BEERLEGEM DIKKELE HERMELGEM HUNDELGEM MEILEGEM MUNKZWALM NEDERZWALM PAULATEM ROBORST ROZEBEKE St-BLASIUS-BOEKEL ST-DENIJS-BOEKEL St-MARIA-LATEM WIJLEGEM DE ZWALMSTREEK HOMEPAGE ZWALM VLAAMSE ARDENNEN


 
  ROZEBEKE
* INLEIDING

Rozebeke heeft een oppervlakte van 184 ha. Het was een landbouwgemeente met linnennijverheid als nevenactiviteit tot ca. 1850. Wegens het afnemend aantal werkkrachten in de landbouw vond in de tweede helft van de 20ste eeuw meer dan 50% van de actieve woonbevolking werk via pendelarbeid, voornamelijk naar het Brusselse.

   Etymologie
De naam zou een eenvoudige woordspeling zijn; enkele voorkomende vormen : 1328 : “Rosebeke”, 1455 : “Rosebeka” 1622 : “Rosebecca”. De volksoverlevering duidt een verband aan van deze benaming met de latere Mariaverering in Rozebeke : nog vóór de doortocht van de geloofspredikers zou hier bij een eikenboom een bron ontsprongen zijn, waarrond bottelrozen groeiden(beek der wilde rozen). Die rozen groeiden er ter ere van “Freya”, godin van de liefde, wiens beeld aan de boom hing. De geloofsverkondigers van de Sint-Pietersabdij vervingen het beeld van Freya door een Mariabeeld, waaraan miraculeuze gaven werden toegekend en dat de oorsprong vormt van de bedevaarten naar Rozebeke. Een andere bron vermeldt dat het een samenstelling is van het Germaanse “rausa” (riet) en “bake” (beek).

   Demografie

1800 1830 1900 1947 1961 1971
325 417 429 426 391 388

        


Kaart uit 1783 (detail)
 

HET WAPENSCHILD








 

  


















 





Het wapen werd aan de gemeente verleend door de Nederlanders
op 14 augustus 1818 en na de onafhankelijkheid bevestigd bij KB van 7.12.1844. Het toont de afbeelding van de dorpskerk met de prachtige toren; een andere figuur in het wapen , een beek met rozelaars, houdt verband met de naam van de gemeente. Het geheel van het wapen staat overduidelijk in het teken van de Mariaverering, aansluitend bij het gezegde van vroegere kerkvaders, die Maria vergeleken met ‘een roos die opbloeit op de oevers van de wateren’.














   


 

     


  
STRATENPLAN

 


DORPSZICHT 1 (1948)

 

 

                                                                                                     
* GESCHIEDENIS

     Rozebeke hing af van de Baronie van Schorisse, gelegen in de kastelenij van Oudenaarde. De heerlijkheid van Rozebeke behoorde toe aan de familie van Lummen, daarna aan die van Egmont. Verder wordt vermeld, de familie van Halewin, heer van Rozebeke.


DORPSZICHT 2 - De achterzijde van de O.L.Vrouwekerk


DORPSZICHT 3 - Vooraanzicht van de kerk

 

 
     Ketterij te Rozebeke
   
De brief met de befaamde formule voor
duiveluitdrijving.

 

 
* HET ONDERWIJS

     Het vrij onderwijs

Aan het Rozebekeplein nr. 11 bevindt zich het vroegere klooster met de erachter aangebouwde lagere school van drie klaslokalen. Gebouwd door de zusters van O.-L.-Vrouw van VII Weeën uit Sint-Maria-Oudenhove naar een ontwerp van architect F. Van Severen (Dendermonde) van 1916, die toentertijd ook de restauratiewerken aan de kerk leidde. Eerst vond de bouw van klaslokalen plaats en al in 1919 werd uitgebreid met een klaslokaal en het klooster.
In 1976 verlieten de laatste zusters het klooster.

In 1984 verkocht en nu in gebruik als particuliere woning en verblijf voor hoevetoerisme. Voortuintje van de straat afgesloten door ijzeren hek en voetgangershek. In achtertuin sporen van Mariagrot.

Het is een bakstenen kloostergebouw in neogotische stijl onder cementpannendaken met klokkenstoeltje. Het gebouw is volledig onderkelderd en bevat rondboogvormige benedenvensters en spitsboogvormige bovenvensters. De toegangsdeur is aangebracht in de hoekportiek, geaccentueerd door gecementeerde gemetste zuil. In de linker zijgevel bevindt zich een drielicht van de huiskapel.
Interieur: de kelder bevat een bakoven. Op de begane grond links. resp. salon, spreekkamer en leefkamer en rechts de keuken en het "schotelhuis". Op de bovenverdieping een "vreemdenkamer", kapel, slaapkamers en badkamer.
Haaks aangebouwde klaslokalen onder zadeldaken (pannen). Bakstenen gevels met getoogde vensters en meestal gedichte deuren. Later aangebouwd klaslokaal achteraan.

Bron: De Noyette G. - Hoebeke M., Dorpsbeelden uit het verleden, Zwalm, Nazareth, 1994, p. 50.

          Vader en zoon Waegeman
                    -
                    - Werner Waegeman o Rozebeke 26.7.1918 - + Zottegem (AZ St.Elisabeth) 21.4.2000: gehuwd met Mariette De Clercq, kreeg 2 zoons, Willy en Dirk.

 

* PATRIMONIUM

       - de O.L.Vrouwekerk
 
      Gelegen aan het Rozebekeplein, met huisnr. 13.

     Geschiedenis

     Een eerste kerkje, een Romaans eenbeukig zaalkerkje, dateert uit eind 11de of begin 12de eeuw. De kerk werd immers voor de eerste maal vermeld in een oorkonde van 1108 waarbij bisschop Odo de schenking bevestigde aan de St.-Pietersabdij van 5 nieuwe kerken (Merelbeke met zijn twee bijkerken Schelderode en Bottelare, Rozebeke en Hillegem naast de eerder geschonken parochiën van Letterhoutem, Mater en Roborst. Kruisingstoren en transept werden in Scheldegotiek heropgebouwd in het laatste kwart van de 13de eeuw. Het polygonaal afgesloten koor stamt vermoedelijk uit het tweede kwart der 14de eeuw. De kerk leed zware schade tijdens de godsdienstoorlogen. In de 17de eeuw waren er belangrijke herstellingswerken en uitbreidingen, o.m. rond 1613 de bouw van het merkwaardige dakgebint, verhogen van de zijmuren van de beuk in baksteen en vervangen van de vensters, vernieuwen van de westgevel, later in de 17de eeuw de bouw van de doopkapel tegen de oostelijke koorpartij, nieuwe klokkenstoel en plaatsen van een nieuw hoofdaltaar tegen gedicht koorvenster. In 1721 werd de zoldering van de beuk gepleisterd, in 1752 werd de sacristie gebouwd. Begin de 19de eeuw werd het mobilair aangevuld met stukken uit de gedesaffecteerde kerk van de abdij van Maagdendale in Oudenaarde. In de 20ste eeuw gingen verschillende restauratiecampagnes door, in het begin dier eeuw o.l.v. architect F. Van Severen (Dendermonde) en in de jaren 1970 o.l.v. architect J. Ysabie (Gent).

 
     De kerk is normaal geoosterd en staat temidden de dorpskom, nog omringd door het kleine, min of meer ovale kerkhof, dat nog omsloten is door een lage bakstenen kerkhofmuur met ezelsrug
; ten W. toegang via ijzeren hek van 1869 aan vierkante hardstenen pijlers met dito bolbekroning en ten N.O. eenvoudig hekje. Op kerkhof, eertijds beplant met coniferen, nog enkele behouden arduinen grafzerken en monumenten. Ter hoogte van de r. hekpijler van de hoofdtoegang, een roepsteen van ijzerzandsteen. . In grondplan bestaat het gebouw uit een enkelvoudige romaanse beuk, een vroeggotische viering en transept en een hoooggotisch koor met traptoren. Aangebouwd ten noordwesten van de viering bevindt zich de kleine doopkapel en ten zuidoosten de sakristie.
     De eerste keer wordt dit gebedshuis vermeld in een oorkonde uit 1108, waarin bisschop Odo bevestigt dat de Gentse St-Pietersabdij
     Omtrent de bouw van de Rozebeekse kerk bestaat geen enkel geschreven getuigenis. Toch is het goed mogelijk dat de oorspronkelijke romaanse kerk, die men kan terugvinden in de grotendeels bewaarde beuk, in de 12de eeuw is opgericht.
     Ongetwijfeld gaf de bloei van de lokale bedevaart aanleiding tot het vergroten van de kerk, die echter niet volledig werd uitgevoerd; het lag in de bedoeling het romaanse beukje te vervangen door een driebeukige kerk, die evenwel niet tot stand is gekomen. De erg zware toren doet daarom nogal bombastisch aan t.a.v. de rest van het kerkgebouwtje.
     Hier bracht de godsdienstoorlog wél zware schade toe, ongetwijfeld omdat het een rijke parochiekerk was. Hoewel de ornamenten al in 1565, bij het naderen van de onlusten, naar Gent "waren gevlucht", toch bedroeg de schade nog 140 pond.
     In 1579 wordt het kerkgebouw terug erg beschadigd, want  o.l.v. de lokale inwoner Joos Gosseye werd o.a. het dak der toren en dat van de beuk afgebrand.
     In 1597-1602 wordt de torenspits in ere hersteld (1597-'98) en nadien nog diverse herstellingen uitgevoerd (1599-1602). Ook de vensters van het koor worden hersteld, zodat het opnieuw kan gebruikt worden (1603).  

In 1611-'12
In 1613
In 1619-'20
In 1629
In 1770-'72

Reeds sinds de 16de eeuw een befaamd Mariaal bedevaartsoord.

De plattegrond toont een éénbeukig schip, zeven traveeën lang, een transept met één uitspringende travee, een rechthoekige doopkapel in de oksel van de noordelijke transeptarm, een koor van twee traveeën en driezijdige sluiting en zuidelijk een rond traptorentje en sacristie.
De nog bewaarde Romaanse beuk is opgetrokken uit veldsteen, deels ijzerzandsteen, deels kalksteen, verhoogd met baksteen en wordt afgedekt door een leiendak. Vroeggotisch transept en kruisingstoren van Doornikse kalksteen. Doopkapel van Ledische zandsteen en baksteen. Koor van Ledische zandsteen.
De westgevel van baksteen met zandstenen speklagen en dubbele versneden hoeksteunberen dateert uit de 17de eeuw. Er zijn sporen van een vroeger spitsboogportaal. Het huidig korfbogig portaal dateert van rond 1866 is gevat in een geprofileerde zandstenen neogotische omlijsting met erboven een hoog drieledig spitsboogvenster met origineel zandstenen maaswerk.
Zijgevels met sporen van gedichte rondboogvensters uit de 17de eeuw, bij restauratie gedeeltelijk vrijgemaakt, en twee gotische spitsboogvensters in zandstenen omlijsting en met neogotische tweeledige tracering. N.-gevel voorheen door uitspringende baksteenkoppen gedateerd 1613; in de oksel met de transeptarm, doopkapel onder lessenaarsdak. De zuidgevel wordt gestut door drie steunberen en voorzien van gedicht portaaltje in rondboogvormige omlijsting rustend op monolietzuiltjes met bladkapiteel.
De zware vierkante kruisingstoren dateert uit de 13de eeuw met ten zuidoosten een rond traptorentje uit het begin der 20ste eeuw, te bereiken vanuit het koor. De galmgaten, in de vorm van een drielicht, zijn gevat in een gedrukte spitsboog, geflankeerd door gekoppelde rondboogvormige blindnissen. Tentdak bekroond met twee ijzeren kruisen op bollen en met windvaan.
Transeptgevels op de hoeken versterkt door versneden steunberen. Puntgevels verlicht door spitsboogvenster; erboven voorzien van beeld-nis, ten noorden met een O.-L.-Vrouwebeeldje van 1966 van L. De Groote (Zottegem), ten zuiden bekroond door stenen kruis. De zuidelijke transeptarm met gedichte spitsboogvormige muuropeningen op begane grond in de zuid- en westgevel. De noordelijke transeptarm bevat een gedicht spitsboogvenster in de oost- en westgevel. In de noordwestelijke hoek van beuk en transept staat de doopkapel van Ledische zandsteen met een korfbogig toegangsdeur in zandstenen omlijsting en een rechthoekig venster.

Het koor heeft steunberen, gedichte gotische spitsboogvensters en 18de eeuwse steekboogvensters; leiendak eveneens bekroond door smeedijzeren kruis. Tegen het dichtgemetseld oostelijk koorvenster staat de calvarie onder een afdakje; het houten neogotisch Christusbeeld stamt uit het begin der 20ste eeuw; stenen kalvariebeelden uit 1969 vervangen van de houten 17de-eeuwse beelden (die zich nu binnen in de kerk bevinden); er zijn sporen van een ossebloedkleurige achtergrond.
De zuidelijke sacristie is opgetrokken uit baksteen met zandsteen voor de hoekkettingen en de vensteromlijsting, afgedekt door lessenaarsdak (leien). Op sluitsteen van steekboogvenster gedateerd 1752.
Interieur. Tochtportaal van 1869. Zwarte marmeren vloer in het schip van 1774; witte en zwarte marmeren vloer in koor van 1770-72. Doksaal van 1866. De eiken lambriseringen in het schip met ingewerkt koorgestoelte dateren van 1781-88 en zijn, evenals de tot marmeren zijaltaren herwerkte koorafsluiting en de koorlambriseringen, afkomstig van de abdijkerk van Maagdendale, verkocht rond 1810. Vlak afgedekte beuk met bepleisterd plafond uit de 18de eeuw, verdeeld in zeven panelen met stucversiering, centraal met H. Geest-duif, ten westen met jaartal 1721. Dakgebinte van vier vakken vermoedelijk daterend van rond 1616. Bepleisterde kruisriboverwelving in kruising, transept en koor. Zware kruisingspijlers met spitsbogige arcade. Eiken sacristiedeur met koperen beslag (o.a. een slotplaat in de vorm van een dubbele arend).
Het mobilair.
Schilderijen: Geboorte van Christus door A. Van Den Heuvel van 1649 boven hoofdaltaar; Maria bezoekt haar nicht Elisabeth, XVII; H. Anna-te-Drieën, XVII.
Beeldhouwwerk: Miraculeus gekleed houten beeld O.-L.-Vrouw met Kind, vermoedelijk uit XV en voorzien van barokke troon van P. De Voocht van 1669, beeld herbekapt in XVII; houten beeld van O.-L.-Vrouw met kind van J. Du Bis, XVII, in beeldnis boven hoofdaltaar; de witgeschilderde houten beelden van profeet Isaias en H. Johannes de Doper door J. Du Bis, XVII; geschilderd houten beeld van O.-L.-Vrouw met kind uit XVI of XVII, in beeldnis boven N.-zijaltaar; H. Anna-te-Drieën, witgeschilderd hout, 17de eeuws; witgeschilderd houten beeld van H. Martinus van Tours uit de 15de eeuw; monnik, vermoedelijk H. Bernardus van Clairvaux (17de eeuw); H. Bisschop (17de eeuw); eiken O.-L.-Vrouwebeeld van 1611-'12 afkomstig van nis in de noordelijke transeptgevel; beelden van calvarie uit 17de eeuw, oorspronkelijk aan O.-gevel van koor, met inbegrip van een balk voorzien van drie doodshoofden en de passiewerktuigen en een witgeschilderd lindehouten beeld van Christus in het graf door P. De Voocht (Gent) uit XVII c; Kind Jezus op wereldbol door J.C. De Rycke (Gent), 19
de-eeuws; twee polychrome houten beelden, het H. Hart van Christus van 1871 en H. Jozef van 1877.
Hoofdaltaar door J. Van Heerweghe van geschilderd en gemarmerd hout van 1645-48 met portiek met getorste zuilen, tombe en trommeltabernakel van verguld en verzilverd hout uit eind 18de eeuw. Het noordelijke zijaltaar van O.-L.-Vrouw en H. Anna en het zuidelijke zijaltaar, in wit en zwart marmer, werden gemaakt uit de koorafsluiting van de abdijkerk van Maagdendale in Oudenaarde uitgevoerd door J. Martens (Gent) naar een ontwerp van A. van den Hende en Ph. van der Meersch (Oudenaarde) in 1781-88, volgens wapenschilden in de tombe van het zuidelijke zijaltaar, vermoedelijk overgeplaatst in 1806-'10.
Marmeren lambriseringen in het koor, 24 panelen in Lodewijk XVI-stijl uit het tweede kwart der 18de eeuw. Eiken lambriseringen tegen de kruisingspijlers en in de transeptarmen, aansluitend bij de 18de eeuwse biechtstoelen en de deuren van ingemaakte kasten van 1866. Eiken lambriseringen in het schip, tegen de zijmuren, de W.-muur, met inbegrip van het oorspronkelijke ingewerkte koorgestoelte uit de kerk van de abdij van Maagdendale van Oudenaarde door A. van den Hende en Ph. van der Meersch van 1781-88, naar hier overgeplaatst rond 1810; voorzien van twee panelen met gesculpteerde kerkelijke trofeeën en de wapenschilden van de abdij van Maagdendale en de laatste abdis A. Magherman, het geheel afgelijnd met een gekorniste kroonlijst.
Het eiken koorgestoelte in classicistische stijl dateert van eind 18
de eeuw, de communiebank met balustrade van wit en zwart marmer van 1770-72. De eiken kansel gemaakt door D. De Staercke (Nederbrakel) in 1733 leunt tegen de zuidwestelijke kruisingspijler, de kuip rust op een allegorisch eiken beeld van de Kerk op een zwartmarmeren sokkel. Er zijn twee eiken biechtstoelen in rococostijl vermoedelijk door schrijnwerker D. De Staercke (Nederbrakel) van rond 1740, met medaillons van H. Petrus en Maria-Magdalena. Het orgel, van de hand P.A. Van Dinter (Maaseik) dateert van 1866. De arduinen doopvont op vernieuwd zandstenen voetstuk stamt uit de 15de of 16de eeuw en heeft een koperen deksel van 1842. De kruisweg geschilderd door L. Vekeman (Zottegem) in 1864 is nu gestapeld op doksaal.
Verschillende oude grafstenen en epitafen uit vooral de 18
de eeuw, o.a. in het transept, de kruising, en de oostgevel van het koor en het kerkhof.

Bronnen: Roborst, Pastorie, Liber Memorialis.                                                                                                                                                                                                                    
Demey A., Eenbeukige Romaanse kerken in Oost-Vlaanderen, (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, Bijdragen Nieuwe Reeks - Nr. 5, Gent, 1977, p. 113-122).   
De Noyette G. - Hoebeke M., Dorpsbeelden uit het verleden, Zwalm, Nazareth, 1994, p. 41-42.                                                                                                                              
De Wolf K., Romaanse bouwkunst (1000-1225), Architectuurgids Zuid-Oost-Vlaanderen, Zottegem, s.l., p. 66-67.                                                                                                
De Wolf K., Gotische bouwkunst, Vroeg, laat- en postgotiek & invloeden van de renaissance (1225-1625), Architectuurgids Zuid-Oost-Vlaanderen, Zottegem, 1997, p. 59-60.      
Dhanens E., Kanton Sint-Maria-Horebeke, Tekst, Inventaris van het Kunstpatrimonium van Oost-Vlaanderen, VII, Gent, 1971, p. 198-230.                                                           
Dhanens E., Kanton Sint-Maria-Horebeke, Illustratie, Inventaris van het Kunstpatrimonium van Oost-Vlaanderen, VIII, Gent, 1971, afb. 331-385.                                               
Du Castillon L., L'Eglise de Roosebeke-sur-Zwalm, (Revue du Touring Club de Belgique, XLIV, 1, 1938, p. 5-8; XLIV, 2, 1938, p. 27-30).                                                              
Heins A., Vieux coins en Flandre, II, Gent, 1903-04, pl. 106.                                                                                                                                                                                
Pieteraerens M., Maagdendale (Vloesberg en Oudenaarde-Pamele), Van Beaupré tot Zwijveke, Cisterciënzers in Oost-Vlaanderen (1200-1999), Gent, 1999, p. 94-101.                 
Van den Abeele - Bellon R., Een greep uit Oostvlaamse landelijke kerken, De O.-L.-Vrouwekerk te Rozebeke, (Toerisme in Oost-Vlaanderen, XXII, 3, 1973, p. 45-49).                  

Vandenbussche-Van den Kerkhove C., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen, Provincie Oost-Vlaanderen, Kanton Brakel, Brussel, 1980, p. 38-42              

     Recent worden in 1930 goten en afvoerbuizen vernieuwd, in 1935 vinden herstellingen plaats aan de bepleisterde beukzoldering. In 1974 nog volgde een andere restauratiebeurt maar de toestand van het kerkgebouw bleef belabberd...
In 1938 werd de O.L.Vrouwekerk geklasseerd.
 

     - de oud-pastorie
       
Vóór de godsdienstoorlogen had de Rozebeekse O.L.Vrouwparochie geen eigen pastorie (blijkt uit het Dekanaal Verslag uit 1568).
Een (nieuw?) pastoreel huis werd gebouwd t.g.v. de installatie van een nieuwe pastoor rond 1726-’29 en in1745 geschonken door de bouwheer pastoor Martinus Van de Vijvere. De houtstal behoorde toe aan de kure (1772).
In het begin der 19de eeuw was de pastorie onbewoond, omdat de Rozebeekse pastoor niet meer in Rozebeke resideerde. Rozebeke kreeg maar in 1844-’45 opnieuw een eigen pastoor.
De pastorie werd in 1907 voorzien van een verdieping.
Thans heeft zij een klassiek uitzicht: witgepleisterd, vijf traveeën breed, ……………………………………… ………………… ……………………………………………………………………………………………….
     - het oud-gemeentehuis


 


     Bevond zich in het gebouw op Rozebekeplein 5, ten noorden van het kerkgebouw. Naar men zegt bevond zich vóór het gebouw in de jaren 1935-'36 werd opgericht op die plaats een hoeve met strodak. Het gemeentehuis werd gebouwd als rijbouw op een rechthoekig grondplan. De constructie maakte deel uit van een laagbouw die geheel de noordwand van het plein inneemt.
     Het gebouw heeft een bakstenen lijstgevel van zeven traveeën. Er is een exclusieve horizontale accentuatie, die geenszins wordt afgeremd door door de afgelijnde traveeën en de smalle portalen. Er is een asymmetrische indeling: de gevel is te onderscheiden in een linkerpartij van twee traveeën en een rechter van vijf; deze laatste is te verdelen in een deel van drie en een deel van twee traveeën. De muurdammen van deze rechterpartij zijn alle gelijk. De vensters van het gelijkvloers hadden brede, gedrukte boogvormen terwijl de portalen, alsook de vensters van de verdieping, bijzonder smal aandeden.
     Tot diezelfde constructie behoorde ook uiterst links een grote schuurpoort en een venster. Deze partij was van de rest gescheiden door een pilaster.
     Over heel de bouw liep bovenaan een getande fries die de dakgoot droeg.
     Conceptueel blijkbaar als boerderij en meergezinsgebouw bestemd. Stilistisch behoorde het geheel tot de zakelijke architectuur waarvan het functionalisme ook in de gevelordonnantie doordrong maar waar nog steeds traditionele 'landseigen' elementen aanwezig bleven (pilaster, getande lijst). Typologisch leek heel het bouwwerk op de eenvoudige stedelijke rijwoning geïnspireerd.
     De constructie speelt op het dorpsplein een zuiver wandafsluitende rol en oefent op die wijze, in samenspel met de monumentale kerk, een karakterbepalende invloed uit.   

 

     - de Kouter(wind)molen:

Gelegen aan de St.Annastraat nr. 45. Voorheen z.g. "Koutermolen". Bakstenen koren- en oliewindmolen. Vermoedelijk gebouwd in 1772, volgens de ingemetselde zandstenen jaartalsteen boven de zuidelijke deur. Volgens de legger van onroerende goederen van 1783 toen eigendom van molenaar J.B. De Smet. De olieslagerij werd buiten gebruik gesteld in 1894. Het 'gevlucht' werd verwijderd in 1931, waarna de molen werd ingericht als mechanische maalderij. De molenactiviteiten werden volledig stopgezet in 1955. De maalinrichting werd gesloopt en de molen werd heringericht tot buitenhuis; in 1975 werd een nieuwe molenkap geplaatst. Recent (1998) werd het gebouw volledig hersteld, gekaleid en geschilderd door de firma Solar.
Het geheel is een ronde grondzeiler met leiendak. De witgeschilderde conische molenromp heeft op drie bouwlagen beglaasde rondboogvensters gevat in uitspringende bakstenen omlijsting met waterlijstje. Aan de noord- en zuidzijde bevinden zich deuren, voorzien van bijgebouwde portiek. Nieuwe pseudo-staart onder dakoverstek waarop nu een balkon aangebracht is.

  Bronnen: RAR, OGA Sint-Blasius-Boekel - Rozebeke, nr. 205.                                                                                                                                                                                   
Bauters P., Eeuwen onder wind en wolken, Windmolens in Oost-Vlaanderen. De infrastructuur van eeuwenlang dagelijks, menswaardig overleven, Gent, 1985, p. 414-415.
De Noyette G. - Hoebeke M., Dorpsbeelden uit het verleden, Zwalm, Nazareth, 1994, p. 45.                                                                                                                       


De Koutermolen in zijn gloriejaren...


De Koutermolen in verval... (1965)


De Koutermolen nu

     - de oude smidse
                HET GESLACHT TEIRLINCK









 

 

    

     - de KAPELLEN

de sint Jobskapel 
 
    Het is een witgeschilderd bakstenen pijlerkapelletje tussen twee lindebomen aan het kruispunt met de Hooglaan, vermoedelijk vrij recent heropgebouwd. Het vertoont een getraliede rondboogvormige nis met houten beeld van St.-Job ter vervanging van het oude, gestolen beeld.

Bron: Dhanens E., Kanton Sint-Maria-Horebeke, Tekst, Inventaris van het Kunstpatrimonium van Oost-Vlaanderen, VII, Gent, 1971, p. 230.




 


 

de Vijflindenkapel of "Kapel O.-L.-Vrouw ter Linden"
 
                    



Anno 2011...

 -

Omringd door vijf linden en gelegen op het hoogste punt (90m) van de gemeente met panoramisch gezicht op het omgevende open kouterlandschap een idyllisch landelijk plaatsje. Trap en kasseipad naar kapel. Vermoedelijk 18de-eeuwse kapel, maar was reeds vroeger vermeld. Het is een rechthoekig witgeschilderd bakstenen gebouwtje onder zadeldak (pannen) met smeedijzeren kruisje erop. De puntgevel is afgewerkt met vlechtingen en is voorzien van de licht getoogde vernieuwde deur. Sober interieur met gemetst altaar, het heiligenbeeld is verdwenen(!).

                                        Bron:
Dhanens E., Kanton Sint-Maria-Horebeke, Tekst, Inventaris van het Kunstpatrimonium van Oost-Vlaanderen, VII, Gent, 1971, p. 230.

In de zomer van  2011 werden de oude lindebomen die de kapel omringden gerooid. Naar verluidt waren ze 'ziek', al liet men de goegemeente verder in het ongewisse. Het RLVL zou hebben ingestemd met het rooien. Of en wanneer er zal heraangeplant worden is onduidelijk. Toch een verminking van deze voordien erg charmante locatie.


 

Panoramische vergezichten van aan de Vijflindenkapel over de wijde omgeving - bij helder weer kan men in zuidwestelijke richting kijken tot in Ronse (linksboven) en noordwaarts de torens van Gent zien (rechtsboven)...

     - Het klooster - de Kloosterhoeve


 

 

 

 


     Het waren de Zusters van O.L.Vrouw-van-Zeven-Weeën uit Sint-Maria-Oudenhove die aan het Rozebekeplein, huidig huisnr. 11, het klooster lieten bouwen, naar een ontwerp (uit 1916) van architect F. Van Severen (Dendermonde) - dezelfde architect die in die tijd ook de restauratiewerken aan de kerk leidde. In 1976 verlieten de laatste zusters het gebouw. Het klooster en de schoolgebouwen bleven leegstaan en verkommerden...tot Alex en Diane Heuvinck-Pede in 1984 het gebouw kochten en inrichtten tot logementshuis 'de Kloosterhoeve', een verblijf voor hoevetoerisme.

Het voortuintje is van de straat afgesloten door een ijzeren hek en een voetgangershek. In de achtertuin vindt men sporen van een Mariagrot.

Het is een bakstenen kloostergebouw in neogotische stijl onder cementpannendaken met klokkenstoeltje. Het gebouw is volledig onderkelderd en bevat rondboogvormige benedenvensters en spitsboogvormige bovenvensters. De toegangsdeur is aangebracht in de hoekportiek, geaccentueerd door gecementeerde gemetste zuil. In de linker zijgevel bevindt zich een drielicht van de huiskapel.
Interieur: de kelder bevat een bakoven. Op de begane grond links. resp. salon, spreekkamer en leefkamer en rechts de keuken en het "schotelhuis". Op de bovenverdieping een "vreemdenkamer", kapel, slaapkamers en badkamer.
Haaks aangebouwde klaslokalen onder zadeldaken (pannen). Bakstenen gevels met getoogde vensters en meestal gedichte deuren. Later aangebouwd klaslokaal achteraan.

Bron: De Noyette G. - Hoebeke M., Dorpsbeelden uit het verleden, Zwalm, Nazareth, 1994, p. 50. 

 

     - de HOEVEN

Boerenhuis - aan de Kamperstraat nr 24. Boerenhuis van zes traveeën en twee staltraveeën onder doorlopend zadeldak (in pannen), uit de 18de eeuw. Bakstenen lijstgevel op gecementeerde plint onder tandlijst. De rechthoekige vensters rusten op arduinen dorpels met duimen van verdwenen luiken; vernieuwd houtwerk. De rechthoekige deur is gevat in een vlakke arduinen omlijsting met trapje. Er is een bijkomende deur in de zesde travee. De zijpuntgevels zijn afgewerkt met vlechtingen, beluikte muuropeningen, twee oculi en een sierlijk anker in geveltop. De achtergevel heeft kleine vensters met houten kozijnen en diefijzers en een gedichte deur in omlijsting van rode en gesinterde baksteen. De gevel is afgelijnd door een tandlijst.
 

de 'Kamperhoeve' - nr 34.  Semigesloten hoeve met bakstenen gebouwen rondom verharde binnenplaats met mestvaalt ingeplant aan de straatbocht. Erftoegangen via ijzeren inrijhekken aan weerszij van aan straat gelegen dienstgebouw.
Boerenhuis met acht traveeën en bijkomende linker travee en anderhalve bouwlaag onder zadeldak (in pannen, n // straat), uit het begin der 19de eeuw; staat op de plaats van een oudere hoeve, opgetekend in de legger van onroerende goederen van 1783. Witgeschilderde zuidwaarts gerichte erfgevel op grijsgeschilderde plint en met geprofileerde daklijst. Licht getoogde vensters, waarvan op de bovenverdieping enkele blind, met vernieuwd houtwerk. Deur in omlijsting van gesinterde baksteen met neuten, oren en rechte kroonlijst. Rechts van het huis ligt de rechthoekige doorrit naar de veldkant. De linker zijgevel is gecementeerd.
Ten westen bevindt zich een dwarsschuur van drie traveeën onder zadeldak (in golfplaten) met centrale gebogen doorrit. Ten zuiden bevindt zich een aan de straat gelegen bakstenen dienstgebouw uit het tweede kwart van de 19de eeuw van drie traveeën met stallen onder zadeldak (pannen), aan de erfzijde palend aan de mestvaalt. Aan de oostzijde staan eveneens stallen onder zadeldak (pannen).

Bron: RAR, OGA Sint-Blasius-Boekel - Rozebeke, nr. 205.

Semi-gesloten hoeve - Aan het Rozebekeplein nr. 5. Grote semigesloten hoeve aan drie zijden omsloten door het erf, ingeplant ten oosten van de kerk en aan de samenkomst van Sint-Annastraat en Boembekestraat. Oude hoeve minstens uit de 18de eeuw, rond de eeuwwisseling vernieuwd woonhuis, bereikbaar via siertuintje met middenpad en ijzeren hekje.
Ruim boerenhuis met naar het westen gerichte voorgevel van vier traveeën en twee bouwlagen onder snijdende zadeldaken (zwarte pannen), oude kern, aangepast en voorzien van voorgevelparement van geglazuurde bakstenen uit het eerste kwart van de 20ste eeuw. Lijst- en puntgevel. Steekboogvensters met vernieuwd houtwerk, ontlastingsbogen en omlijstingen van bruingeglazuurde stenen en met arduinen lekdrempels. Gecementeerde linker zij- en achtergevel met schijnvoegen. Cijferankers 67 op  de linkerzijpuntgevel. De rechter bakstenen zijgevel van vier traveeën en twee bouwl. in de bouwstijl van de voorgevel, vernieuwd houtwerk in bovenvensters. Aansluitend bij het bewaarde gedeelte van het oudere boerenhuis, met gewitte gevel op gepikte plint en groen beluikte vensters.
In U-vorm aansluitende bakstenen dienstgebouwen onder zadeldaken (pannen) rondom gekasseide binnenplaats met mestvaalt. Doorrit opgenomen in dienstgebouw aan de Boembekestraat, vroeger met strodak, cf. tekening A. Heins.

Bron: RAR, OGA Sint-Blasius-Boekel - Rozebeke, nr. 205.

Hoeve - aan het Rozebekeplein nr 9. Het aan de straat gelegen bakstenen boerenhuis heeft vijf traveeën en twee bouwlagen, met aangebouwde bedrijfsgebouwen rondom een gekasseide binnenplaats; naar verluidt werd het oud boerenhuis wederopgebouwd in 1914; met een typische bakstenen lijstgevel onder aflijnende tandlijst met pseudo-speklagen, getoogde vensters en sierankers.

Semi-gesloten hoeve - Aan de Sint-Annastraat 37. Volgens de legger van onroerende goederen van 1783 was dit het huis van de molenaar van de nabijgelegen koutermolen. Later uitgebreid tot een hoeve van het semi-gesloten type, nu is enkel het boerenhuis in omhaagde tuin overgebleven. het is een laag, witgeschilderd huis van zes traveeën op een gepikte plint en afgedekt met een zadeldak (in pannen), uit het derde kwart van de 18de eeuw. Verankerd. Er zijn steekboogvensters met duimen van reeds lang verdwenen luiken; de T-ramen hebben vernieuwd houtwerk. Het steekboogdeurtje heeft een bekronende druiplijst. Er staat een pomp tegen de gevel. De rechter zijpuntgevel, aan de straat, is afgewerkt met vlechtingen, en door het muuranker gedateerd 1773. Er zitten kleine rechthoekige vensters met houten latei en diefijzers in de achtergevel.
Binnenin heeft men de woonkamer met paneeldeuren, met een bewaarde grijze tegelvloer, een grote schouw met houten geprofileerde schouwbalk op getrapte wangen en een samengestelde balklaag met eenvoudig versierde moerbalk.

Bron: RAR, OGA Sint-Blasius-Boekel - Rozebeke, nr. 205

de "Molenhoekhoeve" - Aan de St. Annastraat 43. Het is het voormalig molenaarshuis van de ernaast gelegen "Koutermolen"; gebouwd omstreeks 1800 of in het begin der 19de eeuw en aangepast in 1937. Het is een groot woonhuis met aansluitende bedrijfsgebouwen rondom een rechthoekig binnenerf.
Noordelijk bevindt zich het ruim woonhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (in pannen, n straat); het bestaat vermoedelijk uit een oude kern van één bouwlaag met de in 1937 toegevoegde bovenbouw en gecementeerde gevels met schijnvoegen. Segmentboogvormige muuropeningen met vernieuwd houtwerk in opvallend uitgewerkte witgeschilderde cementomlijstingen, op bovenverdieping twee blinde vensters. De linker zijgevel heeft
enkel bovenvensters , uitziend op straat .
Oostelijk staat een gewit bedrijfsgebouw onder zadeldak met een rechthoekige inrijpoort; aansluitend staan stallen
 uit het tweede kwart der 19de eeuw evenwijdig met het huis.
 
 

* HERBERGEN

'De Klok'

Rozebekeplein nr. 6. Voormalig café z.g. "De Klok" van drie traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (pannen), met rechts een aansluitende lagere poorttravee, uit het begin der 20ste eeuw(?). Bakstenen lijstgevel op gecementeerde plint onder tandlijst. Penanten van de bovenverdieping zijn versierd met banden van tegels. Het rechter aanbouwsel met rondboogvormige vleugelpoort dateert vermoedelijk uit het begin der 20ste eeuw

'De Patrijs' en 'Gemeentehuis'

Rozebekeplein nr. 2, 4. Voormalige cafés genaamd "De Patrijs" en "Gemeentehuis", tegenwoordig genheten "De Valk" en "Gemeentehuis". Het zijn bakstenen huizen van twee bouwlagen onder zadeldaken (rode pannen), die naar verluidt werden heropgebouwd na een brand in 1933.
De woning met huisnr. 2 is een hoekhuis met de cafédeur in de afgekante hoektravee. Het huis met nr. 4 is het voormalig gemeentehuis met rechts ervan een winkel en magazijn. Het gebouw heeft een eenvoudige bakstenen lijstgevel onder aflijnende muizentand van acht traveeën en twee bouwlagen met zadeldak (van pannen). Het heeft segmentboogvormige vensters op arduinen dorpels en drie deuren op trapje, resp. van de winkel, het café en het woonhuis. Uiterst links bevindt zich een rechthoekige poort.

* ANDER WAARDEVOL PATRIMONIUM

Boerenarbeidershuisje

Aan het Rozebekeplein nr. 3. Het is een boerenarbeidershuisje
, daterend uit het laatste kwart der 19de eeuw, gelegen aan de aardeweg naast de pastorie. Het is een witgeschilderd huisje op gepikte plint van drie traveeën onder zadeldak (pannen). Er tegenover staat een vervallen dienstgebouwtje uit het begin der 20ste eeuw.

de Oud-smidse

 

* GEKENDE FIGUREN
          'MEESTER' Werner WAEGEMAN
(Rozebeke 26.7.1918 - Zottegem 21.4.2000): gehuwd met Mariette De Clercq, 2 zonen (Willy en Dirk)
     

         

* VOLKSLEVEN & CULTUUR

     Rozebeke is bekend voor zijn Maria-bedevaart en jaarlijkse ruiterommegang.
 

DE LOKALE MARIA-DEVOTIE.

Het 'miraculeuze' Mariabeeldje

 


DE PAARDENOMMEGANG.
Als niet onbelangrijke uiting van het uitgebreide geheel aan manifestaties, die folkloristen gemeenzaam betitelen als ‘volksdevotie’, biedt een paardenommegang een stuk landelijke vroomheid.
Hoewel eigenlijk overal in Vlaanderen voorkomend, is deze folklore vooral in het land van Aalst welig verspreid geraakt en in stand gehouden. Vóór het einde van de 18de eeuw kwamen paardenommegangen hier weliswaar niet frekwenter voor dan in West-Vlaanderen of Brabant. Van sommige ruiterommegangen, zoals bijvb. die van Vlierzele of Schorisse weten wij dat zij onstaan zijn door contaminatie ingevolge een veepestepidemie. De kern van dit folkloristisch gebeuren ligt echter onbetwistbaar in zuid-Oost-Vlaanderen, en meer bepaald op de rechteroever van de Schelde.
In de parochiekerk van Rozebeke wordt de patroonheilige O.L.Vrouw aangeroepen door de ruiters, t.g.v. de ruitersprocessie, tegen de roosziekte (bij kweekmerries)………………..

EEN KOSTER-DUIVELBEZWEERDER - Joannes van Tortelboom

Aan de koster werden indertijd te Rozebeke bepaalde voorrechten verleend o.m. het recht om een 'superplis' (= een koorhemd)  te dragen, maar het was hem ook verboden om na het overlijden van de echtgenote nog een tweede huwelijk aan te gaan…..
Te Rozebeke komt het slechte voorbeeld voor de parochianen van boven. Koster Joannes van Tortelboom wordt met naam en toenaam vermeld waar het gaat over de naleving van de paasplicht: hij verwaarloost die “omwille van ruzie met gans de parochie…………… ………….".
Hoewel voor duivelbezwering een officiële toelating van de bisschop vereist is (3de prov.
Concilie 1607, t XV, C.IV: “Nullus omnino excorcizare praesumat sine licentia Ordinarii in scriptis obtenta; nemo etiam utatur aliis exorcismis quam….” (De Ram, o.c. I, p.389) wordt deze Rozebeekse koster (koster in 1569 en nog in 1622!!) er ernstig van verdacht zich onledig te houden met toverij: “multum accusatur a rebellione, etiam a maleficiis seu artem magicis” (1569); die beschuldiging wordt herhaald in 1592 (“passim audire quod dissolvat incantationes” (1593); te ‘St-Pierre nabij Edingen zou hij bij burgemeester Laurentius Vivets dieren bezworen hebben, waarvoor hij drie dukaten had ontvangen als betaling. Ook elders zou hij dergelijke praktijk hebben toegepast. Het verhaal deed de ronde, dat hij bepaalde geheimen kon achterhalen. In de door hem gebruikte ‘bezweringsformulieren’ kwam echter veel ‘bijgelovigs’ voor en ze worden hem dan ook afgenomen.
Er wordt hem gedreigd met een strenge straf als hij nog verder dergelijke praktijken beoefent (1593).
Hij blijkt zich daar echter niet aan te houden, omdat hij daarmee een aardige duit verdient en omdat men van alle kanten naar hem toe komt om van ‘bezetenheid’ te worden bevrijd: “Ab omnibus male audit quod se immisceat dissolutione incantationum et putatur per hoc ditior esse totius pagi; adeum confluantur undique ut incantiones dissolvat” (1595). Het jaar tevoren was hij vooral bedrijvig geweest in de streek van Oudenaarde, o.m. te Petegem en Bevere (“contra incatationes vaccarum, equorum et ovium” (1595). De deken haalt een voorbeeld aan van de bezwering, die de koster toepast, nl. het driemaal geven van een briefje………….

……………………..
Zijn zoon wordt op dezelfde beschuldigingen gedaagd
(RAG, Fonds Bisdom, M12).
In het aartsbisschoppelijk archief te Mechelen bevindt zich in doos n° 4 van het fonds der Officialiteit een stuk papier…………..

“In nomine Patri + et Filii + et Spiritus Sancti + noscum prolipia [= prole pia] benedicat virgo Maria nos facti ad immaginem Dei dotate potential Dei et ejus facti voluntate per pontijsimum [= potissimum] et coloboratum [= corroboratum] nomen dei hrl [= el], quod est forte et admirabile. Iterum exorce et constringo te nephande demon meridiamus ab hoc famulo dei Janna de la Hey et omnibus brutis animalibus per eum quit dixit et factus est et per nomen adone [adonaii] hel [= el] + Elohim + Elohé + hebahot  [= sabaot] + Elijon + exherse Jatis [= exorsatis?] + sadaj + dominus Deus excelsis + Iterum atque Iterum constringo te immunde spiritum ab his brutis animalibus per patrem + et + filium + et spiritum sanctum + per noman dei agia + quod totum audint et factus est saiuvus [= saivificus] cum sua familia et per nomen johanis + quod Jacob audit [= audivit] et ab angelo secum luctante liberatus est de manu fratis sui Exore [= Esaii] per nomen aephel ethon + quod Aronaduit [= audivit] et loquens sapiens factus est dextera domini fecit virtutem + et per nomen Adonaii + quod Moeyses nominavit et destruxit beel [= Baäl] et dra nomen [= draconem] interfecit et in nominee emmanuel, quod tres pueri Sydrak + Mysach + et Aldenago + in camino ignis ardentis cantaverunt et liberati fuerunt.
Constringo te, nephande demon, apostate, ab hoc famulo dei Janne de la Hey et omnibus brutis animalibus, per deum + vivum, per deum + verum, per deum + sanctum, per deum qui fecit selum [= coelum] + et terram, mares et omnia qui in eis sunt et per secula nomina (hier volgt het Trisagion of Driemaal Heilige dat als refrain diende bij de improperia of verwijtingen, die op Goede Vrijdag onder de kruisverering werden gezongen) + agios + Ixheros [= ischyros] + agios + athanatos + eleyson imas + et per hec tria secoeta nomina et alia nomina domini nostri Jesus Xristi omnipotens uni et veri, cos qui vera culpa de celo erecti fuistos quaram adjusorum locum. Iterum secori [= exorse] summum et costaguinem te nephande demon meridianus ab hoc Janne de la Hey et omnibus moertum vitreum …………
…………….
 …………….. Crux Xristi + salve me.Crux Xristi defende me, famulum Dei Janne de la Hey In me omnibus brutis animalibus, ab omnibus languoribus et artibus demonum, in nomini domnini nostri Jesu Xristi qui virtitem [= venturus]  est judicare vivos et mortuos et seculum per ignem.
Amen. Benedicat te imperialis majestas + custodiat me sapentia deitas + foveat me gloriosa virtus + defendat me int(emerata) Trinitas + dirigat me majestalis  virtus , regat me potentia patris + vivificet me sapientia filii, illuminet me gratia spiritus sancti. + Vix illum [= vexillum] sancte crusis + integritas Mariae matris sunt inter me et omnis inimicos meos, visibiles et invisibiles + in nominee patris + et filii + in spiritus sancti. Amen. Benedicat me Deus per patrem, custodiat me Jeso Xristus et illuminat me Spiritus Sanctus omnibus diebus vite me; confirmet me virtus Xristi et indulgat me dominus universa delecta [= delicta] mea per eternal seculorum secula.
Amen. Gardon + Jesus + / Garda + Jesus + / In garday + Jesus +”.
Uit de Dekanale Verslagen wordt duidelijk dat Joannes van Tortelboom in 1628 zou zijn overleden in Leuven, waar hij zat opgesloten vanwege zijn bezweringspraktijken. 

 

het Rozebeekse verenigingsleven: nog in ontwikkeling

ROZEBEEKSE LEGENDE EN (VOLKS)VERHALEN

* BESCHERMDE MONUMENTEN & LANDSCHAPPEN
- De O.L.Vrouwekerk - Rozebekeplein 13, als monument (kerkgebouw) door het KB 16/7/1938 en als landschap (kerkhof) door het KB 12/4/1974.      
-      
* BIBLIOGRAFIE
 
DHANENS E. - 'Inventaris van het Kunstpatrimonium - Provincie Oost-Vlaanderen, kanton St-Maria-Horebeke', 1971
KERCKHAERT N. - 'Oude Oostvlaamse Hoeven', dlen 1-3, 1972-1976.
                                'Oude Oostvlaamse Huisnamen', dlen 1-6, 1977-1990.
N.N. - De Koutermolen te Rozebeke, ME.,1, 1973, p.15
N.N. - Ronse. Rozebeke aan de Zwalm. FO.VL., 2, 1953, nr.6, p.10.
N.N. - Rozenwijding en paardenommegang - GAN, 3/4 juli 1982.
VAN DER LINDEN R. - O.L.Vrouw van Rozebeke in de parochiekerk van Rozebeke aan Zwalm, MT, 25, 1954, pp.24-26.
VAN DEN ABEELE-BELLON R. - Een greep uit Oost-Vlaamse landelijke kerken: de O.L.Vrouwkerk te Rozebeke - FO.VL., 22, 1973, pp.45-49.
DE BROUWER J. - Bezweringsformule uit Rozebeke van 1628, LvA, 18, 1966, pp.48-62.

Laatst bijgewerkt  31 augustus 2011

Terug naar       
Mijn Homepage  Homepage Zwalm 
Homepage Munkzwalm