BEERLEGEM DIKKELE HERMELGEM HUNDELGEM MEILEGEM MUNKZWALM NEDERZWALM PAULATEM ROBORST ROZEBEKE St-BLASIUS-BOEKEL ST-DENIJS-BOEKEL St-MARIA-LATEM WIJLEGEM DE ZWALMSTREEK HOMEPAGE ZWALM VLAAMSE ARDENNEN

MEILEGEM
 

 
Dorpscentrum
 

 


 de Schelde
 

de oude Schelde-arm

 * INLEIDING

     Meilegem, gelegen aan de Schelde is samen met de huidige wijk en voormalige gemeente Hermelgem (die sinds 1849 gefusioneerd is met Nederzwalm) één van de twee Scheldedorpen van Zwalm.

     Meilegem heeft een oppervlakte van 734 ha. Dit dorpje evolueerde mee met het economisch leven van zuid-Vlaanderen; landbouw werd er aangevuld met (thuis)textielnijverheid voor rekening van fabrikanten. In de 20ste eeuw was er door de afnemende tewerkstelling in de landbouw een stijgende pendelarbeid (in 1961 ca.55%), vooral naar het Brusselse.

BEVOLKING

1800 1830 1900 1947 1961 1970
279 358 1140 969 855 344

     In 1970 werd Meilegem geannexeerd door de fusiegemeente groot-Munkzwalm en in 1977 gefusioneerd met ZWALM.

 


Stratenplan

   
Het natuurgebied aan de linker Schelde-oever

 * GESCHIEDENIS

Meilegem is een dorpje dat door een paar markante feiten zijn plaats(je) in de geschiedenis verdient.
Meilegem wordt voor het eerst op schrift vermeld in een oorkonde van de Sint-Salvatorabdij te Ename in 1155.
Toch gaat de geschiedenis van het grondgebied alleszins terug tot in de prehistorie, meer bepaald het Paleolithicum – daar zijn de stenen vondsten, gedaan tijdens de veldprospectie ter plaatse in het gebied rond de Schelde, door Johan Rommelaere in de periode 1980-1995 de blijvende getuigen van - lees verder.

* DE PREHISTORIE
* DE GALLO-ROMEINSE TIJD
* DE MIDDELEEUWEN
Te vermelden is het jarenlange geschil, waarin Meilegem vanaf 1707 verzeild was met zijn buren Hermelgem, Nederzwalm en St-Maria-Latem over de afbakening van hun resp. grondgebied.
* DE MODERNE TIJDEN
Merkwaardig is dat men in Meilegem proefboringen heeft verricht naar steenkool. Deze boringen bleven blijkbaar zonder gevolg, zoals blijkt uit een brief van 1838 (*) aan de hoofdingenieur van het Mijnwezen (vertaling) : “In 1810 is de Oudenaardse maatschappij opzoekingen begonnen in de gemeente Meilegem. Door het maken van een blinde schacht met een diameter van 7 Gentse voet (= 0,275 m) in achtkantige vorm. De schacht is gemaakt tot een diepte van 300 Gentse voet en zeer goed gestut met eikenhouten planken van 4 tot 8 duim dikte volgens de kwaliteit van het terrein en de in bedwang te houden lagen. Bij het uitdiepen van de schacht tot 30 voet vond men doorlopend een zeer vette blauwe zandachtige klei, gekend bij de mijnwerkers onder de naam “dieves”. Op een diepte van 300 voet vond men een laag zand die de ingenieur aan de opzichters voorlegde die het voor “tourtiau” namen. Aan de voet van deze laag heeft men een boring gedaan van 40 voet diep. Dieper is men niet kunnen gaan omdat men op een harde laag stootte. De deeltjes “schitse” (oliehoudende leisteen) verzameld na het boren veronderstelden de aanwezigheid van steenkoolrots. Men wilde de schacht verder uitdiepen, maar het water steeg in de put tot bijna 200 voet hoog. Het gebruik van een brandweerpomp was nodig om het water uit te pompen. Men riep de aandeelhouders samen, deze deinsden terug voor de uitgaven en men stopte met graven.”  De plaats van de opzoekingen was bepaald op een evenwijdige lijn van de steenkoolputten die zich bevonden in de Hartz (Duitsland) en op de boorden van de Rijn. Later, in 1906, werd nog een boring uitgevoerd door de “NV Brusselse Boringen” tot een diepte van 241 meter (maar blijkbaar zonder gunstig resultaat).
  
(*) brief in het bezit van R. Bousard, Meilegem

 * ONDERWIJS

Meilegem heeft nooit een eigen school gehad. Dat een dergelijk klein landelijk dorp eigen onderwijs zou hebben is ook niet vanzelfsprekend. Op het einde van de 16de eeuw kwamen de kinderen uit het naburige Beerlegem wel naar Meilegem naar school; in 1593 poogt de pastoor en in 1610 de koster hier een vorm van onderwijs te organiseren, maar beide pogingen mislukken, zodat er geen school is in 1595, 1597, 1604, 1606 en 1612, evenmin als in 1649. In 1653 wordt het onderwijs hier verzorgd door koster-onderwijzer Egidius Herman; in 1656 is het alweer gedaan met het plaatselijk onderwijs, dan moesten de kinderen daarvoor naar Beerlegem; in 1711 en 1717 tenslotte worden de Meilegemse kinderen onderricht door koster-onderwijzer Bernardus Herman.

 * PATRIMONIUM

De belangrijke gebouwen van Meilegem zijn die van ieder dorp: de kerk , het oud-gemeentehuis op het rustige dorpspleintje, de herbergen, de hoeven, maar tot het specifiek waardevol ‘patrimonium’ van Meilegem behoren o.a. de geklasseerde Saksenboom, de champettersteen, en de ‘oude Schelde-arm’, waar het heerlijk toeven is voor hengelaars en natuurliefhebbers.

   - de ST-MARTINUSKERK
     Het patronaat over de Meilegemse parochie en kerk werd uitgeoefend door de O.L.Vrouwenabdij te Affligem en - na de nieuwe verdeling der bisdommen in 1559 - rechtstreeks door de aartsbisschop van Mechelen.
Vanaf 1701 eigen pastoor, voordien bediend door de pastoor van Beerlegem.

 

 

 

De voormalige kerk
       Over de oude bouwgeschiedenis van de kerk is niets bekend.
     Tot in de 18de eeuw bestond er maar een schamel kerkje. Op de kaart van Horenbout schijnt het, of er een kleine zuidelijke aanbouw was, mogelijk een portaal of pseudo-transept.. Op de schets van 1707 wordt de kerk voorgesteld, gezien uit het noordoosten, als éénbeukig en met vlak gesloten koor; een portaaltje of ander klein aanbouwtje ten noorden; en een dakruitertje midden op het zadeldak. Het ligt in de lijn der verwachtingen (de Schelde ligt vlakbij!) dat alles gebouwd werd in Doornikse kalksteen, allicht romaans. Het voetstuk van de romaanse doopvont is ter plaatse bewaard en te zien.
     Onder de troebelen ten tijde van de Hervorming heeft zij niet noemenswaardig te lijden gehad. Er waren immers eind 16de-begin 17
de eeuw geen uitzonderlijke herstellingswerken nodig.
     De deken kan noteren, dat de kerkgoed onderhouden wordt. Er was heel wat schade aan de daken na de storm van 1612.

     Rond 1720-'22 (kerkrekening) werd het schalie- en ticheldak van de kerk hersteld/vernieuwd. In het midden der 18de eeuw wordt het klokkentorentje hersteld, blijkens de uitgaven vermeld in de kerkrekening van 1752. De kerkrekening van 1759-'61 betreft een belangrijk maar niet nader omschreven metselwerk aan de kerk. Te oordelen naar wat rest van de oudere uitrusting en kunstwerken uit die tijd (preekstoel, communiebank, stralenmonstrans, missaal) moet er in die tijd bijzondere activiteit hebben geheerst in Meilegem (en zijn parochiekerk). Dat blijkt ook uit de talrijke witmarmeren graven die in de latere kerk werden geplaatst maar uit deze tijd dateren.
    
Ze werd echter, zeker na de periode van welstand, die het dorp kende in de 18de eeuw, met een gevoelige bevolkingsaangroei tot gevolg, te klein en op initiatief van pastoor C.De Leenheer werd dan ook besloten een nieuwe kerk te bouwen. Volgens de notitie op het plannetje dat bij de attestatie dd. 1784 is gevoegd, moest de sacristie behouden blijven omdat zij pas 7 jaar voordien (rond 1777) was gebouwd. De klokkenstoel is gemerkt: FECIT 1784.
     In 1861 was er een gedeeltelijke heroprichting van de klokkentoren, wellicht de spits.
Herstellingswerken van toren in 1863 en 1866. In 1905 vond een omvangrijke restauratie van de buitengevels  plaats o.l.v. architect M. De Noyette: voegwerk, vernieuwen van sommige stenen, vensteromlijstingen en ander lijstwerk en het westportaal.
     In 1997 vond de laatste restauratie plaats.


De huidige kerk
 

     Gelegen aan de Bareelstraat 3.

     Het kerkgebouw is nog steeds éénbeukig en dateert dus uit het laatste kwart der 18
de eeuw. Ze is opgetrokken in gewone baksteenbarok van toen. Ook uitrusting en meubilair stammen overwegend uit die tijd. Typisch voor het Meilegemse kerkgebouw zijn de talrijke in de architectuur ingewerkte en met haar verbonden versieringen; de vensteromlijstingen, die onderaan op een horizontale lijst aansluiten, zijn bovenaan met een geboetseerde, veelkleurige guirlande versierd.
     Omringend kerkhof met lage bakstenen kerkhofmuur, in 1971 geheel wederopgebouwd en afgedekt met cementstenen. Ten noordwesten, op het kerkhof, vindt men het voetstuk van de Romaanse doopvont van Doornikse steen uit de 12de eeuw, bij de bouw van de nieuwe kerk in 1784 naar buiten overgebracht.
     De plattegrond beschrijft een eenbeukig schip van vier traveeën met ingebouwde vierkante westertoren, geflankeerd door vroegere doopkapel en rond traptorentje, ten oosten schuin geplaatste muren aansluitend bij het smallere koor van één travee met driezijdige sluiting, en aansluitende sacristie ten oosten.
     Het is een georiënteerde bakstenen plattelandskerk in classicistische stijl. De westgevel heeft een steekboogdeur in zandstenen omlijsting met rechte kroonlijst, bovenlicht opgevuld met modern reliëf, gesigneerd 'Gemeen'. De ingebouwde vierkante toren heeft rondboogvormige omlijste galmgaten onder tentdak met ijzeren kruis en haan. De zij- en koorgevels hebben hoge steekboogvensters met zandstenen omlijsting met oren en waterlijst. Gevelbeëindiging d.m.v. zandstenen kroonlijst. Het flankerend traptorentje heeft een eikenhouten spiltrap.
      Aan de zuidoostelijke gevel van het koor bevindt zich een witgeschilderd houten Christusbeeld uit de 17
de-18de eeuw onder houten luifel.
     Het interieur is bepleisterd en werd recent geschilderd. Het tochtportaal met doksaal stamt uit het eind der 18
de eeuw en is versierd met oudere beeldengroep. Het flankerend traptorentje heeft een houten spiltrap. Het schip is overwelfd met tongewelf met eenvoudige gordelbogen rustend op classicistische consoles. Onder de vensters bevinden zich segmentboogvormige nissen. Gelijkaardige polychrome guirlande met cherub op de triomfboog. In koor vier gecanneleerde pilasters met Ionisch kapiteel, brede gordelbogen met stucwerk met bladmotief; decoratief gesculpteerd en deels verguld stucwerk op de muren aan weerszij van het hoofdaltaar met de trofeeën van het Oude en Nieuwe Testament. Op gewelf lijstwerk en H. Geest-duif in stralen- en wolkenkrans.
     Meubilair: Beeldhouwwerk: "H. Martinus deelt zijn mantel uit", houten beeldengroep uit de 17
de of 18de eeuw - op het doksaal boven tochtportaal: buste van de H. Martinus - ook reliekhouder, in de nis op het zuidelijke zijaltaar, beschilderd en verguld hout vermoedelijk van 1752 door J. Van der Haeghen - gekleed O.-L.-Vrouwebeeld uit de 18de of 19de eeuw in beglaasde nis op het noordelijk zijaltaar - 19de-eeuws kruisbeeld uit hout en ijzer; polychrome plaasteren heiligenbeelden in nissen onder de vensters.
     Er zijn een hoofdaltaar en twee gelijke zijaltaren van O.-L.-Vrouw ten noorden en St.-Martinus ten zuiden, van geschilderd en verguld hout uit het laatste kwart der 18
de eeuw; het hoofdaltaar heeft een tabernakel in rococostijl versierd met muurvaste in hout gesculpteerde triomfmantel met later toegevoegde beelden van O.-L.-Vrouw en St.-Jan, erboven God de Vader in de wolken met cherubs. Eikenhouten koorgestoelte in Lodewijk XVI-stijl uit eind 18de eeuw. Gedeeltelijk behouden communiebank van eikenhout van 1752 door J. Gimbersie (Oudenaarde), in 1966 afgebroken en verplaatst. Fraaie eiken kansel in rococostijl met kuip op console en met steektrap hangend aan de noordmuur, in rococostijl, gedateerd 1758 op de deur en in drie chronogrammen op de kuip. Eiken biechtstoel uit tweede kwart der 18de eeuw met medaillon met St.-Pieter. Het orgel dateert uit de 19de eeuw en werd door Daem (Appelterre) aangepast in 1907. De 18de-eeuwse marmeren doopvont heeft een koperen deksel. Twee 18de-eeuwse schelpvormige stenen wijwatervaten naast portaal. Neogotische geschilderde kruiswegtaferelen in houten omlijsting. Vensters in schip met glasramen met heiligenfiguren naar een ontwerp van G. Minjauw werden uitgevoerd door het atelier Mestdagh in de periode 1984-'87 en zijn gevat in omlijsting met veelkleurige guirlande als sluitstuk. De glasramen in het koor hebben een geometrisch motief.
     Er zijn verschillende oude grafmonumenten en epitafen ingewerkt in muren en vloer.

        Bronnen:
      RAG, Provinciaal Archief, 1851-1870, nr. 1794/4. RAG, Bisdom, M 86.                                                                                                                                        
      De Noyette G. - Hoebeke M., Dorpsbeelden uit het verleden, Zwalm, Nazareth, 1994, p.85.                                                                                                               
      Dhanens E., Kanton Sint-Maria-Horebeke, Tekst, Inventaris van het Kunstpatrimonium van Oost-Vlaanderen, VII, Gent, 1971, p. 77-89.
      Dhanens E., Kanton Sint-Maria-Horebeke, Illustratie, Inventaris van het Kunstpatrimonium van Oost-Vlaanderen, VIII, Gent, 1971, p. 122-129. 
      Vandenbussche-Van den Kerkhove Ch., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen, provincie Oost-Vlaanderen, Kanton Brakel, Brussel, 1980, p. 62-64.  

- de CHAMPETTERSTEEN:

     In de dorpskern van Meilegem, aan de kruising van de Meilegemstraat en de Bareelstraat, kan men een blok Doorniks kalksteen zien, dat afkomstig zou zijn van een romaanse doopvont uit de vorige kerk van Meilegem. Het kan dateren uit de 12de eeuw (Dhanens, 1971, pp.77-89, fig 118). Oudere inwoners hebben het in dit verband over ‘de champettersteen’. De veldwachter placht immers van op deze steen de (gemeente)berichten om te roepen na de zondagsmissen

- het (oud-)GEMEENTEHUIS

     Het dorpsplein heeft door de talrijke vernieuwde gevelbezettingen der huizen en de uniforme moderne bestrating een stuk van zijn landelijk karakter verloren. Toch bleven het algemeen zicht en de rustige sfeer bewaard. Als onderdeel van dit dorpsplein draagt het oud-gemeentehuis hier alleszins toe bij.

     Naar mensenheugenis was het gemeentehuis altijd ondergebracht in de gelijknamige herberg op de hoek van de steenweg en het dorpsplein. Na de eerste fusie van gemeenten in 1970 werd het café 'de Klok'. Het oud-gemeentehuis is dus gelegen Meilegemstraat 21.
     Het is een eenvoudig rechthoekig gebouw. Het vertoont een lage lijstbouw met gemoderniseerde voorgevel die ingedeeld is in 3 travee-groepen. De linkergevel is ouder. Er is een vernieuwde garage-aanbouw rechts, onder een oudere bedaking.
    
Conceptueel werd dit gebouw wellicht als woning en als boerderij opgetrokken. Stillistisch is het gebouw niet te bepalen. Het geheel lijkt oorspronkelijk in de U-vorm aangelegd en in traditioneel landelijke architectuur opgericht. Het oudste element is de schuur. De woning zelf lijkt een 20ste –eeuwse verbouwing die nadien zelf nog eens van een nieuwere voorgevel werd voorzien. Het gebouw is typologisch veeleer als boerderij en als dorpswoning te beschouwen.
    
Het dorpsplein heeft door de talrijke nieuwe gevelbezettingen en de uniforme bestrating een deel van zijn landelijk karakter verloren. De algemene aanleg en de rustige sfeer zijn toch bewaard gebleven. Als onderdeel van dat dorpsplein draagt dit oud-gemeentehuis bij tot die sfeer.  

- de (oud-)PASTORIE


 

Aan de Meilegemstraat nr. 62. Voormalige pastorie, gelegen ten noorden naast de kerk. Huis met dienstgebouwen in U-vormige opstelling rondom voortuintje met vernieuwde afsluiting.

Classicistisch herenhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen onder een zadeldak van pannen, daterend van 1784, het jaar waarin ook de kerk heropgebouwd werd.
Dit gebouw verving de oude pastorie van één bouwlaag hoog. Restauratie in 1856 met o.m. het plaatsen van 22 vensters.
Werd gerestaureerd rond 1967 en in 1999-2000 volledig gerenoveerd.
Er is een beraapte en witgeschilderde lijstgevel met dubbelhuisopstand onder eenvoudig hoofdgestel rustend op vier classicistische consoles. Rechthoekige vensters met houten kruiskozijnen en deur in vlakke omlijsting; benedenvensters met persiennes. Flankerende lagere zijtrav. onder lessenaarsdak met oculus in geveltop. Gecementeerde achtergevel met rechthoekige vensters, voorheen met luiken aan benedenvensters, cf. bewaarde duimen, en gedichte deur. De linker zijpuntgevel heeft twee oculi en een sierlijk anker in geveltop.
Interieur. Twee aansluitende overwelfde kelders. Eikenhouten bordestrap in classicistische stijl met gesculpteerde trappaal en balusterleuning. Eikenhouten paneeldeuren. Ruim salon met drieledig gepleisterd plafond en classicistische marmeren schouw en stucversiering op schouwmantel. Kamer achter het trappenhuis met classicistische stucschouw tussen vaste eiken kastjes in dezelfde stijl.

Bronnen: RAG, Provinciaal Archief, 1851-1870, nr. 1794/4. RAG, Bisdom, M 86.

- de HERBERGEN

1. Verdwenen herbergen

2. Café ‘De Klokke’: zie het oud-gemeentehuis.

- de HOEVEN

1. Verdwenen hoeven en pachten

2. De 'Kaaihoeve'

De landbouwactiviteiten op deze hoeve zijn altijd ondergeschikt geweest aan de laad- en losbedrijvigheid voor rivierschepen, die aan de kade ter hoogte van de hoeve aanlegden. De hoeve dankt daar overigens haar naam aan.
     Toen de Schelde rond 1900 werd rechtgetrokken en de hoeve aan de 'dode' arm van de stroom kwam te liggen, kon ze toch die overslagfunctie behouden dankzij de aanleg van een spoorwegje dat over de berm naar de 'nieuwe' Schelde liep. In de jaren na 1950 kwam ook hieraan een einde. De (spoorweg)berm is er nog steeds, de uitgebroken rails liggen opgeborgen in de schuur van de hoeve
..
                                                                                                             (Het Nieuwsblad 13/8/1996)

3. De andere hoeven

Hoeve

Aan de Bareelstraat nr. 5. Vrij recente hoeve met beeldbepalende inplanting ten noorden naast de kerk en met bedrijfsgebouwen palend aan het kerkhof.
Het boerenhuis dateert volgens het kadasterarchief van rond 1919 en heeft drie traveeën en twee bouwlagen met links de inrijpoort, opgenomen in het huis onder het doorlopende zadeldak. Gecementeerde en verankerde lijstgevel met een rechthoekige deur. Er zijn rechthoekige benedenvensters en licht getoogde bovenvensters met bewaard houtwerk. Links is er de rechthoekige doorrit naar het erf met dienstgebouwen uit de jaren 1930.

Vroegere hoeve met losse bestanddelen

Gelegen aan de Oude Scheldestraat nr. 11. Het is een aan de straat en oude Scheldearm gelegen voormalige hoeve met losse bestanddelen, aan de straatkant afgesloten door bakstenen muur. Achterin voorhof gelegen boerenhuis van drie traveeën en twee bouwlagen onder tentdak (van mechanische pannen), uit het tweede kwart der 19de eeuw. De bakstenen gevels zijn afgelijnd door een getrapte kroonlijst. De vernieuwde rechthoekige vensters hebben luiken. De deuromlijsting van gesinterde baksteen is behouden. Aan de straatkant staan verbouwde magazijnen uit de 19de eeuw.

- de (verdwenen) WATERMOLEN

- de 'SAKSENBOOM'

     Een volwassen Hollandse linde, die zich bevond op de kruising van de wegen Oosterzele-Nederzwalm en Beerlegem-Gavere, op een perceel, indertijd door de Meilegemse familie Sackx aan de plaatselijke kerkfabriek geschonken. Als duidelijk herkenningspunt in het destijds nog open landschap, fungeerde de statige boom als verzamelpunt voor de politiepatrouilles van de drie belendende gemeenten (Meilegem, Dikkelvenne-Gavere en Oosterzele).

 

 

 

 


de statige 'Saksenboom' zoals hij tot
2003 in al zijn pracht prijkte

 


De in 2004 aangeplante
nieuwe jonge Saksenboom

- de OUDE SCHELDE-ARMEN: In de Scheldevallei te Meilegem liggen nog een aantal oude Schelde-armen, die nu een veelbezochte pleisterplaats vormen voor hengelaars. In de nabijheid van die plaatsen werd overigens een picknick-weide aangelegd waar toeristen ongestoord kunnen verpozen en eventueel eten. Op dit deel van de Schelde wordt bij mooi weer wel eens gewaterskied.

     
     

Foto’s

Voordat de Schelde gekalibreerd was, konden schepen hier aanleggen aan een loskaai om hun goederen (o.a. steenkool) te lossen. Vandaar dat de hoeve in de nabijheid de benaming De 'Kaai' kreeg.

- ANDER PATRIMONIUM

1. De Beekmeers: is een hoger gelegen gehucht met een onvergetelijk zicht op het Scheldedal. Op de achtergrond ziet men bij helder mooi weer zowel de St-Walburgatoren van Oudenaarde als meer zuidoostwaarts de kerk van St-Maria-Latem en helemaal links de bossen van Beerlegem.

2. de WEGKAPELLEN

Kapel van H. Barbara, wegkapel - Aan de Oude Scheldestraat, z. nr. - een eenvoudige rechthoekige bakstenen wegkapel onder zadeldakje (pannen), vlg. hetkadasterarchief vermoedelijk gebouwd door de kerkfabriek in 1903. Is toegankelijk via rondboogdeurtje aangebracht in spaarveld met lisenen en tandlijst. Binnenin zijn er sporen van polychrome muurschildering van imitatievoegen en gestileerd motief en een plaasteren H. Barbarabeeld op sterk beschadigd altaar.

 

* FIGUREN

In Meilegem leefden een paar Zwalmse wielerpioniers, en is Michel Baele – gewezen steenbakker en … ex-cyclocrosser – woonachtig. Ook Louis De Scheerder, de man van de hondenkoers, was een gekende Meilegemnaar, die jarenlang zorgde voor een stukje traditie.

René en Lucien ANNO

 
René Anno

René Anno werd te Meilegem geboren op 6/9/1887 als zoon van Sictus, een landbouwer en Rosalie Matthijs. Stond dan ook bekend als 'Sictus'. Huwde in 1912 met de Zingemse Odile Vermeulen. Gingen in Zingem wonen. Op zijn hoogtepunt als renner won hij 63(!) koersen op een jaar. In 1909 reed hij van 8 tot 15 augustus de Ronde van België en won ze met 32(!) minuten voorsprong. In 1911 won hij de Grote Prijs van Brussel en kreeg persoonlijk de felicitaties van koning Albert I. In 1912 werd hij er 2de. In 1913 werd hij te Koolskamp Kampioen van Vlaanderen. In 1914 reed hij samen met de favorieten aan de leiding in Parijs-Roubaix, toen hij door een val werd uitgeschakeld. Na de oorlog 1914-'18, die elke wieleractiviteit lamlegde, vond hij in 1918 - hij was toen 31 jaar - zichzelf te oud om 'zich met de jongeren te meten'. Hij werd fietsenhandelaar.

Lucien Anno 

Michel BAELE, veldrijder-steenbakker


 


Michel in actie tijdens het kampioenschap van België Cyclocross 1972.


Afscheid van de cyclocross op 21 december 1974, in
het gezelschap van Roger De Vlaeminck.

   
De steenbakkers aan de arbeid; baas Michel
(uiterst links)
kijkt aandachtig toe.


Michel Baele anno 2000

LOUIS DE SCHEERDER zie de hondenkoers

 


Louis (re) met zijn onafscheidelijke hond Tommy (li)
   

Albert BAERT, de laatste koster - Albert was eigenlijk schoenmaker van stiel, 22 jaar lang. Toen in 1954 de pastoor (Van Goethem) hem daarom vroeg – de koster moest het wegens ziekte opgeven -, werd hij na lang aandringen koster. Dat was wel een probleem, want Albert kende geen noot muziek en van Latijn had hij helemaal geen kaas gegeten. Hij ging toen zo’n 8 weken in de leer bij de toenmalige koster van Baaigem, meester De Geyter – eerst bij De Geyter thuis, later op het orgel in de Baaigemse parochiekerk. Zijn vuurdoop kreeg hij op Pasen 1954; om zich verder te bekwamen in het orgelspelen, kocht hij zich een tweedehandsorgeltje. Omdat Baert thuis werkte, viel dat makkelijk te combineren met zijn kostersambt.

Erwin DE COLFMACKER, advocaat-politierechter - Geboren in 1953, studeerde hij in 1976 af als licentiaat in de rechten, in 1980 officieel aangesteld als advocaat aan de balie. Op 27.1.1983 werd hij benoemd als substituut-procureur des Konings. Hij bekleedde die functie ruim 15 jaar, tot hij in februari 1998 werd benoemd tot politierechter naast Gilbert Callens.

 * VOLKSLEVEN & CULTUUR

Het verenigingsleven in Meilegem was vroeger uitgebreid:

1. de toneelbond

2. boogschieten

3. de hondekoers - De plaats, beter gekend als ‘den overzet van Rigeaux’, was ook van in het begin der 20ste eeuw befaamd omwille van de hondenkoers, die er jaarlijks op 15 augustus doorging. Aanvankelijk was deze koers een initiatief van Bea en Germain Rigeaux, de uitbaters van het veer.
Het speciale aan die koers was dat de honden niet alleen moesten lopen, maar vooral veel zwemmen. De honden en een helper van het baasje werden naar de andere oever van de Schelde gebracht en een 100-tal m daarvandaan opgesteld. De start werd gegeven met een schot uit de tweeloop van ‘Pier’ Germain Rigeaux. Onder luide aanmoedigingen en.....
 


Het overzetveer

   

4. het oogstgebeuren

   

 

 * BESCHERMDE MONUMENTEN & LANDSCHAPPEN

   In Meilegem zijn wettelijk beschermd:

     - de zogeheten ‘Saksenboom’ - door het KB van 25.7.1942. Desondanks werd hij (met goedkeuring(!) van de dienst Monumenten & Landschappen) geveld in 2003, omdat hij naar verluidt was aangetast door ziekte...
     - het orgel in de St.Martinuskerk -
Het instrument, dat vermoedelijk dateert uit de eerste helft der 19de eeuw, is beschermd als monument door het KB 4/3/1980.  

     - de oud-pastorie
                                                 


 

Omtrent de bouwdatum is mij niks bekend; in de 17de eeuw had Meilegem nog geen pastorie, wel in 1717. Het aanvankelijk 'kurenhuys' staat dan op een schetsje afgebeeld als een enkelvoudige bouw met de deur in het midden van de langsgevel, met schilddak en één enkele schoorsteen op het midden van de nok.
In 1789 liet de toenmalige pastoor C.P. De Leener voor 5.977 gulden 11 stuivers een nieuwe pastorie bouwen. Ze werd in 1967 gerestaureerd.
Het gebouw bevindt zich aan de Meilegemstraat nr. 62.
Het is de voormalige pastorie, gelegen ten noorden naast de kerk. Het betreft een huis met dienstgebouwen in U-vormige opstelling rondom voortuintje met vernieuwde afsluiting. Het is een classicistisch herenhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (pannen), daterend van 1784 (ook het jaar van de wederopbouw van de kerk), ter vervanging van de oude pastorie, die één bouwlaag hoog was. Werd gerestaureerd in 1856, met o.m. het plaatsen van 22 vensters. Gerestaureerd rond 1967 en in 1999-2000 volledig gerenoveerd.
Het huis heeft een beraapte en witgeschilderde lijstgevel met dubbelhuisopstand onder eenvoudig hoofdgestel rustend op vier classicistische consoles. Er zijn rechthoekige vensters met houten kruiskozijnen en een deur in vlakke omlijsting; de benedenvensters hebben persiennes. Er is een flankerende lagere zijtravee onder lessenaarsdak met een oculus in de geveltop. De gecementeerde achtergevel heeft rechthoekige vensters, voorheen met luiken aan benedenvensters, blijkens de bewaarde duimen, en een gedichte deur. De linker zijpuntgevel heeft twee oculi en een sierlijk anker in de geveltop.
Interieur: er zijn twee aansluitende overwelfde kelders. De eikenhouten bordestrap is in classicistische stijl met een gesculpteerde trappaal en balusterleuning. Er zijn eikenhouten paneeldeuren. Het ruime salon heeft een drieledig gepleisterd plafond en een classicistische marmeren schouw met stucversiering op de schouwmantel. De kamer achter het trappenhuis heeft een classicistische stucschouw tussen vaste eiken kastjes in dezelfde stijl.

Bron: RAG, Provinciaal Archief, 1851-1870, nr. 1794/4. RAG, Bisdom, M 86.

 

 * BIBLIOGRAFIE

 Laatste update 24 mei 2009 

Terug naar       
Mijn Homepage  Homepage Zwalm  Homepage Munkzwalm