*
PATRIMONIUM
|
- de
O.L.Vrouwekerk
Gelegen aan het Rozebekeplein, met huisnr. 13.
Geschiedenis
Een eerste kerkje, een Romaans
eenbeukig zaalkerkje, dateert uit eind 11de of begin 12de eeuw. De kerk
werd immers voor de eerste maal vermeld in een oorkonde van 1108
waarbij bisschop Odo de schenking bevestigde aan de St.-Pietersabdij
van 5 nieuwe kerken (Merelbeke met zijn twee bijkerken Schelderode en
Bottelare,
Rozebeke en Hillegem naast de eerder geschonken parochiën van
Letterhoutem, Mater en Roborst. Kruisingstoren en transept
werden in
Scheldegotiek heropgebouwd in het laatste kwart van de 13de
eeuw. Het polygonaal afgesloten koor stamt vermoedelijk
uit het tweede kwart der 14de eeuw. De kerk leed zware schade tijdens
de godsdienstoorlogen. In de 17de eeuw waren er
belangrijke herstellingswerken en uitbreidingen, o.m. rond 1613
de bouw van het merkwaardige dakgebint, verhogen van de zijmuren
van de beuk in baksteen en vervangen van de vensters, vernieuwen
van de westgevel, later in de 17de eeuw de bouw van de doopkapel tegen de
oostelijke koorpartij,
nieuwe klokkenstoel en plaatsen van een nieuw hoofdaltaar tegen
gedicht koorvenster. In 1721 werd de zoldering van de beuk
gepleisterd, in 1752 werd de sacristie gebouwd. Begin de 19de
eeuw werd het mobilair aangevuld met stukken uit de gedesaffecteerde kerk van de
abdij van Maagdendale in Oudenaarde. In de 20ste eeuw gingen verschillende
restauratiecampagnes door, in het begin dier eeuw o.l.v. architect F. Van Severen (Dendermonde)
en in de jaren 1970 o.l.v. architect J. Ysabie (Gent).
De kerk is normaal geoosterd
en staat temidden de dorpskom, nog omringd door het kleine, min
of meer ovale kerkhof, dat
nog omsloten is door een lage bakstenen kerkhofmuur met ezelsrug;
ten W. toegang via ijzeren
hek van 1869 aan vierkante hardstenen pijlers met dito
bolbekroning en ten N.O. eenvoudig hekje. Op kerkhof, eertijds
beplant met coniferen, nog enkele behouden arduinen grafzerken
en monumenten. Ter hoogte van de r. hekpijler van de
hoofdtoegang, een roepsteen van ijzerzandsteen.
. In grondplan
bestaat het gebouw uit een enkelvoudige romaanse beuk, een vroeggotische viering en transept en een hoooggotisch koor met
traptoren. Aangebouwd ten noordwesten van de viering bevindt
zich de kleine doopkapel en ten zuidoosten de sakristie.
De eerste keer wordt dit gebedshuis vermeld in een oorkonde uit
1108, waarin bisschop Odo bevestigt dat de Gentse
St-Pietersabdij
Omtrent de bouw van de Rozebeekse kerk bestaat geen
enkel geschreven getuigenis. Toch is het goed mogelijk dat de
oorspronkelijke romaanse kerk, die men kan terugvinden in de
grotendeels bewaarde beuk, in de 12de eeuw is
opgericht.
Ongetwijfeld gaf de bloei van de lokale bedevaart
aanleiding tot het vergroten van de kerk, die echter niet
volledig werd uitgevoerd; het lag in de bedoeling het romaanse
beukje te vervangen door een driebeukige kerk, die evenwel niet
tot stand is gekomen. De erg zware toren doet daarom nogal
bombastisch aan t.a.v. de rest van het kerkgebouwtje.
Hier bracht de godsdienstoorlog wél zware schade toe,
ongetwijfeld omdat het een rijke parochiekerk was. Hoewel de
ornamenten al in 1565, bij het naderen van de onlusten, naar
Gent "waren gevlucht", toch bedroeg de schade nog 140 pond.
In 1579 wordt het kerkgebouw terug erg beschadigd, want
o.l.v. de lokale inwoner Joos Gosseye werd o.a. het dak der
toren en dat van de beuk afgebrand.
In 1597-1602 wordt de torenspits in ere hersteld
(1597-'98) en nadien nog diverse herstellingen uitgevoerd
(1599-1602). Ook de vensters van het koor worden hersteld, zodat
het opnieuw kan gebruikt worden (1603).
|
 |
 |
In 1611-'12 In 1613 In 1619-'20 In 1629 In 1770-'72
Reeds sinds de 16de
eeuw een
befaamd Mariaal bedevaartsoord.
De plattegrond toont een
éénbeukig schip, zeven traveeën lang, een transept met één
uitspringende travee, een rechthoekige doopkapel in de oksel van
de noordelijke transeptarm,
een koor van twee traveeën en driezijdige sluiting en zuidelijk een
rond traptorentje en sacristie.
De nog bewaarde Romaanse beuk is
opgetrokken uit veldsteen, deels ijzerzandsteen, deels
kalksteen, verhoogd met baksteen en wordt afgedekt door een
leiendak. Vroeggotisch transept en kruisingstoren van Doornikse
kalksteen. Doopkapel van Ledische zandsteen en baksteen. Koor
van Ledische zandsteen.
De westgevel van baksteen met
zandstenen speklagen en dubbele versneden hoeksteunberen dateert uit
de 17de eeuw. Er zijn sporen van een vroeger spitsboogportaal.
Het huidig korfbogig
portaal dateert van rond 1866 is gevat in een geprofileerde zandstenen neogotische
omlijsting met erboven een hoog drieledig spitsboogvenster met
origineel zandstenen maaswerk.
Zijgevels met sporen van gedichte
rondboogvensters uit de 17de eeuw, bij restauratie gedeeltelijk
vrijgemaakt, en twee gotische spitsboogvensters in zandstenen
omlijsting en met neogotische tweeledige tracering. N.-gevel
voorheen door uitspringende baksteenkoppen gedateerd 1613; in de
oksel met de transeptarm, doopkapel onder lessenaarsdak. De zuidgevel
wordt
gestut door drie steunberen en voorzien van gedicht portaaltje
in rondboogvormige omlijsting rustend op monolietzuiltjes met
bladkapiteel.
De zware vierkante kruisingstoren
dateert uit de 13de eeuw met ten zuidoosten een rond traptorentje uit
het begin der 20ste eeuw, te
bereiken vanuit het koor. De galmgaten, in de vorm van een drielicht,
zijn
gevat in een gedrukte spitsboog, geflankeerd door gekoppelde
rondboogvormige blindnissen. Tentdak bekroond met twee ijzeren
kruisen op bollen en met windvaan.
Transeptgevels op de hoeken
versterkt door versneden steunberen. Puntgevels verlicht door
spitsboogvenster; erboven voorzien van beeld-nis, ten noorden met
een O.-L.-Vrouwebeeldje
van 1966 van L. De Groote (Zottegem), ten zuiden bekroond door
stenen kruis. De zuidelijke transeptarm met gedichte spitsboogvormige
muuropeningen op begane grond in de zuid- en westgevel. De
noordelijke transeptarm
bevat een gedicht spitsboogvenster in de oost- en westgevel. In
de noordwestelijke hoek van beuk en
transept staat de doopkapel van Ledische zandsteen met een korfbogig
toegangsdeur in
zandstenen omlijsting en een rechthoekig venster.
Het koor
heeft steunberen, gedichte
gotische spitsboogvensters en 18de eeuwse steekboogvensters; leiendak
eveneens bekroond door smeedijzeren kruis. Tegen het dichtgemetseld
oostelijk koorvenster staat de calvarie onder een afdakje; het houten neogotisch
Christusbeeld stamt uit het begin der 20ste eeuw; stenen kalvariebeelden
uit 1969 vervangen van de houten 17de-eeuwse beelden (die zich nu binnen in de
kerk bevinden); er zijn sporen van een ossebloedkleurige achtergrond.
De zuidelijke sacristie is opgetrokken uit
baksteen met zandsteen voor de hoekkettingen en de
vensteromlijsting, afgedekt door lessenaarsdak (leien). Op
sluitsteen van steekboogvenster gedateerd 1752.
Interieur. Tochtportaal van 1869.
Zwarte marmeren vloer in het schip van 1774; witte en zwarte
marmeren vloer in koor van 1770-72. Doksaal van 1866. De eiken
lambriseringen in het schip met ingewerkt koorgestoelte dateren
van 1781-88 en zijn, evenals de tot marmeren zijaltaren
herwerkte koorafsluiting en de koorlambriseringen, afkomstig van
de abdijkerk van Maagdendale, verkocht rond 1810. Vlak afgedekte
beuk met bepleisterd plafond uit de 18de eeuw, verdeeld in zeven
panelen met stucversiering, centraal met H. Geest-duif, ten
westen
met jaartal 1721. Dakgebinte van vier vakken vermoedelijk
daterend van rond 1616. Bepleisterde kruisriboverwelving in
kruising, transept en koor. Zware kruisingspijlers met
spitsbogige arcade. Eiken sacristiedeur met koperen beslag (o.a.
een
slotplaat in de vorm van een dubbele arend).
Het mobilair.
Schilderijen: Geboorte
van Christus door A. Van Den Heuvel van 1649 boven hoofdaltaar;
Maria bezoekt haar nicht Elisabeth, XVII; H. Anna-te-Drieën,
XVII.
Beeldhouwwerk: Miraculeus gekleed
houten beeld O.-L.-Vrouw met Kind, vermoedelijk uit XV en
voorzien van barokke troon van P. De Voocht van 1669, beeld
herbekapt in XVII; houten beeld van O.-L.-Vrouw met kind van J.
Du Bis, XVII, in beeldnis boven hoofdaltaar; de witgeschilderde
houten beelden van profeet Isaias en H. Johannes de Doper door
J. Du Bis, XVII; geschilderd houten beeld van O.-L.-Vrouw met
kind uit XVI of XVII, in beeldnis boven N.-zijaltaar; H.
Anna-te-Drieën, witgeschilderd hout, 17de eeuws; witgeschilderd houten
beeld van H. Martinus van Tours uit de 15de eeuw; monnik, vermoedelijk H.
Bernardus van Clairvaux (17de eeuw); H. Bisschop (17de eeuw); eiken O.-L.-Vrouwebeeld
van 1611-'12 afkomstig van nis in de noordelijke transeptgevel; beelden van calvarie uit
17de eeuw, oorspronkelijk aan O.-gevel van koor, met
inbegrip van een balk voorzien van drie doodshoofden en de
passiewerktuigen en een witgeschilderd lindehouten beeld van
Christus in het graf door P. De Voocht (Gent) uit XVII c; Kind
Jezus op wereldbol door J.C. De Rycke (Gent), 19de-eeuws; twee
polychrome houten beelden, het H. Hart van Christus van 1871 en
H. Jozef van 1877.
Hoofdaltaar door J. Van Heerweghe
van geschilderd en gemarmerd hout van 1645-48 met portiek met
getorste zuilen, tombe en trommeltabernakel van verguld en
verzilverd hout uit eind 18de eeuw. Het noordelijke zijaltaar van O.-L.-Vrouw en
H. Anna en het zuidelijke zijaltaar, in wit en zwart marmer,
werden gemaakt uit de
koorafsluiting van de abdijkerk van Maagdendale in Oudenaarde
uitgevoerd door J. Martens (Gent) naar een ontwerp van A. van den Hende en Ph.
van der Meersch (Oudenaarde) in 1781-88, volgens wapenschilden in
de tombe van het zuidelijke zijaltaar, vermoedelijk overgeplaatst in 1806-'10.
Marmeren lambriseringen in het
koor, 24 panelen in Lodewijk XVI-stijl uit het tweede kwart der
18de eeuw. Eiken
lambriseringen tegen de kruisingspijlers en in de transeptarmen,
aansluitend bij de 18de eeuwse biechtstoelen en de deuren van
ingemaakte kasten van 1866. Eiken lambriseringen in het schip,
tegen de zijmuren, de W.-muur, met inbegrip van het
oorspronkelijke ingewerkte koorgestoelte uit de kerk van de
abdij van Maagdendale van Oudenaarde door A. van den Hende en Ph.
van der Meersch van 1781-88, naar hier overgeplaatst rond 1810;
voorzien van twee panelen met gesculpteerde kerkelijke trofeeën
en de wapenschilden van de abdij van Maagdendale en de laatste
abdis A. Magherman, het geheel afgelijnd met een gekorniste
kroonlijst.
Het eiken koorgestoelte in
classicistische stijl dateert van eind 18de eeuw, de communiebank met
balustrade van wit en zwart marmer van 1770-72. De eiken kansel
gemaakt door D. De Staercke (Nederbrakel) in 1733 leunt tegen de
zuidwestelijke kruisingspijler,
de kuip rust op een allegorisch eiken beeld van de Kerk op een
zwartmarmeren sokkel. Er zijn twee eiken biechtstoelen in rococostijl
vermoedelijk door schrijnwerker D. De Staercke (Nederbrakel) van
rond 1740, met medaillons van H. Petrus en Maria-Magdalena. Het
orgel,
van de hand P.A. Van Dinter (Maaseik) dateert van 1866. De arduinen doopvont op
vernieuwd zandstenen voetstuk stamt uit de 15de of 16de eeuw en
heeft een koperen
deksel van 1842. De kruisweg geschilderd door L. Vekeman
(Zottegem) in 1864 is nu gestapeld op doksaal.
Verschillende oude grafstenen en
epitafen uit vooral de 18de eeuw, o.a. in het transept, de kruising,
en de oostgevel
van het koor en het kerkhof.
Bronnen: Roborst, Pastorie, Liber
Memorialis.
Demey A., Eenbeukige Romaanse kerken in Oost-Vlaanderen, (Kultureel
Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, Bijdragen Nieuwe
Reeks - Nr. 5, Gent, 1977, p. 113-122).
De Noyette G. - Hoebeke M., Dorpsbeelden uit het verleden,
Zwalm, Nazareth, 1994, p. 41-42.
De Wolf K., Romaanse bouwkunst (1000-1225), Architectuurgids
Zuid-Oost-Vlaanderen, Zottegem, s.l., p. 66-67.
De Wolf K., Gotische bouwkunst, Vroeg, laat- en postgotiek &
invloeden van de renaissance (1225-1625), Architectuurgids
Zuid-Oost-Vlaanderen, Zottegem, 1997, p. 59-60.
Dhanens E., Kanton Sint-Maria-Horebeke, Tekst, Inventaris van
het Kunstpatrimonium van Oost-Vlaanderen, VII, Gent, 1971, p.
198-230.
Dhanens E., Kanton Sint-Maria-Horebeke, Illustratie, Inventaris
van het Kunstpatrimonium van Oost-Vlaanderen, VIII, Gent, 1971,
afb. 331-385.
Du Castillon L., L'Eglise de Roosebeke-sur-Zwalm, (Revue du
Touring Club de Belgique, XLIV, 1, 1938, p. 5-8; XLIV, 2, 1938,
p. 27-30).
Heins A., Vieux coins en Flandre, II, Gent, 1903-04, pl. 106.
Pieteraerens M., Maagdendale (Vloesberg en Oudenaarde-Pamele),
Van Beaupré tot Zwijveke, Cisterciënzers in Oost-Vlaanderen
(1200-1999), Gent, 1999, p. 94-101.
Van den Abeele - Bellon R., Een greep uit Oostvlaamse landelijke
kerken, De O.-L.-Vrouwekerk te Rozebeke, (Toerisme in
Oost-Vlaanderen, XXII, 3, 1973, p. 45-49).
Vandenbussche-Van den Kerkhove C., Fotorepertorium van het
meubilair van de Belgische bedehuizen, Provincie
Oost-Vlaanderen, Kanton Brakel, Brussel, 1980, p. 38-42
Recent worden in 1930 goten en afvoerbuizen vernieuwd, in 1935
vinden herstellingen plaats aan de bepleisterde beukzoldering.
In 1974 nog volgde een andere restauratiebeurt maar de toestand
van het kerkgebouw bleef belabberd... In 1938 werd de O.L.Vrouwekerk geklasseerd.
|
- de oud-pastorie
Vóór de
godsdienstoorlogen had de Rozebeekse O.L.Vrouwparochie geen
eigen pastorie (blijkt uit het Dekanaal Verslag uit 1568).
Een (nieuw?) pastoreel huis werd gebouwd t.g.v. de installatie
van een nieuwe pastoor rond 1726-’29 en in1745 geschonken door
de bouwheer pastoor Martinus Van de Vijvere. De houtstal
behoorde toe aan de kure (1772).
In het begin der 19de eeuw was de pastorie onbewoond,
omdat de Rozebeekse pastoor niet meer in Rozebeke resideerde.
Rozebeke kreeg maar in 1844-’45 opnieuw een eigen pastoor.
De pastorie werd in 1907 voorzien van een verdieping.
Thans heeft zij een klassiek uitzicht: witgepleisterd, vijf
traveeën breed, ……………………………………… …………………
………………………………………………………………………………………………. |
| - het
oud-gemeentehuis

|
Bevond zich in het gebouw op Rozebekeplein 5, ten noorden van het
kerkgebouw. Naar men zegt bevond zich vóór het gebouw in de
jaren 1935-'36 werd opgericht op die plaats een hoeve met
strodak. Het gemeentehuis werd gebouwd als rijbouw op een
rechthoekig grondplan. De constructie maakte deel uit van een
laagbouw die geheel de noordwand van het plein inneemt.
Het gebouw heeft een bakstenen lijstgevel van zeven
traveeën. Er is een exclusieve horizontale accentuatie, die
geenszins wordt afgeremd door door de afgelijnde traveeën en de
smalle portalen. Er is een asymmetrische indeling: de gevel is
te onderscheiden in een linkerpartij van twee traveeën en een
rechter van vijf; deze laatste is te verdelen in een deel van
drie en een deel van twee traveeën. De muurdammen van deze
rechterpartij zijn alle gelijk. De vensters van het gelijkvloers
hadden brede, gedrukte boogvormen terwijl de portalen, alsook de
vensters van de verdieping, bijzonder smal aandeden.
Tot diezelfde constructie behoorde ook uiterst links
een grote schuurpoort en een venster. Deze partij was van de
rest gescheiden door een pilaster.
Over heel de bouw liep bovenaan een getande fries die
de dakgoot droeg.
Conceptueel blijkbaar als boerderij en meergezinsgebouw bestemd.
Stilistisch behoorde het geheel tot de zakelijke architectuur
waarvan het functionalisme ook in de gevelordonnantie doordrong
maar waar nog steeds traditionele 'landseigen' elementen
aanwezig bleven (pilaster, getande lijst). Typologisch leek heel
het bouwwerk op de eenvoudige stedelijke rijwoning geïnspireerd.
De
constructie speelt op het dorpsplein een zuiver wandafsluitende
rol en oefent op die wijze, in samenspel met de monumentale
kerk, een karakterbepalende invloed uit.
|
|
- de Kouter(wind)molen:
Gelegen aan de St.Annastraat nr. 45.
Voorheen z.g. "Koutermolen". Bakstenen koren- en oliewindmolen.
Vermoedelijk gebouwd in 1772, volgens de ingemetselde zandstenen jaartalsteen
boven de zuidelijke deur. Volgens de legger van onroerende goederen van 1783
toen eigendom
van molenaar J.B. De Smet. De olieslagerij werd buiten gebruik gesteld in 1894.
Het 'gevlucht' werd
verwijderd in 1931, waarna de molen werd ingericht als mechanische maalderij.
De molenactiviteiten
werden volledig stopgezet in 1955. De maalinrichting werd gesloopt en de
molen werd heringericht tot buitenhuis; in 1975 werd een nieuwe molenkap
geplaatst.
Recent (1998) werd het gebouw volledig hersteld, gekaleid en geschilderd door de firma
Solar.
Het geheel is een ronde grondzeiler met leiendak. De witgeschilderde conische molenromp
heeft
op drie bouwlagen beglaasde rondboogvensters gevat in uitspringende
bakstenen omlijsting met waterlijstje. Aan de noord- en zuidzijde
bevinden zich deuren,
voorzien van bijgebouwde portiek. Nieuwe pseudo-staart onder dakoverstek
waarop nu een balkon aangebracht is.
Bronnen:
RAR, OGA Sint-Blasius-Boekel - Rozebeke, nr. 205.
Bauters P., Eeuwen onder wind en wolken, Windmolens in Oost-Vlaanderen.
De infrastructuur van eeuwenlang dagelijks, menswaardig overleven, Gent,
1985, p. 414-415.
De Noyette G. - Hoebeke M., Dorpsbeelden uit het verleden, Zwalm,
Nazareth, 1994, p. 45.
|
.JPG)
De Koutermolen in zijn
gloriejaren... |

De Koutermolen
in verval... (1965) |

De Koutermolen nu |
- de oude smidse
HET GESLACHT TEIRLINCK
|
 |
|
 |
|
- de HOEVEN
|
Boerenhuis -
aan de
Kamperstraat nr 24. Boerenhuis van zes traveeën en twee staltraveeën
onder doorlopend zadeldak (in pannen), uit de 18de eeuw. Bakstenen
lijstgevel op gecementeerde plint onder tandlijst. De rechthoekige
vensters rusten op arduinen dorpels met duimen van verdwenen luiken;
vernieuwd houtwerk. De rechthoekige deur is gevat in een vlakke arduinen omlijsting
met trapje. Er is een bijkomende deur in de zesde travee. De zijpuntgevels
zijn afgewerkt met vlechtingen, beluikte muuropeningen, twee oculi en
een sierlijk anker in geveltop. De achtergevel heeft kleine vensters met
houten kozijnen en diefijzers en een gedichte deur in omlijsting van
rode en gesinterde baksteen. De gevel is afgelijnd door een tandlijst.
|
|
de 'Kamperhoeve' -
nr 34. Semigesloten hoeve met bakstenen
gebouwen rondom verharde binnenplaats met mestvaalt ingeplant
aan de straatbocht. Erftoegangen via ijzeren inrijhekken aan
weerszij van aan straat gelegen dienstgebouw.
Boerenhuis met acht traveeën en bijkomende linker travee en anderhalve bouwlaag onder zadeldak (in pannen, n // straat), uit
het begin der 19de eeuw; staat op de
plaats van een oudere hoeve, opgetekend in de legger van
onroerende goederen van 1783. Witgeschilderde zuidwaarts gerichte erfgevel op grijsgeschilderde plint en met geprofileerde
daklijst. Licht getoogde vensters, waarvan op de bovenverdieping
enkele blind, met vernieuwd houtwerk. Deur in omlijsting van
gesinterde baksteen met neuten, oren en rechte kroonlijst. Rechts
van het huis ligt de rechthoekige doorrit naar de veldkant. De
linker zijgevel
is gecementeerd.
Ten westen bevindt zich een dwarsschuur van drie traveeën onder zadeldak (in golfplaten)
met centrale gebogen doorrit.
Ten zuiden bevindt zich een aan de straat gelegen bakstenen dienstgebouw uit
het tweede kwart van de 19de eeuw
van drie traveeën met stallen onder zadeldak (pannen), aan de erfzijde palend aan de mestvaalt.
Aan de oostzijde staan eveneens stallen onder zadeldak (pannen).
Bron: RAR, OGA
Sint-Blasius-Boekel - Rozebeke, nr. 205.
Semi-gesloten hoeve
- Aan het
Rozebekeplein nr. 5. Grote semigesloten hoeve aan drie zijden
omsloten door het erf, ingeplant ten oosten van de kerk en aan de
samenkomst van Sint-Annastraat en Boembekestraat. Oude hoeve
minstens uit de 18de eeuw, rond de eeuwwisseling vernieuwd woonhuis,
bereikbaar via siertuintje met middenpad en ijzeren hekje.
Ruim boerenhuis met naar het westen gerichte voorgevel van vier traveeën en
twee bouwlagen onder snijdende zadeldaken (zwarte pannen), oude
kern, aangepast en voorzien van voorgevelparement van
geglazuurde bakstenen uit het eerste kwart van de 20ste
eeuw. Lijst- en puntgevel.
Steekboogvensters met vernieuwd houtwerk, ontlastingsbogen en
omlijstingen van bruingeglazuurde stenen en met arduinen
lekdrempels. Gecementeerde linker zij- en achtergevel met
schijnvoegen. Cijferankers 67 op de linkerzijpuntgevel. De
rechter bakstenen
zijgevel van vier traveeën en twee bouwl. in de bouwstijl van de
voorgevel, vernieuwd houtwerk in bovenvensters. Aansluitend bij
het bewaarde gedeelte van het oudere boerenhuis, met gewitte
gevel op gepikte plint en groen beluikte vensters.
In U-vorm aansluitende bakstenen dienstgebouwen onder zadeldaken
(pannen) rondom gekasseide binnenplaats met mestvaalt. Doorrit
opgenomen in dienstgebouw aan de Boembekestraat, vroeger met
strodak, cf. tekening A. Heins.
Bron: RAR, OGA
Sint-Blasius-Boekel - Rozebeke, nr. 205.
Hoeve
- aan het
Rozebekeplein nr 9. Het aan de straat gelegen bakstenen
boerenhuis heeft vijf traveeën en twee bouwlagen, met aangebouwde
bedrijfsgebouwen rondom een gekasseide binnenplaats; naar verluidt
werd het oud boerenhuis wederopgebouwd in 1914; met een typische bakstenen
lijstgevel onder aflijnende tandlijst met pseudo-speklagen,
getoogde vensters en sierankers.
|
Semi-gesloten hoeve
-
Aan de
Sint-Annastraat 37.
Volgens de legger van onroerende goederen van 1783 was
dit het huis
van de molenaar van de nabijgelegen koutermolen. Later
uitgebreid tot een hoeve van het semi-gesloten type, nu
is enkel het boerenhuis in omhaagde tuin overgebleven.
het is een laag,
witgeschilderd huis van zes traveeën op een gepikte plint
en afgedekt met een zadeldak (in pannen), uit het derde
kwart van de 18de eeuw. Verankerd.
Er zijn steekboogvensters met duimen van reeds lang verdwenen
luiken; de T-ramen hebben vernieuwd houtwerk. Het steekboogdeurtje
heeft een bekronende druiplijst. Er staat een pomp tegen de gevel.
De rechter
zijpuntgevel, aan de straat, is afgewerkt met vlechtingen,
en door het muuranker gedateerd 1773. Er zitten kleine rechthoekige vensters met
houten latei en diefijzers in de achtergevel.
Binnenin heeft men de woonkamer met
paneeldeuren, met een bewaarde grijze tegelvloer, een grote schouw
met houten geprofileerde schouwbalk op getrapte wangen
en een
samengestelde balklaag met eenvoudig versierde moerbalk.
Bron: RAR, OGA
Sint-Blasius-Boekel - Rozebeke, nr. 205 |
|
de "Molenhoekhoeve" - Aan
de St. Annastraat
43. Het is het voormalig molenaarshuis
van de ernaast gelegen
"Koutermolen"; gebouwd omstreeks 1800 of in
het begin der 19de eeuw en aangepast
in 1937. Het is een groot woonhuis met aansluitende
bedrijfsgebouwen rondom een rechthoekig binnenerf.
Noordelijk bevindt zich het ruim woonhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen
onder zadeldak (in pannen, n straat); het bestaat vermoedelijk
uit een oude
kern van één bouwlaag met de in 1937 toegevoegde bovenbouw en
gecementeerde gevels met schijnvoegen.
Segmentboogvormige muuropeningen met vernieuwd houtwerk
in opvallend uitgewerkte witgeschilderde
cementomlijstingen, op bovenverdieping twee blinde vensters.
De linker zijgevel heeft
enkel bovenvensters
, uitziend op straat .
Oostelijk staat een gewit bedrijfsgebouw onder zadeldak met
een rechthoekige
inrijpoort; aansluitend staan stallen
uit het tweede kwart der 19de eeuw
evenwijdig met het huis.
|
|
|
* ANDER WAARDEVOL
PATRIMONIUM
Boerenarbeidershuisje
Aan het
Rozebekeplein nr. 3. Het is een boerenarbeidershuisje,
daterend uit het laatste kwart der 19de eeuw,
gelegen aan de aardeweg naast de pastorie. Het is een witgeschilderd huisje op
gepikte plint van drie traveeën onder zadeldak (pannen). Er tegenover
staat een
vervallen dienstgebouwtje uit het begin der 20ste eeuw.
de Oud-smidse
|
*
GEKENDE FIGUREN
'MEESTER' Werner
WAEGEMAN
(Rozebeke 26.7.1918 - Zottegem 21.4.2000): gehuwd met Mariette De
Clercq, 2 zonen (Willy en Dirk)
|
| *
VOLKSLEVEN & CULTUUR
Rozebeke is
bekend voor zijn Maria-bedevaart en jaarlijkse ruiterommegang.
|
DE LOKALE MARIA-DEVOTIE.

Het 'miraculeuze' Mariabeeldje |
|
|
DE PAARDENOMMEGANG.
Als niet onbelangrijke uiting
van het uitgebreide geheel aan manifestaties, die folkloristen
gemeenzaam betitelen als ‘volksdevotie’, biedt een paardenommegang
een stuk landelijke vroomheid.
Hoewel eigenlijk overal in Vlaanderen voorkomend, is deze folklore
vooral in het land van Aalst welig verspreid geraakt en in stand
gehouden. Vóór het einde van de 18de eeuw kwamen
paardenommegangen hier weliswaar niet frekwenter voor dan in
West-Vlaanderen of Brabant. Van sommige ruiterommegangen, zoals
bijvb. die van Vlierzele of Schorisse weten wij dat zij onstaan zijn
door contaminatie ingevolge een veepestepidemie. De kern van dit
folkloristisch gebeuren ligt echter onbetwistbaar in
zuid-Oost-Vlaanderen, en meer bepaald op de rechteroever van de
Schelde.
In de parochiekerk van Rozebeke wordt de patroonheilige O.L.Vrouw
aangeroepen door de ruiters, t.g.v. de ruitersprocessie, tegen de
roosziekte (bij kweekmerries)………………..
EEN
KOSTER-DUIVELBEZWEERDER -
Joannes van
Tortelboom
Aan de koster
werden indertijd te Rozebeke bepaalde voorrechten verleend o.m. het
recht om een 'superplis' (= een koorhemd) te dragen, maar het was hem ook
verboden om na het overlijden van de echtgenote nog een tweede huwelijk
aan te gaan…..
Te Rozebeke
komt het slechte voorbeeld voor de parochianen van boven. Koster Joannes
van Tortelboom wordt met naam en toenaam vermeld waar het gaat over de
naleving van de paasplicht: hij verwaarloost die “omwille van ruzie met
gans de parochie…………… ………….".
Hoewel voor
duivelbezwering een officiële toelating van de bisschop vereist is (3de
prov.
Concilie
1607, t XV, C.IV: “Nullus omnino excorcizare praesumat sine licentia
Ordinarii in scriptis obtenta; nemo etiam utatur aliis exorcismis quam….”
(De Ram, o.c. I,
p.389) wordt deze Rozebeekse koster (koster in 1569 en nog in 1622!!) er
ernstig van verdacht zich onledig te houden met toverij: “multum accusatur a rebellione, etiam a maleficiis seu artem magicis” (1569);
die beschuldiging wordt herhaald in 1592 (“passim audire quod dissolvat
incantationes” (1593); te ‘St-Pierre nabij Edingen zou hij bij
burgemeester Laurentius Vivets dieren bezworen hebben, waarvoor hij drie
dukaten had ontvangen als betaling. Ook elders zou hij dergelijke
praktijk hebben toegepast. Het verhaal deed de ronde, dat hij bepaalde
geheimen kon achterhalen. In de door hem gebruikte
‘bezweringsformulieren’ kwam echter veel ‘bijgelovigs’ voor en ze worden
hem dan ook afgenomen.
Er wordt hem gedreigd
met een strenge straf als hij nog verder dergelijke praktijken beoefent
(1593).
Hij blijkt zich daar
echter niet aan te houden, omdat hij daarmee een aardige duit verdient
en omdat men van alle kanten naar hem toe komt om van ‘bezetenheid’ te
worden bevrijd: “Ab omnibus male audit quod se immisceat dissolutione
incantationum et putatur per hoc ditior esse totius pagi; adeum
confluantur undique ut incantiones dissolvat” (1595). Het jaar tevoren
was hij vooral bedrijvig geweest in de streek van Oudenaarde, o.m. te
Petegem en Bevere (“contra incatationes vaccarum, equorum et ovium”
(1595). De deken haalt een voorbeeld aan van de bezwering, die de koster
toepast, nl. het driemaal geven van een briefje………….
|
……………………..
Zijn zoon wordt op
dezelfde beschuldigingen gedaagd
(RAG, Fonds Bisdom, M12).
In het
aartsbisschoppelijk archief te Mechelen bevindt zich in doos n° 4 van
het fonds der Officialiteit een stuk papier…………..
“In nomine Patri + et Filii + et Spiritus Sancti + noscum prolipia [=
prole pia] benedicat virgo Maria nos facti ad immaginem Dei dotate
potential Dei et ejus facti voluntate per pontijsimum [= potissimum] et
coloboratum [= corroboratum] nomen dei hrl [= el], quod est forte et
admirabile. Iterum exorce et constringo te nephande demon meridiamus ab
hoc famulo dei Janna de la Hey et omnibus brutis animalibus per eum quit
dixit et factus est et per nomen adone [adonaii] hel [= el] + Elohim +
Elohé + hebahot [= sabaot] + Elijon + exherse Jatis [= exorsatis?] +
sadaj + dominus Deus excelsis + Iterum atque Iterum constringo te
immunde spiritum ab his brutis animalibus per patrem + et + filium + et
spiritum sanctum + per noman dei agia + quod totum audint et factus est
saiuvus [= saivificus] cum sua familia et per nomen johanis + quod Jacob
audit [= audivit] et ab angelo secum luctante liberatus est de manu
fratis sui Exore [= Esaii] per nomen aephel ethon + quod Aronaduit [=
audivit] et loquens sapiens factus est dextera domini fecit virtutem +
et per nomen Adonaii + quod Moeyses nominavit et destruxit beel [= Baäl]
et dra nomen [= draconem] interfecit et in nominee emmanuel, quod tres
pueri Sydrak + Mysach + et Aldenago + in camino ignis ardentis
cantaverunt et liberati fuerunt.
Constringo te, nephande
demon, apostate, ab hoc famulo dei Janne de la Hey et omnibus brutis
animalibus, per deum + vivum, per deum + verum, per deum + sanctum, per
deum qui fecit selum [= coelum] + et terram, mares et omnia qui in eis
sunt et per secula nomina (hier volgt het Trisagion of Driemaal Heilige
dat als refrain diende bij de improperia of verwijtingen, die op Goede
Vrijdag onder de kruisverering werden gezongen) + agios + Ixheros [=
ischyros] + agios + athanatos + eleyson imas + et per hec tria secoeta
nomina et alia nomina domini nostri Jesus Xristi omnipotens uni et veri,
cos qui vera culpa de celo erecti fuistos quaram adjusorum locum. Iterum
secori [= exorse] summum et costaguinem te nephande demon meridianus ab
hoc Janne de la Hey et omnibus moertum vitreum ………… ……………. …………….. Crux Xristi + salve me.Crux Xristi defende me, famulum Dei
Janne de la Hey In me omnibus brutis animalibus, ab omnibus languoribus
et artibus demonum, in nomini domnini nostri Jesu Xristi qui virtitem [=
venturus] est judicare vivos et mortuos et seculum per ignem.
Amen.
Benedicat te imperialis majestas + custodiat me sapentia deitas + foveat
me gloriosa virtus + defendat me int(emerata) Trinitas + dirigat me
majestalis virtus , regat me potentia patris + vivificet me sapientia
filii, illuminet me gratia spiritus sancti. + Vix illum [= vexillum]
sancte crusis + integritas Mariae matris sunt inter me et omnis inimicos
meos, visibiles et invisibiles + in nominee patris + et filii + in
spiritus sancti. Amen. Benedicat me Deus per patrem, custodiat me Jeso
Xristus et illuminat me Spiritus Sanctus omnibus diebus vite me;
confirmet me virtus Xristi et indulgat me dominus universa delecta [=
delicta] mea per eternal seculorum secula.
Amen. Gardon + Jesus + /
Garda + Jesus + / In garday + Jesus +”. Uit de Dekanale Verslagen wordt duidelijk dat Joannes van Tortelboom in
1628 zou zijn overleden in Leuven, waar hij zat opgesloten vanwege zijn
bezweringspraktijken.
|
|
het Rozebeekse verenigingsleven: nog in ontwikkeling
ROZEBEEKSE LEGENDE EN (VOLKS)VERHALEN
|
*
BESCHERMDE MONUMENTEN & LANDSCHAPPEN
| - De O.L.Vrouwekerk
- Rozebekeplein 13, als monument
(kerkgebouw) door het KB 16/7/1938 en als landschap (kerkhof)
door het KB 12/4/1974. |
|
|
|
| - |
|
|
|
|
*
BIBLIOGRAFIE
DHANENS E. - 'Inventaris
van het Kunstpatrimonium - Provincie Oost-Vlaanderen, kanton
St-Maria-Horebeke', 1971
KERCKHAERT N. - 'Oude Oostvlaamse Hoeven', dlen 1-3,
1972-1976.
'Oude Oostvlaamse Huisnamen', dlen 1-6, 1977-1990.
N.N. - De Koutermolen te Rozebeke, ME.,1, 1973, p.15
N.N. - Ronse. Rozebeke aan de Zwalm. FO.VL., 2, 1953, nr.6,
p.10.
N.N. - Rozenwijding en paardenommegang - GAN, 3/4 juli 1982.
VAN DER LINDEN R. - O.L.Vrouw van Rozebeke in de
parochiekerk van Rozebeke aan Zwalm, MT, 25, 1954, pp.24-26.
VAN DEN ABEELE-BELLON R. - Een greep uit Oost-Vlaamse
landelijke kerken: de O.L.Vrouwkerk te Rozebeke - FO.VL.,
22, 1973, pp.45-49.
DE BROUWER J. - Bezweringsformule uit Rozebeke van 1628, LvA,
18, 1966, pp.48-62. |
|
|
Laatst
bijgewerkt
31 augustus 2011 |
|

|