BEERLEGEM DIKKELE HERMELGEM HUNDELGEM MEILEGEM MUNKZWALM NEDERZWALM PAULATEM ROBORST ROZEBEKE St-BLASIUS-BOEKEL ST-DENIJS-BOEKEL St-MARIA-LATEM WIJLEGEM DE ZWALMSTREEK HOMEPAGE ZWALM VLAAMSE ARDENNEN

ROBORST
 


HET WAPENSCHILD

 BESCHRIJVING: (K.B. van 15 november 1928):
 
“van zilver, met een keper van keel vergezeld van drie mereltjes van sabel”.


Volgens geschiedschrijver L’Espinoy behoorde dit wapenschild vroeger toe aan de familie van der Gracht, die in 1325 een gebied kreeg in Roborst dat toen uit vier heerlijkheden bestond (Bost, van der Gracht, Fiennes en Ten Dale).























































 


Het vertrouwde dorpsgezicht van het kerkpleintje van Roborst
met de oude linden vóór de kerk
behoort vanaf 26 november 2008 (voorlopig) tot het verleden.

Dan werden immers de 4 linden gerooid
Bij de operatie raakte het beeldje van 'De Waterkersplukster' beschadigd.


Het kerkplein zónder de linden
 

De beschadigde Waterkersplukster
 






HET STRATENPLAN




























 

 
                                                                      DORPSZICHTEN
INLEIDING

Roborst is een voormalige Oost–Vlaamse gemeente, een landbouw- en woondorp van 356 ha groot, gelegen in het administratief en gerechtelijk arrondissement Oudenaarde, gerechtelijk kanton Brakel, aan de rivier de Zwalm gelegen in zandlemig zuid-Oost-Vlaanderen en aan de spoorlijn Kortrijk–Oudenaarde-Zottegem; aan de toeristische Zwalmroute. Er is een sterk golvend landschap variërend van 20m in de brede en door weiland ingenomen alluviale vallei van de Zwalm tot 85m ten zuiden daarvan; overwegend vruchtbare en goed gedraineerde zandleem- en leembodems, echter natter in de vele beekdepressies.

ETYMOLOGIE

Een eerste vermelding in 1170 spreekt van Rodenborre; in 1229 komt “Bust” * voor, in 1560 “Borst”. Op de figuratieve kaart van 1606 staat het vermeld als “Roobost”, terwijl men in 1725 spreekt van “Rooborst”. Volgens Carnoy is de benaming samengesteld uit “Rode” wat zoveel betekent als “van bomen en struiken gezuiverde grond” en “Borst” wat staat voor kreupelhout. De naam betekent dus volgens hem “het kreupelhout bij de gezuiverde grond”.
*  De term 'Bust' is een veel  voorkomend toponiem waarmee 'met biezen begroeide natte weiden' worden aangeduid (Gijsseling M., "Toponymisch Woordenboek...", Tongeren, 1960, p.147). Die term, al dan niet uitgegroeid tot een erkende wijk- of gehuchtennaam, vond men terug in vele dorpen, niet alleen in het Land van Aalst maar over heel Vlaanderen.

BEVOLKING

1800 1830 1900 1947 1961 1970
546 619 775 811 797 881

In 1970 werd Roborst opgenomen in de fusiegemeente groot-Munkzwalm, dat op zijn beurt in 1977 opging in de fusiegemeente ZWALM.

GESCHIEDENIS

Roborst heeft een rijk verleden en dat heeft het zeker te danken aan de naburige ligging van Velzeke – van in de Gallo-Romeinse tijd een militair bolwerk en een knooppunt van Romeinse heerwegen. Op het grondgebied van deze gemeente werden prehistorische voorwerpen (o.a. bijlen in hertshoorn) gevonden, wat wijst op een zeer vroege bewoning.

Volgens plaatselijke oude wandelbrochures zou men er munten uit de Gallo-Romeinse periode hebben gevonden in de omgeving van de bron, die nu nog de waterkerskwekerij voorziet van water. Maar nergens vond ik die vondsten nader beschreven.
     Wel werd een interessante bijdrage tot het ontrafelen van een 'Romeins verleden' van wat nu Roborst is, geleverd door de opgravingen van Mark Rogge en zijn team archeologen, in de zomermaanden der jaren 1969 en 1970, rondom de gallo-romeinse nederzetting van Velzeke-Ruddershove. Door systematische exploratie werd het bestaan daarvan aangetoond; ze omvatte 3 kernen omvatte. De centrale kern schijnt de belangrijkste te zijn geweest. Er was ook een tweede kern op ca 1 km ten zuidwesten van die eerste en die lag ongeveer op de plaats waar zich nu de herberg 'De Moriaan' bevindt - op de grens tussen Roborst en Velzeke dus - met een west- tot zuidoostelijke oriëntatie, die, zoals blijkt uit het gevonden archeologisch materiaal, moet bewoond geweest zijn vanaf de Claudische tijd tot op het einde van de 2de eeuw na Xus. De centrale en de zuidwestelijke kernen waren klaarblijkelijk kleine agglomeraties. Volgens plaatselijke overlevering zou de 'tumulus' aan Hof ten Dale trouwens een Romeinse begraafplaats zijn. Opgravingen, uitgevoerd in de jaren '30 van de vorige eeuw konden dit niet bevestigen...   

Blijkens de archieven van de Sint-Pietersabdij schonken "Reinelmus en Ida” in 1040 ondermeer de helft van de kerk van “Bussuth” aan de abdij. Nog volgens een charter van de abdij werd Roborst gesticht door Alise, weduwe van Gerardus 'Mihtis de Fossa', begraven in de kerk van “Bost”. Het plaatselijk kasteel(tje) (zie hieronder - PATRIMONIUM) en zijn bewoners speelden een voorname rol in de lokale geschiedenis.
     Bo(r)st bestond uit 4 heerlijkheden: Borst, Fiennes, van der Gracht en Ten Daele. Die 4 heerlijkheden hadden elk een 'bailliu' en schepenen. De drie laatst vermelde hingen af van Borst; Borst zelf was rechtstreeks afhankelijk van het Hof (de Châtellerie) van Aalst. In de 17de eeuw omvatten Borst & Fiennes 70-80 hectaren, en Ten Daele 45-50 hectaren.
Omgerekend naar de hedendaagse plaatsbeschrijving kan men stellen dat
Fiennes = Bruggenhoek, Borst = centrum der gemeente Roborst, Gracht = Machelgem, Ten Daele = kouters tussen Roborst en Rozebeke.

De opvoering van het 'ketterse' zinnenspel -

DE HEREN VAN (RO)BO(R)ST

BURGEMEESTERS
     De laatste burgervader was Albert Van Audenhove (+ 13.7.1993)     foto

VELDWACHTERS
     T'Siobbel: o Roborst 13.4.1910 - + Roborst 13.8.1997; was aanvankelijk een keuterboertje uit de Huttegemstraat.

ONDERWIJS

Het onderwijs in Roborst is in niet geringe mate te danken aan de tussenkomst van een paar kloosterorden. De oprichting van een school annex pensionaat te Roborst zorgde voor degelijk plaatselijk onderwijs, dat ondertussen ook al verleden tijd is…

HET PENSIONAAT - HET ONDERWIJS VOOR MEISJES

Het klooster werd in 1824 gebouwd in opdracht van de broeders Jozefieten uit Geraardsbergen. Bij aanvang aanvankelijk bestemd als betalende school voor jongens, kwam het pensionaat niet tot bloei en na de moord op pastoor Van Holewynckel (1845) werd de school gesloten. In ? heropenden de Zwartzusters uit Geraardsbergen het klooster en richtten een meisjesschool in. Ook dit initiatief mislukte. In 1873 kwamen de Zusters van het H. Hart van Maria uit Nederbrakel er verblijven om de kinderen uit Roborst te onderwijzen. Kort nadien al stichtten zij een kantschool (tot 1880), een gesticht voor weesmeisjes, een ouderlingentehuis en een kostschool voor meisjes. Op het gelijkvloers van de linkervleugel vonden de bewaar- en lagere school onderdak, terwijl de verdieping diende als slaapplaats en kostschoolklas. De rechtervleugel - het aanvankelijke weeshuis, werd in 1893 herbouwd en in 1896 tot aan de straat verlengd.
Tijdens de eerste wereldoorlog werden delen van het klooster opgeëist door de Duitse bezetter en op 15 oktober 1918 werd aan de zusters het bevel gegeven tot algehele ontruiming der gebouwen, die werden ingericht tot een Duits krijgslazaret, waar de aan het Scheldefront gewonde Duitse soldaten konden verblijven. Bij het vertrek van de Duitsers bleven de gebouwen als een puinhoop achter.

De zusters bleven in Roborst tot ?

Nu zijn  de gebouwen omgevormd tot het bejaardentehuis 'Huize Roborst' en in particuliere handen.


de kapel

 


de 'Parloir'


Een klas (1)


Een klas (2)

 

DE VROEGERE GEMEENTECHOOL

Aan de Kloosterstraat nr. 40. Nu in onbruik. Het is een klein schoolgebouwtje met schoolhuis van drie traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak naast een (klas)lokaal van twee traveeën en één bouwlaag onder zadeldak.

DE LAGERE GEMEENTE
CHOOL

Aan de overzijde van het klooster, in de Kloosterstraat nr 17, liet dorpsheer Adrien Iweins d'Eechoutte in 1913-'14 een dorpsschool bouwen die drie lagere klassen en één kleuterklas moest omvatten. Vanwege de oorlog 1914-'18 kon deze 'Mariachool' pas geopend worden op 10 oktober 1919. Jongens konden er maar tot hun achtste terecht. Onderwijzers waren achtereenvolgens Joannes De Vos, Nestor Heymans, diens zoon Theophiel, Georges De Vriendt, Richard Flamang en Louis Van Herpe.
De laatste lesdag had plaats op 30 juni 1975.
Het gebouw is opgetrokken uit gele baksteen en afgedekt door een zadeldak (pannen) tussen zijtrapgevels. De straatgevel is geritmeerd door een blinde rondboogarcade van elf traveeën. De gevel aan de speelplaats, oorspronkelijk met hoge getoogde vensters, is nu volledig aangepast aan de nieuwe woonfunctie. De klaslokalen worden tegenwoordig gebruikt door de plaatselijke verenigingen.

Bron: De Noyette G. - Hoebeke M., Dorpsbeelden uit het verleden, Zwalm, Nazareth, 1994, p. 32, 39.

 

PATRIMONIUM

Het waardevol patrimonium is dankzij de rijke geschiedenis van Roborst erg uitgebreid. Roborst is altijd een erg levendige gemeente geweest, wat zich vertaalde zich in een rijkdom en verscheidenheid aan gebouwen.

     HET SPOORWEGSTATION


Het oorspronkelijke, eerste stationnetje uit 1885

  Het station op het einde van vorige eeuw, kort vóór de afbraak Het station in de jaren 1930-'40
 

  DE ST.DYONISIUS-KERK


De unieke, merkwaardige torenspits

Interieur - hoofdaltaar

(Bouw)geschiedenis

     In 1040 schonken Reinelmus en Ida aan de Gentse St-Pietersabdij "de helft van de kerk van Bussuth en de villa Wijlegem".
     In de Beeldenstorm die in 1566 ook door onze streek raasde bleef Roborst, en dus ook zijn kerk, gespaard; de relieken, die in 1569 nog aanwezig bleken, zijn na de 2de Beeldenstorm wel verdwenen.
     Volgens de kaart van Horenbout (begin 17de eeuw) bestond de kerk uit een vierkante westtoren met slanke spits, een beuk met rood tegeldak en een koor dat (gezien de blauwe kleur) met schaliën was bedekt.
     Onder het pastoraat van Arent van den Broecke had vermoedelijk de belangrijkste herstelling van de toren plaats.
     Omstreeks 1767 (gezien de datumsteen) valt een belangrijke (ver)bouwcampagne te situeren; werken, waarvan geschreven getuigenis wordt gedaan in de kerkrekeningen van 1768-'70: het betreft herstel van de 8-zijdige geleding van de toren, het plaatsen van altaren, de kommuniebank en treden, en tot slot "het weyden van de kercke". De altaarsteen van het hoogaltaar is 1777 gemerkt.

















 





 


Het linkse zijaltaar, gewijd aan

Het hoofdaltaar

Het zijaltaar rechts toegewijd aan


DE PASTORIE

Aan de Kloosterstraat nr. 4. De woning is gelegen in een ommuurde tuin met in de hoek ijzeren toegangshek tussen gecementeerde bakstenen pijlers met bolbekroning. Het is een herenhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (van pannen) met dakkapelletje, oorspronkelijk van 1822. In 1903 werd een bovenverdieping toegevoegd en gebeurde een aanpassing van het interieur o.l.v. architect E. Cobbaert. De gecementeerde lijstgevel vertoont schijnvoegen onder een kroonlijst met tandlijst en klossen. De woning heeft licht getoogde vensters. De centraal gelegen ingangsdeur heeft bovenlicht. Gelijkaardige witgeschilderde achtergevel. De zijaanbouwsels hebben een lessenaarsdak.

Bronnen: Gemeentearchief Roborst, 1.857. RAG, Provinciaal Archief, Hollandse periode, nr. 0519/7. RAG, Provinciaal Archief, 1830-50, nr. 2553/5. RAG, Provinciaal Archief, 1851-70, nr. 1809/3. Roborst, Pastorie, Liber Memorialis
.

             HET OUD-GEMEENTEHUIS

     Het gemeentehuis van Roborst bevond zich aan de Borstekouterstraat nr 40, huidig nr.60; in het dorp herinnert men zich niet dat er ooit een ander gemeentehuis heeft gefungeerd. Het gebouwtje werd op initiatief van de toenmalige kasteelheer opgericht in het laatste kwart der 19de eeuw en is nog steeds privé-bezit. Het gelijkvloers diende indertijd als gemeentehuis, terwijl de verdieping bewoond werd. In het rechter gedeelte, rechts van de kasteelpoort werd lange tijd een herberg, " 't Kasteelhof" geëxploiteerd.
     Het gebouwtje is gelegen aan de zuidzijde van het dorpsplein rechttegenover de kerk. De bouw paalt links aan de kasteelmuur de toegang tot het kasteel af, waaraan rechts daarvan een analoge constructie beantwoordt.
     Typologisch is het gebouw een woning, die een onderdeel is van de dienstgebouwen, die de toegang tot het kasteel flankeren.  Het is een eenvoudig rechthoekig gebouw, bestaande uit zes traveeën met verdieping onder zadeldak (van leien), opgetrokken in het laatste kwart der 19de eeuw. De verzorgde constructie bakent, samen met de voormalige herberg " 't Kasteelhof" aan de rechterkant van de kasteelpoort één zijde van het dorpsplein af. Terwijl de parochiekerk en de monumentale linden ruimtelijk de hoofdrol spelen, zorgen beide huizen samen met de kerkhofmuur en enkele minder uitgesproken gebouwen voor een karakteristieke inkadering van het geheel, die tot op heden bewaard bleef.
     Het gebouw heeft een met rotsbepleistering bezette lijstgevel van zes traveeën met verdieping, op imitatie-breukstenen plint en met dito hoekbanden. De exclusieve horizontale accentuatie wordt bekrachtigd door de lichtjes gereduceerde verdieping en het vrij lage dak. Door het paar aantal traveeën is de indeling asymmetrisch. Hieraan werd visueel verholpen door de paarsgewijze bezetting van de vensters met luiken, zodat één travee (de eerste) in de gevelcompositie genegeerd wordt. Deze travee is overigens vals - de openingen zijn op beide bouwlagen dichtgemetseld. Alle traveeën zijn rechthoekig en hebben een geriemde hardstenen omlijsting die op de vensterbank neerkomt.
     De vensters van het gelijkvloers worden afgedekt door een waterlijst met namaak sluitsteen (in waaiervorm) die onmiddellijk bij de bovendorpel aansluit. Het portaal is op dezelfde wijze behandeld. De vensters van de verdieping hebben enkel een discrete geriemde omlijsting. Het vereenvoudigde hoofdgestel bestaat uit een vlakke architraaf, een smal lijstje en een kroongootlijst die met talrijke klosjes versierd is.  De zijgevel onder roodgeschilderde windveren is beraapt.
     Conceptueel lijkt de bouw als woning opgevat. Mogelijks werd hij van in het begin bestemd als gemeentehuis. Stillistisch wijzen verschillende details erop dat de constructie fundamenteel naar klassiek patroon werd opgericht, zodat zij een iets ouder uitzicht laat uitschijnen dan chronologisch wellicht het geval is, want mogelijk stamt het gebouw uit de periode 1850-'60. De plintbezetting en het blokwerk op de hoeken zijn uiteraard uit recentere tijd. 
     Sedert een aantal jaren is het gebouw, na een grondige renovatie, terug verhuurd en bewoond.

            Bronnen: ‘De gemeentehuizen van Oost-Vlaanderen’ – Inventaris van het kunstpatrimonium, dl XVI (Banden I en II), Dr Patrick De Vos
                                                   
                              ‘De herbergen in het voormalige Land van Rode omstreeks 1779’ (Jaarboek van het land van Rode, II, 1971, p.27)
                   

    

HET KASTEEL 'LA BAGATELLE'

     Waarschijnlijk waren er in de loop der geschiedenis achtereenvolgens drie kastelen:
          - rond 1100 moet er een kasteel zijn geweest, gebouwd voor/door Gerard van der Gracht en zijn gade Alixe X., beide overleden te Roborst en in de kerk begraven: getuigen daarvan een grote hoeveelheid Balegemse steen, gevonden rondom de ruïnes van het tweede kasteel, die wijst op het bestaan van een vroeger (primitief) bouwwerk.
          - Van het 2de kasteel resten enkel nog de kelders en een toren; de stenen en de toren refereren onbetwistbaar naar de 16de eeuw. O.a. Joseph Crombé, (o Roborst 1786 - + 1876), getuigde aan M.vanden Bossche, toenmalige eigenares - zie de heren van Bost, dat hij het oude kasteel 'met zeven torens' nog had gekend; dat kasteel noemde inderdaad 'de zeventorren Casteel'. Iweins d'Eeckhoutte vond nog een oude schoorsteenmantel in Italiaans marmer en een koperen plaat, met daarop de tekst:
                                                                                                                                                                                                                                                                     "Contre un ciel enflammé, je t'indique un abris:
                                                                                                                                                                                                                                                                       Ses feux n'embrassent point l'air que l'on y respire,
                                                                                                                                                                                                                                                                       Mais sous la voûte même, un coeur d'amour épris,
                                                                                                                                                                                                                                                                       Resterait tout entier à son brûlant délire.
                                                                                                                                                                                                                                                                                                               Sculpt. Vilain XIIII
* 1799"     

 * Deze Vilain XIIII was de echtgenoot van Marie Charlotte van de Woestijne.


Kasteel - vooraanzicht
 


Achteraanzicht


Het kasteelpark


Aan de Borstekouterstraat nr. 58.
Het is een domein van bijna 5 ha gelegen tegenover de kerk, toegankelijk via een imponerende ingang met ijzeren inrijhek aan zware beraapte pijlers met siervazen in terracottakleur geschilderd, geflankeerd door ijzeren afsluiting op muurtje en twee rondboogvormige poortjes met hekwerk, bekroond met liggende leeuwen. Het kasteelpark werd heraangelegd op het eind van de 19de eeuw in landschapsstijl en is voorzien van een vijver met gietijzeren brugje. Het domein met kasteel was niet toegankelijk voor een kunsthistorisch onderzoek.
Het kasteel was de zetel van de voormalige heerlijkheid Borst of Bost en gaat terug tot een castrale motte uit de 11de of 12de eeuw! De heerlijkheid Roborst met kasteel behoorde tien generaties lang aan de familie van Vaernewyck. Erna aan de Corteville, d'Ideghem, Glymes de Hollebeke, Gouffart de Felenne. Laatste bezitter was de familie Van De Woestyne, Jean-Baptiste Van De Woestyne kocht het kasteel in 1736. Het gebouw dateert vermoedelijk uit de 15de eeuw (wordt voor het eerst vermeld in 1498 - bouw van het z.g. "Zeventorenkasteel", dat vernield werd in 1792). Het huidige (derde) kasteel is gebouwd in 1799 in opdracht van Vrouwe Marie-Charlotte Van De Woestyne, dame van Roborst en toen echtgenote van burggraaf Vilain XIIII, blijkens de herdenkingssteen van eerstesteenlegging. Het gebouw was oorspronkelijk een paviljoen, zowel in plattegrond als in opstand geïnspireerd op het lusthuis "La Bagatelle" bij Parijs van architect F.J. Bélanger. M.C. Van De Woestyne verkocht het kasteel in 1823 aan Thérèse J.E.M.G. Huysman d'Annecroix. De eigendom veranderde divers malen van eigenaar in de 19de eeuw. Na de verkoop van het kasteel in 1902 aan A. Iweins d'Eeckhoutte werd het kasteel aangepast en vergroot met twee zijrisalieten. In 1992 werd het geheel opnieuw verkocht. De oranjerie van 1919, aansluitend bij de omheiningmuur ten noorden van het park werd gesloopt in 1994.
Op een lichte verhevenheid ingeplant onderkelderd kasteel met bepleisterde en witgeschilderde gevels met imitatievoegen op natuurstenen onderbouw en met mansardedaken met dakkapellen. Naar N. gerichte voorgevel met centrale portiek toegankelijk via dubbele bordestrap, aangebracht ca. 1905 ter vervanging van een enkelvoudige trap, en overdekt door een luifel op twee arduinen Ionische zuilen met bekronend balusterbalkon; twee liggende sfinxen flankeren de trap. Rondboogdeur geflankeerd door rondboogvormige beeldnissen met hoge vazen, met voorheen erboven medaillons. Rechth. vensters in zijtrav. en op bovenverdieping. Eenvoudig hoofdgestel met in fries van middentravee opschrift "parva sed apta", overgenomen van La Bagatelle, en kroonlijst op klossen. Licht uitspringend middenrisaliet verhoogd in attiekverd. met bekronend driehoekig fronton. Achtergevel met halfrond uitgebouwd middenrisaliet bekroond door grote koepel met belvedere; drie rondboogvormige deurvensters op de begane grond uitziend op groot terras met balustrade en trap. Bij verbouwingswerken ca. 1905, toevoeging van een bovenverd. met grotere vensters, en een mansardeverd.
Het vlg. bibliografische en archivalische bronnen goed bewaard en waardevol interieur in directoirestijl kon niet worden bezocht. Vestibule met gemarmerde wanden en vloer met veelkleurig sterrenpatroon, en gebogen cassettengewelf met rozetten in stucwerk. Ovaal trappenhuis met draaitrap met twee armen met eenvoudige metalen leuningen, tussen zes witmarmeren Corinthische zuilen afkomstig uit de abdij van Ename, gelijkaardig tongewelf met rozetten in cassetten. Ten Z., in het verlengde van vestibule en trappenhuis, rotonde met salon met parket van eiken- en tulpenboomhout met stervormig patroon, verlaagd plafond, venster- en deuromlijstingen. Ten O., rechth. eetzaal met afgekante hoeken met kastjes, deur- en vensteromlijstingen, marmeren schouwmantel, stucversieringen, beschilderde deuren, plafond beschilderd met grisailles en W-monogrammen van Van de Woestyne. Ten westen., bureau en salons. Ook op de bovenverdieping werden de schouwen bewaard.
Ten noorden bevindt zich een torenruïne met kelders, naar verluidt een overblijfsel van het zogeheten "Zeven Torenkasteel" van de familie van Vaernewyck uit de 15de eeuw en vernield in 1792. Midden de 19de eeuw aangepast als 'folie' met rotsen, ingeplant op heuveltje met kelder. Ronde bakstenen traptoren onder kegeldak (leien). Vierkante overwelfde kelder met centrale zuil. Gedichte muuropeningen.
Ten N.W., koetshuis van acht trav. onder zadeldak (kunstleien, n // straat). Beraapte bakstenen lijstgevel met verwerking van natuursteen voor de zuilen, boog-en frontonlijsten, raam- en deuromlijstingen. Parkgevel geritmeerd door rondboogarcade met centraal risaliet van twee trav. met driehoekig fronton met oeil-de-boeuf. Rondboogvormige vensters en deuren in geprofileerde omlijstingen met sluitsteen. Alliantiewapen van 1914. Grijsgeschilderde blinde straatgevel met trav.-indeling aangegeven door sierlijke ankers.
koetshuis, dienstwoning van twee bouwl. uit XIX. Beraapte gevel met plint en hoekstenen van natuursteen; afgewolfd dak. Omlijste ramen met luiken. Gecementeerde Z.-gevel aan parkzijde met buitentrap naar bovenverd. met ijzeren leuning.
Ten Z.O. van het kasteel, achter de "Hoeve ten Daele", Machelgemstraat nr. 1, met bomen beplante aarden * heuvel ten onrechte z.g. "tumulus". In feite restant van een omwalde castrale motte uit de Middeleeuwen. Vermoedelijk een adellijke versterking uit XI of XII, bestaande uit een aarden ophoging met een stenen toren, cf. in 1972 opgegraven funderingen van Doornikse steen.
Ten N., torenruïne met kelders, naar verluidt een overblijfsel van het z.g. "Zeven Torenkasteel" van de familie van Vaernewyck uit XV en vernield in 1792. In XIX B aangepast als "folie" met rotsen, ingeplant op heuveltje met kelder. Ronde bakstenen traptoren onder kegeldak (leien).
Vierkante overwelfde kelder met centrale zuil. Gedichte muuropeningen.

Bronnen:  RUG, Fonds Vliegende Bladen, I R 25, Rooborst village.                                                                                                                                                                                                          
Comanne J., De trap ten tijde van het Empire, (De Woonstede door de eeuwen heen, 1988, 80, p. 110-113).                                                                                                             
de Ghellinck d'Elseghem J. - de Schaetzen G., Roborst, een Frans kasteeltje in de Zwalmvallei. Roborst, une viellle seigneurie relevée en bagatelle par Marie-            
Charlotte de  la Woestyne, (De Woonstede door de eeuwen heen, 1971, 12, p. 44-65).                                                                                                                                              
                                                                                                                                                                                                                                                                                  Dhanens E., Kanton Sint-Maria-Horebeke, Tekst, Inventaris van het Kunstpatrimonium van Oost-Vlaanderen, VII, Gent, 1971, p. 194-195.                                              
Iweins d'Eeckhoutte A., Roborst, ses seigneuries, ses seigneurs, (Handelingen van den Oudheid- & Geschiedkundigen Kring van Audenaerde, 1923, p. 65-105).  
 


Kasteelpoort met linker poortgebouw


Inkompartij

 

 

.


Het salon

Het salon vanuit andere hoek...

De traphal

Nog de traphal...
       
 Voormalig CAFÉ en GEMEENTEHUIS

Borstekouterstraat nr. 56, aan de hoek met de Machelgemstraat. Het is het voormalige gemeentehuis, de latere herberg 'Oud Gemeentehuis', die nog later werd omgedoopt tot café 'Het Kasteelhof'. Oorspronkelijk was het een éénlaags huis, vermoedelijk vervangen door het huidig gebouw rond 1907, later beraapt en voorzien van huidige gerestaureerde gevelordonnantie. Gelegen rechts van de toegang tot het kasteeldomein. Deels onderkelderd breedhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen onder zadeldaken (in kunstleien) voorheen met vorstkam. Beraapte en grijsgeschilderde gevel met rechthoekige omlijste vensters en twee deuren met ijzeren lateien, op de begane grond zijn de gecementeerde deur- en vensteromlijstingen voorzien van een sluitsteen en zijn de rood-witgeschilderde luiken versierd met bloemvormige lichtopeningen. Nog voorzien van ijzeren ring voor leidsels van paarden links van de vroegere cafédeur. Beraapte en blinde zijgevel in de Machelgemstraat.

Bron: De Noyette G. - Hoebeke M., Dorpsbeelden uit het verleden, Zwalm, Nazareth, 1994, p. 29


Het poortgebouwtje rechts van de kasteelpoort

HET PENSIONAAT - ZIE hierboven ONDERWIJS
 

HET VROEGERE KLOOSTER

Aan de Kloosterstraat nr 1. Nu verbouwd tot het rust- en verzorgingstehuis 'Huize Roborst'. Dit voormalig klooster en jongensschool werd gebouwd door de laatste bezitster van de heerlijkheid, jonkvrouw M.E. Huysman d'Annecroix voor de broeders Jozefieten van Geraardsbergen in 1824 en gesloten in 1845. Erna bewoond door de zwartzusters uit Geraardsbergen en meisjesschool. In 1873 gekocht door de Zusters van het H. Hart van Maria uit Nederbrakel en ingericht als dorpsschool, kantschool (tot 1880), tehuis voor weesmeisjes, bejaardentehuis en een kostschool voor meisjes. In de jaren 1890 werd het oude klooster gesloopt en groter heropgebouwd. Tijdens de eerste wereldoorlog werden de gebouwen opgeëist door Duitse leger. De zusters hebben het klooster definitief verlaten in 1997.
De bakstenen kloostergebouwen hebben tweeënhalve bouwlagen onder pannendaken opgesteld in U-vorm rondom een begraasde binnenplaats. Links bevindt zich de vleugel van 1890 met de vroegere kloosterkapel. De rechtervleugel werd heropgebouwd in 1893 en verlengd tot aan de straat. Beide vleugels zijn voorzien van een beglaasde niskapel met de beelden van H. Hart van Jezus en Maria. Een vierde vleugel, de straatvleugel werd gebouwd in 1957 naar een ontwerp van ir. A. Ascoop (Wetteren).

Bronnen: Munkzwalm, Gemeentearchief Roborst, 1.778.511, Bouwvergunningen.                                                            
De Meulemeester M., De Zusters van het H. Hart van Maria te Nederbrakel, Leuven, 1935, p. 95-96, 121, 132-133.
De Noyette G. - Hoebeke M., Dorpsbeelden uit het verleden, Zwalm, Nazareth, 1994, p. 37.                                

DE DORPSBROUWERIJ 'LA FONTAINE' of VAN WITTENBERGHE
 

Woningen, nu "'t Blaffend Konijn", "De Brouwerij"

Gelegen nrs 21-27 en 29.
Het nr. 27 is nu verbouwd tot ' 'tBlaffend Konijn'; het nr. 29 tot 'De Brouwerij'.
Het betreft een rij van drie huisjes, een groter huis met café en een voormalige brouwerij, nu hotel. Alles vormde vroeger één geheel met de brouwerij - vermoedelijk opgericht door brouwer P. Van Wittenberghe rond 1850 en in het  begin van de 20ste eeuw vergroot.

Nr. 21-25. Huisjes van elk twee trav. en twee bouwl. met geschilderde bakstenen gevel op gepikte plint en doorlopend pannendak. Rechth. vensters en deuren. Recent grondig aangepaste gevels.

Nr. 27. Voormalig brouwershuis en bureel van brouwerij van zes travees en twee bouwlagen onder zadeldak (pannen) met klokkenstoel. Gedecapeerde gevel met haast rechthoekige beluikte vensters, evenals bovenlicht van deur met geëtst glas met emblemen van ernaast gelegen voormalige brouwerij en opschrift "F. Van Wittenberghe/ 1900/ Rooborst/ La Fontaine". Deur gevat in omlijsting van rode en gesinterde bakstenen met kroonlijstje.

Nr. 29. Hotel gebouwd op de plaats van de voormalige stoombrouwerij "La Fontaine". Bewaarde ronde schoorsteen op vierkante sokkel van voormalige brouwerij ingebouwd in het nieuw gebouwde hotel. Alleenstaand bakstenen dienstgebouw van zes travees onder schilddak (pannen), uit het midden der 19de eeuw.

   
     
       

DE HERBERGEN
     Verdwenen: 'de Klosse', Wettens, Tante Anna, 't Brouwershuis, 'Pijpkies', 'De Kongo', herberg Vermassen of 'De Witte Metser' (eigendom van de brouwerij Van Wittenberghe en sinds 1942 bewoond door de familie Geurts en onteigend en afgebroken voor de verbreding van de Zottegemse Steenweg eind de jaren 1980), 'De Ploeg'(1895). 'De grijze merrie', tegenover de sint-Annakapel op de vroegere heirweg (nu de Zottegemsesteenweg). was een populaire herberg tot 1962. De laatste uitbaters waren het echtpaar Ardijns-de Vuyst.

De.'Roborsthoeve', café-restaurant

Aan de Borstekouterstraat nr. 43, aan de hoek met de Fonteinstraat. Tot voor kort uitgebaat als café-restaurant 'de Roborsthoeve'. Het is een Vroegere hoeve van het semigesloten type met U-vormige opstelling; waarvan de oude kern met grotendeels aangepaste dienstgebouwen teruggaat naar midden de 19de eeuw.
Ten zuidoosten staat het aan de straat gelegen gerenoveerd woonhuis van acht traveeën onder het overstekend zadeldak (pannen) tussen zijtrapgevels; dateert uit de 18de eeuw - op de rechter zijtrapgevel, d.m.v. muurankers gedateerd 1713. Witgeschilderde bakstenen gevels op gepikte plinten. Licht getoogde vensters met kleine roedeverdeling, arduinen lekdrempels en luiken. Getoogde toegangsdeur in vlakke arduinen omlijsting. Dakoverstek op uitgewerkte houten modillons. Bouwnaad en sporen van muurvlechtingen in de rechter zijgevel wijzen op uitbreiding van het oude woonhuis.
Binnenin vindt men de bewaarde samengestelde balklaag in de gelagkamer rechts van voordeur met versierde en gedateerde moerbalk van 1713. De vloer is bedekt met driekleurige cementtegels met geometrisch patroon van rond 1900.

Dorpshuis, de vroege café 'In de lantaarn'

Borstekouterstraat nr 66. Dorpshuis van anderhalve bouwl. onder zadeldak (pannen), uit het begin der 20ste eeuw. Heeft een gecementeerde en witgeschilderde gevel aan de straatzijde. Getoogde en beluikte benedenvensters, rechthoekige bovenvensters. De inkomdeur bevindt zich in de rechter afgeschuinde hoektravee met erboven de geschilderde huisnaam. De bakstenen zijgevel is witgeschilderd en heeft een ijzeren ring voor leidsels van paarden behouden.
Was vroeger de dorpsherberg  'In de lantaarn'. 

Vroeger molenaarshuis, de huidige herberg 'Brugske'

Aan de Machelgemstraat nr. 58. Het huis was vroeger een molenaarshuis, nu verbouwd tot café 'Brugske', gelegen schuin tegenover de Bostmolen met ertussen een geasfalteerd erf. Het is een geschilderd bakstenen gebouw van anderhalve bouwlaag op een gecementeerde en bruingeschilderde plint en afgedekt door het zadeldak (in kunstleien). De voorgevel dateert vermoedelijk van rond 1900. Er zijn getoogde vensters en deuren, op de halve-verd. afwisselend blind. De rechter zijgevel is gecementeerd. In de linker zijgevel wijzen muurvlechtingen op uitbreiding van een oudere lagere bouw.

Herberg ' 't Bareelke'

Aan de Borstekouterstraat nr. 104. Café "'t Bareelke", was vroeger de herberg "Café de la Gare" (1909). Gelegen tegenover het (verdwenen) spoorwegstation. Typische herberg uit het begin der 20ste eeuw, met verankerde bakstenen lijstgevels en de inkomdeur in een afgekante hoektravee. Met geaccentueerde omlijstingen in contrasterende materialen van getoogde muuropeningen.

De oud-smidse en dito herberg 'In Sint-Elooi'

Aan de Borstekouterstraat nr. 80 bevindt zich de vroegere smidse en herberg 'In Sint-Elooi'. Het is een dorpshuis van twee bouwlagen hoog onder een afgewolfd zadeldak (van pannen), uit het laatste kwart der 19de eeuw. De gecementeerde lijstgevel dateert vermoedelijk uit de jaren 1920. De smidse werd gesloopt.
 

DE HOEVEN

 het 'GOED TEN DAELE'

Nr. 1. "Goed Ten Daele". Zetel van vroegere heerlijkheid toebehorend aan het graafschap van Egmont van Zottegem. Semi-gesloten hoeve vermoedelijk in kern uit XVI, doch grotendeels uit eind XVIII. Witgeschilderde bakstenen gebouwen op gepikte plinten onder pannen zadeldaken, gegroepeerd rondom gekasseide en begraasde binnenplaats, toegankelijk via hek tussen woonhuis en schuur-wagenhuis.
Ten noordwesten staat het boerenhuis van zes trav. onder zadeldak (pannen) met klokkenstoel, gedateerd d.m.v. geschilderde jaartal 1793 boven de deur aan de erfzijde. Geschilderde naar Z.O. gerichte erfgevel op gecementeerde plint met vernieuwde rechth. vensters en deuren, l.g. in deels bewaarde omlijsting van gesinterde baksteen en voorafgegaan door dubbele steektrap. Dakoverstek op houten consoles. Twee aaneensluitende met tongewelf overwelfde kelders onder N.-trav. toegankelijk via buitendeurtje. Gelijkaardige achtergevel, huidige voorgevel. Ten noorden in het verlengde van het boerenhuis, bakoven en waterput onder lessenaarsdak.
Ten N.O. en ten Z.O., stallen met licht getoogde deuren, en in l.g. twee klimmende dakvensters met laadluiken. Dakoverstek rustend op gesculpteerde consoles.
Ten Z.W., dwarsschuur met twee rechth. inrijpoorten in geschilderde gevel onder tandlijsten.
Ten O. van de hoeve, beboomde en begraasde *motteheuvel van het voormalige kasteel, zie Borstekouterstraat nr. 58.

 Gerenoveerde HOEVE

Aan de Borstekouterstraat nr. 53. Tegenover de kerk gelegen hoeve met in 1993 gerenoveerd boerenhuis van zes traveeën en twee bouwlagen onder een zadeldak van pannen, uit het derde kwart der 19de eeuw. Verankerde bakstenen lijstgevel onder tandlijst. Rechthoekige inkomdeur met bovenlicht in gesinterde bakstenen omlijsting met oren, de vensters zijn rechthoekig op arduinen lekdrempels, oorspronkelijk op de begane grond beluikt. De erachter gelegen bakstenen 19de-eeuwse dienstgebouwen onder pannendaken in L-vormige opstelling sluiten aan bij het woonhuis.

 HOEVE

Borstekouterstraat nr. 54; aan de hoek met de Machelgemstraat. Hoeve met ruim onderkelderd huis en voormalig café van vier traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (pannen), oude kern, maar het woonhuis werd heropgebouwd midden de 20ste eeuw en door brand vernield in 1998. Eenvoudige bakstenen lijstgevel met dubbelhuisopstand. Licht getoogde vensters en deuren. Aansluitende bedrijfsgebouwen worden volledig aangepast aan nieuwe woonfunctie.

 Semi-gesloten HOEVE

Aan de Borstekouterstraat nr 55. Achterin, noordelijk van de kerk ingeplante hoeve met erachter de lager gelegen waterkersgracht; bereikbaar via gekasseide oprit. Semigesloten hoeve met bakstenen gebouwen onder zadeldaken (pannen) voorzien van rood geschilderd houtwerk, gegroepeerd rondom een verharde en gekasseide binnenplaats met nu beplante vroegere mestvaalt.
Ten N., boerenhuis met oude kern, doch grotendeels aangepast. Naar het zuiden gerichte erfgevel met geel bakstenen parement aangebracht ca. 1945 en vernieuwde muuropeningen. Verhoogde begane grond met rechth. deur op trap met voormalig bekronend niskapelletje. De kelder bevindt zich onder de westelijke travee. Resterende jaarankers 61 op de rechter zijgevel, vermoedelijk nog uit de 16de eeuw. Laadluik en hijsanker voor graanzolder.
Midden tegen achtergevel, haaks onderkelderd aanbouwsel met keuken onder zadeldak (pannen), toegevoegd in het derde kwart der 19de eeuw.
Ten oosten staat de bakstenen dwarsschuur onder zadeldak (pannen); naar verluidt overgebracht uit Elst. Centrale rechthoekige doorrijpoorten met opgeklampte vleugelpoorten. Aan de oostzijde bevindt zich een afdak op houten pijlers. Oorspronkelijk gebint, met ingekerfde inscripties, o.m. namen en jaartallen 1796, 1815, 1856.
Ten westen staat een bakstenen dienstgebouw met drie licht getoogde staldeuren van veulen- en paardenstallen bekroond door oculi. Ter hoogte van de eerste deur, dakvenster met laadluik voor hooizolder.
Ten zuiden bevindt zich een vervallen dienstgebouw met een rechthoekige inrijpoort, uit het midden der 19de eeuw.

 HOEVE

Aan de Machelgemstraat nrs 62, 64. Het is een gewezen hoeve met losstaande bestanddelen. De woning met nr 64 is later toegevoegd. Het huis met nr 62 is gerenoveerd.
Ten noorden bevinden zich de stallen en de schuur onder schilddak (pannen, n straat), daterend uit het einde der 19de eeuw en gebouwd door brouwersfamilie Van Wittenberghe van de er tegenover gelegen vroegere brouwerij. Het is een bakstenen gebouw met in de eerste en laatste travee gedichte rondboogvormige poorten.

 Voormalige gesloten HOEVE

Aan de Borstekouterstraat nr 57. Vroegere, naast het kerkhof gelegen gesloten hoeve. Eenvoudig woonhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (van kunstleien), volgens jaartalankers op de rechter zijgevel daterend van 1884; ter vervanging van een oudere hoeve. Verankerde bakstenen lijstgevel op gecementeerde plint met rechthoekige vensters, op de begane grond met persiennes. De centrale rechthoekige toegangsdeur is gevat in een arduinen omlijsting. Links bevindt zich een zijaanbouwsel onder lessenaarsdak met doorrit naar erf.
Op het deels gekasseide erf bevinden zich de bakstenen stallen en de houten schuur onder afgewolfd pannendak, vermoedelijk uit midden de 19de eeuw.
 

 St.-ANNA(veld)KAPEL

Aan de Sint-Annastraat (vroeger Molenstraat), zonder nr., aan de kruising met de Zottegemsesteenweg (vroeger Heirweg). Het is een veldkapelletje van 1653 omringd door vijf lindebomen. Erachter, op grens met Rozebeke, bevindt zich de in 1992 aangelegde gemeentelijke begraafplaats. De veldkapel werd in 2000 gerestaureerd.
Het gebouwtje is opgetrokken uit bak- en zandsteen, tot voor kort witgeschilderd op gepikte plint, onder pannendak. Vierkant gebouwtje met driezijdige absis. De oorspronkelijke, noordoostelijk gerichte deur met traliewerk en omlijsting werd in de 19de eeuw vervangen door de huidige neogotische rechthoekige houten deur met ijzeren ajourwerk onder afdakje. Penanten versierd met Jezus-, Maria- en Anna-monogram en gedateerd 1653. Puntgeveltop met roodgeschilderde beplanking met opschrift "H. Anna b.v.o." en windveren.
Bepleisterd interieur met rode tegelvloer en houten zoldering, wordt gerestaureerd. Het 17de-eeuwse altaar is een gemetste blok met oudere altaarsteen, een monoliete zandsteen. Een geschilderd paneel met H.-Anna-te-Drieën uit het begin van de 17de eeuw, en een geschilderd houten beeldje van H. Barbara uit het begin der 16de eeuw, zijn gestolen.

Het betreft een sierlijk gebouwtje, bestaande uit een vierkante travee en een driezijdige sluiting; hoofdzakelijk opgetrokken in baksteen - de voorgevel en drempel zijn in zandsteen, evenals de plinten en hoekstenen.  De voorgevel heeft geprofileerde rechtstanden en twee sterk vooruitspringende geprofileerde kraagstenen die een houten luifel dragen; deze laatste en de deur werden vernieuwd in de neogotische periode. Het zadeldak met drie aansluitende panden boven het koortje wordt bekroond met een smeedijzeren kruis. Het kapelletje is vooraan gemerkt met aan de linkerkant het Christusmonogram onder hetwelk de Maria- en Anna-monogrammen en aan de rechterkant de (bouw)datum 1653.

     Binnen vindt men in een bepleisterd interieur, rode tegelvloer en betimmerde zoldering volgende voorwerpen:
- Het altaar, 17
de-eeuws
- Een wijwatervat, gotisch?,
- Een beeld van de H. Barbara (16
de-eeuws)
- Een schilderij 'St-Anna-te-Drieën
- Kroon van de H.Barbara
- Twee kaarsendragers
- Een ciborie uit 1791
- Stralenmonstrans, 18
de-eeuws


Het St.Anna-kapelletje temidden van de 5 linden

Het interieur

Het beeld van St-Anna

Bronnen: Dhanens E., Kanton Sint-Maria-Horebeke, Tekst, Inventaris van het Kunstpatrimonium van Oost-Vlaanderen, VII, Gent, 1971, p. 193-194.         
Dhanens E., Kanton Sint-Maria-Horebeke, Illustratie, Inventaris van het Kunstpatrimonium van Oost-Vlaanderen, VIII, Gent, 1971, afb. 322-328.

MERKWAARDIGE WONINGEN

 HERENHUIS

Aan de Machelgemstraat nr 6. Het is een alleenstaand herenhuis met drie traveeën en twee bouwlagen onder een afgewolfd zadel(pannen)dak, uit het laatste kwart der 19de eeuw, in een omhaagde tuin met ijzeren afsluiting en twee ijzeren hekken. Gecementeerde lijstgevel met dubbelhuisopstand. Licht getoogde vensters met witgeschilderde luiken. Aangebouwde veranda tegen zijgevel met geëtst glas.
Ten zuiden bevindt zich een vrijstaande ronde gecementeerde toren onder kegeldak (leien) met bolbekroning.

 VILLA 'Beekveld'

Borstekouterstraat nr 73, op de hoek met de Herpelstraat. Nu genaamd "Beekveld". Ingeplant op lichte verhevenheid in aangelegde tuin met o.a. twee oude tulpenbomen. Ruime woning met kern uit het derde kwart der 19de eeuw en aangepast rond 1939. Centrale travee van twee bouwlagen met driehoekig fronton onder zadeldak met oculus. Geflankeerd door aanbouwsels van één bouwlaag.

 Boerenarbeidershuisje

Aan de Koedrevestraat nr. 2, zijdelings op de straat en vlak achter Borstekouterstraat nr. 112 ingeplant boerenarbeidershuisje uit het midden der 19de eeuw. Het is een langgestrekt hoevetje onder zadeldak (pannen) met centraal woongedeelte. Verankerde en witgeschilderde bakstenen lijstgevel op gepikte plint. Zeer licht getoogde muuropeningen, voorheen met luiken, getuigen de bewaarde duimen. Getrapte daklijst. Er staat een steekpomp tegen de gevel.

ECONOMISCHE BEDRIJVIGHEID

Zoals in de meeste zuid-Vlaamse gemeenten werd de overwegende landbouweconomie aangevuld met enige textielnijverheid - linnennijverheid tot het midden van de 19de eeuw. Tegenwoordig vindt meer dan 60% van de actieve lokale bevolking haar bestaan in de pendelarbeid; er is enige lokale horeca.

        DE DORPSBROUWERIJEN
          - La Fontaine
          - Van Wittenberge R
- bedrijvigheid gestaakt in 1935

Het voormalige brouwerijcomplex 'La Fontaine'

Aan de Machelgemstraat nr 60. Mooi gelegen gebouwencomplex op een eilandje tussen twee brugjes over de Zwalm en tgov. de Bostmolen. Oorspronkelijk gesloten hoeve rondom rechth. binnenplaats, vlg. kadasterarchief in 1884 wederopgebouwd i.o.v. "bloempelder" K. Van Wittenberghe, mulder van de ertgov. gelegen Bostmolen, tot semi-gesloten hoeve met U-vormige opstelling en huis ten Z. aan de straatkant.
Burgerhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen onder afgewolfd schilddak (van pannen), aan weerszij geflankeerd door straat ingeplante dienstgebouwen rondom erachter gelegen rechthoekig binnenerf. Beraapte lijstgevel op arduinen plint met dubbelhuisopstand, vermoedelijk uit midden 19de eeuw. Hoekpenanten en borstwering versierd met panelen in stucwerk. Rechthoekige vensters met T-ramen en vernieuwd houtwerk in witgepleisterde omlijsting en met tot kordonlijst doorgetrokken arduinen lekdrempels, op de begane grond voorzien van rolluikkasten. Centrale deur op trapje gevat in arduinen omlijsting met kroonlijst. Eenvoudig bekronend entablement met kroonlijst op klossen. Gelijkaardige achtergevel.
Rechts in het verlengde van het huis, onderkelderd bijgebouw, met eveneens beraapte straatgevel voorzien van een rechthoekige inkomdeur en een vroeger niskapelletje met in de gepleisterde omlijsting de verwerking van de letters GZJC (Gezegend zij Jezus Christus), nu voorzien van venstertje met roedeverdeling.
Links naast het woonhuis staat een bijgebouw, palend aan de Zwalmbeek, met twee korfboogpoorten in de straatgevel, gedateerd in arduinen gevelsteentje 1884. Gevel aan de beekkant van zes traveeën onder geprofileerde bakstenen lijst voorzien van kleine vierkante venstertjes.

      DE WATERKERSTEELT

     Roborst is zeer gekend omwille van zijn unieke waterkerscultuur. Het was Florent Van Den Hecke, die kort na 'de Groote Oorlog' de basis daarvoor legde. Albert Spranghers exploiteerde daarna verder de grachten...Vanzelfsprekend speelde ook de recentere ontwikkeling van het Zwalmtoerisme een grote rol in het tot stand komen van een uitgebreide horeca-bedrijvigheid - lees verder.


De waterkersgrachten

Toen Albert Spranghers
(Balegem 8.7.1906 - Zottegem 13.4.1991)
er nog was...

Zijn opvolgers, het echtpaar
Karel Van De Velde.

        De STEENBAKKERIJ

Aan de Zuidlaan nr. 175. Gebouwencomplex genaamd "N.V. Steenbakkerijen van Roborst". Deze steenbakkerij van de familie De Swaef was een genuanceerde vlamovensteen, opgericht in 1950 op de plaats van een veldsteenbakkerij met ringoven, en in bedrijf tot het begin der 21ste eeuw.

BEKENDE MENSEN

Gekende Roborstenaren zijn o.a. Isidoor CARIJN of ‘Weintenzen Door’, de leden van de familie Iweins d' Eeckhoute - de laatste echte kasteelheren van Roborst. Alexander Beetens was er schaapherder. Ook de láátste schaapherder van Roborst, Gilbert Ockerman bevindt zich in deze ‘galerij’ der bekende Roborstenaren. Albert SPRANGHERS was lange tijd bedrijvig als waterkerskweker.


De laatste kasteelbewoners, het echtpaar Iweins
d'Eechoutte-de Potesta Waleffe
 
Mme de Potesta Waleffe kort voor haar
dood
 
















Alexander Beetens
of Gilbert Ockerman
 
Oorlogsheld piloot Isidoor Carrijn

 

VOLKSLEVEN & CULTUUR

Het volksleven was indertijd die van een doorsnee landelijke Vlaamse gemeente, met uitingen van geloof en bijgeloof, zijn verenigingsleven met de ‘couleur locale’… enz
De St.Hermesgilde
          De eerste (geschreven) vermelding dateert uit 1724. In dat jaar versloeg de ruiterij van Roborst een roversbende. St.Hermes, de patroonheilige van de stad Ronse, en aanroepen tegen dementie en krankzinnigheid, werd te Rome onthoofd. Uit geschreven bronnen blijkt dat in 860 een beenstukje uit de arm van de heilige werd overgebracht naar Ronse; dat beentje wordt vanaf de middeleeuwen als relikwie te Ronse vereerd en bewaard in een schrijn, die jaarlijks in een processie wordt rondgedragen, begeleid door verschillende gildes. Deze onthoofding wordt nog jaarlijks te Ronse, na afloop van de ommegang, te Ronse uitgebeeld in een historische stoet.
          Omdat Roborst vroeger deel uitmaakte van het domein van de abdij van Ronse ('het Ténement d'Inde'), werd hen verzocht met hun ruiterij het schrijn én de bedevaarders tijdens de jaarlijkse Fiertel
(*)ommegang te beschermen. Niet zonder reden, bleek in 1724, toen een roversbende trachtte het kostbare schrijn buit te maken; dankzij het kordaat ingrijpen van ruiters uit Roborst (en Saint-Sauveur) werden de rovers verslagen. 
          Als beloning mochten de ruiters het schrijn van St-Hermes van dichtbij begeleiden in de jaarlijkse processie, die een 'ommegang' maakt van ca. 32,6 km lang. De Roborstse afvaardiging loopt in de stoet mee tussen 'de duivel aan de ketting' en de groep geestelijken met het schrijn, als het ware de buffer tussen het Kwade en het Goede symboliserend.
          Het oorspronkelijk gildevaandel dateert uit 1860 (opschrift "1860 Rooborst") maar werd in 1960 vervangen door het huidige met opschrift "1860 Gilde St. Hermes Roborst".

(*) de fiertel = het (houten) schrijn waarin de relieken (de heiligen-overblijfselen) zitten weggeborgen. 

MONUMENTEN & LANDSCHAPPEN

DE BOSTMOLEN
 
 

Aan de Machelgemstraat nr. 56. Deze watermolen, genaamd "Bostmolen" of "Machelgemmolen" met sluiswerk bevindt zich aan de Zwalm. Oorspronkelijk was het een graanmolen met ertegenover een oliemolen, die al vermeld werden in 1571. De oliemolen is gedateerd 1630 (?) d.m.v. muurankers in de geveltop en werd gesloopt na stopzetting van activiteiten in 1933. De bedrijvigheid van de watermolen werd stopgezet in 1966. Het voormalige molenhuis is nu in gebruik als café.
Het sluiswerk met woelrol met pal en twee zwengels is afgedekt met een ijzeren kapje; er zijn een klein en een groot tandrad. Er is ook een getrapte strekdam met loopbrugje. Sedert 1981 wordt het bovenwaterpeil automatisch beheerst door een klepstuw.
Het bakstenen molenhuis van vier traveeën en twee bouwlagen staat onder een zadeldak (van pannen, naast de Zwalmrivier); het huis is gedateerd 1630 in vermoedelijk hergebruikte muurankers in de noordgevel en 1785 in een ingemetselde zandsteen van de hoekketting aan de watergevel, die vermoedelijk vergroot werd rond 1875. Er zijn licht getoogde vensters met ijzeren roedeverdeling. Tegen de westelijke watergevel met natuurstenen onderbouw is het ijzeren bovenslagrad bewaard gebleven.
Binnenin kan men nog de diepe asput met arduinen ringmuur en op de meelzolder vier koppels maalstenen, sleepluiwerk en haverbreker zien.

Bronnen: Bauters P. - Buysse R., De Oostvlaamse watermolens, Inventaris 1980, (Kultureel Jaarboek voor de Provincie Oost-Vlaanderen, Bijdragen Nieuwe reeks - nr. 11, Gent, 1980, p. 133-135).
De Noyette G. - Hoebeke M., Dorpsbeelden uit het verleden, Zwalm, Nazareth, 1994, p. 31.                                                                                                                                
ver Elst, De watermolens van Antwerpen en Vlaanderen in beeld, Zaltbommel, 1979.                                                                                                                                         


De 'Bostmolen'

De spuikom

De ingangsdeur

Het waterrad gerestaureerd (2006)

Binnenzicht (2006)

DE HOEVE PLASMANS (HET HUIS DRIEGHE)

         
DE DORPSKOM - met de Borstekouterstraat (een kasseiweg) met inbegrip van de zijbermen, het kerkplein, de 4 linden en het kerkhof, als monument door het 27/4/2001.
 
DE St.DENIJSKERK, Borstekouterstraat 59, als monument door het KB 13/7/1945.
 
HET KASTEEL met park en mote - door het KB ?
 
BIBLIOGRAFIE
     'Rooborst, ses seigneuries, ses seigneurs...', Handelingen van de Oudheid- en Geschiedkundige Kring van Oudenaarde, 1923, pp.65-105.
     L.Buysse - 'Note sur le village de Rooborst et la famille de Fossato ou Van der Gracht' (Annales de la société d'émulation de Bruges, 1855-'56, p.399-400).
     'Het Oudenaardsche door de Eeuwen heen' - Hector Van De Velde, 1946.
     Luc Lamon, Liban Martens, André De Smet, Geert Desmytere - 'Stenen Mysteries in de Vlaamse Ardennen' - Uitgave NV AZ - 1989
     In memoriam Mevrouw Elisabeth de Potesta de Waleffe - Weekblad 'De Beiaard' 22/8/1991

 

Laatste update maandag 28 maart 2011

Terug naar       
Mijn Homepage  Homepage Zwalm  Homepage Munkzwalm