DE TWEEDE WERELDOORLOG
 



HET VOORSPEL

Van in 1933 tot aan zijn dood in 1945 bleef Hitler de absolute heerser in Duitsland. De openlijke herbewapening van Duitsland, die door Hitler in maart 1935 werd aangekondigd, was de eerste schakel in een keten van gebeurtenissen, die rechtstreeks tot een nieuw wereldconflict hebben geleid. Hitler. Hitler verwierp in de eerste plaats de verdragen van 1919 en wou iedereen in Europa die hij als Duitser beschouwde (m.a.w. de Germaanse volkeren: Oostenrijkers, Sudeten, Luxemburgers, Belgen uit de oostkantons,...) in één staat verenigen. Op 7 maart 1936 slaagden de Duitse troepen er opnieuw in de gedemilitariseerde zone van het Rijnland te bezetten. Frankrijk reageerde niet; de Britse druk ten voordele van een verzoening, de komende Franse verkiezingen die een toevlucht tot de mobilisatie moeilijk maakten, de Franse overtuiging van een Duitse supprematie en tenslotte het pacifisme dat onder de publieke opinie leefde, leidde tot de beslissing om niks te ondernemen. De hermilitarisering van het Rijnland betekende voor Frankrijk het verlies van een bufferzone tegen het Reich. De geallieerden stonden alsmaar sceptische tegenover de Franse geloofwaardigheid en België koos voor een onafhankelijke politiek.
In België won de idee veld dat het niet als een voorhoede van Frankrijk en Engeland in hun strijd tegen Duitsland moest dienen en dat het land beter zou varen met een politiek van ongebondenheid en onafhankelijkheid. Sedert juli 1936 ging België over tot het voeren van een volledig onafhankelijke politiek. die voor het eerst door de Belgische minister van Buitenlandse Zaken, P.H. Spaak, in een verklaring voor de buitenlandse pers op 20 juli 1936 onder woorden werd gebracht. Deze nieuwe politieke oriëntatie werd nog verduidelijkt in de historische rede van koning Leopold III op 14 oktober 1936: "Ons militair stelsel moet alleen dienen om ons te vrijwaren regen de oorlog, van waar hij ook kome". België erkende voortaan op internationaal vlak nog alleen de verplichtingen die voortvloeiden uit het Volkenbondpact. Een gemeenschappelijke Engels-Franse verklaring van 24 april 1937 beloofde België bij een eventuele agressie. Hitler van zijn kant verklaarde op 13 oktober 1937 dat hij de onschendbaarheid en integriteit van België zou eerbiedigen.
 

DE MOBILISATIE

Het Belgisch leger in 1937
     Negen maanden na de herbezetting van de linkeroever van de Rijn door de Duitse strijdkrachten (1936) werd in ons land de minimum militaire dienstplicht op 12 maanden gebracht maar de helft van het jaarlijks contingent moest een diensttijd van 17 maanden volbrengen. Bij de mobilisatie in 1939 was de sterkte van het Belgische leger opgevoerd tot 22 divisies, onderverdeeld in 8 korpsen w.o. 1 cavaleriekorps. Het effectief van het veldleger bedroeg meer dan 600.000 manschappen. Maar...
          - de reserve-eenheden waren slecht geënkadreerd;
          - de middelen voor de luchtverdediging waren ontoereikend;
          - het materieel van het vliegwezen was verouderd.

De vestingstelsels
     De Belgische verdediging was gebaseerd op 3 opeenvolgende verdedigingslijnen:
           - een eerste defensieve lijn (met o.a. betonnen schuilplaatsen) langs de grens van Antwerpen tot Aarlen via Maaseik, continu bezet door elitetroepen
           - een tweede stelling (betonnen bunkers en ondermijnde bruggen) langs het Albertkanaal
           - versterkte stellingen in het hinterland: de anti-tanklijn Waver-Ninove, het bruggenhoofd Gent, schuilplaatsen aan de kust, voorbereide vernielingen op de waterlopen langs de Franse grens       

Front naar het zuiden of naar het oosten?
     Vanaf 1936 had de Belgische regering consequent haar neutraliteitspolitiek gevolgd en toen de Duitse Wehrmacht Polen was binnengevallen, oordeelde het Belgische oppercommando dat er van Duitse zijde weinig te vrezen viel en concentreerde men alle aandacht op de Frans-Britse alliantie, waarvan gevreesd werd dat die over Belgisch grondgebied zou doortrekken om Duitsland aan te vallen. Na de capitulatie van Polen op 28 september 1939 kon Duitsland zijn troepen echter in het westen en vanaf dan maakte België met het gros van zijn strijdkrachten front naar het oosten.

Het mechanisme van de mobilisatie in 1939-'40
     De mobilisatie verliep in 5 fazen: van het op oorlogseffectief brengen van de actieve regimenten over het wederoproepen van reservedivisies tot de mobilisatie van diensten en wachteenheden.

Waarschuwingen, alarmen en verloop van de mobilisatie
     De Belgische mobilisatie ving aan al 3 dagen na de bekendmaking van het Duits-Russisch Niet-Aanvalspact.
     Tijdens de daaropvolgende maandenwerden in alle Belgische eenheden heel wat alarmoefeningen gehouden, ontketend door codewoorden. Soms was er echter ook 'werkelijk alarm', zo bvb. na de noodlanding van een verdwaald Duitsliaison-vliegtuig, waarvan de piloot offensiefplannen t.a.v. ons land (weliswaar zonder invasiedatum er in) bij zich droeg. Toen werd algemeen alarm afgekondigd en koning Leopold III liet de Frans-Britse en Nederlandse staven waarschuwen. Een laatste werkelijk alarm had plaats op 9 april 1940 toen de Duitsers Denemarken en Noorwegen binnenvielen. Dat alarm werd afgeblazen op 14 april.

Het dagelijkse leven van de soldaat tijdens de mobilisatie; tucht en moreel
     De infanterietroepen werden niet voor lange marsen getraind omdat 1) het belangrijker werd geacht om belangrijke veldversterkingen op te werpen 2) het een uitzonderlijk strenge winter was.
     Er werd een stelsel van vergunningen ingesteld: - 5 vergunningen per maand voor iedereen.
     De voeding van de soldaten bleek vrij goed maar kledij en schoeisel bleken ontoereikend.
     Voor de inkwartiering van de troepen werden scholen en openbare gebouwen opgeëist en later werden houten barakken opgetrokken in de nabijheid van de legerstellingen.
     Onder druk van het parlement stond men een reeks vrijstellingen van dienstplicht toe:
                           - voor mijnwerkers en mijningenieurs (daar waren een groot aantal reserveofficieren van de artillerie en de genie bij)
                           - vaders van grote gezinnen
                           - onderwijzend personeel
                           - specialisten van de industrie...
    ... en op 10 april 1940 kregen landbouwers 1o dagen extra verlof !!

     Het gevolg van al die vrijstellingen was een geleidelijke desorganisatie van het leger, doordat veel reserve-officieren werden vervangen en een ernstige aantasting van tucht en moreel. Door de erg koude winter, de als onrechtvaardig aangevoelde vrijstellingen en de nood van de achtergebleven families, raakten vele soldaten verbitterd...
     Men moest tenslotte rekening houden met de acties van pro-nazi Belgen (de Rexisten van Degrelle, d.i. 12 parlementairen, het VNV van Staf Declercq, d.i. 16 parlementairen, en het Verdinaso). Vooral het VNV ondermijnde het moreel bij de bevolking en de troepen d.m.v. propaganda.

 

     "Deze maand Mei wekt de gansche natuur uit den loomen winterslaap. Vogelen dartelen op twijg en tak in argeloos spel. De jeugdige lente baart hoop en staat vol heerlijke beloften. Plots werd al die opkomende levensvreugde in de kiem gedood..."(oorlogsdagboek van een ooggetuige*).
         
                                                                                                                                                                                                                                               *de h. Jos Plancquaert uit Deerlijk(?) in zijn boek 'Mei-Herinneringen 1940' (Drukk.Deleersnyder, Deerlijk)

Aan de vooravond van 10 mei

Tot besluit moet men vaststellen dat het Belgisch leger, ondanks het grootste effectief dat het ooit kende, talrijke zwakke punten vertoonde. Het te grote effectief had een onvoldoende enkadrering tot gevolg; de training van infanterie-eenheden liet soms te wensen over; het leger was niet voorbereid op een luchtoorlog. Bovendien hadden een te lange mobilisatieperiode en een gebrek aan reactie van de militaire overheden het moreel en de tucht van de troepen ondermijnd.

Vrijdag 10 mei
Plots wordt al die opkomende levensvreugde in de kiem gesmoord, toen vandaag naar alle Belgische stations telegrafisch wordt doorgeseind, dat de voorbije nacht "het vliegplein van Evere door duitsche eskaders werd gebombardeerd, en onze luchtvloot in vuur en vlam was opgelaaid". Het nieuws liet ons ongeloovig: Werd onze ongereptheid van grondgebied niet menigmaal door Duitschland verzekerd (1) ?. Hadden wij niet strikt onze neutraliteit bewaard?
Nederland, samen met ons land vandaag samen overrompeld en in dezelfde geest van verweer, riepen onmiddellijk Engeland en Frankrijk, die borg stonden voor onze neutraliteit, ter hulp. En terwijl aan onze grenzen de eerste 'schermutselingen' tussen Belgische en Duitse soldaten worden uitgevochten, kunnen Oudenaardisten aan de baan Kortrijk-Oudenaarde de eerste kolonnes Engelsen toe, die gemotoriseerd en in snelle vaart drie dagen én drie nachten lang onverpoosd over onze makadammen oostwaarts zullen trekken - gepantserde miniatuurforten met torentjes en afweergeschut, tanks waarop een officier met opengeplooide kaart de te volgen weg overschouwt, krachtige wagens propvol soldaten, proviandwagens, geblindeerde autootjes met staf-attaché's, kolonnes tanks en allerlei geschut. Ondertussen rukt ook het Franse leger doorheen onze streek, op naar Nederland, langsheen de banen van Waregem en Kruishoutem.
Verdachte personen worden door de Staatsveiligheid opgepakt en soldaat-miliciens met verlof worden 'binnen'geroepen. Troosteloze moeders en kinderen blijven thuis achter...

                                                                                                                                   
(1) Namelijk op 30 januari 1937, de 15de oktober 1937, de 28ste april 1939, en nog eens op 26 augustus 1939 en op 6 oktober 1939 !

Al op 10 mei 1940 - de eerste oorlogsdag - werd in de omgeving van Hundelgem een Duits bombardementsvliegtuig neergehaald door Engelse jachtvliegtuigen. Het stortte neer aan het kruispunt ’t Hoofd, op de grens tussen Munkzwalm en Hundelgem. Men heeft er de 5 verkoolde bemanningsleden uitgehaald en ze samen op het kerkhof van Munkzwalm begraven. Achteraf werden de stoffelijke resten naar een militair kerkhof overgebracht (waar is mij onbekend).

Zaterdag 11 mei
Van werken komt niks in huis, de nieuwsgierigheid drijft iedereen naar buiten, de mensen juichen de passerende Engelsen toe terwijl reuze politiemannen met bloedrode kepi (erg Londens !) de vaart regelen en op de huisstoepen worden de gebeurtenissen druk besproken.
Uit de lucht komen aanvallende Duitse vliegtuigen over en de passieve luchtverdediging (2). Telefonisch gedurig in verbinding met Gent, seint Oudenaarde het nauwgezet over, telkens er een vijandig vliegtuig onze sector binnenvliegt.
Nog op deze 11
de mei al worden bij een (mislukte) luchtaanval op de statie en spoorweg van Audenaerde 3 personen gedood en enkele woningen in puin gebombardeerd in de Broekstraat en op de Eine-dries

(2) Tot bescherming tegen luchtaanvallen werd het telefoonnet gebruikt. De commando-zonehoofdpost was telefonisch aangesloten op ieder der zonehoofdposten, en deze op hun beurt op ondergeschikte alarmsectoren. Het luchtalarm ging uit van de zone-hoofdpost, en ook het einde ervan, rechtstreeks of indirekt verbonden met de alarmsirenes. Zo'n alarmsirene was uitgerust met en motor van 5 tot 7 PK met 2 turbines, waarvan de ene 400 trillingen per seconde produceerde (dus een scherp geluid) en de andere 150 trillingen per seconde (dus een zwaar geluid); er waren ook sirenes met maar één turbine en in de hulpposten werd de sirene meestal met de hand bediend...

Zondag 12 mei (Sinksenzondag)
Amper zijn zij, die het gewaagd hebben naar de kerk te gaan, binnen of de sirenes loeien al...Alarm! Als door paniek gegrepen stormt iedereen de kerk uit, juist op tijd om een laagvliegend eskader onder een hels motorengedruis voorbij te zien zoeven, gelukkig zonder verder gevolg...
Het is vandaag verder heerlijk meiweer; men zou blij kunnen zijn, ware het niet dat men lam is van de zenuwschokken, en moe door het telkens weer opnieuw in de kelder gedreven worden door een regelmatig loeiende sirene men verneemt dat het sterke, ultramoderne en oninneembaar gewaande fort van Eben-Emael is gevallen en de voorlinies van ons leger al uit hun eerste stellingen teruggedreven zijn terug over het Albertkanaal tot in Hasselt. Luik is al gevallen.

Maandag 13 mei
Vanuit het oosten des lands stromen als een stortvloed hele kolonnen vluchtelingen aan, in deftige overbeladen luxe-auto's, of in zwaar geladen camionetten met alles wat in der haast aan huisraad en levensmiddelen kon worden bijeengescharreld erin. Sommigen ook per rijwiel, bezweet en bruingebrand maar afgemat. Slechts een minderheid onder de vluchtelingen beëindigt hun vluchten in onze streek. Ook de doortrekkende treinen zitten propvol duizenden, die, aangezien de treinen soms uren stationair moeten wachten op belemmerde sporen, zonder eten en drinken, gebrek aan ruimte en slaap, in een afgrijselijke toestand komen te verkeren...
Ook een niet gering aantal notabelen en ambtenaren, nochtans burgerlijk gemobiliseerd en volgens de wet dus verplicht op post te blijven, zijn al vertrokken, ook op de vlucht...

Dinsdag 14 mei
Uit de eerste linies gevluchte soldaten komen terug thuis in onze streek. De vijand is in Nederland tot aan Rotterdam doorgedrongen, dat wil capituleren. Vele Hollandse soldaten zijn naar Antwerpen gevlucht. In ons land zijn de Duitsers over het Albertkanaal tot in Turnhout geraakt en in de Ardennen staan ze voor Namen en Charleroi. In onze streek is het bulderen van grof geschut, nog dof en onduidelijk, al heel in de verte te horen...
In vele gemeenten werden al aanplakbriefjes uitgehangen, met daarop:
"ALLE BELGISCHE JONGELINGEN VAN 16 TOT 35 JAAR, DIENEN ONMIDDELLIJK EN MET EIGEN MIDDELEN EEN RECRUTEERINGSPOST VAN HET BELGISCH LEGER TE VERVOEGEN."

DRAMATISCHE DAGEN VOOR DE KRIJGSHOSPITALEN IN OOST-VLAANDEREN

Op dat ogenblik is prof. Fritz De Beule (1880 - 31.10.1949) er de algemeen bestuurder van.
     Van 15 tot 29 mei heeft het Belgisch Leger langsheen de Leie en het verbindingskanaal De Coupure een sterk verdedigde stelling aangelegd. Het Krijgshospitaal  lag juist op de hoek van die twee waterlijnen, met vóór en achter mitrailleuren en anti-tankkanonnen.

     Door tussenkomst van koningin Elisabeth worden de helft der gehospitaliseerden op 17 mei weggehaald door ambulances vanuit Brugge, want er is de dreiging der beschieting der Leie-stelling. Die komt er en het hospitaal en omgeving liggen onder vuur: "Op minder dan enkele minuten werden alle bruggen rond het hospitaal opgeblazen en regende het vuur en kogelde het scherven...Gelukkig bleef het bij stoffelijke schade..."
     Op 24 mei brachten de Duitsers hun gewonden naar het Bijlokehospitaal. Op 28-29 mei, tijdens de slag hogerop aan de Leie en het Schipdonkkanaal, eiste de Duitse Sanitätsdienst het hospitaal op.

 

Woensdag 15 mei
Een ononderbroken stroom van jongelui, met een pak(je) op de rug of valies in de hand, bijna allemaal te voet. De traagheid van de spoorverbindingen in noord-Frankrijk zou deze jongens doen belanden niet, zoals ze gehoopt hadden vér achter het front maar in volle vuurlinie...
Vandaag heeft Holland gecapituleerd: 2890 van hun 400.000 soldaten zijn gesneuveld en in Rotterdam werden 619 burgers gedood. In ons land worden de ministeries naar Oostende overgebracht. De opmars van het Engels leger langs de baan Kortrijk-Audenaerde is gestopt; de immer talrijker wordende 'Tommies' nemen hun intrek in woningen en beginnen met het delven van loopgraven langs de boorden van de Schelde.
Ook onze bevolking helpt mee met het graven...Al hun kostbaarste wordt in de kelders opgeborgen en alles wordt er ingericht voor een ondergronds 'nachtverblijf'. Tussen de luchtalarmen in worden kelderamen versterkt met metaalplaten en afgedekt met houtbussels en aarde.
Onze troepen zoeken positie op de lijn achter de Dijle, die vanaf Antwerpen over Waver, Leuven en Mechelen naar Namen lopend, Brussel omsluit. 

Donderdag 16 mei
De Belgische stellingen aan de Maas, aan het Albertkanaal en rond Luik worden opgegeven en dat drukt de moraal van onze Belgische soldaten; de ongerustheid bereikt een hoogtepunt alsduidelijk wordt dat deBelgische en Engelse troepen dreigen ingesloten te worden, doordat Duitse pantserwagens zijn doorgestoten vanuit Frankrijk en noordwaarts oprukken naar het Kanaal. Terwijl de Engelse tankrijen terugbollen op de makadam naar Kortrijk, rollen spoorwegwagons met Belgische soldaten, materiaal (ja, zelfs bruggen) westwaarts. Een flink korps gemotoriseerde Ardense jagers (allen Walen) komen zich inkwartieren in onze streek. Een Belgische majoor en kolonel logeren in de streek. Iedereen raakt afgemat door de angst van overdag en de slapeloze nachten... 

Vrijdag 17 mei
In de voorbije nacht nemen de Engelse troepen het besluit, zich terug te trekken tot achter Brussel. Leuven wordt opgegeven, Mechelen wordt ontruimd, de Dijle-posities verlaten. De Luikse forten van Flémalle en Boncelles vallen...

Zaterdag 18 mei
Antwerpen, Brussel, Mechelen en de stelling aan de Dijle zijn in Duitse handen gevallen; Radio-Brussel zwijgt - Radio Kortrijk laat zich nog horen. De Duitsers trekken de Schelde over richting Dender.
De spanning in onze streek stijgt: sinds een 6-tal dagen is het gerommel van naderend geschut nu al hoorbaar, de engelsen graven zich in aan de Scheldeboorden en hun tanks nemen positie langs de baan van Oudenaarde naar Kortrijk, de Belgische troepen plooien verder terug...Alle autoverkeer voor burgers op de grote baan naar Kortrijk wordt verboden; de weg wordt voorbehouden voor legerverplaatsingen. Vliegtuigen doorkruisen het luchtruim. Het geschut buldert.
Een gemotoriseerde kolonne van het Rode Kruis is ingekwartierd in Oudenaarde. De bevolking uit onze streek slaat op de vlucht: "Stad en dorp ledigen zich; pas waren de burgers heen of kasten en schuifladen werden door oneerlijke burgers of soldaten nieuwsgierig doorsnuffelt..."

Zondag 19 mei
     Nabij Dendermonde, te Denderbelle, zijn op deze zonnige morgen de Duitse stormtroepen klaar voor de aanval. Zij liggen rond de rubberboten waarmee ze de Dender moeten oversteken en wachten op het einde van het Duitse artilleriebombardement dat de aanval voorafgaat. De Duitsers zijn niet op de hoogte van het Belgisch plan, noch van het bevel dat om 11u30 aan de Ardeense Jagers wordt gegeven: "Décrchez!" - het gevecht afbreken en achteruit, om zo de stoot van de vijand in het ijle te laten verlopen! De Duitsers verkeren echter in de mening, dat de Belgen er vandoor gaan, rubberboten worden te water gelaten en gejaagd peddelen de Duitsers naar de andere oever van de Dender om er een bruggehoofd uit te bouwen. Onmiddellijk beginnen de Duitse pioniers met het slaan van een brug te Wieze. De 1ste Divisie Ardeense Jagers nemen stelling achter de Molenbeek , die ongeveer 7 km naar het westen toe, evenwijdig met de Dender vloeit. In de namiddag stormen de Duitsers er weer op los en volgen de weg die van Dendermonde over Wetteren langs de Schelde loopt. Het 1ste Ardeense Jagers wacht hen op met een machine-geweersalvo. Bovendien worden alle bruggetjes, voorzien van springladingen, opgeblazen in het gebied gelegen vóór het T.P.G. * Zo ook te Impe, te Bambrugge en verder naar het westen op de Geraardbergsesteenweg te Oombergen. Ook de brug over de Molenbeek te Erondegem en te Brugschen op de Dendemondsesteenweg.
Rond 23u begint voor de Ardeense Jagers de grote terugtocht via de bruggen van Zwijnaarde en Eke en over de passerellen over de Schelde, door de Genie geslagen tussen Zwijnaarde en Schoonaarde.

* tête de pont de Gand = Bruggehoofd Gent
 

"Dien dag bleven de niet-gevluchte binnenshuis of in de kelders. Buiten scheen alles zoo eenzaam; 't dorp kwam zoo vreemd voor, geledigd door een groot deel der bevolking. Het kanon bulderde en het geschut groeide gestadig in geluidsterkte, naarmate het dichter bolde. De vliegtuigen zoefden onheilspellend door de lucht. Ook gebeurde het soms, dat deze die vast besloten hadden te blijven, gehoor gaven aan het smeeken van vrouw of het gekerm der kinderen, toch alles op een auto laadden, - die eerst onder den overlast nooit scheen weg te zullen geraken, gleed en uiteindelijk toch alles voortsleepte. Nooit was er grootere herrie en verwarring op de wegen !"  (J. Plancquaert, o.c.)
Met het dynamiteren der Scheldebruggen (2 in Audenaerde, 1 in Eine, Berchem en Avelgem) begon op deze 19de mei de zgn. 'Scheldeslag'. De Engelsen hadden stelling genomen te Duivi (Peteghem). De stad Ronse zendt afgevaardigden met een witte vlag de Duitsers tegemoet, met de vraag om de stad te sparen.

Maandag 20 mei
 De voor de Belgische troepen zoveelste onrustige nacht. In  de buurt van Munte, langs de Hundelgemsesteenweg, beëindigt het 5de Genie het vellen van de rij dikke bomen rond 5u. Om 8u krijgt het II/7 opdracht mannen te leveren voor de voorposten; luitenant Hendrickx vertrekt met een peloton van de 13de Cie naar de weg Oosterzele-Scheldewindeke. Er hangt een witte grondnevel, die het zicht bemoeilijkt. Tegen acht uur is een kolonne van Duitse wielrijders op over weg Gent-Brussel. Ze worden onverwacht onder vuur genomen en er sneuvelen 3 Duitsers. Het III.Bataillon buigt af naar Gijzenzele. Uit bunkers en loopgraven worden ze fel bestookt. De artillerie-uitkijkpost op de kerktoren signaleert de naderende Duitsers en om 10u40 wordt bevel tot vuren gegeven maar het is te laat; de Duitse aanval kwam te snel. Men trekt zich terug en de Staf slaat rond 11u zijn tenten op te Oordegem. Vooraleer de nacht valt volgt nog een laatste hevige Duitse aanval. Rond 21 uur bereiken de Duitsers het station van Kwatrecht en afbuigend omsingelen zij de P.C. van het III/5 in het kasteel de Bueren
"Op dien dag rijdt een duitsche voorpost Melden binnen: een duitsche auto, die van Ronse naar Nukerke aanbolde. De vijand kantelde vrijwillig het voertuig om in de gracht. Kort daarop verschenen duitsche wielrijders, en de gansche grauwe tocht van vijandige voertuigen volgde met mitrailleuzen en allerlei geschit. Een engelsch soldaat was in Melden gebleven, lag op de loer en seinde voortdurend wat gebeurde, koelbloedig en heldhaftig, midden de vijandige linie's, over" (o.c).
's Middags spanden de Engelsen(3) hun prikkeldraadversperringen voor hun loopgraven aan de weiderand voor de Coupure. Tegen de avond poogden de Duitsers (een eerste maal) de Schelde over te steken, maar heftig Engels artillerie-geschut, dat ze beantwoordden, belette hen dat. Die ganse nacht hield het wederzijds artillerievuur aan, één tussenpauze van een half uur uitgezonderd. De Duitsers slaagden er wel die nacht elders drie bruggen te slaan over de Schelde: aan het veer te Melden, aan 'den Anker' te Peteghem en aan het kasteel van Elseghem in Meersche.
     (3)
De meeste Engelse soldaten, die aan de slag van de Schelde deelnamen, behoorden tot 'The Queens Royal Regiment', die zich er mag op beroemen naast 'the Guards' het oudste regiment (gesticht in 1661) te zijn in dienst van de Engelse Queen.  

Dinsdag 21 mei
Terwijl de Engelsen zich in hun loopgraven klaarmaakten voor een aanval, konden al een paar Duitsers de Schelde oversteken. De grote aanval kwam er echter pas om 15u; een Duits vliegtuig vloog zeer laag over de Engelse loopgraven en mitrailleerde ze; dat vuur werd slechts sporadisch beantwoord door de Engelsen. Het vliegtuig keerde zo diverse keren heen en weer tussen het kasteel van Peteghem en dit van Elseghem, gaf toen een lichtsein en onder beschutting van een ver-spervuur van granaten rukte de vijand op over de Schelde.


Duitsers aan de Schelde te Oudenaarde


Krijgsgevangenen op doortocht door Nederzwalm

 

Woensdag 22 mei
In de vroege morgen waagden de Duitsers zich in 'niemandsland'. De Engelsen, een paar honderd meter verder aan het station van Oudenaarde, bliezen het op.

Donderdag 23 mei
Bij het verder oprukken der Duitsers, spuwden de Engelse kanonnen, van op de hoogten van Ooike en Wortegem, dood en vernieling op hun rangen. Massa's grauwe uniformen der Duitse infanterie trekken als een stortvloed op van aan de Schelde naar de heuvelrand. Die dag nog slagen de Duitsers erin vooruit te dringen tot aan de stokerij, halfweg Wortegem-Waregem. De Engelsen die zich nog in Wortegem bevinden, worden door omsingeling bedreigd. Ze zien zich dan ook verplicht zich in allerijl terug te trekken. Dat betekende het einde der beschietingen in het Oudenaardse en het einde van de Slag om de Schelde.

Vrijdag 24 mei
De Duitsers  rukken op naar de sector van de Leie en komen in St-Baafs-Vijve voor de 8ste I.D. te staan. Vier dagen lang en met de moed der wanhoop verhinderen deze de doortocht, ondanks vuur van zware batterijen en luchtbombardementen. Alle bruggen geraakten vernield.

Zaterdag 25 mei

 

 

1941

5-6 augustus - In de nacht van 5 op 6 augustus 1941 waren Britse bommenwerpers van het 77ste squadron op terugweg van een bombardement (oorspronkelijk bedoeld voor Frankfurt maar om onbekende reden was het Koblenz geworden) - hun thuisbasis was Topcliffe (Yorkshire, Engeland). Eén van die toestellen werd geraakt door Duits afweergeschut en moest door zijn bemanning verlaten worden - het vliegtuig kwam nadien, ongehavend, met een perfecte buiklanding neer in Zegelsem. De bemanning bestond uit:
- sergeant A. Day (2de piloot): hij sprong als eerste en kwam met zijn parachute neer 10 km ten noordoosten van Gent.
- een ander bemanningslid kwam neer in Zingem; hij werd opgevangen door de familie Moerman, die hem doorstuurde naar een familielid, die Sylvain Van De Velde contacteerde, o.a. omdat die bij het verzet was en ook een beetje Engels sprak.
- waarnemer-bommenrichter I.A. Kayes- radio-operator/boordschutter W.F. Theull- staartschutter M.C. B. Delaney
- piloot-gezagvoerder Douglas Baber: hij kwam neer in de Beekmeers tussen Meilegem en Beerlegem, zijn parachute haperde aan een boom en bij het neerspringen verzwikte Baber zijn enkel. Hij zocht, steunend op een tak, ’s  morgens hulp in het nabijgelegen dorp Meilegem, de burgemeester René De Colfmacker, die hem richting de Schelde stuurde (in de hoop hem aan boord te zien nemen door een voorbijvarende schipper?). Aan het overzetveer aan de Schelde klopte hij aan bij de veerman, François Rigeaux aan wie hij zijn RAF-insigne liet zien. De familie Rigeaux verzorgde Baber, bezorgde hem andere kleren en verborg hem. Zoon Basiel, die op een appartement in Brussel huisde, had een buur, die zei een vriend te hebben, die Engelse piloten hielp om via een ontsnappingslijn uit ons bezette België weg te geraken. Baber en zijn mede-geredde, al bij de familie Van De Velde in Sint-Maria-Latem, werden opgehaald door die vriend. Die vriend (een collaborateur) had ondertussen de Gestapo verwittigd. De beide Engelsen werden opgesloten en nadien naar een krijgsgevangenkamp in Duitsland overgebracht.

De voormelde ‘vriend’-collaborateur vroeg aan de familie Rigeaux waar de andere spoorloze bemanningsleden ondergedoken zaten. Toen de Duitsers beseften, dat noch de Rigeaux’s noch Van De Velde meer wisten, werden ze allen meteen aangehouden.
De Rigeaux’s werden op transport naar Duitsland gezet, waar de vader van ontbering zou sterven op 26 juli 1943. Zijn echtgenote, zijn zoon Abdon en zijn dochter Bea keerden in 1945 ‘behouden’ terug. 
Sylvain Van De Velde werd al snel na zijn arrestatie als verzetslid ter dood veroordeeld en gefusilleerd op 31 maart 1942 te Elsene.
Twee andere bemanningsleden, Thuell en Delaney werden mettertijd ook opgepakt en overgebracht naar Duitsland, Day geraakte ondergedoken in Brussel en is dank zij de ontsnappingslijn ‘Comète’ via Gibraltar naar Engeland kunnen geraken.
   Van het toestel dat op 5-6 augustus 1941 te Zegelsem ongehavend én zonder bemanning neerkwam (het verhaal rond verzetsheld Sylvain Van De Velde) hieronder een kopie van het origineel (die in het bezit is van heemkundige-auteur Dr. J.P. Deweer uit Oudenaarde). Het vliegtuigtype is een ‘Armstrong-Whitley-Mark V.Z6826 KN-J ’.

      

 

 

1942

Kapitein (later majoor) Karl-JosephVOLLMER
     Karl-Joseph Vollmer is in 1892 geboren in Münster (Nordrhein-Westfalen). Hij maakte het einde van de Eerste Wereldoorlog mee aan het Ijzerfront. Na de oorlog ging hij in het zakenleven. Toen Hitler op 10 mei 1940 onze gewesten in een 'Blitzkrieg' veroverde, bevond officier Vollmer zich eerst in Nederland. Vervolgens kwam hij naar België en belandde meer bepaald in Ieper resp. Roeselare. Als overtuigd katholiek kon hij zich onder geen beding verzoenen, laat staan identificeren met het nationaal-socialisme, maar als officier van de wehrmacht (*) kan en wil hij zich niet onttrekken aan zijn plicht. Plichtbesef kan worden, zelfs voor een bezetter, op een correcte wijze, ingevuld worden met soepelheid en menselijkheid én zonder daarbij een overmatige ijver aan de dag te leggen. Dát was de houding die Vollmer tegenover onze bevolking aannam.
     Midden 1942 werd Vollmer benoemd tot Kreiskommandant (districtscommandant) te Aalst - tot dan een Kreis zonder noemenswaardige moeilijkheden. Hij zou dit ambt blijven uitoefenen tot 2 september 1944, de aan- of intocht van de geallieerden. Hij werd scherp in de gaten gehouden door een adjunct van de Oberfeldkommandant van Gent, de Hitlergezinde majoor Werner, met wie hij, diepgelovig zijnde, constant overhoop lag (getuigde Albertine van Liefferinge, dochter van de toenmalige Aalstse burgemeester).
     Toen begin september 1944 de geallieerden naderden, speelde Vollmer - de oorlog kotsbeu - eraan, zijn garnizoen over te geven om zo de stad Aalst van de vernieling te vrijwaren.

(*) De Wehrmacht was het Duitse geregelde leger en had niks te maken met de verschillende afdelingen van de SS noch met politieformaties zoals Gestapo, Sicherheitsdienst enz.

*  *  *

Eind 1942 werden enkele leden van 'de Witte Brigade' uit Munkzwalm (de weduwe Matthijs, Christine De Jaeger, haar dochter Hélène Matthys en Lydie De Clercq) opgepakt door Gestapo-mannen; bij de vrouwen Matthijs gebeurde dat bij hen thuis - Lydie De Clercq werd aangehouden nadat ze per trein vanuit Aalst (waar ze op het bankkantoor van de Generale werkte) in Munkzwalm aangekomen was, en op weg naar haar thuis (in de Krekelstraat, waar nu het gezin Dufraimont-Lazou woont).

 

 De 'Witte Brigade' van Munkzwalm

Leden: Christine De Jaegher (weduwe Matthijs) en haar dochters Hélène Matthijs en Marcella (na de oorlog gehuwd met een Snoeck). Hélène, de oudste, was regisseuse-spelend lid van de toneelgroep. Hélène werd op dezelfde dag opgepakt als Lydie De Clercq. Samen met haar moeder belandde zij o.a. in Buchenwald maar ze keerden allen behouden terug.
          

 

 

Lydie De Clercq o 3.8.1913 - + 13.1.1996. d.v. Sylvain De Clercq (1886-1964) en Céline Seconde (o ? - 1974). Céline was dochter van Octaire Seconde. De familie was een familie van 'heckelmakers'
                                       zus van Lucie De Clercq, die gehuwd was met Frans De Vleeschauwer; Lucie woonde in de Zuidlaan, naast de bank KB
                                       werd opgepakt op ?.?. toen ze van haar werk op een kantoor van de Generale Bank in Aalst 's avonds van de trein was afgestapt en op terugweg was naar haar ouderlijk huis in de Krekelstraat (nu huis met nr. ?, woning van de familie Dufraimont).
                                       ze kwam terecht in Buchenwald waar ze in 1945 werd bevrijd door de Russen
                                       na haar bevrijding huwde ze in 1948 met Arthur De Beule, een architect en ging naar Lokeren wonen. Kreeg een dochter Rita (ging boven Gent wonen) en een zoon (werd apotheker en woont in de Heufkensstraat)
                                       Is overleden aan de gevolgen van kanker in 1997(?).

  
 

 

De familie Matthijs-De Jaeger


Vader Arthur Matthijs
(+   )
 

Moeder Christine De
Jaeger, weduwe van
Arthur

Dochter Hélène
 
 Dochter Marie-Thérèse

 

 

 

1943
 


Voetbalploeg tijdens WO II
 

   

1944

Begin van dit jaar keren de weduwe Matthijs en dochter Christien terug uit gevangenschap; ze zijn 16 maanden weggeweest - eerst gevangen gehouden in Gent,nadien op transport gezet en opgesloten in Ravensbrück en Slieben. 

17.7. – De Coene aangehouden door de bezetter - Vanaf vandaag worden 42 personen aangehouden i.v.m. de ‘stunt’ van eergisteren in de Gentse Papegaaistraat. Onder de 42 gearresteerden bevindt zich ook de Munkzwalmnaar (maar in Gent wonende) kapitein-commandant De Coene – de bevelhebber van de sector Gent van het Geheim Leger zone III. Juist omdat hij bevelhebber was dachten de Duitsers, dat hij wel van alles moest weten. Hij werd daarom dermate gemarteld, dat hij 5 dagen na de arrestatie – hoe symbolisch, daags na de Belgische nationale feestdag! – overleed.
Lees meer
-

 

Luitenant Speekaert, mee aangehouden en zoals veel andere gearresteerde GL-leden al dan niet in de zaak betrokken, zou nooit terugkomen uit het concentratiekamp.. Ook de vader, de moeder en één der zusters van ‘Martin’ stierven ook in de kampen.
Om veiligheidsredenen moest na de overval in de Gentse Papegaaistraat heel wat gewijzigd worden i.v.m. het GL en de geallieerden: zo moesten o.a.de codenaam van heel wat personen, droppingvelden en andere terreinen worden veranderd. Hoe groot de impact echter ook geweest is en hoezeer de richtlijnen ook moesten veranderen, toch kon het GL in de provincies West- en Oost-Vlaanderen normaal blijven functioneren wanneer de radioberichten via de BBC hen daartoe instrueerden.
 

      De bevrijding

 


Bevrijding 1944 - Terugkeer van..?..

de bevrijdingsfeesten
 

 

 

 

 

6.10.1944 - Vandaag verscheen in het Staatsblad de besluitwet over een grootscheepse monetaire operatie. Het kabinet Pierlot, dat op 27.9 aan een nieuwe ambtstermijn is begonnen, wilde prioritair het muntprobleem aanpakken. door het gebrek aan evenwicht tussen de beschikbare geldvoorraad en het mogelijk aanbod van goederen en diensten, bestond de kans op een hyperinflatie. Om die te vermijden ging men over tot de zgn. operatie Gutt - Camille Gutt, de minister van Financiën, bepaalde dat alle biljetten van de Nationale Bank hun betaalkracht verloren. Terzelfdertijd werden alle depositorekeningen geblokkeerd. Per persoon mocht nog slechts 2 000 Belgische frank worden omgezet in nieuwe biljetten of in depositotegoeden. Al het geld dat niet omgewisseld kon worden, werd voor 40% geboekt op een tijdelijk geblokkeerde rekening op naam van de eigenaar. De resterende 60% werd definitief geblokkeerd en omgezet in een verplichte saneringslening. De regering rekende erop met deze ingrijpende operatie de prijzen met 50% te kunnen drukken. Tevens hoopte men door deze operatie de oorlogswinsten te kunnen localiseren.
 

 
 
1945

14.1.1945 - Een piloot kwam om te Hundelgem, omdat zijn parachute het liet afweten. Hij vloog met een Spitfire XVI  SM333 en behoorde tot de Australische luchtmacht RAAF. Waar men eerst sprak over ene Waiters, brachten opzoekingen via de Commissie van Oorlogsgraven en Scotland Yard aan het licht dat de ongelukkige eigenlijk John Wallis noemde en 23 jaar werd. Hij zou uiteindelijk begraven zijn te Oostende. Tijdens het escorteren van een groep bommenwerpers die Frankfurt gingen bombarderen, kwam boven Oostende het toestel van John Desmond Wallis in botsing met een andere Spitfire (XVI  SM384) van hetzelfde squadron (451) bestuurd door P/O Newberry, deze laatste kon zich met zijn valscherm nog redden en kwam er met de schrik en in schoktoestand ervan af, hij werd in het hospitaal van Oostende opgenomen. Het toestel van Wallis verloor zijn staart, werd onbestuurbaar en stortte neer.

11.2.1945 - Een Engelse bommenwerper, type ?, op weg naar Duitsland voor een raid, motorproblemen boven Zwalm. Voor de eigen veiligheid dropte het toestel zijn lading bommen, die niet op scherp stonden, boven de akkers tussen Hundelgem en Dikkele. Het vliegtuig kon toch nog 50 mijl verder vliegen en kam neer in de buurt van Damme.

 

 
 
 
       
 
 
 


Terug naar       
Mijn Homepage  Homepage Zwalm  Homepage Munkzwalm