|
N.a.v. het opmaken van een plan voor een nieuwe
gemeentebegraafplaats te Munkzwalm kwam J. Bockstal in contact met de
gemeenteoverheid. Terloops – in een gesprek over de geschiedenis der
gemeente - vroeg hij of de gemeente over een eigen wapen beschikte. Omdat
dit inderdaad niet zo was, vroeg de burgemeester of de h. Bockstal dit
niet kon bezorgen aan Munkzwalm, en verzocht hem daarom een onderzoek in
te stellen.
Eerst werd de wetgeving op het toekennen van
gemeentewapens onder de loep genomen. Ingevolge het KB van 6.2.1837
zegelde de gemeente Munkzwalm met het gemeentezegel, waarvan vorm en
afdruk bepaald worden door voornoemd besluit voor álle gemeenten die
niet over een eigen wapen of zegel beschikken: de Belgische leeuw met
het opschrift ‘Eendracht maakt macht’. Ingevolge art.3 van hetzelfde
besluit, waarvan de ministeriële onderrichtingen verschenen op 21.2.1857,
kon de gemeente Munkzwalm wel aanspraak maken op een eigen wapen en
zegel. Deze regeling werd later herzien en bijgewerkt in het KB dd.
14.2.1913.
Het kwam er dus op aan, aan te tonen dat onze
gemeente, door de traditie van het verleden of door een geschiedkundige
herinnering, wel degelijk aanspraak kon maken op een wapen.
In ‘Het Woordenboek der Gemeenten’, opgemaakt
door De Seyn, vonden wij het volgende (dat de auteur zelf had
overgenomen uit de geschriften van geschiedschrijver Van Gestel) : "Swalmae
monactorum, vernaculae Municx Swalm,vetus peculium abbatis Bavonianis"
wat wil zeggen: "een oud eigendom van de monniken van St.Baafs, aan
het riviertje, geheten de Swalm, in de streek Munincx Swalm genoemd".
Daaruit mocht de H. Bockstal besluiten dat hij in het archief van de
St.Baafsabdij verder moest zoeken om meer gegevens over de eigendommen
van St.Baafs in Munkzwalm te vinden en dat hij allicht het wapen van
deze abdij voor de gemeente kon doen erkennen. Bij opzoekingen in
diverse bronnen en in het Algemeen Rijksarchief te Gent vond hij diverse
fondsen, waarin sprake van Munkzwalm. Zo in het archief der abdij zelf,
in dit der vierschaar van de gemeente, in het familiearchief, in het
archief van de Raad van Vlaanderen en in het archief van de abdij van
Ename.
De eerste
oorkonde
waarin er sprake is van de eigendommen van St-Baafs te Munkzwalm, is er
een akte, gedateerd 5 februari 1003, waarin koning Hendrik II, naar het
voorbeeld van keizer Otto II, de Gentse St.Baafsabdij in het bezit stelt
van haar goederen te Munkzwalm, waarvan de lijst dan volgt, en verder
aan deze goederen de immuniteit en de tolvrijdom toekent. In akten van
1019, 1030, 1040 en 1063 wordt Munkzwalm ook nog in dit verband
geciteerd (Gijselings
M. & Koch A.C.F. – "Diplomata Belgica ante annum Millesimum Centesium
scripta").
De Seyn schrijft in hoger vernoemd werk dat Munkzwalm
behoorde tot "’s graven propre" d.w.z. de zuivere eigendom was
van de graaf van Vlaanderen. Munkzwalm was, zoals genoemd werd, "één
der prochiën, die men naempt dienstmanschappen ofte servitië-plaatsen
(Fr.lieux-serfs’)".
St-Baafs had te Munkzwalm een wet of vierschaar (met baljuw, schepenen,
enz.). Tevens werd er de jurisdictie uitgeoefend door de baljuw en de
leenmannen van het land van Gavere en de meier en de schepenen van de
heerlijkheid ‘van den Berghe’ (De
Limburg-Stirum – ‘Coutumes des villes et Pays d’Alost’’).
Aan de hand van deze akten kon de h. Bockstal al
bewijzen, dat Munkzwalm afgehangen had van de Gentse St.Baafsabdij. Hij
zocht dan verder naar eventueel bestaande zegels van de gemeente of van
haar vierschaar.
Op het Algemeen Rijksarchief te Gent vond hij in het
Fonds Kasselrij Aalst n°376, een wit blad papier, waarop zich een
plakzegel bevond. Bovenaan dit papier staat geschreven ‘Munckswalm’. Dit
stuk bevindt zich bij de ‘Brieven geadresseerd aan ‘
In zijn bekend werk "Scéaux et Armoiries de Flandres"
geeft de Vcte. de Gellinck-Vaernewijck een afbeelding van dit zegel op
p. 266.
 |
 |
|
Het oude zegel uit 1779
|
Naar het VII de-eeuws Wapenboek
|
Hoewel de h. Bockstal verder zocht, een ouder zegel
met betrekking tot de gemeente Munkzwalm werd niet gevonden. Hieruit
werd het besluit getrokken, dat Munkzwalm (en/of haar vierschaar)
gebruik maakte van het wapen der St.Baafsabdij om haar akten te
bezegelen.
De beschrijving van dat wapen dezer abdij luidt
officieel: "Van lazuur met een leeuw Alles overtopt door een
bisschopshoed met 12 afhangende kwasten alles van sinopel".
Het oorspronkelijke wapen der abdij zal vermoedelijk
bestaan hebben uit het hoger beschreven schild, doch zonder overtopt te
zijn door de bisschopshoed. Deze zal waarschijnlijk maar het schild
hebben overtopt in de 16de eeuw. Immers, deze hoed is een
herinnering aan het bisschoppelijk worden van het kapittel der
St.Baafsabdij, bij de oprichting van het bisdom Gent door Filips II, met
de benoeming op 6 juli 1565 van de eerste bisschop Cornelius Jansenius
(Dierickx
M.S.J. – "De oprichting der nieuwe bisdommen in de Nederlanden onder
Filips II, 1559-1570").
Steunend op bovenstaande gegevens en rekening houdend
met de wet van 14.2.1913, werd een rapport opgemaakt, waarin Bockstal
aantoonde, dat Munkzwalm steeds had afgehangen van de St.Baafsabdij,
wier beschavingswerk en geschiedkundige betekenis geen verdere
commentaar behoefden. De onderzoeksbundel werd dan aan de gemeente
gegeven op 3 september 1953. Na goedkeuring door de gemeenteraad werd
die overgemaakt aan de arrondissementscommissaris, die de bundel voor de
verdere procedure doorschoof aan de bevoegde instanties. In de
gemeenteraadszitting dd. 23 oktober 1953 werd de aanvraag voor een
gemeentewapen officieel gedaan en werd volgende wapenbeschrijving, mét
tekening in kleuren, overgemaakt;
Het erkende wapen moest als volgt beschreven worden:
"Van lazuur met een leeuw van zilver, beladen met drie fazen van
keel; genageld, getongd en gekroond vn goud. Het schild overtopt met een
kroon van dertien parels, waarvan drie verheven". De door de Raad
van Adel gegeven Franse beschrijving luidt als volgt: "D’azur à un
lion d’argent, chargé de trois fasces de gueules, armé, lampassé et
couronné d’or. L’écu sommé d’une couronne à treize perles, dont trois
relevées".
De gemeenteraad diende toen enkel nog de beslissing goed
te keuren en uit te vaardigen, waardoor dit wapen
werd aanvaard, wat dan ook gebeurde op 27.7.1954. Ze werd meegedeeld aan
de bevoegde instanties en het Koninklijk Besluit ter zake liet dan ook niet lang
meer op zich wachten.
(Bron: ‘Annalen-Annales’ – herdruk I-IV, dl.V)
|