BEERLEGEM DIKKELE HERMELGEM HUNDELGEM MEILEGEM MUNKZWALM NEDERZWALM PAULATEM ROBORST ROZEBEKE St-BLASIUS-BOEKEL ST-DENIJS-BOEKEL St-MARIA-LATEM WIJLEGEM DE ZWALMSTREEK HOMEPAGE ZWALM VLAAMSE ARDENNEN

 

 


     Dikkele is naar mijn persoonlijke mening het charmantste dorp van Zwalm; in de loop van de laatste 30 jaar evolueerde het bovendien van een puur boerendorp naar een heus kunstenaarsdorp – een klein St-Martens-Latem, zeg maar. En wat er bijkomt: er is de garantie dat, althans wat het rustieke dorpscentrum betreft, alles niet zoveel zal veranderen, want…er is de klassering van de (ruime) dorpskom - (klassering, die overigens heel wat voeten in de aarde had en anno 1980 een heus referendum-avant-la-lettre met zich meebracht). Dikkele heeft een oppervlakte van slechts 144 ha.
Het grootste gedeelte van Dikkele was vroeger bos, bekend onder de naam 'Munkbos', aanvankelijk 'bos van Bochoute' genoemd. Dit bos was naar de overlevering vertelt, de schuilplaats van de beruchte 'bende van Jan de Lichte'. In de 19de eeuw begon men dit bos te rooien ten voordele van de akkerbouw. In 1880 waren de laatste bossen zo goed als verdwenen.

 


Postkaart


Dikkele volgens de kaart van Ferraris


STRATENPLAN

 


De Brouwerijstraat, vroeger Pontstraat,  met uiterst rechts de smidse Jooris

 


De  andere kant van de Brouwerijstraat met een zicht op het dorpscentrum
met links herberg 'de Casino' en rechts de kerk en het kerkhof

 

INLEIDING

Etymologie

          De naam komt reeds voor in een charter van 811 onder de benaming “Decla” (met onbekende betekenis), waarbij keizer Lodewijk de Vrome, zoon van keizer Karel de Grote (+814) de abdij van St.Amandus met diverse goederen begiftigt (Mabillon - 'Acta Bened.Saec. IV, pars 1', 67)*.
             Ook in het charter van Karel de Kale, gedateerd 23/3/847 wordt Dikkele onder die schrijfwijze vermeld.
            De bekende schenkingsakten (uit 988 en 991) van de lokale vrouwe Oydala, weduwe van Reingoldus, waarbij ze testamentair goederen aan resp. haar zonen Onulfus en Wenemarus én de Gentse St.Pietersabdij schenkt, vermeldt "Dichla" ('Liber Traditionum' van de Gentse St. Pietersabdij). De volledige tekst van de schenkingsakte (
26.6.991) luidt:
            
"Oydala flagrans amore coelesti cum filiis suis Onulfo et Menemaro pro anus sua et filii sui Reingaudi tribiut hereditatem suam nomine Dichla et Sancto Petro cum ecclesia in honore sancti Petri sitam in comitatu Brabantensi cum omni integritate in culturis, pratis pascuis et quod-quid sperative pars predicate hereditais et mancipia hec: Heletgerium, Erpolfum, Rambertum, et alia quinque, Rodburgam, Adelbertum, Ingelam, Geilam, Thedelam" ; vertaald is dit: "Met grote liefde voor God schonk Oydala samen met haar zonen Onulfus en Wenemarus voor haar eigen zieleheil en dat van haar zoon Reingardus haar erfenis, Dikkele genaamd, aan de Heer en aan de H.Petrus, samen met de kerk ter ere van de H. Petrus, gelegen in het graafschap Brabant, met alle landbouwgronden, weiden, weidegronden en al wat beschouwd wordt als een deel van voornoemde erfenissen, ook volgende eigendommen: Heletgerium, ..." enz.
             In 1036 wordt hoger vermelde Gentse abdij in het bezit van die goederen bevestigd door keizer...?... - hij heeft het over 'een villa Deccla'.
            
In 1321 schreef men “Dickele” en in 1424 “Dyckele”.

 * Gysseling M., Toponymisch Woordenboek, dl I, p.271. Volgens dr. M. Gysseling: een oude verkleinvorm van het Germ. dika, dat oorspronkelijk niet 'dijk', maar  'waterloop' betekende.

Oppervlakte

              144 ha.

Bevolking

1566-1575 1606-1615 1656-1665 1675 1706-1715 1736-1745 1766-1775 1800 1830 1900 1947 1961 1970
83 130 150 140 147 190 225 252 299 318 230 179 181

Bron: 'Demografische evolutie van het Land van Aalst 1570-1800', J. De Brouwer - Historische uitgaven, reeks nr. 8, nr 18, 1968.

          In 1970 fusioneerde dit dorp samen met 11 andere tot groot-Munkzwalm en werd in 1977 opgenomen in de nieuwe fusiegemeente ZWALM. Het aanvankelijk landelijke karakter werd door het rampzalige Eeckhout-bestuur in 1980 sterk verstedelijkt (wegtracé, bestrating, zg. retro-lantaarnpalen).

Wijken

          Dikkele telt 6 wijken, gesitueerd volgens onderstaande kaart:

 


Kaart 1766
 

 

het archief
     De archieven van de schepenbank werden waarschijnlijk zoals de andere archieven van zuid-Vlaanderen in uitvoering van de wet van 5 brumaire jaar V overgebracht naar de griffie van de rechtbank van Eerste Aanleg te Oudenaarde en van daar in 1875 naar het RAG. In 1886 schreef archivaris D'Hoop dat het archief van Dikkele in het RAG te Gent berustte (Van Isterdael H., De archieven van Hundelgem, pp.17-18 - D'Hoop F., La Flandre oriëntale et ses anciennes archives)

     Inventaris van de heerlijkheid Dikkele
          1 Heerlijk renteboek van de prelaat van de St Pietersabdij te Gent, heer van Dikkele, 1644 (vernieuwd op basis van een renteboek van 1566) met anonieme figuratieve kaart van het pachthof van de Sint-
             Pietersabdij          1 band     Topo-Hist. atlas, nr K 1529
          .....
         19 Legger 
          ....
       402 
          ....

 
GESCHIEDENIS

De geschiedenis van Dikkele gaat terug tot in de Gallo-Romeinse tijd; uit de prehistorie zijn mij geen feiten of vondsten bekend - (aanvullen).

Dikkele heeft dus een zeer oude geschiedenis. Het wordt voor het eerst vermeld in 822. Uit de tekst van de schenkingsakte van Oydala (zie hierboven) blijkt dat we hier te maken met een vroegmiddeleeuws tweedelig domein, bestaande uit enerzijds wat de 'reserve' van de heer wordt genoemd en bewerkt door onvrijen, en anderzijds uit 'tenures' of hoven bewoond door 'mancipia'1. De Gentse Sint-Pietersabdij oefende er sedert de 11de eeuw het heerlijk gezag uit en bezat er grote goederen. Bekend is de schenkingsakte van vrouwe Oydala uit 988 (zie hierboven). Vanaf de 13de eeuw oefende een voogd (of 'advocatus') het feitelijke gezag over Dikkele uit en trad dus op in naam van de abdij. Deze voogdij werd geruime tijd waargenomen door de heren van Hundelgem.

De schepenbrief van Bochoute -
Een steen op de hoek van de Olmkensstraat en Oude Gentbaan herinnert aan de oudst bekende notariële aktie in het Nederlands opgesteld in 1249.  
Volgens de cijnslijst van Dikkele (Censis de Dickele)(eind 12de-begin 13de eeuw)2 zouden er hier 3 'hovae' bestaan hebben, belast met cijns en karweien3. De reserve bestond uit 'culturae' (kouters), prata (weiden) en pascua (laaggelegen moerassige gronden). De term culturae (meervoud) wijst er, in tegenstelling tot de term terra arabilis, gebruikelijk in de vroege middeleeuwen cfr. het vroegmiddeleeuwse polypticon (= middeleeuwse belastingsregister waarin de belastingplichtige boerderijen en personen der grote  landgoederen zijn genoteerd) van de St.Bertijnsabdij te St.Omaars (Fr.)4, dat hier op het einde van de 10de eeuw reeds een verplicht wisselings- of slagenstelsel, verbouw van graangewassen afgewisseld met braak, werd toegepast met een opgelegde rotatie op minimum twee, misschien reeds drie kouters, de latere Grote Kouter, Molenkouter en Kerkkouter5 met in het centrum het omwalde pachthof van de St.Pietersabdij6. Dit werd reeds sinds de Karolingische periode toegepast op enkele grote domeinen in het zuiden van België en het noorden van Frankrijk7. Zoals blijkt uit de 18de-eeuwse legger van onroerende goederen met kaarten van Dikkele woonde de landbouwarbeiders niet rond het hof van de St.Pietersabdij maar in de omgeving van de kerk in de Kerkkouter. De St.Pietersabdij inde hier het tiend tot 1737 wanneer zij dit afstond ('abandonnement') ten voordele van het dorpsbestuur10. Zoals alle kerkelijke instellingen was zij verstoken van de hoge justitie (de bloedrechtspraak) en werd er hiervoor een voogd aangesteld11. Uit een oorkonde van 1350 blijkt dat de heer van Hundelgem te zijn, maar kort ervoor (wellicht sinds de definitieve belening in 1050 van de graaf van Vlaanderen met het Land van Aalst) was dit de graaf zelf12. Nog in het leen-dénombrement van Hundelgem van 1510 (kopie 18de eeuw) staat dat de heer van Hundelgem een voogd ('advocatus') te Dikkele mag aanstellen13. Hij zat ook de placita generalia14 (soevereine waarheden) voor gezien Dikkele niet voorkomt in de lijst van dorpsheerlijkheden uit de 15de eeuw waar de soevereine waarheid door de hoogbaljuw van Aalst werden uitgevoerd15.
De Wet, waar ca 1725 de burgemeester de plaats gaat innemen van de meier
16, werd vernieuwd door de proost van de St Pietersabdij in de proosdij te Gent zelf in opdracht van de abt, daar Dikkele toebehoorde aan de camera abbatis 17.
Op fiscaal vlak behoorde Dikkele tot de 'diverse dorpen' van het Land van Aalst
18.
Wanneer na de Franse revolutie de administratie van het Land van Aalst in 1796 werd opgeheven ging Dikkele tot 1800 behoren tot het municipaal kanton Zottegem
19. Op gerechtelijk vlak behoorde Dikkele tot het arrondissement Oudenaarde en het gerechtelijk kanton Oudenaarde.
In 1970 werd het dorp bij Munkzwalm gevoegd en in 1977 gefusioneerd met ZWALM.       


Dikkele had een wet met baljuw, meier en schepenbank. In de 13de eeuw stond de St. Pietersabdij haar gezag over het dorp gedeeltelijk af aan een “advocatus” of “voogd” die in haar naam optrad en recht had op een derde van de geheven belastingen. Deze voogdij werd geruime tijd waargenomen door de heren van Hundelgem
.

De parochie Dikkele was de standplaats van de baljuw van het Land van Gavere. De grote landhoeve, die de Gentse St.-Pietersabdij hier bezat, werd beheerd door een meier. Een andere pachthoeve, het 'Goed te Dikkele' (de meierij van Dikkele), behoorde in de 15de eeuw toe aan de Gentse familie Borluut. Volgens een oorkonde van 1426 mocht de proost van St.-Pietersabdij een zeker recht eisen, 'marktgeld' geheten, wat ondermeer inhield dat de leenhouders jaarlijks een hoeveelheid graan aan de abdij moesten leveren.

 1    Morinoto Y., 'Problèmes autour du polyptique de Saint Bertin', p.147.
 2   Gysseling M., Toponymisch Woordenboek, dl I, p.271.
 3   Morinoto Y, o.c., p.132-134.
 4   RAR, Archief Schepenbank Dikkele, nr 19 ('Landboek met kaarten' ao 1766)
 5
 6   VerhulstA., Précis d'histoire rurale, pp. 67-68
 7
10  RAR, Archief Schepenbank Dikkele, nr 360, fo 60-61 (Rol van de Schepenbank)
11   Koch A., De wettelijke organisatie, pp. 41-73.
12  Van Lokeren A., Chartes et Documents de Saint-Pierre, dl II, p.59, in extenso heruitgegeven door Van Isterdael H., De archieven van Hundelgem, p.15, nr 11.
13  RAR, Archief Land van Zottegem, nr 362 fo 81, in extenso uitgegeven door Van Isterdael H., De archieven van Hundelgem, p.13, nr 8
14  Koch A., o.c., pp.41-73
15  RAR, Archief oud stadsarchief Geraardsbergen, nr 40, fo 79 vo-82 vo en Van Isterdael H., Archief van het Land van Aalst, Inventaris, pp. 126-127.
16
17
18
19  

ONDERWIJS

Over het toenmalig onderwijs in Dikkele valt toch één en ander te vertellen. Het lokale onderwijs was tot aan zijn verdwijnen in de jaren ’70 dat van ieder dorp: er was kleuter- en lager onderwijs.
      ONDERWIJS IN HET ‘ANCIEN RÉGIME‘    
          In de 17de eeuw was er te Dikkele catechismusonderricht op de zondagen onder de mis en soms na de vespers: “dominicus diebus post Vesperas” (D.V.1640).
         
Er was te Dikkele een onderwijzer in 1656 maar geen meer in 1672, 1718 en 1738; in 1750 was er een zekere Livinus Scepens die les gaf, maar in 1762 was er opnieuw geen onderwijs meer. In 1774 was het kosteronderwijzer Petrus Schepens die de jeugd onderricht gaf. In de 18de eeuw wordt de catechismus aan de jeugd onderwezen, alleen nog na de vespers
(D.V. 1714, 1722, 1738).

       HET ONDERWIJS IN DE
20e EEUW
       
Al in 1909 richtte het Zottegemse St-Barbara-klooster de eerste van haar stichtingen op in… jawel, Dikkele! Dat dit in het toen nog erg landelijke Dikkele met de nodige improvisatie gepaard ging, bewijst de volgende tekst: “In Mei 1909 worden, op aanvraag van den Z.E.H. Kan. De Sitter, twee zusters naar Dickele gezonden, om er eene lagere en bewaarschool te beginnen. Daar er geen kloosterhuis was ontvingen zij kost en inwoon bij den E.Heer Pastoor Coquyt tegen eene jaarlijksche som van 400 fr. De beide scholen werden opgebouwen bij middel van omhalingen en giften van den voornoemden Pastoor, en het te kort, bedragende 1900 fr werd door de zusters van het weezenhuis van Sotteghem betaald” (143 – A.K1.Memorandum…p.9).
        Op 13 mei 1909 werden de eerste zusters er plechtig ontvangen door de burgerlijke en geestelijke overheid van deze gemeente en stoetsgewijze van de grenzen der gemeente naar de kerk geleid. Op 14 mei werd de nieuwe school geopend. Zuster Renilde had direct meer dan 50 leerlingen inaar lagere school. Zuster Margriet had er meer dan 70 in de bewaarschool, omdat ook een aantal oudere kinderen tussen 6 en 10 jaar noch lezen noch schrijven konden en nog niet in staat waren de lagere school te volgen. Op 1 oktober 1909 werd de bewaarklas aldus nog gebruikt voor de kleuters en de leerlingen van het eerste en tweede leerjaar.

       
In april 1910 werd de lagere school aangenomen en de bewaarklas gesteund. “In den Zomer van 1910 deden de zusters van ’t weezenhuis het klooster te Dickele opbouwen tegen de som van ongeveer 9000 fr. In September deden 3 zusters er hunne intrede. In het voorjaar van 1911 werd, op aanvraag van den Z.E.H. Kan. De Sitter, bij de lagere school van Dickele eene bewaarschool gebouwen, waarvan de kosten deels op het moederhuis (klooster St-Barbara, n.v.d.a.) en deels op den Pastoor zullen drukken” . De kleuters werden toevertrouwd aan zuster Theresia.

 
 
PATRIMONIUM

Dikkele heeft als dorp die gebouwen (gehad) die elke gemeente, die naam waardig, heeft: een kerk, een gemeentehuis, cafés, een winkel, en… zoals zoveel Zwalmdorpen, een brouwerij.

 de parochiekerk St.Pietersbanden


Oude postkaart
   


Kapelleke boven de kerkdeur

 

De Sint-Pietersabdij bezat vanouds het patronaat over deze kerk (Vrouw Oydala, weduwe van Reingoldus, schonk in 988 de villa aan de abdij; de schenking van de 'villa cum ecclesia' werd in 1036 door de keizer bevestigd). Vandaar dan ook dat de kerk aanvankelijk was toegewijd aan Sint-Pieter. Het kerkpatrocinium St.Pieter (de patroonheilige van het kerkgebouw) wijst er mogelijk op dat de kerk werd gesticht door de missionaris Amandus en dat er in Dikkele al bewoning was in de tweede helft der 7de eeuw.
Deze werd echter eind 16de-begin 17de eeuw in de volksdevotie verdrongen door de meer 'populaire' Sint-Antonius.
Rond 1803 werd de kerk toegewijd aan Sint-Pietersbanden.
Materiële gegevens van de kerk zijn pas bekend vanaf de 16de eeuw (o.m. vermelding van stormschade in 1595). De bouw van een nieuw koor, of een grondige verbouwing van het bestaande, dateert van de periode 1746-1751. In 1763 werd een nieuwe sacristie in gebruik genomen.
Op de figuratieve kaart van 1766 en op de plannen van 1839 is de oude kerk afgebeeld met een klein inspringend westportaal, het koor met driezijdige sluiting, voorzien van eenvoudige steunberen, segmentbogig afgedekte vensters en de nu nog bestaande zuidelijke sacristie.
In 1840 werd de benedenkerk met de toren herbouwd (in 1857 ingewijd). In 1872 werd het koor vervangen.

Het kerkgebouw

De huidige kerk is georiënteerd met een sterke noordwaartse afwijking. Ze is opgericht uit baksteen, met een weinig Ledische zandsteen voor plint en hoekstenen, vermoedelijk gerecupereerd uit de oude kerk.
Het is een eerder bescheiden kerk met een beuk van vijf traveeën, een kleine toren op de eerste travee, een smal koor, geflankeerd door een bergplaats ten noorden en de sacristie in het zuiden.

Het interieur

Het interieur van de kerk dateert overwegend uit de 18de en 19de eeuw. De preekstoel dateert uit 1642, maar werd verbouwd. De devotie voor de H. Antonius liet ook zijn sporen na : twee beeldjes, vermoedelijk uit de 17de eeuw en een schilderij vermoedelijk uit het begin der 18de eeuw van Louis Cnudde. Andere schilderijen zijn “het laatste avondmaal” en de “bewening van Christus”, beide uit de 18de eeuw. De doopvont (1840) is een zwartmarmeren kuip met witmarmeren rosacen en een koperen deksel.

   
   

St-Antonius-met-het-
varkentje
 

 het oud-gemeentehuis


 

 

Over de oudste gemeentehuizen van Dikkele zijn volgende gegevens voorhanden:
Het Dikkelese wethuis was voor zover we kunnen weten gevestigd in een herberg, die tevens uitgebaat werd als  hofstede - gelegen aan wat nu de Dikkelsebaan nr 11 is, dichtbij de kerk en dus midden in de dorpskom. De eenvoudige lijstbouw telt 11 traveeën waarvan het tweede (het portaal) is afgeboord  met zwarte sierbaksteen. De gevelwand was aanvankelijk bepleisterd. Behalve een overkragende lijst vertoont de eenvoudige bouw geen versieringen. Vóór de woning staat een oude ijzeren borstwering.
In de jaren 1928-'29 werd het gemeentehuis voor het laatst overgebracht naar en ander café, gelegen aan de Dikkelsebaan nr 2, dat eveneens een hofstede was. De herberg sloot in 1972 de deuren. De L-vormige hoeve ligt even buiten de dorpskom langs een kronkelende landelijke straat. De lage lijstbouw telt zes traveeën die nogal ongelijkmatig over de muurwand verdeeld zijn. De hoge cementplint reikt tot de zwak uitspringende vensterbank in arduin. De steekboogtraveeën hebben een witte bandomlijsting. Het portaal heeft dezelfde kenmerken maar is smaller. De bovenbouw is met een witte band bezet waarop de tekst "In 't gemeentehuis" voorkwam. De dakgoot rust op een uitkragende baksteen-lijst.
Conceptueel en typologisch als hofstede en woning opgetrokken, stillistisch behorend tot de traditionele landelijke architectuur van de 19de eeuw. Samen met een
paar andere huizen in de omgeving duidt deze woning de grens van de dorpskom aan en heeft in die zin een sterke karakter- en plaatsbepalende invloed.
Het huis is nu verbouwd tot Gastenverblijf 'De Wingerd'.

 Voormalige hoeve, gemeentehuis en café genaamd 'Oud Gemeentehuis'  

Aan de Brouwerijstraat nr 12. Deze voormalige hoeve was gemeentehuis tot 1928 en café "Oud Gemeentehuis" tot 1972. Aan de straat gelegen woning van elf traveeën onder pannendak, vermoedelijk uit de 18de of het begin der 19de eeuw. Er is een voortuintje met ijzeren afsluiting aan dito paaltjes. De witgeschilderde bakstenen lijstgevel is afgelijnd met een getrapte daklijst. Er zijn rechthoekige deuren en vensters met T-ramen op arduinen lekdrempels, voorheen beluikt, cf. de bewaarde duimen. Rechts is er de toegangsdeur in deels behouden omlijsting van gesinterde baksteen met neuten en oren. Links een gewezen deur in de tweede travee, nu venster. Erachter gelegen bijgebouwen rondom gekasseid en beplant erf, toegankelijk via aardeweg naast het huis en ijzeren inrijhek.
Haakse aanbouwsels en afzonderlijk wagenhuis uit het begin der 20ste eeuw.

 de oud-pastorie

Aan de Brouwerijstraat 8. Nu een particuliere woning; de voortuin is van de straat afgesloten door bakstenen muur met decoratieve tandlijst en trapgeveltje met deur naar voortuin. Aan weerszij lage geschilderde dienstgebouwtjes uit het einde der 19de eeuw. Een deel van de oude achtertuin met Mariagrot werd in 1990 bij het kerkhof gevoegd.
Het is een typisch pastoriegebouw van vijf traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (leien, nok // straat), gebouwd naar een ontwerp van architect E. de Perre - Montigny van 1858 op de plaats van de oude pastorie (die één bouwlaag had, vernield werd in 1708 en volgens archiefdocumenten in de jaren 1770 nog niet was heropgebouwd). De pastorie heeft een gepleisterde en witgeschilderde lijstgevel met dubbelhuisopstand en horizontale geleding door puilijst en arduinen kordon ter hoogte der onderdorpels van de bovenvensters. Er zijn rechthoekige vensters, op de begane grond met persiennes en op de bovenverdieping met rolluikkasten. Er is een eenvoudige rechthoekige deur. De achtergevel en linker zijgevel zijn gelijkaardig.
Tegen rechter zijgevel bevindt zich een witgeschilderde éénlaagse aanbouw met keuken onder lessenaarsdak.
Interieur. Centrale gang met vloer van Basècle en witte marmer; midden rechts staat de gebogen eiken trap naar de bovenverdieping met eronder de keldertrap. Links van de gang bevinden zich de voormalige salon en eetkamer met plankenvloer, neoclassicistische marmeren schouwen en stucversiering op plafonds. Rechts van de gang is er de vroegere spreekkamer met rode tegelvloer, marmeren schouw en stucplafond en keuken met grote schouw met houten schouwbalk. In een aanbouwsel zijn een voormalig schotelhuis en een washok met schoorsteen en gemetseld fornuis van gesinterde baksteen.

Bron: RAG, Bisdom, M. 40. RAG, Provinciaal Archief, 1851-1870, nr. 1762/6.

In de eerste helft der 17de eeuw (1622) stond te Dikkele al een pastorie, die echter in 1659 niet (meer) door de pastoor wordt bewoond en in de 2de helft van die eeuw al in vervallen en armoedige toestand verkeert (1654, 1657); in 1672 werd door de deken vastgesteld dat ze meer op een hut dan op een huis geleek. Volledig vervallen was ze verhuurd voor 3 gulden. In 1684 moest ze op bevel van de deken worden hersteld.
In 1708 wordt dit huisje door de Fransen platgebrand en niet meer herbouwd, zodat er voor de rest van die 18de eeuw geen pastorie meer is (1718, 1722, 1774) tot... er in 1776 door de parochianen een nieuwe pastorie wordt gebouwd.

De huidige oud-pastorie dagtekent uit 1858 en situeert zich in de Brouwerijstraat nr 8. Het is een dubbelhuis van twee bouwlagen en vijf traveeën breed met de deur in het midden, een verdieping en zadeldak. De bepleisterde lijstgevel heeft rechthoekige doorbrekingen en de centrale deur heeft een bovenlicht. Een doorlopende lijst met cirkelprofiel is boven de vensters van iedere bouwlaag aanwezig.
Het gebouw heeft een voortuintje, dat door twee zijgebouwen en een bakstenen muur is afgesloten.
Voor de bouw van de pastorie in 1858 en de herstelling na de zware storm van 1884, waarbij volgens de rekeningen de schade 532,27 fr bedroeg, hielp onder de leiding van burgemeester Vital Van De Velde de ganse Dikkelese bevolking mee: de boeren vervoerden stenen, zavel en kalk, vrijwilligers hielpen mee en de brouwer..."laafde de dorstigen".

 

   

Deze oude pastorij wordt nu bewoond door de weduwe van kunstenaar Peter De Glas. Ze heeft er het erfgoed van hem in ondergebracht.

 

 de smidse Jooris

 

De smidse van August Jooris (° 24.7.1897)
is het oudste nog bewaarde gebouw van Dikkele.

 


 


 


 


 


De smidse anno 2007  -geklasseerd

 

Aan de Brouwerijstraat 21 liggen de voormalige hoeve en smidse van de familie Jooris, reeds aldus vermeld in de kadastrale legger van 1835; het uitbaten van de smidse werd stopgezet in de jaren 1960. Thans is de hoeve opnieuw bewoond door een particulier.
De woning is opgetrokken in losse bestanddelen rondom een deels verhard binnenerf.
Ten zuidoosten het onderkelderd boerenhuis van vier traveeën en anderhalve bouwlaag onder zadeldak (Vlaamse pannen, op voordakschild zwartgeglazuurd, n // straat), oorspronkelijk huis uit het eerste kwart der 18de eeuw en vermoedelijk wederopgebouwd of een verdieping verhoogd rond 1881.
Beraapte gevel op gecementeerde plint met schijnvoegen. Licht getoogde vensters met T-ramen en persiennes op de begane grond, gevat in rechth., vlakke witgepleisterde omlijsting. Gelijkaardige centrale deur. De bouwlagen zijn gescheiden door een vlakke
gepleisterde puilijst. witgeschilderde achtergevel met haaks aanbouwsel van twee trav. onder zadeldak (pannen). Aan weerszij van het huis, tegen de blinde gecementeerde of beraapte zijgevels, aanbouwseltjes onder lessenaarsdak, resp. bietenkelder en
kalverstal, l.g. met aalpomp.
Het interieur is toegankelijk via recenter ingebracht portiek. Kleine overwelfde kelder. Behouden geschilderde paneeldeuren. Woonkamer van twee trav. met vernieuwde tegelvloer en behouden geschilderde samengestelde balklaag met eenvoudige moerbalk.
Tegen zijmuur grote schoorsteen met plattebuiskachel, grijsgeschilderde bakstenen achterwand en wangen, gepleisterde boezem voorzien van schouwbalk met bordenrek. Links ervan staat een ingebouwde muurkast. In aanbouwsel links achteraan een slaapkamer
met grijze tegelvloer en gewitte samengestelde balklaag met moerbalk, op zolder erboven voorheen ook duiventil.
Ten westen bevindt zich het bedrijfsgebouw in L-vorm met voormalige smidse, schuur en stallen, naar verluidt voorheen op smidse windwijzer gedateerd 1834, in zijn huidige vorm volgens het kadasterarchief vnl. uit midden de 18de eeuw. Het is een smidse
met in zijpuntgevel een overluifelde rechthoekige poort en travalje met houten balken voorzien van smeedijzeren ringen; poort voorzien van ingebrande namen en initialen. De gevel aan de straat is voorzien van een rij halfronde venstertjes en blindnissen.
De mendeur in de erachter gelegen schuur vertoont nog sporen van een vroegere voetgangersdeur. De achtergevel vertoont sporen van een wand in vakwerk. In de schuur met behouden ankerbalkgebinte zijn twee aardappelkelders ondergebracht, één ervan
is op de deurlatei gedateerd 1818. Links naast de schuur, onder het doorlopende dak, bevinden zich koeienstal en toilet. Er is een aangebouwde lagere stal van twee traveeën voor schapen en varkens, met tussen de twee deuren een blindnis met voederopening naar de trog. Ernaast bevindt zich een vroegere mestvaalt.
Ten zuiden op het erf achter het woonhuis staat een samengesteld bakhuis onder zadeldak (pannen) met bakstenen ovengewelf onder doorlopend zadeldak rustend op gemetselde onderbouw van oven; ervoor konijnenhok.
Naast bakhuis, ijzeren hekje naar vroegere bloemen- en groentetuin met behouden buxusperk met ijzeren zonnewijzer.

 

 de dorpsbrouwerijen
 

De oudst bekende Dikkelese brouwer was Cornelius Tagherman, die in 16de eeuw leefde. Uit de penningkohieren weten we dat hij in "de musschenhoek" te Dikkele, "op 't cauterken" resp. 25 en 50 roe pachtte van Clays De Keisere. Dat zijn huis en erf 36 roe groot was en dat zijn brouwerij op "de Wieleputte" boven "tsyp" op "den hasselt" stond. Dit zou even voorbij 't Hoeksken richting Hundelgem moeten zijn geweest.
In de 19de eeuw waren de Vanderstrichts de Dikkelese brouwers. De brouwerij noemde toen Excelsior. Ze besloten uit te wijken naar Gent (door het gebrek aan expansieruimte in het kleine dorp Dikkele en misschien ook de minder gunstige ligging?) en lieten hun nering over aan een Scheldewindekenaar. Die ging al na een paar jaar op de fles. Die mare bereikte de oren van Theophiel Prosper De Wever (senior)(oNazareth en gehuwd met
Leonie Vandecasteele), die prompt de ouderlijke boerderij in Ooike verliet om zich in 1890 te Dikkele te komen vestigen. In 1892 kon Prosper de gebouwen van de brouwerij Excelsior kopen, meteen de start voor de brouwerij De Wever.
Hij produceerde er zijn lokaal populaire bieren Duc, Hercule Pils, Stout, Oud Bruin, Bleek en Export.
De brouwersactiviteiten hielden op in 1983 - de brouwerij werd overgenomen door Kronenbourg maar de gebroeders De Wever bleven nog een aantal jaren actief als bieruitzetters.
De oude gebouwen staan nog altijd rechts van herberg 'In de Casino'.

   

De voormalige brouwerij is gelegen aan de Brouwerijstraat nrs 11-15.
Het is dus een voormalig brouwershuis met erachter gelegen brouwerij, de vroegere "Brouwerij De Wever". Er is een voortuin met ijzeren afsluiting tussen bakstenen pijlertjes uit interbellum.
De nrs 11-13 zijn het vroeger brouwershuis van zes traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (in mechanische pannen, nok // straat), gedateerd d.m.v. muurankers op de linker zijgevel 1877. Gebouwd i.o.v. stoker P. Vanderstricht. Zijn opvolgers, de gebroeders De Wever bouwden rond 1935 het huis om tot tweegezinswoning met aangepaste gevel. De gepleisterde lijstgevel heeft licht getoogde vensters, is aangepast met gevelcementering en heeft op de begane grond toevoeging van twee erkers en glasdeuren in art-decostijl.
Het nr 15 is de erachter gelegen voormalige bierbrouwerij van lage gisting en bottelarij, uitziend op gekasseide binnenplaats. In 1893 kocht P. De Wever de oude brouwerij Excelsior van Vanderstricht; volgens het kadasterarchief verbouwden zijn zonen de brouwerij rond 1934. De bedrijfsactiviteiten werden stopgezet in 1983.

Bron: Patroons W., Bier, Antwerpen, 1979, p. 183-184.

 

  de dorpsherbergen 'In de Casino' en 'de Poezenelle'

   Aan de Brouwerijstraat 7 en 9.
    Aaneengeschakelde bebouwing met de cafés, nu genoemd "Poezenelle" en "De Casino" van één bouwlaag onder doorlopend zadeldak (nr. 7 met leien, nr. 9 met pannen), vermoedelijk opklimmend tot de 18de eeuw.
    Het huis met nr 7 heeft een bakstenen gevel op gecementeerde plint met getoogde vensters in vlakke omlijsting met luiken aan weerszij van de centrale rechthoekige ingangsdeur. Met haaks aanbouwsel, nu een feestzaal, onder zadeldak (in pannen) uit het begin der 20ste eeuw.
    Het huis met nr 9 was voorheen dé dorpsherberg, 'In de Casino' en kruidenierswinkel. De woning heeft een witgeschilderde bakstenen gevel op gepikte plint met deur en twee rechthoekige vensters met T-ramen rechts en één getoogd venster in vlakke omlijsting links zoals bij nr. 7.


Louis en Cerilla Polfliet vóór de deur van hun herberg annex kruidenierswinkeltje. Zij volgden als uitbaters het echtpaar De Mesure-Vermassen op.
 


De herberg in de jaren 1970: stopplaats
voor ruiters en paarden


Maria ('Julia') Vermassen, echtgenote van Michaël ('Michel')
 Demesure, waarmee ze samen de dorpsherberg
'In de Casino' openhield.


Huidig uitzicht

 

 


Haar man Michel aan de Leuvense stoof

       Ook al is het huidige Dikkele nu nog maar een paar herbergen rijk – tot diep in de jaren 1990 placht er slechts één café te zijn, die dan nog slechts gedurende de weekend haar deuren opende – toch waren er nog niet zo heel lang geleden héél wat meer. Hierna volgen de namen die oude Dikkelenaren zich nog herinnerden:
-    - ‘In de Kroeg’ bij Rijckbos, nu Brouwerijstraat 3
     - ‘’t Brouwershuis’ bij August Nollet, nu Dikkelsebaan 15
     - ‘Bellevue’ bij Achiel Van Herpe, nu Brouwerijstraat 22
        
        In het gehucht Bochoute bevonden zich volgende herbergen:

     -
 
Barbier’ bij Paul Labijn
     -
 
In de Duivel’' bij François Lahorte
     -
 
'Sint Antoon’ bij Remi Schepens
     -
 
’t Houwmes’ bij Fons Waterloos

In de tweede helft van de 20ste eeuw was café ‘In de Casino’ lange tijd de enige herberg, en dan nog enkel in de weekends open. Uitbaters waren Mark De Vilder en zijn echtgenote Yvette Lievin.

 
 de hoeven

Hoeve z.g. "'t Verbrand Hof"

aan de Brouwerijstraat 24. Hoeve genaamd. ''t Verbrand Hof'. Hoeve met losse bestanddelen, volgens een kaart van 1646 in U-vormige opstelling, later van het gesloten type; naar verluidt werd deze hoeve door brand verwoest in 1870; het woonhuis werd gedeeltelijk heropgebouwd in 1935, deels gesloopt. Op het bewaard gedeelte van de voorgevel hangt een verzekeringsplaatje van "Union Belge". Sporen van oude deuromlijsting van rode en gesinterde baksteen in gesloopt gedeelte.
Interieur: Drie evenwijdige overwelfde kelders in de richting van de voorgevel met keldervenstertjes. Woonkamer met schouwboezem in Lodewijk XVI-stijl voorzien van stucwerk met medaillon.

Boerenhuis

Aan de Brouwerijstraat 25. Het schuin ingeplant boerenhuis, vermoedelijk opklimmend tot midden de 18de eeuw, werd vergroot met een oostelijke travee in de 19de eeuw, getuige de bouwnaad. De woonst is nu gerenoveerd en geel geschilderd op gepikte plint. De achtergevel staat naar de straat
gericht en is voorzien van rechthoekige muuropeningen met houten lateien en vernieuwd houtwerk.

Gerenoveerde gebouwen, vml. boerderij met café

Aan de Dikkelsebaan 3. Voormalige boerderij met café tot 1972, ook in gebruik als gemeentehuis vanaf 1928-29. Gerenoveerde hoevegebouwen met U-vormige opstelling, in kern vermoedelijk 18de eeuws; het huidig voorkomen dateert uit de 19de eeuw.
Het boerenhuis met oorspronkelijk beraapte, nu gecementeerde en roodgeschilderde gevel van zes trav. onder zadeldak (mechanische pannen, n // straat) staat oostelijk. De vensters zijn getoogd met arduinen dorpels. De T-ramen met vernieuwd houtwerk zijn gevat in okergeschilderde omlijsting, voorheen met luiken, getuige de bewaarde duimen. Op hoofdgestel voorheen opschrift "In 't Gemeentehuis". Gevelbeëindiging door getrapte kroonlijst. De bouwnaden in de rechter zijgevel wijzen op verschillende verbouwingen.

Het "Hof ten Bloeme", hoeve

aan Hoeksken 3 - Voorheen ook bekend als het "goed te Dickele". Volgens een vermoedelijk 17de-eeuwse kaart van 'den grooten cautere' betreft het hier het 'hof van de Abdije van Ste Pieters', toen gelegen naast een vijver. Midden de 18de eeuw werd de hoeve bewoond door de baljuw P.-A. Stevens, die blijkens het jaartal in de balklaag het huis in 1785 vermoedelijk heropbouwde. Hoeve van het semi-gesloten type, oorspronkelijk van het gesloten type, met vnl. U-vormige opstelling rondom erf met mestvaalt en gekasseide oprit.
Het langgestrekt onderkelderd boerenhuis van zeven traveeën onder zadeldak (rode Vlaamse pannen), binnenin met jaartal 1785, bevindt zich noordelijk. Verankerde gewitte gevel op gepikte plint en afgelijnd door getrapte lijst. Getoogde vensters met sporen van vlakke omlijsting met oren, nu met T-ramen en aan de woonkamer, l. naast voordeur, voorzien van groengeschilderde luiken. Getoogd deurtje in bakstenen omlijsting met gebogen waterlijst en bekronend bovenlicht, voorafgegaan door dubbele bakstenen steektrap met bordes en ijzeren leuning. Gewitte achtergevel op gecementeerde plint met bepleisterde entablement. Licht getoogde vensters met arduinen lekdrempels. Eveneens achterdeur met bovenlicht en grijsgeschilderde bakstenen omlijsting. In de plint, goot voor afvoer van spoelwater. Vernieuwde bakstenen zijpuntgevel aan de straat. R. aanleunende paardenstallen met gelijkaardige deuromlijsting onder doorlopend zadeldak, binnenin bewaarde ruiven.
Interieur. Verscheidene overwelfde kelders. Geschilderde samengestelde balklaag, moerbalk in woonkamer gedateerd van 1785. Verscheidene oorspronkelijke binnendeurtjes in bakstenen omlijsting met oren.
Wagenhuis onder doorlopend pannendak met woonhuis en paardenstal, aan de achterzijde voorzien van drie rechthoekige inrijpoorten.
Ten O., bakstenen bedrijfsgebouw met in het verlengde van bovengenoemde wagenhuis, stallen en schuur onder zadeldak (pannen); naar verluidt in gebint gedateerd 1901. In de koeienstallen overwelfd met bakstenen troggewelven met ijzeren I-balken, bewaarde kribben gescheiden door natuurstenen schutsels.
Ten noorden. achter het huis, bevindt zich een midden de 19
de eeuw gebouwd bakstenen dienstgebouw met o.a. een bakhuis onder zadeldak (pannen). Tussen de twee deuren van het bakhuis bevindt zich nog een houten muuranker.

Bron: RAG, Kaarten en plans, nr. 1283.

Vroegere hoeve

Aan de Kuiperstraat 15. Voormalige hoeve, vanaf 1975 gerenoveerd tot woonhuis. Reeds in kaart gebracht in de 17de eeuw. In de tweede helft der 19de eeuw werden inmiddels grotendeels gesloopte bijgebouwen opgetrokken.
Ten noordwesten staat het boerenhuis onder verhoogd zadeldak (pannen). Sporen van vlechtingen in r. zijgevel getuigen van een voorheen lager dak. Geschilderde gevel op gecementeerde plint. Uiterst links twee behouden getoogde vensters met luiken, voorts vernieuwde rechthoekige vensters onder houten latei. Licht getoogde deur met bovenlicht in rechthoekige omlijsting van geschilderde gesinterde baksteen met oren. Achtergevel aangepast.
Binnenin grotendeels aangepast met behoud van een versierde moerbalk. Ten westen staat het deels behouden bijgebouw met houten beplankingen op bakstenen voet onder zadeldak (pannen) en bewaard gebint, in erfgevel ingekrast opschrift "1874 PVD ADK".

Bron: RAG, Kaarten en plans, nr. 1281.

De "Hoeve Bisschop"

Gelegen aan de Olmkensstraat 2 werd deze hoeve genoemd naar de familie Bisschop die de hoeve minstens sedert het tweede kwart der 19de eeuw bewoonde. Volgens het landboek van 1766 was het goed in het bezit van B. van der Brugghen, burgemeester van 1738 tot 1754. Het betreft een gesloten hoeve rondom een grotendeels gekasseide binnenplaats vroeger met mestvaalt, gelegen in de straatbocht tegenover nr. 3. Dateert minstens uit de 18de eeuw. Het goed is buiten bedrijf.
Ten westen vindt men een  aan de straat gelegen dienstgebouw met twee rechthoekige poorten; de erftoegang heeft nu een metalen schuifpoort en schuurpoort. Ertussen bevinden zich de varkensstallen. Rechts ervan bevindt zich een gedichte deur met erboven een niskapelletje met houten tralie  in bakstenen omlijsting met kruis, nu zonder heiligenbeeld.
Ten oosten staat het boerenhuis van zes traveeën onder zadeldak (van eternietpannen, n // straat). De beraapte gevel heeft een gecementeerde plint. Getoogd deurtje in geschilderde bakstenen omlijsting met oren, vermoedelijk gesinterde en rode bakstenen, voorafgegaan door dubbele steektrap. Rechthoekige vensters in vlakke geschilderde omlijsting met oren en sluitsteen, oorspronkelijk met luiken, nu T-ramen met vernieuwd houtwerk. Onder de rechter travee bevindt zich de kelder met het getralied keldergat in de voorgevel. Rechts naast het huis ligt de doorrit naar het achtergelegen erf en de stallen.
Interieur: In de woonkamer ziet men een zwarte tegelvloer, een gewitte samengestelde balklaag met op moerbalk inscriptie "Anno 1771", en een muurnisje met bekronend waterlijstje tussen twee deuren naar opkamer en zolder.
Ten noorden omvat een bakstenen vleugel schuur en stallen en een rechthoekige poort, met aan de veldzijde een rij met rechthoekige verluchtingsgaten. Aan de oostelijke kant van het binnenerf staan kippenhokken.
Ten zuiden vindt men een stalvleugel, resp. voor stieren, paarden en koeien. Ten oosten, achter het woonhuis, bevinden zich losstaande stallen uit het laatste kwart der 19de eeuw.

Bron: RAG, Kaarten en plans, nr. 1281.

Het "Hof ter Hafselt"

Aan de Olmkensstraat nr. 3 bevindt zich het 'Hof ter Hafselt'. Het is een grote hoeve van het gesloten type rondom een onregelmatig vierhoekig erf met betonverharding, die al in kaart gebracht was in de 17de eeuw.
Ten oosten, aan de straat, liggen stallen met geknikte gevellijn de rooilijn volgend. De grotendeels blinde gevel heeft een rechthoekige inrijpoort naar het erf met opgeklampte vleugelpoort.
Ten noordwesten bevindt zich het boerenhuis van zeven traveeën onder zadeldak (mechanische pannen). De beraapte gevel op gecementeerde plint heeft getoogde vensters in een witgepleisterde omlijsting met imitatie neg- en sluitstenen; nu vernieuwd houtwerk van T-ramen. De toegangsdeur is getoogd in grijsgeschilderde bakstenen omlijsting op neuten en met waterlijstje en voorafgegaan door een trap. Rechts naast de deur vindt men keldergaten. De tegen de achtergevel aangebouwde keuken heeft ook beraapte gevels.
Naast woonhuis en inrijpoort staat ten noorden een paardenstal met behouden bakstenen troggewelven met ijzeren I-balken en ruiven.
Ten oosten en zuidoosten bevinden zich bakstenen stalvleugels onder pannendaken. Voorheen resp. met koeienstallen, koetshuis, varkensstallen, bakhuis en berging. De gevels aan de veldzijde zijn voorzien van een rij rechthoekige verluchtingsgaten en een rechthoekige poort met bewaard houtwerk naar het erf. Aan de binnenplaatszijde bevinden zich rechthoekige poorten en getoogde staldeuren in groengeschilderd houtwerk.
Ten westen bevinden zich het voormalig wagenhuis en een aanpalend kippenhok.

Bron: RAG, Kaarten en plans, nr. 1281.

Langgestrekte hoeve

Gelegen aan de Olmkensstraat 1 op de hoek van de Koornbloemstraat bevindt zich een langgestrekte hoeve uit begin 19de eeuw. In 1915 werd hier door Van Herpe maalderij met windmolentje op het plat dak opgericht. In 1947 verhuisde de maalderij naar de Dikkelsebaan nr. 18. Het windmolentje werd gesloopt en het plat dak vervangen door een zadeldak.
Nog deels bewaard boerenhuis met beraapte voorgevel gericht naar de veldzijde. In L-vorm aangebouwde stallen en schuur; in de hoektravee van de straatgevel, naast de rechthoekige schuurpoort, bevindt zich een rondboogvormige gevelnis in bakstenen omlijsting met een beeldje van het H. Hart van Maria, afgesloten met ijzeren tralie.

 

 Ander Patrimonium

Dorpshuis

Aan de Brouwerijstraat 1, in een straatbocht gelegen, klein dorpshuis van drie traveeën en één bouwlaag onder zadeldak (leien, n // straat), vermoedelijk uit XIX B. Gecementeerde en witgeschilderde gevels met schijnvoegen. Getoogde beluikte vensters met vernieuwde T-ramen aan weerszij van laag deurtje.
   

Woning en atelier,  genaamd ' 't Oud Klooster'

Aan de Brouwerijstraat nr 4. Het is het voormalig klooster en lagere en bewaarschool, "bijhuis" van het klooster St.-Barbara van Zottegem, nu woonhuis en (tot 2007) kunstenaarsatelier genaamd "'t Oud Klooster". De school werd opgericht in 1909, het klooster is gebouwd in 1910 en de bewaarklas werd toegevoegd in 1911. De lagere school is stopgezet in 1973, de kleuterklas in 1984. Het klooster bleef bewoond tot de verkoop aan een particulier in 1989 door zusters franciscanessen van het klooster St.-Barbara. Kloostergebouw in L-vorm met aansluitend schooltje volledig geopend naar de ommuurde speelplaats en gesloten naar de veldzijde.
Kloostergebouwtje in neogotische stijl van twee trav. en twee bouwl. onder zadeldak (pannen). Naar de straat gerichte voorgevel met per travee drie gekoppelde spitsboogvensters. Toegankelijk via spitsboogdeur in l. zijgevel.
Erachter aanpalend schoolgebouw van tien trav. met drie klaslokalen onder zadeldak (pannen, n straat). Gevel geleed door travee-nissen met verankerde lisenen en muizentand. Gevel uitziend op de speelplaats voorzien van grote rechth. vensters met houten roedeverdeling onder ijzeren rozetlatei en voorzien van ontlastingsboog, aan de veldzijde volledig blind.
De gebouwen werden in 2007 verkocht aan het echtpaar Eeraerts-De Groote, die ze nu (2008) willen verbouwen en uitbaten als jeugdverblijfcentrum.

Bron: Collin L. - De Both L., 150 jaar St.-Barbaraklooster te Zottegem, 1837-1987, Zottegem, 1988, p. 143-145.

De zogeheten 'Keramiekhoeve', een vroegere hoeve

Brouwerijstraat nr 14. Laatst uitgebaat als de zogeheten "Keramiekhoeve". Het is een vroegere hoeve, voordiens ook bakkerij en maalderij. Het gebouw heeft een beeldbepalende inplanting met een dienstgebouw aan de straat en achterin gelegen het totaal verbouwd woonhuis.
 

De voormalige dorpscafés "In de Smis" en "In de Ploeg"

aan de Brouwerijstraat 17, 19. Het waren de dorpsherbergen "In de Smis" en "In de Ploeg", uit het begin der 20ste eeuw, eertijds resp. gebouwd door de families De Wever en Jooris van de ernaast gelegen brouwerij en smidse. Het zijn doorsneehuizen van resp. anderhalve en één bouwlaag met getoogde vensters. Eenvoudige baksteenarchitectuur verlevendigd met negblokken, waterlijstjes of sierankers.

 
 

BEKENDE FIGUREN

     Ook Dikkele had een paar historische figuren, die door één of ander historisch feit door de geschiedenis werden bewaard. En er waren natuurlijk de dorpsnotabelen, zoals de burgemeester(s), de
     pastoor, enz

   DE FAMILIE BORLUUT
 
   DE FAMILIE VAN DE VELDE


Vitalis Van de Velde

 
   DE FAMILIE DE WEVER, de laatste dorpsbrouwers                                           DE FAMILIE VAN DER STRICHT, de 19de-eeuwse brouwer van Dikkele
Theophiel Prosper De Wever, in 1870 geboren te Nazareth, huwde op 11.2.1896 (9u) met Leonia Vandecasteele (o Dentergem 1871). Ze kregen samen 6 kinderen:
     - Aurèle Gaston Libor o Dickele 11.2.1896 (9u)
     - Maria Zenobia o Dickele 8.10.1898 (23u)
     - Marcellus Felicianus o 14.8.1900 (9u)
     - Gerard Maria Richard o Dickele 28.5.1904, x (Zulte 5.1.1933) Clauwaert Zoë Justina
        Susanna (o 1911),  Zij  kregen 2 kinderen.

                      - André
                      - Frans 
   

Alphonsius Van der Stricht werd in Dikkelvenne geboren op 11 oktober 1850. Hij werd brouwer. Hij huwde met Marie Delphine Platteau (Velzeke-Ruddershove 03.08.1853 – Gent 04.11.1930). Het echtpaar kreeg zeven kinderen: Charles Oscar (1878-1953), Joseph Ernest Hector (1880-1962), Aimée Irma (1881-1967), Ernest Louis (1883-?), René Arthur (1884-1969), André Odillon (1889-1972) en Alice Bertha (1891-1953).
Alphonsius Van der Stricht was brouwer van beroep en vestigde zich aan de Steendam in Gent. Vier van zijn zonen en talrijke kleinzonen traden in zijn voetsporen als brouwer of brouwersingenieur. Door fusies van verschillende brouwerijen ontstond in de vroege 20 ste eeuw de brouwerij Excelsior aan de Steendam, waarvan André Odillon de beheerder werd.
Alphonsius overleed in Gent op 1 april 1936.
In het imposante familiegraf op het 'Campo Santo'(St-Amandsberg) rusten in totaal 8 leden van de familie Van der Stricht.

    DE FAMILIE JOORIS

Het gezin van August Jooris - familiefoto

René Jooris soldaat (1914)

De smeden'dynastie' Jooris van Dikkele bestond uit vader August (1862-1933), moeder Marthe Praet (1864-1948) en hun 9 kinderen: René (1892-1973), Anna (1893-1983), Celina (1893-1933), Albert (1895-1939), Valére (1897-?), Michel (1898-1947), Clara (1900-1986), Joseph (1902-1974) en Majella (1904-?).

   
   PASTOOR FRANS BLOMMAERT

(o Borgerhout 25.5.1916 - + Gent (AZ St.Lukas) 24.12.2000)

Op zijn gedenksteen op de Dikkelese begraafplaats staat te lezen:
"Ter herinnering aan E.H. Frans Blommaert
Sommige mensen laten hun sporen na als ze ons verlaten
Frans Blommaert legde zijn herdersstaf neer op 24/12/2000.
Bemin en doe wat ge wilt. H.Aug."



 

   MARK DE VILDER

 

 
VOLKSLEVEN & CULTUUR
 
VOORBIJE BOEREN'ROMANTIEK'...

Een 'koeier' met zijn beesten op weg naar de wei.


 


Arthur De Clercq op de kar van René Bourlez vóór de maalderij van de  familie Raf Van Herpe-Van Daele

  Oscar Van Gijsegem en Maria Lahorte aan hun Leuvense stoof.
 

Marie Van Caeste  aan haar poort.
 
Een geslacht varken op het erf van André De Schamphelaire en Cecile Van Gijsegem, in de Brouwerijstraat. Nadat het beest was gekeeld, werd het met stro 'gebrand  en konden de haarstoppels van het vel geschraapt worden.
   
 
 
HET DIKKELSE VOLKSLEVEN


     Het dorpsleven van vroeger bracht een aantal gemeenschapsactiviteiten met zich mee, zoals ieder dorp die kende. Maar Dikkele was altijd al een levendige gemeenschap, ietwat apart ook, en sinds de fusie is Dikkele 'rebels' gebleven - de kritische luis in de pels van Zwalm – misschien wel omwille van de paar kunstenaars en aparte persoonlijkheden die er verblijven en werken. De lokale cultuur is een gevolg van dat alles… Er waren de unieke Bierfeesten – het gevolg van een immer al actief parochieleven, met het doel bij te dragen tot het herstel van het kerkgebouw - die bij hun verdwijnen een opvolging kregen met de Dolle Dikkelse Dagen, er zijn de regelmatige exposities…
 

Pastoor-duivenmelker Van Hevele
     
 
 

 
ECONOMISCHE BEDRIJVIGHEID

De geringe oppervlakte van Dikkele werd vroeger voor een belangrijk deel in beslag genomen door het bos van Boekhaute (of Munckbos), dat in de 18de eeuw gerooid werd; in 1767 bleef van dat bos nog zo'n 1,5 ha over. Toch waren er van oudsher landbouwuitbatingen, waar tot diep in de 20ste eeuw nog het grootste deel van de bevolking zijn bestaan vond.
De vlasteelt, waarvan sporen tot in de 16de eeuw werden teruggevonden, ging ongetwijfeld gepaard met het spinnen en weven van vlas; in 1767 telde men er 12 weefgetouwen en ook in 1834 wordt deze huisnijverheid  nog vermeld.  Na de teleurgang ervan rond 1850 zocht men zijn toevlucht in andere huisarbeid voor rekening van fabrikanten.
In 1896 weefden 5 inwoners katoen of wol en 35 anderen vervaardigden kant of handschoenen.
In 1937 bleef daarvan niks over en diende 35% van de bevolking te pendelen, vooral naar het Brusselse (in 1964 nog 34% van de aktieven - Geschiedenis van de gemeenten der...., F.De Potter en J.Broeckaert, 6de reeks, Gent 1903). De plaatselijke brouwerij stelde 8 personen te werk.

 De brouwerij DE WEVER n
 

     De brouwerij was gelegen aan de toenmalige Pontstraat 32 (nu Brouwerijstraat) en in bedrijf tussen 1892 en 1983.
     Eind 1982 stopten de brouwactiviteiten, nadat de kleine brouwerij was overgenomen door 'Kronenbourg'. De broers De Wever bleven nog een paar jaar aan het werk als bier'uitzetters'.
 

      Bieren: Bleek, Duc, Export, Export Hercule, Hercule Pils, Oud Bruin, Stout.  








               De etiketten van Brouwerij De Wever

 

 De VELDOVENS van Michel Baele  
 

De veldsteenovens van Michel Baele, de verdienstelijke cyclocrosser uit Meilegem, bevonden zich te Dikkele. De geperste en gedroogde klei werd 's zomers in open veld in grote ovens gebakken. De 'vuurdansers' (zoals ze genoemd werden) liepen over de gloeiende steenlagen, waartussen de steenkool de 'boerkes' bakte.
Op de foto links men v.l.n.r. Michel Baele zelf, Raoul Rigeaux, René Declercq (wereldkampioen cyclocross amateurs1969 én vader van de meer bekende Mario) en Julien Audoor.

 

 

 De SMIDSE JOORIS


1940 - De gebroeders Michel, Joseph en Valère Jooris zijn een
paard aan het beslaan.


Valère Jooris met blaasbalg tussen aambeeld en vuur

 

 

   
MONUMENTEN & LANDSCHAPPEN

De dorpskom - omvattende de Brouwerijstraat, een gedeelte van de Dikkelsebaan, de Kuiperstraat, de Beekweg, de Olmkensstraat en het Hoeksken - werd geklasseerd als dorpsgezicht door het KB van 24.12.1980.

BIBLIOGRAFIE

     NN - 'Dikkele geen geklasseerd dorp' - Weekblad De Beiaard, 1978, nr 36, pp. 1 en 7
     NN - 'Dikkele, die onbekende' - Weekblad De Beiaard, 1967, nr 24, p.7 en nr 25, p. 7
     MJ - 'In memoriam zuster Clara (Emma) Van de Velde', De Landwacht, 1969, pp. 166-167.
     Daem M - 'Munkzwalm-Dikkele - Oude smidse, Brandmerken', OVZ, 49, 1974, pp.174-175.
     Daem M - 'Munkzwalm (Dikkele) - Stekker voor aderlating van paarden', OVZ, 49, 1974, p.179.
     F.De Potter & J.Broeckaert - Dikkele, s.d. (ca.1903), 13pp.
     De Tremmerie Maria - Dikkele, een droom van een dorp - Toerisme Oost-Vlaanderen 42, 1993 (3), pp.87-89.
     L.Reyntens - Het parochiedomein der Gentse St.Pietersabdij, o.c., p.14.
     Van der Linden R - 'De koortskapel te Erondegem en te Dikkele', MT, dec 1963, pp. 30-31.
     Van der Linden R - 'Legenden doorheen Vlaanderen', MT, 33, 15/3/1962, pp.59-61 en 15/6/1964, pp.79-84.
     NN - 'Een portret van twaalf Oostvlaamse dorpen', FO.Vl, s.d., gn pg.

 

Laatste update zondag 22 augustus 2010

MIJN HOMEPAGE HOMEPAGE MUNKZWALM HOMEPAGE ZWALM