|
INLEIDING
  
DE ELECTRICITEIT IN
DE BUURGEMEENTEN
Nederzwalm-Hermelgem
In het begin van de 20ste
eeuw waren op het grondgebied van Nederzwalm-Hermelgem nog geen ‘private electrieke lijnen’ aangelegd en waren daartoe ook geen aanvragen
binnengekomen. Dat antwoordde de toenmalige burgemeester op een vraag
van de gouverneur. Toch zou de gemeente enkele jaren later al over elektriciteit beschikken.
De ‘Société d’Électricité de l’Ouest
de la Belgique’ stelde begin 1912 aan het bestuurscollege voor om er een
elektriciteitsnet aan te leggen. De raadsleden hadden niet veel tijd
nodig om de onderneming een vergunning te verlenen. In augustus bleken
de gewone inkomsten niet te volstaan om de kosten voor de electrificatie
te dekken. Dat stelde geenszins een probleem want een oplossing was zó
gevonden: vanaf 1 januari 1913 zouden de ‘persoonele en de
grondbelasting’ met twintig ‘bijvoeglijke’ centiemen worden verhoogd.
Bij de bespreking van het ontwerpplan, vroeg de gemeente om aan de sluis
(ter hoogte van de Scheldebrug, n.v.d.a.) twee lampen te plaatsen.
Nederzwalm wilde daarmee buurgemeente Zingem ter wille zijn. ‘Ouest’had
immers geweigerd om aan de Zingemse kant van de sluis op de Schelde
elektrische verlichting te voorzien: immers, omdat de omvormingscabine
gepland was om op het grondgebied van Nederzwalm te liggen, zou over de
Schelde op 21 hoogte een bijkomende kabel moeten worden geplaatst om de
verlichting over de stroom te brengen en die kost wou de Ouest niet op
zich nemen.
Tijdens de aanleg van het net in 1913 stelde de gemeente vast dat op het
grondgebied van Nederzwalm bepaalde leidingen over slechts twee
stroomdraden beschikten. Prompt werd aan Ouest gevraagd om een derde
draad bij te spannen, opdat ook de inwoners uit dit gehucht “het electrisch licht zouden kunnen binnen nemen”. Het net werd uiteindelijk
maar op 20 januari 1915 in gebruik genomen.

Het electriciteitsnet van
Nederzwalm-Hermelgem werd kort na het uitbreken van de Eerste
Wereldoorlog voor het eerst onder spanning gebracht.
Beerlegem
Vijf jaar later, in 1918, richtte
Beerlegem zich ook tot ‘Ouest’ om ook haar grondgebied van elektriciteit
te voorzien. De onderneming kon echter niet onmiddellijk aan het verzoek
voldoen. Toen de provincie in oktober 1920 haar elektrificatieplan had
uitgewerkt, kreeg Beerlegem van Ouest haar bericht contact op te nemen
met de naburige gemeenten Paulatem, St-Maria-Latem, Meilegem en
Dikkelvenne. Samen vormden zij volgens dat plan de sector Beerlegem.
Na vele vergaderingen sloten al deze gemeenten in april 1925 een
overeenkomst met de elektriciteitsmaatschappij.
In Paulatem waar het net zich tot de Dorpsstraat beperkte, besloten de
raadsleden in september dat de personen “die van de electriciteit
gebruik wilden maken en zich hiertoe schriftelijk verbinden” zelf de
kosten moesten dragen.
De
sector St-Maria-Horebeke
Sint-Blasius-Boekel en St-Denijs-Boekel
behoorden volgens het provinciaal elektrificatieplan tot de sector
van Sint-Maria-Horebeke. Die was ook aan ‘Ouest’ toegewezen. Einde
1923 keurden zij het concessiecontract goed. In april 1925 kon de
gemeentelijke overheid reeds melden dat “weldra tot groot genoegen de
elektrische verlichting ter beschikking zal worden gesteld”.
De overige gemeenten
De ‘Sociéte d’ Électricité de la Dendre’
stond in voor de elektrificatie van de overige vier gemeenten
Hundelgem
De gemeenteraad van
Hundelgem verzocht in juli 1921 ingenieur Heirman uit Leuven naar de
gemeente te komen “om er een bespreking te doen in het bijzijn der
inwoners voor de gebeurlijke inrichting der electrieke verlichting”.
Toch zou het nog duren tot 5 februari 1928(!) vooraleer met La Dendre
een overeenkomst werd gesloten.
Roborst en Rozebeke
Op 23 december 1927
tenslotte verleenden Roborst en Rozebeke gelijktijdig een vergunning aan
‘La Dendre’. In augustus 1928 konden ook deze gemeenten van de
elektrische verlichting genieten.
|
 |
|
Roborst, enkele jaren na de
electrificatie van het dorp. |
  
EN IN MUNKZWALM...
Wat Munkzwalm betreft,
besprak de gemeenteraad van Munkzwalm de mogelijke electrificatie van
het dorp voor het eerst op 4 april 1922. De inwoners moesten ook hier
geduld oefenen, want het concessiecontract werd slechts op 8 mei 1928
door de gemeenteraad goedgekeurd.
Uit de notulen van de gemeenteraad:
17.2.1928
Gemeenteraad
"Tegenwoordig Watté R burgemeester, Petit G, De Temmerman J schepenen
Feliers Th Marchand Ach Aelbrecht V De Graeve Hyp Vande Kerckhove R
leden en Feliers V secretaris
De gemeenteraad
I Overwegende de nuttigheid welke de electrische verlichting in
onze gemeente zou zijn
Besluit
De noodige inlichtingen te vragen aan de Gouverneur tot het
bekomen dezer inrichting."
8.5.1928
Gemeenteraad
"I Gezien nevengaande aanbieding van 5 Mei 1928 betreffende de
elektrieke inrichting in de gemeente, ingezonden door de Compagnie
d'electricité de la Dendre toe te wijzen.
III Aanvraag lening Gemeentekrediet 180.000 fr ter betaling
electriciteit."
|
 |
 |
| Munkzwalm-centrum ('De Meire') vóór, en ná de aanleg van de
electriciteit |
  
Dikkele
Dikkele was de laatste
deelgemeente die door de ‘Société d’ Électricité de l’Ouest de la
Belgique’ werd aangesloten. De onderneming kreeg er in 1930 na een
openbare aanbesteding de concessie toegewezen. Einde van het jaar daarop
werd het net er onder spanning gebracht.
|