Het toponiem is een meervoudsvorm die erop wijst dat aldus
benoemde hoeven/molens gelegen waren in bosachtig gebied. De molen 'Ter Eecken' was een korenwatermolen, gelegen op de
wijk 'Ommegang'.
De Ter Eeckenmolen was een
korenwatermolen, gelegen op de wijk Ommegang (Bibl. Inv. III,
p.45). Over deze molen schrijft Julien Th. Vandeputte
(1975): “Tot 1834 stond op de rechteroever van de Zwalm, aan
de oude weg naar St-Maria-Latem in Munkzwalm (vroeger de
Hundelgemsesteenweg en nog vroeger ‘Ommeganck’) aan de
momenteel onbewoonde en aloude woning een ‘tweemolen’ of
beter, een watermolen met twee raderen. Het was een
bezitting van de St.-Baafskerk te Gent”.
In de Penningkohieren van 1577 staat volgende tekst
betreffende deze molen: “…Jan Schuerbroot fs Gheeraerts
houdt in pachte van mijn Eerw.Heere de proost der Cathedrale
Kercke van Ste Baefs, de watercooremeulen (1571) - voor 120
p.p.* tsiaers zuiver ghelts” - Adriaen van Banck de
watermeulen (P** 1577 2 ro ***).
Na de Franse Revolutie is Noyette van Zottegem en vervolgens
Pieter Johannes Vlaeminck eigenaar van de molen. Bij zijn
overlijden verkopen de erfgenamen op 11 april 1883 deze
molen bij monde van notaris Van Damme uit Nederzwalm. De
beschrijving luidt als volgt: “Eenen koorn-watermolen met
stampkot en kleyn-watermoleken daarnevens met draeyende en
roerende werken staende op de riviere de zwalm…”. De nieuwe
eigenaar is Jacobus Vanderlinden, die al het jaar daarop
sterft.
Het zijn de notarissen Moerman en Ruysschaert van Zottegem
die namens de erfgenamen op 2 februari 1834 in café ‘den
Hunsel’ te Munkzwalm de molen ‘oproepen’. De beschrijving
luidt nu: “Twee koornwatermolens met een stampkot alsmede
alle draeyende en staende werken met het medegaende geweed,
Bosch en aenpaelende waters, gestaen en gelegen te Munkzwalm
op en aan de Zwalmbeke, genoemd den molen te Eecken, groot
72 roeden, 85 ellen palende oost de Zwalmbeke, daarover
Pieter De Clercq, zuyd de straete en west de Zwalmbeke.
Onverpacht”.
* p.p. = pond parisis
** P = Penningkohieren
*** ro = recto
|

Wie was Wannes ? Wannes
- zijn voornaam was eigenlijk Wannus (van Joannes) - was een 'daghuurman',
die het huisje in de Decoenestraat huurde van het klooster (de
parochie?) en er woonde tot aan zijn dood; in het huisje woonde
na hem nog juffrouw Raïs Maes (5.6.1923 - 22.3.2001), onderwijzeres in de basisschool.
Juffrouw Maes kocht nadien het perceel grond naast het huisje van
Wannes en liet er haar eigen huis bouwen. In het huisje werd nadien de parochiale bibliotheek ondergebracht,
tot midden de jaren 1970; de bibliotheek verhuisde naar de
oud-gemeenteschool aan de Zuidlaan, waarna chiro-jeugdvereniging het huizeke van
Wannes kon gebruiken. Begin deze eeuw werd het gebouwtje afgebroken
om plaats te maken voor het nieuwe CM-secretariaat.

|
Het
Spoorwegstation

Zuidlaan nr 70. Het spoorwegstation
bevindt zich langs de
spoorweg Kortrijk-Brussel, die werd aangelegd in 1868. Dit
stationsgebouw werd opgetrokken rond 1903 en gerestaureerd in
1985. Bakstenen gebouw van vier traveeën en twee bouwlagen onder
zadeldak (pannen) met flankerend lager gebouwtje van vijf traveeën
en één bouwlaag onder zadeldak (pannen). Rechthoekige vensters met
betonnen lateien en ontlastingsbogen, vernieuwd houtwerk.
|
|
De
voormalige "Gendarmerie", rijkswachtkazerne

|
Aan de Zuidlaan nr 86. Deze
vroegere rijkswachtkazerne werd gebouwd in de eclectische baksteenarchitectuur van 1880.
Het is een onderkelderd dubbelhuis van drie traveeën breed en twee bouwlagen
hoog onder
zadeldak (pannen, n // straat) tussen zijtrapgevels. Bakstenen
lijstgevel met verwerking van hardsteen voor plint, neg- en
hoekblokken, afgelijnd door lisenen*. Licht getoogde
muuropeningen. Licht uitspringende deurtravee verhoogd met
getrapt dakvenster met oculus, ankers en ijzeren bekroning.
Boven deur droeg het gebouw tot eind van de 20ste eeuw een paneel met verweerd opschrift "rijkswacht".
|
|
De
vroegere gemeentelijke jongensschool
 |
 |
Aan de Zuidlaan nr 60. Voormalige gemeentelijke
jongensschool van 1869. Aan de straat gelegen zeer eenvoudig
schoolgebouw van drie traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak
(pannen) met aan weerszijden lagere aanbouwsels van één travee onder
plat dak.
Aan de geplaveide speelplaats staat
achterin een typisch schoolgebouwtje met klaslokalen, een afdak
op ijzeren palen en een toiletgebouwtje onder zadeldak van rond
1923. Het bakstenen gebouw telt vijf traveeën en één bouwlaag onder
zadeldak (pannen). De lijstgevel is geleed door traveenissen met
verankerde lisenen*. Er zijn grote rechthoekige vensters met roedeverdeling
onder ijzeren I-latei met rozetten in travee-nissen. Centrale korfboogdeur en bovenlicht.
* liseen = pilastervormige uitspringende
verticale muurbekleding
|
|
|
Villa
|
 |
Aan de Gaverbosdreef nr 2. Rode bakstenen villa van
twee bouwlagen onder leiendak met zolderverdieping, volgens het kadasterarchief
van rond 1933. Voorgevel gekenmerkt door open portiek met twee
bogen en puntgevel met erker en overstekende bovenbouw.
Het trappenhuis in de zijgevel is verlicht door drie ladderramen met
decoratief houtwerk.
|
 |
 |
Huis
|
Aan de Zuidlaan nrs 54-56. Voorheen
een woonhuis van
twee bouwlagen onder pannendak uit het eind van de 19de eeuw, vergroot en voorzien
van een nieuwe gevel rond 1930. De oranje bakstenen voorgevel
heeft
gecementeerde gevelelementen. De rechthoekige muuropeningen
hebben nog het originele
houtwerk en arduinen dorpels, die op de bovenverdieping doorlopend
zijn. Naast
de deuren bevinden zich bakstenen erkers. Rechts is er een risaliet* met afgeknotte
puntgevel.
* = deel van de voorgevel dat vooruitspringt,
minstens één venster breed en over de gehele hoogte doorlopend.
|
 |
|

|