de Vlaamse Ardennen          de Zwalmstreek          Zwalm            Marcel De Boe    

OMER WATTEZ

de ontdekker van de 'Vlaamse Ardennen'



de jonge Omer Wattez




 "Mijn land van Oudenaarde, heuvels en valleien,
En welig wondland aan den groenen Scheldeboord,
Waar mijn wiege stond en ik mocht vermeien
Als kind, de jongensvreugd genietend ongestoord

Ik zie heuvelruggen langs bomenrijen
Langs ’s Heeren wegen van het schilderachtig oord;
Ik zie, als ’t kermis is, de boeren zich verblijen,
Waarbij mijn oor d’aloude volkstaal gretig hoort.

Ik zie het tafereel van kleine, stille steden,
Bekend reeds en beroemd
In Vlaand’rens vroegst verleden,
Hier Geraardsbergen, en daar Ronse in zijn dal;

En gij, O liefste stad, O vriend’lijk Oudenaarde,
Gelegen aan de Scheld’ als in een bloemengaarde,
Met uw stadhuis, dat steeds mijn ziel verrukken zal."
 























Geboorte-huis Omer Wattez


Omer Wattez op latere leeftijd




kopie handschrift

ZIJN LEVEN


geboorteakte parochieregister


Geboorteakte Omer Wattez (BS Maarkedal)

Omer Wattez wordt te Schorisse geboren als eerste kind van Camillus en Perpetua Vandermeynsbrugge in het huis op de wijk C, 'de plaetse', én de oudste van negen... In zijn doopakte, ondertekend door de getuigen notarisklerk Julien Merchie, 25j., en Louis Lambert, en opgemaakt door burgemeester Pieter Desmet staan als voornamen 'Louis Homère'. De voornaam Omer is dus een vervorming van zijn originele voornamen. In het doopregister staat hij ingeschreven als Homerus.

Omer Wattez was een echte heimatschrijver: "Ik ben geboren op negen februari 1857 in het huis met drie grote dakvensters, waarin de brievenpost is gevestigd, en waarin mijn grootvader woonde: Ludovicus Deodatus Wattez, kastelein van het Oud-Klooster*. Mijn vader was bakker en herbergier tegelijk; daar kreeg men logies te voet en te paard. Het opschrift luidde: ‘Het Oud-Klooster’ ". Deze gegevens noteerde Wattez in een brief aan ene juffrouw Portois, eveneens in dat huis geboren en er toen woonachtig.

Omer loopt lagere school te Schorisse, waar hij o.a. les krijgt van zijn oom. Het is overigens op aanraden van die oom, Leonard Eeckhout, meester ‘Piethink’, befaamd om zijn lange stok en neushaartjes, dat de schrandere knaap, die Omer was, naar de Rijksnormaalschool te Gent wordt gestuurd.

* Zo genoemd omdat op diezelfde plaats eens het eeuwenoude St-Margrietehospitaal stond.

Hij is na het beëindigen van zijn studies maar luttele jaren onderwijzer geweest, eerst in zijn geboortedorp als hulponderwijzer bij zijn oom - Op 20 december 1876 werd Omer, "élève diplomé de l'école de Gand, aux fonctions de sous-instituteur à l'école communal de Schorisse", door de gemeenteraad van Schorisse benoemd.

Hij wordt, samen met nog 4 andere onderwijzers, door de algemene vergadering van 6 september 1877 van de Oudenaardse onderwijzerskring 'Hoop in de Toekomst' als nieuw lid aanvaard - zijn voormelde oom was toen overigens de voorzitter van die kring. Ter gelegenheid van zijn aanvaarding geeft Omer Wattez de voordracht "Een kijkje boven de wolken".

In 1879 breekt de (eerste) schoolstrijd uit, tengevolg van de de 'ongeluks'wet van Frére Orban, Bara en Van Humbeeck. Daar het aantal leerlingen in 1880 in zijn school sterk was gedaald - minder dan 25 waren er nog - moest hij ontslag nemen op 1 april 1880. Hij verliet Schorisse om naar het naburige Heurne, om er schoolhoofd te worden.

"De schooloorlog, een ongeluk voor velen, is mijn geluk geweest. Ik nam de wapens op om mijzelf te verdedigen. Ik trok naar Heurne,...", zou hij daar later over schrijven.

Het jaar daarop (op 22/6/1881) huwt hij te Heurne met Cordula Elodia Vanderstraeten. Zij was geboren te Heurne op 19/1/1860 als de dochter van landbouwer Charles Vanderstraeten (oHeurne 22/2/1815) en van Cordula Vindevogel (oHeurne 26/11/1829). Cordula Elodia woonde tot aan haar huwelijk bij haar ouders thuis aan de Dorpsweg 22. In het lokale bevolkingsregister stonden nog 3 zusters van haar vermeld: Marie-Euphrasie (o 1862), Marie Sidonie (o1866) en Marie Juliana (o1867 - +1875). Omer en zijn echtgenote gaan wonen aan de Dorpsweg 19. Ze krijgen op 3/3/1882 een dochter, Maria Elza.

 

De huwelijksakte van Omer en Cordula

 

  Hij werd er toen schoolhoofd en Ondertussen ging hij ook Moderne Talen studeren aan de Gentse Rijksuniversiteit.

In Gent bezocht hij in het seizoen 1880-'81 de opera's,  gebracht door het Duits Operagezelschap en schreef daarover het werkje "Herinneringen aan de kunstfeesten van het Duits Operagezelschaap in de Groote Schouwburg te Gent" onder het pseudoniem Remo. Hij kreeg daarover lovende kritiek van Edmond Van Der Straeten, een toen algemeen bekend muziek-recensent, die over hem schrijft als over "den hooggeleeerden heer O Wattez". Zelf zegt Wattez daarover: "...Hooggeleerden Heer! Ik was, in 't begin mijner twintiger jaren, niet weinig verbaasd over zulk een titel en durfde bijna mijn ogen niet gelooven,  toen ik het las". Ook krijgt hij goede kritiek in het tijdschrift 'Jong Vlaanderen' dat gesticht werd door Pol de Mont (lees hierover in de Vlaamse Ardennen). Wattez voelt zich door deze kritieken tot een heuse schrijver gewijd, en daarover schrijft hij een briefje naar Richard Wagner(!) zelf. Als antwoord wordt hij namens Wagner uitgenodigd de daaropvolgende zomer eens in Bayreuth de Festspielen bij te wonen. Dat zal echter pas in 1888 (samen met de Mont) gebeuren...

Na zijn geslaagde studies in de Germaanse Talen werd Omer vanaf 1883, en dit tot 1907, leraar Germaanse Talen aan het Koninklijk Atheneum van Doornik. In 1907 volgt hij de dichter Jan van Beers op als leraar Nederlands aan het Koninklijk Atheneum van Antwerpen, en zal dit daar blijven doen voor de rest van zijn lerarenloopbaan. In 1905 werd hij corresponderend lid van de Koninklijke Vlaamse Academie en 3 jaar later wordt hij gehuldigd als Ridder van de Leopoldsorde. In 1913 wordt hij werkend lid van de Koninklijke Vlaamse Academie.

Bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog vlucht hij naar Frankrijk. Over de jaren tussen 1914 en zijn dood is zo goed als niets meer bekend.

Op het einde van zijn leven (16 december 1934) schrijft hij: "Nu verlang ik naar de lente om nog eens naar mijn geboortedorp te komen en er berg-op berg-af te wandelen en mijn goede vrienden te bezoeken...".

Omer Wattez sterft op 78-jarige leeftijd na een kort ziektebed in zijn woning aan de Kruisdagenlaan te St-Lambrechts-Woluwe op 26 maart 1935. Kort voordien had hij nog voor de Koninklijke Vlaamse Academie het 'levensbericht' van zijn jeugdvriend en streekgenoot Isidoor Teirlinck opgesteld. Omer Wattez werd begraven op het kerkhof van Schaarbeek op 29 maart, op hetzelfde moment waarop de eerste minister Paul Van Zeeland de regeringsverklaring voorlas, waarin de devaluatie der Belgische frank met méér dan 25% werd aangekondigd, na een dienst in de St.-Hendricuskerk, die bijgewoond werd door tal van vooraanstaanden, zoals J.Eeckhout, J.Grauls, Abraham Hans, Jozef Muls en August Vermeylen.

Zijn dood is nu al een driekwart eeuw geleden dus, maar zijn naam is nog niet vervaagd. De mede door hem opgerichte gemeentelijke bibliotheek te Schorisse, het VTB-wandelpad langs de Zwalm (dat loopt van Zottegem tot het Zwalmse Sint-Maria-Latem en in 1985 werd ingewandeld) dragen zijn naam. In 1970 werd aan de Zwalmmolen te Munkzwalm een prachtige gedenksteen voor hem opgericht. Hij staat er vermeld als ‘pionier van zijn streek’.

Zijn naam moge dan voortleven, weinigen kennen echter nog zijn werken…
 


Wattez aan schrijftafel

Borstbeeld van de schrijver

ZIJN WERK

Zijn hele leven lang heeft Omer Wattez een ontzettend dynamisme aan de dag gelegd en dat uitte zich in een eindeloos aantal bijdragen in dagbladen en tijdschriften en in een 45-tal boeken: romans, novellen, gedichten, vertaalwerk, studies, reisbeschrijvingen. Een groot deel van zijn letterkundig werk wijdde hij aan het beschrijven en ‘bezingen’ van zijn streek: het heuvelland tussen Avelgem en Geraardsbergen, Gavere en Ronse.

De jaren 1888 tot 1914 zijn als schrijver zijn meest vruchtbare geweest. Begonnen als dichter kreeg hij van zijn vrienden Isidoor Teirlinck (vader van Herman) en Reimond Stijns de raad om de novelle en het reisverhaal te beoefenen. De dorpsnovelle was toen uitermate geliefd, met schrijvers als Concience, Abraham Hans, e.a. Wattez zou 25 novellen over het Zuidoostvlaamse land schrijven. Uit die novellen blijkt zijn grote bekommernis voor de Vlaamse culturele achterstand en de verloedering van Vlaanderen door een doorgedreven verfransing.

In zijn novelle 'Lentefantazij' die verscheen in 1888 gebruikt Omer Wattez voor het eerst de naam 'Vlaamse Ardennen'. Hij behandelt toen al thema's die heden ten dage brandend actueel zijn zoals milieubescherming, natuurbehoud en kleinschaligheid.

In 1890 rolde de eerste versie van zijn gekendste werk 'De Vlaamsche Ardennen' onder de titel 'Een tochtje in het Zuiden van Vlaanderen' van de persen. Het verscheen als uitgave nr. 120 van het Willemsfonds en was verlucht met tekeningen van Armand Heins.

Door zijn werk ‘De Vlaamsche Ardennen’, dat zowel een praktische toeristische gids is als een loflied aan de schoonheid van het landschap, natuur en eigen volksaard, leren wij hem en de streek goed kennen: "Waarom mijn boek De Vlaamsche Ardennen heet zal uit den tekst blijken. Het is echter ook eene wetenschappelijke reden. Lezer, hebt gij weleens eene reliëfkaart van ons land aandachtig bezien? Zooniet, doe het eens. De grenslijn tusschen het hoogland, de Ardennen, en het laagland, Kempen- en duinland, is duidelijk, doch niet recht. Van dit hoogland zijn er vertakkingen, welke diep in ’t laagland uitschieten, b.v. in Zuid-Brabant, Henegouw, tusschen Dender en Schelde en ja, over de Leie, tot voorbij Cassel in Fransch-Vlaanderen. Tot deze vertakkingen behoort het hoekje van zuidelijk Oost-Vlaanderen, dat ik tot onderwerp van mijn boek maakte" (‘Een woordje vooraf’).

"Ik zal u leiden over berg en dal, door het zuidelijk gedeelte van Oost-Vlaanderen, dat wij met recht de Vlaamse Ardennen mogen heeten. Het is een bergland. Gij, die het nog niet kent, begin maar niet te glimlachen. Bergen in Vlaanderen! Daarvan hoordet gij misschien nooit spreken, en toch bestaat het!" (blz.1).


Boekomslag 'Vlaamse Ardennen'

In zijn boek ‘Kinderweelde’ beschrijft Wattez de Zwalmrivier zoals hij in de goeie ouwe tijd moet geweest zijn: "In de heuvelachtige streek van Zuid-Vlaanderen vloeit kabbelend en babbelend, een onbeduidend sprieteltje water. Zij vloeit door bloeiende beemden, kruipt guitig in heesterbosjes…Aan de vlietjes, die jubelend van de omliggende hoogten komen toegesneld, schijnt zij een waarschuwend ssst…te fluisteren. Verder loopt de Zwalm door schilderachtige plekjes, dichterlijke hoekjes, het ene al aanlokkelijker dan het andere…"

Omer Wattez was ook steeds een overtuigd Vlaming en tevens propagandist voor de Vlaamse ontvoogding. In het Waalse Doornik stichtte hij een kern van het Algemeen Nederlands Verbond; op de wereldtentoonstelling te Luik in 1905 richtte hij een ‘Vlaamsch Te Huis’ op; in het Franse blad ‘Le Figaro’ publiceerde hij artikels over de Nederlandse letterkunde in ons land; voor het Algemeen Nederlands Verbond stelde hij een uitvoerig rapport op "De Vlamingen in het Walenland". Hij werd tevens lid van de Koninklijke Vlaamse Academie.

In 1880 uitte zich voor het eerst zijn drang om te reizen en te wandelen, te verpozen in verbondenheid met de natuur. Toen deed hij zijn eerste lange wandeling – van Duinkerken langs de zee tot Sluis – in vier dagen, met oponthoud te Nieuwpoort, te Oostende en te Heist. In 1887 onderneemt hij een 14-daagse voetreis langs de Rijn met zijn (al vermelde) vriend en collega te Doornik, Pol De Mont. In de jaren ná 1890 reist hij door Zwitserland, Oostenrijk, Italië, Duitsland; later is hij nog in Noorwegen geweest, terwijl hij in zijn laatste levensjaren Frankrijk in alle richtingen doorkruist.

Als 'volksopvoeder' moraliseerde hij graag: "De boer uit het zuiden van Vlaanderen droeg in de week een blauwen kiel, dien hij, als hij eigenaar was, den Zondag aflegde om den 'heerenfrak' aan te trekken, en zoo naar de mis en 's avonds op 'estaminet' te gaan. Zijne vrouw hing den bekenden Vlaamschen mantel van zwart laken op de schouders, als zij de kerk of de markt bezocht. Onder het volk is nu de blauwe kiel de Zondag verdwenen en de dochters van welgestelde boeren hebben liever een steedsch kostuum dan de traditioneelen kapmantel te laten zien. Op de kermisdagen alleen gingen meest al de vrouwen zonder mantel naar de kerk. Dan was het parade van kostumen, en de gouden kettingen en oorhangers uit vroeger dagen kwamen nog eens te voorschijn".

Hij, die heel Europa doorkruiste, heeft met zijn ‘Tochtje door het zuiden van Vlaanderen’ de grondslag gelegd voor het kleinschalig eigen streektoerisme. Hij beschouwde deze vorm van toerisme als een verrijkende en ontspannende vrijetijdsbesteding en bovendien leerde hij de mensen met andere ogen kijken naar het omringende landschap: dit is niet enkel een ruimte waarin gelabeurd en gezwoegd moet worden maar het kan ook het kader zijn waarin de mens rust, harmonie en ontspanning vindt. Nu, meer dan honderd jaar later, kunnen we ons de vraag stellen of we zijn boodschap wel goed hebben begrepen en er ook naar handelen.

Wattez heeft zijn geboortestreek indringend geanalyseerd en met liefde bezongen in twee literaire genres. De aandacht van de auteur ging vooral naar de lokale bevolking met haar gewoontes, tradities, haar globale leefwereld maar richtte zich ook op het eigenlijke landschap der streek. Beide aspecten, die uiteindelijk één geheel vormen, beschreef Wattez middels twee verschillende genres: de landelijke dorpsnovelle zoals daar zijn "Van twee koningskinderen", "Wouter's jonge jaren", "Kinderweelde", "Germaanse beelden" en "Zwalmleeuwen" en de pure reisbeschrijving.

In de periode 1881-1913 strooit Wattez met kwistige hand dus niet minder dan 25 (!) "Zuid-Vlaandersche" novellen uit. Zijn verteltrant, waarmee hij zowel het Zuid-Vlaamse heuvelland als de bewoners ervan beschrijft, is gemoedelijk en geestig, kleurig en boeiend. Wie het zuid-Oost-Vlaanderen van vóór 'de Groote Oorlog' wil leren kennen en hoe er rond 1900 werd geleefd, kan niet aan Omer Wattez voorbij. 

 WIE GEBRUIKTE VOOR HET EERST DE NAAM 'VLAAMSE ARDENNEN' ?

     Omer Wattez gebruikte de benaming 'Vlaamse Ardennen' in zijn novelle 'Lentefantazij', die verscheen in 1889. Omer Wattez bestempelen als dé uitdenker van die benaming zou misschien wel onrecht aandoen aan ene Pol De Mont – een letter- en volkskundige uit Roosdaal, weliswaar minder bekend dan Wattez. De Mont was wel meer gericht op de streek van het Ninoofse, terwijl Wattez vol gevoel dan weer het gebied Oudenaarde-Ronse-Geraardsbergen beschreef.

     De alom gekende volkskundige Renaat Van Der Linden zette indertijd volgende bedenkingen op een rijtje:
- Tweemaal verwees Omer Wattez in zijn boek ‘De Vlaamsche Ardennen’ naar het feit dat hij, en niemand anders de streek met de glooiende hellingen en beboste heuvels een naam heeft gegeven. Hij heeft immers de naam ‘Vlaamse Ardennen’ gebruikt in zijn opstel ‘Lentefantazij’, gepubliceerd in 1889: "Een driedubbel hoezee voor onze Vlaamsche Ardennen! Daar hebben wij toen ons schoone Vlaamsche land met dien naam gedoopt, die hier zo uitstekend past…". Een jaar nadien vermeldt hij die naam opnieuw.
- Pol De Mont daarentegen heeft altijd beweerd dat hij de inspiratie voor die naam leverde tijdens een ontmoeting met Omer Wattez – beiden verdedigden de belangen van de Vlamingen in Brussel. Van zijn bewering werd echter tot hiertoe wel nog geen enkel concreet bewijs gevonden.

  S.O.W.: EEN STICHTING MET ZIJN NAAM

     "De naam van Omer Wattez houden we in eer, zijn rol voor het behoud van onze toeristische waardevolle Vlaamse Ardennen werd overgenomen. De stichting die zijn naam draagt ijvert in 19 gemeenten of zowat 120 dorpen voor de bescherming en de herwaardering van het globale milieu in de Vlaamse Ardennen die...", zoals de oprichter van deze vereniging Ulrich Librecht terecht opmerkte, "...een paradijs voor de wandelaar moet blijven".
   

Bronnen

          Stadsarchief Oudenaarde - Akten en registers Heurne
                                             Bevolkingsregister Heurne 1870-1890, folios 14 en 23
          'Leven en werk van Omer Wattez' - Nestor Van Den Bossche, Zuidvlaams Trefsenter, 1984.
          Heemkringen Businarias en Westerring.Dagblad 'De Standaard' dd 28 en 30/4/1935 en 21/10/1970.

Laatste update 24 december 2007

Terug naar       
Mijn Homepage  Homepage Zwalm  Homepage Munkzwalm