INLEIDING ONDERWIJS GESCHIEDENIS DE GEBOUWEN BEKENDE MENSEN DE EEUWELINGEN DE AMBACHTEN DE CULTUUR BIBLIOGRAFIE

TERUG NAAR
           Mijn Homepage  Homepage ZWALM  Homepage MUNKZWALM

 


 KAPITEIN-COMMANDANT

 PIERRE-FRANZ
DE COENE

(1896 - 1944)

 

VOORAF
Mijn speciale dank voor het opbouwen van deze webpagina gaat naar de onontbeerlijke hulp en documentatie die mij onbaatzuchtig ter beschikking gesteld werd door de nog in leven zijnde kinderen van commandant De Coene, in het bijzonder zijn dochter Francine (die mij een aantal documenten ter beschikking stelde), naar het echtpaar Minnaert-Van Den Berghe voor de aanvullende info en tenslotte naar neef Marcel De Coene (+) uit Nederzwalm, die mij op het spoor van de kinderen van Franz De Coene bracht.

Mijn dank gaat ook uit naar Marc Verschooris, de auteur van de werken 'Wachten op de maan van mei' en 'De papegaai is geschoten', en Munkzwalmnaar Van de Velde(1),die mij onschatbare informatie bezorgden over de figuur De Coene, zijn entourage binnen het verzet en de gebeurtenissen. De h. Verschooris gaf mij bovendien een paar nuttige aanwijzingen gaf voor het verwerken van die info middels deze webpagina.
 

In (Munk)Zwalm is de Decoenestraat algemeen bekend, al was het maar omdat zich in die straat de toegang voor de parking achter het gemeentehuis, de vrije lagere school en het secretariaat der CM bevinden. Weinigen weten echter wie schuilgaat achter de straatnaam: commandant Pierre Franz De Coene.

Midden de 19de eeuw stond aan deze straat - op het perceel waarop de gemeente tot voor enige bouw- en andere materialen opgestapeld hield, de kleine boerderij van het boerengezin De Coene.
 

 DE VOOROUDERS VAN FRANZ

Door opzoekingen in o.a. het Rijksarchief van Ronse en dank zij het werk van A. Lafort ('De Staten van Goed van Munkzwalm' (SG) 1582-1794, Ronse 2001) kwam ik tot de voorlopige stamboom van de familie DE COENE. In het voormelde boek staan volgende De Coene's:

   In de 18de eeuw
     - Adriaen DECOENE fs Geert x Joanne DESMET fa Pieter, met hun kinderen
               * Pieter Francies, volwassen
               * Benedictus, volwassen
               * Isabelle x Dominicus DENYS
               * Valentinus, 18 jaar (o 1743)

(SG 30-05-1761 5 bl, p.87)

     - voor Marie Theresia VANVOLSEM, geboren te Dikkelvenne, + te Munkzwam 08-1780, d.v. Gillis Vanvolsem x Joanne Wymens; Valentinus DECOENE, houder, z.v. Adriaen DECOENE x Marie Joanne DESMET, geboren te St-Maria-Latem.
              * Joannes Baptiste, 19 jaar
              * Pieter Josephus, 17 jaar
              * Coleta, 13 jaar
              * Anna Lucia, 7 jaar
              * Dorothea
          voogd: Livinus VANVOLSEM, broer van de overledene, te Gavere, materneel.

(SG 06-11-1790, AR 63 18 bl, p.140)

 Zijn betovergrootouders

            Valentinus DE COENE (o 1743?), 'tisserant' ( wever) x Marie Therese VAN VOLSEM (+ Munkzwalm 20/8/1780). Zij zijn de betovergrootouders van Franz.
                     Zij hebben 2? kinderen
               1. Jean Baptist o 1773 - huwt een eerste keer met VANDERHAEGHEN Livina.Krijgt met haar 1 kind.
                                                    - huwt als weduwnaar op 1/6/1818 met Coleta WALRAEVE o 1786, een weduwe (met kind van Jean Baptist GEVAERT, + Eyne), d.v. Pieter Joseph x Adriana LARNO.
                                                          krijgt met Coleta 1? kind:
                                                               1. Ludovicus ° ?/5/1819 - + 28/3/1820 (OA 5)

               2. Josephus
o 1774. Hij is de overgrootvader van Franz De Coene.      

 Zijn overgrootouders

           Josephus DE COENE (o 1774), een landman, 'journalier' (dagwerkman) x Isabella Theresia Uytterhaegen (o 1770), 'fileuse' (weefster)
               Zij hadden ? kinderen:
               1. Joannes Baptiste + 16 pluviose jaar 7 (= 4.2.1799) 
               2. Fransisca o 20 pluviose jaar 12 (= 10.2.1804)

               3. Marcellin
o 14/2/1807 11u

           Isabella overlijdt op 28/1/1812 (akte 4), 42 jaar oud. Joseph hertrouwt al op 18/8/1812 met VAN LIERDE Barbara, onwettige dochter van Marie Carolina VAN LIERDE, 'fileuse'.
           Joseph krijgt met haar nog 4? kinderen:
               3. Pierre François o 18/8/1813 akte 4 - + 2/11/1833
               4. Lucie o 9/2/1817 9u akte 6
               5. Marie Therese o 1/2/1819 (akte 4) - huwt op 9/9/1842 met de CORDIER Joannes Bpte
               6. Melania o 1818 - + 1895 (akte 26) - huwt op 3/8/1844 met Jean Bpte LEURS (+ ?) en wordt weduwe.

 

 Zijn grootouders

In 1858 woonde aan de toenmalige Wafelhoek nr 23bis volgend gezin:
          Vader Marcellin DE COENE 
o Munkzwalm 14/2/1807 - + Munkzwalm 1/1/1867 1u, een landbouwer - net als zijn vader
          zijn echtgenote moeder Marie-Therese BUYLE o Munkzwalm 1830(!) - een spinster, nadien landbouwster.
          Ze waren gehuwd te Munkzwalm op 4/9/1850
          Een zus van Marcellin, Marie-Hortense, zonder beroep, woonde in.

          Ze kregen 5 kinderen: - Marie-Sidonie o 9/7/1851 4u (akte 16)
. - + 13/3/1855 (akte 7).
                                                     
GA - getuigen: Francies Van Wambeke, veldwachter; Francies Caelins, broodbakker
                                                     
OA - aangifte 14/3 10u door vader Marcellin en Francies Van Wambeke.        
                                            
- Marie-Hortense o 2/9/1853 1u (akte 12)
                                                      GA - getuigen: Francies Van Wambeke, veldwachter; Jacobus Lodens, herbergier
                                                      OA - getuigen: 

                                            
- Marie Eugenie o 3/3/1856 5u (akte ?)
                                                      GA - getuigen: Francies Van Wambeke, veldwachter; August Penninck, landbouwer

                                             
- Evariste o 27/1/1858 6u; Evariste is de vader van onze Franz.
 
                                                     GA - getuigen: August De Weireld, landbouwer; Constantin Vandermensbrugge, landbouwer
                                             
- Auguste o 23/10/1860
                                             - Theophile o 14/2/1864 - + 16/7/1864, amper 5 md oud.
         
                                                                                                                                                (Bronnen: RAR, microfilms 758286, B 349, B 350)


Zoals de ouderlijke hoeve in de voormalige Wafelstraat er indertijd uit zag
(tekening: Herman Verbaere).

 Zijn ouders, broer en zusters

              Evariste DE COENE huwt op ? met Maria Feliers (o Munkzwalm 1854 - + 1929) en krijgt met haar 4 kinderen:
                     1. Maria Gustava
(o Munkzwalm 18/4/1885 akte 9 - + 1970) - Zwalmnaars die het gezin nog hebben gekend, herinneren zich dat 'Gusta' zo kromgebogen liep, dat ze met de vingertoppen bijna de
                         grond raakte. Ze gebruikte een krakkemikkige oude fiets, zónder banden op de velgen, om op te steunen.
                     2
. Firmin (o Munkzwalm 1886 - + 1969)
                     3. Marie Hortense (
o Munkzwalm 6/11/1888 9u akte 19 - + 1966)
                     4. Pierre-Franz - dit is de militair waarover deze webpagina handelt. Hij werd als jongste van het gezin geboren als (volgens de geboorteakte) Petrus Fransiscus, op 12/2/1896.

     Als kinderen van landbouwers trokken de kinderen alle dagen met de 10-15 koeien op en af naar de weide aan de andere kant van de straat, palend aan de (toen nog niet ingebuisde) Wijlegembeek. Het gezin stond aangeschreven als wat terughoudend en 'niet gemakkelijk in de omgang'. Ze leefden zo eenvoudig mogelijk, als echte 'land'mensen - dit in weerwil van het feit, dat ze zeker niet onbemiddeld waren... Getuige daarvan de verre reizen, die o.a. Gusta later zou maken.

 Franz DE COENE
 
     Pierre Franz was soldaat in 'de groote oorlog' want in 1915 werd hij opgeroepen met de bijzondere lichting. Na tot 1918 verdienstelijk te hebben meegevochten wordt hij tijdens het algemeen offensief van 1918 op 15 september in het Westvlaamse Merckem gewond. Op de dagorders van het Belgisch leger staat hij vermeld met volgend citaat: « Jeune officier brave et modeste qui au cours de la campagne s’est toujours distingué par sa bravoure et son admirable sangfroid – a été blessé en première ligne en qualité d’observateur d’infanterie » (Jonge en bescheiden officier die zich gedurende de campagne steeds onderscheidde door bravoure en bewonderenswaardige koelbloedigheid – werd gewond in de eerste linie als infanteriewaarnemer).
 
     Na zijn huwelijk met de jonge Jeanne Depière ging Franz met haar wonen aan de Hofstraat 53 te Gent. Jeanne was de dochter van Remi Depière (1883-1941), kolonelintendant en van Marie Nouille (1893-1983). Hij werd de vader van drie kinderen:  - Jean Firmin Marie (o Gent 8/6/1932 - + Gent 14/10/1997), die later Eerste Auditeur afdelingshoofd zou worden bij de Raad van State.
                                                                     - Simonne Remi Augusta Marie (o Gent 7/12/1933), die huwde met Faizi Skandar, die in België had gestudeerd en als kinderarts terugging naar Kaboel, Afganistan;
                                                                       Simonne ging met hem mee. Ze keerden terug bij het uitbreken van de oorlog ginder met de Sowjet-Unie. Dr Faizi overleed in 2004. Simonne woont nog steeds in
                                                                       Gent.
                                                                     - Francine Marie Thérèse Hortense Hector (o Gent 18.3.1937), sociale assistente, gehuwd met Marc Segers. Ze wonen in Gent.     

     Zijn militaire ambitie leidde Franz De Coene van 1924 tot 1926 naar de Krijgschool. In december 1930 gepromoveerd als kapitein, wordt hij op 26 september 1936 al bevorderd tot Kapitein Commandant. Het is in die hoedanigheid dat hij in 1938 het bevel krijgt over de Schoolcompagnie van het 2de Linieregiment. Hij was op en top militair, bovendien gehuwd met een kolonelsdochter; een mooie militaire carrière lag in het verschiet, toen in 1940 de oorlog uitbrak.

     Tijdens de oorlogsdagen in 1940 was hij Adjunct Majoor, kapitein-commandant bij de staf van het 32ste Linieregiment, dat zich verdienstelijk maakte bij de gevechten aan het kanaal van Terneuzen. Hij wordt na de 18-daagse veldtocht al gevangen genomen en op 13 juni naar Duitsland overgebracht, waar hij achtereenvolgens in de kampen Erner en Rothenburg wordt gevangen gezet als krijgsgevangene. Medegevangenen van hem uit Rothenburg herinnerden zich hem als een uitstekend kameraad, die het moreel van zijn medegevangenen steeds wist op te krikken met zijn gevoelens van onaantastbare vaderlandsliefde. Franz De Coene werd er ziek en dat ondermijnde zijn gestel zo fel dat men hem op 12 oktober 1941 naar huis zond. Door sommigen werd dergelijke ‘snelle’ terugkeer met begrijpelijke argwaan bezien maar de Belgische legeroverheid bevestigde na de oorlog dat "Commandant De Coene op dit gebied boven alle verdenking staat…", wat door het vervolg van zijn leven algauw duidelijk werd.

Majoor Hauss Albert Mélot alias 'Martin' Logo van 'A.S.KLOK' Luitenant Speeckaert (de 'Spec')

     Want al halfweg 1942 meldt hij zich bij het Geheim Leger (2). In november 1943 krijgt ‘Laurent’ (de codenaam van Frans De Coene) het bevel over de sector Gent in handen in vervanging van majoor Haus (‘Hamilcar’), die bevelhebber der beide Vlaanderen wordt. Hij kreeg zijn vriend luitenant Speeckaert(3) ("Spec") tot Adjunct. "Wat deze twee officieren tijdens de bezetting samen gepresteerd hebben, staat hoger dan hetgeen lofwoorden kunnen bereiken, zonder te ontaarden in grootspraak die tegen de nederigheid dezer stille helden zou indruisen. Commandant De Coene was voor de sector Gent een 'Artevelde' die door allen werd aanbeden om zijn schrander, wijs beleid. Elke prestatie in dienst van de weerstand, hoe klein ook, kreeg in zijn dankbaarheid zulke afmetingen, dat hij U wou doen geloven, de enige verplichte te zijn". (De Klok - tijdschrift Geheim Leger).
     Hij wist zich op te werken tot een bekwaam en gezaghebbend officier van de weerstand. Ondanks de aristocratische voornaamheid die hem kenschetste, bleef hij met hart en ziel aan zijn dorp verknocht, wat hem tenslotte ook het leven zou kosten.

De daden van de sektor Gent van het A.S.

     Van zodra De Coene het bevel over de Zone Gent in handen heeft, tekent hij, hierin bijgestaan door 'Spec'(3), voor een groeiende verzetsactiviteit:

- ze laten schuiloorden inrichten, voor personen, die aan de Duitsers wisten te ontkomen: zo de 'Héron' (voor de streek van Melle-Bottelare), de 'Eider' (voor de omgeving van Zaffelare-Lochristi-Laarne-Wetteren), de 'Sarcelle' (voor de gemeenten St-Martens-Latem, De Pinte, Eke en Nazareth). Een plein voor parachutage, dat de naam 'Le Faisan' kreeg wordt aangelegd tussen Lemberge (Merelbeke) en Munte.
- op aanwijzen van De Coene worden sabotagedaden uitgevoerd: telefoonleidingen worden doorgesneden, bruggen vernield, wegen versperd met omgezaagde bomen. Kortom, zo goed als alle middelen worden aangewend om de Duitse bezetters te bekampen en hen het functioneren moeilijk te maken. Zo wilde men beletten, dat ze afweermaatregelen opzetten die de geplande ontscheping van de geallieerde troepen zouden kunnen bemoeilijken en vertragen.
Als de haven van Gent ongehavend is gebleven (loskranen en elektrische installaties moesten onbeschadigd door de Duitsers worden achtergelaten bij hun terugtrekking), dan is dit te danken aan dié antidestructie maatregelen, die de weerstanders bij herhaling hebben uitgevoerd...

     Maar omdat hij door de G.F.P. (‘Geheime Feld-Polizei’) met toenemende ijver werd opgespoord kreeg Commandant De Coene het order zich tijdelijk ‘in het maquis' terug te trekken (d.i. onder te duiken) en de leiding van Sector Gent aan zijn adjunct Speeckaert toe te vertrouwen. Het Geheim Leger lag hem echter te nauw aan het hart en hij kon maar node afscheid nemen. Hij had op maandag 17 juli 1944 de bevrijding van "Martin" (4) vernomen (de aanslag in de Gentse Papegaaistraat (6) en wilde dezelfde avond nog de goede afloop van dit stoutmoedige huzarenstuk aan zijn echtgenote meedelen. Hij besloot nog een laatste maal de nacht te Munkzwalm door te brengen bij zijn familie (zijn broer en zusters en zijn echtgenote en kinderen, die allen te Munkzwalm verbleven) alvorens te vertrekken en onder te duiken.…Terwijl zijn entourage voor hem de kust veilig waande werd hij op 18 juli in zijn ouderlijk huis in de Wafelstraat te Munkzwalm (na verklikking?(5)) opgepakt door leden van de G.F.P.

     Franz werd opgepakt bij een bezoek aan zijn ouderlijk huis (in de toenmalige Wafelstraat, na de oorlog herdoopt in 'Decoenestraat' - het huis, een hoeve die zich bevond op het perceel aan het huidig gemeentehuis, waar de gemeentediensten recent steen- en puinafval opstapelden, is in de loop der jaren gesloopt geraakt).
Dié nacht werd dat huis omsingeld door meer dan 20 man. Toen één van zijn zusters ze opmerkte en ze de huiskamer binnensnelde onder het roepen: "Het zijn de Duitsers!", reageerde Franz kalm en gelaten: "Daar is dan niets aan te veranderen…". De Coene werd dus aangehouden door de bezetter tijdens een bezoek aan zijn ouderlijk huis in de Wafelstraat; ondanks dat men (zijn entourage…dixit Van De Velde) het hem afgeraden had zich in Munkzwalm te vertonen, want er hadden de weken voordien al een paar raids op zoek naar 'witten' plaatsgehad.
Hij werd geboeid afgevoerd naar de gevangenis in Gent. Na amper 4 dagen, tengevolge van erge martelingen tijdens de herhaalde ondervragingen bezweek De Coene - we schrijven 22 juli 1944. Het was rond 21 uur.

     Romain Francet, ziekenverpleger bij de Luchtbescherming werd op vrijdagavond in de Gentse gevangenis ontboden. In een cel op de tweede verdieping van de Duitse afdeling aangekomen, kreeg hij de opdracht Frans De Coene "...waar precies alle leven uit weg was..." naar het Kriegslazarett over te brengen. Het was dag op dag één week na de eerder vermelde 'aanslag'. Leerlooier Camiel Cooreman, die sinds mei 1940 werkzaam was in het lijkenhuis van dat Kriegslazarett, werd er op zondagmorgen door de Duitsers op uitgestuurd om de familie Decoene te melden, dat hun verwante 'zelfmoord had gepleegd'.
     Franz werd begraven te Gent. Na de drukbijgewoonde lijkdienst werden door de G.F.P. meerdere personen aangehouden, verdacht van lidmaatschap van het Geheim Leger.
 

     Aan zijn woning te Gent, in de Hofstraat 135, werd na de oorlog tijdens een bloemenhulde op 23 oktober 1945 al, waarop tal van militaire overheden aanwezig waren, een herinneringsplaquette onthuld (afbeelding links hiernaast). De mensen uit de buurt hadden hun huizen bevlagd, de politieharmonie speelde en de plechtigheid, waarop commandant Janssens van het Geheim Leger een gelegenheidstoespraak hield, was een hele gebeurtenis in deze eenvoudige, stille wijk. Aanwezig waren o.m. Kolonel d'Orjo de Marchovelette (die de minister van Defensie vertegenwoordigde), de generaals Tancré en Vertommen, kolonel Devloo, de h.Jouret, hoofdaalmoezenier De Mayer, enz. Een delegatie, mét vaandel, vertegenwoordigde het Geheim Leger. Ook veel oudstrijders mét eveneens hun vaandel waren present. De ontroerende plechtigheid werd afgerond met 'de Brabançonne'. Talrijke bloemenkransen werden aan de herinneringsplaquette neergelegd. Tot slot bedankte een woordvoerder namens de familie De Coene iedere aanwezige.

      In 1972 werd het huis, samen met twee andere, gesloopt. Door bemiddeling van het Geheim Leger kon de gedenkplaat gered worden. Ze werd in mei 1973 door de diensten van het Gentse stadsbestuur overgebracht naar de nieuwe wijk aan de Groene Vallei, waar meerdere nieuw aangelegde straten de namen dragen van weerstanders; de plaquette werd er opgehangen aan een brugreling, enigszins tot ongenoegen van zijn kinderen. In de buurt bevinden zich de Luitenant-Generaal Hausstraat en ...de Commandant Franz De Coenestraat - overigens vlak naast mekaar.

Noten

1 Als jongeling werd Van De Velde ongewild/onwetend gebruikt als ‘koerier’/smokkelaar ten dienste van het verzet; als leerling van een school te Gent moest Van De Velde over en weer tussen Munkzwalm en Gent en kreeg regelmatig een ‘pakje’ mee – náár Gent met voedingswaren (van de boer voor de stedelingen) en naar Munkzwalm met briefjes voor de lokale 'witte brigade'…

2 Al op het einde van 1940 hadden Belgische officieren-in-actieve-dienst en reservisten, zoekend naar een middel om een dreigende schandelijke nederlaag te voorkomen, militaire krachten opnieuw bij mekaar weten te krijgen. Twee Belgische groeperingen – het Belgisch Legioen en de mobiele Reserve – werden opgericht; die versmolten algauw tot het B.L. (Leger van België) dat al in 1942 door de Belgische regering-in-ballingschap (in Londen) officieel werd erkend. Het B.L. zou pas in 1944 zijn naam veranderen in Geheim Leger (' ', Marc Verschooris, p. ?).

3 Jozef Speeckaert (Aalst 1.4.1907 - Neuengamme 5.1.1945) - Jozef Speeckaert was landmeter bij het Kadaster en woonde aan de Britanniëlaan 66 in Gent. Tijdens de mobilisatie- en oorlogsdagen was hij Luitenant bij de staf van het 32ste Linieregiment; na de capitulatie werd hij onder de schuilnaam 'de Spec' bij het Geheim Leger één der grondleggers van de gewapende weerstand. Hij werd bij het A.S. de adjunct van zijn boezemvriend Franz De Coene. In die hoedanigheid werd hij belast met tal van bijzondere opdrachten, zoals het inrichten van het parachutage-terrein 'Le Faisan'(te Velzeke), het vervaardigen van valse documenten, het verkennen van de telefoonverbindingen, de verdediging der Gentse haven(installaties) en uiteindelijk de bevrijding van 'Martin'. Na de arrestatie van De Coene nam hij de leiding van Sector Gent op zich. Het verraad door een landbouwer en het niet aan hem doorspelen van onraad hebben zijn arrestatie veroorzaakt. Enkele weken al vóór die noodlottige 17de juli - dag van zijn arrestatie - werd zijn huis in het oog gehouden door de Gestapo. Daarom dat Jozef zich schuilhield in het kasteel van Dikkelvenne. Daarom ook dat hij niet lijfelijk aanwezig was bij de bevrijding van 'Martin'; op zondag door een adjunct op de hoogte gebracht van het goede verloop van de actie, kwam hij op maandag al naar Gent om met 'Martin' te spreken.
Omdat men had nagelaten hem te verwittigen,dat de woning van de groepsoverste sinds de zondag was bezet door de G.F.P. klopte hij argeloos aan en viel zo in de handen van de bezetter. Na zijn aanhouding bleef hij manmoedig zwijgen in alle talen; hij werd veroordeeld tot negenmaal(!) de doodstraf. Toen de Duitsers de geallieerden voelden naderen, brachten ze hem over naar Duitsland. Jozef Speeckaert overleeft het kamp van Neuengamme niet. Hij sterft er op 5 januari 1945.
« Cet exploit magnifique avait été préparé et réalisé par un héros dont il faut répéter pieusement le nom : Joseph Speeckaert. Quelques jours après, il était arrêté avec la plupart de ses amis. Il mourrut dans les tortures, sans parler… » (Gandavus, Le Soir 1.4.1947). Dit was de bedenking die na de aanslag in de Papegaaistraat, die verzetsleider Martin bevrijdde, te lezen viel in de krant Le Soir...(' ', Marc Verschooris, p. ?)

4 Martin: schuilnaam voor Albert MELOT - Albert Mélot,geboren te Parijs op 1.6.1915, liep zes jaar school in de École Abbatiale van Maredsous (1928-1934) en volgde van 1934 tot 1936 Letteren en Wijsbegeerte aan de Faculteit Notre Dame de la Paix te Namen en vervolgens twee jaar Rechten aan de Leuvense Universiteit (1936-1938). Gedurende de eerste zes maanden van 1939 verblijft hij in Londen. In datzelfde jaar slaagt hij voor de examens van het derde jaar rechten voor de Jury Central. In oktober 1939 kan hij de eed van advocaat afleggen. Hij woont samen met zijn achtbare familie op het kasteel Lonzée-nabij-Gembloers. Hij wordt advocaat bij de balie van Namen. Als overtuigd vaderlander, net als de rest van de familie overigens, sluit hij zich van bij het begin der oorlog aan bij de weerstanders in zijn gewest en fungeert er als verbindingsagent. Bovendien werkt hij, o.l.v. baron Greinddle, mee aan het repatriëren van neergeschoten RAF-piloten.
Begin 1942 wordt Mélot, al lang naarstig gezocht, gelokaliseerd door de Geheime Feldpolizei. Als die zich bij de Boetstraffelijke Rechtbank meldt om Mélot op te pakken, weet deze ternauwernood te ontkomen en duikt onder in Brussel, waarna hij over Frankrijk naar Spanje reist – na een paar maanden gevangenschap daar weet hij via Gibraltar eind 1942 Engeland te bereiken. Hij treedt daar in dienst van de Valmschermtroepen van de SAF ("Special Air Forces"), die hem na een opleiding droppen in april 1944 te Havelange. Hij vervoegt het Geheim Leger (A.S.) der 3de zone (Oost- en West-Vlaanderen)met zetel te Gent. Onder zijn codenaam ‘MARTIN’ bestuurt hij van dan af alle werkzaamheden van het Geheim Leger in die beide Vlaamse provincies. Na enkele weken al valt hij te Gavere echter in de handen van de G.F.P. en wordt gevangen gezet in De Nieuwe Wandeling te Gent. De Duitsers weten in hem een uiterst gevaarlijk iemand en veroordelen hem prompt ter dood. Tot tweemaal toe wagen zijn medestanders het de gevangenis binnen te dringen om te pogen Martin te bevrijden. Vergeefs…Tot men Mélot weet te bevrijden op zaterdag 15 juli 1944 door de gedurfde aanslag in de Papegaaienstraat (6). Op 3 september 1944 werd  'Martin' uit de gevangenis van Gent bevrijd en vernam hij de ware toedracht van de gebeurtenissen, die zich te Namen,op de dag dat hij door de aanslag in Gent werd bevrijd,hadden voltrokken. Zijn ouders en zussen Madeleine, Claire en Suzanne werden toen opgepakt; Claire en Suzanne werden gevangen gezet in Namen. Niettegenstaande de Duitse generaal von Armenstein, 'suppléant' van von Falkenhausen, het order om de gevangenen in vrijheid te stellen tekende,werd het niet uitgevoerd; in de vroege ochtend van 1 september werd de hele familie Mélot op de trein gezet, richting Luik-Leopoldsburg-Nederland-... Albert Melot werd na de oorlog, naast tal van binnenlandse en buitenlandse onderscheidingen voor zijn oorlogsverdiensten op voorspraak van majoor-generaal Colin Mc Vean Cubbings "...recommended as Member of the Order of the British Empire". Als kapitein-commandant beëindigde Mélot zijn militaire carrière in het reservekader van het Belgisch Leger. Op 16 oktober 1946 huwde hij te Thuin met Therèse Gendebien, dochter van ex-senator Paul Gendebien. In 1946 wordt hij benoemd als rechter bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te Namen. In 1958 poogt hij Degrelle uit Spanje te ontvoeren, maar dat mislukt. In februari 1960 wordt Mélot samen met 20 andere magistraten naar Kongo gestuurd "pour la surveillance des élections" n.a.v. de onafhankelijkheid. Hij verblijft als rechter in Katanga en keert vrij spoedig terug. Op voorspraak van de kabinetschef van premier Gaston Eyskens wordt Mélot als adjoint militaire, teruggeroepen naar Kongo, "pour soutenir le Katanga et continuer à aider Tsjombé...".
Albert Mélot gaat op rust in 1972 als vice-voorzitter bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te Namen, op 57-jarige leeftijd, wegens gezondheidsredenen (100% oorlogsinvalide). Hij werd op 23 september 1975 in de adelstand verheven en kreeg de titel van baron.         
De naoorlogse jaren bleven voor Mélot echter zeer moeilijk: "je tombe dans une dépression très forte...je ne voullus plus parler de la guerre avec personne...ce n'est que fin 1973 que j'ai commencé à me préoccuper du passé..." (' ', Marc Verschooris, p. ?).

5 Verraad: Volgens FV, die toen in zijn buurt woonde, werd de aanwezigheid van Franz De Coene aan de Duitsers verklikt door de buurjongen, die bij de overhaaste vlucht van een paar verzetslui, enige dagen voordien, brutaal aan de kant werd geduwd en daarbij een elleboogstoot in het aangezicht kreeg toen één van ‘die witten’ over een gracht sprong. In dat verband noemde mijn bron een naam maar uit reden van privacy (familieleden en nog andere direct betrokkenen zijn nog in leven ...) wordt die hier niet aangehaald.

6 ................

Laatste update 05 augustus 2010

TERUG NAAR
           Mijn Homepage  Homepage ZWALM  Homepage MUNKZWALM