|
het archief
De archieven van de schepenbank werden
waarschijnlijk zoals de andere archieven van zuid-Vlaanderen in
uitvoering van de wet van 5 brumaire jaar V overgebracht naar de griffie
van de rechtbank van Eerste Aanleg te Oudenaarde en van daar in 1875
naar het RAG. In 1886 schreef archivaris D'Hoop dat het archief van
Dikkele in het RAG te Gent berustte
(Van Isterdael H., De archieven van
Hundelgem, pp.17-18 - D'Hoop F., La Flandre oriëntale et ses anciennes
archives)
Inventaris van de heerlijkheid
Dikkele
1 Heerlijk renteboek van
de prelaat van de St Pietersabdij te Gent, heer van Dikkele, 1644
(vernieuwd op basis van een renteboek van 1566) met anonieme figuratieve
kaart van het pachthof van de Sint-
Pietersabdij
1 band Topo-Hist. atlas, nr K 1529
.....
19 Legger
....
402
....

De geschiedenis van Dikkele gaat terug tot in de
Gallo-Romeinse tijd; uit de prehistorie zijn mij geen feiten of
vondsten bekend -
(aanvullen).
Dikkele
heeft dus een zeer oude geschiedenis. Het wordt voor het eerst vermeld in
822. Uit de tekst van de schenkingsakte van Oydala (zie hierboven) blijkt dat we hier te
maken met een vroegmiddeleeuws tweedelig domein, bestaande uit
enerzijds wat de 'reserve' van de heer wordt genoemd en bewerkt door
onvrijen, en anderzijds uit 'tenures' of hoven bewoond door 'mancipia'1.
De Gentse Sint-Pietersabdij oefende er sedert de 11de eeuw het heerlijk
gezag uit en bezat er grote goederen. Bekend is de schenkingsakte van
vrouwe Oydala uit 988 (zie hierboven). Vanaf de 13de
eeuw oefende een voogd (of 'advocatus') het feitelijke gezag over Dikkele uit
en trad dus op in naam van de abdij. Deze voogdij werd geruime tijd
waargenomen door de heren van Hundelgem.
De schepenbrief van Bochoute -
Volgens de cijnslijst van Dikkele (Censis de Dickele)(eind
12de-begin 13de eeuw)2
zouden er hier 3 'hovae' bestaan hebben, belast met cijns en
karweien3. De reserve bestond uit 'culturae' (kouters), prata
(weiden) en pascua (laaggelegen moerassige gronden). De term
culturae (meervoud) wijst er, in tegenstelling tot de term terra
arabilis, gebruikelijk in de vroege middeleeuwen cfr. het
vroegmiddeleeuwse polypticon (= middeleeuwse belastingsregister
waarin de belastingplichtige boerderijen en personen der grote
landgoederen zijn genoteerd) van de St.Bertijnsabdij te
St.Omaars (Fr.)4,
dat hier op het einde van de 10de eeuw reeds een verplicht wisselings-
of slagenstelsel, verbouw van graangewassen afgewisseld met braak, werd
toegepast met een opgelegde rotatie op minimum twee, misschien reeds
drie kouters, de latere Grote Kouter, Molenkouter en Kerkkouter5
met in het centrum het omwalde pachthof van de St.Pietersabdij6. Dit werd reeds
sinds de Karolingische periode toegepast op enkele grote domeinen in
het zuiden van België en het noorden van Frankrijk7.
Zoals blijkt uit de 18de-eeuwse legger van onroerende goederen met kaarten
van Dikkele woonde de landbouwarbeiders niet rond het hof van de
St.Pietersabdij maar in de omgeving van de kerk in de Kerkkouter. De
St.Pietersabdij inde hier het tiend tot 1737
wanneer zij dit afstond ('abandonnement') ten voordele van het
dorpsbestuur10.
Zoals alle kerkelijke instellingen was zij verstoken van de hoge
justitie (de bloedrechtspraak) en werd er hiervoor een voogd
aangesteld11.
Uit een oorkonde van 1350 blijkt dat de heer van Hundelgem te zijn,
maar kort ervoor (wellicht sinds de definitieve belening in 1050 van
de graaf van Vlaanderen met het Land van Aalst) was dit de graaf
zelf12. Nog
in het leen-dénombrement van Hundelgem van 1510 (kopie 18de eeuw)
staat dat de heer
van
Hundelgem
een voogd ('advocatus') te Dikkele mag aanstellen13.
Hij zat ook de placita generalia14
(soevereine waarheden) voor gezien Dikkele niet voorkomt in de lijst
van dorpsheerlijkheden uit de 15de eeuw waar de soevereine waarheid
door de hoogbaljuw van Aalst werden uitgevoerd15.
De Wet, waar ca 1725 de burgemeester de plaats gaat innemen van de
meier16, werd vernieuwd door de proost van de St Pietersabdij in de
proosdij te Gent zelf in opdracht van de abt, daar Dikkele
toebehoorde aan de camera abbatis
17.
Op fiscaal vlak behoorde Dikkele tot de 'diverse dorpen' van het
Land van Aalst18.
Wanneer na de Franse revolutie de administratie van het Land van
Aalst in 1796 werd opgeheven ging Dikkele tot 1800 behoren tot het
municipaal kanton Zottegem19. Op gerechtelijk vlak behoorde Dikkele
tot het arrondissement Oudenaarde en het gerechtelijk kanton
Oudenaarde.
In 1970 werd het dorp bij
Munkzwalm gevoegd en in 1977
gefusioneerd met ZWALM.
Dikkele had een wet met baljuw,
meier en schepenbank. In de 13de eeuw stond de St. Pietersabdij haar
gezag over het dorp gedeeltelijk af aan een “advocatus” of “voogd” die
in haar naam optrad en
recht had op een derde van de geheven belastingen. Deze voogdij werd
geruime tijd waargenomen door de heren van
Hundelgem.
De parochie Dikkele was de standplaats van de baljuw van het Land
van Gavere. De grote landhoeve, die de Gentse St.-Pietersabdij hier bezat, werd beheerd door een meier. Een andere
pachthoeve, het 'Goed te Dikkele' (de meierij van Dikkele), behoorde in de 15de eeuw toe aan de
Gentse familie Borluut. Volgens een oorkonde van 1426 mocht de proost
van St.-Pietersabdij een zeker recht eisen, 'marktgeld' geheten, wat
ondermeer inhield dat de leenhouders jaarlijks een hoeveelheid graan aan
de abdij moesten leveren.
1 Morinoto Y., 'Problèmes autour du polyptique de Saint Bertin',
p.147.
2 Gysseling M., Toponymisch
Woordenboek, dl I, p.271.
3 Morinoto Y, o.c., p.132-134.
4 RAR, Archief Schepenbank Dikkele, nr 19 ('Landboek met
kaarten' ao
1766)
5
6 VerhulstA., Précis d'histoire rurale, pp. 67-68
7
10 RAR, Archief Schepenbank Dikkele, nr 360, fo 60-61 (Rol van
de Schepenbank)
11 Koch A., De wettelijke organisatie, pp. 41-73.
12 Van Lokeren A., Chartes et Documents de Saint-Pierre, dl II,
p.59, in extenso heruitgegeven door Van Isterdael H., De archieven
van Hundelgem, p.15, nr 11.
13 RAR, Archief Land van Zottegem, nr 362 fo 81, in extenso
uitgegeven door Van Isterdael H., De archieven van Hundelgem, p.13,
nr 8
14 Koch A., o.c., pp.41-73
15 RAR, Archief oud stadsarchief Geraardsbergen, nr 40, fo 79 vo-82 vo en Van Isterdael H., Archief van het Land van Aalst, Inventaris,
pp. 126-127.
16
17
18
19
|
|

Dikkele
heeft als dorp die gebouwen (gehad) die elke gemeente, die naam waardig,
heeft: een kerk, een gemeentehuis, cafés, een winkel, en… zoals zoveel Zwalmdorpen, een brouwerij.
de parochiekerk
St.Pietersbanden

Oude
postkaart |
|
 |
|

Kapelleke
boven de kerkdeur |
|
De
Sint-Pietersabdij bezat vanouds het patronaat over deze kerk (Vrouw
Oydala, weduwe van Reingoldus,
schonk in 988 de villa aan de
abdij; de schenking van de 'villa cum ecclesia' werd in 1036 door
de keizer
bevestigd). Vandaar dan ook dat de kerk aanvankelijk was
toegewijd aan Sint-Pieter. Het kerkpatrocinium St.Pieter (de
patroonheilige van het kerkgebouw) wijst er mogelijk op dat de kerk
werd gesticht door de missionaris Amandus en dat er in Dikkele al
bewoning was in de tweede helft der 7de eeuw.
Deze werd echter eind 16de-begin 17de eeuw
in de volksdevotie verdrongen door de meer 'populaire' Sint-Antonius.
Rond 1803 werd de kerk toegewijd aan Sint-Pietersbanden.
Materiële
gegevens van de kerk zijn pas bekend vanaf de 16de eeuw (o.m.
vermelding van stormschade in 1595). De bouw van een nieuw koor, of een
grondige verbouwing van het bestaande, dateert van de periode 1746-1751.
In 1763 werd een nieuwe sacristie in gebruik genomen.
Op de figuratieve kaart van 1766 en op de plannen van 1839 is de
oude kerk afgebeeld met een klein inspringend westportaal, het koor
met driezijdige sluiting, voorzien van eenvoudige steunberen,
segmentbogig afgedekte vensters en de nu nog bestaande zuidelijke
sacristie.
In 1840 werd de
benedenkerk met de toren herbouwd (in 1857 ingewijd). In 1872 werd het
koor vervangen.
Het kerkgebouw
De huidige kerk
is georiënteerd met een sterke noordwaartse afwijking. Ze is opgericht
uit baksteen, met een weinig Ledische zandsteen voor plint en
hoekstenen, vermoedelijk gerecupereerd uit de oude kerk.
Het is een
eerder bescheiden kerk met een beuk van vijf traveeën, een kleine toren
op de eerste travee, een smal koor, geflankeerd door een bergplaats ten
noorden en de sacristie in het zuiden.
Het interieur
Het interieur
van de kerk dateert overwegend uit de 18de en 19de eeuw. De preekstoel
dateert uit 1642, maar werd verbouwd. De devotie voor de H. Antonius
liet ook zijn sporen na : twee beeldjes, vermoedelijk uit de 17de eeuw
en een schilderij vermoedelijk uit het begin der 18de eeuw van Louis
Cnudde. Andere schilderijen zijn
“het laatste avondmaal” en de “bewening
van Christus”, beide uit de 18de eeuw. De doopvont (1840) is een
zwartmarmeren kuip met witmarmeren rosacen en een koperen deksel. |
|
|
|
|
|
|
.JPG)
St-Antonius-met-het-
varkentje |
|
het
oud-gemeentehuis
|

|
|
Over de oudste gemeentehuizen van Dikkele
zijn volgende gegevens voorhanden:
Het Dikkelese
wethuis was voor zover we kunnen weten gevestigd in een
herberg, die tevens uitgebaat werd als
hofstede - gelegen aan wat nu de
Dikkelsebaan nr 11 is, dichtbij de kerk
en dus midden in de dorpskom. De eenvoudige lijstbouw telt
11 traveeën waarvan het
tweede (het portaal) is afgeboord
met zwarte sierbaksteen. De gevelwand was aanvankelijk
bepleisterd. Behalve een overkragende lijst vertoont de
eenvoudige bouw geen versieringen. Vóór de woning staat een
oude ijzeren borstwering.
In de jaren
1928-'29 werd het gemeentehuis voor het laatst overgebracht
naar en ander café, gelegen aan de Dikkelsebaan nr 2, dat
eveneens een hofstede was. De herberg sloot in 1972 de
deuren. De L-vormige hoeve ligt even buiten de
dorpskom langs
een kronkelende landelijke straat. De lage lijstbouw telt zes traveeën die
nogal ongelijkmatig over de muurwand
verdeeld zijn. De hoge cementplint
reikt tot de zwak
uitspringende vensterbank in arduin. De steekboogtraveeën
hebben een witte bandomlijsting. Het portaal heeft dezelfde
kenmerken maar is
smaller. De bovenbouw is met een witte
band bezet waarop de tekst "In 't gemeentehuis" voorkwam. De
dakgoot rust op een uitkragende baksteen-lijst. Conceptueel
en typologisch als hofstede en woning opgetrokken, stillistisch behorend tot de traditionele landelijke
architectuur
van de 19de eeuw. Samen met een paar
andere huizen in de omgeving duidt deze woning de grens van
de dorpskom aan en heeft in die zin een sterke karakter- en
plaatsbepalende invloed. Het huis is nu verbouwd tot Gastenverblijf 'De Wingerd'.
|
|
Voormalige hoeve, gemeentehuis en café genaamd
'Oud Gemeentehuis'
Aan de Brouwerijstraat nr 12. Deze voormalige hoeve
was
gemeentehuis tot 1928 en café "Oud Gemeentehuis" tot
1972. Aan de straat gelegen woning van elf traveeën onder
pannendak, vermoedelijk uit de 18de of het begin der 19de
eeuw. Er is een voortuintje
met ijzeren afsluiting aan dito paaltjes. De witgeschilderde
bakstenen lijstgevel is afgelijnd met een getrapte daklijst.
Er zijn rechthoekige
deuren en vensters met T-ramen op arduinen lekdrempels,
voorheen beluikt, cf. de bewaarde duimen. Rechts is er de
toegangsdeur in deels
behouden omlijsting van gesinterde baksteen met neuten en
oren. Links een gewezen deur in de tweede travee, nu venster. Erachter gelegen bijgebouwen
rondom gekasseid en beplant erf, toegankelijk via aardeweg
naast het huis en ijzeren inrijhek. Haakse aanbouwsels en
afzonderlijk wagenhuis uit het begin der 20ste
eeuw.
|
de
oud-pastorie
Aan
de Brouwerijstraat 8. Nu een particuliere woning; de voortuin is van de
straat afgesloten door bakstenen muur met decoratieve tandlijst en
trapgeveltje met deur naar voortuin. Aan weerszij lage geschilderde
dienstgebouwtjes uit het einde der 19de eeuw. Een deel van de oude achtertuin met Mariagrot werd in 1990 bij het kerkhof gevoegd.
Het is een typisch pastoriegebouw van vijf traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak
(leien, nok // straat), gebouwd naar een ontwerp van architect E. de Perre -
Montigny van 1858 op de plaats van de oude pastorie (die één bouwlaag
had,
vernield werd in 1708 en volgens archiefdocumenten in de jaren 1770 nog niet
was heropgebouwd). De pastorie heeft een gepleisterde en witgeschilderde lijstgevel met dubbelhuisopstand en horizontale geleding door puilijst en arduinen
kordon ter hoogte der onderdorpels van de bovenvensters. Er zijn rechthoekige
vensters, op de begane grond met persiennes en op de bovenverdieping met
rolluikkasten. Er is een eenvoudige rechthoekige deur. De achtergevel en linker
zijgevel zijn gelijkaardig. Tegen rechter zijgevel bevindt zich een witgeschilderde éénlaagse aanbouw met keuken
onder lessenaarsdak. Interieur. Centrale gang met vloer van Basècle en witte marmer;
midden rechts staat de gebogen eiken trap naar de bovenverdieping met eronder
de keldertrap. Links van de gang bevinden zich de voormalige salon en eetkamer met plankenvloer,
neoclassicistische marmeren schouwen en stucversiering op plafonds. Rechts van
de gang is er de vroegere spreekkamer met rode tegelvloer, marmeren
schouw en stucplafond en keuken met grote schouw met houten
schouwbalk. In een aanbouwsel zijn een voormalig schotelhuis en een washok met
schoorsteen en gemetseld fornuis van gesinterde baksteen.
Bron: RAG, Bisdom, M. 40. RAG,
Provinciaal Archief, 1851-1870, nr. 1762/6.
|
In de eerste helft der 17de eeuw (1622) stond
te Dikkele al een pastorie, die echter in 1659 niet
(meer) door de pastoor wordt bewoond en in de 2de helft van
die eeuw al in vervallen en armoedige toestand verkeert
(1654, 1657); in 1672 werd door de deken vastgesteld dat ze
meer op een hut dan op een huis geleek. Volledig vervallen
was ze verhuurd voor 3 gulden. In 1684 moest ze op bevel van
de deken worden hersteld.
In 1708 wordt dit huisje door de Fransen platgebrand en niet
meer herbouwd, zodat er voor de rest van die 18de eeuw geen
pastorie meer is (1718, 1722, 1774) tot... er in 1776 door
de parochianen een nieuwe pastorie wordt gebouwd.
De huidige
oud-pastorie dagtekent uit 1858 en situeert zich in de
Brouwerijstraat nr 8. Het is een dubbelhuis van twee
bouwlagen en vijf traveeën breed met de deur in het midden,
een verdieping en zadeldak. De bepleisterde lijstgevel heeft
rechthoekige doorbrekingen en de centrale deur heeft een
bovenlicht. Een doorlopende lijst met cirkelprofiel is boven
de vensters van iedere bouwlaag aanwezig.
Het gebouw heeft een voortuintje, dat door twee zijgebouwen
en een bakstenen muur is afgesloten.
Voor de bouw van de pastorie in 1858 en de herstelling na de
zware storm van 1884, waarbij volgens de rekeningen de
schade 532,27 fr bedroeg, hielp onder de leiding van
burgemeester Vital Van De Velde de ganse Dikkelese bevolking
mee: de boeren vervoerden stenen, zavel en kalk, vrijwilligers
hielpen mee en de brouwer..."laafde de dorstigen". |
|
|
|
|
|
Deze
oude pastorij wordt nu bewoond door de weduwe van kunstenaar
Peter De Glas. Ze heeft er het erfgoed van hem
in ondergebracht. |
|
de smidse Jooris
|

De
smidse van August Jooris (° 24.7.1897)
is het oudste nog
bewaarde gebouw van Dikkele.
|
|

|

|

|
De smidse anno 2007 -geklasseerd |
|
|
Aan de
Brouwerijstraat 21 liggen de voormalige hoeve en smidse van de familie Jooris, reeds
aldus vermeld in de kadastrale legger van 1835; het uitbaten
van de smidse
werd stopgezet in de jaren 1960. Thans is de hoeve opnieuw
bewoond door een particulier.
De woning is opgetrokken in losse
bestanddelen rondom een deels verhard binnenerf.
Ten zuidoosten het onderkelderd boerenhuis van vier traveeën en
anderhalve bouwlaag onder zadeldak (Vlaamse pannen, op voordakschild zwartgeglazuurd, n // straat), oorspronkelijk
huis uit het eerste kwart der 18de eeuw en vermoedelijk wederopgebouwd of een verdieping
verhoogd rond 1881.
Beraapte gevel op gecementeerde plint met
schijnvoegen. Licht getoogde vensters met T-ramen en
persiennes op de begane grond, gevat in rechth., vlakke
witgepleisterde omlijsting. Gelijkaardige centrale deur.
De bouwlagen zijn gescheiden door een vlakke
gepleisterde puilijst. witgeschilderde achtergevel met haaks aanbouwsel van twee trav. onder zadeldak (pannen). Aan weerszij van het huis,
tegen de blinde gecementeerde of beraapte zijgevels,
aanbouwseltjes onder lessenaarsdak, resp. bietenkelder en
kalverstal, l.g. met aalpomp.
Het interieur is toegankelijk via recenter ingebracht portiek.
Kleine overwelfde kelder. Behouden geschilderde
paneeldeuren. Woonkamer van twee trav. met vernieuwde
tegelvloer en behouden geschilderde samengestelde balklaag
met eenvoudige moerbalk.
Tegen zijmuur grote schoorsteen met plattebuiskachel, grijsgeschilderde bakstenen achterwand en
wangen, gepleisterde boezem voorzien van schouwbalk met
bordenrek. Links ervan staat een ingebouwde muurkast. In aanbouwsel links
achteraan een slaapkamer
met grijze tegelvloer en gewitte
samengestelde balklaag met moerbalk, op zolder erboven
voorheen ook duiventil.
Ten westen bevindt zich het bedrijfsgebouw in L-vorm met voormalige smidse,
schuur en stallen, naar verluidt voorheen op smidse
windwijzer gedateerd 1834, in zijn huidige vorm volgens het
kadasterarchief vnl. uit midden de 18de eeuw. Het is een smidse
met in zijpuntgevel een overluifelde rechthoekige poort en travalje met houten balken
voorzien van smeedijzeren ringen; poort voorzien van
ingebrande namen en initialen. De gevel aan de straat is
voorzien van een rij halfronde venstertjes en blindnissen.
De mendeur in de erachter gelegen schuur vertoont nog sporen
van een vroegere voetgangersdeur. De achtergevel vertoont sporen van
een wand in vakwerk. In de schuur met behouden ankerbalkgebinte zijn twee aardappelkelders ondergebracht,
één ervan
is op de deurlatei gedateerd 1818. Links naast de
schuur, onder het doorlopende dak, bevinden zich koeienstal en toilet.
Er is een aangebouwde lagere stal van twee traveeën voor schapen en
varkens, met tussen de twee deuren een blindnis met
voederopening
naar de trog. Ernaast bevindt zich een vroegere mestvaalt.
Ten zuiden op het erf achter het woonhuis staat een samengesteld bakhuis
onder zadeldak (pannen) met bakstenen ovengewelf onder
doorlopend zadeldak rustend op gemetselde onderbouw van
oven; ervoor konijnenhok.
Naast bakhuis, ijzeren hekje naar vroegere bloemen- en
groentetuin met behouden buxusperk met ijzeren zonnewijzer.
|
|
de dorpsbrouwerijen
|
De oudst bekende Dikkelese brouwer was
Cornelius Tagherman, die in 16de
eeuw leefde. Uit de penningkohieren weten
we dat hij in "de musschenhoek" te Dikkele, "op 't
cauterken" resp. 25 en 50 roe pachtte van Clays De
Keisere. Dat zijn huis en erf 36 roe groot was en dat
zijn brouwerij op "de Wieleputte" boven "tsyp" op "den
hasselt" stond. Dit zou even voorbij 't Hoeksken
richting Hundelgem moeten zijn geweest.
In de 19de eeuw waren de
Vanderstrichts de Dikkelese brouwers. De brouwerij
noemde toen Excelsior. Ze besloten uit te wijken naar
Gent (door het gebrek aan expansieruimte in het kleine
dorp Dikkele en misschien ook de minder gunstige
ligging?) en lieten hun nering over aan een
Scheldewindekenaar. Die ging al na een paar jaar op de
fles. Die mare bereikte de oren van Theophiel Prosper De
Wever (senior)(oNazareth en gehuwd met
Leonie Vandecasteele),
die prompt de ouderlijke boerderij in Ooike verliet om
zich in 1890 te Dikkele te komen vestigen. In 1892 kon
Prosper de gebouwen van de brouwerij Excelsior kopen,
meteen de start voor de brouwerij De Wever.
Hij
produceerde er zijn lokaal populaire bieren Duc, Hercule Pils, Stout, Oud Bruin, Bleek en Export.
De
brouwersactiviteiten hielden op in 1983 - de brouwerij
werd overgenomen door Kronenbourg maar de gebroeders De
Wever bleven nog een aantal jaren actief als
bieruitzetters.
De oude gebouwen staan nog altijd rechts van herberg 'In
de Casino'. |
| |
|
De voormalige brouwerij is gelegen
aan de Brouwerijstraat nrs 11-15.
Het is dus een voormalig
brouwershuis met erachter gelegen brouwerij, de vroegere
"Brouwerij De Wever". Er is een voortuin met ijzeren afsluiting
tussen bakstenen pijlertjes uit interbellum.
De nrs 11-13 zijn het vroeger
brouwershuis van zes traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak
(in mechanische pannen, nok // straat), gedateerd d.m.v.
muurankers op de linker zijgevel 1877. Gebouwd i.o.v. stoker P.
Vanderstricht. Zijn opvolgers, de gebroeders De Wever
bouwden rond 1935 het huis om tot tweegezinswoning met
aangepaste gevel. De gepleisterde lijstgevel heeft licht getoogde vensters,
is aangepast met gevelcementering en heeft op
de begane grond toevoeging van twee erkers en glasdeuren
in art-decostijl.
Het nr 15 is de erachter gelegen
voormalige bierbrouwerij van lage gisting en bottelarij,
uitziend op gekasseide binnenplaats. In 1893 kocht P. De
Wever de oude brouwerij Excelsior van Vanderstricht;
volgens het kadasterarchief verbouwden zijn zonen de
brouwerij rond 1934. De bedrijfsactiviteiten werden
stopgezet in 1983.
Bron:
Patroons W., Bier,
Antwerpen, 1979, p. 183-184.
|
|
de dorpsherbergen 'In de Casino'
en 'de Poezenelle'
Aan
de Brouwerijstraat 7 en 9.
Aaneengeschakelde bebouwing
met de cafés, nu genoemd "Poezenelle" en "De Casino" van één bouwlaag onder
doorlopend zadeldak (nr. 7 met leien, nr. 9 met pannen),
vermoedelijk opklimmend tot de 18de eeuw. Het
huis met nr 7 heeft een bakstenen gevel op gecementeerde plint met getoogde vensters
in vlakke omlijsting met luiken aan weerszij van de centrale rechthoekige
ingangsdeur. Met haaks aanbouwsel, nu een feestzaal, onder zadeldak (in pannen) uit
het begin der 20ste eeuw. Het huis met nr 9
was voorheen dé dorpsherberg, 'In de Casino' en kruidenierswinkel.
De woning heeft een witgeschilderde
bakstenen gevel op gepikte plint met deur en twee rechthoekige vensters
met T-ramen rechts en één getoogd venster in vlakke omlijsting links zoals
bij nr. 7.
|

Louis en
Cerilla Polfliet vóór de deur van hun herberg annex
kruidenierswinkeltje. Zij volgden als uitbaters het echtpaar
De Mesure-Vermassen op.
|

De herberg in de jaren 1970: stopplaats
voor ruiters en paarden |

Maria ('Julia') Vermassen,
echtgenote van Michaël ('Michel')
Demesure, waarmee ze samen de
dorpsherberg
'In de Casino' openhield. |

Huidig
uitzicht
|
|
|

Haar man Michel aan de Leuvense stoof |
Ook
al is het huidige Dikkele nu nog maar een paar herbergen rijk – tot diep in de jaren
1990 placht er slechts één café te zijn, die dan nog slechts gedurende de
weekend haar deuren opende – toch waren er nog niet zo heel lang geleden héél
wat meer. Hierna volgen de namen die oude Dikkelenaren zich nog herinnerden: - - ‘In de Kroeg’ bij Rijckbos, nu Brouwerijstraat 3
-
‘’t Brouwershuis’ bij August Nollet, nu Dikkelsebaan 15
-
‘Bellevue’ bij Achiel Van Herpe, nu Brouwerijstraat 22
In het gehucht Bochoute bevonden zich volgende herbergen:
- ‘Barbier’ bij Paul Labijn
- ‘In de Duivel’' bij François Lahorte
- 'Sint Antoon’ bij Remi Schepens
- ‘’t Houwmes’ bij Fons Waterloos In de tweede helft van de 20ste eeuw was café ‘In de Casino’
lange tijd de enige herberg, en dan nog enkel in de weekends open. Uitbaters
waren Mark De Vilder en zijn echtgenote Yvette
Lievin.
|
|
de hoeven
Hoeve z.g. "'t Verbrand Hof"
aan de Brouwerijstraat 24. Hoeve genaamd.
''t Verbrand Hof'. Hoeve met losse
bestanddelen, volgens een kaart van 1646 in U-vormige opstelling, later van het
gesloten type; naar verluidt werd deze hoeve door brand verwoest in 1870; het woonhuis
werd gedeeltelijk heropgebouwd in 1935, deels gesloopt. Op
het bewaard gedeelte van de voorgevel hangt een verzekeringsplaatje van "Union Belge". Sporen
van oude deuromlijsting van rode en gesinterde baksteen in gesloopt gedeelte.
Interieur: Drie evenwijdige overwelfde kelders in de richting van de voorgevel met
keldervenstertjes. Woonkamer met schouwboezem in Lodewijk XVI-stijl voorzien van
stucwerk met medaillon.
Boerenhuis
Aan de Brouwerijstraat 25.
Het schuin ingeplant boerenhuis, vermoedelijk
opklimmend tot midden de 18de eeuw, werd vergroot met een oostelijke travee in
de 19de eeuw, getuige de bouwnaad. De woonst is nu
gerenoveerd en geel geschilderd op gepikte plint. De achtergevel staat naar de straat gericht en is voorzien van rechthoekige muuropeningen met houten lateien en vernieuwd
houtwerk.
Gerenoveerde gebouwen, vml. boerderij met café
Aan de Dikkelsebaan 3. Voormalige boerderij met café tot 1972,
ook in gebruik als gemeentehuis vanaf 1928-29. Gerenoveerde hoevegebouwen met
U-vormige opstelling, in kern vermoedelijk 18de eeuws; het huidig voorkomen
dateert uit de 19de eeuw. Het boerenhuis met oorspronkelijk beraapte, nu gecementeerde en
roodgeschilderde gevel van zes trav. onder zadeldak (mechanische pannen, n //
straat) staat oostelijk. De vensters zijn getoogd met arduinen dorpels. De T-ramen met vernieuwd houtwerk
zijn
gevat in okergeschilderde omlijsting, voorheen met luiken, getuige de bewaarde duimen.
Op hoofdgestel voorheen opschrift "In 't Gemeentehuis". Gevelbeëindiging door
getrapte kroonlijst. De bouwnaden in de rechter zijgevel wijzen op verschillende
verbouwingen.
Het "Hof ten Bloeme", hoeve
aan Hoeksken 3 - Voorheen ook bekend als het "goed te Dickele".
Volgens een vermoedelijk 17de-eeuwse kaart van 'den grooten cautere' betreft het
hier het 'hof van de Abdije van Ste Pieters', toen gelegen naast een vijver.
Midden de 18de eeuw werd de hoeve
bewoond door de baljuw P.-A. Stevens, die blijkens het jaartal in de balklaag
het huis in 1785 vermoedelijk heropbouwde. Hoeve van het semi-gesloten type,
oorspronkelijk van het gesloten type, met vnl. U-vormige opstelling rondom erf
met mestvaalt en gekasseide oprit. Het langgestrekt onderkelderd boerenhuis van zeven traveeën onder zadeldak
(rode Vlaamse pannen), binnenin met jaartal 1785, bevindt zich noordelijk. Verankerde gewitte gevel op
gepikte plint en afgelijnd door getrapte lijst. Getoogde vensters met sporen van
vlakke omlijsting met oren, nu met T-ramen en aan de woonkamer, l. naast
voordeur, voorzien van groengeschilderde luiken. Getoogd deurtje in bakstenen
omlijsting met gebogen waterlijst en bekronend bovenlicht, voorafgegaan door
dubbele bakstenen steektrap met bordes en ijzeren leuning. Gewitte achtergevel
op gecementeerde plint met bepleisterde entablement. Licht getoogde vensters met
arduinen lekdrempels. Eveneens achterdeur met bovenlicht en grijsgeschilderde
bakstenen omlijsting. In de plint, goot voor afvoer van spoelwater. Vernieuwde
bakstenen zijpuntgevel aan de straat. R. aanleunende paardenstallen met
gelijkaardige deuromlijsting onder doorlopend zadeldak, binnenin bewaarde
ruiven. Interieur. Verscheidene overwelfde kelders. Geschilderde samengestelde balklaag,
moerbalk in woonkamer gedateerd van 1785. Verscheidene oorspronkelijke
binnendeurtjes in bakstenen omlijsting met oren. Wagenhuis onder doorlopend pannendak met woonhuis en paardenstal, aan de
achterzijde voorzien van drie rechthoekige inrijpoorten. Ten O., bakstenen bedrijfsgebouw met in het verlengde van bovengenoemde
wagenhuis, stallen en schuur onder zadeldak (pannen); naar verluidt in gebint
gedateerd 1901. In de koeienstallen overwelfd met bakstenen troggewelven met
ijzeren I-balken, bewaarde kribben gescheiden door natuurstenen schutsels. Ten noorden. achter het huis, bevindt zich een midden de 19de eeuw gebouwd bakstenen dienstgebouw met o.a.
een bakhuis
onder zadeldak (pannen). Tussen de twee deuren van het bakhuis bevindt zich nog
een houten muuranker.
Bron:
RAG, Kaarten en plans, nr. 1283.
Vroegere hoeve
Aan de Kuiperstraat 15. Voormalige hoeve, vanaf 1975 gerenoveerd tot
woonhuis. Reeds in kaart gebracht in de 17de eeuw. In de tweede helft der 19de
eeuw werden inmiddels
grotendeels gesloopte bijgebouwen opgetrokken. Ten noordwesten staat het boerenhuis onder verhoogd zadeldak (pannen). Sporen van vlechtingen in r. zijgevel getuigen van een voorheen lager dak. Geschilderde gevel op
gecementeerde plint. Uiterst links twee behouden getoogde vensters met luiken,
voorts vernieuwde rechthoekige vensters onder houten latei. Licht getoogde deur met
bovenlicht in rechthoekige omlijsting van geschilderde gesinterde baksteen met oren.
Achtergevel aangepast. Binnenin grotendeels aangepast met behoud van een versierde moerbalk. Ten
westen staat het
deels behouden bijgebouw met houten beplankingen op bakstenen voet onder
zadeldak (pannen) en bewaard gebint, in erfgevel ingekrast opschrift "1874 PVD
ADK".
Bron:
RAG, Kaarten en plans, nr. 1281.
De "Hoeve Bisschop"
Gelegen
aan de Olmkensstraat 2 werd deze
hoeve genoemd naar de familie Bisschop die de hoeve minstens sedert het tweede
kwart der 19de eeuw
bewoonde. Volgens het landboek van 1766 was het goed in het bezit van B. van der Brugghen,
burgemeester van 1738 tot 1754. Het betreft een gesloten hoeve rondom een grotendeels gekasseide
binnenplaats vroeger met mestvaalt, gelegen in de straatbocht tegenover nr. 3.
Dateert
minstens uit de 18de eeuw. Het goed is buiten bedrijf. Ten westen vindt men een aan de straat gelegen dienstgebouw met twee rechthoekige
poorten; de erftoegang heeft
nu een metalen schuifpoort en schuurpoort. Ertussen bevinden zich de varkensstallen. Rechts ervan
bevindt zich een gedichte deur met erboven een niskapelletje met houten tralie in bakstenen omlijsting met
kruis, nu zonder heiligenbeeld. Ten oosten staat het boerenhuis van zes traveeën onder zadeldak (van eternietpannen, n // straat).
De beraapte gevel heeft een gecementeerde plint. Getoogd deurtje in geschilderde
bakstenen omlijsting met oren, vermoedelijk gesinterde en rode bakstenen,
voorafgegaan door dubbele steektrap. Rechthoekige vensters in vlakke geschilderde
omlijsting met oren en sluitsteen, oorspronkelijk met luiken, nu T-ramen met
vernieuwd houtwerk. Onder de rechter travee bevindt zich de kelder met het getralied keldergat in
de voorgevel. Rechts naast het huis ligt de doorrit naar het achtergelegen erf en
de stallen. Interieur: In de woonkamer ziet men een zwarte tegelvloer, een gewitte samengestelde balklaag met op
moerbalk inscriptie "Anno 1771", en een muurnisje met bekronend waterlijstje tussen
twee deuren naar opkamer en zolder. Ten noorden omvat een bakstenen vleugel schuur en stallen en een rechthoekige poort,
met aan de
veldzijde een rij met rechthoekige verluchtingsgaten. Aan de oostelijke kant van
het binnenerf
staan kippenhokken. Ten zuiden vindt men een stalvleugel, resp. voor stieren, paarden en koeien. Ten
oosten, achter het
woonhuis, bevinden zich losstaande stallen uit het laatste kwart der 19de eeuw.
Bron:
RAG, Kaarten en plans, nr. 1281.
Het "Hof ter Hafselt"
Aan de Olmkensstraat
nr. 3 bevindt zich het 'Hof ter Hafselt'. Het is een grote hoeve van
het gesloten type rondom een onregelmatig vierhoekig erf met betonverharding,
die al
in kaart gebracht was in de 17de eeuw. Ten oosten, aan de straat, liggen stallen met geknikte gevellijn de rooilijn
volgend. De grotendeels blinde gevel heeft een rechthoekige inrijpoort naar het erf met opgeklampte vleugelpoort.
Ten noordwesten bevindt zich het boerenhuis van zeven traveeën onder zadeldak (mechanische pannen).
De beraapte gevel op gecementeerde plint heeft getoogde vensters in een witgepleisterde
omlijsting met imitatie neg- en sluitstenen; nu vernieuwd houtwerk van T-ramen.
De toegangsdeur is getoogd in grijsgeschilderde bakstenen omlijsting op neuten en met
waterlijstje en voorafgegaan door een trap. Rechts naast de deur vindt men keldergaten.
De tegen
de achtergevel aangebouwde keuken heeft ook beraapte gevels. Naast woonhuis en inrijpoort staat ten noorden een paardenstal met behouden bakstenen
troggewelven met ijzeren I-balken en ruiven. Ten oosten en zuidoosten bevinden zich bakstenen stalvleugels onder pannendaken. Voorheen resp. met
koeienstallen, koetshuis, varkensstallen, bakhuis en berging. De gevels aan de
veldzijde zijn voorzien van een rij rechthoekige verluchtingsgaten en een rechthoekige poort met
bewaard houtwerk naar het erf. Aan de binnenplaatszijde bevinden zich rechthoekige poorten en getoogde
staldeuren in groengeschilderd houtwerk. Ten westen bevinden zich het voormalig wagenhuis en een aanpalend kippenhok.
Bron:
RAG, Kaarten en plans, nr. 1281.
Langgestrekte hoeve
Gelegen
aan de Olmkensstraat 1 op de hoek van de Koornbloemstraat bevindt zich een langgestrekte hoeve uit
begin 19de eeuw. In 1915 werd hier door Van Herpe maalderij met windmolentje op
het plat dak opgericht. In 1947 verhuisde de maalderij naar de Dikkelsebaan nr. 18.
Het windmolentje werd gesloopt en het plat dak vervangen door een zadeldak. Nog deels bewaard boerenhuis met beraapte voorgevel gericht naar de veldzijde.
In L-vorm aangebouwde stallen en schuur; in de hoektravee van de straatgevel,
naast de rechthoekige schuurpoort, bevindt zich een rondboogvormige gevelnis in bakstenen omlijsting
met een beeldje van het H. Hart van Maria, afgesloten met ijzeren tralie.
|
|
|
Ander Patrimonium
|
Dorpshuis
Aan de Brouwerijstraat 1, in een straatbocht gelegen, klein
dorpshuis van drie traveeën en één bouwlaag onder zadeldak (leien, n //
straat), vermoedelijk uit XIX B. Gecementeerde en witgeschilderde
gevels met schijnvoegen. Getoogde beluikte vensters met vernieuwde
T-ramen aan weerszij van laag deurtje.
|
|
Woning en atelier, genaamd ' 't Oud Klooster'
Aan de Brouwerijstraat
nr 4. Het is het voormalig klooster en lagere
en bewaarschool, "bijhuis" van het klooster St.-Barbara van
Zottegem, nu woonhuis en (tot 2007) kunstenaarsatelier genaamd "'t Oud Klooster".
De school werd opgericht in 1909, het klooster is gebouwd in 1910 en
de bewaarklas
werd toegevoegd in 1911. De lagere school is stopgezet in 1973, de
kleuterklas in 1984. Het klooster bleef bewoond tot de verkoop aan
een particulier in 1989 door zusters franciscanessen van het
klooster St.-Barbara. Kloostergebouw in L-vorm met aansluitend
schooltje volledig geopend naar de ommuurde speelplaats en gesloten
naar de veldzijde.
Kloostergebouwtje in neogotische
stijl van twee trav. en twee bouwl. onder zadeldak (pannen). Naar de
straat gerichte voorgevel met per travee drie gekoppelde
spitsboogvensters. Toegankelijk via spitsboogdeur in l. zijgevel.
Erachter aanpalend schoolgebouw van
tien trav. met drie klaslokalen onder zadeldak (pannen, n straat).
Gevel geleed door travee-nissen met verankerde lisenen en muizentand.
Gevel uitziend op de speelplaats voorzien van grote rechth. vensters
met houten roedeverdeling onder ijzeren rozetlatei en voorzien van
ontlastingsboog, aan de veldzijde volledig blind.
De gebouwen werden in 2007 verkocht aan het echtpaar Eeraerts-De
Groote, die ze nu (2008) willen verbouwen en uitbaten als
jeugdverblijfcentrum.
Bron: Collin L. - De Both L., 150 jaar St.-Barbaraklooster
te Zottegem, 1837-1987, Zottegem, 1988, p. 143-145. |
|
De zogeheten 'Keramiekhoeve', een vroegere hoeve
Brouwerijstraat
nr 14. Laatst uitgebaat als de zogeheten "Keramiekhoeve".
Het is een vroegere hoeve, voordiens ook bakkerij en maalderij. Het
gebouw heeft een beeldbepalende
inplanting met een dienstgebouw aan de straat en achterin gelegen
het
totaal verbouwd woonhuis.
|
|
De
voormalige dorpscafés "In de Smis" en "In de Ploeg"
aan de
Brouwerijstraat 17, 19. Het waren de dorpsherbergen "In de Smis" en "In de Ploeg", uit
het begin der 20ste eeuw, eertijds resp.
gebouwd door de families De Wever en Jooris van de ernaast gelegen
brouwerij en smidse. Het zijn doorsneehuizen van resp. anderhalve en één
bouwlaag met getoogde vensters. Eenvoudige baksteenarchitectuur
verlevendigd met negblokken, waterlijstjes of sierankers.
|
| |
|
|
|

Ook Dikkele had een paar historische figuren, die
door één of ander historisch feit door de geschiedenis werden bewaard.
En er waren natuurlijk de dorpsnotabelen, zoals de burgemeester(s), de
pastoor, enz
DE
FAMILIE BORLUUT
|
DE
FAMILIE VAN DE VELDE
|

Vitalis Van
de Velde |
|
|
DE FAMILIE DE WEVER,
de laatste dorpsbrouwers
DE FAMILIE
VAN DER STRICHT, de 19de-eeuwse brouwer van
Dikkele
Theophiel Prosper De Wever, in 1870 geboren te
Nazareth, huwde op 11.2.1896 (9u) met Leonia Vandecasteele (o
Dentergem 1871). Ze kregen samen 6 kinderen: - Aurèle Gaston Libor
o Dickele 11.2.1896
(9u) - Maria Zenobia o
Dickele 8.10.1898 (23u) - Marcellus Felicianus
o
14.8.1900 (9u) - Gerard Maria Richard
o
Dickele 28.5.1904, x (Zulte 5.1.1933) Clauwaert Zoë Justina
Susanna (o 1911), Zij kregen 2 kinderen. - André - Frans
|
Alphonsius Van der Stricht werd in Dikkelvenne
geboren op 11 oktober 1850. Hij werd brouwer. Hij
huwde met Marie Delphine Platteau (Velzeke-Ruddershove
03.08.1853 – Gent 04.11.1930). Het echtpaar kreeg
zeven kinderen: Charles Oscar (1878-1953), Joseph
Ernest Hector (1880-1962), Aimée Irma (1881-1967),
Ernest Louis (1883-?), René Arthur (1884-1969),
André Odillon (1889-1972) en Alice Bertha
(1891-1953). Alphonsius Van der Stricht was brouwer van beroep en
vestigde zich aan de Steendam in Gent. Vier van zijn
zonen en talrijke kleinzonen traden in zijn
voetsporen als brouwer of brouwersingenieur. Door
fusies van verschillende brouwerijen ontstond in de
vroege 20 ste eeuw de brouwerij Excelsior aan de
Steendam, waarvan André Odillon de beheerder werd. Alphonsius overleed in Gent op 1 april 1936. In het imposante familiegraf op het 'Campo Santo'(St-Amandsberg)
rusten in totaal 8 leden van de familie Van der
Stricht.
|
|
|
DE FAMILIE
JOORIS
|
PASTOOR FRANS BLOMMAERT
|
(o Borgerhout
25.5.1916 - + Gent
(AZ St.Lukas)
24.12.2000)
Op zijn
gedenksteen op de Dikkelese begraafplaats staat te lezen:
"Ter herinnering aan E.H. Frans Blommaert
Sommige mensen laten hun sporen na als ze ons verlaten
Frans Blommaert legde zijn herdersstaf neer op 24/12/2000.
Bemin en doe wat ge wilt. H.Aug."
|
 |
|
|
MARK DE VILDER
|
|
|
|
VOORBIJE
BOEREN'ROMANTIEK'...
|
|
HET DIKKELSE
VOLKSLEVEN
Het dorpsleven van vroeger bracht een aantal
gemeenschapsactiviteiten met zich mee, zoals ieder dorp die kende. Maar
Dikkele was altijd al een levendige gemeenschap, ietwat apart ook, en
sinds de fusie is Dikkele 'rebels' gebleven - de kritische luis in de pels
van Zwalm – misschien wel omwille van de paar kunstenaars en aparte
persoonlijkheden die er verblijven en werken. De lokale cultuur is een
gevolg van dat alles… Er waren de unieke Bierfeesten – het gevolg van
een immer al actief parochieleven, met het doel bij te dragen tot het
herstel van het kerkgebouw - die bij hun verdwijnen een opvolging
kregen met de Dolle Dikkelse Dagen, er zijn de regelmatige exposities…
Pastoor-duivenmelker Van Hevele |
|
|
|
|
|
|
|
|

De geringe
oppervlakte van Dikkele werd vroeger voor een belangrijk deel in
beslag genomen door het bos van Boekhaute (of Munckbos), dat in de
18de eeuw gerooid werd; in 1767 bleef van dat bos nog zo'n 1,5 ha
over. Toch waren er van oudsher landbouwuitbatingen, waar tot diep
in de 20ste eeuw nog het grootste deel van de bevolking zijn bestaan
vond.
De vlasteelt, waarvan sporen tot in de 16de eeuw werden
teruggevonden, ging ongetwijfeld gepaard met het spinnen en weven
van vlas; in 1767 telde men er 12 weefgetouwen en ook in 1834 wordt
deze huisnijverheid nog vermeld. Na de teleurgang ervan rond 1850 zocht men zijn
toevlucht in andere huisarbeid voor rekening van fabrikanten.
In 1896 weefden 5 inwoners katoen of wol en 35 anderen vervaardigden
kant of handschoenen.
In 1937 bleef daarvan niks over en diende 35% van de bevolking te
pendelen, vooral naar het Brusselse (in 1964 nog 34% van de aktieven -
Geschiedenis van de gemeenten der...., F.De Potter en J.Broeckaert,
6de reeks, Gent 1903). De plaatselijke brouwerij stelde 8 personen
te werk.
De brouwerij DE
WEVER
n
|
De brouwerij was gelegen aan de toenmalige
Pontstraat 32 (nu Brouwerijstraat) en in bedrijf
tussen 1892 en 1983.
Eind 1982 stopten de brouwactiviteiten, nadat de kleine
brouwerij was overgenomen door 'Kronenbourg'. De broers
De Wever bleven nog een paar jaar aan het werk als
bier'uitzetters'.
Bieren: Bleek, Duc, Export, Export Hercule, Hercule
Pils, Oud Bruin, Stout. |

De etiketten
van Brouwerij De Wever |
|
De VELDOVENS van
Michel Baele
|
 |
De
veldsteenovens van Michel Baele, de verdienstelijke
cyclocrosser uit Meilegem, bevonden zich te Dikkele. De
geperste en gedroogde klei werd 's zomers in open veld in
grote ovens gebakken. De 'vuurdansers' (zoals ze genoemd
werden) liepen over de gloeiende steenlagen, waartussen de
steenkool de 'boerkes' bakte. Op de foto links men v.l.n.r. Michel Baele zelf, Raoul
Rigeaux, René Declercq (wereldkampioen cyclocross
amateurs1969 én vader van de meer bekende Mario) en Julien
Audoor.
|
|
De SMIDSE JOORIS
|

1940 -
De gebroeders Michel, Joseph en Valère Jooris zijn een
paard
aan het beslaan. |

Valère
Jooris met blaasbalg tussen aambeeld en vuur |
|
|
|
|
|
|
|

De dorpskom - omvattende de Brouwerijstraat, een
gedeelte van de Dikkelsebaan, de Kuiperstraat, de Beekweg, de Olmkensstraat en
het Hoeksken - werd geklasseerd als dorpsgezicht door het KB van 24.12.1980.

NN - 'Dikkele geen
geklasseerd dorp' - Weekblad De Beiaard, 1978, nr 36, pp. 1 en 7 NN - 'Dikkele, die onbekende' - Weekblad De Beiaard,
1967, nr 24, p.7 en nr 25, p. 7 MJ - 'In memoriam zuster Clara (Emma) Van de Velde', De
Landwacht, 1969, pp. 166-167. Daem M - 'Munkzwalm-Dikkele - Oude smidse,
Brandmerken', OVZ, 49, 1974, pp.174-175. Daem M - 'Munkzwalm (Dikkele) - Stekker voor aderlating
van paarden', OVZ, 49, 1974, p.179. F.De Potter & J.Broeckaert - Dikkele, s.d. (ca.1903),
13pp. De Tremmerie Maria - Dikkele, een droom van een dorp -
Toerisme Oost-Vlaanderen 42, 1993 (3), pp.87-89. L.Reyntens - Het parochiedomein der Gentse
St.Pietersabdij, o.c., p.14. Van der Linden R - 'De koortskapel te Erondegem en te
Dikkele', MT, dec 1963, pp. 30-31. Van der Linden R - 'Legenden doorheen Vlaanderen', MT,
33, 15/3/1962, pp.59-61 en 15/6/1964, pp.79-84. NN - 'Een portret van twaalf Oostvlaamse dorpen', FO.Vl,
s.d., gn pg.
|
|
|
|
Laatste update
zondag 22 augustus 2010

|
|