PATRIMONIUM
|
HET
OUD-GEMEENTEHUIS
In Nederzwalm vond naar
verluidt het gemeentehuis steeds onderdak in de herberg 'In deTrap', die gelegen was in de Hoogstraat, in het
dorpscentrum, langs de gewezen hoofdbaan Aalst-Oudenaarde ,
die de structuur van de gemeente mee bepaalde. De herberg
was een lange, lage constructie met een later bijgebouwd
doorgangsportaal. De lage, wit gecementeerde lijstgevel had
een verhoogde begane grond van zeven traveeën; zes hiervan
waren per twee gegroepeerd. De laatste groep werd gevormd
door een gekoppeld portaaltje dat een baksteenomlijsting met
oren had.
Alle vensterbanken sprongen lichtjes uit. In de
aanbouw rechts was een grote poort met twee vleugels.
Conceptueel was deze bouw blijkbaar opgericht als een
woning-boerderij. Stilistisch maakte de bouw deel uit van
een traditioneel-landelijke architectuur van de 18de
eeuw. Typologisch was de constructie veeleer een landelijke
dorpswoning dan een volwaardige boerderij. Het huis speelde
een uitgesproken wandbegeleidende functie in het samenspel
met de verspringende huizen meer naar de kerk toe. In de
zich geleidelijk aan verstedelijkende dorpskom was de
herberg 'In de Trap' een gave en mede door zijn groot dak
monumentale constructie die van de authentieke identiteit
van het dorp getuigde. Jammer genoeg 'moest' het gebouw
afgebroken worden.
Pas in 1976 (het jaar vóór de fusie met
groot-Munkzwalm) werden de diensten van het gemeentehuis
overgebracht naar de gemeenteschool in de Schoolstraat, waar
men er een klaslokaal voor herinrichtte.
|
|
DE
OUD-GEMEENTESCHOOL
Deze bouw, die dateert van rond
1900, is het vermelden waard als mooi voorbeeld van een
evoluerende ambtsarchitectuur, waarbij historische
reminiscenties steeds vager worden en de indertijd als
modern geldende stromingen (zie de grootlijst en de
dwarsgevel) doordrongen, terwijl ook de klassenvensters
functioneel werden aangepast.
|
| |
|
DE PAROCHIEKERK
'ALLERHEILIGEN'
De voormalige kerk
Het oorspronkelijk kerkje was een éénbeukig romaans of
vroeggotisch gebouwtje uit Doornikse kalksteen en stond nagenoeg
op de plaats van de huidige middenbeuk. Een gedeelte van de
originele westgevel is bewaard gebleven in de oostelijke muur
van de toren. De originele vorm van de vroegere koorsluiting is
niet bekend.
Op de kaart van Horenbout
(begin 17de
eeuw) staat het
kerkje voorgesteld, gezien vanuit het zuiden, als éénbeukig met
een dakruiter op de oostkant. Het is best mogelijk maar niet
zeker dat de noordelijke transeptarm toen al bestond. In 1644
zou het koor (weder)opgericht zijn; de huidige blinde travee
(met dichtgemetseld venster) is daar het restant van; rond 1651
werden de toren,
het schip en zuidelijke transeptarm
('de
Allerheiligenkapel')
opgericht. In 1776 bouwde men de zuidelijke sacristie.
Op de schets met vier kerken (1707) is de Allerheiligenkerk
voorgesteld als een éénbeukig gebedshuis met westtoren en een
transeptarm. Vermoedelijk rond 1719 werd het koor verlengd met
een travee en van een 3-zijdige sluiting voorzien. Volgens de
datum op de deur zou de sacristie gebouwd/verbouwd zijn in 1776. De
huidige kerk
Gelegen in een bocht van de Zwalm en omgeven door een klein
voormalig * kerkhof afgesloten door een witgeschilderde
bakstenen muur met steunberen uit de 18de of 19de eeuw en een ijzeren
toegangshek ten oosten. Acht bakstenen ommegangkapelletjes met
plaasteren taferelen van 1928-29 staan op het begraasde,
gedesaffecteerde kerkhof rondom de kerk.
De kerk en omgeving, met
inbegrip van de kerkhofmuur en het herenhuis De Vos werd, na
heel wat strubbelingen, geklasseerd in 1990?
|
 |
|
|
De oudste bouwgeschiedenis van
dit oorspronkelijke eenbeukige Romaanse of vroeggotische kerkje
is onbekend. Diverse verbouwingen vonden plaats midden de 17de
eeuw:
de bouw van het koor in 1644. Het huidige driebeukig schip
werd gebouwd in 1851-53 naar een ontwerp van de architecten Vermeersch en Ameels ter
vervanging van het éénbeukig laatgotisch kerkje, waarbij
een deel van de vroegere westgevel, de toren (uit eind 15de-begin
16de eeuw)
en het koor werden behouden. Bij de bouw van de zijbeuken werd afbraakmateriaal
gebruikt van de pas gesloopte kerk van de opgeheven parochie
Hermelgem. Er hadden herstellingswerken plaats in 1901 o.l.v. architect H.
Vaerwyck en 1952.
Georiënteerde kerk met
plattegrond van een driebeukige pseudo-basilicale kerk van vier
traveeën met vierkante westertoren geflankeerd door een doopkapel ten
zuiden
en een bergplaats met de trap naar het doksaal ten noorden, een koor van twee traveeën
met driezijdige sluiting geflankeerd door sacristie en berging.
Grotendeels opgetrokken uit baksteen op zandstenen plint; sporen
van Doornikse kalksteen in de oorspronkelijke westergevel en als
hergebruikt materiaal in toren en koor en in de plint van de
voormalige noordelijke transeptgevel; verwerking van zandsteen voor
steunberen en accentuerende details. Voorheen witgeschilderd.
De
vooruitspringende vierkante westertoren met vier geledingen met
zandstenen hoekblokken is ten westen gesteund door twee versneden
hoeksteunberen, geflankeerd door doopkapel en bergplaats onder
lessenaarsdak. Portaal in gedeeltelijk bewaarde geprofileerde
zandstenen omlijsting en gesinterde bakstenen; erboven eenvoudig
spitsboogvenster in geprofileerde bakstenen omlijsting met
zandstenen waterlijstje en spleetvormig venstertje in luikamer.
Klokkenkamer met gekoppelde rondboogvormige galmgaten onder
doorlopend waterlijstje. Onder kroonlijst steigergaten.
Ingesnoerde achtkantige leienspits met torenkruis en haan.
De
zijgevels zijn afgelijnd door baksteenfries en verlicht door
eenvoudige rondboogvensters. In de westelijkegevel van de
noordelijke zijbeuk vindt men een arduinen
gedenksteen van wederbouw van de kerk van 1851. Sporen van de
vroegere transeptgevels in metselwerk.
Eerste travee van koor met gedicht gotisch venster verborgen
achter aanbouwsels, tweede travee met rondbogig venster. Tegen de
oostgevel,
bevond zich een 17de-eeuws kruisbeeld van calvarie in geschilderd hout
maar is nu in de kerk
geplaatst. Een copie werd aangebracht op de originele plaats aan
de buitenmuur.
De
zuidelijke sacristie heeft een plint van grote zandsteenblokken.
De deur is d.m.v.
nagels gedateerd 1776, in de noordelijke berging zit een hergebruikte deur op
dezelfde wijze gedateerd 1719.
Interieur: Schip uit het midden
der 19de eeuw
met beuken, die gescheiden worden door gedrukte rondboogvormige scheibogen
rustend op gemarmerde zuilen met Toscaans kapiteel op hoge
vierkante basis van gepolijste arduin. Midden- en zijbeuken met
gedrukte gewelven, oorspronkelijk met decoratief stucwerk,
gescheiden door gordelbogen rustend op kroonlijst en
gecanneleerde consoles. Zijbeuken met zwartmarmeren
lambriseringen en wanden tot de hoogte van de vensterdorpels in
marmerimitatie. In laatgotisch koor, lambriseringen in
marmerimitatie. Op luikamer in toren zijn sporen van de
westelijke gevel van
het voormalige kerkje van Doornikse steen te zien.
Mobilair: Schilderijen: drie
17de-eeuwse altaarstukken: H. Drievuldigheid vereerd door Alle
Heiligen, HH. Gregorius de Grote en Odilo bij de Verlosser en O.-L.-Vrouw
Koningin van Alle Heiligen door Simon De Paepe II. Aan weerszijden
van het hoofdaltaar hangen twee 19de-eeuwse panelen geschilderd op doek met H.
Petrus en H. Paulus, de titelheiligen van de gesloopte kerk van
Hermelgem. Aan de muren van de zijbeuken hangen in totaal acht(!)
schilderijen uit de 17de eeuw.
Beeldhouwwerk: plaasteren
heiligenbeelden op consoles aan de pilasters van de scheibogen
gewijd in 1915 en 1920, en twee geschilderde houten beelden, O.-L.-Vrouw
(uit de 17de E.) en H. Barbara van geschilderd lindehout (uit de
19de E.) door I.C. De Rycke. Het 17de-eeuws Christusbeeld van calvarie in geschilderd
hout, dat aanvankelijk buiten aan de oostgevel bevestigd hing.
Hoofdaltaar, portiekaltaar van
geschilderd hout van 1652 met laat-18de-eeuwse aanpassingen en
een trommeltabernakel van 1755(?). Het noordelijke zijaltaar van de Gelovige
Zielen gedateerd in cartouche 1666, werd aangepast op het einde
der 18de eeuw; het zuidelijke zijaltaar
van O.-L.-Vrouw van Alle Heiligen stamt uit de 17de eeuw en werd volgens
een cartouche met
chronogram aangepast in 1765.
Twee laat-18de-eeuwse koorbanken,
versierd met hergebruikte medaillons, vermoedelijk van de
orgelkast. Communiebank van smeedijzer door Schoenmaecker
(Oudenaarde) van 1838. Eiken kansel in classicistische stijl uit
het midden der 18de eeuw, opgehangen aan hoek van koor en de
zuidelijke zijbeuk. Twee eiken
biechtstoelen in renaissancestijl uit midden 17de en bijgewerkt in
de 19de E., en twee biechtstoelen versierd met griffioenen van
rond
1876. Beschermd orgel van 1855 van P. Haelvoet (Kerkhove), orgelkast met
oudere fragmenten van 1768 in eik. Een doopvont uit de 17de E. van roodgevlamd
marmer met vernieuwd achtkantig voetstuk. Eiken
18de-eeuwse kerkmeesterbanken (aangepast in 1851) aan weerszij
van het tochtportaal. Plaasteren kruiswegtaferelen ingemetseld in de
muren van de zijbeuken tijdens interbellum.
Twee figuratieve glasramen in
koor geschonken in 1938. In schip acht glasramen met sobere
decoratie, opschriften en namen van schenkers aangebracht onder
pastoor H. Van den Brinck, aangesteld in 1927.
Verschillende oude grafmonumenten
en epitafen uit de 18de E. ingewerkt in de vloer van de zijbeuken en
in de buitenmuren van de kerk.
Bronnen:
RAG, Provinciaal
Archief, 1851-1870, nr. 1798/7. Kerk Nederzwalm-Hermelgem,
Kerkarchief, Liber Memorialis. RAR, Kerkarchief
Nederzwalm-Hermelgem, Sint-Maria-Latem, nr. 8
De Noyette G. - Hoebeke M., Dorpsbeelden uit het verleden,
Zwalm, Nazareth, 1994, p. 91-92.
Dhanens E., Kanton Sint-Maria-Horebeke, Tekst, Inventaris van
het Kunstpatrimonium van Oost-Vlaanderen, VII, Gent, 1971, p.
123-152.
Dhanens E., Kanton Sint-Maria-Horebeke, Illustratie, Inventaris
van het Kunstpatrimonium van Oost-Vlaanderen, VIII, Gent, 1971,
afb. 205-249.
Vandenbussche-Van den Kerkhove C., Fotorepertorium van het
meubilair van de Belgische bedehuizen, provincie
Oost-Vlaanderen, Kanton Brakel, Brussel, 1980, p. 70-73.
|
|
|
|

Schilderij, recent teruggevonden
op de zolder van de kerk |
|
|
|
DE HERBERGEN
|
LE PERDRIX (DE PATRIJS)
Gelegen Schoolstraat nr 1. Café voorheen geheten "A La
Perdrix", nu "In De Patrijs", dorpsherberg gelegen tegenover
de kerk met cafédeur in afgekante hoektravee,
vermoedelijk uit het derde kwart der 19de eeuw ter vervanging van
een hoeve met
losse bestanddelen; recent nog verbouwd. Gecementeerde
en geelgeschilderde gevels met behouden volume van twee bouwlagen. en nog deels bewaarde deuromlijsting van
gesinterde baksteen in de afgekante hoektravee. Rechts
bevindt zich een
aansluitende dienstvleugel met de voorheen rechthoekige
inrijpoort.
|
|
|
IN DE BRUG
Voormalig café,
gelegen ? nrs 6-14. Gelegen aan de
brug over de Zwalm. Huidige nrs. 10-14, voormalig café
'In de brug'. Voorheen eenheidsbebouwing van twee
bouwlagen onder zadeldak (pannen). Doorlopende lijstgevel, nr. 6-8 beraapt en voorzien van recente winkelpuien, nr.
10, 12, 14 gecementeerd en voorzien van schijnvoegen.
Rechthoekige omlijste vensters, getuige de bewaarde duimen aan
benedenvensters vroeger met luiken. Aan het huis met nr 6
bemerkt men sporen
van een vroegere lagere bouw in de vlechtingen en bouwnaad in
de zijgevel.
|
|
| |
|
DE MOLENS
|
de 'TER BIESTMOLEN'
Gelegen aan de Biestmolenstraat. Oude watermolen
afhankelijk van de abdij van Ename en vermoedelijk
opklimmend tot de 11de eeuw. In 1483 was de
molen in het bezit van prins François van Gavere en
Schorisse.
Tijdens de Franse Revolutie in 1793
in beslag genomen als bezitting van de "émigré van
Egmont-Pignatelli (résident à Madrid et Petitfils du
Comte d'Egmont...") en verkocht. Vermoedelijk koren- en
oliemolen tot de verkoop in 1868, kort erna verdween de
olieslagerij. Door de nieuwe eigenaar Justin Simoens werden
in 1883 verbouwings- en vergrotingswerken uitgevoerd (o.a.
e het verhogen met twee verdiepingen).
In 1896 komt het goed door erfenis aan Victor
Simoens-Van Cauwenberghe en na zijn dood (1914) aan zijn
weduwe en kinderen.
De bedrijvigheid wordt stopgezet (1970) na een dodelijk ongeval in 1969,
waarbij klusjesman Gerard Leys (Nederzwalm) het leven
verloor.
De laatst bekende eigenaar was tot 2008 Gerard de
Braillon, een aannemer uit Oosterzele, die de molen
verbouwde, onder protest van Monumenten & Landschappen
en de vzw 'Levende Molens'. Daarna werd de molen ingericht
en uitgebaat als horecazaak. In 2008 werd de molen
gekocht door de familie Dedeken.
Molen gelegen op een
bijpas van de Zwalm. Aan de bakstenen brug over de
Zwalm, die 1921 gedateerd is in een cementen steunbeer,
dubbel sluiswerk met eikenhouten verlate, en ijzeren
woelrollen. Watergeulen met getrapte strekdammen. In
1980 vervangen door een automatische klepstuw enkele m.
verderop.
Ruim molengebouw van vier traveeën en drie bouwlagen onder
zadeldak (pannen), grotendeels van 1883 door toevoeging
van twee bovenverdiepingen. Witgeschilderd bakstenen gebouw met
rechthoekige vensters voorzien van ijzeren roedeverdeling en
arduinen dorpel. De linker zijpuntgevel ziet uit op de straat
en is
voorzien van muurankers, vermoedelijk één resterend
jaartalanker 7 en sieranker in geveltop.
Het achteraanbouwsel aan de zuidkant met bewaarde dieselmotor
en elektromotor had oorspronkelijk een lessenaarsdak
maar nu
een dakterras.
Zeldzaam aandrijfsysteem met ingebouwde maalsluis
voorzien van twee waterwielen van het bovenslagtype;
assysteem vanuit maalvloer bedienbaar.
Binnenin vindt me op de maalvloer, de asput met bakstenen ringmuur
afgedekt met arduin waarop drie ijzeren kolommen ter
ondersteuning van eiken balken van steenbed, voorzien
van ijzeren spoorwiel en eronder een tweede wiel voor
motoraandrijving, meelgoot en -bak. Op steenzolder, galg
en twee van de vroegere vier maalstoelen, een "Midget
Maxima Roller Mill N 141" met bijbehorende buil en
graankuiser met trechter, een haverpletter, een
mulderkist. Op de luizolder met bewaard dakgebint staan
een luiwiel,
graankuiser en balans.
In het rechter aanbouwsel staan een mono-cilinder dieselmotor en een
oude elektromotor ACEC.
Bronnen: Bauters P. -
Buysse R., De Oostvlaamse watermolens, Inventaris 1890,
(Kultureel Jaarboek voor de Provincie Oost-Vlaanderen,
Bijdragen Nieuwe Reeks - nr. 11, Gent, 1980, p. 127-130). |
|
|
de VANDERLINDENMOLEN
Aan
? nr ?.
Genoemd
naar de eigenaar in het tweede kwart der 19de eeuw. In
de vorige eeuw in handen van de
familie De Backer. Achterin gelegen koren- en
oliewatermolen op de Peerdestokbeek of Boekelbeek,
vermoedelijk opklimmend tot de 11de(!) eeuw. Voorheen blekerij of
wasmolen, later oliemolen en sedert 1870 graanmolen. In
1887 plaatsing van een stoommachine. Bedrijvigheid
stopgezet rond 1963.
Restanten van ijzeren
sluiswerk met verdwenen woelrol bij de betonnen brug
over de beek.
Houten maalsluis bediend door houten hefboom vanuit de
maalderij. Bakstenen molengebouw onder afgewolfd
pannendak, verankerd jaartal 1801 in r. zijgevel
afgewerkt met vlechtingen. Voorgevel met getoogde deur
en twee venstertjes met ijzeren roedeverdeling; eerste
venster was voorheen een deur. IJzeren ring voor het
vastleggen van leidsels. Klimmend houten dakvenster met
laadluik boven r. venster. Dakoverstek rustend op houten
schoren. Tegen de rechter zijgevel twee later (eind 19de
eeuw)
toegevoegde aanbouwsels, één onder zadeldak en één onder lessenaarsdak,
de linker gevel heeft een getoogd deurtje voorzien van het
oude ijzeren geheng.
De
Watergeve heeft houten beplanking in de geveltop en had
een nu
verwijderd ijzeren bovenslagrad.
Maalvaardig binnenwerk. Asruimte zonder ringmuur,
voorzien van ijzeren spoorwiel en ijzeren sterrewielen
met houten kamraderen. Steenlichten met handwieltjes op
conische houten sokkel. Erboven, op steenbed van
geprofileerde balken, twee koppels stenen. Verder nog
aanwezig: een reserve koppel stenen, twee
cilindermolens, weegbrug, haverbreker, een graankuiser
en een buil. In aanbouwsel, elektrische motor ACEC van
1926.
Bronnen: Bauters P. -
Buysse R., De Oostvlaamse watermolens, Inventaris 1980,
(Kultureel Jaarboek voor de Provincie Oost-Vlaanderen,
Bijdragen Nieuwe Reeks - nr. 11, Gent, 1980, p. 121-126).
|
|
| |
|
DE HOEVEN
' 't Lindenhof'
Aan de Langemuntstraat nr 1. De naam
verwijst naar de linde aan de erftoegang tussen twee stallen.
Het is een open hoeve met losstaande bestanddelen in U-vormige
opstelling.
Ten noordwesten bevindt zich de boerenwoning van vier traveeën
onder zadeldak (pannen), vermoedelijk van eind 18de eeuw.
Witgeschilderde gevel op gecementeerde plint. Rechthoekige
beluikte vensters met kleine roedeverdeling. Rechthoekige
toegangsdeur met bovenlicht. Gecementeerde zijgevels.
Interieur: in woonkamer werd de geschilderde balklaag behouden
en er is de grote schouw met witgeschilderde houten schouwbalk
met bordenrek.
Ten zuiden en ten oosten, aan weerszij van de erftoegang, staan
bakstenen gebouwen op een L-vormige plattegrond onder
pannendaken met stallen en schuur. Later bijgebouwd Het
oostelijk dienstgebouw werd later
bijgebouwd en gedateerd
MDCCCLXXVI in de houten latei van de rechthoekige poort.
|
'Hof ten Doeyer'
Aan
? nr ?. Het is een vroegere hoeve van het semigesloten type
uit de 18de eeuw, met grotendeels aangepaste gebouwen.
Ten zuidoosten, aan de straat, schuur met verankerde en
gewitte gevel onder pannendak met rechthoekige
inrijpoort, naar verluidt voorheen gedateerd uit
eveneens de 18de eeuw.
Ten noordwesten staat de boerenwoning met sterk
aangepaste erfgevel onder pannendak.
|
|
' 't Jachthof '
Gelegen ? nr. ?. Is naar verluidt daterend van 1640. Het is een hoeve
van het semi-gesloten type met thans geasfalteerde
binnenplaats.
Ten noordwesten, aan de straat gelegen boerenhuis van
acht traveeën onder zadeldak (pannen), op de rechter
zijgevel voorheen d.m.v. muurankers gedateerd 175?.
Verankerde en geschilderde straatgevel op gecementeerde
en gepikte plint en afgelijnd door getrapte
baksteenfries. Twee keldergaten met ijzeren decoratieve
tralie. Beluikt kruiskozijn en bolkozijnen.
Korfboogdeurtje in uitspringende omlijsting van rode en
grijze bakstenen met gebogen waterlijstje, en
gelijkaardig omlijste oculus als bovenlicht. Zichtbare
balkuiteinden in gevel. De linker zijgevel is afgewerkt met aandak
en vlechtingen, de rechter werd vernieuwd. Naar zuidoosten
gerichte gewitte erfgevel op gepikte plint onder
geprofileerde daklijst. Sterk aangepast met o.a.
vernieuwde rechthoekige vensters gevat in een
gepleisterde vlakke omlijsting. Getoogde deur in
omlijsting van rode en gesinterde baksteen met neuten en
imposten en gebogen waterlijstje. Bovenlicht met ijzeren
roedeverdeling in gepleisterde omlijsting en met
bekronend waterlijstje.
Ten zuidwesten, overhoekse poortvleugel met rechthoekige
inrijpoort naar binnenplaats. Ten zuiden staat het
voormalig wagenhuis van vier traveeën onder zadeldak
(pannen). Gecementeerde gevels met uitstekende
moerbalkkoppen. De oostelijke zijpuntgevel is afgewerkt
met vlechtingen.
Ten zuidoosten, witgeschilderde bakstenen paardenstallen
onder zadeldak (pannen), grotendeels vernieuwd.
Ten noordoosten staat een voormalige dwarsschuur van
drie traveeën onder zadeldak (pannen), met houten
ankers.
de
"Biestmolenhoeve en molenaarshuis
Gelegen aan de Biestmolenstraat nr
9 - Hoeve en molenaarshuis bij "Ter Biestmolen" (nr.
18), gelegen aan de andere kant van het brugje over de
Peerdestokbeek. Ruim herenhuis van vijf traveeën en twee
bouwlagen onder zadeldak (pannen); volgens het jaartal
op de deuromlijsting gebouwd in 1871, doch op de plaats
van een ouder huis. Dubbelhuis met bakstenen, later
witgeschilderde lijstgevel op arduinen plint met
rechthoekige vensters en deur. Keldergaten links naast
de deur. Vensters gevat in gepleisterde omlijsting met
kroonlijst, deur in arduinen omlijsting met
kroonlijstje. Links staat een aanbouwsel van twee
bouwlagen onder doorlopend zadeldak met rechthoekige
inrijpoort naar gesloten erf met ijzeren latei. Rechts
vindt men een aanbouwsel onder lessenaarsdak met garage
en aanleunende serre uitziend op ommuurde moestuin.
Achtergevel met uitbouw van twee bouwlagen hoog onder
lessenaarsdak. Achterdeur gevat in omlijsting van
gesinterde baksteen.
Achteraan dienstgebouwen onder zadeldaken (pannen)
rondom verharde binnenplaats, witgeschilderde erfgevels
op gepikte plinten met groengeschilderde deuren, luiken
en steekboogpoorten, aan de veldzijde ongeschilderd.
Afzonderlijk dienstgebouw met kippenhokken en wagenhuis
ten oosten, enkele jaren later bijgebouwd.
Semi-gesloten
hoeve
Nr.
3. Semi-gesloten hoeve gelegen aan de splitsing van de
Zwalm en de Peerdestokbeek. Erftoegang met ijzeren hek
ten zuiden aan de straatzijde. Hoevegebouwen
oorspronkelijk met gewitte gevels op gepikte plint onder
zadeldaken (pannen), restauratie aan de gang.
Ten westen, onderkelderd boerenhuis van zes traveeën en
anderhalve bouwlaag onder zadeldak (pannen), de kern
dateert uit het begin der 18de eeuw, werd vermoedelijk
midden de 19de eeuw vergroot aan de achterzijde, zie de
bouwnaden, en hoger opgetrokken. Gewitte erfgevel onder
getrapte daklijst. Rechthoekige benedenvensters en
halfronde bovenvensters van vroegere graanzolder met
arduinen dorpels. Rechthoekige deur op trap in
omlijsting van rode en gesinterde baksteen met
kroonlijstje. Vernieuwde zijpuntgevels, de zuidelijke
zijgevel nu met hergebruikte jaartalankers 1719. Gewitte
achtergevel onder getrapte daklijst met rechthoekige
muuropeningen met vernieuwd houtwerk. De rechthoekige
doorritpoort bevindt zich ten zuiden naast het huis.
Binnenin volledig gerestaureerd. Twee aaneensluitende
overwelfde kelders onder de zuidelijke travee. Bewaarde
samengestelde balklaag, nu geschilderd. Vernieuwde
vloeren met hergebruikte materialen. Rechts van de
ingangsdeur, woonkamer van twee traveeën met versierde
moerbalk en haardbalk gedateerd 1719, voorzien van vijf
oude geprofileerde deurtjes naar aanpalende ruimten,
kelder en zolder. Rechts vindt men de aanpalende "beste
kamer" met gepleisterd plafond en 19de-eeuwse schouw.
Huidige keuken, l. van voordeur, eveneens voorzien van
versierde moerbalk.
Ten noorden bevindt zich een witgekalkte bakstenen
dwarsschuur van zes traveeën onder overstekend zadeldak
(pannen) met twee rechthoekige poorten.
Ten zuiden staat een dienstgebouw met stallen van zes
traveeën onder zadeldak (pannen), gedateerd d.m.v.
muurankers 1763 op de westelijke zijgevel. Verankerde,
gewitte straatgevel met rechts een gebogen, opgeklampt
deurtje en ernaast een rechthoekige opgeklampte poort,
d.m.v. een ijzerplaatje op de makelaar van de poort
gedateerd 1761 en voorzien van Jezusmonogram IHS.
Zijaandaken met vlechtingen. Eveneens opgeklampte poort
in de oostelijke zijpuntgevel.
Ten oosten staan stallen met rechthoekige deuren met
behouden ijzeren beslag, vensters en twee dakvensters.
Ten westen bevindt zich een later toegevoegd
afzonderlijk bakhuis in vervallen toestand.
Voormalige hoeve
Gelegen aan ? nr ?. Voormalige hoeve
met oude kern, is later ook als herberg uitgebaat. Gelegen tegenover het
spoorwegstation. Het is nu een woonhuis van zeven traveeën en twee bouwlagen onder
zadeldak (pannen), vermoedelijk van eind de 19de eeuw.
Met witgeschilderde bakstenen lijstgevel. De eerste twee traveeën.
waren vroeger een apart woongedeelte met de rechthoekige deur
in een grijsgeschilderde omlijsting en met een rechthoekig venster.
Verder zijn er getoogde benedenvensters met arduinen dorpel en
persiennes. De rechthoekige bovenvensters hebben een geriemde grijsgeschilderde omlijsting en doorgetrokken dorpels.
De rechthoekige voordeur bevindt zich op een trapje in
een omlijsting van gesinterde
bakstenen met oren en tandlijstje.
|
DE (WEG)KAPELLEN
de 'H. Rochuskapel'
Zonder huisnr., gelegen voor het later gebouwde molenaarshuis
nr. 14 van de achtergelegen watermolen op de Boekelbeek, naar
verluidt gebouwd in opdracht van de molenaarsfamilie Vande
Eecken in 1851. Witgeschilderde bakstenen kapel onder zadeldak
(pannen). Voorpuntgevel met geschilderd opschrift "h. rochus
b.v.o.", bekroond met ijzeren kruis. Getoogde houten deur met
houten tralie gevat in omlijsting met neuten en oren van
gesinterde baksteen met gebogen kroon- en tandlijstje.
Terracottabeeld van H. Rochus met hond tussen andere
heiligenbeelden op altaar. Aan de muur hangen ingelijste
religieuze prenten.
|
|
HET HERENHUIS 'DEVOS'
Aan de Hoogstraat nr. 4. Het betreft een herenhuis met
bijgebouwen gelegen in ommuurde tuin naast de kerk. Fraaie
ijzeren afsluiting en hek tussen vier bakstenen pijlers met
bolbekroning. Huis van vijf traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak
(pannen, de nok // straat), van 1787. Vermoedelijk in 1916 vernieuwd
voorgevelparement van geschilderde baksteen met knipvoegen en
toevoeging van vier dakkapellen en een centraal dakvenster,
volgens de
gevelsteen met hoofdje in reliëf en vermelding "D.V.L. 1916".
Geschilderde bakstenen gevel met dubbelhuisopstand en voorzien
van gietijzeren sierankers. Rechthoekige muuropeningen, bij
gevelaanpassingen, vermoedelijk in 1916, voorzien van
geprofileerde arduinen omlijstingen. Houten paneeldeur met
bovenlicht gevat in arduinen omlijsting met sluitsteen en
opschrift "anno 1787". Houten kroonlijst met klossen. Beraapte
zijgevels met sierlijk gesmede in ankers in de schoorstenen.
Beraapte achtergevel met witomlijste vensters en op een
zoldervenster na, blinde zijgevels.
Ten zuiden staat het vroegere wagenhuis, nu garage, onder zadeldak (pannen, n straat),
eveneens aangepast rond 1916. In de witgeschilderde straatgevel
bevinden zich nu een rechthoekige garagepoort en zolderluik. Dakoverstek met windveren.
Ten westen in tuin, staan een serre en dienstgebouw van één bouwlaag met zeven traveeën gevat in travee-nissen met getoogde vensters en deuren, uit
begin der 20ste eeuw.
|
 |
|
het zogeheten "Kasteeltje De Raedt"
Aan
de Hoogstraat nr. 32. Vroeger geheten "Kasteel van Mr. De Raedt",
naar de eigenaar Henri De Raedt, notaris en burgemeester rond de
eeuwwisseling. Gelegen aan de gemeentegrens met Welden.
Het is een herenhuis van rond 1880 met omringende tuin, volledig
afgesloten door bakstenen muur met ezelsrug van dakpannen en
toegankelijk via verguld ijzeren hek en inrijhek. In tuin een
paar oude bomen, zoals beuk en valse acacia, achteraan vijver
met imitatiegrotwerk voor fontein naar verluidt van 1916.
Volledig onderkelderd huis van vijf traveeën en twee bouwlagen
en zadeldak (leien). Bepleisterde en lichtgeel geschilderde
neoclassicistische lijstgevel met dubbelhuisopstand. Rechthoekige
vensters in geriemde omlijsting, op de begane grond met persiennes en op de bovenverdieping met rolluiken en rolluikkasten.
Lekdrempels doorgetrokken tot arduinen kordonlijsten.
Oud huis gesplitst in twee woningen
Met huisnrs. 161-163. Het is een woonhuis vermoedelijk daterend
uit het derde kwart van de 19de-begin 20ste eeuw. Werd gesplitst
in twee woningen van twee en drie traveeën en anderhalve
bouwlaag hoog. Het nr. 163 is eveneens café met gelijkaardige
rechthoekige deuromlijsting van gesinterde bakstenen met oren en
kroonlijstje als nr. 159.
Groot burgerhuis, twee woningen
Nr. 19-21. Het betreft een groot burgerhuis van in totaal zeven
traveeën met twee bouwlagen onder zadeldak (mechanische pannen),
vermoedelijk uit begin 19de eeuw. Nu verbouwd tot twee woningen.
In huisnr. 19 bevindt zich het vroeger café 'Hof van
Vlaanderen'. Verankerde en gecementeerde lijstgevel met
schijnvoegen. Rechthoekige vensters op arduinen dorpels, op de
begane grond met persiennes. Grijsgecementeerde
deuromlijstingen. Geprofileerde daklijst.
|
|
VERDWENEN
herberg 'De Sterre'
Werd in 1990 afgebroken
samen met alle aanpalende en leegstaande, want onteigende woningen om
toe te laten een bocht in de baan Aalst-Oudenaarde weg te werken
bij het aanleggen van de veelbesproken 'doorsteek'.
In 1964 had Martha De
Cock het café overgenomen van Theodoor Bruynswyck. Haar echtgenoot
bleef zíjn zaak in Brussel doen. Toendertijd vergaderde de
Nederzwalmse gemeenteraad in haar herberg. Ook de opgedoekte
voetbalclub WK Nederzwalm (die er gesticht werd door Jean
Helleputte, Eric en Etienne De Potter en Dirk Hellebaut als 'de
Stervrienden') had er zijn clublokaal, net als een biljartclub
(de eerste in het Zwalmse waarvan ook vrouwen lid mochten
worden), de wielertoeristen en een spaarkas. De stamgasten
hielden er wel eens weddenschappen en wie die verloor had de
keuze: een 'tournée générale' of ... zich kaal laten scheren.
Ooit werd een valiezenkoers ingericht. Nadat Martha uit het café
was vertrokken, ging ze wonen in de Schoolstraat.
|

Martha aan de tapkast
(foto
HLN 3.11.1990) |
|

Bij de aanleg van 'de rotonde' in 2000 werden de
huizen van de Neerstraat deels gesloopt. |
|
|
| |
| |
|
BIBLIOGRAFIE
DE BOE M. -
Viermolenpad te Zwalm, N, 42, 1970, nr 1, pp. 254-256; ook in GA,
26, 1970, nr 28, p.4.
DE BROUWER J. - Opstand tegen de politie te Hermelgem, LvA, 20,
1968, nr 6, p. 291.
DE TEMMERMAN R. - Welkom te Zwalm. Het 12-dorpen-paradijs.
Zwalmtrips, z.p., VVV Zwalmstreek, s.d.
E.D.K. - Nader kennis maken met de Zwalmstreek en Van Der
Lindensmolen, LMO, 3, 1980, nr 24, pp. 248-360.
HELLEBAUT G. - Nederzwalm-Hermelgem, FO.Vl., 8, 1959, nr.6, pp.
132-133.
HELLEBAUT G. - Op wandel door Nederzwalm-Hermelgem. Historische
kapellen, Het Volk, 2-8-1962,
N.N. - Nederzwalm-Hermelgem. Landbouwdorp en Scheldegemeente. Waar
de bevolking niet erg vermindert en op Allerheiligen bedevaarders,
folkloristen en kermisgasten van de partij zijn, LN, 1-11-1960.
ROOSENS H. - Silexartefacten van Nederzwalm en omgeving, ARC, 1966,
p.25
VERMEERSCH P. - Enkele silexartefacten van Nederzwalm en omgeving,
Acta Geographica Lovaniensa, 5, 1966, pp. 159-168.
|