|

|
|

|
WAPENSCHILD

Op 4.8.1818 kende de Nederlandse regering aan de
gemeente St-Blasius-Boekel een wapen toe "van lazuur beladen met het
beeld van St-Blasius, een zieke met het teken van kruis genezende, alles
van goud, leunend op zijn staf van bisschop van Sebaste".
Sint-Blasius-Boekel maakte vroeger deel uit van de baronie Schorisse.
Jan van Gavere, heer van Schorisse, droeg in 1287 een schild van goud
met een dubbele geleliede streep-binnenzoom van sinopel met keper van
geel over het geheel. Dit wapen was het oorspronkelijk schild van het
huis van Gavere. Het wapen komt voor op een zegel van Rasse IV, gehecht
aan een charter van 1166. Rasse IV gebruikte het niet meer en verving
het in 1237 door het schild van keel met drie leeuwen van zilver, van de
familie van Chièvres. De heer van Boelare behield de streep-binnenzoom
van Gavere, die trouwens ook het kenmerk bleef van de baronie van
Schorisse.
|
*
ETYMOLOGIE
De naam van
de gemeente is waarschijnlijk afgeleid van “Bock-lo”, “beukelo”
(of
beukenbos), “beukel” en is uiteindelijk “Boekel” geworden.
Aanvankelijk
was de kerk toegewijd aan St.-Bavo en heette het dorp
“Sint-Baafs-Boekel”. Later werd St.-Blasius de patroonheilige en werd
het dorp “Sint-Blasius-Boekel” geheten.
 |
|

STRATENPLAN
|
*
INLEIDING
Sint-Blasius-Boekel is een voormalige gemeente van 416 ha 75 are groot -
een landbouw- en woondorp in zandlemig zuid-Oost-Vlaanderen, meer
bepaald in de Zwalmstreek. Er is een sterk heuvelachtig landschap met
een relief varierend tussen 35m in de Boekelbeekvallei en 95m op
Heuvelgem.
Dit dorp maakt deel uit van het Schelde-Dender-interfluvium. Er zijn
overwegend vruchtbare en goed gedraineerde zand- en leembodems; de bodem
is echter slecht gedraineerd in de vele beekdepressies.
Dit dorp behoort nu tot het administratief en gerechtelijk
arrondissement Oudenaarde-Aalst, kanton Horebeke, gerechtelijk kanton
Brakel.
De economie van deze gemeente werd gedomineerd door de landbouw. Daarnaast was er een bescheiden aanvullende huisnijverheid, vooral linnennijverheid, die teloorging omstreeks 1850. Aldus was de bevolking aangewezen op pendel, waar in de tweede helft van de 20ste eeuw ca. 50% van de actieven zijn bestaan mee verdiende.In de gemeente wonen overwegend pendelaars (in 1961 50% van de actieve
bevolking), vooral naar het Brusselse.
De landbouwactiviteiten hadden tot in de zeventiger jaren der vorige eeuw
betrekking op op 44 bedrijven met een gemiddelde grootte van 6.6 ha. De
landbouwgronden werden benut voor weiland (35%), graangewassen (40%
wintertarwe en -gerst), suikerbieten (8%), voederbieten (4%) en
aardappelen (10%).
Wijken
Heden ten dage kent men er nog zes 'wijken': Armekleie, Bosvelde,
Caildenberg, Heuvelgem, Kouteren en Neerhove.
De lokale oude plaatsnamen waren:
1220: Coudenberg, Creect, Eeckhout;
1450: Harisdael, Wichuussstrate, Pauwelsbrouc;
1650: Boekelmeersch, Tusschen Bosschen, Franscauter, Maerdriesch,
Neckersvelt, Maeseghem, Reekt;
1760: Fontainebosch, Tijds- of Titsvelt.
In deze gemeente komen een paar toponiemen voor, die dateren uit de
Frankische tijd, nl. Heuvelghem (= woning van de lieden van Hubilo) en
Maseghem (= woning van de familie van Maso).
Bevolking
|
1395 |
1575 |
1725 |
1800 |
1830 |
1900 |
1947 |
1961 |
1970 |
|
| ? |
500 |
354 |
674 |
889 |
850 |
724 |
668 |
636 |
|
|
|
* GESCHIEDENIS
* KERKELIJKE GESCHIEDENIS
Vóór St.Blasius was de H.Bavo de patroonheilige van dit dorp zoals
blijkt uit de akte waarbij bisschop Liethardus van Kamerijk in 1132 het
altaar (d.i. de kerk) van Boekel "quod est honore sancti Bavonis" aan de
abdij van Ename schenkt - schenking die in 1148 door paus Eugenius III
en in 1182 door paus Lucius III werd bekrachtigd. Eerst in 1619 werd
St.Bavo als patroonheilige door de toen erg populaire St.Blasius
vervangen, wat meteen de naam van dit parochiedorp veranderde.
Het dorp heeft meer dan vele andere geleden onder de Beeldenstorm (1566)
en van de krijgsverrichtingen, die zich zelfs tot op het kerkhof hebben
afgespeeld. De kerk was als vesting ingericht en de kerkhofmuur was
dienstig als eerste weerstandslinie. De aangerichte schade was echter
gering.
De kerk, die reeds in 1796 in zeer slechte toestand verkeerde, werd in
verschillende fasen opnieuw opgebouwd.
In 1846 was
de benedenkerk voltooid. Sommige materialen van de oude kerk werden
opnieuw gebruikt voor de opbouw van de nieuwe kerk die sober is van
vormgeving. De oude pastorie, gebouwd in 1783, was bouwvallig en te
ver van de kerk gelegen. Daarom werd in 1888 de huidige neogotische pastorie
opgetrokken.
* BURGERLIJKE GESCHIEDENIS
|
 |

Ferraris-kaart (detail) |
St-Blasius-Boekel maakte met zeven andere dorpen (Schorisse, Mater, Welden,
Zegelsem, Horebeke, Elst en Rozebeke) deel uit van de
heerlijkheid, later de baronij (baanderij) Schorisse. Die 7 dorpen
hadden 6 vierscharen. St.Blasius-Boekel en het naburige Rozebeke werden beheerd door dezelfde
vierschaar, die 'gespannen werd' in Rozebeke. Wetten en rechtsmacht werden uitgevoerd door een magistraat,
baljuw genoemd, een meier en zes schepenen. De rechtbank zetelde te
Rozebeke.
De tienden
die er geheven werden, kwamen in drie gelijke delen ten goede aan de Sint-Salvatorsabdij van Ename, de Gentse Sint-Pietersabdij en de
pastoor. Een der eerste geschriften waarin over de gemeente sprake is,
is de schenking in 1132 waarbij de kerk van Sint-Blasius-Boekel aan de abdij van Ename wordt afgestaan. Evenals in het nabije
Sint-Denijs-Boekel, veroorzaakten de oorlogen en godsdiensttroebelen er
in de loop der tijden
veel schade en leed.
|
|
* ONDERWIJS
|
HET
PENSIONAAT
|
|
|

De school en het
pensionaat met het klooster, met rechts de herberg - tevens
gemeentehuis - van Pieter Ogiers
|
|

Klasfoto 1948 met op
de foto v.l.n.r.:
|
Juffrouw Sophie Vanden Broecke, een welgestelde landbouwster,
richtte de school op rond 1860 en deed daarvoor een beroep op de
zusterorde van O.L.Vrouw-Visitatie (St-Amandsberg), die zusters
stuurden vanuit hun klooster van Opbrakel. Ze starten met
onderwijs aan betalende leerlingen op 19 maart 1859. In 1862
was de kant- en zondagsschool een feit. De stallingen van haar
boerderij liet ze ombouwen tot een heuse jongensschool. Ten jare
1878 werd de school door de gemeeentelijke overheid gesloten
omdat de gebouwen bouwvallig waren geworden.
Een nieuwe gemeenschap van Zusters van de orde van
O.L.Vrouw Visitatie werd vanuit het moederhuis te St.
Amandsberg ingericht in 1882. Van 1885
tot 1902 zouden er ook weeskinderen in verblijven. Bij het begin
van 'de Groote Oorlog' namen de Duitsers er hun intrek.
In 1933 voegde men aan het internaat een naaischool toe.
Het pensionaat voor meisjes werd in 1938 vervangen door één voor
jongens.
Wegens het (te) gering aantal leerlingen moest de kostschool in
1952 de deuren sluiten. Een gedeelte van het gebouw vormde men
om tot woonhuis voor de drie er nog verblijvende
kloosterzusters. In 1974 namen ook deze, na 112 jaar
aanwezigheid, afscheid van 'hun' dorp en verlieten
St-Blasius-Boekel.
|
DE
JONGENSSCHOOL
|
|
|
|
* PATRIMONIUM |
PAROCHIEKERK 'ST. BLASIUS'
|
Gelegen langs de Boekelbaan, huisnr 151. Omringend ovaal kerkhof afgesloten door
bakstenen muur en toegankelijk via ijzeren hek aan bakstenen pijlers met
piramidale afwerking op de zuidwesthoek ter vervanging van het vroegere hek
ten zuiden in de kerkhofmuur. De kerk was aanvankelijk toegewijd aan
H. Bavo maar sinds
1619 aan St. Blasius. Een parochiekerk werd hier de eerste maal vermeld in 1108. In
1132 door de bisschop van Kamerijk geschonken aan de abdij van Ename. De
Gentse St. Pietersabdij bezat een derde van de tienden.
Het was oorspronkelijk
een éénbeukig kruiskerkje in
Romaanse en vroeggotische stijl. met een hooggotisch koor en twee
transeptarmen. Door de uitbouw van de zuidelijke transept werd ze
een tweebeukige kerk. In
1704-'05 werd een sacristie gebouwd. De oorspronkelijke kerk geraakte
tegen 1700 zo vervallen, dat kerk en toren al dienden herbouwd. Wederopbouw van toren met
traptorentje en koor in 1796 o.l.v. architect D. De Staercke (Nederbrakel),
de rest van de kerk werd heropgebouwd in 1846-'49. Herstellingen hoofdzakelijk aan dak
en westgevel in 1879-'82 o.l.v. architect E. Van Hoecke-Peeters. Bouw van
een nieuwe sacristie zuidelijk van het koor door architect V. Stordeur
(Zottegem) in 1933, in 1968 heringericht tot winterkapel, zie
gedenkstenen. Restauratie van W.-gevel in 1955 o.l.v. architect De
Weerdt (Zottegem). Opgetrokken uit baksteen met arduinen plinten en in
de oostpartij gebruik van zandsteen voor plinten en hoekstenen,
vermoedelijk van het voormalige koor.
Het is een driebeukige pseudo-basilicale kerk,
voornamelijk opgetrokken uit baksteen en sober van vorm, met
een schip van vier traveeën met ten westen een vooruitspringende middenpartij met
portaal en trap naar orgeltribune, ten oosten een rechthoekig koor van één travee
met ten zuiden de sacristie, en ten oosten de vierkante koortoren met
noordelijk het vierkant
traptorentje tot tweede geleding van toren. De westgevel met vooruitspringende middentravee met puntgevel afgelijnd door
hoekblokken, is voorzien van rondboogvormig portaal voorzien van klink in
vuistvorm. Gecementeerd in 1934 en terug ontpleisterd in 1955. De geveltop
is bekroond door stenen kruis. Zijtravee met rondboogvormige nissen, nu met grijs geschilderde beelden, resp. H. Hart van Jezus en H. Hart van Maria.
Er zijn rondbogige vensters met ijzeren roedeverdeling op arduinen dorpels in
zijbeuken en koor. Aan de oostgevel van de noordelijke zijbeuk hangt nog
de overluifeling van
een (verdwenen) calvarie. Vierkante koortoren met rondboogvormige galmgaten met uurwerkplaten
onder tentdak met smeedijzeren kruis, bol en haan.
Het interieur is
gepleisterd en werd in 1999
hergeschilderd. Zwarte marmeren vloer. De beuken zijn gescheiden door
rondboogvormige scheibogen op zuilen met achtkantige sokkel en Toscaans
kapiteel. Middenbeuk met tongewelven gescheiden door gordelbogen rustend
op consoles met putti. Zijbeuken met kruisgewelven gescheiden door
gordelbogen rustend op pilasters. Het meubilair omvat o.a. de schilderijen: "St.-Blasius geneest een kind" van A. Van den
Heuvel, gedateerd 1666 en "Calvarie", gedateerd 1770 en gesigneerd F.
Gent, nu boven hoofdaltaar. Beeldhouwwerk: polychroom houten beeld van "H. Catharina" uit eind
de 16de eeuw;
olmen calvariebeelden uit begin 17de eeuw, voorheen aan buitengevel van koor;
geschilderde en vergulde houten reliekhouder met borstbeeld van H.
Blasius uit de 17de eeuw; buste van H. Blasius in gepolychromeerd hout
ook uit de 17de eeuw;
H. Blasius in gepolychromeerd hout uit de 18de eeuw afkomstig uit de St.-Blasiuskapel
in Kouteren; beelden van H. Blasius van 1861 op het zuidelijk zijaltaar,
verscheidene polychrome plaasteren heiligenbeelden op consoles. Hoofdaltaar met tombe van geschilderd en verguld hout uit het tweede
kwart der 18de eeuw,
witgeschilderde houten beelden van St.-Antonius van Padua en St.-Franciscus
Xaverius in zijdelingse nissen van tabernakel. Neoclassicistische
zijaltaren van 1849, ten noorden gewijd aan O.-L.-Vrouw en ten zuiden aan St.-Blasius.
Twee eiken koorbanken uit het begin der 19de eeuw en
kerkmeesterbanken uit
het tweede kwart der 18de eeuw. In
koor eiken lambriseringen uit begin 19de eeuw. IJzeren communiebank uit midden
van die eeuw,
nu in berging. Preekstoel uit midden der 19de eeuw met draaitrap en ronde kuip met
voorstelling van de vier evangelisten en een bisschop. Twee eiken
biechtstoelen uit de 18de eeuw met de typische medaillons met H. Petrus en H.
Maria Magdalena. * Orgel van L. Loret-Vermeersch (Sint-Niklaas),
aangekocht en geplaatst in 1835, hersteld door J.-P. Draps (Brussel) in
1972-73, originele orgelkast. Zwart marmeren doopvont met koperen deksel
uit de 19de eeuw, nu omheind met ijzeren hek ten westen in de
noordelijke zijbeuk. Neogotische
kruiswegtaferelen geschilderd op doek van 1903, herkomstig van de kerk
van Munkzwalm. Glasramen van H. Coppejans (Gent), acht glasramen in schip met de Werken
van Barmhartigheid en glasraam met H. Cecilia op doksaal, van 1937, twee
glasramen met voorstelling van H. Blasius en H. Catharina in koor van
1938. Verschillende grafstenen en gedenkstenen uit de 19de en 20ste eeuw in de buitenmuren
van de kerk.
Bronnen:
RAG, Provinciaal
Archief, 1830-1850, nr. 2534/10; St.-Pietersabdij II, nr. 996.
Sint-Blasius-Boekel, Pastorie, Liber Memorialis.
De Noyette G. - Hoebeke M., Dorpsbeelden uit het verleden, Zwalm,
Nazareth, 1994, p. 53.
Dhanens E., Kanton Sint-Maria-Horebeke, Tekst, Inventaris van het
Kunstpatrimonium van Oost-Vlaanderen, VII, Gent, 1971, p. 261-273.
|
Voormalig schoolhuis bij oud-gemeenteschool en gemeentehuis
Langs de Boekelbaan nrs 89-91. Het betreft resp. het voormalig
schoolhuis bij de oud-gemeenteschool en het oud-gemeentehuis, nu woonhuis.
Het is een aan
de straat ingeplant gebouw van drie traveeën en twee bouwlagen onder
schilddak (kunstleien) met twee, later aangebrachte klimmende
dakkapellen, daterend van 1871 naar een opdracht van architect E. de Perre-Montigny,
volgens de (nu nog moeilijk leesbare) gedenkstenen links en
rechts naast de eerste deur van het vroegere schoolhuis. Eertijds
geflankeerd door ijzeren hekken aan bakstenen pijlers. De huizen
hebben een bakstenen
lijstgevel op gecementeerde plint met vooruitspringend middenrisaliet* hoger opgetrokken in driehoekig pseudo-fronton
met oculus en boogfries en afgelijnd door hoeklisenen. Begane
grond afgelijnd door bakstenen puilijst. Getoogde vensters en
deuren met waterlijstjes, arduinen dorpels van bovenvensters
verbonden tot kordonlijst. Gecementeerde zijgevels.
De voormalige klaslokalen
bevinden zich achteraan
de speelplaats.
*
risaliet = deel van de voorgevel, minstens een venster
breed, en vooruitspringend over gehele hoogte van de woning.
Bron: De Noyette G. - Hoebeke M.,
Dorpsbeelden uit het verleden, Zwalm, Nazareth, 1994, p. 61.
|
Oud-herberg
Aan de Boekelbaan nr 96. Huis, naar verluidt
voorheen ook café "In den ronden trap", vermoedelijk zo
genoemd omwille van de halfronde deurstoep, nu in dienstgebouw op achtererf.
Het
café werd stopgezet in 1952 en de hoeve werd uitgebouwd met U-vormige
opstelling. Aan de straat gelegen woonhuis van vijf traveeën en
twee bouwlagen onder zadeldak (leien), in de kern één bouwlaag hoog,
cf. de
bouwnaad met sporen van vlechtingen in de rechter zijgevel, naar
verluidt toevoeging van de bovenverdieping rond 1925. Lijstgevel met
dubbelhuisopstand, in 1937 voorzien van een vernieuwd parement
van gele baksteen. Getoogde vensters met vernieuwd houtwerk in
geriemde omlijsting, op de bovenverdieping met sluitsteen. Getoogde
deur in hardstenen omlijsting met kroonlijstje. Beraapte
achtergevel.
|
Voormalige kloosterschool, nu 'Vrije Basisschool Zwalm'
Gelegen Boekelbaan nr 110. Het was een voormalige kloosterschool van de zusters van de
Visitatie tot 1975. In 1882 werden het klooster annex school
gebouwd. Het
internaat voor jongens deed dienst tot 1952, de kostschool werd
gesloopt in 1955. Het gebouwengeheel vormde vroeger een imponerend complex in het dorpsbeeld;
de
oude schoolgebouwen zijn nu grotendeels aangepast of gesloopt.
In het gebouw huist nu een afdeling van de "Vrije Basisschool
Zwalm".
Bron: De Noyette G. - Hoebeke M.,
Dorpsbeelden uit het verleden, Zwalm, Nazareth, 1994, p. 70.
|
|
de
WIJKEN
FRANSKOUTER
Aanvankelijk heette dit gebied de Vranckxkouter. De
adellijke familie Vranckx die afkomstig was uit Frans-Vlaanderen had op
deze kouter meerdere bezittingen. De Franskouter grenst onmiddellijk aan
Wijlegem. Op het hoogste punt van deze kouter stond tot 1946 een forse
staakmolen. Volgens een heemkundige studie zou deze molen reeds vermeld
worden rond 1500 en behoorde ze toe aan Formelis Borluut, heer van
Boekel. In 1704 werd de windmolen verkocht aan Jan de Cooman, maar tot
aan de afschaffing van der heerlijkheden, werden er cijnsrechten betaald
aan de familie Borluut en later Van Melle. De benaming "Franskouter"
dateert van WO I: de Fransen hadden er enkele schermutselingen met de
Duitsers.
|
VERDWENEN PATRIMONIUM
DE MOLENS
'TE SPYTE' Zowel de letterkundige Herman Teirlinck als de
heimatschrijver Abraham Hans hebben het in een van hun romans over een
windmolen, 'ten Spyte' of 'Ten Spaye', gebaseerd op deze windmolen -
een houten korenwindmolen, die zich bevond in een uithoek van
St-Blasius-Boekel, op de wijk Heulegem (nu Heuvelgem) langs de
linkerkant van de baan naar Hundelgem. In het begin der 19de eeuw was de molen eigendom van de
molenaarsfamilie Vermassen uit Erwetegem. Het is Francies Vermassen die
hem, met al zijn aanhankelijkheden, op woensdag 17 mei 1848 om 15u in
'De Halve Maan' bij August Van Nieuwenhove, Dorp, Nederbrakel, tracht te
verkopen; er komen echter geen kopers opdagen. Na verdeling staat de
molen in 1873 ingeschreven op naam van Karel-Lodewijk De Vos, gehuwd met
een dochter van Vermassen en landbouwer te Steenhuize-Wijnhuize. Op 27 december 1877 gebeurt hier een eigenaardig en
betreurenswaardig ongeval: "Er is te Blasius Boucle een groot ongeluk
voorgevallen. De genaamde August De Temmerman, die aldaar naar den
molen, met koren te malen ging, is langs den weg in brand geraakt. Deze
laadman, welke op den weg ene pijp had gerookt, had de onvoorzichtigheid
gehad deze pijp niet schoon uitgekuischt in zijn vestzak te steken,
alswaar, zoo het schijnt, eenige fosforstekskens inzaten, die den brand
hebben aangezet".
|
DE
HOEVEN
'GOED ter LUCHT'
of 'KLOKMANSHOEVE'
komt met deze naam voor in oorkonden uit de 16de, 17de
en 18de eeuw. De naam zou betekenen 'gelegen in de volle
natuur' of 'in de open lucht'
De hoeve werd voor een deel in leen gehouden van de
Gentse St.-Pietersabdij en behoorde in 1492 toe aan Reynier De
Doncker. De oppervlakte bedroeg 7 bunder "metten berghe ende
upperhove ende weede rondsomme tselve hof gheleghen" (RAG,
St-Pieters, 1ste reeks, 465). In 1508 eigendom van Nicolaas Ghermez (Acten en
Contracten, keure 1504-1505, pp.31, 78, 96 - SAG). In 1587 verkocht
Helena de Betz, weduwe van jonker Jan van Savary, aan haar neef
Maximiliaan de la Haye, heer van Fresnoy, de eigendom "ghenaemt
tgoed ter lucht ghezeyt clocmans groot int gheheele XXXV bunderen"
(waarvan 7 bunder in leen gehouden van eerder vernoemde abdij)(Ibid.
567 fo 37).
In 1688 was het goed
in handen van N. Stalins, heer van Rollegem, uit hoofde van diens
echtgenote Alberta Stalins. De hoeve had in 1688 een oppervlakte van 7 bunder, in 1762 ca 12 bunder.
Wordt nu 'de Klokmanshoeve' genoemd. Gelegen tussen St.-Blasius-Boekel
en Rozebeke, op de noordelijke flank van de Heuvelgemberg.
'HET
GOED te NEUVILLE'
noemde aanvankelijk het 'Goed te Heuvelgem', omdat het
op de gelijknamige wijk gelegen was, nl. ten zuiden van het huidige
centrum, in de nabijheid van de grens met St.Maria-Horebeke. Vermoed
wordt, dat het mag vereenzelvigd worden met het huidige 'Hof van
Vlaanderen', gelegen op Heuvelgem. Moet een belangrijk goed zijn geweest,
gezien er een meierij aan verbonden was. In 1386 was het eigendom van
Jacob Heymans, gehuwd met Kateline van den Steene; ze houden het goed in
leen van Robbrecht den Maerscalc (SAG 330/8 fo 129 vo
en fo
273 vo)
wordt
nog aangevuld
'HET GOED ter HOPT'
Etymologisch verwijst de naam wellicht naar een
oud toponiem of anders naar 'hop'. De hoeve moet vrij belangrijk zijn geweest. Waar
ze zich bevond valt niet meer te achterhalen. In 1475 eigendom van Olivier den Donkere, "raed ende
uppervalckenier" van de graaf van Vlaanderen en van de hertog van
Bourgondië, die het goed verpachtte. Bij het opmaken van de
Penningkohieren in 1572 is de naam in onbruik.
'HET GOED TE MAALBROECK'
'HOF te
CLOCKENAER'
wordt vermeld in oorkonden der 17de
eeuw.
|
BESTAANDE PATRIMONIUM
 |
het
OUD-GEMEENTEHUIS
Waar de eerste gemeentehuizen stonden blijft onbekend. Wel weet men nog
dat het wethuis lange tijd gehuisvest was in een café in de dorpskom.
Dit gebouw werd echter vervangen door een nieuwe woning. Op een niet
nader te omschrijven tijdstip werd het gemeentehuis overgebracht naar de
toenmalige onderwijzerswoning, gelegen langs de Boekelbaan, vroeger no
31-32. De architect hiervan was De Perre-Montigny. De naam van
de aannemer, die op de hardsteenplaat van de voorgevel vermeld was, valt
bijna niet meer te lezen; mogelijk heette de man William De Gisseleire.
Het gebouw (en de school) werden gebouwd in 1871. De site ligt volledig buiten de huidige dorpskom, langs
de baan naar Zottegem. In aanleg is het huis een eenvoudig, rechthoekig
blok, een bakstenen lijstbouw van drie traveeën, met verdieping. Er is
een horizontale accentuatie met talrijke vertikaal gerichte
elementen, waarbij vooral de hoekpilasters, de vooruitgeschoven
middenpartij en de langwerpige traveeën een rol spelen. De bouwlagen
zijn gelijkwaardig behandeld. De symmetrische opstelling wordt door het tweede
portaal doorbroken. Zeer discrete aanwending van sierelementen: gestelte
bakstenen waterlijsten, klein voet- en architraaflijstje en handstenen
vensterbanklijst op de verdieping. Enkel de kleine puntgevel van de
middenpartij is iets drukker bewerkt met klimmende gestileerde
hangboogjes en de oculus in het veld. Er zijn moderne dakvensters en een
overlangs schilddak. Conceptueel gebouwd als woning, waarbij de
rechtertravee een afzonderlijke toegang heeft die naar het secretariaat
op de verdieping leidde. Stillistisch is de bouw een voorbeeld van zeer
sobere, zakelijke architectuur die volledig op klassiek gerichte basis
opgevat is, waarin enkele schaarse, toenmalig als landeigen aangevoelde
sierelementen ingevoerd waren. Typologisch is het gebouw een landelijke
onderwijzerswoning. Langs de rijbaan vormt de constructie, samen met
enkele andere huizen een klein gehucht dat als dusdanig plaatsbepalend
is geweest in het landschap. Terwijl de andere huizen meestal,landelijke
laagbouwen zijn, is deze schoolwoning de enige die echt opvalt, o.a.
door de grauwe baksteen, de hoge bouwlagen en het overlangse schilddak.
|
DE
PASTORIE
Gelegen Paalweg
1.
Omdat de bediening vanuit St.-Denijs-Boekel te wensen
overliet, poogden de parochianen van St.-Blasius minstens al sinds
1765 een eigen pastoor te verkrijgen. Eén van de problemen hierbij
was het ontbreken van een geschikt onderkomen - daarvoor moesten
immers de tiendeheffers, met name de Gentse St.-Pietersabdij en de
St.-Salvatorabdij van Ename, instaan - wat hen fel tegenstond. Op
13.10.1783 kwam men tot een akkoord en werd het ontwerp voor een
pastorie ingediend. De pastoot moest zélf de bouwwerken (laten)
uitvoeren, de materialen werden hem vanuit Ename geleverd. Het
verdere onderhoud zou door de twee abdijen gebeuren. Als architect
trad mogelijk een monnik uit de St.-Pietersabdij op, Ludovicus de
Villegas.
Volgens het prim.kadaster (1804) was het huis toen een
smalle, haaks geplaatste langsbouw, aansluitend op de in het midden
doorbroken tuinmuur. In 1844 beschrijft de toenmalige pastoor
Battheüs de toestand van zijn pastorie als "goed en in de hof staan
130 fruitbomen".
Het gebouw bleef tot in 1888 in functie als pastorie.
Toen kwam een nieuwbouw, dichter bij de kerk, tot stand, én in de
toenmalige populaire neogotische stijl opgericht. De oude pastorie
werd verkocht aan Richard Verbrught maar onderging geen ingrijpende wijzigingen
- het dak werd vernieuwd en enkele binnenruimtes werden
onderverdeeld.
In 1933 wordt er een landbouwbedrijfje in ondergebracht
en het gebouw ondergaat kort na 1936 veranderingswerken, uitgevoerd
door Johannes Browaeys - er wordt een stal gebouwd, die de
linkerannex met de straatmuur verbindt. In 1946 wordt het aanpalend
huisje samen met het koetshuis gesloopt om plaaats te maken voor een
grotere stal. Het huis blijft bewoond tot het begin der jaren 1980.
Na het overlijden van de toenmalige eigenaar wordt het goed begin
1988 verkocht aan G.V.H.. Begin de negentiger jaren was er even
sprake van sloping maar die vond niet plaats.
De alleenstaande, rechthoekige constructie telt vijf
traveeën en heeft slechts één bouwlaag. Op de bepleisterde gevel
lopen de raamomlijstingen ter hoogte van de dorpels en de lateien
door. De kroonlijst bestaat uit een brede band en een fijn
profiellijstje. Aan de hoofdconstructie sluiten twee kleine vleugels
met lessenaarsdaken aan, die er samen mee opgericht zijn.
De indeling van het interieur is strikt symmetrisch. De
kamers zijn met discreet stucco-werk bekleed, waarbij late rococo en
neoclassicisme naast mekaar voorkomen. Deuren, schoorsteenmantels en
stucco-werk zijn nog authentiek.
De nieuwe
pastorie
Gelegen aan Rijke Kleie nr. 6/ Franskouter.
Neogotisch bakstenen gebouw naar een ontwerp van
architect Vossaert (Oudenaarde) van 1888, in een ommuurde tuin,
voorheen eveneens ommuurde voortuin met getrapt poortgeveltje,
gesloopt in 1963. Het is een onderkelderd huis van drie traveeën en
twee bouwlagen onder zadeldak (van leien), vroeger met klokkenstoel,
tussen zijtrapgevels. Verankerd met opvallende sierlijke ankers.
Licht vooruitspringende rechter travee, hoger opgetrokken in
trapgevel. Muuropeningen gevat in Brugse-travee. De centrale
voordeur met stenen bolkozijn als bovenlicht, wordt voorafgegaan
door een trap. Boven de linker travee bevindt zich een getrapte
dakkapel. Stenen kruiskozijnen met spitsbogige blinde boogvelden met
vernieuwd houtwerk. Links is er een zijaanbouwsel.
Bron:
De Noyette G. - Hoebeke M., Dorpsbeelden uit het verleden, Zwalm,
Nazareth, 1994, p.55.
|

De vroegere pastorie, in 1991 nog in bouwvallige toestand.

De nieuwe pastorie, nog mét klokkenstoel
|
'DE
ST.BLASIUS-HOEVE' of 'Kasteel Van Den Broeck'
De hoeve dankt haar naam aan haar ligging. Gelegen in
de dorpskern van de gemeente aan de Boekelbaan nr 114, op een hoek rechtover de kerk aan de baan
naar St.Maria-Horebeke.
Op oude prentbriefkaarten ook genoemd "Kasteel Van den Broecke"
en "Huis van den heer Burgemeester".
In
de 18de eeuw
opgetekend als gesloten hoeve, in 1839 verbouwd met U-vormige
aanleg en met voortuin afgesloten door ijzeren voetgangershekken
en inrijhek aan bakstenen pijlers met bolbekroning, hekken en
middelste pijlers vervangen. Rond 1929 werd de hoeve verbouwd. Nu heeft het gebouw, door sloop van stallen bij de
verbreding en rechttrekking van de Boekelbaan in 1973, een L-vormige
aanleg. Zowel het huis als de resterende stallen ten noorden
werden omgebouwd tot
twee woningen.
Tot voor kort eigendom van Jozef
Cornelis. Op de zijgevel bevindt zich een jaartal 1839,
het jaar van een verbouwing.
Ten westen staat het woonhuis, oorspronkelijk
van zeven traveeën en één bouwlaag onder afgewolfd schilddak
(pannen), op zijgevel gedateerd in jaartalankers 1839. Rond 1920
toevoeging van de bovenverdieping boven vijf middentraveeën en in 1953
aanpassing van de voorgevel met nieuw parement* van rode
baksteen. Nu onderkelderd huis van vijf traveeën en twee bouwlagen
onder zadeldak (pannen) met zijaanbouwsels van één travee en één bouwlaag.
De lijstgevel heeft rechthoekige vensters in imitatiezandstenen
omlijsting en een centrale rechthoekige deur met behouden houtwerk in
arduinen omlijsting met kroonlijst; het is het restant van het
19de-eeuwse boerenhuis. De beraapte achtergevel heeft hoge rechthoekige vensters
in een vlakke witgepleisterde omlijsting met middenin een laag korfboogdeurtje in zandstenen omlijsting, misschien
een restant van
het oudere huis.
Bronnen: Munkzwalm, Gemeentearchief
Sint-Blasius-Boekel, 1.778.511, Bouwvergunningen.
De Noyette G. - Hoebeke M.,
Dorpsbeelden uit het verleden, Zwalm, Nazareth, 1994, p. 58.
Van Nuffel F. - Van Nuffel A.,
Groot-Zwalm in oude foto's, Eeklo, 1992, p. 11.
* parement = (Fr.)
stenen buitenbekleding van zware muren.
DE
HERRETHOEVE Gelegen Rijkekleie
nr 16, was deze hoeve eigendom van
Jozef Van Der Donckt.
Het is een oude hoeve van het semi-gesloten type, die dateert van voor 1841. Ze
zou in 1885 afgebrand zijn en later heropgebouwd.
Ten zuiden staat een bakstenen schuur onder zadeldak
(pannen, nok // straat) met voorheen twee grote rechthoekige poorten
(nu één poort gedicht) naast elkaar en rechts ernaast een getoogd
deurtje naar het binnenerf.
Ten noorden bevindt zich het onderkelderd boerenhuis
van zeven traveeën onder zadeldak (leien) uit het einde van de 19de
eeuw, recent gerenoveerd. Voorheen gecementeerde gevel, nu
gedecapeerd, en voorzien van licht getoogde vensters op arduinen
lekdrempels met vernieuwd houtwerk. De rechthoekige voordeur heeft
een arduinen omlijsting en een bovenlicht in een omlijsting van
gesinterde baksteen met oren en rechte kroonlijst. Links van de deur
bevindt zich de bietenkelder. De achtergevel met getraliede vensters
is witgeschilderd en heeft een ingangsdeurtje in een omlijsting van
gesinterde baksteen met neuten, oren en waterlijstje.
Binnenin volledig gerenoveerd met behoud van de
enkelvoudige oude balklaag. Ten oosten staan voormalige paarden- en
koeienstallen, ten westen varkensstallen en ten zuiden een schuur en
doorritpoorten. Ten noorden van het huis staat een alleenstaand
bakhuis.
HET HOF VAN
VLAANDEREN De oorsprong van de naam is niet bekend. Toch komt deze
naam algemeen voor op stafkaarten en wordt hij ook door de
lokale bevolking gebruikt. De boerderij is gelegen aan het einde van Heuvelgem en
was tot voor kort eigendom van Paul Manssens. De hoeve werd
gebouwd voor 1841 door Jean-Baptiste Manssens. In 1908 wordt het
gebouw geteisterd door brand maar is in 1909 al heropgebouwd.
|
het 'kasteel' van oud-burgemeester Hector Van Den Broeck, later...
...verbouwd tot de St-Blasiushoeve
|
|
foto
|
DE NOTARISWONING VAN
DE MERGEL of 'HOF ter CLEYE'
Gelegen op de hoek
van Rijkekleie en Franskouter. De woning, gebouwd rond 1850, was de
oorspronkelijke pastorie. Later werd de woning gekocht door notaris
Torrekens, die ze inrichtte als ambtswoning. Toen ze in ? werd verkocht aan Francies Bousard,
was ze in gebruik als boerderij en smidse. En zoals dat gaat op de
buiten, bij een smidse hoort...een 'estaminet'. Anna, de dochter van Francies, woont er nog
steeds. De imposante kastanjeboom van de foto staat er nog altijd. Het
huis wordt nu 'Hof ter Cleye' genoemd. |
|
|
|
|
FRANSKOUTERMOLEN
(485/558 - Op Vrancxkouter)
Langs de weg van Munkzwalm naar St.Blasius-Boekel, op
Franskouter, ter hoogte van Wijlegem en Moldergem, stond tot na
de tweede wereldoorlog een houten standaardmolen, waarvan de
oorsprong teruggaat tot de tweede helft der 16de eeuw: "Meeus
van Helleputte van me Joos Borluyt de cooren wintmuelen van St.
Denys Bouckele voor 156 p. par." (P 1571 5 r°).
De baljuw Adriaan van Helleputte maalt op zon- en feestdagen,
tot bij de aanvang van de mis in 1598 (D.V.).
De molen was eigendom van het geslacht Borluut. Op het einde der
18de eeuw behoort hij toe aan de renteniersfamilie Morel en in
het begin der 19de eeuw aldus in het bezit van J.B. Morel. Rond
1830 komt de molen aan de erven van voornoemde J.B. Morel. Deze
verkopen de molen in 1853 aan molenaar J.B. De Vos van
St-Denijs-Boekel.
Op dinsdag 17.2.1874 verkoopt notaris Vandemergel van Zottegem
"deze schone stokkoornwindmolen samen met de hofstede 1 hectare
15 aren groot, in de herberg 'Den Boulevard' bij Pierre Decang
te Strijpen. Het goed is dan verhuurd aan Van Gansbeke tot 1 mei
1874.
De nieuwe eigenaar is Romanus Moreels, die vanaf 25 november
1876 deze korenmolen uit de hand probeert te verkopen. Het is
molenaar Severinus Baeckaert-Lassasi die op de koop ingaat.
Juist vóór 1900 sterft de mulder echter en komt de molen aan
diens weduwe en hun kinderen.
In 1907 is het opnieuw verkoping, deze maal aan Omer
Ghys-Backaert.
In 1921 tenslotte komt de molen op naam van landbouwer Pieter
Bousard-Van Maldeghem.
Bij een
Koninklijk Besluit werd de molen in 1945 beschermd. Helaas
werd hij in 1946 omvergetrokken. De lage molenwal werd afgegraven
en kort nadien bouwde men er een mechanische maalderij en
woonhuis.
|
|
 |
|
|

|
MOLEN 'Ten Spyte' (B/503/246)
Was een houten korenwindmolen, die in een uithoek van het dorp
stond, op de wijk Heulegem (nu Heuvelgem), langs de linkerkant
van de baan naar Hundelgem. In het begin der 19de eeuw eigendom van de
molenaarsfamilie Vermassen (Erwetegem). Op 17 mei 1848 (15u) in
café 'De Halve Maan' probeert Francies Vermassen hem te verkopen
maar er komen geen kopers opdagen. Na verdeling is de molen in
1873 ingeschreven op naam van Karel-Lodewijk De Vos (gehuwd met
een dochter Vermassen), een landbouwer van Steenhuyze-Wijnhuize. Op 27/12/1877 gebeurde hier een spijtig voorval: ene
August De Temmerman, die koren naar de molen bracht, is door een
onzorgvuldig gedoofde pijp in zijn vestzak, in brand gevlogen... In 1903 wordt de molen verkocht aan molenaar L. De
Backer-Michiels van Maarke-Kerkem, die de molen het jaar daarop
volledig laat vernieuwen. In 1912 komt de molen na verkoop aan
de Boekelse molenaar J.B. De Backer-De Potter. Van 1931 af staat de molen, vervallen, ingeschreven als
'puin'. In 1938 wordt hij afgebroken.
|
|
DE HERBERGEN
In
het Ancien Regime
'den Boer'
1779 "hebbende voor uythanckbert den
Boer met schuppe altydt geseyt schiet ofte schupt den Boer"; was
toen ook een brouwerij (RAG, LvA 403).
'Externest'
1774 een herberg met uithangbord 'den
Externest' (RAG, LvA 403)
'den Hosse'
1779 was gelegen langs de steenweg naar
Zottegem (RAG, LvA 403)
Café DE PAUW - Aan de Boekelbaan opende Emma Valcke,
echtgenote van schrijnwerker Marien De Pauw, in 1910 haar
herberg. Later hield ze het etablissement open samen met haar
dochter Zoë. Emma overleed in 1978. Dochter Zoë zette de zaak
verder tot aan haar dood in 1999. Herberg, huis en
schrijnwerkerij gingen nadien over in de handen van Zoë's neef,
Freddy De Pauw. Samen met zijn vriend Johan Reygaerts verbouwde
Freddy het geheel tot koffiehuis-gastenverblijf. Na de
onverwachte dood van Johan in 2005 voltooide Freddy alleen de
werken en kon in 2007 zijn zaak, die als herinnering aan zijn
vriend de naam 'Johan's Lodge' kreeg, openen.
|
DE (VELD)KAPELLETJES
|
*
ECONOMIE
|
*
FIGUREN
DE
BALJUWS
Joos Roman 1612
Arend de Clercq 1613
Joos van Bourgoigne,
hoogbaljuw 1628
Pieter Roman,
luitenant-baljuw 1630
Lieven Roman 1645
Willem-Gillijn van Eecken 1666
Huibrecht Lanio 1690
Frans Roman 1693
Jan Buysse
Antoon Matthys, heer van
den Broecke
Jan, heer van Langenhove
Pieter-Antoon Roman
Pieter-Frans Truyen
Benedict Truyen
|
DE MEIERS
Lodewijk van Helleputte
Joos de Been
Jan van Haezevelde
Frans van der Haeghen
Philip de Temmerman
Arend van Helleputte
Adriaan van Helleputte
Gillis Aussens
Frans Leurs
Hermes van Coppenhole
Philip de Clercq
|
DE BURGEMEESTERS
P-F. van der Haeghen 1800 E. de Paepe 1803 Pieter-A. Biebuyck
1808 L-B. van den Broucke
1822 J-B. van Crombrugghe
1825 J-B. de Waele
1830 P-Fr. van Crombrugghe
1848 F. Menschaert
1874 A. van der Haeghen 1888
|
CHARLES GHYS
Geboren op 23.9.1843 als jongste zoon van koster Jozef Ghys en
Rosalie Reuselinckx, werkte hij als landbouwer in het ouderlijk
bedrijf aan 'de Plaetse' te St.Blasius. Als 24-jarige stelt hij
zich op 4.11.1867 - datum waarop het leger van Garibaldi
capituleert - kandidaat om deel te mogen uitmaken van het
Pauselijke Zouavenleger. Na een feilloze diensttijd als no 4813
komt hij vrij op 11.9.1869 maar al na anderhalve maand thuis
keert hij naar de Pauselijke Staten terug als dienstplichtige no
9639. Hij maakt als dusdanig het beleg vqn Rome op 20.9.1870
mee. Na de strijd wijkt hij uit naar de Verenigde Staten, en
bekleedde in de parochie waar hij zich vestigde naar zijn vaders
voorbeeld, de functie van koster. Hij overlijdt er in 1914.
|
|
* VOLKSLEVEN & CULTUUR
TONEEL
In de 18de eeuw
bloeide hier een amateurvereniging, die"de rijm- en toneelkunst
beoefende". Zij "stond onder de bescherming van de H.Catharina
en de H.Blasius" en droeg de naam 'Leerzuchtige Jonkheyd'. Haar
kenspreuk was "Leerlingen en sijn geen constenaers".
In 1795 voerden zij een treurspel op,
genaamd 'De standvatigheyt in het christen geloof ofte
zegepraelende martelcroon bekomen door den bisschop van
Sebaasten, den H.Blasius, gemarteliseert door den vreeden
bloeddorstigen tyran Diocletiaenus, Roomsch keizer, alsmede
zynen vraekgierigen presiden ende deszelfs raeden, voorder
uytgeschenen door het ombringen van twee christene vrouwen ende
vervolg van alle chriestenen
(sic)". Dit
stuk moet veel bijval genoten hebben, daar het werd opgevoerd op
28-29-30 augustus, op 4-8-11-18-25 september en op 2-9-16 en 23
oktober 1795.
Van echte toneelkunst had men in die dagen
nog geen echt juist begrip; men deelde in de titel van het stuk
al de ganse inhoud mee, zodat iedereen vooraf al de afloop ervan
kende. De opgevoerde stukken waren wel...stichtend en hun
activiteiten werden daarom zowel door de geestelijke als de
burgerlijke overheden aangemoedigd.
Het 'buitenvolk', dat op school weinig of
niks geleerd had van de (zogeheten 'gewijde') geschiedenis en
ook geen boeken las, kreeg door de vertoning van dgle
'historische' stukken toch enig begrip van vroegere
gebeurtenissen en zeden.
In 1707 speelde hetzelfde gezelschap, van
17 april tot 16 juli, het met dansen afgewisselde treurspel 'Het
H.Bloed'. Toen reeds noemde de vereniging zichzelf 'De
Leerzuchtige redeconstminnende jongheyd'. Haar kenspreuk was
geworden: "Niemand volmaakt als God".
Een andere toneelvereniging 'De Redeminnende broederen'
vertoonde in 1799, van 20 mei tot 20 juni, het treurspel 'De
dood van Jullius Caesar' en 'Drahomira de Luckzo' - in het
laatstgenoemde stuk werd zelfs gedanst en gezongen (!!)(Bron:
'Le Theatre villageois en Flandre, II', pp. 55-56).
Ook in het begin der 20ste eeuw moet er een succesrijk
toneelgezelschap bedrijvig zijn geweest, 'De Boekelzonen'. Op
een indrukwekkende foto prijken de leden van deze maatschappij;
een enkeling valt nog te herkennen - op de 2de rij zit, vierde
van links Jozef Walraedt met rechts van hem toenmalig
burgemeester Ward Billeau.
In het najaar 1979 werd de toneelvereniging 'Boeckeloo'
opgericht. Het waren de leden van het Oudercomité van de Vrije
Basisschool, die een activiteit zochten om de kas (voor gratis
schoolbusvervoer en didactische schoolbenodigdheden) te spijzen, die
besloten toneel te gaan spelen. In maart 1980 had de eerste voorstelling
plaats. De naam van de vereniging vonden ze in de oudste naamgeving van
hun gemeente met daarachter het jaargetal der eerste voorstelling.
Verdienstelijk leden waren: André Pede, Laurent De Waele, Lea Flamand en
Valère De Bock, die mee aan de wieg stonden...
|

foto De Boekelzonen 1902

Boeckeloo80 |
|
DE 'BOEKELSE SPELEN'
In 1970 begon het als een loopkoers voor parochianen - in de
omgeving van café 'Mimosa' maar niet echt gestructureerd. Het
waren Gerard Denijs, Clara Browaeys, Herman Denijs, Fons Moreels
en Albert Broeckaert die aan de wieg ervan stonden. Er deden
zich jammer genoeg algauw enkele persoonlijke ongevallen voor -
het idee 'loopwedstrijd werd dan maar snel vervangen door een
aantal volksspelen in een afgesloten ruimte onder het motto
'deelname gratis en altijd prijs'. In december 1975 sloot de
'Mimosa' deuren en organiseerde men de spelen op het domein van
Julie Lotens waar men bleef tot 1994. Vanaf 1995 gingen de
spelen door op het voetbalterrein van WK Boekel.
|
* BESCHERMDE MONUMENTEN &
LANDSCHAPPEN
- Voormalige pastorie
- beschermd als
monument (de pastorie) en als dorpsgezicht
(dienstgebouwen, poortloge) door KB 9/11/1994.
|
|
- Orgel in de St.Blasiuskerk
- beschermd als
monument door het KB 4/3/1980
|
|
|
* BIBLIOGRAFIE
|
|
Op 1.1.1971 hield dit dorp op te bestaan als zelfstandige
gemeente want het werd, samen met 10 andere, gefusioneerd tot de
fusiegemeente (groot-)Munkzwalm.
|
|
Laatste update
woensdag 24 maart 2010
|
|