BEERLEGEM DIKKELE HERMELGEM HUNDELGEM MEILEGEM MUNKZWALM NEDERZWALM PAULATEM ROBORST ROZEBEKE St-BLASIUS-BOEKEL ST-DENIJS-BOEKEL St-MARIA-LATEM WIJLEGEM DE ZWALMSTREEK HOMEPAGE ZWALM VLAAMSE ARDENNEN

 
ST.MARIA-LATEM
 

St. Maria-Latem heeft een oppervlakte van 228 ha. Zoals in zoveel Zuid-Vlaamse dorpen werd de landbouweconomie aangevuld met huisnijverheid, linnennijverheid tot het midden van de 19de eeuw. Ook nog in de tweede helft van de 20ste eeuw vond de bevolking gedeeltelijk haar bestaan in de landbouw maar voor een steeds groter wordend deel in pendelarbeid, vooral naar het Brusselse - meer dan 55% van de actieve bevolking in 1961, later naar Oudenaarde en Gent.


Oude postkaart



kaart Decroy, 1609

 * INLEIDING

 ETYMOLOGIE

Deze lokaliteit stond reeds in 820 bekend onder de naam “Laethem”, zoals blijkt uit de annalen van de Gentse St. Pietersabdij. De benaming “Laethem” treft men er aan in de jaren 1121, 1225 en 1330. De naam van de gemeente betekent waarschijnlijk “woonplaats van de laat”. Laathem : Late, Lathé, Latem, Lathem, Laetem, Laethem.
Volgens een recente studie van een Duits geleerde zou “Latem” eigenlijk “woning in een moerassige grond” betekenen. (zie ook Paulatem).

 DEMOGRAFIE

1800 1830 1900 1947 1961 1971
447 597 650 648 644 578

   * GESCHIEDENIS

Sint-Maria-Latem maakte eertijds deel uit van het Prinsdom Gavere. Karel-Joseph de Lichtervelde, heer van Laethem, Lilaere, Milan, Marle, werd geboren te Gent en verkreeg bij letteren van Maria-Theresia van 20 oktober 1751 het recht een hertogelijke kroon te dragen. Hij stierf in 1783. De parochiën van Aspelare, Aaigem, Haaltert, Heldergem, Kerksken, Sint-Antelinks en Woubrechtegem stonden onder de heerlijkheid Latem en Lilaere.










 

 


19de eeuwse kaart (Atlas der Buurtwegen - detail)


Bron: www.gisoost.be

 * ONDERWIJS  

De Gemeenteschool



 

     Aan de Latemdreef nrs. 47-49. Voormalige gemeenteschool (nr 49) met links de aanpalende onderwijzerswoning (nr 47) in zeer eenvoudige baksteenarchitectuur. Het eerste schoolgebouw dateert van 1877 en werd uitgebreid en voorzien van een onderwijzerswoning rond 1923. De school werd opgeheven in 1973-'74. Het schoolgebouwtje is nu een vergaderlokaal, van acht traveeën en één bouwlaag onder zadeldak (pannen). De eenvoudige bakstenen gevel heeft licht getoogde vensters aan de straatzijde.
De voormalige onderwijzerswoning is nu een particuliere woning, van drie traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (in kunstleien). Er zijn rechthoekige muuropeningen en de centrale deur is nu gevat in een gecementeerde omlijsting.
 

 De Kloosterschool

     Aan de Latemdreef 77. Vrije Basisschool. Klooster en school van de zusters van St.-Franciscus van Assisië van Opbrakel opgericht in 1898. Gebouwd onder impuls van pastoor L. Geltmeyer met bakstenen uit eigen steenbakkerij. In 1941 oprichting van "Huize ten Berg". In 1950 bouw van nieuwe klaslokalen. In 1970-72 uitbreiding van "Huize ten Berg".
Groot gebouw van elf traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (leien) met vierkant dakruitertje. Nu wit geschilderde lijstgevel met rechthoekige verkleinde vensters met vernieuwd houtwerk. De korfboogvormige poort in arduinen geblokte omlijsting gevat in rechthoek met kroonlijst bevindt zich aan de linkerkant. Binnenin is het gebouw volledig verbouwd.

Bron: Blaton M., Honderd jaar klooster en school te Sint-Maria-Latem, (De Zwalmgalm, III, 4, 1998, p. 4-6).

     Eind de 19de eeuw vond de bisschop van Gent dat het devote dorp-met-schitterend-kerkje een klooster nodig had, alhoewel er toen maar zo'n 600 mensen woonden, . En waar een klooster kwam moest er een school zijn. De pastoor toen, Geltmeyer ofte de legendarische 'Sperre' toog meteen aan de slag - hij bakte eigenhandig de stenen - en met de steun van soeur Rosalie, een non met diplomatische kwaliteiten - die zorgde voor de materiële/financiële middelen - waren school en klooster al gebouwd in 1898. Vier zusters van Sint-Fransiscus-van-Assisië van Opbrakel kwamen er wonen. Rosalie werd mère prieure en twee zusters gaven de lessen. Algauw bezochten 200 leerlingen de school, die, alweer door de bemoeienis van 'de Sperre', een vierde en vijfde klaslokaal kreeg.
     Dezelfde 'Sperre' stichtte tevens een kantschool, kant die in 'de Groote Oorlog' door de zusters tot in Brussel werd gesleten. De zusters waren in eigen dorp naast onderwijsmensen ook 'ziekenbezoeksters' en 'doden-aflegsters'. Kort na de dood van pastoor Geltmeyer in 1919 werd de kantschool opgeheven.
     Geleidelijk werden wees- en gerechtskinderen ondergebracht in een deel van het klooster - Huize Ten Berg. Ook kinderen van weduwnaars, die als 'Franschmans' 'het seizoen gingen doen'  kregen er onderdak en onderwijs.
     In 1934 volgde de officiële erkenning van de school.
     In 1959 kwamen er nieuwe lokalen om het alsmaar stijgend aantal schoolgangers op te vangen en in 1963 werd nog een BLO-afdeling opgezet.
     In 1978 kwam de eerste niet-kloosterlinge, Marie-Louise T'Siobbel, aan het hoofd van de school. In 1990 werd Marc Ghyselinck de eerste mannelijke directeur. Rond die tijd ook begon het aantal leerlingen gestaag te dalen maar o.l.v. Ghyselinck groeide dat aantal terug van 45 naar 90 en het aantal personeelsleden naar 8.
     Tot in 2009 bleven nog 6 kloosterzusters in het gebouw gehuisvest: Myriam (de laatste kloosteroverste), Godentia, Esther,  Anna (de laatste directrice van het tehuis), Domenica en Suzanne.
      Nu herbergt Ten Berg nog zo'n 30 jongeren, er geplaatst door het gerecht
. Anno 2009 wordt het tehuis geleid door Mw An De Ryck

 * PATRIMONIUM

foto

HET OUD-GEMEENTEHUIS

     Aan de Bovenstraat nr 65. Dit voormalig gemeentehuis bleef café tot 1978. Dit dorpshuis werd recent volledig gerenoveerd en voorzien van een nieuwe gevelbekleding en dakbedekking. Het is een breedhuis van acht traveeën en één bouwlaag onder zadeldak (mechanische pannen), in een kern uit de 18de eeuw. Verankerde, gecementeerde en okerkleurig geschilderde lijstgevel op gecementeerde en groen geschilderde plint met keldergaten. Vernieuwde rechthoekige vensters en deur in vlakke witgeschilderde omlijsting. Voorheen met twee deuren, de rechter deur van café en gemeentehuis is nu gedicht. Gevelbeëindiging oorspronkelijk met geprofileerde baksteenlijst.
 

 

 De Pastorie

     Gelegen aan de Latemdreef nr. 55, in voorheen fraai aangelegde tuin met achterin op heuveltje een Mariagrot; aan de straat afgesloten door meidoornhaag en toegankelijk via verdwenen hek aan bakstenen pijlers en een tweede toegang in de Bergstraat. Gebouwd n.o.v. P. De Clercq (Erondegem) in 1847; ervoor gezamenlijke pastorie met Nederzwalm in de Neerstraat aldaar; hersteld in 1869 en gerestaureerd in 2000. Onderkelderd dubbelhuis van drie traveeën en twee bouwlagen onder schilddak (leien) vroeger met dakruitertje. Voorheen grijsberaapte, nu gele ruw gepleisterde lijstgevel met de middentravee bekroond door driehoekig pseudo-fronton met oculus voorzien van ijzeren roedeverdeling. Twee keldervensters in arduinen omlijsting. Rechthoekige deur in hardstenen omlijsting van pilasters met hoofdgestel waarop jaartal 1847. Er zijn rechthoekige beluikte benedenvensters en rondboogvormige bovenvensters, vroeger met persiennes. Vensters met vernieuwd houtwerk naar oud model en bewaarde arduinen dorpels. Zijaanbouwsels onder lessenaarsdak. Gelijkaardige nog beraapte achtergevel met centrale houten dakkapel i.p.v. fronton.
Links uit het begin der 20ste eeuw toegevoegde bakstenen bijgebouwen van één bouwlaag onder pannendak. Interieur. Gang met zwarte marmeren tegels. Deels bewaarde vloeren met rode tegels in spreekplaats en salon en zwarte plavuizen in keuken, eenvoudige marmeren schouwmantels met stucwerk op boezem, plafonds met sober stucwerk en trap met versierde houten trappaal.

Bron: RAG, Provinciaal Archief, 1830-1850, nr. 2542/6. RAG, Provinciaal Archief, 1851-1870, nr. 1785/15.

foto

 ° DE O.L.VROUWPAROCHIEKERK

     Aan de Latemdreef nr. 30. Ingeplant in de straatbocht met omringend kerkhof met lage bakstenen muur vermoedelijk daterend van 1683, doch herhaaldelijk hersteld en vernieuwd. IJzeren toegangshek aan bakstenen pijlers ten zuiden en twee kleinere toegangen ten westen en ten noorden Tegen de rechter pijler van de hoofdtoegang bevindt zich de van bakstenen gemetste roepsteen met arduinen dekplaat.
     De kerk dagtekent uit de 12de eeuw.
De oudste geschiedenis van het kerkgebouw is onbekend. In 1176 werd zij door Alard, bisschop van Kamerijk, aan de St.-Baafsabdij afgestaan. Tengevolge daarvan zou deze abdij, later het St.-Baafskapittel, het patronaat over dit gebedshuis uitoefenen. De grootste gedeelten - de kruisingstoren van Doornikse kalk- en veldsteen uit eind 13de - begin 14de eeuw - van de kerk zijn 12de- tot 14de-eeuws. Zij dateren dus uit de periode van de overgang van de Romaanse naar de Gotische kunst. Deze O.L.Vrouwkerk is in dezelfde stijl gebouwd als de O.L.Vrouwekerk van Pamele (Oudenaarde). Midden de 17de eeuw hadden belangrijke herstellingswerken plaats. Volgens het opmetingsplan van 1905 was de oude westgevel voorzien van de jaarankers 1733, vermoedelijk wijzend op een herstelling. Het meubilair van de kerk is vooral 18de-eeuws: biechtstoel, communiebank, gebeeldhouwde preekstoel. Het houtsnijwerk is een sprekend voorbeeld van barok. Het torenkruis is gedateerd 1765. Het kerkgebouw werd grondig gerestaureerd en vergroot met twee zijbeuken in neogotische stijl o.l.v. architect A.R. Janssens (Gent) in 1906-1910. Herstelling van oorlogsschade vond plaats omstreeks 1920 en 1952. Latere herstellingswerken hadden plaats in 1981 en 1982 o.l.v. architect Mas.

Het betreft een georiënteerd gebouw met plattegrond van een driebeukig basilicaal schip van drie traveeën, een kruising, transept, rechthoekig koor van twee traveeën met vlakke sluiting, met ten zuiden de sacristie en een ronde traptoren en ten noorden een bergplaats, ten westen van de noordelijke zijbeuk de vijfzijdige doopkapel.
De neogotische westgevel met puntgevel op schouderstukken is voorzien van een spitsboogportaal met waterlijst steunend op hoofdjes als consoles en drieledig spitsboogvenster. Houten deur met ijzeren beslag. Westgevels van flankerende zijbeuken resp. voorzien van polygonaal uitgebouwde doopkapel en tweeledig spitsboogvenster. Links naast het portaal bevinden zich de eenvoudige gedenkstenen van WO I en II.
Het schip in neogotische stijl is verlicht door spitsboogvormige tweelichten in de zijbeuken en roosvensters als bovenlichten.
     Vierkante kruisingstoren van Doornikse steen door driehoekige verklimmingen overgaand naar achthoekige klokkenkamer onder naaldspits met torenkruis. Er zit een rechthoekig venstertje in elke gevel van de luikamer. De spitsbogige galmgaten met driepas in boogveld zijn voorzien van een omlopende waterlijst. Kroonlijst rustend op eenvoudige kraagsteentjes.
     N.-transeptarm met gerestaureerd spitsboogvenster bekroond door waterlijst; in O.-muur gedicht venster na plaatsen van zijaltaar. De zuidelijke transeptarm is voorzien van een puntgevel met schouderstukken versierd met 13
de- of 14de-eeuws zandstenen sculptuurwerk met bustes van een mensenpaar. Thans gedicht portaal met gesculpteerde mensenhoofden op de aanzetten en de sluitsteen van de waterlijst, vermoedelijk 13de-14de eeuws. Hoog spitsboogvormig tweelicht geflankeerd door dito beeldnissen met drielobbige spitsbogen met moderne beelden van O.-L.-Vrouw en H. Johannes.
     In de oost- en zijgevels van het koor zitten tweeledige spitsboogvensters met drielobtracering aangebracht na restauratie in begin der jaren 1900.








 









 

Interieur: Beuken gescheiden door spitsboogarcade rustend op hardstenen zuilen met Korinthisch kapiteel. Houten spitstongewelven in middenbeuk, transeptarmen en koor aangebracht bij de restauratie in het begin der 20ste eeuw. Kruisriboverwelving in de kruising, sluitsteen versierd met roos in cirkel, vermoedelijk 14de-eeuws. Houten klokkenstoel in 1966 vervangen door ijzeren. Kruisingspijlers van zandsteen met meervoudige versnijdingen en afgeschuinde hoeken, op de basis versierd met een hoekblad. Aan weerszij van hoofdaltaar, deuren naar verdwenen sacristie ten O. achter het koor, versierd met medaillons. Neogotische balustrade van doskaal boven tochtportaal. Doopkapel gesloten door ijzeren hek.
Mobilair. Schilderijen: "O-L-Vrouw schenkt de rozenkrans aan de H. Dominicus" in het noordelijke zijaltaar, Vlaamse School, 17de-eeuws; "H. Familie met knielende monnik" in het zuidelijk zijaltaar, Vlaamse School, 17de eeuw; "Kruisiging" en "Graflegging", twee staties uit ommegang van O.-L.-Vrouw van Zeven Weeën; Piëta (17de-18de eeuw).
Beeldhouwwerk: 18de-eeuws calvariekruisbeeld nu aangebracht op de zuid-oostkruisingspijler, geklede houten beelden van O.-L.-Vrouw en Ste Gertrudis uit de 19de eeuw. Plaasteren polychrome heiligenbeelden op piëdestal met offerblok. Hoofdaltaar eertijds met portiek van 1651, portiek verdwenen bij de restauratie begin de jaren 1900, en rococotombe en tabernakel uit het midden der 18de eeuw. Zijaltaren van geschilderd hout, in noordelijke transeptarm toegewijd aan O.-L.-Vrouw, van 1654, in de zuidelijke transeptarm van HH. Anna en Bartholomeüs uit het begin der 17de eeuw.
Eikenhouten lambriseringen in koor en transept van 1772. Twee eiken koorbanken uit de 17de-18de eeuw. Eiken communiebank eveneens van 1772 in rococostijl. Rijk gesculpteerde eiken preekstoel op voetstuk met Mariabeeld, vermoedelijk van 1787 en geplaatst tegen de noordoostelijke kruisingspijler. Twee eikenhouten biechtstoelen uit midden der 18de eeuw, ingewerkt in de lambrisering. Doopvont van zwart marmer met koperen deksel van eind de 18de of het begin de 19de eeuw. Sporen van vroeggotische muurschilderingen achter de lambrisering en biechtstoel in het noordelijke transept met voorstelling van figuren in spitsboognissen, vermoedelijk uit het begin der 14de eeuw. Neogotische kruisweg van 1911 geschilderd op koperpanelen door K. Beyaert (Brugge). Het orgel van O. Reygaert (Geraardsbergen) dateert van 1928 want het oorspronkelijk orgel in renaissancestijl afkomstig van de Gentse Sint Pietersabdij werd in WO I volledig vernield.
Glasraam in de oostmuur van het koor met vier episodes uit het leven van Maria, uit het begin der 20ste eeuw. Drie marmeren grafstenen in vloer voor kruising; op kerkhof tegen de (gedichte) deur in de zuidelijke transeptarm grafsteen van burgemeester E. Van der Beken van 1895.

Bronnen: RAR, Kerkarchief Nederzwalm-Hermelgem, Sint-Maria-Latem, nr. 8.                                                                                                                                                                                                 
De Noyette G. - Hoebeke M., Dorpsbeelden uit het verleden, Zwalm, Nazareth, 1994, p. 73-74.                                                                                                                                                   
De Wolf K., Gotische bouwkunst, Vroeg, laat- en postgotiek & invloeden van de renaissance (1225-1625), Architectuurgids Zuid-Oost-Vlaanderen, Zottegem, 1997, p. 33, 66-67. 
Dhanens E., Kanton Sint-Maria-Horebeke, Tekst, Inventaris van het Kunstpatrimonium van Oost-Vlaanderen, VII, Gent, 1971, p. 357-76.                                                                        
Dhanens E., Kanton Sint-Maria-Horebeke, Illustratie, Inventaris van het Kunstpatrimonium van Oost-Vlaanderen, VIII, Gent, 1971, afb. 598-644.                                                           
Vandenbussche-Van den Kerkhove C., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen, provincie Oost-Vlaanderen, Kanton Brakel, Brussel, 1980, p. 43-47.          
      Van Houcke A. - Langerock P., Oude bouwwerken in Vlaanderen, Gent, 1887, I, pl. XXXIII, XXXIV, XXXV

 ° 'KLEIN ZWITSERLAND'


Het gebouwtje in 2008



Aan het Galerijpad nr. 3. Café genaamd "Klein Zwitserland", uit het begin der 20ste eeuw, gebouwd door de toenmalige brouwer L. Van der Beken van de naburige IJzerkotmolen. Mooi gelegen aan spaarvijver van de IJzerkotmolen of spuikom, de z.g. "Waalput", voorheen bewoond door de mulder en de sluiswachter. Behouden houten sluisbalk en ervoor gemoderniseerd en geautomatiseerd sluiswerk van 1980.

Het is een woonhuis van drie traveeën en anderhalve bouwlaag onder een zadeldak van pannen. De voor- en achtergevel zijn witgeschilderd met getoogde muuropeningen met centrale deur. Achter het café staan in U-vormige opstelling met de woning, kleine losstaande bijgebouwen omheen een koertje.

 ° DE YZERKOTMOLEN - lees meer over deze molen en zijn geschiedenis op http://www.ijzerkotmolen.net.
 
Gelegen aan de Zwalmrivier, op het gehucht Hermelbrugge. Hij staat bekend als de oudste papiermolen van de Nederlanden.

Aan het Galerijpad nr. 2. De historiek klimt minstens op tot het begin der 15de eeuw - de oudste vermelding is van 1412. Vermeld als papiermolen in de penningkohieren van 1571-72 en in een akte van 1589. In feite twee molens, in de 19de eeuw bekend als oliemolen, z.g. "stampkot", en korenmolen. In 1897 werd de oliemolen omgevormd tot brouwerij. Maalderij stopgezet in 1954. Molengebouw gerestaureerd in 1997 door Ontwerpteam Archidee & Partners en opnieuw maalvaardig gemaakt door molenmaker R. Wieme.

Voormalige oliemolen, nu café en woonhuis, en graanmolen zijn gelegen aan weerszij van een bijpas van de Zwalm, met ertussen een overbouwing van de waterloop met aan de straat zichtbare sluisbalk en ingebouwd waterrad.
Korenmolengebouw van baksteen met geschilderde en verankerde gevels op gepikte plint. Gebouw van vijf traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (pannen). Getoogde vensters met ijzeren ramen. Brede rechthoekige deur met houten latei en uiterst rechts een korfbogige deur in zandstenen omlijsting uit de 17de eeuw en een gecementeerde waterlijst. Tegen achtergevel, een onderkelderd aanbouwsel van drie traveeën en twee bouwlagen onder een lessenaardak.
Binnenin. Gesloten asput met gecementeerde ringmuur met arduinen afdekking en houten kolommen en typische meelbakjes; met haverpletter en balans. Op de steenzolder, vier koppels maalstenen, o.m. drie afkomstig van La Ferté Sous Jouarre, op eiken steenbed. Overbrenging van gietijzer. Twee houten galgen met ijzering, sleepluiwerk en aandrijfwerk naar een vroegere slijpsteen of zaag.
Ernaast, ingebouwd waterrad met ijzeren bovenslagwiel vermoedelijk van 1896 ter vervanging van twee onderslagwielen. De overbouwing van de Zwalm dateert uit het begin van de 20ste eeuw. In 1998 ontdekte men onder het waterrad een grote Doornikse steen met inscriptie in gotisch schrift en een leeuwenkop, vermoedelijk uit de 14de eeuw.


 



De ingang van het café-restaurant
 

De ingang van de molen

De fameuze steen-met-inscriptie, die onder water werd ontdekt tijdens de restauratie
 

Agnes De Maere (o1923)

De huidige watermolen gaat zeker terug tot de 16de eeuw. De oudste gegevens waarover we voor deze molen beschikken staan vermeld in de 20ste Penningkohieren van 1571 en 1572. Hierin staat dat Daneel de Keysere, eerste deurwaarder in Vlaanderen, de molen in pacht hield van Jan vanden Driessche voor 108 p.par. per jaar en dat in de molen papier gemaakt werd.
Volgens een akte van 1589 was de papiermolen intussen eigendom geworden van Jan de Flandres.
Volgens de inventaris van het bisdom Gent (deel III, p 256) wordt in 1643-'44 een proces gevoerd voor de Raad van Vlaanderen over een kopermolen, voorheen papiermolen. In het procesbundel vermelden beide partijen enkele keren dat de papiermolen een ijzermolen is geworden.  Volgens het verzoekschrift van het Sint-Baafskapittel gebeurde deze omschakeling door de houders van dezelfde cijns als van de papiermolen (welcken papiermeulen bij de possesseurs van de voorseyde cheyns daernaer verandert synde in een ijzermeulen).
In 1792 vraagt Jan Koenraad (Jean Conrad)Vanderbeken, inwoner van Beerlegem, toenmalig eigenaar van de olieslagmolen ('tordoir') in Sint-Maria-Latem, toelating aan Zijne Majesteit om naast deze oliemolen een graanmolen met twee steenkoppels op te richten "de pouvoir ériger à côté de son tordoir, un moulin à deux couples de meules à moudre toutes espèces de grains".
In 1845 kwam hij door erfenis van Van der Beken Jozef, olieslager te Sint Maria Latem toe aan (zijn nicht?zuster?) Van der Beken Amelia (
ºNederzwalm 1871). In 1892 ging deze erfenis over aan Van der Beken Eugenius (˚Beirlegem 16.5.1810), in 1897 reeds naar Van der Beken - Saey, brouwer.
In 1897 door Leon Van der Beken vermoedelijk heropgebouwd als brouwerij
In 1932 werd de molen verkocht aan Van der Beken Louise Marie, 'bijzondere' te Sint Maria Latem. In 1948 verkocht zij de molen aan De Clercq-Van der Beken Louis, burgemeester van Sint Maria-Latem.  De brouwersfamilie emigreerde in 1948 naar Ontario, Canada.
De korenmolen ligt professioneel stil sinds 1954. In 1960 werd de molen verkocht aan Marcel De Boe uit Zottegem. Men is toen zelfs begonnen met het slopen van de korenmolen, maar gelukkig is enkel het “luiwerk” (katrollensysteem om zakken op te halen) verdwenen. De rest van de molen is intact gebleven.
Marcel De Boe verkocht deze op zijn beurt aan Emiel Mareels en Agnes Demaere in 1972. Zij zijn er in 1974 ook gaan wonen. Mevrouw Demaere is nog steeds eigenares van de molen. In 1981 werd een eerste "doe-het-zelf"-restauratiepoging gewaagd. Alhoewel het verdere verval daarmee gelukkig werd gestuit, heeft de molen toen slechts enkele keren kunnen malen. De trillingen brachten immers schade toe aan de niet-gerestaureerde molenstenen. In 1985 werd de Ijzerkotmolen met inbegrip van de keermuren van de waterradgeul, het sluiswerk, het waterrad, het roerend werk, alle werktuigen en hun aandrijving, het houten sluiswerk en de sluismuren ter hoogte van en tussen de vijver en de Zwalm beschermd als monument, vooral om zijn industrieel-archeologische waarde. In 1998 werd dan eindelijk een begin gemaakt met de hoognodige restauratie van het maalwerk van de Ijzerkotmolen.

Nu café en woonhuis. Onderkelderd gebouw met wit geschilderde gevel en pannendak. Beluikte vensters.
Tegenover de molen bevindt zich een voormalige schuur, nu nr. 5 én Taverne-snackbar Ter Swaelm geworden, werd grondig verbouwd (1990).

Bronnen: Munkzwalm, Gemeentearchief Sint-Maria-Latem, 2.075.
                   Bauters P. - Buysse R., De Oostvlaamse watermolens. Inventaris 1980, (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, Bijdragen Nieuwe Reeks - nr. 11, Gent, 1980, p. 161-163).
                   Brouwers F., De IJzerkotmolen, (Levende Molens, XXI, 4, 1999, p. 50-51)
                   Denewet L., De IJzerkotmolen van Sint-Maria-Latem maalt opnieuw, (Molenecho's, XXVII, 2, 1999, p. 96-101)
                   Huys P., Papierwatermolens in Oost-Vlaanderen in de 16de eeuw, (Molenecho's, XVIII, 4, 1990, p. 220-223)

 * FIGUREN


Oorlogsheld SylvainVan De Velde











 

Sylvain Van De Velde is een geboren en getogen Latemnaar. Hij werd geboren op 9 mei 1889. Hij was schrijnwerker en beëdigd landmeter en stond in zijn gemeente bekend omwille van zijn talenkennis – hij was viertalig.
In de nacht van 5 op 6 augustus 1941 had een Engelse bommenwerper (van het type Armstrong Withley – Mark V) van het 77ste squadron zijn opdracht boven Duitsland beëindigd maar werd op zijn terugweg naar Groot-Brittannië getroffen door Duits afweergeschut.
De marconist (W.F. Theull, radio-operator/boordschutter) en de piloot-gezagvoerder Douglas Baber bleven zo lang mogelijk in de bommenwerper en sprongen pas juist voor het toestel in Zegelsem te pletter zou storten.
Douglas Barber belandt via Michel Meulenijzer uit de Dijkstraat bij de familie Rigeaux in Meilegem. Na verloop van 17 dagen besluit men aan de evacuatie van Douglas Baber te beginnen.
Hij werd vanuit Zingem naar het huis van Van De Velde overgebracht om van daaruit door 'vrienden' weggebracht  te worden naar Engeland.
Op zondag 23 augustus al werd Sylvain Van De Velde bij hem thuis aangehouden, door twee militairen en drie leden van de Gestapo. Hij werd naar de gevangenis van Sint Gillis-Brussel overgebracht.
Totaal onverwacht werd Sylvain daar gefusilleerd op 31 maart 1942. Zijn laatste nacht had hij wel het gezelschap gekregen van een aalmoezenier…
Na de oorlog werd zijn stoffelijk overschot bijgezet op het kerkhof van Nederzwalm (naar de uitdrukkelijke wens van Van De Velde zelf). De straat te Sint Maria-Latem waar hij woonde, de Ommegangstraat, werd door burgemeester Grijp herdoopt tot Sylvain Van De Veldestraat en aan het huis van Van De Velde werd een gedenkplaat aangebracht.


Pastoor Geltmeyer, ofte 'De Sperre'









 

 

 

 * VOLKSLEVEN & CULTUUR  
 

    
 de 'ZWALMVINK'

     De Zwalmvink werd in 1959 opgericht onder impuls van Albert en Maurice Verheuen, Victor Van Huffel, Aurelle De Smet en Roger Kellens. In de beginperiode werd vergaderd bij Remi Verheuen. Nadien verhuisde de club naar het café 'Taxi' dat uitgebaat werd door de dochter van Remi, Gaby (o Nederzwalm 4.8.1927 - + SML 15.9.2006, x Kellens Roger) waar men in 1993 nog altijd samenkwam. Om de nodige naambekendheid te verwerven, organiseerde men zelf zettingen, tot 25(!) per seizoen; die vinkenzettingen vonden plaats achter de boomgaard van het clublokaal.
De leden worden regelmatig bevoorraad met nieuwe vinken; dat men daarvoor aangewezen is op vogelvangst, lijkt hén vanzelfsprekend.


Gaby Verheuen (+2006)  vóór
haar café 'Taxi'

 


 


Voorzitter Langlois
 

 * MONUMENTEN & LANDSCHAPPEN

* de O.L.Vrouwekerk - Latemdreef 30, beschermd als monument door het KB 20/7/1943  
* de Yzerkotmolen - Galerijpad 2, beschermd als monument door KB 14/6/1985.  

 * BIBLIOGRAFIE
 
 
16653   Hellebaut G. - Onze-Lieve-Vrouwekerk van Sint-Maria-Latem, VH, 1963, nr 23, 6 juni, pp. 14-17.
 16654   Van Der Linden Renaat - Onze-Lieve-Vrouw van VII weeën te Sint-Maria-Latem, MT, 1961, nr 1, pp.17-18.
 16655   Elaut L - De Sperre, JZ, 5, 1953-'54, pp. 7-24. Pastoor te Sint-Maria-Latem.
 16656   De Boe Marcel - Viermolenpad te Zwalm, N, 42, 1970, nr 11, pp. 254-256.
 16657   NN - Sint-Maria-Latem, Juweeltje aan de Zwalm, LN, 4/7/1961.
 16658   R.L. - Sint-Maria-Latem, "De Vrienden van de Zwalm", OVZ 37, 1962, p.143. 
 16659   Van Den Abeele-Bellon R. - Sint-Maria-Latem, een dorp met kontrasten, FO.VL. 19, 1970, pp. 29-31.  
 

Laatste update dinsdag 22 december 2009

Terug naar       
Mijn Homepage  Homepage Zwalm  Homepage Munkzwalm