INLEIDING ONDERWIJS GESCHIEDENIS DE GEBOUWEN BEKENDE MENSEN DE EEUWELINGEN DE AMBACHTEN DE CULTUUR BIBLIOGRAFIE

Omer Wattez  de Vlaamse Ardennen  de Zwalmstreek  9630 Zwalm  Munkzwalm  de Zwalmrivier  de Zwalmmolen

 
 MARCEL DE BOE
 (1925-1989)

 DE PIONIER VAN HET ZWALMTOERISME



Wie hem tot het laatst heeft gekend
zal zich hem zo herinneren...


      Marcel De Boe werd geboren in Ophasselt op 19 augustus 1925.

      Na zijn studies in de rechten aan de Leuvense universiteit vestigde hij zich in Zottegem als advocaat.

   Tijdens WO II geraakte hij, door zijn Vlaamsvoelendheid, betrokken bij een aantal activiteiten, waardoor hij tijdens de repressie na WO II werd geroyeerd als advocaat bij de balie.

     Hij was ondertussen onder de indruk gekomen van de schoonheid van de Zwalmstreek. Toen na WO II de activiteiten in tal van watermolens stilvielen door een aantal factoren, spande Marcel zich in om deze brokken industriële archeologie te bewaren voor het nageslacht. Hij kocht twee van die watermolens (de Yzerkotmolen in Sint-Maria-Latem en de Zwalmmolen te Munkzwalm) en richtte ze in tot attractieve horecazaken.

     Zijn levensdoel werd het revaloriseren van de streek. Een initiatief, dat in de ‘golden sixties’ – de tijd waarin de vrijetijdsrecreatie in eigen streek werd verlaten ten voordele van bruisend ontspanningsleven in steden en buitenlandse reizen naar zonnige vakantiebestemmingen – erg gedurfd en ietwat utopisch leek.

     De Boe had echter geduld; de economische crisis van de zeventiger jaren uit de vorige eeuw heeft er mee toe bijgedragen dat het grote Vlaamse publiek weer koos voor de zondaguitstap in eigen streek en… het Zwalmtoerisme was geboren!
 


Met een aantal gelijkgestemde zielen (o.w. Germain De Rouck) klinkend op de toekomst...
 

     Toen op 1 september 1963 de taalgrenswet in werking trad, behoorde hij tot de harde kern activisten, die ageerden tegen het aanhechten van de Vlaamse wijk D’Hoppe bij Flobecq (Vloesberg) en de provincie Henegouwen. Een tijdlang nam hij fanatiek deel aan de talrijke manifestaties daartegen die in het omstreden gebied plaatsvonden.

     Daar zou hij zich, door het nemen van talloze initiatieven ontpoppen tot een echte promotor voor het Zwalmtoerisme, dat voordien nog vrijwel onbestaande was. In 1967 werd onder zijn impuls besloten een niet-officiële VVV te stichten. Eind de jaren '60 zagen de eerste Munkzwalmse toeristische brochuurtjes het daglicht onder de titel 'Kent U de Zwalm ?'. Nog datzelfde jaar liet hij de eerste toeristische kaart 'De Zwalm' van de persen rollen. In '72 werd de eerste Watermolenroute ingereden en geraakte zijn VVV na een paar moeilijkheden officieel erkend door de Federatie voor Toerisme van Oost-Vlaanderen.
 
      Zelf nam hij vanaf 1978, na het vrijkomen van het contract, de uitbating van de Zwalmmolen ter harte, nadat hij eerst de Munkzwalmse  Paula Ockerman  een tijdje de molen had laten openhouden. Er moet toen tussen beide een haar in de boter gekomen zijn, maar het fijne daarvan is me niet bekend... Hoe dan ook, Paula en Marcel zouden nooit meer goede vrienden zijn... Paula werd als gerante uit de molen gezet.

     Strijdlustiger dan ooit werd hij op het toeristische toneel erg bedrijvig: hij richtte een landbouwmuseum in, dat al in 1979 met de nodige luister werd geopend  In '84 verscheen van zijn hand het boekje 'Beschermde kerkjes in Zwalm'. Hij pleegde talloze persartikelen over het verfraaien van de dorpskernen (hij viseerde vooral de smakeloze reclameborden op toeristische plekjes) en ...het zuiveren van de beekjes en 'zijn' rivier de Zwalm - daarbij kwam hij meer dan eens in aanvaring met de streek- en lokale politici.  Omdat hij wist dat een toeristische valorisatie van de Zwalmstreek slechts kon slagen wanneer de Zwalmrivier aantrekkelijk werd en dus…proper, ging hij verwoed actie voeren, tot en met het voor de rechtbank dagen van een aantal vervuilers. Zijn volgehouden (aan)klachten, die hem o.a. een paar maal in conflict brachten met de plaatselijke bestuurders (i.v.m. de talloze reclameborden langs de openbare weg op toeristische plaatsen) en die ook door de regionale overheid niet steeds in dank werden afgenomen – hoe kan het ook anders? – bleek toch voor diezelfde overheden achteraf één der impulsen om sneller werk te maken van de zuivering van het Zwalmwater en zich intenser in te zetten voor de opwaardering van het Zwalmtoerisme.

     Omdat ook de folklore van ‘zijn’ streek hem nauw aan het hart lag, bouwde hij het zgn. ‘molenhuis’ van zijn Zwalmmolen uit tot een echt centrum van het Zwalmtoerisme, met wekelijks exposities van lokaal en zelfs nationaal bekende kunstenaars. Verder stond hij in voor de organisatie van allerlei evenementen en festiviteiten, die alles van doen hadden met de culturele en toeristische promotie van de streek: de inrichting van vele kunstexposities, de oprichting van ‘de orde van de geuteling’, de Zwalmse mattetaartenfeesten, de oprichting van ‘de Vrienden van de Zwalm’. Als voorzitter van de Zwalmse afdeling van de VAB-VTB verzorgde hij de publicatie van een groot aantal dag- en weekbladartikels, infoboekjes en wandelbrochures over de streek in het algemeen en over Zwalm in het bijzonder.  Omer Wattez  beschouwde hij als zijn geestelijke vader.

     Door zijn diverse (en soms gedurfde) tussenkomsten, waarbij gretig gebruik maakte van de pers en van zijn talrijke toeristische bezoekers werd hij wel stilaan een controversieel man. Dat imago werd nog versterkt door het duister waas dat over zijn zgn. ‘oorlogsverleden’ hing en dat hij misschien willens nillens in stand hield door zijn volgehouden omgang met ‘vrienden’ uit die tijd, dat alles ten bate van zijn vlaamsvoelendheid.

     Sommigen verweten hem zijn impulsiviteit, zijn veelal ongenuanceerde zienswijze en zijn weinig diplomatische aanpak. Anderen verdachten hem ervan te handelen vanuit mercantiele doeleinden ten bate van zijn handelszaken (Zwalmmolen en Molenhuis). ‘Geen sant in eigen land’, een gezegde dat dus ook opging voor De Boe. Al had hij voor velen, die hem wat beter kenden, meer weg van een Don Quichote, die in zijn wapenrok van welgemeend idealisme ten strijde bleef trekken tegen gesofisticeerde politieke, juridische en administratieve mallemolens. Eén van zijn laatste publicaties was trouwens een brochure, waarin hij de corrupte binnen het gerecht hekelde.

     Hij overleed te vroeg op 1 april 1989, amper 63 jaar oud, aan de gevolgen van een verkeersongeluk te Herenthout, in het Herentalse ziekenhuis St-Elisabeth.

     Op 4 november 1989 al werd in beperkte kring een herdenking gehouden, waarbij toespraken werden gehouden door zijn vrienden Albert De Geyter (van de Zwalmse VVV), Dr. Fernand Van Nieuwenhove (namens 'de Vrienden van de Zwalm') en Germain De Rouck (van 'de Zuidvlaamse Kultuurkrant'). Volkskundige Renaat Van der Linden sloot zich hierbij aan en noemde Marcel De Boe 'een reus'.

     Op 28 april 1990 werd te zijner ere en nagedachtenis een publieke huldedag gehouden in en rond zijn Zwalmmolen, waarbij naast een fototentoonstelling en diamontage over Marcel ook de onthulling plaatsvond van een bronzen gedenkplaat aan de muur van de molen.

    Het slotwoord was voor de partner, die zijn laatste levensjaren aan zijn zijde had doorgebracht en instond voor de commerciële uitbating van de Zwalmmolen, Irène Rombouts, die een pleidooi hield voor 'het landelijke en kleinschalige i.p.v. het grootschalige'.


Zijn partner Irène Rombouts

 


Germain De Rouck en Albert De Geyter












 

Laatste update zaterdag 28 augustus 2010

Terug naar       
Mijn Homepage  Homepage Zwalm  Homepage Munkzwalm