|
*
ONDERWIJS
|
De Gemeenteschool
|
Aan de Latemdreef nrs. 47-49.
Voormalige gemeenteschool (nr 49) met links de aanpalende
onderwijzerswoning (nr 47) in zeer eenvoudige
baksteenarchitectuur. Het eerste schoolgebouw dateert van 1877
en werd
uitgebreid en voorzien van een onderwijzerswoning rond 1923.
De school werd opgeheven in 1973-'74. Het schoolgebouwtje is nu
een vergaderlokaal, van acht traveeën en één bouwlaag onder zadeldak
(pannen). De eenvoudige bakstenen gevel heeft licht getoogde
vensters aan de straatzijde.
De voormalige onderwijzerswoning is nu een particuliere woning, van drie traveeën
en twee bouwlagen onder zadeldak (in kunstleien). Er zijn rechthoekige
muuropeningen en de centrale deur is nu gevat in een gecementeerde omlijsting.
|
|
De Kloosterschool |
Aan de Latemdreef 77. Vrije Basisschool. Klooster
en school van de zusters van St.-Franciscus van Assisië van
Opbrakel opgericht in 1898. Gebouwd onder impuls van pastoor
L. Geltmeyer met bakstenen uit eigen steenbakkerij. In 1941
oprichting van "Huize ten Berg". In 1950 bouw van nieuwe
klaslokalen. In 1970-72 uitbreiding van "Huize ten Berg".
Groot gebouw van elf traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak
(leien) met vierkant dakruitertje. Nu wit geschilderde
lijstgevel met rechthoekige verkleinde vensters met vernieuwd
houtwerk. De korfboogvormige poort in arduinen geblokte
omlijsting gevat in rechthoek met kroonlijst bevindt zich
aan de linkerkant. Binnenin
is het gebouw volledig verbouwd.
Bron:
Blaton M., Honderd jaar klooster en school te
Sint-Maria-Latem, (De Zwalmgalm, III, 4, 1998, p. 4-6).
Eind de
19de eeuw vond de bisschop van Gent dat het devote dorp-met-schitterend-kerkje een klooster nodig had, alhoewel er toen maar zo'n 600
mensen woonden, . En waar een
klooster kwam moest er een school zijn. De pastoor toen, Geltmeyer ofte de legendarische 'Sperre' toog meteen aan de
slag - hij bakte eigenhandig de stenen - en met de steun van
soeur Rosalie, een non met diplomatische kwaliteiten - die
zorgde voor de materiële/financiële middelen - waren school en
klooster al gebouwd in 1898. Vier zusters van Sint-Fransiscus-van-Assisië van Opbrakel kwamen er wonen.
Rosalie werd mère prieure en twee zusters gaven de lessen.
Algauw bezochten 200 leerlingen de school, die, alweer door
de bemoeienis van 'de Sperre', een vierde en vijfde
klaslokaal kreeg.
Dezelfde 'Sperre' stichtte tevens een kantschool,
kant die in 'de Groote Oorlog' door de zusters tot in Brussel werd gesleten.
De zusters waren in eigen dorp naast onderwijsmensen ook
'ziekenbezoeksters' en 'doden-aflegsters'. Kort na de dood
van pastoor Geltmeyer in 1919 werd de kantschool opgeheven.
Geleidelijk werden wees- en gerechtskinderen ondergebracht
in een deel van het klooster - Huize Ten Berg. Ook kinderen
van weduwnaars, die als 'Franschmans' 'het seizoen gingen
doen' kregen er onderdak en onderwijs.
In 1934 volgde de officiële erkenning van de school.
In 1959 kwamen er nieuwe lokalen om het alsmaar stijgend
aantal schoolgangers op te vangen en in 1963 werd nog een
BLO-afdeling opgezet.
In
1978 kwam de eerste niet-kloosterlinge, Marie-Louise
T'Siobbel, aan het hoofd van de school. In 1990 werd Marc
Ghyselinck de eerste mannelijke directeur. Rond die tijd ook
begon het aantal leerlingen gestaag te dalen maar o.l.v.
Ghyselinck groeide dat aantal terug van 45 naar 90 en het
aantal personeelsleden naar 8.
Tot in 2009 bleven nog 6 kloosterzusters in het gebouw
gehuisvest: Myriam (de laatste kloosteroverste), Godentia,
Esther, Anna (de laatste directrice van het tehuis),
Domenica en Suzanne.
Nu herbergt Ten Berg nog zo'n
30 jongeren, er geplaatst door het gerecht. Anno
2009 wordt het tehuis geleid door Mw An De Ryck |
|
 |
*
PATRIMONIUM
|
foto |
HET OUD-GEMEENTEHUIS
Aan de Bovenstraat nr 65.
Dit voormalig gemeentehuis bleef café tot 1978. Dit dorpshuis
werd recent volledig gerenoveerd en voorzien van een nieuwe gevelbekleding
en dakbedekking. Het is een breedhuis van acht traveeën en één bouwlaag
onder zadeldak (mechanische pannen), in een kern uit de 18de
eeuw.
Verankerde, gecementeerde en okerkleurig geschilderde
lijstgevel op gecementeerde en groen geschilderde plint met
keldergaten. Vernieuwde rechthoekige vensters en deur in vlakke
witgeschilderde omlijsting. Voorheen met twee deuren, de rechter
deur van café en gemeentehuis is nu gedicht.
Gevelbeëindiging oorspronkelijk met geprofileerde
baksteenlijst.
|
De
Pastorie
Gelegen aan de Latemdreef nr.
55, in voorheen fraai aangelegde tuin met achterin op
heuveltje een Mariagrot; aan de straat afgesloten door
meidoornhaag en toegankelijk via verdwenen hek aan bakstenen
pijlers en een tweede toegang in de Bergstraat. Gebouwd
n.o.v. P. De Clercq (Erondegem) in 1847; ervoor gezamenlijke
pastorie met Nederzwalm in de Neerstraat aldaar; hersteld in
1869 en gerestaureerd in 2000. Onderkelderd dubbelhuis van
drie traveeën en twee bouwlagen onder schilddak (leien) vroeger
met dakruitertje. Voorheen grijsberaapte, nu gele ruw
gepleisterde lijstgevel met de middentravee bekroond door
driehoekig pseudo-fronton met oculus voorzien van ijzeren
roedeverdeling. Twee keldervensters in arduinen omlijsting.
Rechthoekige deur in hardstenen omlijsting van pilasters met
hoofdgestel waarop jaartal 1847. Er zijn rechthoekige beluikte
benedenvensters en rondboogvormige bovenvensters, vroeger
met persiennes. Vensters met vernieuwd houtwerk naar oud
model en bewaarde arduinen dorpels. Zijaanbouwsels onder
lessenaarsdak. Gelijkaardige nog beraapte achtergevel met
centrale houten dakkapel i.p.v. fronton.
Links uit het begin der 20ste eeuw toegevoegde bakstenen
bijgebouwen van één bouwlaag onder pannendak. Interieur. Gang
met zwarte marmeren tegels. Deels bewaarde vloeren met rode
tegels in spreekplaats en salon en zwarte plavuizen in
keuken, eenvoudige marmeren schouwmantels met stucwerk op
boezem, plafonds met sober stucwerk en trap met versierde
houten trappaal.
Bron:
RAG, Provinciaal Archief, 1830-1850,
nr. 2542/6. RAG, Provinciaal Archief, 1851-1870, nr.
1785/15. |
foto |
° DE O.L.VROUWPAROCHIEKERK
Aan de Latemdreef nr. 30.
Ingeplant in de straatbocht met omringend kerkhof met
lage bakstenen muur vermoedelijk daterend van 1683, doch
herhaaldelijk hersteld en vernieuwd. IJzeren toegangshek
aan bakstenen pijlers ten zuiden en twee kleinere toegangen
ten westen en ten noorden Tegen de rechter pijler van de hoofdtoegang
bevindt zich de van
bakstenen gemetste roepsteen met arduinen dekplaat.
De kerk
dagtekent uit de 12de eeuw.
De oudste geschiedenis
van het kerkgebouw is onbekend.
In 1176 werd zij door Alard, bisschop van Kamerijk, aan de
St.-Baafsabdij afgestaan. Tengevolge daarvan zou deze abdij,
later het St.-Baafskapittel, het patronaat over dit gebedshuis
uitoefenen. De grootste gedeelten -
de kruisingstoren van Doornikse kalk- en
veldsteen uit eind 13de - begin 14de
eeuw - van de kerk zijn 12de-
tot 14de-eeuws. Zij dateren dus uit de periode
van de overgang van de Romaanse naar de Gotische kunst. Deze
O.L.Vrouwkerk is in dezelfde stijl gebouwd als de O.L.Vrouwekerk
van Pamele (Oudenaarde).
Midden de
17de eeuw hadden belangrijke
herstellingswerken plaats. Volgens het opmetingsplan van
1905 was de oude westgevel voorzien van de jaarankers 1733,
vermoedelijk wijzend op een herstelling.
Het meubilair van de kerk is vooral 18de-eeuws:
biechtstoel, communiebank, gebeeldhouwde preekstoel. Het
houtsnijwerk is een sprekend voorbeeld van barok.
Het torenkruis
is gedateerd 1765. Het kerkgebouw werd grondig gerestaureerd en vergroot met
twee zijbeuken in neogotische stijl o.l.v. architect A.R.
Janssens (Gent) in 1906-1910. Herstelling van
oorlogsschade vond plaats omstreeks 1920 en 1952. Latere
herstellingswerken
hadden plaats in 1981 en 1982 o.l.v. architect Mas.
|
Het betreft een georiënteerd
gebouw met
plattegrond van een driebeukig basilicaal schip van drie
traveeën, een kruising, transept, rechthoekig koor van twee traveeën
met vlakke sluiting, met ten zuiden de sacristie en een
ronde traptoren en ten noorden een bergplaats, ten
westen van de
noordelijke zijbeuk de vijfzijdige doopkapel.
De neogotische westgevel met puntgevel op schouderstukken
is voorzien van een spitsboogportaal met waterlijst steunend op
hoofdjes als consoles en drieledig spitsboogvenster.
Houten deur met ijzeren beslag. Westgevels van
flankerende zijbeuken resp. voorzien van polygonaal
uitgebouwde doopkapel en tweeledig spitsboogvenster. Links
naast het portaal bevinden zich de eenvoudige gedenkstenen van WO I en II.
Het schip in neogotische stijl is verlicht door
spitsboogvormige tweelichten in de zijbeuken en
roosvensters als bovenlichten.
Vierkante kruisingstoren van Doornikse steen door
driehoekige verklimmingen overgaand naar achthoekige
klokkenkamer onder naaldspits met torenkruis. Er zit een
rechthoekig
venstertje in elke gevel van de luikamer. De spitsbogige
galmgaten met driepas in boogveld zijn voorzien van een omlopende
waterlijst. Kroonlijst rustend op eenvoudige
kraagsteentjes.
N.-transeptarm met gerestaureerd spitsboogvenster
bekroond door waterlijst; in O.-muur gedicht venster na
plaatsen van zijaltaar. De zuidelijke transeptarm is voorzien van
een puntgevel met schouderstukken versierd met 13de- of
14de-eeuws
zandstenen sculptuurwerk met bustes van een mensenpaar.
Thans gedicht portaal met gesculpteerde mensenhoofden op
de aanzetten en de sluitsteen van de waterlijst,
vermoedelijk 13de-14de eeuws. Hoog spitsboogvormig tweelicht
geflankeerd door dito beeldnissen met drielobbige
spitsbogen met moderne beelden van O.-L.-Vrouw en H.
Johannes.
In de oost- en zijgevels van het koor zitten tweeledige
spitsboogvensters met drielobtracering aangebracht na
restauratie in begin der jaren 1900.
|

|

|
Interieur: Beuken
gescheiden door spitsboogarcade rustend op hardstenen
zuilen met Korinthisch kapiteel. Houten spitstongewelven
in middenbeuk, transeptarmen en koor aangebracht bij de
restauratie in het begin der 20ste eeuw. Kruisriboverwelving in de kruising,
sluitsteen versierd met roos in cirkel, vermoedelijk
14de-eeuws. Houten klokkenstoel in 1966 vervangen door ijzeren.
Kruisingspijlers van zandsteen met meervoudige
versnijdingen en afgeschuinde hoeken, op de basis
versierd met een hoekblad. Aan weerszij van hoofdaltaar,
deuren naar verdwenen sacristie ten O. achter het koor,
versierd met medaillons. Neogotische balustrade van
doskaal boven tochtportaal. Doopkapel gesloten door
ijzeren hek.
Mobilair. Schilderijen: "O-L-Vrouw schenkt de
rozenkrans aan de H. Dominicus" in het noordelijke zijaltaar, Vlaamse
School, 17de-eeuws; "H. Familie met knielende monnik" in
het zuidelijk zijaltaar,
Vlaamse School, 17de eeuw; "Kruisiging" en "Graflegging",
twee staties uit ommegang van O.-L.-Vrouw van Zeven
Weeën; Piëta (17de-18de eeuw).
Beeldhouwwerk: 18de-eeuws calvariekruisbeeld nu aangebracht
op de zuid-oostkruisingspijler, geklede houten beelden van O.-L.-Vrouw
en Ste Gertrudis uit de 19de eeuw. Plaasteren polychrome
heiligenbeelden op piëdestal met offerblok. Hoofdaltaar
eertijds met portiek van 1651, portiek verdwenen bij
de restauratie begin de jaren 1900, en rococotombe en tabernakel uit
het midden der 18de eeuw. Zijaltaren van geschilderd hout, in
noordelijke transeptarm
toegewijd aan O.-L.-Vrouw, van 1654, in de zuidelijke transeptarm
van HH. Anna en Bartholomeüs uit het begin der 17de eeuw.
Eikenhouten lambriseringen in koor en transept van 1772.
Twee eiken koorbanken uit de 17de-18de eeuw. Eiken communiebank
eveneens van 1772 in rococostijl. Rijk gesculpteerde
eiken preekstoel op voetstuk met Mariabeeld,
vermoedelijk van 1787 en geplaatst tegen de
noordoostelijke kruisingspijler.
Twee eikenhouten biechtstoelen uit midden der 18de eeuw, ingewerkt in
de lambrisering. Doopvont van zwart marmer met koperen
deksel van eind de 18de of het begin de 19de eeuw. Sporen van vroeggotische
muurschilderingen achter de lambrisering en biechtstoel
in het noordelijke transept met voorstelling van figuren in
spitsboognissen, vermoedelijk uit het begin der 14de
eeuw. Neogotische
kruisweg van 1911 geschilderd op koperpanelen door K. Beyaert (Brugge).
Het orgel van O. Reygaert (Geraardsbergen)
dateert van 1928 want het oorspronkelijk orgel in renaissancestijl afkomstig
van de Gentse Sint Pietersabdij werd in WO I volledig
vernield.
Glasraam in de oostmuur van het koor met vier episodes uit het
leven van Maria, uit het begin der 20ste eeuw. Drie marmeren grafstenen in vloer
voor kruising; op kerkhof tegen de (gedichte) deur in de
zuidelijke transeptarm
grafsteen van burgemeester E. Van der Beken van 1895.
Bronnen:
RAR, Kerkarchief
Nederzwalm-Hermelgem, Sint-Maria-Latem, nr. 8.
De Noyette G. - Hoebeke M., Dorpsbeelden uit het
verleden, Zwalm, Nazareth, 1994, p. 73-74.
De Wolf K., Gotische bouwkunst, Vroeg, laat- en
postgotiek & invloeden van de renaissance (1225-1625),
Architectuurgids Zuid-Oost-Vlaanderen, Zottegem, 1997,
p. 33, 66-67.
Dhanens E., Kanton Sint-Maria-Horebeke, Tekst,
Inventaris van het Kunstpatrimonium van Oost-Vlaanderen,
VII, Gent, 1971, p. 357-76.
Dhanens E., Kanton Sint-Maria-Horebeke, Illustratie,
Inventaris van het Kunstpatrimonium van Oost-Vlaanderen,
VIII, Gent, 1971, afb. 598-644.
Vandenbussche-Van den Kerkhove C., Fotorepertorium van
het meubilair van de Belgische bedehuizen, provincie
Oost-Vlaanderen, Kanton Brakel, Brussel, 1980, p. 43-47.
Van Houcke A. - Langerock
P., Oude bouwwerken in Vlaanderen, Gent, 1887, I, pl.
XXXIII, XXXIV, XXXV
|
° 'KLEIN ZWITSERLAND'
 |

Het gebouwtje in 2008 |
Aan het Galerijpad nr. 3. Café
genaamd "Klein Zwitserland", uit het begin der 20ste eeuw,
gebouwd door de toenmalige brouwer L. Van der Beken van de
naburige IJzerkotmolen. Mooi gelegen aan spaarvijver van de
IJzerkotmolen of spuikom, de z.g. "Waalput", voorheen bewoond
door de mulder en de sluiswachter. Behouden houten sluisbalk en
ervoor gemoderniseerd en geautomatiseerd sluiswerk van 1980.
Het is een woonhuis van drie
traveeën en anderhalve bouwlaag onder een zadeldak van pannen.
De voor- en achtergevel zijn witgeschilderd met getoogde
muuropeningen met centrale deur. Achter het café staan in
U-vormige opstelling met de woning, kleine losstaande
bijgebouwen omheen een koertje.
|
° DE YZERKOTMOLEN
-
lees meer
over deze molen en zijn geschiedenis op
http://www.ijzerkotmolen.net.
Gelegen
aan
de Zwalmrivier, op het gehucht
Hermelbrugge. Hij staat
bekend als de oudste papiermolen van de Nederlanden.
Aan het Galerijpad nr. 2. De
historiek klimt minstens op tot het begin der 15de eeuw - de
oudste vermelding is van 1412. Vermeld als papiermolen in de
penningkohieren van 1571-72 en in een akte van 1589. In feite
twee molens, in de 19de eeuw bekend als oliemolen, z.g. "stampkot", en
korenmolen. In 1897 werd de oliemolen omgevormd tot brouwerij.
Maalderij stopgezet in 1954. Molengebouw gerestaureerd in 1997
door Ontwerpteam Archidee & Partners en opnieuw maalvaardig
gemaakt door molenmaker R. Wieme.
Voormalige oliemolen, nu café en
woonhuis, en graanmolen zijn gelegen aan weerszij van een bijpas
van de Zwalm, met ertussen een overbouwing van de waterloop met
aan de straat zichtbare sluisbalk en ingebouwd waterrad. Korenmolengebouw van baksteen met geschilderde en verankerde
gevels op gepikte plint. Gebouw van vijf traveeën en twee bouwlagen
onder zadeldak (pannen). Getoogde vensters met ijzeren ramen.
Brede rechthoekige deur met houten latei en uiterst rechts een korfbogige
deur in zandstenen omlijsting uit de 17de eeuw en een gecementeerde
waterlijst. Tegen achtergevel, een onderkelderd aanbouwsel van drie
traveeën en twee bouwlagen onder een lessenaardak. Binnenin. Gesloten asput met gecementeerde ringmuur met arduinen
afdekking en houten kolommen en typische meelbakjes;
met haverpletter en balans. Op de steenzolder, vier koppels
maalstenen, o.m. drie afkomstig van La Ferté Sous Jouarre, op
eiken steenbed. Overbrenging van gietijzer. Twee houten galgen
met ijzering, sleepluiwerk en aandrijfwerk naar een vroegere
slijpsteen of zaag. Ernaast, ingebouwd waterrad met ijzeren bovenslagwiel
vermoedelijk van 1896 ter vervanging van twee onderslagwielen.
De overbouwing van de Zwalm dateert uit het begin van de 20ste
eeuw. In 1998
ontdekte men onder het waterrad een grote Doornikse steen met
inscriptie in gotisch schrift en een leeuwenkop, vermoedelijk
uit de 14de eeuw.
|

De ingang van het café-restaurant
|

De ingang van de molen |

De fameuze steen-met-inscriptie, die onder water werd ontdekt tijdens de restauratie
|
Agnes De Maere (o1923) |
|
De huidige
watermolen gaat zeker terug tot de 16de eeuw. De oudste
gegevens waarover we voor deze molen beschikken staan
vermeld in de 20ste Penningkohieren van 1571 en
1572. Hierin staat dat Daneel de Keysere, eerste deurwaarder
in Vlaanderen, de molen in pacht hield van Jan vanden
Driessche voor 108 p.par. per jaar en dat in de molen papier
gemaakt werd.
Volgens een akte van 1589 was de papiermolen intussen
eigendom geworden van Jan de Flandres.
Volgens de inventaris van het bisdom Gent (deel III, p 256)
wordt in 1643-'44 een proces gevoerd voor de Raad van
Vlaanderen over een kopermolen, voorheen papiermolen. In het
procesbundel vermelden beide partijen enkele keren dat de
papiermolen een ijzermolen is geworden. Volgens het
verzoekschrift van het Sint-Baafskapittel gebeurde deze
omschakeling door de houders van dezelfde cijns als van de
papiermolen (welcken papiermeulen bij de possesseurs van
de voorseyde cheyns daernaer verandert synde in een
ijzermeulen).
In 1792 vraagt Jan Koenraad (Jean Conrad)Vanderbeken,
inwoner van Beerlegem, toenmalig eigenaar van de
olieslagmolen ('tordoir') in Sint-Maria-Latem,
toelating aan Zijne Majesteit om naast deze oliemolen een
graanmolen met twee steenkoppels op te richten "de
pouvoir ériger à côté de son tordoir, un moulin à deux
couples de meules à moudre toutes espèces de grains".
In 1845 kwam hij door erfenis van Van der Beken Jozef,
olieslager te Sint Maria Latem toe aan (zijn nicht?zuster?)
Van der Beken Amelia (ºNederzwalm
1871). In 1892
ging deze erfenis over aan Van der Beken Eugenius (˚Beirlegem
16.5.1810), in
1897 reeds naar Van der Beken - Saey, brouwer.
In 1897 door Leon Van der Beken vermoedelijk heropgebouwd
als brouwerij
In 1932 werd de molen verkocht aan Van der Beken Louise
Marie, 'bijzondere' te Sint Maria Latem. In 1948 verkocht
zij de molen aan De Clercq-Van der Beken Louis, burgemeester
van Sint Maria-Latem. De brouwersfamilie emigreerde in 1948
naar Ontario, Canada.
De korenmolen
ligt professioneel stil sinds 1954. In 1960 werd de molen
verkocht aan Marcel De Boe uit Zottegem. Men is toen zelfs
begonnen met het slopen van de korenmolen, maar gelukkig is
enkel het “luiwerk” (katrollensysteem om zakken op te halen)
verdwenen. De rest van de molen is intact gebleven.
Marcel De Boe verkocht deze op zijn beurt aan
Emiel Mareels en Agnes Demaere in 1972. Zij zijn er in 1974
ook gaan wonen. Mevrouw Demaere is nog steeds eigenares van
de molen. In 1981 werd een eerste "doe-het-zelf"-restauratiepoging
gewaagd. Alhoewel het verdere verval daarmee gelukkig werd
gestuit, heeft de molen toen slechts enkele keren kunnen
malen. De trillingen brachten immers schade toe aan de
niet-gerestaureerde molenstenen. In 1985 werd de
Ijzerkotmolen met inbegrip van de keermuren van de
waterradgeul, het sluiswerk, het waterrad, het roerend werk,
alle werktuigen en hun aandrijving, het houten sluiswerk en
de sluismuren ter hoogte van en tussen de vijver en de Zwalm
beschermd als monument, vooral om zijn
industrieel-archeologische waarde. In 1998 werd dan
eindelijk een begin gemaakt met de hoognodige restauratie
van het maalwerk van de Ijzerkotmolen.
Nu café en woonhuis. Onderkelderd gebouw met wit geschilderde gevel en pannendak.
Beluikte vensters.
Tegenover de molen bevindt
zich een voormalige schuur, nu nr.
5 én Taverne-snackbar Ter Swaelm geworden, werd grondig verbouwd
(1990).
Bronnen:
Munkzwalm, Gemeentearchief
Sint-Maria-Latem, 2.075.
Bauters P. - Buysse R., De Oostvlaamse watermolens. Inventaris
1980, (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen,
Bijdragen Nieuwe Reeks - nr. 11, Gent, 1980, p. 161-163).
Brouwers F., De IJzerkotmolen, (Levende Molens, XXI, 4, 1999, p.
50-51)
Denewet L., De IJzerkotmolen van Sint-Maria-Latem maalt opnieuw,
(Molenecho's, XXVII, 2, 1999, p. 96-101)
Huys P., Papierwatermolens in Oost-Vlaanderen in de 16de eeuw,
(Molenecho's, XVIII, 4, 1990, p. 220-223)
|
*
FIGUREN

Oorlogsheld SylvainVan De
Velde
|
Sylvain Van De
Velde is een geboren en
getogen Latemnaar. Hij werd geboren op 9 mei 1889. Hij was
schrijnwerker en beëdigd landmeter en stond in zijn gemeente
bekend omwille van zijn talenkennis – hij was viertalig.
In
de nacht van 5 op 6 augustus 1941 had een Engelse bommenwerper
(van het type Armstrong Withley – Mark V) van het 77ste
squadron zijn opdracht boven Duitsland beëindigd maar werd op
zijn terugweg naar Groot-Brittannië getroffen door Duits
afweergeschut.
De
marconist (W.F. Theull, radio-operator/boordschutter) en de
piloot-gezagvoerder Douglas Baber bleven zo lang mogelijk in de
bommenwerper en sprongen pas juist voor het toestel in Zegelsem
te pletter zou storten. Douglas Barber belandt via Michel Meulenijzer uit de Dijkstraat
bij de familie Rigeaux in Meilegem. Na verloop van 17 dagen
besluit men aan de evacuatie van Douglas Baber te beginnen.
Hij werd vanuit Zingem naar het huis van Van De
Velde overgebracht om van daaruit door 'vrienden'
weggebracht te worden naar Engeland. Op zondag 23 augustus al werd Sylvain Van De Velde bij hem thuis
aangehouden, door twee militairen en drie leden van de Gestapo.
Hij werd naar de gevangenis van Sint Gillis-Brussel
overgebracht. Totaal onverwacht werd Sylvain daar gefusilleerd
op 31 maart 1942. Zijn laatste nacht had hij wel het
gezelschap gekregen van een aalmoezenier… Na de oorlog werd
zijn stoffelijk overschot
bijgezet op het kerkhof van Nederzwalm (naar de uitdrukkelijke
wens van Van De Velde zelf). De straat te Sint Maria-Latem waar
hij woonde, de Ommegangstraat, werd door
burgemeester Grijp herdoopt tot Sylvain Van De Veldestraat en
aan het huis van Van De Velde werd een gedenkplaat aangebracht.
|

Pastoor Geltmeyer, ofte 'De
Sperre'
|
|
*
VOLKSLEVEN &
CULTUUR
de
'ZWALMVINK'
|
De Zwalmvink werd in 1959 opgericht onder impuls van Albert en
Maurice Verheuen, Victor Van Huffel, Aurelle De Smet en Roger
Kellens. In de beginperiode werd vergaderd bij Remi Verheuen.
Nadien verhuisde de club naar het café 'Taxi' dat uitgebaat werd door
de dochter van Remi, Gaby (o
Nederzwalm
4.8.1927 - + SML 15.9.2006, x Kellens Roger) waar men in 1993 nog altijd samenkwam. Om
de nodige naambekendheid te verwerven, organiseerde men zelf
zettingen, tot 25(!) per seizoen; die vinkenzettingen vonden plaats
achter de boomgaard van het clublokaal.
De leden worden regelmatig bevoorraad met nieuwe vinken; dat men
daarvoor aangewezen is op vogelvangst, lijkt hén
vanzelfsprekend.
|

Gaby Verheuen (+2006) vóór
haar café 'Taxi'
|
|

|

Voorzitter Langlois
|
|
*
MONUMENTEN &
LANDSCHAPPEN
| * de O.L.Vrouwekerk -
Latemdreef 30, beschermd als monument door het KB 20/7/1943 |
|
| * de Yzerkotmolen
- Galerijpad 2, beschermd als monument door KB 14/6/1985.
|
|
*
BIBLIOGRAFIE
16653
Hellebaut G. - Onze-Lieve-Vrouwekerk van Sint-Maria-Latem, VH, 1963, nr
23, 6 juni, pp. 14-17.
16654 Van Der Linden Renaat - Onze-Lieve-Vrouw van VII weeën
te Sint-Maria-Latem, MT, 1961, nr 1, pp.17-18.
16655 Elaut L - De Sperre, JZ, 5, 1953-'54, pp. 7-24. Pastoor
te Sint-Maria-Latem.
16656 De Boe Marcel - Viermolenpad te Zwalm, N, 42, 1970, nr
11, pp. 254-256.
16657 NN - Sint-Maria-Latem, Juweeltje aan de Zwalm, LN,
4/7/1961.
16658 R.L. - Sint-Maria-Latem, "De Vrienden van de Zwalm", OVZ
37, 1962, p.143.
16659 Van Den Abeele-Bellon R. - Sint-Maria-Latem, een dorp
met kontrasten, FO.VL. 19, 1970, pp. 29-31.
|