|
DE
ST.DYONISIUS-KERK
 |
.jpg)
De unieke,
merkwaardige torenspits |

Interieur -
hoofdaltaar |
(Bouw)geschiedenis
In 1040
schonken Reinelmus en Ida aan de Gentse St-Pietersabdij "de
helft van de kerk van Bussuth en
de villa Wijlegem".
In de Beeldenstorm die in 1566 ook door onze streek
raasde bleef Roborst, en dus ook zijn kerk, gespaard; de
relieken, die in 1569 nog aanwezig bleken, zijn na de 2de
Beeldenstorm wel verdwenen.
Volgens de kaart van Horenbout (begin 17de eeuw)
bestond de kerk uit een vierkante westtoren met slanke
spits, een beuk met rood tegeldak en een koor dat (gezien de
blauwe kleur) met schaliën was bedekt.
Onder het pastoraat van Arent van den Broecke had
vermoedelijk de belangrijkste herstelling van de toren
plaats.
Omstreeks 1767 (gezien de datumsteen) valt een
belangrijke (ver)bouwcampagne te situeren; werken, waarvan
geschreven getuigenis wordt gedaan in de kerkrekeningen van
1768-'70: het betreft herstel van de 8-zijdige geleding van de
toren, het plaatsen van altaren, de kommuniebank en treden, en
tot slot "het weyden van de kercke". De altaarsteen van het
hoogaltaar is 1777 gemerkt.
|

Het linkse
zijaltaar, gewijd aan |

Het
hoofdaltaar |

Het zijaltaar
rechts toegewijd aan |
|
DE
PASTORIE
Aan de Kloosterstraat
nr. 4. De woning is
gelegen in een ommuurde tuin met in de hoek ijzeren toegangshek
tussen gecementeerde bakstenen pijlers met bolbekroning.
Het is een herenhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (van pannen)
met dakkapelletje, oorspronkelijk van 1822. In 1903 werd een
bovenverdieping toegevoegd en gebeurde een aanpassing van het interieur o.l.v. architect E.
Cobbaert. De gecementeerde lijstgevel vertoont schijnvoegen onder
een kroonlijst met tandlijst en klossen. De woning heeft licht getoogde vensters.
De centraal gelegen ingangsdeur heeft bovenlicht. Gelijkaardige witgeschilderde
achtergevel. De zijaanbouwsels hebben een lessenaarsdak.
Bronnen: Gemeentearchief
Roborst, 1.857. RAG, Provinciaal Archief, Hollandse periode, nr.
0519/7. RAG, Provinciaal Archief, 1830-50, nr. 2553/5. RAG,
Provinciaal Archief, 1851-70, nr. 1809/3. Roborst, Pastorie,
Liber Memorialis
.
|
|
HET
OUD-GEMEENTEHUIS
|
Het gemeentehuis van Roborst bevond zich aan de
Borstekouterstraat nr 40, huidig nr.60; in het dorp herinnert men
zich niet dat er ooit een ander gemeentehuis heeft
gefungeerd. Het gebouwtje werd op initiatief van de
toenmalige kasteelheer opgericht in het laatste
kwart der 19de eeuw en is nog steeds privé-bezit. Het gelijkvloers
diende indertijd als gemeentehuis, terwijl de
verdieping bewoond werd. In het rechter gedeelte,
rechts van de kasteelpoort werd lange tijd een
herberg, " 't Kasteelhof" geëxploiteerd.
Het gebouwtje is gelegen aan de zuidzijde van het
dorpsplein rechttegenover de kerk. De bouw paalt
links aan de kasteelmuur de toegang tot het kasteel
af, waaraan rechts daarvan een analoge constructie
beantwoordt.
Typologisch is het gebouw een woning, die een onderdeel
is van de dienstgebouwen, die de toegang tot het
kasteel flankeren. Het is een eenvoudig
rechthoekig gebouw, bestaande uit zes traveeën met
verdieping onder zadeldak (van leien), opgetrokken
in het laatste kwart der 19de eeuw. De verzorgde constructie bakent,
samen met de voormalige herberg " 't Kasteelhof" aan
de rechterkant van de kasteelpoort één zijde van het
dorpsplein af. Terwijl de parochiekerk en de
monumentale linden ruimtelijk de hoofdrol spelen,
zorgen beide huizen samen met de kerkhofmuur en
enkele minder uitgesproken gebouwen voor een
karakteristieke inkadering van het geheel, die tot
op heden bewaard bleef.
Het gebouw heeft een met rotsbepleistering bezette
lijstgevel van zes traveeën met verdieping, op imitatie-breukstenen
plint en met dito hoekbanden. De
exclusieve horizontale accentuatie wordt bekrachtigd
door de lichtjes gereduceerde verdieping en het vrij
lage dak. Door het paar aantal traveeën is de
indeling asymmetrisch. Hieraan werd visueel
verholpen door de paarsgewijze bezetting van de
vensters met luiken, zodat één travee (de eerste) in
de gevelcompositie genegeerd wordt. Deze travee is
overigens vals - de openingen zijn op beide
bouwlagen dichtgemetseld. Alle traveeën zijn
rechthoekig en hebben een geriemde hardstenen
omlijsting die op de vensterbank neerkomt.
De vensters van het gelijkvloers worden afgedekt door
een waterlijst met namaak sluitsteen (in waaiervorm)
die onmiddellijk bij de bovendorpel aansluit. Het
portaal is op dezelfde wijze behandeld. De vensters
van de verdieping hebben enkel een discrete geriemde
omlijsting. Het vereenvoudigde hoofdgestel bestaat
uit een vlakke architraaf, een smal lijstje en een
kroongootlijst die met talrijke klosjes versierd is.
De zijgevel onder
roodgeschilderde windveren is beraapt.
Conceptueel lijkt de bouw als woning opgevat. Mogelijks
werd hij van in het begin bestemd als gemeentehuis. Stillistisch wijzen verschillende details erop dat
de constructie fundamenteel naar klassiek patroon
werd opgericht, zodat zij een iets ouder uitzicht
laat uitschijnen dan chronologisch wellicht het
geval is, want mogelijk stamt het gebouw uit de
periode 1850-'60. De plintbezetting en het blokwerk
op de hoeken zijn uiteraard uit recentere tijd.
Sedert een aantal jaren is het gebouw, na een grondige
renovatie, terug verhuurd en bewoond.
Bronnen: ‘De gemeentehuizen van
Oost-Vlaanderen’ – Inventaris van het kunstpatrimonium, dl XVI (Banden I en II),
Dr Patrick De Vos
‘De herbergen in het voormalige Land van
Rode omstreeks 1779’ (Jaarboek van het land van Rode, II, 1971, p.27)
|
|
 |
|
HET KASTEEL 'LA BAGATELLE'
Waarschijnlijk waren er in de loop der geschiedenis
achtereenvolgens drie kastelen:
- rond 1100 moet er een
kasteel zijn geweest, gebouwd voor/door Gerard van der Gracht en
zijn gade Alixe X., beide overleden te Roborst en in de kerk
begraven: getuigen daarvan een grote hoeveelheid Balegemse
steen, gevonden rondom de ruïnes van het tweede kasteel, die
wijst op het bestaan van een vroeger (primitief) bouwwerk.
- Van het 2de
kasteel resten enkel nog de kelders en een toren; de stenen en
de toren refereren onbetwistbaar naar de 16de eeuw.
O.a. Joseph Crombé, (o Roborst 1786 - + 1876),
getuigde aan M.vanden Bossche, toenmalige eigenares - zie
de heren van Bost,
dat hij het oude kasteel 'met zeven torens' nog had gekend; dat
kasteel noemde inderdaad 'de zeventorren Casteel'. Iweins
d'Eeckhoutte vond nog een oude schoorsteenmantel in Italiaans
marmer en een koperen plaat, met daarop de tekst:
"Contre un ciel enflammé, je t'indique un abris:
Ses feux n'embrassent point l'air que l'on y respire,
Mais sous la voûte même, un coeur d'amour épris,
Resterait tout entier à son brûlant délire.
Sculpt. Vilain XIIII *
1799"
*
Deze Vilain XIIII was de echtgenoot van Marie
Charlotte van de Woestijne.
|

Kasteel -
vooraanzicht |

Achteraanzicht |

Het kasteelpark |
|
Aan de Borstekouterstraat nr. 58.
Het is een domein van bijna 5 ha gelegen tegenover de kerk,
toegankelijk via een imponerende ingang met ijzeren
inrijhek aan zware beraapte pijlers met siervazen in
terracottakleur geschilderd, geflankeerd door ijzeren
afsluiting op muurtje en twee rondboogvormige poortjes
met hekwerk, bekroond met liggende leeuwen. Het kasteelpark
werd heraangelegd op het eind van de 19de eeuw in landschapsstijl
en is voorzien van
een vijver met gietijzeren brugje. Het domein met kasteel
was niet toegankelijk voor een kunsthistorisch
onderzoek.
Het kasteel was de zetel van de voormalige heerlijkheid Borst of Bost
en gaat terug tot
een castrale motte uit de 11de of 12de eeuw! De heerlijkheid
Roborst met kasteel behoorde tien generaties lang aan de
familie van Vaernewyck. Erna aan de Corteville,
d'Ideghem, Glymes de Hollebeke, Gouffart de Felenne.
Laatste bezitter was de familie Van De Woestyne,
Jean-Baptiste Van De Woestyne kocht het kasteel in 1736.
Het gebouw dateert vermoedelijk uit de 15de eeuw (wordt
voor het eerst vermeld in 1498 - bouw van
het z.g. "Zeventorenkasteel", dat vernield
werd in 1792). Het huidige (derde)
kasteel is gebouwd in 1799 in opdracht van Vrouwe Marie-Charlotte
Van De Woestyne, dame van Roborst en toen echtgenote van
burggraaf Vilain XIIII, blijkens de herdenkingssteen van
eerstesteenlegging. Het gebouw was oorspronkelijk een paviljoen, zowel
in plattegrond als in opstand geïnspireerd op het
lusthuis "La Bagatelle" bij Parijs van architect F.J.
Bélanger. M.C. Van De Woestyne verkocht het kasteel in
1823 aan Thérèse J.E.M.G. Huysman d'Annecroix.
De eigendom veranderde divers malen van eigenaar in de
19de eeuw. Na de
verkoop van het kasteel in 1902 aan A. Iweins
d'Eeckhoutte werd het kasteel aangepast en vergroot met twee zijrisalieten. In 1992
werd het geheel opnieuw verkocht. De oranjerie
van 1919, aansluitend bij de omheiningmuur ten noorden van
het park werd gesloopt in 1994.
Op een lichte verhevenheid ingeplant onderkelderd
kasteel met bepleisterde en witgeschilderde gevels met
imitatievoegen op natuurstenen onderbouw en met
mansardedaken met dakkapellen. Naar N. gerichte
voorgevel met centrale portiek toegankelijk via dubbele
bordestrap, aangebracht ca. 1905 ter vervanging van een
enkelvoudige trap, en overdekt door een luifel op twee
arduinen Ionische zuilen met bekronend balusterbalkon;
twee liggende sfinxen flankeren de trap. Rondboogdeur
geflankeerd door rondboogvormige beeldnissen met hoge
vazen, met voorheen erboven medaillons. Rechth. vensters
in zijtrav. en op bovenverdieping. Eenvoudig hoofdgestel met
in fries van middentravee opschrift "parva sed apta",
overgenomen van La Bagatelle, en kroonlijst op klossen.
Licht uitspringend middenrisaliet verhoogd in attiekverd.
met bekronend driehoekig fronton. Achtergevel met
halfrond uitgebouwd middenrisaliet bekroond door grote
koepel met belvedere; drie rondboogvormige deurvensters
op de begane grond uitziend op groot terras met
balustrade en trap. Bij verbouwingswerken ca. 1905,
toevoeging van een bovenverd. met grotere vensters, en
een mansardeverd.
Het vlg. bibliografische en archivalische bronnen goed
bewaard en waardevol interieur in directoirestijl kon
niet worden bezocht. Vestibule met gemarmerde wanden en
vloer met veelkleurig sterrenpatroon, en gebogen
cassettengewelf met rozetten in stucwerk. Ovaal
trappenhuis met draaitrap met twee armen met eenvoudige
metalen leuningen, tussen zes witmarmeren Corinthische
zuilen afkomstig uit de abdij van Ename, gelijkaardig
tongewelf met rozetten in cassetten. Ten Z., in het
verlengde van vestibule en trappenhuis, rotonde met
salon met parket van eiken- en tulpenboomhout met
stervormig patroon, verlaagd plafond, venster- en
deuromlijstingen. Ten O., rechth. eetzaal met afgekante
hoeken met kastjes, deur- en vensteromlijstingen,
marmeren schouwmantel, stucversieringen, beschilderde
deuren, plafond beschilderd met grisailles en
W-monogrammen van Van de Woestyne. Ten westen., bureau en
salons. Ook op de bovenverdieping werden de schouwen
bewaard.
Ten noorden bevindt zich een torenruïne met kelders, naar verluidt een
overblijfsel van het zogeheten "Zeven Torenkasteel" van de
familie van Vaernewyck uit de 15de eeuw en vernield in 1792.
Midden de 19de eeuw aangepast als 'folie' met rotsen, ingeplant op
heuveltje met kelder. Ronde bakstenen traptoren onder
kegeldak (leien). Vierkante overwelfde kelder met
centrale zuil. Gedichte muuropeningen.
Ten N.W., koetshuis van acht trav. onder zadeldak
(kunstleien, n // straat). Beraapte bakstenen lijstgevel
met verwerking van natuursteen voor de zuilen, boog-en
frontonlijsten, raam- en deuromlijstingen. Parkgevel
geritmeerd door rondboogarcade met centraal risaliet van
twee trav. met driehoekig fronton met oeil-de-boeuf.
Rondboogvormige vensters en deuren in geprofileerde
omlijstingen met sluitsteen. Alliantiewapen van 1914.
Grijsgeschilderde blinde straatgevel met trav.-indeling
aangegeven door sierlijke ankers.
koetshuis, dienstwoning van twee bouwl. uit XIX.
Beraapte gevel met plint en hoekstenen van natuursteen;
afgewolfd dak. Omlijste ramen met luiken. Gecementeerde
Z.-gevel aan parkzijde met buitentrap naar bovenverd.
met ijzeren leuning.
Ten Z.O. van het kasteel, achter de "Hoeve ten Daele",
Machelgemstraat nr. 1, met bomen beplante aarden *
heuvel ten onrechte z.g. "tumulus". In feite restant van
een omwalde castrale motte uit de Middeleeuwen.
Vermoedelijk een adellijke versterking uit XI of XII,
bestaande uit een aarden ophoging met een stenen toren,
cf. in 1972 opgegraven funderingen van Doornikse steen.
Ten N., torenruïne met kelders, naar verluidt een
overblijfsel van het z.g. "Zeven Torenkasteel" van de
familie van Vaernewyck uit XV en vernield in 1792. In
XIX B aangepast als "folie" met rotsen, ingeplant op
heuveltje met kelder. Ronde bakstenen traptoren onder
kegeldak (leien).
Vierkante overwelfde kelder met centrale zuil. Gedichte
muuropeningen.
Bronnen: RUG, Fonds Vliegende
Bladen, I R 25, Rooborst village.
Comanne J., De trap ten tijde van het Empire, (De
Woonstede door de eeuwen heen, 1988, 80, p. 110-113).
de Ghellinck d'Elseghem J. - de Schaetzen G., Roborst,
een Frans kasteeltje in de Zwalmvallei. Roborst, une
viellle seigneurie relevée en bagatelle par
Marie-
Charlotte de la Woestyne, (De Woonstede door de
eeuwen heen, 1971, 12, p. 44-65).
Dhanens E., Kanton Sint-Maria-Horebeke, Tekst,
Inventaris van het Kunstpatrimonium van Oost-Vlaanderen,
VII, Gent, 1971, p. 194-195.
Iweins d'Eeckhoutte A., Roborst, ses seigneuries, ses
seigneurs, (Handelingen van den Oudheid- &
Geschiedkundigen Kring van Audenaerde, 1923, p. 65-105).
|
|

Kasteelpoort met
linker poortgebouw |

Inkompartij |
.
|

Het salon |

Het salon vanuit
andere hoek... |

De traphal |

Nog de traphal... |
| |
|
|
|
|
|
Voormalig
CAFÉ en GEMEENTEHUIS
Borstekouterstraat nr. 56, aan de hoek met de Machelgemstraat.
Het is het voormalige gemeentehuis, de latere
herberg 'Oud Gemeentehuis', die nog later
werd omgedoopt tot café 'Het
Kasteelhof'. Oorspronkelijk was het een éénlaags huis,
vermoedelijk vervangen door het huidig gebouw
rond
1907, later beraapt en voorzien van huidige
gerestaureerde gevelordonnantie. Gelegen rechts van
de toegang tot het kasteeldomein. Deels
onderkelderd breedhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen onder zadeldaken (in kunstleien) voorheen
met vorstkam. Beraapte en grijsgeschilderde
gevel met rechthoekige omlijste vensters en twee
deuren met ijzeren lateien, op de begane grond
zijn de gecementeerde deur- en
vensteromlijstingen voorzien van een sluitsteen
en zijn de rood-witgeschilderde luiken versierd
met bloemvormige lichtopeningen. Nog voorzien
van ijzeren ring voor leidsels van paarden links
van de vroegere cafédeur. Beraapte en blinde
zijgevel in de Machelgemstraat.
Bron: De Noyette G. -
Hoebeke M., Dorpsbeelden uit het verleden,
Zwalm, Nazareth, 1994, p. 29 |

Het poortgebouwtje
rechts van de kasteelpoort |
HET PENSIONAAT - ZIE hierboven ONDERWIJS
|
|
HET VROEGERE KLOOSTER
Aan de Kloosterstraat nr 1. Nu
verbouwd tot het rust- en verzorgingstehuis 'Huize Roborst'.
Dit voormalig klooster en jongensschool werd gebouwd
door de laatste bezitster van de heerlijkheid, jonkvrouw M.E.
Huysman d'Annecroix voor de broeders Jozefieten van
Geraardsbergen in 1824 en gesloten in 1845. Erna bewoond
door de zwartzusters uit Geraardsbergen en meisjesschool. In
1873 gekocht door de Zusters van het H. Hart van Maria uit
Nederbrakel en ingericht als dorpsschool, kantschool (tot
1880), tehuis voor weesmeisjes, bejaardentehuis en een
kostschool voor meisjes. In de jaren 1890 werd het oude
klooster gesloopt en groter heropgebouwd. Tijdens de eerste
wereldoorlog werden de gebouwen opgeëist
door Duitse leger. De zusters hebben het klooster definitief
verlaten in 1997.
De bakstenen
kloostergebouwen hebben tweeënhalve bouwlagen onder pannendaken
opgesteld in U-vorm rondom een begraasde binnenplaats. Links
bevindt zich de
vleugel van 1890 met de vroegere kloosterkapel. De rechtervleugel
werd heropgebouwd in 1893 en verlengd tot aan de straat. Beide
vleugels zijn voorzien van een beglaasde niskapel met de
beelden van H. Hart van Jezus en Maria. Een vierde vleugel,
de straatvleugel werd gebouwd in 1957 naar een ontwerp van ir. A. Ascoop (Wetteren).
Bronnen: Munkzwalm, Gemeentearchief
Roborst, 1.778.511, Bouwvergunningen.
De Meulemeester M., De Zusters van het H. Hart van Maria te
Nederbrakel, Leuven, 1935, p. 95-96, 121, 132-133.
De Noyette G. - Hoebeke M., Dorpsbeelden uit het verleden,
Zwalm, Nazareth, 1994, p. 37.
|
DE
DORPSBROUWERIJ 'LA FONTAINE' of VAN WITTENBERGHE
|
Woningen, nu "'t Blaffend Konijn", "De
Brouwerij"
Gelegen nrs 21-27
en 29.
Het nr. 27 is nu verbouwd tot ' 'tBlaffend Konijn';
het nr. 29 tot 'De Brouwerij'.
Het betreft een rij van drie huisjes, een groter
huis met café en een voormalige brouwerij, nu
hotel. Alles vormde vroeger één geheel met de brouwerij
-
vermoedelijk opgericht door brouwer P. Van
Wittenberghe rond 1850 en in het begin van
de 20ste eeuw vergroot.
Nr. 21-25.
Huisjes van elk twee trav. en twee bouwl. met
geschilderde bakstenen gevel op gepikte plint en
doorlopend pannendak. Rechth. vensters en
deuren. Recent grondig aangepaste gevels.
Nr. 27. Voormalig
brouwershuis en bureel van brouwerij van zes
travees en twee bouwlagen onder zadeldak (pannen) met
klokkenstoel. Gedecapeerde gevel met haast
rechthoekige beluikte vensters, evenals bovenlicht
van deur met geëtst glas met emblemen van
ernaast gelegen voormalige brouwerij en
opschrift "F. Van Wittenberghe/ 1900/ Rooborst/
La Fontaine". Deur gevat in omlijsting van rode
en gesinterde bakstenen met kroonlijstje.
Nr. 29. Hotel
gebouwd op de plaats van de voormalige
stoombrouwerij "La Fontaine". Bewaarde
ronde schoorsteen op vierkante sokkel van
voormalige brouwerij ingebouwd in het nieuw
gebouwde hotel. Alleenstaand
bakstenen dienstgebouw van zes travees onder
schilddak (pannen), uit het midden der 19de eeuw.
|
|
|
| |
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
DE
HERBERGEN
Verdwenen: 'de Klosse', Wettens,
Tante Anna, 't Brouwershuis, 'Pijpkies', 'De Kongo', herberg Vermassen
of 'De Witte Metser' (eigendom van de brouwerij Van Wittenberghe en sinds 1942 bewoond door de familie Geurts
en onteigend en afgebroken voor de verbreding
van de Zottegemse Steenweg eind de jaren 1980), 'De
Ploeg'(1895). 'De grijze merrie', tegenover de sint-Annakapel op de
vroegere heirweg (nu de Zottegemsesteenweg). was
een populaire herberg tot 1962. De laatste
uitbaters waren het echtpaar Ardijns-de Vuyst.
De.'Roborsthoeve', café-restaurant
Aan de Borstekouterstraat nr. 43, aan de hoek
met de
Fonteinstraat. Tot voor kort uitgebaat als café-restaurant
'de Roborsthoeve'.
Het is een Vroegere hoeve van het semigesloten type met
U-vormige opstelling; waarvan de oude kern met grotendeels
aangepaste dienstgebouwen teruggaat naar midden
de 19de eeuw.
Ten zuidoosten staat het aan de
straat gelegen gerenoveerd woonhuis van acht traveeën onder
het overstekend zadeldak (pannen) tussen
zijtrapgevels; dateert uit de 18de eeuw - op de rechter zijtrapgevel, d.m.v. muurankers gedateerd 1713.
Witgeschilderde bakstenen gevels op gepikte
plinten. Licht getoogde vensters met kleine
roedeverdeling, arduinen lekdrempels en luiken.
Getoogde toegangsdeur in vlakke arduinen omlijsting.
Dakoverstek op uitgewerkte houten modillons.
Bouwnaad en sporen van muurvlechtingen in de
rechter
zijgevel wijzen op uitbreiding van het oude
woonhuis.
Binnenin vindt men de bewaarde samengestelde
balklaag in de gelagkamer rechts van voordeur met versierde en gedateerde
moerbalk van 1713. De vloer is bedekt met driekleurige
cementtegels met geometrisch patroon van rond
1900.
Dorpshuis, de vroege café 'In de lantaarn'
Borstekouterstraat nr 66. Dorpshuis van
anderhalve bouwl. onder zadeldak (pannen), uit
het begin der 20ste eeuw. Heeft een gecementeerde en witgeschilderde gevel
aan de straatzijde. Getoogde en beluikte
benedenvensters, rechthoekige bovenvensters. De
inkomdeur bevindt zich in de rechter afgeschuinde hoektravee met erboven
de geschilderde huisnaam. De bakstenen
zijgevel is witgeschilderd en heeft een ijzeren ring voor
leidsels van paarden behouden.
Was vroeger de dorpsherberg 'In de
lantaarn'.
Vroeger molenaarshuis, de
huidige
herberg 'Brugske'
Aan de Machelgemstraat nr. 58. Het huis was vroeger
een
molenaarshuis, nu verbouwd tot café 'Brugske',
gelegen schuin tegenover de Bostmolen met ertussen
een geasfalteerd erf. Het is een geschilderd bakstenen gebouw
van anderhalve bouwlaag op een gecementeerde en
bruingeschilderde plint en afgedekt door
het zadeldak (in kunstleien). De voorgevel
dateert vermoedelijk
van rond 1900. Er zijn getoogde vensters en deuren, op de
halve-verd. afwisselend blind. De rechter zijgevel
is gecementeerd. In de linker zijgevel wijzen
muurvlechtingen op uitbreiding van een oudere
lagere bouw.
Herberg ' 't Bareelke'
Aan de Borstekouterstraat nr. 104. Café
"'t Bareelke", was vroeger de herberg "Café de
la Gare" (1909). Gelegen tegenover het (verdwenen)
spoorwegstation. Typische herberg uit het begin
der 20ste eeuw, met
verankerde bakstenen lijstgevels en de inkomdeur in
een afgekante hoektravee. Met geaccentueerde omlijstingen
in contrasterende materialen van getoogde
muuropeningen.
De oud-smidse en dito herberg 'In Sint-Elooi'
Aan de Borstekouterstraat nr. 80 bevindt zich de
vroegere smidse en herberg 'In Sint-Elooi'.
Het is een dorpshuis van twee bouwlagen hoog onder
een afgewolfd
zadeldak (van pannen), uit het laatste kwart der
19de eeuw. De gecementeerde
lijstgevel dateert vermoedelijk uit de jaren 1920.
De smidse werd gesloopt.
|
DE HOEVEN
het
'GOED TEN DAELE'
Nr. 1. "Goed Ten Daele". Zetel van vroegere
heerlijkheid toebehorend aan het graafschap van
Egmont van Zottegem. Semi-gesloten hoeve
vermoedelijk in kern uit XVI, doch grotendeels
uit eind XVIII. Witgeschilderde bakstenen
gebouwen op gepikte plinten onder pannen
zadeldaken, gegroepeerd rondom gekasseide en
begraasde binnenplaats, toegankelijk via hek
tussen woonhuis en schuur-wagenhuis.
Ten noordwesten staat het
boerenhuis van zes trav. onder zadeldak (pannen)
met klokkenstoel, gedateerd d.m.v. geschilderde
jaartal 1793 boven de deur aan de erfzijde.
Geschilderde naar Z.O. gerichte erfgevel op
gecementeerde plint met vernieuwde rechth.
vensters en deuren, l.g. in deels bewaarde
omlijsting van gesinterde baksteen en
voorafgegaan door dubbele steektrap. Dakoverstek
op houten consoles. Twee aaneensluitende met
tongewelf overwelfde kelders onder N.-trav.
toegankelijk via buitendeurtje. Gelijkaardige
achtergevel, huidige voorgevel. Ten noorden in het
verlengde van het boerenhuis, bakoven en
waterput onder lessenaarsdak.
Ten N.O. en ten
Z.O., stallen met licht getoogde deuren, en in
l.g. twee klimmende dakvensters met laadluiken.
Dakoverstek rustend op gesculpteerde consoles.
Ten Z.W.,
dwarsschuur met twee rechth. inrijpoorten in
geschilderde gevel onder tandlijsten.
Ten O. van de
hoeve, beboomde en begraasde *motteheuvel van
het voormalige kasteel, zie Borstekouterstraat
nr. 58.
Gerenoveerde
HOEVE
Aan de Borstekouterstraat nr. 53. Tegenover de
kerk gelegen hoeve met in 1993 gerenoveerd
boerenhuis van zes traveeën en twee bouwlagen onder
een zadeldak van pannen, uit het derde kwart der
19de eeuw. Verankerde
bakstenen lijstgevel onder tandlijst. Rechthoekige
inkomdeur met bovenlicht in gesinterde bakstenen
omlijsting met oren, de vensters zijn
rechthoekig op
arduinen lekdrempels, oorspronkelijk op de
begane grond beluikt. De erachter gelegen bakstenen
19de-eeuwse dienstgebouwen onder pannendaken in
L-vormige opstelling sluiten aan bij het
woonhuis.
HOEVE
Borstekouterstraat nr. 54; aan de hoek met de Machelgemstraat. Hoeve met ruim onderkelderd
huis en voormalig café van vier traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (pannen), oude kern, maar
het
woonhuis werd heropgebouwd midden de 20ste eeuw en door brand
vernield in 1998. Eenvoudige bakstenen
lijstgevel met dubbelhuisopstand. Licht getoogde
vensters en deuren. Aansluitende
bedrijfsgebouwen worden volledig aangepast aan
nieuwe woonfunctie.
Semi-gesloten
HOEVE
Aan de
Borstekouterstraat nr 55. Achterin,
noordelijk van de kerk ingeplante hoeve met erachter
de lager gelegen waterkersgracht; bereikbaar via
gekasseide oprit. Semigesloten hoeve met
bakstenen gebouwen onder zadeldaken (pannen)
voorzien van rood geschilderd houtwerk,
gegroepeerd rondom een verharde en gekasseide
binnenplaats met nu beplante vroegere mestvaalt.
Ten N.,
boerenhuis met oude kern, doch grotendeels
aangepast. Naar het zuiden gerichte erfgevel met geel
bakstenen parement aangebracht ca. 1945 en
vernieuwde muuropeningen. Verhoogde begane grond
met rechth. deur op trap met voormalig bekronend
niskapelletje. De kelder bevindt zich onder de
westelijke travee. Resterende
jaarankers 61 op de rechter zijgevel, vermoedelijk nog
uit de 16de eeuw. Laadluik en hijsanker voor graanzolder.
Midden tegen
achtergevel, haaks onderkelderd aanbouwsel met
keuken onder zadeldak (pannen), toegevoegd in
het derde kwart der 19de eeuw.
Ten oosten staat de bakstenen dwarsschuur onder zadeldak (pannen); naar
verluidt overgebracht uit Elst. Centrale rechthoekige doorrijpoorten met opgeklampte vleugelpoorten.
Aan de oostzijde bevindt zich een afdak op houten pijlers.
Oorspronkelijk gebint, met ingekerfde
inscripties, o.m. namen en jaartallen 1796,
1815, 1856.
Ten westen staat een bakstenen
dienstgebouw met drie licht getoogde staldeuren
van veulen- en paardenstallen bekroond door
oculi. Ter hoogte van de eerste deur, dakvenster
met laadluik voor hooizolder.
Ten zuiden bevindt zich een vervallen
dienstgebouw met een rechthoekige inrijpoort, uit
het midden der 19de eeuw.
HOEVE
Aan de
Machelgemstraat nrs 62, 64.
Het is een gewezen hoeve met losstaande bestanddelen.
De woning met nr 64 is later toegevoegd. Het huis
met nr 62 is gerenoveerd.
Ten noorden bevinden zich de stallen
en de schuur onder schilddak (pannen, n straat),
daterend uit het einde der 19de eeuw en gebouwd door
brouwersfamilie Van Wittenberghe van de er tegenover
gelegen vroegere brouwerij. Het is een bakstenen gebouw met in
de eerste en laatste travee gedichte rondboogvormige
poorten.
Voormalige
gesloten
HOEVE
Aan de
Borstekouterstraat nr 57.
Vroegere, naast het kerkhof gelegen gesloten
hoeve. Eenvoudig woonhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (van kunstleien), volgens
jaartalankers op de rechter zijgevel daterend van 1884;
ter vervanging van een oudere hoeve. Verankerde
bakstenen lijstgevel op gecementeerde plint met
rechthoekige vensters, op de begane grond met persiennes.
De centrale rechthoekige toegangsdeur is gevat in
een arduinen
omlijsting. Links bevindt zich een zijaanbouwsel onder lessenaarsdak
met doorrit naar erf.
Op het deels gekasseide erf bevinden zich de bakstenen stallen en
de houten schuur onder afgewolfd pannendak, vermoedelijk uit
midden de 19de eeuw.
|
|
St.-ANNA(veld)KAPEL
Aan de Sint-Annastraat
(vroeger Molenstraat), zonder nr., aan de
kruising met de Zottegemsesteenweg (vroeger
Heirweg). Het is een veldkapelletje van
1653 omringd door vijf lindebomen. Erachter, op
grens met Rozebeke, bevindt zich de in 1992 aangelegde
gemeentelijke begraafplaats. De veldkapel werd
in 2000 gerestaureerd.
Het gebouwtje is opgetrokken uit
bak- en zandsteen, tot voor kort witgeschilderd
op gepikte plint, onder pannendak. Vierkant
gebouwtje met driezijdige absis. De
oorspronkelijke, noordoostelijk gerichte deur met
traliewerk en omlijsting werd in de 19de eeuw vervangen door
de huidige
neogotische rechthoekige houten deur met ijzeren ajourwerk onder afdakje. Penanten versierd met
Jezus-, Maria- en Anna-monogram en gedateerd
1653. Puntgeveltop met roodgeschilderde
beplanking met opschrift "H. Anna b.v.o." en
windveren.
Bepleisterd
interieur met rode tegelvloer en houten
zoldering, wordt gerestaureerd. Het 17de-eeuwse altaar
is een
gemetste blok met oudere altaarsteen, een monoliete zandsteen.
Een geschilderd paneel met H.-Anna-te-Drieën
uit het begin van de 17de eeuw, en een geschilderd houten beeldje van H.
Barbara uit het begin der 16de eeuw, zijn gestolen.
Het betreft een sierlijk gebouwtje, bestaande uit een vierkante
travee en een driezijdige sluiting; hoofdzakelijk opgetrokken in
baksteen - de voorgevel en drempel zijn in zandsteen, evenals de
plinten en hoekstenen. De voorgevel heeft geprofileerde
rechtstanden en twee sterk vooruitspringende geprofileerde
kraagstenen die een houten luifel dragen; deze laatste en de deur
werden vernieuwd in de neogotische periode. Het zadeldak met drie
aansluitende panden boven het koortje wordt bekroond met een
smeedijzeren kruis. Het kapelletje is vooraan gemerkt met aan de
linkerkant het Christusmonogram onder hetwelk de Maria- en
Anna-monogrammen en aan de rechterkant de (bouw)datum 1653.
Binnen vindt men in een bepleisterd interieur, rode tegelvloer en
betimmerde zoldering volgende voorwerpen: - Het altaar, 17de-eeuws - Een wijwatervat, gotisch?,
- Een beeld van de H. Barbara (16de-eeuws) - Een schilderij 'St-Anna-te-Drieën - Kroon van de H.Barbara - Twee kaarsendragers - Een ciborie uit 1791 - Stralenmonstrans, 18de-eeuws

Het St.Anna-kapelletje temidden van de 5 linden |

Het interieur |

Het beeld van St-Anna |
Bronnen:
Dhanens E.,
Kanton Sint-Maria-Horebeke, Tekst, Inventaris
van het Kunstpatrimonium van Oost-Vlaanderen,
VII, Gent, 1971, p. 193-194.
Dhanens E., Kanton Sint-Maria-Horebeke,
Illustratie, Inventaris van het Kunstpatrimonium
van Oost-Vlaanderen, VIII, Gent, 1971, afb.
322-328. |
|
MERKWAARDIGE WONINGEN
HERENHUIS
Aan de Machelgemstraat nr 6.
Het is een alleenstaand herenhuis met drie traveeën en twee bouwlagen onder
een afgewolfd zadel(pannen)dak, uit het laatste
kwart der 19de eeuw, in een omhaagde tuin met ijzeren afsluiting
en twee ijzeren hekken. Gecementeerde lijstgevel
met dubbelhuisopstand. Licht getoogde vensters
met witgeschilderde luiken. Aangebouwde veranda
tegen zijgevel met geëtst glas.
Ten zuiden bevindt zich een vrijstaande ronde gecementeerde toren
onder kegeldak (leien) met bolbekroning.
VILLA
'Beekveld'
Borstekouterstraat nr 73, op de hoek met de Herpelstraat. Nu genaamd "Beekveld".
Ingeplant op lichte verhevenheid in aangelegde
tuin met o.a. twee oude tulpenbomen. Ruime
woning met kern uit het derde kwart der 19de
eeuw en aangepast rond 1939.
Centrale travee van twee bouwlagen met driehoekig
fronton onder zadeldak met oculus. Geflankeerd
door aanbouwsels van één bouwlaag.
Boerenarbeidershuisje
Aan de Koedrevestraat nr. 2,
zijdelings
op de straat en vlak achter Borstekouterstraat
nr. 112 ingeplant boerenarbeidershuisje uit het
midden der 19de eeuw. Het is een langgestrekt hoevetje onder zadeldak (pannen)
met centraal woongedeelte. Verankerde en
witgeschilderde bakstenen lijstgevel op gepikte
plint. Zeer licht getoogde muuropeningen,
voorheen met luiken, getuigen de bewaarde duimen.
Getrapte daklijst. Er staat een steekpomp tegen de gevel.
|

Zoals in de meeste zuid-Vlaamse gemeenten werd de
overwegende landbouweconomie aangevuld met enige textielnijverheid -
linnennijverheid tot het midden van de 19de eeuw. Tegenwoordig vindt
meer dan 60% van de actieve lokale bevolking haar bestaan in de
pendelarbeid; er is enige lokale horeca.
DE DORPSBROUWERIJEN
- La Fontaine
- Van Wittenberge R
- bedrijvigheid
gestaakt in 1935
Het
voormalige brouwerijcomplex
'La Fontaine'
Aan de
Machelgemstraat nr 60. Mooi
gelegen gebouwencomplex op een eilandje tussen
twee brugjes over de Zwalm en tgov. de Bostmolen.
Oorspronkelijk gesloten hoeve rondom rechth.
binnenplaats, vlg. kadasterarchief in 1884
wederopgebouwd i.o.v. "bloempelder" K. Van
Wittenberghe, mulder van de ertgov. gelegen
Bostmolen, tot semi-gesloten hoeve met U-vormige
opstelling en huis ten Z. aan de straatkant.
Burgerhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen onder
afgewolfd schilddak (van pannen), aan weerszij
geflankeerd door straat ingeplante
dienstgebouwen rondom erachter gelegen rechthoekig
binnenerf. Beraapte lijstgevel op arduinen plint
met dubbelhuisopstand, vermoedelijk uit midden
19de eeuw.
Hoekpenanten en borstwering versierd met panelen
in stucwerk. Rechthoekige vensters met T-ramen en
vernieuwd houtwerk in witgepleisterde omlijsting
en met tot kordonlijst doorgetrokken arduinen
lekdrempels, op de begane grond voorzien van
rolluikkasten. Centrale deur op trapje gevat in
arduinen omlijsting met kroonlijst. Eenvoudig
bekronend entablement met kroonlijst op klossen.
Gelijkaardige achtergevel.
Rechts in het verlengde van het huis, onderkelderd
bijgebouw, met eveneens beraapte straatgevel
voorzien van een rechthoekige inkomdeur en een vroeger niskapelletje met in de gepleisterde omlijsting
de verwerking van de letters GZJC (Gezegend zij
Jezus Christus), nu voorzien van venstertje met
roedeverdeling.
Links naast het woonhuis staat een bijgebouw, palend aan de
Zwalmbeek, met twee korfboogpoorten in de
straatgevel, gedateerd in arduinen gevelsteentje
1884. Gevel aan de beekkant van zes traveeën onder
geprofileerde bakstenen lijst voorzien van
kleine vierkante venstertjes.
DE WATERKERSTEELT
Roborst is zeer gekend omwille van zijn unieke
waterkerscultuur. Het was Florent Van Den Hecke, die kort na 'de Groote
Oorlog' de basis daarvoor legde. Albert Spranghers exploiteerde daarna
verder de grachten...Vanzelfsprekend speelde ook de recentere ontwikkeling
van het Zwalmtoerisme een grote rol in het tot stand komen van een
uitgebreide horeca-bedrijvigheid - lees verder.

Gekende Roborstenaren zijn o.a.
Isidoor CARIJN
of ‘Weintenzen Door’, de leden van
de
familie Iweins d' Eeckhoute
- de laatste echte kasteelheren van Roborst.
Alexander Beetens
was er schaapherder. Ook de láátste schaapherder van Roborst,
Gilbert Ockerman
bevindt zich in deze ‘galerij’ der bekende Roborstenaren.
Albert SPRANGHERS
was lange tijd bedrijvig als waterkerskweker.

De laatste kasteelbewoners, het echtpaar Iweins
d'Eechoutte-de Potesta Waleffe |
|

Mme de Potesta Waleffe kort voor haar
dood |
|
Alexander
Beetens
of Gilbert Ockerman |
|

Oorlogsheld piloot Isidoor Carrijn |
|

Het volksleven was indertijd die van een
doorsnee landelijke
Vlaamse gemeente, met uitingen van geloof en bijgeloof, zijn
verenigingsleven met de ‘couleur locale’… enz
De St.Hermesgilde
De eerste (geschreven) vermelding dateert uit 1724. In dat jaar
versloeg de ruiterij van Roborst een roversbende. St.Hermes, de
patroonheilige van de stad Ronse, en aanroepen tegen dementie en
krankzinnigheid, werd te Rome onthoofd. Uit geschreven bronnen
blijkt dat in 860 een beenstukje uit de arm van de heilige werd
overgebracht naar Ronse; dat beentje wordt vanaf de middeleeuwen als
relikwie te Ronse vereerd en bewaard in een schrijn, die jaarlijks
in een processie wordt rondgedragen, begeleid door verschillende
gildes. Deze onthoofding wordt nog jaarlijks te Ronse, na afloop van
de ommegang, te Ronse uitgebeeld in een historische stoet.
Omdat Roborst vroeger
deel uitmaakte van het domein van de abdij van Ronse ('het Ténement
d'Inde'), werd hen verzocht met hun ruiterij het schrijn én de
bedevaarders tijdens de jaarlijkse Fiertel(*)ommegang te beschermen.
Niet zonder reden, bleek in 1724, toen een roversbende trachtte het
kostbare schrijn buit te maken; dankzij het kordaat ingrijpen van
ruiters uit Roborst (en Saint-Sauveur) werden de rovers verslagen.
Als beloning mochten de
ruiters het schrijn van St-Hermes van dichtbij begeleiden in de
jaarlijkse processie, die een 'ommegang' maakt van ca. 32,6 km lang.
De Roborstse afvaardiging loopt in de stoet mee tussen 'de duivel
aan de ketting' en de groep geestelijken met het schrijn, als het
ware de buffer tussen het Kwade en het Goede symboliserend.
Het oorspronkelijk
gildevaandel dateert uit 1860 (opschrift "1860 Rooborst") maar werd
in 1960 vervangen door het huidige met opschrift "1860 Gilde St.
Hermes Roborst".
(*) de fiertel =
het (houten) schrijn waarin de relieken (de heiligen-overblijfselen)
zitten weggeborgen.
|
|

DE
BOSTMOLEN
|
|
|
Aan de
Machelgemstraat nr. 56. Deze watermolen, genaamd "Bostmolen"
of "Machelgemmolen" met sluiswerk bevindt
zich aan de
Zwalm. Oorspronkelijk was het een graanmolen met ertegenover
een
oliemolen, die al vermeld werden in 1571. De oliemolen
is
gedateerd 1630 (?) d.m.v. muurankers in de geveltop
en
werd gesloopt na stopzetting van activiteiten in
1933. De bedrijvigheid van de watermolen werd stopgezet in
1966. Het voormalige molenhuis is nu in gebruik als café.
Het sluiswerk met woelrol
met pal en twee zwengels is afgedekt met een ijzeren kapje;
er zijn een klein en een groot tandrad. Er is ook
een getrapte strekdam met
loopbrugje. Sedert 1981 wordt het bovenwaterpeil
automatisch beheerst door een klepstuw.
Het bakstenen molenhuis
van vier traveeën en twee bouwlagen staat onder een zadeldak
(van pannen, naast de Zwalmrivier); het huis is gedateerd 1630 in vermoedelijk
hergebruikte muurankers in de noordgevel en 1785 in een
ingemetselde zandsteen van de hoekketting aan de
watergevel, die vermoedelijk vergroot werd rond 1875.
Er zijn licht getoogde vensters met ijzeren roedeverdeling. Tegen
de westelijke watergevel met natuurstenen onderbouw
is het
ijzeren bovenslagrad bewaard gebleven.
Binnenin kan men nog de diepe asput
met arduinen ringmuur en op de meelzolder vier koppels
maalstenen, sleepluiwerk en haverbreker zien.
Bronnen:
Bauters P. - Buysse
R., De Oostvlaamse watermolens, Inventaris 1980, (Kultureel
Jaarboek voor de Provincie Oost-Vlaanderen,
Bijdragen Nieuwe reeks - nr. 11, Gent, 1980, p.
133-135).
De Noyette G. - Hoebeke M., Dorpsbeelden uit het
verleden, Zwalm, Nazareth, 1994, p. 31.
ver Elst, De watermolens van Antwerpen en Vlaanderen
in beeld, Zaltbommel, 1979.
|
De 'Bostmolen' |

De spuikom |

De ingangsdeur |

Het waterrad gerestaureerd (2006) |

Binnenzicht (2006) |
|
DE HOEVE PLASMANS
(HET HUIS DRIEGHE) |
|
|
|
|
|
|
|
DE
DORPSKOM -
met de Borstekouterstraat (een kasseiweg) met inbegrip van de
zijbermen, het kerkplein, de 4 linden en het kerkhof, als
monument door het 27/4/2001.
|
DE
St.DENIJSKERK, Borstekouterstraat 59, als monument door het
KB 13/7/1945.
|
HET KASTEEL met park en mote - door het KB ?
|

'Rooborst, ses
seigneuries, ses seigneurs...', Handelingen van de Oudheid- en
Geschiedkundige Kring van Oudenaarde, 1923, pp.65-105.
L.Buysse - 'Note sur le village de Rooborst et la
famille de Fossato ou Van der Gracht' (Annales de la société d'émulation
de Bruges, 1855-'56, p.399-400).
'Het Oudenaardsche door de Eeuwen heen' -
Hector Van De Velde, 1946.
Luc Lamon, Liban Martens, André De Smet, Geert
Desmytere - 'Stenen Mysteries in de Vlaamse
Ardennen' - Uitgave NV AZ - 1989
In memoriam Mevrouw Elisabeth de Potesta de Waleffe -
Weekblad 'De Beiaard' 22/8/1991 |
|
|
Laatste update
maandag 28 maart 2011
|
|