INLEIDING ONDERWIJS GESCHIEDENIS DE GEBOUWEN BEKENDE MENSEN DE EEUWELINGEN DE AMBACHTEN DE CULTUUR BIBLIOGRAFIE

Theophiel PRAET pastoor
(° 25.9.1875 - + 4.8.1953)



 


    Theophiel Praet werd geboren te St-Niklaas op 25 september 1875. In de kiezerslijsten staan zijn officiële voornamen als "Serafien, Theophile". Hij werd priester gewijd te Gent op 19 december 1903.
     Hij werd achtereenvolgens leraar te Zottegem (vanaf 19.2.1904), onderpastoor te Waarschoot (30.4.1912), Kruishoutem (21.9.1915) en Evergem (vanaf 6.5.1920) en tenslotte pastoor van Munkzwalm vanaf 23 juli 1930 tot aan zijn dood.

     Pastoor Praet is in Munkzwalm lange tijd ‘een begrip’ gebleven…: een strenge herder binnen zijn kerk maar erbuiten niet bang van discussiëren. Een uitmuntend predikant en een man-uit-één-stuk! Humor en ernst waren in hem verzoend.

     Hij stierf in het Gentbrugse St-Jozefsgesticht, waar hij eind juli 1953 was heen gevoerd, helemaal ondermijnd door een slepende ziekte, op 4 augustus 1953.
 

     Vlug van aanpak (zo slaagde hij erin een Gregoriaanse mis te zingen en te lezen in 25 minuten – "Gij kunt niet vlug genoeg zijn om Ons Heer te dienen", placht hij te zeggen). Bij een doopplechtigheid durfde hij – tussen zijn Latijn door - het eens aan om een moeder terecht te wijzen toen die haar schreiende baby troostte met de woorden "arm schaapke", terecht te wijzen met de woorden " ’t is geen schaap, ’t is ne mens!" waarop hij verder ging met zijn Latijnse gebeden. Praet aanvaardde de eigenheid van ieder mens en apprecieerde een sterke persoonlijkheid. Een andere fameuze uitspraak van hem was : "het huwelijk is verschrikkelijk en gruwelijk", ongetwijfeld gebaseerd op zijn lange pastorale ervaring - ook hij zag wel dat vele koppels liefdeloos en noodgedwongen levenslang samenbleven - uit de echt scheiden was in zijn tijd absoluut 'not done'.

    Tegenover het vrouwelijk geslacht stond hij zeker niet negatief of afkerig. Van nonnen en kwezels had hij dan wel geen hoge pet op (hij vond ze veelal hypocriet en schijnheilig) maar zijn meid, juffrouw Angèle beschouwde hij allerminst als zijn huisknecht - Angèle was trouwens allerminst een doorsnee-pastoorsmeid; ze was een gedistingeerde gezelschapsdame, officieel Angèle Maria Teurrekens, geboren te Gentbrugge op 19 december 1894. Wanneer ze overleden is, is mij niet bekend. Als haar beroep staat officieel geregistreerd: gouvernante.  

    Hij was geobsedeerd door de duivel, duivelbezwering en -uitdrijving en nog ander bijgeloof, zoals dorpsgenoten die een 'speciale macht' hadden. Hij predikte tegen wat men toen als verwildering der zeden beschouwde (vb. korte rokken, te korte kousen); hij promootte de toepassing van het authentieke door de kerk opgelegde geloof. Zo weigerde hij eens een jong meisje de kommunie omdat hij tussen haar tanden etensrestjes opmerkte, "gij hebt brood gegeten, gij zijt niet nuchter!".

   Toen het beeldje van O.L.Vrouw-van-Fatima zovele jaren geleden zijn triomfantelijke rondreis door Vlaanderen deed en ganse parochies samenstroomden, waarbij o.a. de pastoor van Parike, vervoerd en in volle gloed bij haar intrede uitriep "O.L.Vrouw van Parike, zegen Fatima!" vroeg Praet aan een parochiaan (James Marchand) de vraag, wat hij van dit alles dacht, en die aarzelde om te antwoorden, riep hij uit: "Voilà, gij zijt er zelf tegen, de kardinaal is er tegen (Van Roey was inderdaad géén voorstander van de nieuwbakken verering) en ik ben ertegen, dus komt ze niet" (naar Munkzwalm). En ze is niet gekomen.

   De pastoor leefde desolaat en vereenzaamd op zijn pastorie en ging resoluut zijn eigen weg. Van de kerkelijke hiërarchie trok hij zich weinig aan. Kenmerkend daarvoor is zijn uitspraak: "Ik ben pastoor Praet en de deken dat is Prietpraat". Praet kwam alleen buiten zijn pastorie als het echt moest om naar zijn kerk te gaan of om berechtingen bij de mensen thuis te doen. De weg van en naar deed hij brevierend. Soms was hij wel eens aanwezig op een vergadering van de Congregatie (een vereniging van ongehuwde vrouwen, die samenkwamen na de zondagse vespers) maar verder stimuleerde hij geen enkele parochiale vereniging.

   Hij preekte niet veel en 't was telkens kort. Zijn missen waren navenant. Op de preekstoel deed hij meestal maar een paar noodzakelijke mededelingen, maar soms kon hij het niet laten kort en krachtig zijn gedacht te zeggen over het onchristelijk gedrag van de mensen: zo bijvb. over de heidense voornamen, die sommigen hun kinderen gaven - zo bijvb. over Liliane, waarvan hij beweerde dat die voornaam 'ajuinknol' betekende. Bij een doop kon hij na een korte observatie soms boude opmerkingen maken over de toekomst van het kind. Zo over een baby met dikke beentjes "het zal een lelijkaard worden" of over een baby, die men Frank wilde noemen "is hij maar een frank waard?".

   Hij kon ook wel humoristisch zijn. Zo bij één of andere begrafenis. Het was traditie dat bij een begrafenis de pastoor, vergezeld door twee medepastoors uit de naburige parochies, de koster en een paar misdienaars de lijkstoet tegemoet gingen - tot aan het station voor de zuidkant van Munkzwalm of tot aan de brug voor de noordkant. Dan keuvelden Praet en zijn collega's op de heenweg gezellig onder elkaar. Nu had de pastoor van Dikkele hem eens verteld dat in zijn parochie een zekere De Bisschop (van de gelijknamige hoeve, n.v.d.a.) ook het tijdelijke met het eeuwige geruild had. Praet vertelde nadien monkelend aan zijn misdienaars dat "de bisschop" dood was.

   Zijn onvervaardheid en stoutmoedigheid kwamen nog het meest tot uiting in de tweede wereldoorlog. Vanop de kansel maakte hij de parochianen diets dat de Hitlergroet was uitgevonden om aan de Duitsers uit te leggen, dat de sneeuw in Rusland zóoo hoog lag. Toen Praet eens met de trein op weg moest, stapte hij moedwillig de eerste wagon binnen - die altijd voorbehouden was voor Duitse soldaten (en dat was duidelijk gemaakt door briefjes met de tekst "Wehrmacht" op de vensters). Toen een Duits soldaat hem op zo'n briefje wees, repliceerde de pastoor: "Wehrmacht, Wehrmacht! Ik dacht dat alleen God het weer kan maken..!?!.."

   Ook politiek ging hij zijn eigen, eigenzinnige gang en gaf daarover openlijk vanop de kansel zijn ongezouten mening. Bij de opkomst van de nieuwe partij UDB (Union Démocratique Belge) na de oorlog, legde hij het letterwoord uit als "uit de beek". Op het einde van zijn leven koos hij, tot ongenoegen van bepaalde (katholieke) politici, openlijk partij voor burgemeester Robert Van den Haute, een liberaal! 

   De toenmalige huisdokter van Munkzwalm, Dr. Van Ceunebroeck, beschreef Praet als 'een dwarskop' maar ook als 'een priester met de ruwe schors en het goede hart, die terzeldertijd ook nog een beetje burgemeester was'. Hij beweerde dat een heel schrift nog niet zou volstaan hebben om Praets lapidaire (= korte maar krachtige) gezegden en geniale vondsten te boek te stellen.

   Op zijn doodsprentje staat hij beschreven als volgt: "...wie de eerwaarde overledene van dichtbij heeft gekend, weet dat hij onder een ietwat ruwe schors toch een gouden hart droeg, een gevoelige ziel en een rechtschapen gemoed. Waar hij zijn priesterlijke bediening uitoefende, was hij waakzaam over de zielen. Hij predikte de waarheid, hield aan, gelegen of ongelegen, en vermaande in alle vrijmoedigheid...".

    "Nooit last gehad met hem", zou later koster Darragas van hem getuigen…

 

Laatste update woensdag 07 november 2007

TERUG NAAR
Mijn Homepage  Homepage Zwalm  Homepage Munkzwalm