BEERLEGEM DIKKELE HERMELGEM HUNDELGEM MEILEGEM MUNKZWALM NEDERZWALM PAULATEM ROBORST ROZEBEKE St-BLASIUS-BOEKEL ST-DENIJS-BOEKEL St-MARIA-LATEM WIJLEGEM DE ZWALMSTREEK HOMEPAGE ZWALM VLAAMSE ARDENNEN

 

HUNDELGEM

 

 


Het begin van de (oude) Steenweg; het 3de huis
links is café 'Maxim'

 
Het andere uiteinde van diezelfde Steenweg, kant 'Duc d'Orléans'; de woning
rechts is de oud-gemeenteschool

INLEIDING

Hundelgem is een voormalige zelfstandige gemeente, volgens de legger van onroerende goederen ongeveer 139 bunder (= ca.171 ha) groot. Volgens de kadastrale opmeting bedroeg de oppervlakte van Hundelgem ca. 182 ha.

Etymologie
Hundilinga-heim = woning van de lieden van Hundilo. De oudste vermelding van de naam dateert van 1295 en men schreef toen de vorm Hundelghem3.Een andere schrijfwijze is Undelghem in de eerste helft van de 14de eeuw.
De naam Hundelgem vindt zijn oorsprong in de Frankische tijd, toen de lieden van Hundilo zich hier vestigden. De bewoning door de Franken wordt bevestigd door de vondst van een Merovingische munt in de gemeente.

De bevolking
1800 1830 1900 1947 1961 1970
393 565 643 525 497 468

Hundelgem werd bij de eerste fusie van gemeenten van 1971 samen met 11 andere dorpen uit de streek opgeslorpt door de fusiegemeente (groot-)Munkzwalm. In 1977 ging ze deel uitmaken van de nieuwe fusiegemeente ZWALM

GESCHIEDENIS

     De geschiedenis van Hundelgem is toch wel uitgebreider dan men zou verwachten - Al in de Frankische tijd was er menselijk verblijf in Hundelgem. Ook tijdens het Romeinse tijdperk was er te Hundelgem een nederzetting. Denk maar aan de Hundelgemsesteenweg, welke vroeger de heirbaan was tussen de Romeinse sites van Merelbeke en Velzeke.
     Vermoedelijk maakte dit dorp in de Karolingische tijd deel uit van het Tenement van Inde* en behoorde aldus tot de bezittingen van de abdij van Inde te Cornelimunster in Duitsland. Het kapittel van Ronse was patroon van de kerk en tiendeheffer te Hundelgem. De meierij van Hundelgem bleef tot het einde van het Ancien Regime een leen van het Leenhof van het kapittel van Ronse.

* Dit Tenement bestond uit Ronse en 22 dorpen in Brabant, Henegouwen en Vlaanderen. Later waren er inderdaad volgens de costumen van Ronse 22 schepenbanken en leenhoven die te Ronse ten hoofde gingen bij moeilijke juridische betwistingen5. In latere eeuwen verkocht de abdij van Cornelimunster haar bezittingen in Vlaanderen, soms schonk ze gewoon de inkomsten. Het St.Hermeskapittel van Ronse wist een aantal van die bezittingen en inkomsten te verwerven waaronder ook Hundelgem.

     Middeleeuwse gegevens over het plaatselijk bestuur zijn schaars. We weten dat de schepenen ten hoofde gingen te Velzeke en dat de hoogste boete die ze konden uitspreken 3 pond parisis was.
     De wethouders van Hundelgem betitelden zichzelf n.a.v. het verlijden van akten en contracten in 1617: “ bailliu, meyere ende schepenen van de heerelichede ende vierschare van Hundelgem”. In 1789 schreef men “ bailliu, burgemeestere ende schepenen der prochie ende heerelichede van Hundelghem”. In de 18de eeuw lijkt de macht en invloed van de meier aan belang ingeboet te hebben. Hij betitelt zichzelf vaak als loco-baljuw, plaatsvervanger van de baljuw.

     De heerlijkheid Hundelgem werd in leen gehouden van het Leenhof “De Grote Toren” te Zottegem. Het was één der 235 lenen van dit Leenhof.
     Het verhefgeld bedroeg 10 pond parisis en 20 schellingen kamerlinggeld bij het overlijden van de vorige eigenaar. Bij verkoop of verhandeling betaalden de verwervers dezelfde sommen vermeerderd met de tiende penning van de koopsom. Uit de leendénombrementen halen we de volgende gegevens over de rechten en inkomsten van de dorpsheer .
          -
        hoge, middele en lage justitie
          -
        benoeming van een baljuw en 7 schepenen
          -
        22 leenmannen, met evenveel achterlenen, met justitierechten via het Leenhof
          -
        verbanning van 50 jaar uit de heerlijkheid en de heer mag genade verlenen voor de ban
          -
        “beste hoofden” d.w.z. het beste stuk uit de nalatenschap, van personen die overlijden in de heerlijkheid tenzij een andere heer daarop rechten laat gelden
          -
        van inwoners die vertrekken uit de heerlijkheid naar Schorisse, Gavere of elders heeft de heer recht op de halve have, d.i. de helft van zijn roerende bezittingen. Uitzondering op dit recht wordt
                   gemaakt voor personen die naar de heerlijkheid Velzeke
verhuizen, over de Breedenbeke (Wreedenbeke in 1614, Sweedenbeke ook in 1614, en later)
          -
        van personen uit Velzeke en andere heerlijkheden die via Velzeke over de Sweedenbeek naar elders verhuisden, daarvan eist de heer van Hundelgem eveneens de halve have
          -
        recht op tol, vont, bastaardgoed, stropersgoed (goederen zonder gekende eigenaar of onbeheerd) en confiscatie.
          -
        een helftwinning op diverse percelen te Velzeke, waarvan men de inning van de inkomsten pleegde te verpachten. Indien men niet verpacht, is de landbouwer verplicht op het ogenblik van de oogst de baljuw van Hundelgem te verwittigen. Nadat

                   
deze de opbrengst heeft bekeken moet de landbouwer het deel van de heer eerst vervoeren en apart leggen.
          -
         een heerlijke rente van 4 pond parisis, 26 kapoenen, 4 hoenderen, 7 halsters tarwe, 20 halsters en 1 kop evene, 24 deniers groot.
          -
        de heer van Hundelgem mag, met commissie, een voogd of stedehouder van Dikkele benoemen. Dit voorrecht gaat terug op een schriftelijk akkoord gesloten tussen de abt van de St.-Pietersabdij te Gent en Jan van Massemen, heer van Eke en
Hundelgem op 2 februari 1350. De voogd die Jan van Massemen benoemt moet eveneens toezien op de handhaving van de rechten van de abdij te Dikkele. De abt en Jan van Massemen zullen pogen hun geschil op te lossen voor de heer of vrouw van Zottegem  of de Raad  van Vlaanderen. Indien er geen definitieve oplossing wordt gevonden in hun geschil, dan is het huidige akkoord opzegbaar en zal de toestand hersteld worden van vóór de overeenkomst, d.w.z. dat de abt aan de graaf van Vlaanderen of aan de baljuw van het land van Aalst zal vragen om een voogd te benoemen. De heer van Hundelgem heeft recht op het derde deel van de boeten en mag aan alle jaarwaarheden deelnemen (1724).
          -        de heer mag in Welden en Nederename en meer benoemen omdat er verscheidene laten van de heer van Hundelgem wonen. De meier mag samen met de laten erven en onterven.
          -
        vanaf 1724 worden jacht en vogelvangst aan de rechten toegevoegd. 

     In de middeleeuwen was dit dorp in het bezit van de familie de Massines. Begin 16de eeuw werd de gemeente aan de familie Rym overgedragen door het huwelijk van Barbera Clayssons de Waelbeke, vrouwe van Hundelgem, met Gerard Rym. Men beweerde dat Boudewijn Rym zich in deze streek kwam vestigen, nadat zijn familie uiteengejaagd werd onder Karel de Grote. In Saksen bewoonde hij het kasteel van Bysterveldt, een naam die zijn afstammelingen voort op hun wapenschild droegen. Deze Boudewijn liet zich in de omstreken van Hundelgem, nabij de Schelde, een woning bouwen “Rymghenesse” (nest of verblijf van Rym) genoemd. In het begin van de 17de eeuw huwde Jean de Bergh, zoon van de heer van Planques Schoonbroeck, met Gertruda Rym, vrouwe van Hundelgem. N. Werebroeck en N. Van Waesberghe bezaten het domein in het begin van de 18de eeuw. Later ging Hundelgem naar Baron de Norman. Daarna, tot de Franse revolutie, behoorde Hundelgem tot de kastelnij van Aalst.
     Hundelgem maakte in het Ancien Regime deel uit van het Land van Aalst. Het was een der 'diverse dorpen', die niet ressorteerden onder een of andere roede, land of baronie. De gedeputeerden van de Twee Steden en het Land van Aalst waren de toezichthoudende overheid. Uit dien hoofde werden alle betwistingen inzake belastingen vanaf 1720 voor de rechtbank van de Gedeputeerden van Aalst beslecht. Na 1759 werden de misdaden te Hundelgem gepleegd vervolgd voor het Leenhof van Aalst waarvan de Gedeputeerden als leenmannen tegelijk ook rechters waren. Jachtmisdrijven te Hundelgem werden reeds sinds 1682 vervolgd voor de rechtbank van het Siege te Aalst waar eveneens de Gedeputeerden als rechters optraden.

De heren en vrouwen van Hundelgem
     De heerlijke macht en inkomsten zijn gedurende bijna 100 jaar verdeeld geweest tussen 2 heren volgens de verhouding 1/3 en 2/3. De uitoefening van de macht werd volgens een origineel systeem gedeeld. Over een periode van drie jaar was de effectieve macht twee jaar in handen van de ene en een jaar in handen van de andere rechthebbende15. In de akte van leenverheffing anno 1753 doet de nieuwe heer leenverhef voor twee lenen, namelijk het voormalige derde deel en de andere twee derden.

     Jan van Massemen, 1350
     Philippus van Massemen, +1391
     Jan van Poteles
     Roeland van Potteelis
     Jan de Villers, voogd van Clara van Mortaignen
     Jan de Hoves
     Robert de Hoves zn Jan
     Barbara Claissone dr Karel, gehuwd met Gerard Rym, +1635
     Gertrude Rym, gehuwd met Jan De Berch, heer van Plancques (2/3) samen met Joanna Fransisca Rym, gehuwd met Gillis van Waesberghe (1/3)
     Geeraert Floris De Berch, 1662(2/3)
     Hyacinth Stanislas Van Waesberghe, 1685 + 1699 (1/3)
     Leonardus Fransiscus Werrebroeck, 1685 (2/3)
     Hyacinth Stanislas Van Waesberghe
o1684 - + 1738 (1/3)
     Leonardus Fransiscus Werrebroeck, 1721 (3/3), andere 1/3 gekocht van Hyacinth Stanislas Van Waesberghe
     Emanuel Vincent De Wilde, heer van Erondegem en Ottergem, 1753
     Charles Emanuel De Norman

Bij de opheffing van de administratie van het Land van Aalst werden nieuwe administratieve omschrijvingen gevormd. In augustus 1795 werd Hundelgem met verscheidene andere dorpen samengevoegd in het municipaal kanton Zottegem. Deze regeling veranderde in 1801. Toen werd Hundelgem tot het kanton St.Maria-Horebeke.

DE BURGEMEESTERS
 

     GOOSSENS Kamiel o 29.6.1859 - + 9.5.1932
     VERMASSEN
 

ONDERWIJS

Het plaatselijke onderwijs is dat (geweest) van bijna elke vroegere gemeente: er was vrij onderwijs, ingericht door het zgn. ‘vrije net’ en er was het gemeentelijk onderwijs.

Er was geen onderwijs ter plaatse in de 17de eeuw en de eerste helft der 18de eeuw.
Philippus-Constantinus Bogaert werd in april 1766 tot onderwijzer aangesteld en Livinus de Mesure werd dat op 15/5/1770.
In 1774 was er niemand meer.
Op 26/11/1795 werd Philippus van Temsche er onderwijzer en op 2/7/1797 Joannes-Baptist Haustrate.
 
De voormalige gemeenteschool voor jongens
bevindt zich aan de Steenweg 52. Met huis van de hoofdonderwijzer, volgens het kadasterarchief daterend van rond 1856, als dusdanig in gebruik tot 1973, van 1964 tot de fusie van 1970 ook in gebruik als gemeentehuis. Er zijn tegenwoordig renovatiewerken aan de gang. Gelegen buiten de eigenlijke dorpskern. Gemeenteschooltje van slechts twee traveeën breed en één bouwlaag hoog met aanpalend huis van twee traveeën en twee bouwlagen onder zadeldaken (van leien). Gecementeerde en thans geelgeschilderde gevels met imitatiehoek- en negblokken.

Bronnen: Munkzwalm, Gemeentearchief Munkzwalm 1971-1977, 57. 506.361, 57. 506.12.  

 
1960-'61 -Vrije Lagere School: juffrouw Mariette Maheur samen met de
zusters v.l.n.r. Leona,Alfons en Pascale.
 
   

PATRIMONIUM

Het patrimonium van Hundelgem omhelst de klassieke oude gebouwen van elke gemeente zoals het gewezen gemeentehuis, de parochiekerk, en typisch voor de Zwalmstreek enkele molens en oude woningen.

de Sint-Amanduskerk
 

De kerk is gelegen aan de zuidzijde van de Hundelgemse Steenweg, richting Aalst. Zij is nog omgeven door het kerkhof, dat ten noorden en ten westen met een bakstenen muur is afgesloten. De oriëntatie van het kerkgebouw vertoont een merkbare noordwaartse afwijking.

Het oudste gedeelte van de beuk behoort tot de romaanse periode, mogelijk 12de eeuw. Te oordelen naar de dispositie van de dichtgemetselde romaanse venstertjes was die beuk in drie traveeën verdeeld.
Mogelijks was er reeds van in het begin een rechthoekig koor, of is het huidige slechts weinig jonger dan die beuk.


Het Sint-Hermeskapittel te Ronse beheerde het patronaat te Hundelgem. Omtrent de oudste bouwgeschiedenis is alleen gekend dat er in 1081 een kapel werd opgericht te Hundelgem, toegewijd aan O.L.Vrouw, door Gerard II, abt van Cambrai. Vermeldingen omtrent herstellingen komen pas in 1613. In die tijd had Hundelgem bovendien nog geen eigen pastoor. Een verzoek aan het Bisdom van 1680 om een eigen pastoor bleef zonder gevolg. Pas in 1768 werd de eerste pastoor, Arnoldus Branckaert, in Hundelgem aangesteld. Het oudste gedeelte van de kerkbeuk behoort tot de romaanse periode, mogelijk 12de eeuw. Te oordelen naar de positie van de dichtgemetselde romaanse venstertjes was de beuk in drie traveeën verdeeld, en was er reeds van in het begin of toch vrij kort na de bouw van de kerk een koor aangebouwd. Mogelijks werd het romaans beukje op zeker ogenblik verhoogd (want de vensters zitten nogal laag). In elk geval was het koor aanvankelijk lager dan nu. De toren bestond oorspronkelijk slechts uit een eenvoudige dakruiter, die werd vervangen door een grotere toren in 1760. De huidige toren dateert van de uitbreiding van 1834.

Het kerkgebouw

Met uitzondering van de sacristie (+/- 1725) en een westelijk gedeelte dat in 1834 werd aangebouwd is de kerk geheel uit grote blokken Balegemse zandsteen opgetrokken. Het dichtgemetselde spitsvormig (gotisch) venster aan de oostzijde werd vermoedelijk bij een belangrijke herstelling (of na vernieling) aangebracht. Vermoedelijk werd bij het dichtmetselen van kleine romaanse venstertjes de kerk verhoogd (tijdens de verbouwing/uitbreiding van 1834 ?). Zeker is dat de hoogte van het koor werd opgetrokken in 1868 om samen met de beuk onder één zadeldak te worden geplaatst.

Het interieur

Het interieur van de kerk dateert hoofdzakelijk uit de 17
de en 18de eeuw (hoofdaltaar en zijaltaren, preekstoel, biechtstoel, bidstoel). Andere stukken (communiebank, doopvont, doksaal) dateren uit de 19de eeuw. Het beeld van Sint-Amandus stamt uit het einde 16de of begin 17de eeuw. In het hoogaltaar hangt een 17de-eeuws schilderij, de “Aanbidding der Koningen”, een interpretatie naar Rubens’ voorbeelden te Antwerpen en Mechelen.

 


De oud-Gemeentehuizen

Het Hundelgems gemeentebestuur zou gevestigd zijn geweest op de hoek van de Vrooje en de Kerkstraat.
Aan de Kerkstraat 40. Die landelijke laagbouw was vroeger een boerderijtje en een café.
Rond 1933 ingericht als gemeentehuis en café, resp. tot 1958 en ca. 1970.
Sporen op de linkergevel wijzen op een latere verhoging.

Tegenwoordig is het ingericht als een woonhuis van zes traveeën en één poorttravee. Het huis dateert uit het laatste kwart van de 19de eeuw, werd aangepast in de 20ste, met een zolderverdieping onder zadeldak (in leien). Verankerde en gecementeerde gevel met schijnvoegen. De rechthoekige vleugelpoort in de linker travee is voorzien van het jaartal 1904 op middenstijl.
Ten westen op de hoek van het aanpalend weiland staat de bakstenen stal van twee traveeën onder zadeldak (pannen), voorzien van een deurtje en venster met houten latei en tralie en van houten muurankers, vroeger behorend bij het voormalige huis voordat het huidige werd opgetrokken in het laatste kwart der 19de eeuw.
Het gemeentehuis van Hundelgem was
van 1964 tot de fusie van 1970 ondergebracht in het voormalig schoolgebouw aan de Steenweg 52 (zie boven).

Pede's molentje
 
Dit fraai watermolentje werd gebouwd in 1817 door molenaar J. Vanderstraeten. In de muurankering van het gebouwtje komt echter, net boven het waterrad, het jaartal 1775 voor.
Na het overlijden van J. Vanderstraeten in 1883 komt de molen aan zijn twee kinderen: Lodewijk en Vincent Vanderstraeten. Vincent sterft in 1891, Lodewijk in 1900. Door erfenis komt de molen dan in het bezit van Adolphine Baele, bijzondere, uit Hundelgem.
In 1903 werd de molen verkocht aan Emile (gehuwd met een dochter Leyman) en Lodewijk De Geyter. De eerste was molenaar, de tweede een landbouwer uit Nederzwalm. Lodewijk trekt zich in 1907 uit de gemeenschap van bezit terug.
In 1933 komt het goed op naam van Ivo Dujardin-Haegeman en in 1938 werd Benjamin Pede-De Clercq de eigenaar (vandaar de naam 'Pede's molen' - op de Ferrariskaart staat de molen aangeduid met de benaming 'Bistmolen'...).
Het molenbedrijf viel stil in 1965. Het gebouwtje stond een tijdlang onbeheerd, zodat enkele kleinere voorwerpen zoals sleephamers e.d. werden ontvreemd.
Laatst (d.i. rond 1990) was volgens mijn informatie het watermolentje eigendom van Willy Van Laethem, een apotheker uit Oudenaarde, die de molen restaureerde en gebruikte als buitenverblijf.
Het gebouwtje en omgeving worden beschermd door het KB van 23.10.1981.

 

 




Haverbreker

zie ook www.pedesmolen.webs.com

d'Oude Madriene

     Stenen korenwindmolen uit 1775. De eerste molenaar was ene Jacobus Meersschaut. Deze molen was vanaf 1858 continu in het bezit van de familie Van Den Noortgate. Gomaar Van Den Noortgate was de laatste molenaar.
     Vandaag is enkel de molenromp bewaard gebleven.


het voormalig'molenaarshuis

     gelegen Hundelgemsebaan 129. Voormalig molenaarshuis. Erf toegankelijk via overluifeld poortje met ijzeren hek vermoedelijk uit midden 20ste eeuw. Het is een haaks op de straat ingeplant totaal gerenoveerd woonhuis. Bewaarde gewelfde kelder voorts aangepast interieur.




 


In zijn glorietijd een trotse grondzeiler...

...is de molen nu verworden tot een zielloze stenen romp.
de Oud-pastorie


     Volgens de overlevering zou de pastorie een restant zijn van het kasteel van heer Boudewijn Reym - hij bezat trouwens bijna het ganse dorp; na zijn kruisvaart naar het Heilig Land schenkt hij een groot deel van zijn bezittingen aan de Kerk.
     Het duurde overigens tot midden de 18de eeuw eer Hundelgem een eigen pastoor kreeg. De pastorie dateert dan ook uit die periode. In het begin der 19de eeuw werd het gebouw met een verdieping verhoogd.

     Nu is daar het OCMW-opvangcentrum voor asielzoekers ondergebracht.






 

het kleinste huisje van Zwalm

     Werd tot aan zijn dood bewoond door Leslie Petrus (°2.7.1948 - + 23.11.2004).    
     In 2005 gerestaureerd (lees: vernieuwd) waardoor het woninkje zijn pittoresk uitzicht verloor...

 

Café 'Maxim'

     Aan de Steenweg 101. Eertijds droeg deze herberg de naam 'Café du Commerce' en werd opengehouden door de gezusters Van Lancker, die tevens 'kantuitgeefsters' waren - heel wat vrouwen uit Hundelgem...en uit de streek trachtten wat bij te verdienen door te kantklossen. Het is een herenhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (zwarte pannen, met nok // aan de straat), kern vermoedelijk daterend uit eind 18de eeuw, volgens het kadasterarchief aangepast rond 1902. Nu gecementeerde lijstgevel met rechthoekige vensters. Behouden sierankers en tegeltableaus op de borstwering. Op de linker zijgevel vindt men resterende jaarankers 79 (?). In beide zijgevels, sierankers in geveltop.

Bron: De Noyette G. - Hoebeke M., Dorpsbeelden uit het verleden, Zwalm, Nazareth, 1994, p. 122.

 Bij'Peutje Haar'
     Was de roepnaam van Remi De Clercq, geboren te ? op ?.?.1914; op zijn zeventiende trok hij naar de suikerfabrieken in Frankrijk; nadien was hij bedrijvig als metser, de stiel die hij zou blijven doen tot aan zijn pensioen. Ondertussen was hij in 1938 gehuwd met Céline De Vos (o 1915). Hij was oud-strijder uit WO II.
     In 1947 nam Céline de herberg 'Chez Maxim', aan de Steenweg, over van haar ouders. Tot 1979 zou zij achter de toog blijven staan.
     Remi en Céline kregen drie kinderen en vijf kleinkinderen.


 De Maxim in 1925

Wegkapel

aan de Kazernestraat zonder nr. Voorheen ingebouwd in woonhuis, nu stal van huis met straatnr 2. Houten getraliede deur bekroond met bakstenen waterlijstje en kruis. Gemetst altaar met beeld van O.-L.-Vrouw van Lourdes met H. Bernadette, beelden van H. Hart en H. Antonius onder stolpen.

Dorpshuis

aan de Kerkstraat 29. Groot dorpshuis uit het laatste kwart der 19de eeuw, voorheen het woon- en winkelhuis van de familie Blaton, gelegen tegenover het kerkportaal, nu een gerenoveerd huis van acht traveeën en twee bouwlagen onder pannendak. Het huis heeft een bakstenen lijstgevel op gecementeerde plint, verdeeld in twee registers door bakstenen puilijst. Er zijn licht getoogde vensters met vernieuwd houtwerk, op de begane grond voorzien van witgeschilderde persiennes, op de bovenverdieping blind ter hoogte van de deur. Gelijkaardige deuren in derde en zesde travee. Links is er een blinde zijgevel van twee traveeën. Rechts naast het huis bevindt zich de toegang tot erf en dienstgebouwen, van de straat gescheiden door bakstenen tuinmuur.

Gesloten Hoeve

gelegen Kerkstraat 50. Hoeve voorheen met gesloten opstelling, bedrijfsgebouwen rondom binnenplaats grotendeels gesloopt. Hoekhuis van twee bouwlagen onder zadeldak (pannen), gelegen tegenover de kerk, minstens opklimmend tot de 18de eeuw. Gecementeerde lijstgevel van vier traveeën met schijnvoegen. Dubbelhuisopstand met blind imitatievenster boven de centrale deur. Rechthoekige vensters op arduinen dorpels met rolluikkasten en deur met bovenlicht versierd met houtsnijwerk. Kroonlijst op houten modillons. Achtergevel met gelijkaardige cementering voorzien van drie beluikte bovenvensters en geprofileerde zandstenen kroonlijst. De rechter zijgevel die uitziet op een kerkwegel is voorzien van een smeedijzeren anker; er is een keldergat van de kleine overwelfde kelder onder de rechter travee in de richting van de zijgevel.
Links een aanbouwsel van vier traveeën en één bouwlaag onder zadeldak (pannen), uit het laatste kwart der 19de eeuw; nu deels bij woonhuis en deels garage en erachter gelegen dienstgebouw.

Hoeve met losstaande bestanddelen

Gelegen aan de Steenweg 76. Hoeve met losstaande bestanddelen, opklimmend tot de 18de eeuw; was toen van het gesloten type. Is in halverwege de 19de eeuw ook stokerij geweest.
Ten oosten aan de straat, witgeschilderd en aan de straatkant gecementeerd bakstenen poortgebouw van drie traveeën met rechthoekige doorrit onder zadeldak (de nok evenwijdig met de straat), in de pannen van het achterdakschild gedateerd 1927, (wat zou kunnen wijzen op een vernieuwing van het dak toen).
Ten oorden het zijdelings op de straat ingeplant boerenhuis, voorheen een tweegezinswoning. Voorzien van twee kelders. Aangepaste gecementeerde voorgevel met gewijzigde vensters. Getoogde deur in rode bakstenen omlijsting. Kroonlijst op modillons. Pomp tegen de gevel. Op schoorsteen aan straatzijde resterende cijfers 17 van een jaartal.
Binnenin de woonkamer met tegeltapijt van tweekleurige cementtegels in geometrisch patroon vermoedelijk uit het begin van de 20ste eeuw. Behouden haard voorzien van ijzeren haalboom en roodgeschilderde achterwand van de onderboezem met ovendeurtjes, nu met plattebuiskachel ervoor. Behoudens de moerbalk met eenvoudig profiel, aan het zicht onttrokken balklaag. Enkele behouden binnendeurtjes.
Ten noorden staat het groot bakhuis van vijf traveeën onder zadeldak (pannen), in geveltop van gecementeerde straatgevel gedateerd op steen 1819. Afgebladderde witgeschilderde voorpuntgevel afgewerkt met vlechtingen. Zijgevels afgelijnd met tandlijst. Binnen voorzien van troggewelven met overhoekse houten liggers; bewaarde oven.

Hoeve van het gesloten type

aan Steenweg 81.
Voormalige hoeve van het gesloten type. Boerenhuis toegankelijk via voortuintje achter betonnen afsluiting en ijzeren hekje. Aan de straat, gecementeerde muur met getoogde deur van wegkapel van O.L.Vrouw met verschillende heiligenbeelden, behouden tegeltapijt uit het begin der 20ste eeuw.
Ten noorden staat een ruim boerenhuis van twee bouwlagen hoog onder schilddak (leien), met de oude kern minstens uit de 18de eeuw en een gevelcementering met schijnvoegen vermoedelijk uit de jaren 1930. Aangepaste rechthoekige vensters. Aflijnend hoofdgestel versierd met gecementeerde guirlandes. Centrale rechthoekige deur met erboven decoratief gecementeerd paneel. Zijgevels van twee traveeën,waarvan de rechter zijgevel met fraai muuranker en aanbouwsel van één bouwlaag onder plat dak.

 

FIGUREN
           Ieder dorp of gemeente heeft zijn ‘notabelen’ of gekende mensen. Zo ook Hundelgem

Jan de Lichte
     De eerste helft der 18de eeuw staat bekend als één der ellendigste dieptepunten in de geschiedenis van de Zuidelijke Nederlanden in het algemeen en onze streek in het bijzonder. Die ellende werd nog verhoogd door het voortdurend af- en aanlopen van "vreemde troupen" want onze gewesten waren volop verwikkeld in de Spaanse Successieoorlog. 
     De 'roots' der voorouders van deze alom bekende bendeleider uit de eerste helft der 18de eeuw liggen in Hundelgem. In Hundelgem woonden de twee broers Ignatius en Amandus de Lichte, resp. de grootvader en de grootoom van Jan de Lichte.

Ignatius x(Hundelgem  21/5/1679) Anna Haezaets
ze kregen 3 kinderen

                                                                                                                                        - Livina - o Hundelgem 26/3/1683
                                                                                                                                        - Judocus -
hij was de vader van Jan de Lichte.
                                                                                                                                        - Erasmus - geboren 26/3/1697. Gehuwd met Joanna de Schepper (zus van Elisabeth?). Erasmus stierf  op ?

Judocus (o Hundelgem 10.2.1689) huwde te Velzeke met Elisabeth de Schepper. Ze kregen 5 kinderen:
                                    - Petrus,
                                    - Adrianus,
                                    - Joannes,
                                    -
Jan, o 7/4/1723
                                    - Albertina
Judocus overleed op 2.4.1753. Elisabeth stierf op 22.6.1768.

Jan zelf werd te Velzeke geboren op 7/4/1723 als vierde kind van straatarme ouders Judocus (Joos) de Lichte en Elizabeth de Schepper.
     Volgens een andere versie was Judocus was de oudste van de 3 kinderen niét van Ignatius en Anna Haezets maar van Ignatius' broer Amandus de Lichte en Anna Vergucht. Amandus en Anna waren te Hundelgem gehuwd op 21/5/1679.
[Judocus, Livina (o Hundelgem 26/3/1683) en Petrus (o Hundelgem 1/9/1687)]. Judocus huwde te Velzeke met Elizabeth de Schepper. Livina huwde met Jozef Spruyte, Petrus met Elisabeth Vermeeren.
    
Jan werd volgens één bron (RAG, LvA, nr 1891) door de meier van Velzeke, die daarbij optrad buiten zijn grondgebied, gearresteerd te Hundelgem, nadat op last van "de gedeputeerde der twee steden ande lande van Aelst" op 28/9/1748 een verordening was verspreid tot het houden van een algemene klopjacht op de leden van de bende van Jan de Lichte. Hij werd na zijn arrestatie op 11/10/1748 naar Aalst overgebracht en na foltering door radbraking ter dood gebracht op 15/11/1748.
     Zijn ouders worden in januari 1750 na recidieve (opnieuw) veroordeeld tot geseling ' met scherpe roeden' en levenslange verbanning. Ze plegen (opnieuw) banbreuk want Joseph sterft te Velzeke in 1753.   
     Er is alvast één zoon van Jan de Lichte bekend gebleven. Opzoekingen in de parochieregisters van St-Antelinks
(RAR) brengen aan het licht dat Maria Dhondts (+ 6/10/1794) oudste zoon Louis geboren zou zijn vóór 1743 (het jaar van haar huwelijk met Carolus Vanderpoorten (+1779)). Ene Louis de Lichte verklaarde in 1758 dat zijn moeder Maria Dhondt was en niét te St-Antelinks te zijn geboren, maar er (slechts) "gequeeckt" te zijn geweest door zijn moeder en (na haar huwelijk) haar man. Louis was in 1779 nog in leven... Wat er daarna van hem werd is nog onbekend.
     Andere leden van de familie (Jeanne, Joseph, Livina en Pieter) werden te Hundelgem geboren. Ook de bendeleden Isabella en Josephine Spruyte waren geboren te Hundelgem (LvA 1981, nrs 4-5, pp. 196-199).
 
    Eén van de vele volksverhalen, die rond deze 'volks'figuur werden geweven, wil dat Jan de Lichte 'verhangen' werd aangetroffen in een 'tronk'  langs het baantje Beerlegem-Dikkele; daarom noemde men de buurt rond die plaats 'Jan Hoofd' (vandaar het huidige kruispunt 't Hoofd) (Verstappen en Simons - 'Roversbenden in Vlaanderen').

MENSELIJKE BEDRIJVIGHEID
 
 
     Omstreeks 1765 teelde men te Hundelgem vooral granen. Hetgeen de inwoners niet nodig hadden voor eigen gebruik en voor zaaigraan voor de volgende oogst werd verkocht op de markt van Gent. De teelt van koolzaad bedroeg ongeveer 8 bunder 18, de teelt van vlas ongeveer 2 bunder. De oogst aan vlas was de helft te weinig voor de nodige hoeveelheid vlas van de inwoners. Het ontbrekende vlas kocht men aan te Zottegem, Lokeren en in het Land van Waas. In 1765 waren er van de 66 gezinshoofden 11 die geen grond bewerkten en die enkel inkomsten hadden van de opbrengst van het weven. Men telde in het dorp 15 weefgetouwen die in gebruik waren. De weefsels werden verkocht op de markten van Gent en Oudenaarde. In het dorp was er slechts een winkel. In 1763 waren er op 296 inwoners 76 armen.

     Zoals in zoveel Zuid-Vlaamse landbouwdorpen was er ook hier in de eerste helft van de 19de eeuw een belangrijke (aanvullende) textiel(huis)nijverheid. In de tweede helft van die eeuw moest men zijn toevlucht zoeken tot andere thuisnijverheden, zoals kant en kledingnijverheid voor rekening van fabrikanten. In de 20ste eeuw verdwenen ook deze en behalve in de landbouw, die bleef bestaan, moesten ca. 50% van de actieven hun bestaan verdienen middels pendelarbeid (vooral naar het Brusselse).

 

FOLKLORE & CULTUUR

     De cultuur van Hundelgem had vroeger weinig om het lijf; het volksleven was er toen des te rijker.

     In 1800 gaf de plaatselijke rederijkerskamer hier 19(!) toneelvoorstellingen.
     De 'Lambertuskermis' in september en de Hubertuskermis (november) werden in de jaren 1930-'45 gekenmerkt door de 'zielmis'. Op kermismaandag, na de mis voor de overledenen, werd in groep, vaak met een accordeonist op kop, van café naar café getrokken. Toen waren er immers nog een 15-tal herbergen in Hundelgem. Dit gebruik stierf uit door gebrek aan herbergen - nu zijn er immers maar 2 meer...
     Verstrooiing zocht en vond men ook in het kaartspel (bieden) en het krulbollen - wedstrijden met geiten of kippen als inzet werden soms de klok rond gespeeld, waarbij de geiten soms even dronken werden als de winnaaars; de te winnen kippen werden, de ene naast de andere met de koppen op een witte streep gelegd, waar ze onbeweeglijk bleven liggen - het was uitzonderlijk als er eentje opfladderde...
     Uniek in de annalen van Hundelgem was de Vredesstoet van 1945, wanneer de bevolking met eigengemaakte en versierde wagens een stoet vormde om de overwinning te vieren...

 


Dodengedenking
 


Het 'Koninglopen
'
 

BESCHERMDE MONUMENTEN & LANDSCHAPPEN
 

    In Hundelgem zijn wettelijk beschermd:
 
    sinds 4.3.1980:

         
- het orgel in de St.Amanduskerk

    sinds 23.10.1981
          - Pedes molentje, als monument en als dorpsgezicht.       

    sinds 30.7.1998
         
-  de St.Amanduskerk: als monument wegens haar historische en artistieke waarde
          -  de dorpskern: als dorpsgezicht wegens zijn historische waarde
  

 


Zicht op doksaal met orgel


Zicht op Hundelgem vanaf de kouter tussen Hundelgem en Munkzwalm

BIBLIOGRAFIE
De Potter & Broeckaert, 1903
Oud Gemeentearchief, Kerkrekeningen nrs 17-20, 21, 22.
R.Schoorman, 'L'Église de Hundelgem, Érection dúne confrerie' in 'Messager des Sciences Historiques de Belgique', Gent 1892, p.35
De archieven van het Leenhof (1609-1796) en de Schepenbank van Hundelgem (1606-1800) – Herman Van Isterdael, Brussel 2001
Braeckman W.L. - De zoon van Jan de Lichte, nieuwe gegevens over de bende - OVZ 68, 1993(2), pp.101-121.
Symons G. - Jan de Lichte in de geschiedenis en in de volkskunde - OVZ 43, 1968, pp. 95-108.
?? - Jan de Lichte, slachtoffer van zijn tijd - Handelingen Zottegems Genootschap voor geschiedenis, 1 (1983), pp. 117-124.
 

Laatst bijgewerkt donderdag 17 december 2009

 Terug naar       
Mijn Homepage  Homepage Zwalm  Homepage Munkzwalm