BEERLEGEM DIKKELE HERMELGEM HUNDELGEM MEILEGEM MUNKZWALM NEDERZWALM PAULATEM ROBORST ROZEBEKE St-BLASIUS-BOEKEL ST-DENIJS-BOEKEL St-MARIA-LATEM WIJLEGEM DE ZWALMSTREEK HOMEPAGE ZWALM VLAAMSE ARDENNEN

 

ST.DENIJS-BOEKEL
 


dorpszicht


stratenplan


Het Dorpsplein 1893


Kaart centrum 1576


Het gehucht Moldergem


Ferrariskaart (detail)

INLEIDING

     ETYMOLOGIE
    
De naam van de gemeente Sint Denijs-Boekel is vermoedelijk afgeleid van “Bock-lo” of “Beukelo”, wat “beukenbos” betekent, vandaar de naam Boekel. De kerk is er toegewijd aan de H. Dionysius zodat de gemeente “Sint-Dionysius-Boekel” of “Sint-Denijs-Boekel” werd genoemd.

    
WAPENSCHILD
 
    Sint-Denijs-Boekel heeft geen eigen gemeentelijk wapenschild.

      
     De voormalige gemeente heeft een oppervlakte van 476 ha.
     Zoals in de andere dorpen van Zwalm werd de op landbouw gebaseerde economie aangevuld door linnennijverheid ten huize. Omstreeks 1850 schakelde men hier over op handschoenmakerij en kantwerk voor rekening van fabrikanten; nadien ging een deel van de actieve bevolking pendelen; in de 20ste eeuw deed ca 45% van de werkende bevolking dit.

1800 1830 1900 1947 1961 1970
712 1012 1076 1042 944 913
GESCHIEDENIS
 

    St-Denijs-Boekel heeft, in weerwil van zijn eerder geringe omvang en het feit dat dit dorp nooit druk bevolkt is geweest, een erg boeiende en uitgebreide geschiedenis. Dit is niet in het minst te danken aan de heren van Boekel, die ook in de vaderlandse geschiedenis een niet geringe rol hebben gespeeld - De heerlijkheid schijnt kompleet onafhankelijk te zijn geweest, althans volgens een dénombrement (= opsomming, lijst ), dat stelde dat zij "van mannen ghedyncken noyt verheven" is geweest - wat echter in strijd is met wat beschreven staat in 'de staat van goed', volgens hetwelk St-Denijs-Boekel feodaal afhing van het grafelijk hof van de Polder van Namen. De heer van Boekel bezat wel de 3 graden van justitie en mocht laten veroordelen tot de dood "metten stroppe of metten galghe, met roede ende zweerde".
    Tijdens het Franse schrikbewind werden, uit vrees voor de Franse roofzucht, de klokken uit de toren gehaald en in de 'Riddersput' verborgen.
    De wijk “Makkegem” wordt reeds vroeg in de geschiedenis van de gemeente vermeld. Een oorkonde uit het midden van de 7de eeuw en behorende tot het archief van de St.-Pietersabdij bevestigt het bestaan van “Machingahem”. Ook van “Maldergem” wordt reeds melding gemaakt in 1208.
   
'Wijlegem' werd in 1040 geschonken aan de St.-Pietersabdij te Gent, die tevens het eigendomsrecht bezat van het “Hof te Wijlegem”.

 

HET ONDERWIJS
 
HET GESUBSIDIEERD VRIJ ONDERWIJS
 

Het O.L.Vrouw-Visitatieklooster

De woelige periode van de eerste schoolstrijd tussen 1878 en 1884 – de liberalen behaalden in de parlementsverkiezingen van 1878 de volstrekte meerderheid - leidde er o.a. toe dat de eerste organieke schoolwet (24 maart 1842) vervangen werd door de wet van 10 juli 1879 (de zgn. wet Van Humbeeck). Door de schoolstrijd vertrokken de zusters Penitenten van Opbrakel, die sinds 1859 in het Burgerlijk Godhuis aan onderwijs en armenzorg deden, op 2.11.1878 terug naar hun moederhuis.
Bedroefd om het verlies van hun Burgerlijk Godshuis vroegen de katholieke ingezetenen van St.-Denijs-Boekel (o.w. de lokale adel) uitdrukkelijk om een nieuw klooster voor katholiek onderwijs, wat hun door een bisschoppelijke verordening werd toegestaan.
Omdat er in de naburige gemeente St.-Blasius-Boekel al een (Visitatie)klooster was, wilde men wel onderhandelen met de directeur van daar maar zonder resultaat. Dan werd maar de pastoor ingezet. Pastoor Smetreyns slaagde er inderdaad in om in 1881 een perceel grond van 33 are in pacht te krijgen van dokter De Graeve-Thienpont, voor een termijn van 50 jaar.

Het pensionaat

Na enige strubbeling kwam de school er uiteindelijk en kon de deken van Ronse in 1883 het gebouw, gelegen aan Moldergem 3, inwijden. De school werd onder het patronaat van de H.Jozef gesteld. Er volgden in de loop van de daaropvolgende decennia vele verbouwingen en aanpassingen (nieuwe klaslokalen, een kapel, het inrichten van een zondagsschool, een nieuwe lagere school, de slaapzaal voor internen).
Tijdens de eerste wereldoorlog logeerden er in het klooster Duitse soldaten en officieren en… vluchtelingen. In 1916 kreeg dokter Pieter De Vos, geneesheer uit Nederzwalm, het (kosteloos) geneeskundig toezicht toegewezen. Na de oorlog volgden opnieuw een aantal herstellingen en verbouwingen, o.a. aan de speelplaats en refter en slaapzaal der zusters.

In 1938 sloot de kostschool en werden 9 ‘meesteressen’ en 5 zusters naar het zusterklooster te St.-Blasius-Boekel gezonden. Ook het meubilair en de archieven verhuisden naar St.-Blasius-Boekel. De kloostergebouwen werden aangepast aan de kleinere bevolking. De overgebleven zusters gaven van toen af kleuter- en lager onderwijs aan de lokale dorpskinderen.

De sluiting van klooster en school

Door gestage terugloop van leerlingen en… zusters, werd op 28 augustus 1975 besloten de gesubsidieerde lagere en kleuterschool, Moldergem 9, als zelfstandige school op te heffen en te voegen bij de gesubsidieerde vrije lagere school aan de Decoenestraat 3 te Munkzwalm.
Op 5 december 1975 werd het klooster gesloten en de overblijvende zusters verlieten definitief St.-Blasius-Boekel. Een plechtige eucharistieviering opgedragen door pastoor Devenijns vertolkte de dankbaarheid van de plaatselijke bevolking naar de zusters en een receptie vanwege de gemeentelijke overheid, kerkraad en zangkoor rondde alles af.
De gebouwen, gevaarlijk geworden voor omwonenden en passanten, werden, 100 jaar na hun oprichting, gesloopt in 1982. Het vrijgekomen terrein werd nadien verkocht aan een privaat persoon, die er een nieuwbouw op liet plaatsen.
Onder andere volgende zusters zijn begraven op het kerkhof van St.-Denijs-Boekel: zuster Françoise Léonie (+ 1934), zuster Marie de Sales (+ 1936), zuster Jeanne Augustine (+ 1938).
 

HET GEMEENTELIJK ONDERWIJS
 


Nieuw schooltje Franskouter

De Organieke wet van 24.3.1842 verplichtte gemeentebesturen eigen gemeentelijk onderwijs in te richten.
Dit onderwijs werd te St-Denijs-Boekel ingericht in het huis van schoolmeester Missiaen. Dat werd gebouwd in 1830 en is nu herberg 'de Zwalmhoeve').
In 1842 staat het gemeentebestuur toe dat ook de leerlingen van de naburige gemeente St.-Blasius-Boekel hier les mogen volgen.
In 1870 werd een nieuwe gemeenteschool, gebouwd op Franskouter naar een ontwerp van architect De Perre-Montigny,  geopend.
In 1914 werd de leerplicht ingevoerd. Na 1921 bloeide het gemeenteonderwijs volledig open.
De gemeenteschool sloot de deuren in 1975.

In het gebouw vinden tegenwoordig een kaartersclub en de Zwalmse Heemkundige kring onderdak, terwijl de onderwijzerswoning rechts wordt verhuurd aan een privaat persoon.  

De achtereenvolgende onderwijzers waren:
   - Frederik Missiaen
   - Romanus Baele (1870 - 1912)
   - André Heymans (-)
   - Firmin Bogaert (1913 - )
   - Léon Cornil (1916 - )
   - Jan-Baptist Maes (-)
   - Ernest Maes (-)
   - Maurits Van Heuverswijn ( - 1950)
   - Albert De Geyter (1950 - )

J-B Maes


Ernest Maes

 

A. De Geyter

DE ECONOMISCHE BEDRIJVIGHEID
    
DE OUDE SMIDSE

De eersten die hier het vak van hoefsmid uitoefenden, waren telgen van de familie Merchie; de vroegste, die ons bij naam bekend is, was Petrus Merchie (rond 1825), geboren te Munkzwalm. Hij woonde in de eerste smidse van St.Denijs-Boekel, naast de (toen al vervallen) huisjes van het gezin De Boitselier aan het Vredesplein - waar nu de villa van Michiel De Backer staat.

 
DE DORPSBROUWERIJ

                     Lemye C. - de exploitatie werd gestopt in 1935

DE KLOMPENMAKER
                     Rond 1900 waren er drie 'kloefkappers', o.w. J.B. Van der Haeghen, afkomstig uit Mater, wonend op Moldergem en gehuwd met Emma De Vos. Ze hadden 4 dochters en
                     3 zoons. In 1908 woonde aan de toenmalige Statiestraat 217 (nu Heufkensstraat 217) kloefkapper Leonard De Bock (°Boekel), gehuwd met Marie Caus. In 1909 was ook nog een
                     klompenmaker-herbergier-winkelier, getrouwd met Marie Ceuterick.

DE HANDSCHOENNIJVERHEID               

      Zo'n 100 jaar lang was St.Denijs-Boekel hét centrum van het handschoen'stikken' in België. Daar waren verschillende ateliers bedrijvig: De Vos-Tack, De Vos-Bauters, Volckaert. De grondsto, het leder, werd geleverd aan thuiswerkende vrouwen, die de handschoenen thuis op hun naaimachine 'stikten'. In het atelier werden ze daarna nagekeken. De afgewerkte produkten werden uitgevoerd over heel Europa. Op het hoogtepunt van deze lokale nijverheid (midden de jaren zestig der vorige eeuw) werden zo'n 100 mensen tewerkgesteld. Het bedrijf Roosen (Heufkensstraat) was het laatste atelier dat er begin de jaren '80 mee ophield. Het atelier Volckaert was er al mee gestopt in de vijtiger jaren. De druk van lageloonlanden zoals Taiwan werd te groot...

     Gelegen aan de Heufkenssstraat nrs. 132-134. Herenhuis (nr. 132) en bedrijfsgedeelte (nr. 134) van het vroegere handschoenenbedrijfje J. Volckaert, daterend uit jaren 1920. Het bedrijf was ondergebracht in een al ouder huis dat, volgens een  ingemetselde baksteen op de rechter zijgevel, thans in zolder, van 1892 zou dateren; in de jaren 1920 uitgebreid met zijtravee en voorzien van nieuwe voorgevel. Gecementeerde gevel van vijf traveeën en twee bouwlagen onder rood pannendak. Deur van glas en ijzer.


 


DE HANDSCHOENFABRIEK 'VOLCKAERT'

   

PATRIMONIUM
DE ST-DENIJSKERK
  

 

De kerk op het einde der 19de eeuw.

 

Het koorinterieur zoals het er vroeger uitzag.
 

De grafsteen van het echtpaar Borluut-Triest,
 nu bewaard in de ruïnes van de voormalige St-Baafsabdij te Gent.

     Volgens de bewaarde getuigen moet de oorspronkelijke kerk een éénbeukig gebouwtje zijn geweest - de oostgevel in Doornikse kalksteen is bewaard gebleven. Daarbij sloot een lager koorthe aan - aan de oostzijde van voormelde gevel is de moet (= het spoor) van een lager koortje nog zichtbaar.
     Het huidige (gotisch) koor van twee traveeën moet het resultaat zijn van een latere bouwcampagne.
     Op oude grafische documenten wordt de kerk afgebeeld als een kruiskerk, blijkbaar éénbeukig met rechthoekig koor, met een houten dakruiter op de viering.
     De kerk werd beschadigd toen op 25 april de Gentenaars het dorp in brand staken. De vernielingen tengevolge van de Beeldenstorm in 1566 werden op 200 Hfl. geschat. Rond 1580 werd de kerk opnieuw 'geprofaneerd' (= ontwijd).
     Op de kaart uit 1576 wordt noordelijk maar één transeptarm getekend en vermits de sluitstenen van het noordelijke zijkoor én van de aansluitende transeptarm versierd zijn met de wapenschilden van resp. Joos Borluut (+1597) en resp. Philippine Borluut (+1605), is het waarschijnlijk dat de twee oude noordelijke dwarskapellen gebouwd zijn in opdracht van dat echtpaar op het einde van de 15de eeuw, ter vervanging(?) van een oudere enkelvoudige transeptarm en het lijkt aannemelijk dat de twee gelijkaardige oude zuidelijke dwarskapellen nagenoeg in dezelfde tijdspanne zijn opgetrokken.
     Volgens het grondplan van de kadasterkaart van 1835 moet het schip toen een noordelijke zijbeuk gehad hebben. In 1836 werd de benedenkerk driebeukig uitgebouwd en voorzien van pseudo-toscaanse kolommen. Op de oude foto van vóór de restauratie van het einde der 19de eeuw is inderdaad een kerk te zien met drie beuken onder één dak. Volgens dezelfde kaart en foto moet de oude sacristie die zijn geweest, die rond 1655 werd aangebouwd ten oosten, in de verlenging van het koor.
     In het laatste decennium van de 19de eeuw een ontwerp tot herstel van de kerk gemaakt, dat echter door de KCML in 1898 werd afgekeurd. Direct daarna werd het nieuwe ontwerp van de Gentse architect Vaerewijck wel aanvaard in 1900 en uitgevoerd in 1901-'02. Deze restauratie had echter wel de betreurenswaardige totale opruiming van het oude meubilair tot gevolg; alleen een schilderij en het edelsmeedwerk bleven bewaard.

   
OUD-GEMEENTEHUIS

 

Vredesplein nr. 6. Oorspronkelijk hoeve van het gesloten type. Reeds vermeld in de 16de eeuw. In 1715 in kaart gebracht als gesloten hoeve van "Jan Buysse bailliu deser prochie". Thans vooral. aangepaste of gesloopte bedrijfsgebouwen.
Oorspronkelijke erftoegang in aan de straat gelegen bedrijfsvleugel met naar verluidt hergebruikte rechthoekige inrijpoort op de versierde middenstijl gedateerd 1762.
Ten noorden staat het ruim woonhuis van zes traveeën en twee bouwlagen hoog onder zadeldak (van kunstleien). Nieuw bakstenen parement van rond 1940. Behouden steekboogdeurtje in rechthoekige gepleisterde omlijsting met rechte kroonlijst. Behouden bakstenen achtergevel onder getrapte daklijst met twee keldervensters onder de westelijke travee.
Binnenin is er de bewaarde samengestelde balklaag met versierde moerbalk, oude grote schouw met achterwand van gesinterde baksteen en geprofileerde schouwbalk.
Ernaast, bakstenen wegkapel met vernieuwde voorpuntgevel voorzien van deur met tralie en bekronend ijzeren kruis. Witgeschilderde zij- en achtergevels, de linker. met vlechtingen.

Bron: RAR, OGA Sint-Denijs-Boekel, nr. 5.

FRANSKOUTERMOLEN - De houten korenwindmolen (intussen afgebroken) op Franskouter wordt reeds vermeld in 1571 - zie WIJLEGEM

MOLDERGEMMOLEN - Een korenwatermolen, die eigendom was van de abdij van Ename en reeds vermeld in 1229.

Aan de Molenberg nr. 14. Gelegen op de Boekel- of Moldergembeek, aan de grens met Sint-Maria-Horebeke. Eerste vermelding in cartularium van de abdij van Ename van 1229. Na de Franse Revolutie verkocht aan J.B. Vanderhaegen. In 1866 vergunning aan mulder P.L. Ghys voor het plaatsen van een stoommachine voor de korenmolen. In 1949 plaatsing van een elektrische cilindermolen. Molenactiviteiten stopgezet in 1968. In de daaropvolgende jaren in gebruik als jeugdheem, horecazaak, antiekzaak en restaurant z.g. "Mechelse Koekoek".
Bewaard houten sluiswerk met trapsgewijze afgewerkte strekdam. Watermolen met groot ijzeren bovenslagrad.
Bakstenen molengebouw met rechthoekige en licht getoogde vensters, o.m. met ijzeren roedeverdeling, met dorpels van natuursteen en beton onder zadeldak (kunstleien en pannen), aan weerszij uitgebreid in het laatste kwart der 19de eeuw, zie de duidelijk zichtbare bouwnaden aan de waterkant.
Binnenin. Kelders. Maalvloer met plavuizen van Doornikse steen, op een in de watergevel ingemetselde arduinen steen gedateerd 1318, vermoedelijk later ingebracht. Asput met bakstenen ringmuur met hardstenen dekstenen afgedekt door een houten deksel. Spoorwiel met houten kamraderen, vier sterrewielen en handwieltjes; twee meelbakken. Steenbed erboven ondersteund door vier gietijzeren kolommen rustend op de ringmuur rond de asput. Op de steenzolder met oud dakgebint met gebogen spantbenen en houten verbindingen, zijn nog drie van de vier steenkoppels van kunststeen aanwezig met graanbakken en schoenen of slagbakken, en een graankuiser. Twee galgen, één vijs met hoepels. Twee sleepluiwerken met riem en drukrol.

                      Bronnen: RAG, Provinciaal Archief, 1851-1870, nr. 1550,  nr.1579.         
                                     Bauters P. - Buysse R., Oostvlaamse watermolens, inventaris 1980 (Kultureel Jaarboek voor de Provincie Oost-Vlaanderen,
                                     Bijdragen Nieuwe Reeks - nr. 11, Gent, 1980, p. 152-155).

    

     DE OUD-PASTORIE





 

Aan het Vredesplein nr. 34. Pastorie van 1859 met rechts ernaast de oude pastorie uit de 17de eeuw; voortuintjes met vernieuwde bakstenen muurtjes. Achtertuin verkleind door uitbreiding van kerkhof in 1986 met Mariagrot nu op kerkhofgedeelte.
De oude pastorie omvat vier traveeën en één bouwlaag onder mank zadeldak (in kunstleien) met centraal dakvenster, vermoedelijk uit het laatste kwart der 17de eeuw. Een aanvraag van de baljuw, burgemeester en schepenen tot het St.-Baafskapittel om een pastorie te verkrijgen dateert van 1681. Verankerde bakstenen lijstgevel op gecementeerde plint. De rechthoekige vensters zijn gevat in een vlakke gepleisterde omlijsting, rechts met zandstenen omlijsting. Oorspronkelijk rondboogdeur met bovenlicht in zandstenen omlijsting en geprofileerde waterlijst, op storende wijze vervangen door brede rechthoekige deur. Erboven gecementeerd dakvenster met puntgevel en getoogd raam. De rechter zijgevel is gecementeerd met een sieranker in geveltop. De gecementeerde achtergevel staat onder een laag afhellend dakschild.
Binnenin werd het gebouw grondig aangepast en verbouwd; het fraaie stucplafond is niet meer zichtbaar.

De nieuwe pastorie werd gebouwd in 1859 o.l.v. E. de Perre-Montigny. Het is een typische 19de eeuwse pastorie van vijf traveeën en twee bouwlagen onder schilddak (pannen). Onderkelderd. Bakstenen lijstgevel met dubbelhuisopstand begrensd door hoeklisenen. De rechthoekige vensters hebben een houten roedeverdeling en arduinen dorpels, op de begane grond zijn ze beluikt. De rechthoekige voordeur met sierlijk ijzeren bovenlicht is gevat in een geprofileerde arduinen omlijsting met bekronend driehoekig fronton. Gelijkaardige achtergevel met identieke deuromlijsting. Beraapte zijgevel.
Binnen is er de centrale gang met aan weerszij kamers met behouden marmeren schouwen en r. trappenhuis met bordestrap.

Bronnen: RAG, Provinciaal Archief, 1851-1870, nr. 1755/10.                         
De Schinckel Y., Sint-Denijs-Boekel, Zwalm, s.l., 1994, p. 78-79.

     HET VREDESPLEIN

Boerenhuis - aan het Vredesplein nr. 10. Aan de straat gelegen boerenhuis van zes traveeën onder zadeldak (pannen); op de plaats van een hoeve minstens uit de 18de eeuw. Witgeschilderde bakstenen gevel op bruingeschilderde plint met haast rechthoekige vensters en deur. Voorheen beluikt, zie de behouden duimen. Geprofileerde bakstenen daklijst. Binnenin volledig aangepast behoudens de samengestelde balklaag.

Bron: De Schinckel Y., Sint-Denijs-Boekel, Zwalm, s.l., 1994, p. 194-195.

Voormalige hoeve met boerenhuis - aan het Vredesplein nrs 11-13. Voormalige hoeve met boerenhuis van vier traveeën, later uitgebreid met twee rechter traveeën, en anderhalve bouwlaag onder zadeldak (van pannen), uit het derde kwart der 19de eeuw. Bakstenen gevel met lange muurankers en gecementeerde plint. Haast rechthoekige muuropeningen. De deur van nr 11 bevindt zich in de derde travee en is gevat in een omlijsting van gesinterde baksteen met neuten, oren en kroonlijstje; de deur van nr. 13 heeft een geschilderde omlijsting. Links naast de deur is er een getralied keldergat. De hoge benedenvensters hebben T-ramen voorheen met luiken (de duimen werden behouden). Blinde of imitatievensters op de zolderverdieping. Inmiddels gesloopt.
 

Gerenoveerd woonhuis -  Vredesplein nr. 14. Voormalige hoeve, gemeentehuis van rond 1940 tot in 1955 en café. Nu een gerenoveerd woonhuis. Aan de straat gelegen boerenhuis van acht traveeën en anderhalve bouwlaag onder zadeldak (pannen), uit het 3de kwart der 19de eeuw. Bakstenen lijstgevel onder tandlijst. Haast rechthoekige muuropeningen met vernieuwd houtwerk. Deur in derde travee is gevat in een omlijsting van gesinterde baksteen met neuten, oren en tandlijstje. Hoge benedenvensters met bewaarde duimen van verdwenen luiken.

 

Dorpshuis - Vredesplein nr. 17. Dorpshuis gelegen achterin voortuin, afgesloten door ijzeren hekwerk op bakstenen muur met centraal een ijzeren voetgangershek. Verankerd bakstenen woonhuis van zes traveeën en anderhalve bouwlaag onder zadeldak (van pannen), gedateerd van 1837. De kelder bevindt zich links van de voordeur. De hoge rechthoekige benedenvensters hebben een kleine roedeverdeling en groen-witgeschilderde luiken en halfronde bovenvenstertjes met straalsgewijze verdeling. De rechthoekige deur op een trapje heeft een sierlijk bovenlicht gevat in hardstenen omlijsting met opschrift "JFVDB 1837 MJVC" en kroonlijst. De achtergevel is gelijkaardig.
 

Dorpshuis - Vredesplein nr. 19-21. Voorheen hoeve van de St.-Baafsabdij, reeds vermeld in de 15de eeuw. In de 18de eeuw al wethuis en gemeentehuis én herberg genaamd 'Het wetshuis'. In de 20ste eeuw het woonhuis van een handelaar in handschoenen, product van lokale huisnijverheid. Dorpshuis van vier en drie traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (van pannen), van 1810. Lijstgevel afgelijnd door gepleisterde kroonlijst met nagenoeg rechthoekige vensters met vernieuwde T-ramen op arduinen dorpels. Twee deuren, links de licht getoogde voordeur voorafgegaan door arduinen trap en gevat in een gesinterde bakstenen omlijsting. Tegen het blind venster boven deur een beglaasde kapel met H. Hartbeeld. Rechts bevindt zich het woongedeelte met blinde deurtravee met deur gevat in omlijsting van gesinterde baksteen. De linker zijgevel is d.m.v. muurankers gedateerd 1810 en voorzien van sierlijk anker in schoorsteen.
Rechts aansluitend poortgebouw uit het midden der 19de eeuw met een doorrit naar achtergelegen erf omsloten door dienstgebouwen.


Herberg 'de Zwalmhoeve' en slagerij - Aan Vredesplein nr. 25. Het is een dorpshuis van vijf traveeën en twee bouwlagen met zadeldak (in leien), opgericht door onderwijzer F. Missiaen rond 1830 en dan in gebruik als woning, school (tot de oprichting van de nieuwe gemeenteschool in 1869), herberg en hoeve. Rond 1920 herberg-slagerij geworden. Het huis heeft eengecementeerde en witgeschilderde voorgevel met schijnvoegen. Het gelijkvloers is verhoogd. Er zijn licht getoogde vensters met vernieuwd houtwerk van T-ramen. De café- en winkeldeur heeft een steektrapje met ijzeren leuningen. Er zijn ijzeren ringen voor het vastleggen van leidsels van paarden. De achtergevel is witgeschilderd.  

Bron: De Schinckel Y., Sint-Denijs-Boekel, Zwalm, s.l., 1994, p. 130-131.

     HET VOORMALIG GODSHUIS


 

 

 

Woonhuis, voormalig hospitaal - aan het Vredesplein nr. 26. Opvallend ingeplant gebouw aan de voet van heuveltje met kerk en kerkhof. Reeds vermeld in de 16de eeuw als eigendom van de familie Borluut, heren van Boekel. In 1858 ingevolge een schenkingstestament van J. Herman van 1851 omgevormd tot hospitaal en armenhuis of Burgerlijk Hospitaal. In het eerste kwart van de 20ste eeuw door het hospitaalbestuur verkocht. Nu een woonhuis van zes traveeën en twee bouwlagen onder afgewolfd zadeldak (pannen, n straat), uit het tweede kwart der 19de eeuw. Witgeschilderde, verankerde gevels op gecementeerde plint. De naar het zuiden gerichte voorgevel is door de puilijst in twee registers verdeeld. Rechthoekige vensters op arduinen lekdrempels, op de bovenverdieping zijn verschillende blinde vensters en twee deuren met getraceerde bovenlichten en gevat in gesinterde bakstenen omlijstingen met kroonlijstje, de rechter deur is thans dicht gemetseld. De rechter zijgevel, uitziend op splitsing van straat, heeft drie traveeën en tweeënhalve bouwlaag. De zolderverdieping heeft een centrale rechthoekige deur en halfronde vensters . De noordwaarts gerichte achtergevel vlakbij het belendend huis is gelijkaardig aan de voorgevel met één deur in gesinterde bakstenen omlijsting. De linker ongeschilderde zijgevel heeft eveneens halfronde zoldervensters.

Bron: De Schinckel Y., Sint-Denijs-Boekel, Zwalm, s.l, 1994, p. 163-166.

         DE HOEVEN

Hoevetje met losstaande bestanddelen - Heufkensstraat nr. 88. Hoevetje met losstaande bestanddelen, vermoedelijk opklimmend tot midden de 18de eeuw. Het is een haaks op de straat ingeplant
  boerenhuis met gecementeerde gevel onder zadeldak (pannen). De deur is gevat in omlijsting van gesinterde baksteen met neuten, oren en kroonlijstje. Ten zuiden bevindt zich een afzonderlijk gelegen
  tweeledig bakhuis op hoek van erf.

het 'Hof te Moldergem' - op Moldergem nr.100. Het 'Hof te Moldergem' wordt al vermeld in 1562. Het is een gesloten hoeve met gebouwen van diverse volumes opgesteld rondom een onregelmatige vijfhoekige, gekasseide en begraasde binnenplaats voorheen met mestvaalt, nu verstoord door koeienstallen aangebouwd tegen het zuidoostelijke dienstgebouw. Voorheen hing een ijzeren inrijhek aan bakstenen pijler ten oosten van de hoeve.
In de westelijke hoek bevindt zich de rechthoekige toegangspoort onder pannen zadeldak met gekasseide inrit naar binnenerf.
Ten noordwesten staat het boerenhuis van zes traveeën breed onder zadeldak (pannen) met klokkenstoel ter hoogte van de deurtravee, waarschijnlijk uit de 18
de eeuw. Witgeschilderde gevel met thans rechthoekige vensters met vernieuwd houtwerk en persiennes. Getoogde deur in vernieuwde rode bakstenen omlijsting en ovaal bovenlicht in dito omlijsting. Keldergaten onder de rechter travee Eveneens witgeschilderde erfgevel op gepikte plint voorafgegaan door gemetste stoep met trapjes en ijzeren leuning. Steekboogvensters met vernieuwd houtwerk op arduinen lekdrempels met persiennes in vlakke omlijsting. In de eerste twee traveeën, opkamervenster en keldervenstertje. In de derde travee, de getoogde deur en het rechthoekig bovenlicht. Vernieuwde westelijke zijgevel, naar de straat gericht, op schoorsteen voorzien van jaartalanker van 1770; in plint gebogen deurtje van keldertrap.
Binnenin. Gang met vier getoogde paneeldeuren in een witgeschilderde bakstenen omlijsting, resp. van de opkamer, van de meerdelige overwelfde kelder onder de eerste twee traveeën, de zolder en de opkamer aan de erfzijde. Aangepaste woonkamer eveneens met gelijkaardige 18
de-eeuwse deuren.
Ten oosten, aansluitend bij het huis, staat de stalvleugel met drie steekboogdeurtjes. Ten zuidoosten bevindt zich de grote dwarsschuur van zeven traveeën onder zadeldak (pannen, n straat) tussen zijtuitgevels met aandaken, in een zandsteen naast de centrale poort, op de poortstijl en in de dakpannen ter hoogte van de poort gedateerd 1786. Gewitte erfgevel nu onzichtbaar door aangebouwde koeienstallen. Bakstenen, verankerde gevel aan de veldzijde met twee korfboogvormige vleugelpoorten,
links de poort met zandstenen hoekstenen en sluitsteen, rechts de poort met versierde poortstijl en loopdeur, gevat in zandstenen omlijsting. Ook twee later toegevoegde rechthoekige schuifpoorten. De zijgevels zijn afgewerkt met aandaken op zandstenen schouderstukken en vlechtingen, zijgeveltop bekroond met figuratief beeldje.
Ten westen en ten oosten bevinden zich bedrijfsgebouwen met stallen onder overstekende zadeldaken (pannen en in de oostvleugel ook golfplaten), met wit geschilderde erfgevels. De westelijke vleugel met twee klimmende dakkapellen aan de erfzijde.
Ten oosten staat een alleenstaand bakstenen dienstgebouw met stal van drie traveeën onder zadeldak (pannen) met puntgevels afgewerkt met vlechtingen. In geveltop, laadvenster, uilengaten en sieranker.

Kapel van O.-L.-Vrouw van Vrede - Aan de straat naast de hoeveoprit van de bovenvermelde hoeve, staat de kapel van O.-L.-Vrouw van Vrede, opgericht in 1946. Het is een moderne kapel met O.-L.-Vrouwebeeld, en eronder het in arduin gesculpteerd wapenschild van de stichters, de familie De Vos de Moldergem en Ruffo de Bonneval de la Fare, eigenaars van de hoeve, met leuze "Voluntate dei"; de kapel wordt geflankeerd door twee linden.

De 'Moldergemhoeve - Gelegen Moldergem nr. 116. Het is een opvallend in de straatbocht ingeplante grote, goed onderhouden gesloten hoeve met bakstenen hoevegebouwen rondom verharde en op de plaats van de vroegere mestvaalt beplante binnenplaats. Oorspronkelijk open hoeve met losstaande bestanddelen, vermoedelijk opklimmend tot begin 18de eeuw. Werd midden de 19de eeuw door toenmalige burgemeester K.J. Stevens heropgebouwd en naar verluidt na brand in 1912 vernieuwd.
Aan de straat, op hoek van het omhaagde perceel ten oosten van de hoeve, bijbehorend gecementeerd en geschilderd bakstenen O.-L.-Vrouwekapelletje onder pannen zadeldakje met ijzeren kruis, vermoedelijk eveneens uit midden 19de eeuw; nis met plaasteren O.-L.-Vrouwebeeld achter blauwgeschilderde tralie, waaronder steen met ingekerfd opschrift "ave".
Ten oosten staat het onderkelderd boerenhuis van vier traveeën en anderhalve bouwlaag onder zadeldak (zwarte mechanische pannen, n straat), door muurankers in zijgeveltop aan straatkant gedateerd 1849. Verankerde baksteenbouw met gelijkaardige voor- en achtergevel onder geprofileerd daklijstje. Rechth. benedenvensters met arduinen lekdrempels en persiennes. Op halve-verdieping bevinden zich ovale oculi van graanzolder met houten onderverdeling. Rechthoekige deur in uitspringende gesinterde bakstenen omlijsting met fraai getraceerd bovenlicht en recht kroonlijstje. In zijgeveltop aan straat, ovaal zolderluik van tweede zolder. Flankerende zijaanbouwsels onder lessenaarsdak, met ronde oculus in zolderverdieping. Ten noordwesten staat het oorspronkelijke boerenhuis, later in gebruik genomen als stallen, grotendeels heropgebouwd na een brand in 1912. Behouden sporen van vroeger huis in gedeeltelijk bewaarde zijpuntgevel met vlechtingen en de grote schouw binnenin.
Ten zuidwesten staat de dwarsschuur met drie rechthoekige poorten. In eerste poort op middenstijl gedateerd 1851, naar verluidt oorspronkelijk van de erftoegang in de noordoostelijke vleugel aan de straat.

Semi-gesloten hoeve met kapel - Aan de Molenberg nr. 4. Het is een semi-gesloten hoeve uit het begin van de 20ste eeuw, aangepast en gerenoveerd. Met een merkwaardige moerbeiboom (morus nigra) achter tuinmuur. Vóór de oprit naar de hoeve staat een bijbehorende kapel van O.-L.-Vrouw van VII Weeën , volgens kadasterarchief daterend van rond 1914. Het betreft een bakstenen kapel met witgeschilderde puntgevel voorzien van ijzeren kruis. Spitsboogvormige blauwgeschilderde houten en beglaasde deur met blind boogveld. Beelden van O.-L.-Vrouw, H. Antonius en H. Rochus.
 
 

Voormalig molenaarshuis en hoeve - Molenberg nr. 9. Het is het voormalig molenaarshuis en hoeve gelegen tegenover de Moldergemwatermolen, aan de overkant van de straat. Het is een onderkelderd huis van vijf traveeën onder zadeldak (mechanische pannen, n // straat), vermoedelijk in kern daterend uit de 18de eeuw. Het gerenoveerd huis heeft gecementeerde en geschilderde gevels op een gepikte plint. De verankerde voorgevel heeft vernieuwde rechthoekige vensters met arduinen dorpels en met persiennes. Licht getoogde deur met gedicht bovenlicht, op arduinen trapje, en gevat in een gesinterde bakstenen omlijsting met neuten, oren en waterlijstje. Links naast deur bevindt zich de ringvormige ijzeren voetenschraper en een keldergat. Het vroegere dienstgebouw ernaast is nu ingericht als woning (met huisnr. 7).
 

     ANDER  PATRIMONIUM

Woonhuis - Heufkensstraat nr. 19. Woonhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (pannen), uit het 2de kwart der 19de eeuw. Volgens het kadasterarchief werd in de bijgebouwen in 1871 een stokerij gebouwd. Verankerde en beraapte lijstgevel op gecementeerde plint met dubbelhuisopstand voorzien van licht getoogde vensters met vernieuwd houtwerk in een rechthoekige vlakke gecementeerde omlijsting, voorheen op de begane grond beluikt, zie de bewaarde duimen en luikklemmen, twee blinde vensters op de bovenverdieping. Gelijkaardige deur gevat in arduinen omlijsting. IJzeren ring voor de leidsels van paarden.

Burgerhuis - Aan de Heufkensstraat nr. 43. Burgerhuis, vermoedelijk voormalige herberg, van zes traveeën en twee traveeën van inrijpoort met twee bouwlagen onder doorlopend zadeldak (pannen), 1875 gedateerd door muurankers in de linker zijgevel. Gecementeerde lijstgevel met rechthoekige vensters en deur, de linkergevel is gevat in zandstenen omlijsting. Aflijnende geprofileerde kroonlijst.

Woningen, voorheen één gesloten hoeve - Heufkensstraat nr. 22-24. Voorheen één gesloten hoeve met oude kern, naar verluidt werd omstreeks 1900 een gedeelte van de schuur omgevormd tot de huidige woning nr. 22. Gedeeltelijk verhard binnenerf met mestvaalt naast lindeboom.
Nr. 22. Tot woning omgebouwd gedeelte van de vroegere schuur/stallen van de hoeve. Nu aan de straat gelegen huis met gecementeerde gevel van vijf traveeën en anderhalve bouwlaag onder zadeldak (pannen). In de rechter travee zit een rondbogige gevelnis met houten kruisbeeld. Beluikte licht getoogde benedenvensters.
Nr. 24. Zijdelings op de straat ingeplant boerenhuis, vermoedelijk van 1840, cf. naar verluidt nu onzichtbare jaartalankers op zijpuntgevel aan de straat. Woonhuis van zes traveeën en anderhalve bouwlaag onder zadeldak (mechanische pannen). Gecementeerde gevel met schijnvoegen. Getoogde venstertjes met vernieuwd houtwerk. Getoogde deur in omlijsting van gesinterde baksteen met rechte kroonlijst. De naar het zuidoosten gerichte bakstenen erfgevel van anderhalve bouwlaag heeft een hoge gecementeerde plint. Getoogde deur in rechthoekige omlijsting met oren van gesinterde baksteen met kroonlijstje. Halfronde bovenvensters met straalsgewijze verdeling, deels blind. Onder de rechter travee bevindt zich de toegang tot de bietenkelder.
Binnenin: grotendeels aangepast, in de rechter kamer met behoud van samengestelde balklaag met versierde moerbalk en grote grijsgeschilderde schouw met houten geprofileerde schouwbalk, eronder tweedelige overwelfde kelder, o.a. bietenkelder.
Ten zuidoosten staat een bakstenen dienstgebouw met koeienstallen van vijf traveeën onder een overstekend zadeldak (pannen), vermoedelijk deels heropgebouwd rond 1900; met houten ankers.

Burgerhuis, nu apotheek - Aan Heufkenssstraat nr. 142. Het is een burgerhuis, nu omgebouwd als apotheek, van vier traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (pannen), uit eind 19de eeuw. Het huis heeft een gepleisterde en geelgeschilderde lijstgevel met dubbelhuisopstand en met getoogde vensters in geriemde omlijsting. De rechthoekige toegangsdeur is gevat in een arduinen omlijsting.
 

Burgerhuis - Aan Heufkenssstraat nr. 153. Het betreft een burgerhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (van pannen), gebouwd in 1870. Het huis heeft een verankerde bakstenen lijstgevel met dubbelhuisopstand en rechthoekige vensters. Het accent ligt op de rechthoekige voordeur in hardstenen omlijsting met inscriptie "Callaert-Saegaert 1870" en kroonlijst.
 

Hoekhuis - Op Moldergem nr. 1. Het is een hoekhuis van twee bouwlagen onder pannendak, uit midden de 19de eeuw. Nu met gecementeerde gevels. De voorgevel telt negen traveeën met rechthoekige, getoogde vensters en een voordeur met bovenlicht in een omlijsting van gesinterde baksteen met recht kroonlijstje.
 

Villaatje - Op Moldergem nr. 8. Het is een pittoresk villaatje, volgens het kadasterarchief rond 1928 gebouwd door de familie De Bock. Het voortuintje is van de straat afgesloten door een haag en het ijzeren hek naar voordeur en het inrijhek naar de garage, ondergebracht in het linker aanbouwsel. Er is een symmetrische gevelindeling met een middengedeelte van drie traveeën en twee bouwlagen onder tentdak (van kunstleien), geflankeerd door zijrisalieten van één bouwlaag in baksteenbouw en met een gecementeerde bovenbouw. Sierankers. Deur in inspringende rondboogportiek. De rechter. risaliet heeft in het dakvenster, een O.-L.-Vrouwekapelletje en opschrift Ave Maria, ter vervanging van een gesloopt wegkapelletje aan de straat. De linker risaliet bevat de garage, eveneens met een dakvenster. Tegen achteraanbouwsel staan aangebouwde kippenhokken.
  

H. Jozefkapel - Aan de Neerkouter zonder nr. Het is een rechthoekig bakstenen gebouwtje onder leien zadeldak met ijzeren kruis; vermoedelijk uit het tweede kwart van de 20ste eeuw. Het bevat een spitsboogvormige deur in puntgevel met blind boogveld. Oculus in achtergevel. Tandlijst op zijgevels. Vervallen interieur met beeld van H. Jozef met kind en knielende figuur.
 

 

Bron: De Schinckel Y., Sint-Denijs-Boekel, Zwalm, s.l., 1994, p. 130-131.

de 'Riddersput'
 

FIGUREN

     Joos Borluut,'Mijnheer van Boucle' ( ? - 21.6.1597) - Speelde een grote rol in de staatkundige gebeurtenissen van het laatste kwart der 16de eeuw. Als pensionaris van de stad Gent werd hij diverse keren door het magistraat en door de Staten van Vlaanderen gelast met belangrijke zendingen, hetzij bij de hertog van Anjou, hetzij bij de Algemene Staten te Brussel.
     Bij de komst van de hertog van Alva naar Vlaanderen, was vooral Gent een "broeinest van woeling". Toen ene Jan Hembijze (samen met Frans, heer van Rijhove) zich meester maakten van het bewind (en o.a. de gouverneur van Vlaanderen lieten opsluiten), had in augustus 1578 te Gent een nieuwe beeldenstorm plaats en werd de vrijheid van roomsgezinden ernstig bedreigd. Joos Borluut wendde al zijn invloed aan om Hembijze af te zetten als 'voorscepene' en riep daarvoor zelfs de hulp in van de prins van Oranje. Op voorspraak van Joos Borluut benoemde deze Karel Utenhove op de plaats van Hembijze, waarna deze de wijk nam, eerst naar Zeeland, nadien naar Duitsland. In 1580 werd Joos Borluut dan  zelf tot voorschepen van Gent gekozen.
     In 1583 slaagde Hembijze er echter, dankzij allerlei kuiperijen, opnieuw in voorschepen te worden. Hij zocht wraak en in de nacht van 29 op 30 oktober 1583 liet hij Joos Borluut en nog een 12-tal andere koningsgezinden opsluiten, maar
(aanvullen gebeurtenissen met Hembijze) 'jonker' Jan Hembijze zou tenslotte sterven op het schavot, waarna het koninklijk gezag in ere werd hersteld.
     De laatste keer dat Joos Borluut op het staatkundig toneel verschijnt is in mei 1584, toen hij met Joos van Brakel en Antoon Heyman (schepenen van de Keure) en Jacob Taeyaert, pensionaris, naar Doornik trekt samen met afvaardigingen van Brugge en 't Brugse Vrije om met Spanje te onderhandelen.
     Joos Borluut overleed op 21 juni 1597; zijn stoffelijk overschot werd naast dat van zijn nicht en echtgenote Philippote Borluut bijgezet in de grafkelder onder het koor van de St-Dionysiuskerk te St-Denijs-Boekel. 

 

 

     Pastoor Marc DEVENIJNS ( 1939 - 1997)
     Afkomstig uit Kwaremont, ging Marc het Klein Seminarie van St-Niklaas binnen in 1939. In 1941 stapte hij over naar het Groot Seminarie (Reep, Gent). Zijn priesterloopbaan begon in 1945 als hij subregent wordt aan het St-Aloysiuscollege van Ninove; in Ninove werd hij ook proost van Sporta (een school voor wielrenners). Midden de 60-er jaren kreeg Devenijns als eerste parochie Asper. Hij zou er maar tot 1969 blijven, want op 3 september van dat jaar werd hij pastoor van St-Denijs-Boekel als opvolger van pastoor Bracke, die naar Burst vertrok. Hij zou van het herstel en de restauratie van de St-Dionysiuskerk zijn levenswerk maken. Om dat enorme werk te bekostigen zette hij de Boekeltorenfeesten op het getouw. In januari 1970 kwam er  vloerbekleding in het hoogkoor, in 1977 kwamen er nieuwe klokken en de centrale verwarming werd hersteld in 1978. Hij streed al een paar jaar tegen de kanker, toen die hem in 1997 velde.
 

 


Een jonge Marc Devenijns


Al  getekend door
 zijn ziekte

 

VOLKSLEVEN & CULTUUR

OPENBARE DIENSTEN

Het spoorwegstation


Het oorspronkelijk station

 


Het in 1987 geopende nieuwe station

 

     Het oorspronkelijke station werd nog tijdens de aanleg van lijn 89 Denderleeuw-Oudenaarde in 1866-1868 gebouwd op een perceel land, onteigend van de eigenaar van 'het hof De Geyter', dat lag op het grondgebied van Nederzwalm. Het station moest namelijk liggen geografisch ongeveer midden beide voormelde stations. In 1870 was het nieuwe station bruikbaar als halte.
     Tegen 1876 was al een nieuw stationsgebouwtje klaar, aan de andere kant van de toenmalige 'Boekelstraat' op een onteigend perceel, eigendom van de familie Michiels. Het was opgetrokken in neo-vlaamse stijl. Het stationnetje werd bemand door een stationchef en twee bedienden. Bij het begin van de eerste wereldoorlog werd het gebouwtje opgeëist door de Duitse bezetter.
     Na 1970 werd het Boekelse station onder beheer gesteld van Oudenaarde - van waaruit personeel kwam om het te bedienen. Op 23 mei 1983 werd het gebouw gesloopt en vervangen door een nieuwbouw, die mettertijd gesloten werd voor goederen- en reizigerstransport en onbemand bl
eef. Het nieuwe gebouw werd ontworpen door architekt Karel Heyneman en gebouwd door de firma Coghe  in de stijl van het contextualisme (1 van de grote pijlers binnen de post-moderne bouwkunst).

BESCHERMDE MONUMENTEN & LANDSCHAPPEN
de houten FRANSKOUTER-WINDMOLEN

was beschermd door het KB 30/4/1945; de bescherming werd opgeheven vanaf 25.10.1950 na de afbraak. 

de St-DENIJSKERK - de toren, het koor en de zijkoren en de twee originele kruisbeuken) zijn beschermd als monument door het KB van 13/7/1945.  

de MOLENBERG - beschermd als monument door het KB van 19/9/1994

 

 

 

 

de MOLDERGEMMOLEN  
de VINKEMOLEN

- heropbouw van de molen, die zich aanvankelijk (1566) bevond in de hoeimeersch te Oosterzele bevond maar in 1790 verplaatst werd naar de  
   Geraardbergsesteenweg.
   De molen viel om na de storm van26-27 november 1983; de resten werden na jaren en een paar vruchteloze pogingen om de molen ter 
   plaatse her op te richten, geschonken aan de hh. Colaert en Wisse, die hem heropbouwden op Franskouter, ongeveer op dezelfde plaats
   waar tot 1950 de Franskouter-windmolen prijkte (zie hoger).
   Beschermd als monument door het KB 24/1/1944. 

BIBLIOGRAFIE

16 488     JACQUART - 'Les familles-souches' de Saint-Denijs-Boekel (ardt. d'Audenarde) aux 17e et 18e siècles', IG, no 54, 1954, p.370.
16 489     VAN CLEEMPUT P. - 'Van een vroeger streekkunstenaar 'Fientje Goethals' ', M, 2, 1969, no 2, pp. 5-6.
16 490     DHANENS E. - 'De Vijd-Borluut fundatie en het Lam Godsretabel, 1432-1797', Brussel, KVAB, 1976, 100 p., M.KVAB.K., 38, 2.
16 491     N.N. - 'Folkloristische gebruiken in Zuid-Vlaanderen. Reuzenhuwelijk te Sint-Denijs-Boekel', G., 8-11-50.
16 492     N.N. - 'Watermolens te koop: Sint-Denijs-Boekel', ME, $, 1976, p. 47.

Laatste update woensdag 19 augustus 2009

Terug naar       
Mijn Homepage  Homepage Zwalm  Homepage Munkzwalm