen
bedrijfsvleugel met naar verluidt hergebruikte rechthoekige
inrijpoort op de versierde middenstijl gedateerd 1762.
Ten noorden staat het ruim woonhuis van zes traveeën en twee bouwlagen hoog onder
zadeldak (van kunstleien). Nieuw bakstenen parement van rond 1940.
Behouden steekboogdeurtje in rechthoekige gepleisterde omlijsting met
rechte kroonlijst. Behouden bakstenen achtergevel onder getrapte
daklijst met twee keldervensters onder de westelijke travee.
Binnenin is er de bewaarde samengestelde balklaag met versierde moerbalk,
oude grote schouw met achterwand van gesinterde baksteen en
geprofileerde schouwbalk.
Ernaast, bakstenen wegkapel met vernieuwde voorpuntgevel
voorzien van deur met tralie en bekronend ijzeren kruis.
Witgeschilderde zij- en achtergevels, de linker. met vlechtingen.
Bron:
RAR, OGA Sint-Denijs-Boekel, nr. 5. |
|
FRANSKOUTERMOLEN
-
De houten
korenwindmolen (intussen afgebroken) op Franskouter wordt reeds vermeld
in 1571 - zie WIJLEGEM |
|
MOLDERGEMMOLEN -
Een
korenwatermolen, die eigendom was van de abdij van Ename en reeds
vermeld in 1229.
 |
 |
Aan de Molenberg nr. 14. Gelegen op de Boekel- of
Moldergembeek, aan de grens met Sint-Maria-Horebeke.
Eerste vermelding in cartularium van de abdij van
Ename van 1229. Na de Franse Revolutie verkocht aan
J.B. Vanderhaegen. In 1866 vergunning aan mulder P.L.
Ghys voor het plaatsen van een stoommachine voor de
korenmolen. In 1949 plaatsing van een elektrische
cilindermolen. Molenactiviteiten stopgezet in 1968.
In de daaropvolgende jaren in gebruik als jeugdheem,
horecazaak, antiekzaak en restaurant z.g. "Mechelse
Koekoek".
Bewaard houten sluiswerk met trapsgewijze afgewerkte
strekdam. Watermolen met groot ijzeren bovenslagrad.
Bakstenen molengebouw met rechthoekige en licht getoogde
vensters, o.m. met ijzeren roedeverdeling, met
dorpels van natuursteen en beton onder zadeldak
(kunstleien en pannen), aan weerszij uitgebreid in
het laatste kwart der 19de eeuw, zie de duidelijk zichtbare bouwnaden aan de
waterkant.
Binnenin. Kelders. Maalvloer met plavuizen van
Doornikse steen, op een in de watergevel
ingemetselde arduinen steen gedateerd 1318,
vermoedelijk later ingebracht. Asput met bakstenen
ringmuur met hardstenen dekstenen afgedekt door een
houten deksel. Spoorwiel met houten kamraderen, vier
sterrewielen en handwieltjes; twee meelbakken.
Steenbed erboven ondersteund door vier gietijzeren
kolommen rustend op de ringmuur rond de asput. Op de
steenzolder met oud dakgebint met gebogen spantbenen
en houten verbindingen, zijn nog drie van de vier
steenkoppels van kunststeen aanwezig met graanbakken
en schoenen of slagbakken, en een graankuiser. Twee
galgen, één vijs met hoepels. Twee sleepluiwerken
met riem en drukrol.
Bronnen:
RAG, Provinciaal Archief, 1851-1870, nr. 1550,
nr.1579.
Bauters P. - Buysse R., Oostvlaamse watermolens,
inventaris 1980 (Kultureel Jaarboek voor de Provincie
Oost-Vlaanderen,
Bijdragen Nieuwe Reeks - nr. 11, Gent, 1980, p. 152-155). |
|
|
|
DE OUD-PASTORIE

|
Aan het Vredesplein nr. 34.
Pastorie van 1859 met rechts ernaast de oude pastorie uit de
17de eeuw; voortuintjes met vernieuwde bakstenen muurtjes.
Achtertuin verkleind door uitbreiding van kerkhof in 1986
met Mariagrot nu op kerkhofgedeelte.
De oude pastorie omvat vier traveeën en één bouwlaag onder
mank zadeldak (in kunstleien) met centraal dakvenster,
vermoedelijk uit het laatste kwart der 17de eeuw. Een aanvraag van de baljuw,
burgemeester en schepenen tot het St.-Baafskapittel om een
pastorie te verkrijgen dateert van 1681. Verankerde
bakstenen lijstgevel op gecementeerde plint. De rechthoekige
vensters zijn gevat in een vlakke gepleisterde omlijsting, rechts met
zandstenen omlijsting. Oorspronkelijk rondboogdeur met
bovenlicht in zandstenen omlijsting en geprofileerde
waterlijst, op storende wijze vervangen door brede rechthoekige
deur. Erboven gecementeerd dakvenster met puntgevel en getoogd raam.
De rechter zijgevel is gecementeerd met een sieranker in
geveltop. De gecementeerde achtergevel staat onder een laag afhellend
dakschild.
Binnenin werd het gebouw grondig aangepast en verbouwd; het
fraaie stucplafond is niet meer zichtbaar.
De nieuwe pastorie werd
gebouwd in 1859 o.l.v. E. de Perre-Montigny. Het is een typische
19de eeuwse pastorie van vijf traveeën en twee bouwlagen onder schilddak
(pannen). Onderkelderd. Bakstenen lijstgevel met
dubbelhuisopstand begrensd door hoeklisenen. De rechthoekige
vensters hebben een houten roedeverdeling en arduinen dorpels, op
de begane grond zijn ze beluikt. De rechthoekige voordeur met sierlijk ijzeren
bovenlicht is gevat in een geprofileerde arduinen omlijsting met
bekronend driehoekig fronton. Gelijkaardige achtergevel met
identieke deuromlijsting. Beraapte zijgevel.
Binnen is er de centrale gang met aan weerszij kamers met behouden
marmeren schouwen en r. trappenhuis met bordestrap.
Bronnen:
RAG, Provinciaal Archief, 1851-1870, nr. 1755/10.
De Schinckel Y., Sint-Denijs-Boekel, Zwalm, s.l., 1994, p.
78-79. |
|
HET
VREDESPLEIN
|
Boerenhuis -
aan het Vredesplein nr. 10. Aan de straat gelegen boerenhuis van zes
traveeën onder zadeldak (pannen); op de plaats van een hoeve
minstens uit de 18de eeuw. Witgeschilderde bakstenen gevel op
bruingeschilderde plint met haast rechthoekige vensters en deur.
Voorheen beluikt, zie de behouden duimen. Geprofileerde
bakstenen daklijst. Binnenin volledig aangepast behoudens de
samengestelde balklaag.
Bron: De Schinckel Y.,
Sint-Denijs-Boekel, Zwalm, s.l., 1994, p. 194-195.
|
|
Voormalige
hoeve met boerenhuis
-
aan het Vredesplein nrs 11-13.
Voormalige hoeve met boerenhuis van vier traveeën, later
uitgebreid met twee rechter traveeën, en anderhalve bouwlaag onder
zadeldak (van pannen), uit het derde kwart der 19de eeuw. Bakstenen gevel met lange
muurankers en gecementeerde plint. Haast rechthoekige
muuropeningen. De deur van nr 11 bevindt zich in de derde travee
en is gevat in
een omlijsting van gesinterde baksteen met neuten, oren en
kroonlijstje; de deur van nr. 13 heeft een geschilderde omlijsting. Links naast
de deur is er een getralied keldergat. De hoge benedenvensters
hebben T-ramen voorheen met luiken (de duimen werden behouden). Blinde of
imitatievensters op de zolderverdieping.
Inmiddels gesloopt.
|
|
Gerenoveerd woonhuis
- Vredesplein
nr. 14. Voormalige hoeve, gemeentehuis van rond 1940 tot in 1955
en café. Nu een gerenoveerd woonhuis. Aan de straat gelegen
boerenhuis van acht traveeën en anderhalve bouwlaag onder
zadeldak (pannen), uit het 3de kwart der 19de eeuw. Bakstenen lijstgevel onder
tandlijst. Haast rechthoekige muuropeningen met vernieuwd
houtwerk. Deur in derde travee is gevat in een omlijsting van
gesinterde baksteen met neuten, oren en tandlijstje. Hoge
benedenvensters met bewaarde duimen van verdwenen luiken.
|
|
Dorpshuis
-
Vredesplein nr. 17. Dorpshuis gelegen
achterin voortuin, afgesloten door ijzeren hekwerk op
bakstenen muur met centraal een ijzeren voetgangershek.
Verankerd bakstenen woonhuis van zes traveeën en anderhalve bouwlaag onder zadeldak (van pannen), gedateerd van 1837.
De kelder bevindt zich links van de voordeur. De hoge rechthoekige benedenvensters
hebben een kleine
roedeverdeling en groen-witgeschilderde luiken en halfronde
bovenvenstertjes met straalsgewijze verdeling. De rechthoekige deur
op een trapje heeft een sierlijk bovenlicht gevat in hardstenen
omlijsting met opschrift "JFVDB 1837 MJVC" en kroonlijst.
De achtergevel is gelijkaardig.
|
 |
|
 |
Dorpshuis
-
Vredesplein nr. 19-21.
Voorheen hoeve van de St.-Baafsabdij, reeds vermeld in de
15de eeuw.
In de 18de eeuw al wethuis en gemeentehuis én herberg genaamd
'Het wetshuis'.
In de 20ste eeuw het woonhuis van een handelaar in handschoenen, product van
lokale huisnijverheid. Dorpshuis van vier en drie traveeën en
twee bouwlagen onder zadeldak (van pannen), van 1810. Lijstgevel
afgelijnd door gepleisterde kroonlijst met nagenoeg rechthoekige
vensters met vernieuwde T-ramen op arduinen dorpels. Twee
deuren, links de licht getoogde voordeur voorafgegaan door arduinen
trap en gevat in een gesinterde bakstenen omlijsting. Tegen
het blind venster boven deur een beglaasde kapel met H. Hartbeeld.
Rechts bevindt zich het woongedeelte met blinde deurtravee met deur gevat in
omlijsting van gesinterde baksteen. De linker zijgevel is d.m.v.
muurankers gedateerd 1810 en voorzien van sierlijk anker in
schoorsteen. Rechts aansluitend poortgebouw uit het midden der 19de eeuw met
een doorrit
naar achtergelegen erf omsloten door dienstgebouwen.
|
|
Herberg 'de Zwalmhoeve' en slagerij
-
Aan Vredesplein nr. 25. Het
is een dorpshuis van vijf traveeën en
twee bouwlagen met zadeldak (in leien), opgericht door onderwijzer F. Missiaen
rond 1830 en dan in gebruik als woning, school (tot
de oprichting van de nieuwe gemeenteschool in 1869), herberg
en hoeve. Rond 1920 herberg-slagerij geworden. Het huis
heeft eengecementeerde en
witgeschilderde voorgevel met schijnvoegen. Het gelijkvloers
is verhoogd. Er zijn licht getoogde vensters met vernieuwd houtwerk van
T-ramen. De café- en winkeldeur heeft een steektrapje met ijzeren
leuningen. Er zijn ijzeren ringen voor het vastleggen van leidsels
van paarden. De achtergevel is witgeschilderd.
Bron: De Schinckel Y.,
Sint-Denijs-Boekel, Zwalm, s.l., 1994, p. 130-131.
|
|
HET
VOORMALIG GODSHUIS
|

|
Woonhuis,
voormalig hospitaal
- aan
het Vredesplein nr. 26. Opvallend ingeplant gebouw aan de
voet van heuveltje met kerk en kerkhof. Reeds vermeld in de
16de eeuw
als eigendom van de familie Borluut, heren van Boekel. In
1858 ingevolge een schenkingstestament van J. Herman van
1851 omgevormd tot hospitaal en armenhuis of Burgerlijk
Hospitaal. In het eerste kwart van de 20ste eeuw door het hospitaalbestuur verkocht. Nu
een woonhuis van zes traveeën en twee bouwlagen onder afgewolfd
zadeldak (pannen, n straat), uit het tweede kwart der 19de eeuw. Witgeschilderde,
verankerde gevels op gecementeerde plint. De naar het zuiden gerichte
voorgevel is door de puilijst in twee registers verdeeld. Rechthoekige
vensters op arduinen lekdrempels, op de bovenverdieping zijn
verschillende blinde vensters en twee deuren met getraceerde
bovenlichten en gevat in gesinterde bakstenen omlijstingen
met kroonlijstje, de rechter deur is thans dicht gemetseld.
De rechter
zijgevel, uitziend op splitsing van straat, heeft drie traveeën en
tweeënhalve bouwlaag. De zolderverdieping heeft een centrale rechthoekige deur en halfronde
vensters . De noordwaarts gerichte achtergevel vlakbij
het belendend huis is gelijkaardig aan de voorgevel met één deur in
gesinterde bakstenen omlijsting. De linker ongeschilderde zijgevel
heeft eveneens halfronde zoldervensters.
Bron: De Schinckel Y.,
Sint-Denijs-Boekel, Zwalm, s.l, 1994, p. 163-166.
|
|
|
DE HOEVEN
|
Hoevetje met losstaande bestanddelen
-
Heufkensstraat nr. 88.
Hoevetje met losstaande bestanddelen, vermoedelijk
opklimmend tot midden de 18de eeuw.
Het is een haaks op de straat ingeplant
boerenhuis met gecementeerde
gevel onder zadeldak (pannen). De deur is gevat in omlijsting van
gesinterde baksteen met neuten, oren en kroonlijstje.
Ten zuiden bevindt zich een afzonderlijk gelegen
tweeledig bakhuis op hoek van
erf.
het 'Hof te Moldergem'
- op Moldergem nr.100.
Het 'Hof
te Moldergem' wordt al vermeld in 1562. Het is een gesloten hoeve met
gebouwen van diverse volumes opgesteld rondom een
onregelmatige vijfhoekige, gekasseide en begraasde
binnenplaats voorheen met mestvaalt, nu verstoord door
koeienstallen aangebouwd tegen het zuidoostelijke dienstgebouw. Voorheen
hing een ijzeren inrijhek aan bakstenen pijler ten oosten van de hoeve.
In de westelijke hoek bevindt zich de rechthoekige toegangspoort onder pannen zadeldak met
gekasseide inrit naar binnenerf.
Ten noordwesten staat het boerenhuis van zes traveeën breed onder zadeldak (pannen)
met klokkenstoel ter hoogte van de deurtravee, waarschijnlijk
uit de 18de eeuw. Witgeschilderde gevel met thans rechthoekige vensters
met vernieuwd houtwerk en persiennes. Getoogde deur in
vernieuwde rode bakstenen omlijsting en ovaal bovenlicht in
dito omlijsting. Keldergaten onder de rechter travee Eveneens
witgeschilderde erfgevel op gepikte plint voorafgegaan door
gemetste stoep met trapjes en ijzeren leuning.
Steekboogvensters met vernieuwd houtwerk op arduinen
lekdrempels met persiennes in vlakke omlijsting. In de eerste
twee traveeën, opkamervenster en keldervenstertje. In de derde travee,
de getoogde deur en het rechthoekig bovenlicht. Vernieuwde
westelijke zijgevel,
naar de straat gericht, op schoorsteen voorzien van
jaartalanker van 1770; in plint gebogen deurtje van
keldertrap.
Binnenin. Gang met vier getoogde paneeldeuren in een
witgeschilderde bakstenen omlijsting, resp. van de opkamer, van
de meerdelige overwelfde kelder onder de eerste twee traveeën,
de zolder en de opkamer aan de erfzijde. Aangepaste
woonkamer eveneens met gelijkaardige 18de-eeuwse deuren.
Ten oosten, aansluitend bij het huis, staat de stalvleugel met drie steekboogdeurtjes. Ten
zuidoosten bevindt zich de grote dwarsschuur van zeven
traveeën onder zadeldak (pannen, n straat) tussen zijtuitgevels
met aandaken, in een zandsteen naast de centrale poort, op
de poortstijl en in de dakpannen ter hoogte van de poort
gedateerd 1786. Gewitte erfgevel nu onzichtbaar door
aangebouwde koeienstallen. Bakstenen, verankerde gevel aan
de veldzijde met twee korfboogvormige vleugelpoorten,
links de poort met
zandstenen hoekstenen en sluitsteen, rechts de poort met versierde
poortstijl en loopdeur, gevat in zandstenen omlijsting. Ook
twee later toegevoegde rechthoekige schuifpoorten. De zijgevels
zijn afgewerkt met aandaken op zandstenen schouderstukken en
vlechtingen, zijgeveltop bekroond met figuratief beeldje.
Ten westen en ten oosten bevinden zich bedrijfsgebouwen met stallen onder
overstekende zadeldaken (pannen en in de oostvleugel ook
golfplaten), met wit geschilderde erfgevels. De westelijke vleugel met
twee klimmende dakkapellen aan de erfzijde.
Ten oosten staat een alleenstaand bakstenen dienstgebouw met stal van
drie traveeën onder zadeldak (pannen) met puntgevels afgewerkt
met vlechtingen. In geveltop, laadvenster, uilengaten en
sieranker.
Kapel van O.-L.-Vrouw van Vrede
- Aan de straat naast de hoeveoprit
van de bovenvermelde hoeve, staat de kapel van O.-L.-Vrouw van
Vrede, opgericht in 1946. Het is een moderne kapel met O.-L.-Vrouwebeeld,
en eronder het in arduin gesculpteerd wapenschild van de stichters,
de familie De Vos de Moldergem en Ruffo de Bonneval de la
Fare, eigenaars van de hoeve, met leuze "Voluntate dei";
de kapel wordt
geflankeerd door twee linden.
De 'Moldergemhoeve
-
Gelegen Moldergem nr. 116.
Het is een opvallend in de straatbocht ingeplante grote, goed
onderhouden gesloten hoeve met bakstenen hoevegebouwen
rondom verharde en op de plaats van de vroegere mestvaalt
beplante binnenplaats. Oorspronkelijk open hoeve met
losstaande bestanddelen, vermoedelijk opklimmend tot begin
18de eeuw. Werd midden de 19de eeuw door toenmalige burgemeester K.J. Stevens
heropgebouwd en naar verluidt na brand in 1912 vernieuwd.
Aan de straat, op hoek van het omhaagde perceel ten oosten van
de hoeve, bijbehorend gecementeerd en geschilderd bakstenen
O.-L.-Vrouwekapelletje onder pannen zadeldakje met ijzeren
kruis, vermoedelijk eveneens uit midden 19de eeuw; nis met
plaasteren O.-L.-Vrouwebeeld achter blauwgeschilderde
tralie, waaronder steen met ingekerfd opschrift "ave".
Ten oosten staat het onderkelderd boerenhuis van vier traveeën en anderhalve bouwlaag onder zadeldak (zwarte mechanische pannen, n straat),
door muurankers in zijgeveltop aan straatkant gedateerd
1849. Verankerde baksteenbouw met gelijkaardige voor- en
achtergevel onder geprofileerd daklijstje. Rechth.
benedenvensters met arduinen lekdrempels en persiennes. Op
halve-verdieping bevinden zich ovale oculi van graanzolder met houten
onderverdeling. Rechthoekige deur in uitspringende gesinterde
bakstenen omlijsting met fraai getraceerd bovenlicht en
recht kroonlijstje. In zijgeveltop aan straat, ovaal
zolderluik van tweede zolder. Flankerende zijaanbouwsels
onder lessenaarsdak, met ronde oculus in zolderverdieping. Ten
noordwesten staat het oorspronkelijke boerenhuis, later in gebruik
genomen als
stallen, grotendeels heropgebouwd na een brand in 1912.
Behouden sporen van vroeger huis in gedeeltelijk bewaarde
zijpuntgevel met vlechtingen en de grote schouw binnenin.
Ten zuidwesten staat de dwarsschuur met drie rechthoekige poorten. In eerste
poort op middenstijl gedateerd 1851, naar verluidt
oorspronkelijk van de erftoegang in de noordoostelijke vleugel aan de
straat.
|
Semi-gesloten hoeve met kapel
-
Aan de Molenberg nr. 4.
Het is een semi-gesloten hoeve uit het begin van de
20ste eeuw, aangepast en
gerenoveerd. Met een merkwaardige moerbeiboom (morus nigra)
achter tuinmuur. Vóór de oprit naar de hoeve staat
een bijbehorende kapel van O.-L.-Vrouw
van VII Weeën , volgens
kadasterarchief daterend van rond 1914. Het betreft
een bakstenen
kapel met witgeschilderde puntgevel voorzien van
ijzeren kruis. Spitsboogvormige blauwgeschilderde
houten en beglaasde deur met blind boogveld. Beelden
van O.-L.-Vrouw, H. Antonius en H. Rochus.
|
|
Voormalig molenaarshuis en hoeve
-
Molenberg nr. 9. Het
is het voormalig
molenaarshuis en hoeve gelegen tegenover de
Moldergemwatermolen, aan de overkant van de straat.
Het is een onderkelderd huis van vijf traveeën onder zadeldak
(mechanische pannen, n // straat), vermoedelijk in
kern daterend uit de 18de eeuw. Het gerenoveerd huis
heeft gecementeerde
en geschilderde gevels op een gepikte plint. De verankerde
voorgevel heeft vernieuwde rechthoekige vensters met
arduinen dorpels en met persiennes. Licht getoogde
deur met gedicht bovenlicht, op arduinen trapje, en
gevat in een gesinterde bakstenen omlijsting met
neuten, oren en waterlijstje. Links naast deur
bevindt zich de
ringvormige ijzeren voetenschraper en een keldergat.
Het vroegere dienstgebouw ernaast is nu ingericht als
woning (met huisnr. 7).
|
|
ANDER PATRIMONIUM
|
Woonhuis -
Heufkensstraat nr. 19. Woonhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen
onder zadeldak (pannen), uit het 2de kwart der 19de eeuw. Volgens
het kadasterarchief
werd in de bijgebouwen in 1871 een stokerij gebouwd.
Verankerde en beraapte lijstgevel op gecementeerde plint met dubbelhuisopstand voorzien van licht getoogde vensters met
vernieuwd houtwerk in een rechthoekige vlakke gecementeerde
omlijsting, voorheen op de begane grond beluikt, zie de
bewaarde duimen en luikklemmen, twee blinde vensters op de
bovenverdieping. Gelijkaardige deur gevat in arduinen omlijsting.
IJzeren ring voor de leidsels van paarden.
Burgerhuis
- Aan de
Heufkensstraat nr. 43. Burgerhuis, vermoedelijk voormalige
herberg, van zes traveeën en twee traveeën van inrijpoort met twee bouwlagen onder doorlopend zadeldak (pannen),
1875 gedateerd door
muurankers in de linker zijgevel. Gecementeerde lijstgevel met rechthoekige vensters en deur,
de linkergevel is gevat in zandstenen
omlijsting. Aflijnende geprofileerde kroonlijst.
Woningen, voorheen één gesloten hoeve
-
Heufkensstraat nr. 22-24. Voorheen één gesloten hoeve met
oude kern, naar verluidt werd omstreeks 1900 een gedeelte
van de schuur omgevormd tot de huidige woning nr. 22.
Gedeeltelijk verhard binnenerf met mestvaalt naast
lindeboom.
Nr. 22. Tot woning omgebouwd
gedeelte van de vroegere schuur/stallen van de hoeve. Nu aan
de straat gelegen huis met gecementeerde gevel van vijf traveeën
en anderhalve bouwlaag onder zadeldak (pannen). In de
rechter travee zit een
rondbogige gevelnis met houten kruisbeeld. Beluikte licht
getoogde benedenvensters.
Nr. 24. Zijdelings op de
straat ingeplant boerenhuis, vermoedelijk van 1840, cf. naar
verluidt nu onzichtbare jaartalankers op zijpuntgevel aan de
straat. Woonhuis van zes traveeën en anderhalve bouwlaag onder
zadeldak (mechanische pannen). Gecementeerde gevel met
schijnvoegen. Getoogde venstertjes met vernieuwd houtwerk.
Getoogde deur in omlijsting van gesinterde baksteen met
rechte kroonlijst. De naar het zuidoosten gerichte bakstenen erfgevel van
anderhalve bouwlaag heeft een hoge gecementeerde plint. Getoogde deur
in rechthoekige omlijsting met oren van gesinterde baksteen met
kroonlijstje. Halfronde bovenvensters met straalsgewijze
verdeling, deels blind. Onder de rechter travee bevindt zich
de toegang tot
de bietenkelder.
Binnenin: grotendeels
aangepast, in de rechter kamer met behoud van samengestelde balklaag
met versierde moerbalk en grote grijsgeschilderde schouw met
houten geprofileerde schouwbalk, eronder tweedelige
overwelfde kelder, o.a. bietenkelder.
Ten zuidoosten staat een bakstenen dienstgebouw met koeienstallen van vijf traveeën onder
een overstekend zadeldak (pannen), vermoedelijk
deels heropgebouwd rond 1900; met houten ankers.
|
Burgerhuis, nu apotheek
-
Aan
Heufkenssstraat nr. 142. Het is een burgerhuis, nu
omgebouwd als apotheek,
van vier traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak
(pannen), uit eind 19de eeuw. Het huis heeft een gepleisterde en
geelgeschilderde lijstgevel met dubbelhuisopstand en
met getoogde vensters in geriemde omlijsting. De rechthoekige
toegangsdeur is gevat in een arduinen omlijsting.
|
|
Burgerhuis
-
Aan
Heufkenssstraat nr. 153. Het betreft een burgerhuis van vijf traveeën
en twee bouwlagen onder zadeldak (van pannen),
gebouwd in 1870.
Het huis heeft een verankerde bakstenen lijstgevel met dubbelhuisopstand
en rechthoekige vensters. Het accent ligt op de rechthoekige
voordeur in hardstenen omlijsting met inscriptie
"Callaert-Saegaert 1870" en kroonlijst.
|
|
Hoekhuis
-
Op
Moldergem nr. 1. Het is een hoekhuis van twee bouwlagen onder
pannendak, uit midden de 19de eeuw. Nu met gecementeerde gevels.
De voorgevel telt negen traveeën met rechthoekige, getoogde
vensters en een voordeur met bovenlicht in een omlijsting van
gesinterde baksteen met recht kroonlijstje.
|
|
Villaatje
-
Op
Moldergem nr. 8. Het is een pittoresk villaatje, volgens
het
kadasterarchief rond 1928 gebouwd door de familie De
Bock. Het voortuintje is van de straat afgesloten door
een haag
en het ijzeren hek naar voordeur en het inrijhek naar
de garage, ondergebracht
in het linker aanbouwsel. Er is een symmetrische gevelindeling met
een middengedeelte van drie traveeën en twee bouwlagen onder
tentdak (van kunstleien), geflankeerd door zijrisalieten
van één bouwlaag in baksteenbouw en met een gecementeerde
bovenbouw. Sierankers. Deur in inspringende
rondboogportiek. De rechter. risaliet heeft in het dakvenster,
een O.-L.-Vrouwekapelletje
en opschrift Ave Maria, ter vervanging van een gesloopt
wegkapelletje aan de straat. De linker risaliet
bevat de garage,
eveneens met een dakvenster. Tegen achteraanbouwsel
staan aangebouwde kippenhokken.
|
|
|
H. Jozefkapel
- Aan de
Neerkouter zonder nr. Het is een rechthoekig
bakstenen gebouwtje onder leien zadeldak met ijzeren kruis;
vermoedelijk uit het tweede kwart van de 20ste eeuw. Het
bevat een spitsboogvormige deur in puntgevel
met blind boogveld. Oculus in achtergevel. Tandlijst op
zijgevels. Vervallen interieur met beeld van H. Jozef met
kind en knielende figuur.
|
|
Bron: De Schinckel Y.,
Sint-Denijs-Boekel, Zwalm, s.l., 1994, p. 130-131.
|
de 'Riddersput'
|
  
FIGUREN
|
Joos Borluut,'Mijnheer van Boucle'
( ? - 21.6.1597) -
Speelde een grote rol in de staatkundige gebeurtenissen van het
laatste kwart der 16de eeuw. Als pensionaris van de stad Gent
werd hij diverse keren door het magistraat en door de Staten van
Vlaanderen gelast met belangrijke zendingen, hetzij bij de
hertog van Anjou, hetzij bij de Algemene Staten te Brussel.
Bij de komst van de hertog van Alva naar Vlaanderen,
was vooral Gent een "broeinest van woeling". Toen ene Jan
Hembijze (samen met Frans, heer van Rijhove) zich meester
maakten van het bewind (en o.a. de gouverneur van Vlaanderen
lieten opsluiten), had in augustus 1578 te Gent een nieuwe
beeldenstorm plaats en werd de vrijheid van roomsgezinden
ernstig bedreigd. Joos Borluut wendde al zijn invloed aan om
Hembijze af te zetten als 'voorscepene' en riep daarvoor zelfs
de hulp in van de prins van Oranje. Op voorspraak van Joos
Borluut benoemde deze Karel Utenhove op de plaats van Hembijze,
waarna deze de wijk nam, eerst naar Zeeland, nadien naar
Duitsland. In 1580 werd Joos Borluut dan zelf tot
voorschepen van Gent gekozen.
In 1583 slaagde Hembijze er echter, dankzij allerlei
kuiperijen, opnieuw in voorschepen te worden. Hij zocht wraak en
in de nacht van 29 op 30 oktober 1583 liet hij Joos Borluut en
nog een 12-tal andere koningsgezinden opsluiten, maar
(aanvullen gebeurtenissen met Hembijze)
'jonker' Jan Hembijze zou tenslotte sterven op het schavot, waarna
het koninklijk gezag in ere werd hersteld.
De laatste keer dat Joos Borluut
op het staatkundig toneel verschijnt is in mei 1584, toen hij
met Joos van Brakel en Antoon Heyman (schepenen van de Keure) en
Jacob Taeyaert, pensionaris, naar Doornik trekt samen met
afvaardigingen van Brugge en 't Brugse Vrije om met Spanje te
onderhandelen.
Joos Borluut overleed op 21 juni 1597; zijn stoffelijk
overschot werd naast dat van zijn nicht en echtgenote Philippote
Borluut bijgezet in de grafkelder onder het koor van de
St-Dionysiuskerk te St-Denijs-Boekel.
|
| |
|
Pastoor Marc DEVENIJNS (
1939 -
1997)
Afkomstig
uit Kwaremont, ging Marc het Klein Seminarie van St-Niklaas
binnen in 1939. In 1941 stapte hij over naar het Groot Seminarie
(Reep, Gent). Zijn priesterloopbaan begon in 1945 als hij
subregent wordt aan het St-Aloysiuscollege van Ninove; in Ninove
werd hij ook proost van Sporta (een school voor wielrenners).
Midden de 60-er jaren kreeg Devenijns als eerste parochie Asper.
Hij zou er maar tot 1969 blijven, want op 3 september van dat
jaar werd hij pastoor van St-Denijs-Boekel als opvolger van
pastoor Bracke, die naar Burst vertrok. Hij zou van het herstel
en de restauratie van de St-Dionysiuskerk zijn levenswerk maken.
Om dat enorme werk te bekostigen zette hij de Boekeltorenfeesten
op het getouw. In januari 1970 kwam er vloerbekleding in
het hoogkoor, in 1977 kwamen er nieuwe klokken en de centrale
verwarming werd hersteld in 1978. Hij streed al een paar jaar
tegen de kanker, toen die hem in 1997 velde.
|
|

Een jonge Marc Devenijns |

Al
getekend door
zijn ziekte |
|
VOLKSLEVEN & CULTUUR
   |
OPENBARE DIENSTEN
Het spoorwegstation
|

Het oorspronkelijk station
|

Het in 1987 geopende
nieuwe station
|
Het oorspronkelijke station werd nog tijdens de aanleg
van lijn 89 Denderleeuw-Oudenaarde in 1866-1868 gebouwd
op een perceel land, onteigend van de eigenaar van 'het
hof De Geyter', dat lag op het grondgebied van
Nederzwalm. Het station moest namelijk liggen
geografisch ongeveer midden beide voormelde stations. In
1870 was het nieuwe station bruikbaar als halte.
Tegen 1876 was al een nieuw stationsgebouwtje klaar,
aan de andere kant van de toenmalige 'Boekelstraat' op
een onteigend perceel, eigendom van de familie Michiels.
Het was opgetrokken in neo-vlaamse stijl. Het
stationnetje werd bemand door een stationchef en twee
bedienden. Bij het begin van de eerste wereldoorlog werd
het gebouwtje opgeëist door de Duitse bezetter.
Na 1970 werd het Boekelse station onder beheer gesteld
van Oudenaarde - van waaruit personeel kwam om het
te bedienen. Op 23 mei 1983 werd het gebouw gesloopt en
vervangen door een nieuwbouw, die mettertijd gesloten
werd voor goederen- en reizigerstransport en onbemand bleef.
Het nieuwe gebouw werd ontworpen door architekt Karel
Heyneman en gebouwd door de firma Coghe in de
stijl van het contextualisme (1 van de grote pijlers
binnen de post-moderne bouwkunst). |
|
BESCHERMDE
MONUMENTEN & LANDSCHAPPEN
de houten FRANSKOUTER-WINDMOLEN |
was
beschermd door het KB 30/4/1945;
de bescherming werd opgeheven vanaf 25.10.1950 na de
afbraak. |
de St-DENIJSKERK - de toren, het koor en de zijkoren
en de twee originele kruisbeuken) zijn beschermd als
monument door het KB van 13/7/1945. |
|
|
de MOLENBERG - beschermd als monument door het KB van
19/9/1994
|
 |
 |
de MOLDERGEMMOLEN |
|
de VINKEMOLEN
- heropbouw van de molen, die zich
aanvankelijk (1566) bevond in de hoeimeersch te Oosterzele
bevond maar in 1790 verplaatst werd naar de
Geraardbergsesteenweg. De molen viel om na de storm van26-27 november 1983; de
resten werden na jaren en een paar vruchteloze pogingen om
de molen ter
plaatse her op te richten, geschonken aan de hh. Colaert en Wisse, die hem heropbouwden op Franskouter,
ongeveer op dezelfde plaats
waar tot 1950 de Franskouter-windmolen prijkte (zie hoger).
Beschermd als monument door het KB 24/1/1944.
|
 |
   |
BIBLIOGRAFIE
16 488
JACQUART - 'Les familles-souches' de Saint-Denijs-Boekel (ardt.
d'Audenarde) aux 17e et 18e siècles', IG, no 54, 1954,
p.370.
16 489 VAN CLEEMPUT P. - 'Van een vroeger
streekkunstenaar 'Fientje Goethals' ', M, 2, 1969, no 2,
pp. 5-6.
16 490 DHANENS E. - 'De Vijd-Borluut
fundatie en het Lam Godsretabel, 1432-1797', Brussel, KVAB, 1976,
100 p., M.KVAB.K., 38, 2.
16 491 N.N. - 'Folkloristische gebruiken in
Zuid-Vlaanderen. Reuzenhuwelijk te Sint-Denijs-Boekel', G., 8-11-50.
16 492 N.N. - 'Watermolens te koop:
Sint-Denijs-Boekel', ME, $, 1976, p. 47.
   |
|
Laatste update
woensdag 19 augustus 2009
|